CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

HadM Volkshuisvestingsprogramma

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Thema: Volkshuisvestingsplan.16.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Alle genoemde prijzen zijn gebaseerd op prijspeil 2025 en volgen de prijsgrenzen zoals de Provincie Limburg ze hanteert en indexeert. De instandhoudingstermijn bedraagt 25 jaar voor sociale huur, 15 jaar voor middenhuur en vijf jaar voor betaalbare koopwoningen. Waarom effectief? Door duidelijke kaders op te nemen is ons beleid glashelder en voorspelbaar voor marktpartijen. We krijgen als gemeente een betere onderhandelingspositie en vergroten de kans dat nieuwe woningen aansluiten bij de lokale vraag. Het instrument is juridisch goed verankerd in de Omgevingswet, mits onderbouwd met een actuele woonvisie en woningbehoefteonderzoek. Hoe doen we dit? We willen een evenwichtige verdeling van woningen realiseren, zodat er voor alle doelgroepen passende en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Dit doen we door een nieuwe verdeling per segment (zie kader) te hanteren. We borgen deze verdeling via de doelgroepenverordening en anterieure overeenkomsten.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

32

► Zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding Met de zelfbewoningsplicht verplichten we kopers om hun woning zelf te bewonen, meestal voor een vastgelegde periode van vijf jaar. Zo voorkomen we dat beleggers woningen opkopen en dragen we bij aan de beschikbaarheid van betaalbare koopwoningen voor mensen die er echt zelf willen wonen.Voor Horst aan de Maas is dit instrument vooral van waarde in kernen met veel vraag naar betaalbare woningen. Een antispeculatiebeding is een contractuele bepaling die vijf jaar geldig is en die we opnemen bij de verkoop van een woning of bouwkavel. Hierin staat dat een koper de nieuwbouwwoning niet mag doorverkopen tegen winst in het betaalbare segment. Een zelfbewoningsplicht of antispeculatiebeding opleggen kan alleen bij onze eigen gronden en in nieuwbouwsituaties. We bieden maatwerk en houden daarbij de bedoeling van de regeling in het vizier. Bij onvoorziene situaties en met een goede onderbouwing kan hier ontheffing op verleend worden. Bijvoorbeeld als er een relatiebreuk is binnen vijf jaar en de woning om deze reden verkocht moet worden. Waarom effectief? Door bij nieuwbouwprojecten en gemeentelijke kavels een zelfbewoningsplicht of antispeculatiebeding op te nemen, zorgen we ervoor dat de woningen terechtkomen bij eigenaar-bewoners en niet bij verhuurders.

Dit leidt tot een gezondere balans tussen vraag en aanbod, waardoor woningprijzen minder hard stijgen. Andere belangrijke effecten van zelfbewoningsplicht zijn een verbeterde leefbaarheid en sociale cohesie in wijken en dorpen. Voorwaarden? De zelfbewoningsplicht en een antispeculatiebeding werken goed als deze juridisch stevig zijn vastgelegd (bijvoorbeeld via een kettingbeding) en actief worden gehandhaafd. Voor Horst aan de Maas is het vooral effectief bij gronduitgifte of in anterieure overeenkomsten. Bij particuliere verkopen kunnen we geen zelfbewoningsplicht of een antispeculatiebeding afdwingen.

“Wonen is een recht; geen verdienmodel.”

Hoe doen we dit? We voeren deze maatregelen uit en houden dit de komende jaren vast. Dit doen we als volgt:

1. We zetten de zelfbewoningsplicht en een

antispeculatiebeding in voor locaties waar de gemeente zelf eigenaar is van de grond.

2. De plicht geldt met name voor woningen waar de druk het hoogst is.

3. We controleren nieuwe projecten op toepassing van de plicht en maken overtredingen juridisch afdwingbaar.

4. We informeren kopers, ontwikkelaars en notarissen helder over de voorwaarden.

5. We bekijken periodiek of de plicht aangepast moet worden op basis van ervaring en ontwikkelingen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

33

► Naleving Wet betaalbare huur Sinds 2025 geldt de Wet betaalbare huur. In deze wet zijn regels opgenomen voor het middenhuursegment: woningen met een huurprijs tussen ongeveer € 900 en € 1200 per maand. De belangrijkste regel is dat verhuurders de hoogte van de huur moeten baseren op punten. De oppervlakte van de woning, de voorzieningen in de woning, de energiezuinigheid en de WOZ-waarde; allemaal zijn ze van invloed op het aantal punten. Ook zit er in deze wet een bepaling dat de huurprijs jaarlijks met maximaal 7,7% mag stijgen. Als gemeente moeten we erop toezien dat verhuurders deze regels naleven. We handhaven hierop en pakken onze rol in een eerlijke huurmarkt. Waarom effectief? De wet maakt huurprijzen transparanter en eerlijker en geeft ons als gemeenten handvatten om duidelijke afspraken te maken met verhuurders in dit segment. Zo blijft middenhuur beschikbaar, vooral voor huishoudens met een inkomen tot € 50.000 voor wie er niet altijd een sociale huurwoning beschikbaar is. Voorwaarden? De uitvoering vraagt om capaciteit voor toezicht en kan het leiden tot terughoudendheid bij ontwikkelaars. Hoe doen we dit? We voeren de Wet betaalbare huur uit en zorgen dat deze ook lokaal effect heeft.

1. We hebben een meldpunt waar huurders klachten kunnen indienen over te hoge of onterecht verhoogde huren.

2. We vergroten de bekendheid van dit meldpunt. 3. Als er een handhavingsverzoek binnenkomt, pakken we dit op en monitoren we op de handhaving. We koppelen dit aan onze bestaande taken en rapporteren jaarlijks aan het Rijk.

4. Handhavingsverzoeken bij sociale huurwoningen moeten inwoners doen bij

woningcorporaties. Als deze verzoeken bij ons binnenkomen, sturen we deze door.

► Naleven Wet goed verhuurderschap De Wet goed verhuurderschap verplicht verhuurders om bepaalde normen na te leven. Zij moeten huurders eerlijk behandelen, discriminatie voorkomen, transparant zijn over kosten en intimidatie tegengaan. Gemeenten kunnen hierop toezien via vergunningen en actief handhaven. Waarom effectief? De wet versterkt de rechtspositie van huurders en is voor ons als gemeente een krachtig instrument om misstanden aan te pakken, vooral bij kamerbewoning, tijdelijke verhuur en verhuur aan arbeidsmigranten. Met het wettelijk verplichte meldpunt, toezicht en handhavingen beschermen we kwetsbare groepen en verbeteren we de kwaliteit van de huurmarkt. We kunnen hiermee de leefbaarheid in wijken verbeteren én zorgen voor een rechtvaardige toegang tot de huurmarkt. Voorwaarden? De effectiviteit hangt wel af van (voldoende capaciteit voor) actieve handhaving en voldoende toezicht.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

34

Hoe doen we dit? We voeren de Wet goed verhuurderschap uit en zorgen voor een eerlijke huurmarkt.

1. We hebben een meldpunt waar huurders klachten kunnen indienen over misstanden, zoals intimidatie, discriminatie of onterecht hoge servicekosten.

2. We treden op bij overtredingen en kunnen bij ernstige of structurele gevallen sancties opleggen, zoals dwangsommen.

3. We koppelen het meldpunt aan bestaande loketten, zodat het laagdrempelig bereikbaar is.

4. We benutten signalen uit het sociaal domein om sneller en gerichter te handhaven. ► Starterslening De Starterslening helpt koopstarters bij het financieren van hun eerste woning. De lening overbrugt het gat tussen de aankoopprijs en het maximale hypotheekbedrag en wordt verstrekt via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Gemeente en provincie financieren mee. Voor Horst aan de Maas is dit instrument belangrijk: met dit instrument kunnen starters makkelijker een woning kopen en zich duurzaam vestigen in onze gemeente. Bovendien komen hierdoor huurwoningen vrij. Waarom effectief? De Starterslening verlaagt de drempel naar koopwoningen, bevordert doorstroming en draagt bij aan de vitaliteit van kernen. Het instrument is bewezen succesvol en eenvoudig uit te voeren. Voorwaarden? Vanaf 2026 trekt de provincie zich geleidelijk terug als financier, waardoor de lasten voor een groter deel bij de gemeente komen te liggen. Ook sluit de huidige woningprijsgrens van € 280.000,- niet goed aan bij het huidige woningaanbod in de gemeente. Provincie Limburg neem in het vierde kwartaal van 2025 een besluit over de wijziging van de verordening. Dit heeft ook invloed op het effect van startersleningen in Horst aan de Maas.

“Dankzij een starterslening kunnen starters makkelijker een woning kopen en zich duurzaam vestigen in onze gemeente.”

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

35

Hoe doen we dit? Advies is om de Starterslening te continueren. Hiervoor zijn extra financiële middelen nodig. Dit zou het volgende betekenen:

1. We behouden de Starterslening en verstrekken jaarlijks ongeveer 40 leningen. 2. We zorgen voor cofinanciering: nu met 75% provinciale subsidie, maar vanaf 2026 verhogen we onze eigen bijdrage om het instrument te behouden. De provinciale subsidie gaat dan naar verwachting naar 50%.

3. We verkennen een verhoging van de maximale koopprijs van € 280.000 naar € 345.000, zodat meer starters geholpen kunnen worden.

4. We leggen de denkrichting vroegtijdig voor aan de raad, inclusief budgetvoorstel en een afweging van het doelgroepenbereik.

► Communicatiecampagne: inschrijven bij de woningbouwcorporaties. Veel jongeren weten niet dat zij zich al vanaf hun 18e kunnen inschrijven bij de woningbouwcorporatie. Hierdoor missen zij kostbare jaren in de opbouw van hun inschrijfduur, terwijl starters juist vaak zijn aangewezen op sociale huurwoningen. Om dit te verbeteren, willen we een communicatief instrument inzetten waarmee we jongeren actief stimuleren om zich vroegtijdig in te schrijven. En duidelijk te maken dat sociale huurwoningen ook geschikt zijn voor het maken van een start op de woningmarkt en niet alleen maar bedoeld voor mensen met een rugzakje. Dit vraagt om een laagdrempelige en herkenbare aanpak, waarbij de voordelen van vroegtijdige inschrijving en een betaalbare huurwoning helder worden uitgelegd. We zetten in op communicatie via kanalen die jongeren dagelijks gebruiken, zoals sociale media, maar ook via scholen, sportverenigingen en lokale netwerken. In samenwerking met de woningcorporatie zorgen we daarnaast voor duidelijke en toegankelijke informatie over het inschrijfproces. Zo maken we het niet alleen makkelijker voor jongeren om zich in te schrijven, maar vergroten we ook hun bewustzijn over het belang van tijdig starten met het opbouwen van inschrijfjaren.

Waarom effectief? Met dit instrument vergroten we de kans dat jongeren later sneller een woning vinden, verminderen we wachttijden voor het moment dat ze daadwerkelijk willen verhuizen en doorbreken we het stigma dat sociale huur niet voor starters bedoeld zou zijn.

► Prestatieafspraken Als gemeente hebben we volgens wettelijke verplichting samen met woningcorporaties en huurdersorganisaties concrete afspraken gemaakt over volkshuisvesting. Bijvoorbeeld afspraken over nieuwbouw, huurprijzen, woningtoewijzing, duurzaamheid en leefbaarheid. Zo hebben we afspraken gemaakt over hoeveel woningen er elk jaar beschikbaar zijn voor onze inwoners. Prestatieafspraken zijn belangrijk om betaalbare woningen te realiseren voor huishoudens met een inkomen onder €50.000. We sturen hiermee op de bouw van sociale huurwoningen, de huisvesting van inwoners en passende huurprijzen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

36

Waarom effectief? Prestatieafspraken zijn een krachtig instrument omdat ze maatwerk mogelijk maken en inspelen op lokale behoeften. Ze bieden flexibiliteit en sluiten goed aan bij andere instrumenten. Ze zorgen ervoor dat inwoners een passende woning krijgen, verspreid in onze gemeente. Voorwaarden? Prestatieafspraken vragen om nauwe samenwerking en wederzijds commitment. Juridisch zijn prestatieafspraken namelijk niet afdwingbaar. Een andere, belangrijke voorwaarde is dat er voldoende bouwlocaties zijn. Wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan leveren prestatieafspraken een directe bijdrage aan een betaalbaar en inclusief woningaanbod. Hoe doen we dit? We willen duidelijke en haalbare prestatieafspraken maken met woningcorporaties. Dit doen we als volgt:

1. We starten in 2025 met het vernieuwen van de meerjarige prestatieafspraken, gekoppeld aan het Volkshuisvestingsprogramma (VHP).

2. We borgen de belangrijkste instrumenten, zoals labelen, urgentie, betaalbaarheid,

huisvesting van doelgroepen, het beter benutten van de bestaande woonvoorraad en duurzaamheid.

3. We monitoren nadrukkelijk op naleving en realisatie van de gemaakte afspraken. 4. We nemen onze regierol serieus door te toetsen op uitvoerbaarheid, maatschappelijke behoefte en realisatiekracht.

2.6

KPI’s: hoe meten we de voortgang? De effectiviteit van instrumenten meten we aan de hand van de volgende KPI’s:

•

Bij de realisatie van de woningbouwprogrammering is in ieder geval:

» » »

30% sociale huur; 37% betaalbare koop; Bij projecten met meer dan 80 woningen is 10% middenhuur.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

37

THEMA 3

Wonen en zorg voor ouderen Meebewegen met de vergrijzing

De vergrijzing in Horst aan de Maas zet stevig door. Het aantal ouderen neemt toe, net als hun zorgbehoefte. Door de beweging van zorg naar gezondheid blijven ouderen langer thuis wonen. Dat vraagt om passende woningen én een goed georganiseerd netwerk van zorg en ondersteuning dichtbij huis. Hier gaat de woonzorgvisie ‘Wonen doe je thuis, leven en zorgen doe je samen’ over. De druk op de zorgsector is al hoog. Personeelstekorten en beperkte middelen maken het extra urgent om slimme keuzes te maken. Wonen en zorg kunnen daarbij niet los van elkaar worden gezien.

Het afgelopen decennium is het speelveld van wonen en zorg fors veranderd. Vergrijzing, decentralisaties, veranderende woon- en zorgwensen, afbrokkeling van intramurale zorg en institutionalisering, krapte op de woningmarkt, de betaalbaarheid van zorg onder druk en meer moeten zorgen voor elkaar, tekorten aan personeel… Het zijn allemaal ontwikkelingen die van grote invloed zijn op de wijze waarop we als gemeente moeten en kunnen sturen op wonen en zorg voor ouderen. Dat vraagt om een integrale kijk op wonen, zorg en welzijn en leefbaarheid in buurten en dorpen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

38

Wonen en gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De juiste woning, op de juiste plek, bevordert meedoen en voorkomt eenzaamheid; een thuis in de juiste omgeving, motiveert om te bewegen; wonen in de buurt van vrienden en bekenden bevordert de zelf- en samenredzaamheid… Kortom: een passende woning in een passende omgeving bevordert positieve gezondheid in de breedste zin van het woord.

3.1

Woningbehoefteonderzoek: wat zijn de woningbehoeften van inwoners? Het aantal ouderen in Horst aan de Maas groeit Sinds 2015 is het aantal ouderen in onze gemeente toegenomen. Door de vergrijzing groeit ook de groep mensen die zorg nodig heeft. Vooral vanaf het 75ste levensjaar neemt de zorgbehoefte toe. Aantal inwoners van 55 jaar of ouder

33% 40% 0

5

10

15

20

25

30

35

40

2015 2024

Meer ouderen; een andere woningbehoefte Ouderen hebben over het algemeen behoefte aan drie typen woningen:

•

Gewone nultredenwoningen, denk aan appartementen of grondgebonden woningen.

•

Geclusterde woningen, denk aan hofjes of servicewoningen. De vraag naar deze

•

Zorggeschikte woningen. Dit zijn woningen voor mensen met een Wlz (Wet langdurige

Naar schatting moeten we tot 2040 ongeveer 1160 van deze woningen extra bouwen. woningen groeit tot 2040 met ongeveer 790 woningen. zorg) -indicatie. Volgens het Stec-rapport zijn er 110 nieuwe, zorggeschikte woningen nodig.

Daarnaast hebben ouderen behoefte aan betaalbare woningen. Ouderen wonen nu nog vaak in grotere koopwoningen. Door het beperkte aanbod aan nultredenwoningen en geclusterde woningen blijven ouderen noodgedwongen in hun (te grote; niet meer passende) koopwoning wonen. Hierdoor stagneert doorstroming op de woningmarkt.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

39

3.2

Participatie: wat vinden inwoners en partners belangrijk? •

‘Wat mij betreft bouwen jullie weer gewoon bejaardenhuizen’. Het is een van de uitspraken die we meermaals hoorden tijdens gesprekken met inwoners. De uitspraak symboliseert de grote behoefte aan woningen die geschikt zijn om zorg thuis te krijgen, in combinatie met een behoefte aan verbondenheid: wonen in de buurt van leeftijdgenoten; om elkaar te kunnen ontmoeten, een praatje te kunnen maken en samen leuke dingen te kunnen doen.

•

Ouderen wíllen wel verhuizen naar een kleinere nultredenwoning, maar ze maken de overstap niet. De belangrijkste redenen?

»

Te weinig passend aanbod. De meeste ouderen willen in hun ‘vertrouwde’ kern blijven wonen. Hier zijn te weinig geschikte woningen voorhanden.

»

Van de woningen die er zijn, worden de woonlasten te hoog in vergelijking met de huidige situatie (zeker als een huis al hypotheekvrij is).

“Zorgorganisaties benadrukten de toenemende druk op zorg en welzijn.”

•

Zorgorganisaties benadrukten de toenemende druk op zorg en welzijn. Het stijgende aantal ouderen, het tekort aan passende woonvormen en de beperkte zorgcapaciteit vormen samen een zorgwekkende combinatie. Huisartsenpraktijken lopen al tegen hun grenzen aan, terwijl de vraag naar langdurige ondersteuning en de complexiteit van zorgvragen blijft toenemen. Geclusterde woonvormen, gemengd wonen en ondersteuning van het sociale netwerk in wijken werden aangedragen als cruciale oplossingen en nemen mogelijk ook wat druk weg van mantelzorgers.

•

Als de nieuwe woonomgeving een kwalitatieve meerwaarde biedt, zoals gezamenlijkheid of faciliteiten voor ontmoeting, zijn mensen eerder bereid om meer te betalen voor een nieuwe, kleinere woning. In onze programmering willen we daarom ook voorrang geven aan initiatieven met geclusterde nultredenwoningen met gezamenlijke voorzieningen. Goede initiatieven worden zo snel mogelijk opgepakt.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

40

3.3

Onze beleidskeuzes: waarom en hoe willen we sturen op wonen en zorg voor ouderen? Stel je voor: Meneer en mevrouw Peeters (76 en 78 jaar) wonen al meer dan veertig jaar in hun ruime eengezinswoning in Grubbenvorst. Hun dochter woont ook met haar gezin in Grubbenvorst en hun zoon woont in Groningen. Een lieve buurvrouw van twee deuren verderop komt bijna dagelijks even binnenlopen om een praatje te maken of een boodschap te brengen. De trap in huis wordt steeds lastiger en het onderhoud van de tuin kost hen veel energie. Toch blijven ze er wonen, niet omdat ze dat willen, maar omdat er in de buurt nauwelijks geschikte alternatieven zijn. Een kleinere, gelijkvloerse woning of een plek waar wonen en zorg gecombineerd zijn, zou hen veel meer rust en veiligheid geven. En het liefst ook nog een woning die duurzaam is, in de buurt van voorzieningen, hun dochter en de buurvrouw. De woning van het echtpaar is een pareltje; menig jong gezin droomt ervan. Het verhaal van meneer en mevrouw Peeters staat niet op zichzelf. De vergrijzing zet stevig door en steeds meer ouderen hebben behoefte aan woningen die aansluiten bij hun levensfase en zorgvraag. Zonder ingrijpen lopen ouderen vast in hun woonsituatie én stokt de doorstroming op de woningmarkt.

Zo nemen we regie op wonen met zorg 1. We kiezen bewust voor het toevoegen van meer

nultredenwoningen en geclusterde woonvormen, verspreid over de kernen. Zo kunnen ouderen in hun vertrouwde omgeving zelfstandig blijven wonen, ook wanneer ze minder mobiel worden of hun gezondheid afneemt. Zo blijft hun sociale netwerk overeind; daarmee bevorderen we de positieve gezondheid en de zelfredzaamheid van inwoners. Het toevoegen van passende woningen draagt ook bij aan doorstroming.

2. Daarnaast richten we het woonzorglandschap

toekomstbestendig in. Elke kern of wijk krijgt één of twee vaste voorkeursaanbieder(s) voor (thuis)zorg; één zorgaanbieder die het gebied en de behoeften van inwoners kent en het vaste aanspreekpunt is voor de inwoners. Hierdoor ontstaan meer overzicht en korte lijnen; zorg is dichtbij georganiseerd. Personeel, dat zeker in de zorg erg schaars is, wordt optimaal benut. VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

41

3. We zetten niet meer in op het ontwikkelen van levensloopbestendige woningen, maar bevorderen het maken van een wooncarrière. Met andere woorden: in plaats van je leven lang wonen in dezelfde woning, doorstromen naar een woning die past bij je levensfase. Dat wil niet zeggen dat iedereen moet verhuizen, maar als we een groep inwoners in beweging kunnen brengen, is de impact groot: één verhuisbeweging kan tot vijf verhuisbewegingen leiden.

4. Voor veel ouderen is een financiële prikkel om te verhuizen niet effectief;

die hebben ze namelijk niet nodig. Ze hebben vermogen opgebouwd met hun koopwoning. Hun maandlasten zijn laag. Waar ze tegenop zien, is de relatief hoge prijs van een kleinere woning. Wat ze niet weten, is dat ze naar de totale woonlasten moeten kijken, in plaats van alleen de hypotheeklasten. Kanttekening: dit geldt niet voor iedereen. Ouderen die verhuizen van een sociale huurwoning naar een sociale huurwoning hebben wel baat bij een financiële prikkel.

Onderzoek naar zorggeschikte woningen voor mensen met een Wlz-indicatie De Wet langdurige zorg (Wlz) is bedoeld voor inwoners die blijvend, 24 uur per dag, een intensieve zorgbehoefte hebben, zoals bij dementie of ernstige lichamelijke beperkingen. Waar zij voorheen vaak nog in instellingen woonden, verschuift het landelijke beleid naar langer thuis wonen. Dit vraagt om voldoende passende woningen, met voorzieningen zoals rolstoeltoegankelijkheid, domotica of nabijheid van zorg. In Horst aan de Maas ontbreekt nog een volledig beeld van de huidige en toekomstige behoefte voor inwoners die een Wlz-indicatie hebben. Daarom onderzoeken we samen met zorgkantoor en zorgaanbieders hoeveel inwoners met een Wlz-indicatie zelfstandig (willen) wonen en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn. Dit levert waardevolle sturingsinformatie op voor ons woonzorgbeleid en voorkomt dat we in de toekomst verkeerde of te weinig of juist te veel woningen realiseren. We onderzoeken specifiek of het beeld in de praktijk klopt dat uit het woningbehoefteonderzoek komt dat er 110 zorggeschikte woningen nodig zijn. Zorggeschikte woningen zijn rolstoelgeschikte, zelfstandige nultredenwoningen die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm. Deze woningen zijn bedoeld voor mensen met een Wlz-indicatie, die blijvend intensieve zorg thuis nodig hebben.

De resultaten uit het onderzoek gebruiken we voor de woningbouwprogrammering én onze woonzorgvisie. Zo werken we gericht aan een toekomstbestendig aanbod. Hoe doen we dit?

1. We voeren een gezamenlijke analyse uit met zorgkantoor en zorgaanbieders. 2. We brengen de huidige en toekomstige behoefte in kaart met data, prognoses en lokale kennis. 3. We gebruiken de uitkomsten voor zowel de woningbouwprogrammering als de woonzorgvisie.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

42

3.4  De opgaven: wat willen we de komende jaren bereiken? De opgaven op het gebied van wonen en zorg is duidelijk: meer woonvormen die zelfstandig wonen op leeftijd mogelijk maken. Denk aan nultredenwoningen, geclusterde woonconcepten met ontmoetingsruimtes en lichte ondersteuning. Dit thema legt de basis voor een woningvoorraad die meegroeit met de vergrijzing – die bijdraagt aan het prettig oud worden in de eigen wijk of het eigen dorp én de positieve gezondheid van inwoners.

Opgave: meer nultredenwoningen en geclusterde woonvormen Er is een grote behoefte aan nultredenwoningen en geclusterde woonvormen, terwijl het aanbod vooral bestaat uit grondgebonden gezinswoningen. We moeten meer passende woningen realiseren voor de groeiende groep ouderen.

Opgave: doorstroming bevorderen Veel ouderen wonen in een koop- of (sociale) huurwoning die niet meer aansluit bij hun huidige en toekomstige woningbehoefte. Zij verhuizen niet door een gebrek aan passende woningen (woningen met een passende prijs/kwaliteitverhouding) in de kern waar ze willen blijven wonen. Hierdoor stagneert de doorstroming en komen de koopwoningen niet beschikbaar voor starters en/of gezinnen. We moeten doorstroming op de woningmarkt stimuleren. Dit kan tot wel vijf verhuizingen leiden (zie kader).

Eén nultredenwoning: vijf verhuisbewegingen Onderzoek toont aan dat het bouwen van meer nultredenwoningen en geclusterde woonvormen de beste manier is om doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Eén nieuwe woning voor ouderen kan wel tot vijf verhuizingen leiden: zodra ouderen naar een nultredenwoning verhuizen, komt hun koopwoning vrij voor gezinnen, die hierdoor hun starterswoning achterlaten voor jongeren… En ga zo maar door.

Ter vergelijking: de bouw van een gewone rijwoning leidt gemiddeld tot 2,5 verhuizingen. Kanttekening: met alleen het bevorderen van doorstroming zijn er nog steeds onvoldoende betaalbare woningen voor starters. Dit blijkt ook uit het woningbehoefteonderzoek. De starterswoningen die vrijkomen, zijn nog steeds te duur. Betaalbare starterwoningen (zie thema 1) moeten we dus echt nieuw bouwen. Daarnaast moeten gaan we inzetten op woningdelen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

43

Opgave: samen met zorg- en maatschappelijk partners blijven innoveren zodat ouderen langer thuis kunnen wonen Het aantal ouderen en inwoners dat zorg nodig heeft groeit hard. Er is een gebrek aan personeel en middelen in de zorg. Het is van belang dat woningen zo worden ingericht en de zorg eromheen zo wordt georganiseerd, dat mensen er zo lang mogelijk kunnen blijven wonen. Dit kunnen we als gemeente niet alleen. Samenwerking met corporaties, zorgaanbieders en maatschappelijke partners is essentieel.

3.5  Sturing: hoe gaan we aan de slag met onze opgaven? ► Doorontwikkelen pre-mantelzorgbeleid Pre-mantelzorgwoningen maken het mogelijk dat mensen met een sociale relatie tijdelijk dichtbij elkaar wonen om zorg te geven of te ontvangen. Dit geldt voor mensen van 60 jaar of ouder of mensen met een voortschrijdende aandoening. We verruimen het pre-mantelzorgbeleid, bijvoorbeeld door het verruimen van de doelgroep of door de maximale duur van een vergunning aan te passen. Waarom effectief? Een ruimer pre-mantelzorgbeleid zorgt voor een versterking van informele zorg, een vermindering van de druk op formele zorgvoorzieningen en het past bij de sociale structuur van Horst aan de Maas. Het is een laagdrempelig en kosteneffectief alternatief voor zorgwoningen. Voorwaarden? Het tijdelijke karakter is belangrijk om te voorkomen dat er een permanente uitbreiding van de woningvoorraad ontstaat op plekken die daar planologisch niet voor bedoeld zijn. In andere gemeenten is hier al ervaring mee opgedaan. Bovendien leent niet elke locatie zich voor pre-mantelzorgoningen. We moeten scherp toetsen op risico’s en beperkingen als gevolg van milieuregelgeving of bijvoorbeeld spuitzones. Ook kan het toevoegen van tijdelijke woningen leiden tot infiltratieproblemen als gevolg van verdichting. Hoe doen we dit? We willen passende woonruimte dichter bij het netwerk mogelijk maken.

Dit doen we als volgt:

1. De regeling voor pre-mantelzorgwoningen gaan we verruimen. 2. We houden vast aan planologische spelregels, zoals het uitsluiten van spuitzones, maar zoeken waar meer flexibiliteit mogelijk is.

3. We zorgen voor duidelijke toetsing vooraf en handhaving achteraf om misbruik te voorkomen.

4. We communiceren helder richting inwoners en hanteren duidelijke voorwaarden bij aanvragen. Ook sturen we op de tijdelijkheid.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

44

► Toolkit We hebben de ambitie een toolkit te ontwikkelen voor partners die bij inwoners thuiskomen: dorspondersteuners, ouderenadviseurs, en partners zoals woningcorporaties en welzijnsorganisaties. Zij krijgen hiermee handvatten om met inwoners in gesprek te gaan over hun woonwensen en mogelijkheden. De toolkit bevat onder meer een verhuisvoucher (zie uitleg onder ‘Verhuisvoucher’) en een voorbeeldberekening van de toekomstige woonlasten. Door ook de toekomstige (vaak lagere) energielasten in beeld te brengen, krijgen inwoners een beter beeld van de voordelen van een verhuizing. Wij ondersteunen maatschappelijke partners die nu al verhuisgesprekken met ouderen voeren. We versterken hiermee de bestaande praktijk. Waarom effectief? De toolkit maakt doorstroming concreet en laagdrempelig. Ze helpt gesprekken te structureren, keuzes inzichtelijk te maken en inwoners in beweging te krijgen. Doordat dit lokaal en dorpsgericht gebeurt, sluit het instrument aan bij de sociale structuren van Horst aan de Maas. Dit vergroot zowel het bereik als de effectiviteit.

► Verhuisvoucher De verhuisvoucher is onderdeel van de toolkit. Met de verhuisvouchers verleiden we ouderen die in een sociale huurwoning wonen om na te denken of de huidige woning nog wel passend is en nemen we één van de drempels weg om daadwerkelijk de stap tot verhuizen te zetten. We bieden de mogelijkheid om een voucher te ontvangen voor ouderen die verhuizen van een gezinswoning in de sociale huur naar een kleinere nultredenwoning in de sociale huur. Dit instrument lijkt een financieel instrument, maar zetten we primair in als communicatief instrument. Waarom effectief? De verhuisvoucher creëert bewustwording. Veel inwoners denken te laat na over hun woonsituatie. Door deze voucher actief te promoten, worden inwoners getriggerd hier eerder over na te denken. Het instrument is bewezen succesvol in andere gemeenten. Voorwaarden? Voorwaarde is wel dat er voldoende geschikte woningen beschikbaar zijn en dat ouderen ondersteuning krijgen bij de te zetten stappen, bijvoorbeeld door een dorpsondersteuner of ouderenadviseur. In combinatie met andere maatregelen kan dit zorgen voor een vliegwieleffect op de woningmarkt. Hoe doen we dit? Met verhuisvouchers bevorderen we de doorstroming op de woningmarkt.

1. We continueren de verhuisvoucher: een tegemoetkoming van € 3.000 voor verhuiskosten, aanpassingen of dubbele lasten.

2. We koppelen de regeling aan prestatieafspraken met woningcorporaties, zodat er passende woningen beschikbaar komen.

3. We ondersteunen de uitvoering vanuit de gemeente en zorgen voor heldere

communicatie. We bereiken de doelgroep via de bewustwordingscampagne wonen en zorg, lokale kranten en welzijnspartijen.

4. We zetten de verhuisvoucher in als onderdeel van de toolkit om doorstroming te stimuleren en bewustwording te vergroten over toekomstbestendig wonen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

45

► Labelen sociale huurwoningen Labelen betekent dat een deel van de vrijkomende sociale huurwoningen specifiek wordt toegewezen aan 65-plussers of mensen met een fysieke beperking. Het gaat vaak om nultredenwoningen of geclusterde woonvormen die aansluiten bij de woningbehoefte van ouderen. In Horst aan de Maas groeit het aantal oudere woningzoekenden, maar nu vindt nog te weinig gerichte toewijzing plaats. Hierdoor wonen senioren soms in ongeschikte woningen, terwijl geschikte woningen naar andere doelgroepen gaan. Door met corporaties af te spreken dat 75% van de vrijkomende geschikte nultredenwoningen wordt gelabeld voor ouderen, stimuleren we doorstroming en verkleinen we de druk op zorgvoorzieningen. Waarom effectief? Labelen is eenvoudig uitvoerbaar en zorgt dat schaarse woningen terechtkomen bij de doelgroep die hier het meest baat bij heeft. Het instrument bevordert doorstroming en versterkt de woon- en zorgbalans. Voorwaarden? Twee voorwaarden zijn belangrijk om labelen te laten slagen: er moeten voldoende passende woningen zijn én de afspraken met corporaties moeten helder en bindend zijn. In combinatie met verhuisvouchers of inzetten van bijvoorbeeld dorpsondersteuners wordt de effectiviteit nog groter. Hoe doen we dit?

1. We maken afspraken over labelen in de prestatieafspraken met woningcorporaties. 2. We bewaken samen de verdeling, zodat schaarse woningen daadwerkelijk bij de juiste doelgroep terechtkomen.

► Bewustwordingscampagne wonen en zorg In navolging van de landelijke campagne ‘Praat vandaag over morgen’ stimuleren we ouderen en hun omgeving om tijdig na te denken over wonen en zorg op latere leeftijd. Het gesprek gaat over vragen als: blijf ik in mijn huidige woning, kies ik voor een nutredenwoning of is verhuizen verstandig? In Horst aan de Maas maken we de campagne zichtbaar via dorpsraden, lokale media en andere vrijwilligersinitiatieven. We koppelen deze bewustwording direct aan praktische hulpmiddelen, zoals de toolkit met verhuisvoucher en keuzewijzers. Ook verspreiden we de toolkit onder professionals en dorpsverbinders, zodat zij inwoners ook écht in beweging kunnen brengen.

“De campagne helpt ouderen op tijd keuzes te maken, waardoor zij vaker verhuizen naar een passende woning.”

Waarom effectief? De campagne helpt ouderen op tijd keuzes te maken, waardoor zij vaker verhuizen naar een passende woning. Dat vergroot hun zelfstandigheid en maakt tegelijkertijd woningen vrij voor andere doelgroepen. Zo draagt de campagne bij aan bewustwording én aan een toekomstbestendige woningvoorraad.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

46

► Gebiedsgericht (wijkgericht) werken De woningmarkt staat onder druk. We zien een behoefte aan nultredenwoningen voor éénen tweepersoonshuishoudens. Deze woningen zijn ook voor senioren die (in de toekomst) zorg nodig hebben. Echter staat ook de zorg onder druk. Door vergrijzing, krapte op de arbeidsmarkt en minder intramurale zorg moet we ook het zorgsysteem anders organiseren. We willen daarom nadrukkelijk inzetten op wijkgericht werken. Dit betekent dat we als gemeente – samen met partners – maatwerk leveren per dorp of wijk, afgestemd op het type inwoners en hun behoeften. Waarom effectief? Door wijkgericht te gaan werken sturen we op korte lijnen en vertrouwde contacten. Zo voorkomen we versnippering en zorgen we ervoor dat de zorg beter aansluit bij de behoeften van inwoners. Dit vergroot de herkenbaarheid voor inwoners én de slagkracht van de zorg. Uit pilots in andere gemeenten blijkt dat deze aanpak leidt tot meer samenwerking en betere informatie-uitwisseling. Voor Horst aan de Maas kan dit vooral bijdragen aan langer zelfstandig wonen van ouderen, doordat zorg, woningaanpassing en ondersteuning beter op elkaar aansluiten. Voorwaarden? De effectiviteit neemt toe wanneer de zorgaanbieders nauw samenwerken met woningcorporaties, welzijnsorganisaties en het gebiedsteam van de gemeente. Hoe doen we dit?

1. Per dorp of wijk maken we afspraken met zorgaanbieder(s). 2. We sturen op een goede samenwerking tussen de gemeente, zorgaanbieders,

woningcorporaties en andere maatschappelijke partners. De gemeente neemt samen met de drie zorgaanbieders die actief zijn in het initiatief hierin het voortouw. Per dorp of wijk maken we afspraken om maatwerk te kunnen leveren per kern.

3.6  KPI’s: hoe meten we de voortgang? De effectiviteit van instrumenten meten we aan de hand van de volgende KPI’s:

•

Minimaal 50% van alle nieuwe woningen uit de woningbouwprogrammering

•

Het wijkgericht werken met voorkeursaanbieder(s)l is uitgevoerd in de gemeente Horst

zijn nultredenwoningen. aan de Maas. Per kern werken we met één of twee voorkeursaanbieder(s) die (thuis)zorg levert.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

47

THEMA 4

Voor iedereen een thuis Huisvesting van aandachtsgroepen

Veel mensen zijn op zoek naar een plek waar ze prettig kunnen wonen. Daar zijn de andere drie thema’s in dit Volkshuisvestingsprogramma op gericht. Maar er is ook een groep die het nog moeilijker heeft op de woningmarkt. Naast jongeren en ouderen zijn dat zogenaamde ‘aandachtsgroepen’. Zij zoeken niet alleen woonruimte, maar hebben ook ondersteuning, zorg of begeleiding nodig. Een aantal van deze groepen is in de Wet regie op de volkshuisvesting aangemerkt als urgente doelgroep óf we hebben als gemeente een wettelijke taakstelling.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

48

4.1

Woningbehoefteonderzoek: wat zijn de woningbehoeften van inwoners? Wie zijn aandachtsgroepen en welke woningbehoeften hebben zij? In Horst aan de Maas vragen verschillende aandachtsgroepen om specifieke woonoplossingen. Sommige aandachtsgroepen zijn aangemerkt als urgente doelgroep. Dit zijn mensen die dringend behoefte hebben aan een woning en waarvoor elke gemeente verplicht een urgentieregeling moet opstellen. Deze aandachtsgroepen krijgen voorrang zodra sociale huurwoningen vrijkomen. Dit zijn:

• • • • • • • •

Woningzoekende mantelzorgers en woningzoekende mantelzorgontvangers. Mensen die uitstromen uit de GGZ. Mensen die uitstromen uit de Wmo of de forensische zorg. Jongeren die uit de jeugdzorg komen. Jongeren die uitstromen uit jeugddetentie. (Dreigend) daklozen. Mensen die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld of mensenhandel. Stoppende sekswerkers.

De toewijzing van woningen aan deze aandachtsgroepen met urgentie wordt geregeld in de Huisvestingsverordening. Omdat veel doelgroepen recent nieuw gedefinieerd zijn door het Rijk zijn hier weinig ervaringscijfers van bekend. Het gaat naar verwachting om enkele tientallen mensen op jaarbasis in Horst aan de Maas.

“Waar we een wettelijke taak hebben vauit een hogere overheid, pakken we die op. Als wettelijke verplichtingen veranderen, herzien we onze aanpak.”

Naast deze aandachtsgroepen met urgentie, onderscheidt de wet ook aandachtsgroepen waarvoor urgentie niet verplicht is.

•

In onze regio werken en wonen veel arbeidsmigranten. We hebben in 2025 in onze gemeente ongeveer 4.100 bedden vergund verspreid over 143 huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Het aantal arbeidsmigranten dat daadwerkelijk in onze gemeente verblijft, is niet exact in beeld omdat met name de groep die hier korte tijd verblijft zich niet altijd registreert. De groep arbeidsmigranten bestaat deels uit mensen die hier tijdelijk willen werken om te sparen voor een toekomst in eigen land, de short stay arbeidsmigranten. En een deel van deze groep kiest ervoor om zich hier permanent te gaan vestigen en hier een toekomst op te bouwen. Deze laatste groep noemen we ook wel de long stay arbeidsmigranten. Deze groep kiest voor een reguliere huur- of koopwoning in onze dorpen. Met de groep die zich hier wil vestigen houden we rekening in de huishoudensprognose en de woningbehoefte zoals opgenomen bij ‘Woningbouw’.

•

Statushouders hebben een betaalbare woning nodig om een nieuwe start te maken, vaak met extra ondersteuning om te wennen in de samenleving. De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar hoeveel statushouders gemeenten een plaats moeten geven om te wonen. Voor Horst aan de Maas was de taakstelling in het eerste half jaar van 2025 36 personen en de tweede helft van 2025 32 personen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

49

•

Voor Oekraïense vluchtelingen gaat het nu veelal om tijdelijke en flexibele woonruimte, waarbij een deel op termijn doorstroomt naar reguliere huisvesting. Op basis van het woonbehoefteonderzoek zijn dit ongeveer 245 huishoudens in Horst aan de Maas.

•

Daarnaast is er een relatief kleine groep studenten, die meestal kleine, betaalbare woningen of kamers zoeken, dichtbij voorzieningen en openbaar vervoer. Vaak gaat het om tijdelijke huisvesting. Omdat er in Horst aan de Maas geen universiteiten en hogescholen zijn gevestigd is dit voor onze gemeente geen aandachtsgroep waar we in het Volkshuisvestingsprogramma op inzetten.

•

Tot slot zijn er de woonwagenbewoners, voor wie woonwagenbewoning meer is dan huisvesting alleen: het is een erkende cultuurvorm. Voor deze doelgroep is het belangrijk dat voldoende standplaatsen beschikbaar zijn en dat gemeentelijk beleid hun culturele identiteit faciliteert en beschermt. In Horst aan de Maas zijn er op dit moment 12 standplaatsen verdeeld over vier locaties. Er is een actuele behoefte aan 13 aanvullende woonwagenstandplaatsen.

Aan welke woningen hebben aandachtsgroepen behoefte? De diversiteit in aandachtsgroepen is groot. Dit betekent ook dat de vraag naar woningen divers is.

•

Voor veel aandachtsgroepen past een kleine, betaalbare sociale huurwoning (50 tot 60

•

Voor een deel van de doelgroep, waar zorg nodig is, is een geclusterde woning met

•

Woonwagenbewoners hebben een specifieke woonwens vanwege hun culturele

•

Veel statushouders, Oekraïense vluchtelingen en arbeidsmigranten wonen nu in tijdelijke

m2, onder de aftoppingsgrens). toegang tot laagdrempelige ondersteuning wenselijk. identiteit. Zij willen graag wonen in familieverband, in een woonwagen. grotere opvanglocaties. Uiteindelijk willen de mensen die zich hier permanent willen vestigen, verhuizen naar een ‘gewone’ woning.

•

4.2

In de woningbouwprogrammering zetten we in op woningen geschikt voor éénen tweepersoonshuishoudens.

Participatie: wat vinden inwoners en partners belangrijk? •

Woningcorporaties en inwoners maken zich zorgen over een groeiende groep aandachtsgroepen. Deze groep wordt steeds groter en is vaak afhankelijk van een sociale huurwoning. De concentratie van deze aandachtsgroepen in wijken kan leefbaarheidsproblemen tot gevolg hebben.

•

Inwoners vinden dat er niet zomaar voorrang gegeven mag worden aan aandachtsgroepen, omdat hiermee de regulier woningzoekenden verdrongen worden.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

50

4.3  Onze beleidskeuzes: waarom en hoe willen we sturen op huisvesting voor aandachtsgroepen? Stel je voor: Marieke is 28 en woont al jaren in een beschermde woonvorm vanwege psychische problemen. Met steun van begeleiders heeft ze enorme stappen gezet: ze werkt weer een paar dagen per week en voelt zich klaar om zelfstandig te wonen. Haar begeleiders zijn het ermee eens: een eigen woning zou de volgende belangrijke stap zijn in haar herstel. Maar er is één probleem: er is geen passende woning beschikbaar. Daardoor moet Marieke in de instelling blijven, terwijl ze daar eigenlijk geen plek meer nodig heeft. Voor haar voelt dit als stilstaan, en tegelijk blijft een woning in de zorg bezet die iemand anders hard nodig heeft. Voor mensen die uitstromen uit de zorg, zoals Marieke, is een woning méér dan stenen. Het is een kans om verder te bouwen aan hun leven, zelfstandig keuzes te maken en mee te doen in de samenleving. Zonder die stap stokt hun vooruitgang én loopt de druk op zorgvoorzieningen onnodig op.

Zo nemen we regie op voldoende woningen voor aandachtsgroepen We nemen onze verantwoordelijkheid en zorgen dat aandachtsgroepen een passende woning toegewezen krijgen als dat echt nodig is of wanneer de wet dit voorschrijft. Gelijktijdig houden we rekening met de grote vraag van regulier woningzoekenden zodat verdringing voorkomen wordt.

•

We zetten maatregelen alleen in voor de meest urgente situaties of als de wet

•

We wijzen woningen voor aandachtsgroepen alleen toe waar dat echt nodig is

dit voorschrijft. of wanneer de wet dit voorschrijft. Zo voorkomen we verdringing van reguliere woningzoekenden en blijft de maatregel effectief voor de meest urgente situaties.

•

Bij de uitvoering van het beleid bewaken we steeds de balans met reguliere woningzoekenden. Aandachtsgroepen krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben, maar dit mag niet ten koste gaan van de brede toegankelijkheid van de woningmarkt. Zo zorgen we voor draagvlak en een eerlijke verdeling van woningen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

51

•

We volgen nauwgezet de instroom en de feitelijke urgentievraag van aandachtsgroepen. Op basis van deze gegevens besluiten we of aanvullende maatregelen nodig zijn. Dit maakt het beleid flexibel en gebaseerd op feiten in plaats van aannames.

•

Samen met de gemeenten in de regio maken we duidelijke en eerlijke afspraken over een evenwichtige verdeling. Zo neemt iedere gemeente een passend aandeel in de huisvesting van aandachtsgroepen. Dit voorkomt scheve verhoudingen en versterkt de solidariteit in de regio.

4.4  De opgaven: wat willen we de komende jaren bereiken? De groep kwetsbare mensen die snel een passende woning nodig heeft, groeit. Tegelijkertijd is er een tekort aan sociale huurwoningen. Hierdoor moeten aandachtsgroepen vaak lang – langer dan wenselijk – wachten op een woning. Tegelijkertijd willen we voorkomen dat aandachtsgroepen en ‘gewone’ woningzoekenden met elkaar concurreren op de woningmarkt.

Opgave: Passende woonruimte voor aandachtsgroepen We zorgen voor voldoende, passende woningen voor aandachtsgroepen.

4.5  Sturing: hoe gaan we aan de slag met onze opgaven? ► Woonwagenbeleid Sinds 2023 heeft de gemeente Horst aan de Maas een nieuw woonwagenbeleid. Dit beleid erkent woonwagenbewoning als cultuurvorm en biedt duidelijke spelregels. We voegen standplaatsen toe op basis van de lokale concrete behoefte. Standplaatsen wijzen we toe op basis van urgentie, binding en gezinssituatie. Dit gebeurt open en eerlijk, samen met woningcorporaties en families. Goede communicatie en participatie met bewoners en omwonenden is essentieel. Ook dit maakt deel uit van onze aanpak. Zo ontstaat duidelijkheid en draagvlak.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

52

Waarom effectief? Met dit beleid zorgen we voor meer plekken en betere woonomstandigheden. We verkorten wachtlijsten en verbeteren het leefklimaat op en om de woonwagenlocaties. Zo bieden we een toekomstbestendige oplossing voor bewoners én de omgeving. Lees hier het complete woonwagenbeleid van de gemeente Horst aan de Maas »

► Woonkans Het hebben van een eigen thuis is van essentieel belang. Zeker voor kwetsbare inwoners die bijvoorbeeld lange tijd in een beschermde woonomgeving hebben verbleven, is een veilige en prettige woning de eerste stap (terug) naar zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Om in te kunnen spelen op de individuele behoeften op het gebied van wonen, vindt er in Noorden Midden-Limburg onder de naam ‘Woonkans’ een nauwe samenwerking plaats tussen gemeenten, zorgverleners en woningcorporaties. Woonkans helpt bij het vinden van de beste match tussen inwoner en woning. We zorgen dat iemand niet alleen een huis krijgt, maar ook de juiste ondersteuning. Een belangrijk deel van de aandachtsgroepen waarvoor we een verplichte urgentieregeling ingesteld moet worden, wordt op deze wijze reeds geholpen. Waarom effectief? Woonkans heeft zich bewezen als effectief instrument om snel schrijnende situaties op te lossen. Woonkans voorkomt dat mensen tussen wal en schip vallen. Het biedt snelle oplossingen voor schrijnende situaties en vergroot de kans op herstel en participatie. Door maatwerk en begeleiding houden we ook draagvlak in de buurt en balans voor reguliere woningzoekenden.

► Huisvestingsverordening Met de Huisvestingsverordening regelt de gemeente wie urgentie en voorrang krijgt bij de toewijzing van sociale huurwoningen. De doelgroepen waarvoor een verplichte urgentieregeling ingesteld moet worden, worden hier allemaal in opgenomen. De reeds bestaande afspraken binnen Woonkans worden in de verordening overgenomen. Aanvullend aan de wettelijk verplichte groepen, wordt er urgentie voor sociaal urgenten, statushouders en mensen die hun sociale huurwoning moeten verlaten vanwege grootschalige renovatie of sloop (herstructureringsurgenten) opgenomen. De gemeente stelt voor al deze doelgroepen duidelijke criteria en een transparante procedure op, in samenwerking met corporaties en zorg- en welzijnspartijen. We werken toe naar een verordening die voor de hele regio gelijk is, zodat het voor alle inwoners in de regio duidelijk en eenduidig is. We hanteren dezelfde definities, en urgentie of voorrang wordt verleend op basis van dezelfde criteria. Ook maken we in de regio afspraken over een signaalwaarde voor het deel van de sociale huurwoningen dat wordt toegewezen aan aandachtsgroepen. Als deze waarde structureel overschreden wordt maken we zowel regionaal als lokaal afspraken om te zorgen dat verdringing van regulier woningzoekenden wordt voorkomen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

53

Waarom effectief? De huisvestingsverordening maakt gerichte sturing mogelijk bij schaarse woningen. Het helpt kwetsbare groepen sneller aan een woning en vermindert druk op opvang en zorg. Bovendien versterkt het de lokale binding en draagt het bij aan een evenwichtige woningmarkt. Voorwaarden? Een Huisvestingsverordening vraagt wel zorgvuldige afstemming en handhaving. Het is een complex juridisch instrument. Een Huisvestingsverordening voor onze gemeente is in de maak. Deze wordt in 2026 ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.

► Prestatieafspraken Zie thema 2.

► Fairshare afspraken in de regio Binnen de regio is de opvang en huisvesting van aandachtsgroepen, zoals arbeidsmigranten, uitstroom zorg en mensen uit de maatschappelijke opvang, niet gelijk verdeeld. Sommige gemeenten dragen structureel meer bij dan andere, waardoor de druk ongelijk wordt verdeeld. Om dit te verbeteren, willen we regionaal fairshare-afspraken maken. Dat betekent dat iedere gemeente een eerlijk aandeel aandachtsgroepen opvangt en dat dit aandeel aansluit bij de lokale situatie en mogelijkheden. Zo ontstaat er meer balans tussen gemeenten en wordt voorkomen dat de verantwoordelijkheid bij slechts enkele gemeenten terechtkomt. Met duidelijke afspraken in regionaal verband, zorgen we voor een evenwichtige verdeling en meer draagvlak onder inwoners. Waarom effectief? Fairshare-afspraken zorgen voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid, vergroten het draagvlak en verminderen de druk op individuele gemeenten, waardoor de huisvesting van aandachtsgroepen toekomstbestendiger wordt.

4.6

KPI’s: hoe meten we de voortgang? De effectiviteit van instrumenten meten we aan de hand van de volgende KPI:

•

Inwoners met urgentie krijgen binnen zes maanden een passende woning toegewezen.

VOLKSHUISVESTINGSPROGRAMMA

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16089792/1