CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-omgevingsvisie toelichting uitwerking

Gemeenteraad 18 maart 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Thema: Concept-Omgevingsvisie.20.593 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Concept Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 - toelichting en uitwerking

Gemeente Horst aan de Maas LOS · ruimte maak je samen

horstaandemaas.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1.1 Wat is een omgevingsvisie? 1.2 Het proces 1.3 Leeswijzer

2

Hier gaan we voor

5

4

Visiekaart

85

5 7 8

5

Visie op de gebieden

87

6

Relatie met de OER

89

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Wonen en werken 89 Bereikbaarheid 90 Gezonde en veilige leefomgeving 90 Bescherming ondergrond en bovengrond 90 Natuurkwaliteit 91 Energie en circulariteit 91 Klimaat 91

11

2.1 Wonen, ondernemen en gezonde leefomgeving zijn in balans 11 2.2 Water en bodem worden mede sturend 12 2.3 Kwaliteit landschap wordt mede sturend 13 2.4 Samenvatting 14

3

Toelichting en uitwerking van onze visie 19

3.1 De leefomgeving is gezond en veilig 21 3.2 Woningen en voorzieningen naar behoefte 29 Cultuurhistorie van de 16 kerkdorpen 39 3.3 De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving 49 3.4 Toekomstbestendige agrarische sector 57 3.5 Een sterk toeristisch-recreatief profiel voor rust- en plezierzoekers 65 3.6 Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed 71 3.7 Horst aan de Maas is groen en duurzaam 75 3.8 Onze mobiliteit is op orde 82

7

Uitvoeringsprogramma

93

7.1 7.2 7.3 7.4

De uitvoering Omgevingsprogramma’s Omgevingsplan Kostenverhaal

93 93 95 96

8

Definitielijst

99

Laatst gewijzigd: 17/03/2025 Opdrachtgever: Gemeente Horst aan de Maas Opsteller: LOS · ruimte maak je samen

2 3

1 Inleiding Voor u ligt de ‘concept omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040’. Hierin stellen wij voor hoe en waar wij over 15 jaar wonen, werken, ondernemen, ontmoeten, spelen en recreëren binnen onze gemeentegrenzen. Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bouwen wij aan de toekomst van onze mooie gemeente. Ook het maken van deze ambitieuze toekomstvisie (de omgevingsvisie) doen we samen!

1.1

Wat is een omgevingsvisie?

Een omgevingsvisie is een integrale strategische visie voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie beschrijven we als gemeente wat onze doelen zijn voor de lange termijn: hoe zorgen we voor een gezonde leefomgeving? Waar kunnen we woningen bouwen? Hoe komen we samen tot een toekomstbestendige agrarische sector? Hoe willen we dat onze economie zich ontwikkelt? En hoe willen we dat het landschap er over vijftien jaar uitziet? Een omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en de bijbehorende keuzes vanuit een integrale blik. De omgevingsvisie is één van de instrumenten uit de Omgevingswet. Als gemeente werken we

de omgevingsvisie uit in omgevingsprogramma’s zowel themagericht als gebiedsgericht. In een omgevingsprogramma staat hoe we bepaalde doelen willen realiseren. In het omgevingsplan vertalen we de doelen waar nodig naar regels. Zo werken we van globaal en strategisch naar concreet en dichtbij. Een omgevingsvisie is bindend voor ons als gemeente zelf. Als we een project willen realiseren of een plan van inwoners willen toetsen, moeten we rekening houden met de doelen die we in de omgevingsvisie hebben opgenomen. De gemeenteraad kan de doelen van de omgevingsvisie aanpassen en beslissen om van de doelen af te wijken. Dat geeft duidelijkheid en richting voor de toekomst. De omgevingsvisie is echter niet in beton gegoten. Voor inwoners en ondernemers heeft de omgevingsvisie niet directe invloed. Bestaande rechten in het omgevingsplan (het vroegere bestemmingsplan) worden door een omgevingsvisie niet gewijzigd. Op toekomstplannen van inwoners en ondernemers heeft de omgevingsvisie wel invloed. Initiatieven of wijzigingen moeten passen in de doelen van de omgevingsvisie. In de hoofdstukken 2 en 3 gaan we hier dieper op in.

4 5

1.2

Het proces

De gemeenteraad van Horst aan de Maas heeft het college van burgemeester en wethouders de opdracht gegeven om een omgevingsvisie met ambitie op te stellen. De raad verzoekt het college daarbij om: • in lijn met de bedoeling van de Omgevingswet te werken. • met de raad te overleggen over voortgang, inhoud en kaders van de omgevingsvisie. • inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners, ketenpartners te betrekken. • de omgevingsvisie uiterlijk 1 januari 2026 ter vaststelling voor te leggen. In lijn met deze motie is in het hoofdlijnenakkoord afgesproken een ambitieuze en richtinggevende omgevingsvisie te maken. Daarin is de ambitie opgenomen om te werken aan een gezonde en duurzame leefomgeving waarin we gezondheid en welzijn van inwoners, milieu, natuur en het landschap beschermen. De omgevingsvisie geeft hiermee richting aan ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Vanuit onze ambitie om de Gezondste Regio van Europa te worden, leggen we de lat hoog. Waar nodig hoger dan het wettelijk minimum. Bovendien hanteren we onder andere het voorzorgbeginsel door bijvoorbeeld proportionele maatregelen te nemen om risico’s te beperken. Voordat we aan deze ambitieuze omgevingsvisie begonnen, heeft een traject gelopen om een beleidsneutrale omgevingsvisie op te stellen. De raad besloot echter deze beleidsneutrale omgevingsvi-

sie niet vast te stellen en gaf een nieuwe opdracht voor een omgevingsvisie met meer ambitie. De startnotitie (januari 2023) beschrijft de positie van de omgevingsvisie ten aanzien van lopende projecten en actueel beleid; alle tussenproducten; en het plan van aanpak met het uit te voeren proces. Vervolgens stelde de gemeenteraad in juli 2023 de uitgangspuntennotitie vast. Hierin staan de kwaliteiten van Horst aan de Maas beschreven, die een belangrijke basis vormen voor de identiteit van de gemeente. Daarnaast zijn de opgaven vastgelegd. In september 2023 gingen de gesprekken over Horst aan de Maas 2040 van start. Er is gesproken met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, andere bestuursorganen, ambtenaren, het college en de raad. Met inbreng van al deze belanghebbenden is een koers voorgesteld voor Horst aan de Maas. Een koers die de weg naar 2040 uitstippelt en de basis vormt voor verdere uitwerking van de omgevingsvisie. De koers geeft vorm aan het toekomstbeeld voor Horst aan de Maas. In juni 2024 was het concept Koersdocument klaar. De concept omgevingsvisie die u nu in handen hebt, bouwt voort op de startnotitie, de uitgangspuntennotitie (en kaartenatlas), het concept Koersdocument en de reacties die we hebben verzameld op elk van deze documenten. Op basis van deze concept omgevingsvi-

6 7

sie en de reacties die we ophalen tijdens de participatieweek, werken we verder naar de definitieve omgevingsvisie. Om tot de concept omgevingsvisie te komen hebben we in elke fase ingezet op participatie met de samenleving. Dit varieert van uitgebreide enquêtes, interviews, groepsgesprekken en werksessies tot bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en ketenpartners, maar ook met de raad, het college en de kinderraad. Het schema op de volgende pagina’s laat zien welke participatiestappen we doorlopen hebben in welke fase. Meer informatie vindt u op de website www.horstaandemaas2040.nl. Hier vindt u ook de onderzoeksrapporten van de twee enquêtes.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 staat waar we voor gaan. Ons leidende principe is brede welvaart. Het is de kapstok waar we alle verdere keuzes aan ophangen. Andere belangrijke uitgangspunten zijn dat de kwaliteit van het landschap en het bodem- en watersysteem mede sturend zijn voor onze keuzes. In hoofdstuk 3 werken we de visie en bijbehorende keuzes uit. Daarna volgt in hoofdstuk 4 de visiekaart: hierin zijn de belangrijkste keuzes uit hoofdstuk 3 verwerkt.

In hoofdstuk 5 delen we de gemeente Horst aan de Maas op in vijf deelgebieden: • Natuurgebied De Peel en de Peelbuffer. • Recreatielandschap De Peelbergen. • Het veelzijdige zandlandschap. • Innovatief economisch cluster Greenport. • Maasgebied: binnen- en buitendijks. In hoofdstuk 6 leggen we de link met de Omgevingseffectrapportage (OER). Daarin wordt onderbouwd wat de effecten op de leefomgeving zijn. Door deze effecten tijdens het proces steeds mee te nemen, is het mogelijk om steeds beter onderbouwde keuzes te maken. In hoofdstuk 7 maken we een eerste aanzet voor het uitvoeringsprogramma. We gaan hier specifiek in op de vraag hoe we de gewenste ruimtelijke koers op de lange termijn kunnen realiseren. Hiervoor gaan we gebruik maken van een aantal instrumenten, namelijk omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en kostenverhaal. In deze concept omgevingsvisie geven we vooral een toelichting op wat we met deze verschillende instrumenten kunnen regelen en hoe we het willen aanpakken. Tot slot volgt de definitielijst met een uitleg van moeilijke en/of vakspecifieke begrippen.

8 9

2 Hier gaan we voor Onze ambitie In 2040 zijn we een groene, gezonde woongemeente met een duurzame, schone en innovatieve economie en agrarische sector, een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Zowel gezondheid, groen, economie als wonen is belangrijk voor de toekomst van onze gemeente. Ze horen bij onze cultuur en bij onze identiteit. Ze dragen bij aan onze welvaart en de kwaliteit van onze woon- en leefomgeving. Brede welvaart en positieve gezondheid vormen het kompas voor het creëren van een gezonde leefomgeving: • Kwaliteit van leven bevorderen van de inwoners (brede welvaart). • Gericht op welbevinden van de mens (zes dimensies van positieve gezondheid). In Horst aan de Maas is sprake van een relatief hoge brede welvaart. We hebben een goede basiskwaliteit van wonen, leven en werken in Horst aan de Maas waar veel mensen tevreden over zijn. Om dit zo te houden in de toekomst moeten we keuzes maken, keuzes die we in deze Omgevingsvisie verder uitwerken en toelichten.

2.1 Wonen, ondernemen en gezonde leefomgeving zijn in balans Ons leidende principe is dat wonen, ondernemen en een gezonde leefomgeving in balans zijn. Dat is meetbaar op gemeentelijk niveau op de aspecten van brede welvaart. Dat is voelbaar voor de inwoner als positieve gezondheid. We denken dus vanuit onze inwoners bij het maken van ruimtelijke keuzes. Bij het maken van ruimtelijke keuzes willen we de totale kwaliteit van leven versterken. Dit omvat niet alleen de economie, maar ook de gezondheid, het onderwijsniveau, de hechtheid van de samenleving, de toegankelijkheid van voorzieningen en vele andere aspecten. Door brede welvaart als toetssteen te gebruiken, stimuleren we integraal werken. Het gedachtegoed van positieve gezondheid is gebaseerd op hoe iemand de eigen gezondheid beleeft. ‘Dit is van veel factoren afhankelijk: hoe iemand zich voelt in de buurt, of er regie over het eigen leven is, of een mens zich eenzaam voelt, of ie-

10 11

mand lichamelijk actief is of niet, en wat de eet- en drinkgewoontes zijn.’ (Slimme en gezonde stad, Huber et al., 2011). Naast factoren van binnenuit (biologische factoren, gedrag en leefstijl), hebben factoren van buitenaf (gezonde leefomgeving) effect op het welbevinden van de mens. Het bevorderen van een gezonde leefomgeving is een wisselwerking van zowel het inrichten van de fysieke als de sociaaleconomische leefomgeving.

Effect op ruimtelijke keuzes Brede welvaart en positieve gezondheid zijn overkoepelende thema’s met consequenties voor andere thema’s in de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet stimuleert ons bovendien om bij het afwegen van toekomstige keuzes het welbevinden van de mens expliciet mee te nemen. Zo is het een belangrijk sturend middel bij locatiekeuzes voor wonen en werken. Bij de inrichting van de fysieke leefomgeving richten we ons op gezond gedrag, ontmoetingen, veiligheid, toegankelijkheid en klimaatadaptatie. Bij nieuwe ontwikkelingen rond de dorpen letten we kritisch op de milieueffecten.

2.3 Kwaliteit landschap wordt mede sturend

Bij (her)ontwikkelingen benutten we kansen om de leefomgeving gezonder te maken. Door in te zetten op een duurzame economie en duurzame woningbouw passen we functies in de toekomst eenvoudiger in elkaar. De inzet op energieonafhankelijkheid en energiezekerheid dragen bij aan een brede welvaart. En door soms te kiezen voor een striktere ruimtelijke scheiding tussen functies bevorderen we eveneens een gezonde leefomgeving voor onze inwoners. Een gezonde leefomgeving komt terug in: • Toekomstige woningbouwlocaties (zie 3.1.2). • De inrichting van de openbare ruimte (3.1.3). • Het stimuleren van fietsen en wandelen (3.1.4). • De gezonde ontwikkelzones rond dorpen (3.1.5). • Een gezondere en veiligere leefomgeving (3.1.6). • Bereikbaarheid en nabijheid voorzieningen (3.2.7). • Duurzame en circulaire bedrijventerreinen (3.3.4).

De afgelopen eeuw hebben we de natuurlijke omgeving aangepast aan onze behoeften, met technische maatregelen in stedelijke en landelijke gebieden. Hierdoor is de agrarische sector minder afhankelijk geworden van de bodem. In de toekomst willen we de meest vruchtbare gronden blijven inzetten voor grondgebonden landbouw, zodat deze duurzaam behouden blijft. Het bodemsysteem speelt hierin een mede sturende rol. We zijn ons ervan bewust dat voor agrariërs ook andere criteria (mede) sturend zijn zoals de beschikbaarheid van water of arbeidskrachten.

2.2 Water en bodem worden mede sturend

Water- en bodemsysteem komt terug in: • Toekomstige woningbouwlocaties (zie 3.2.6). • Toekomstperspectief voor agrariërs (zie 3.4.3). • De inrichting van beekdalen, natte natuurparels, Maasuiterwaarden en natuurbuffers (zie 3.7). • De kwaliteit van water en bodem (zie 3.7).

We houden rekening met het water- en bodemsysteem, nu en in de toekomst. Het water- en bodemsysteem wordt in de toekomst belangrijk bij ruimtelijke keuzes, niet om woningbouw of economie te beperken, maar om de beste locaties te bepalen. Dit helpt om extremen in neerslag en droogte beter op te vangen, schade te voorkomen en bij te dragen aan een gezondere leefomgeving en hogere biodiversiteit.

Ons gevarieerde en waardevolle landschap is belangrijk voor wonen, recreatie, biodiversiteit en het welzijn van onze inwoners. Daarmee dragen de landschappen, het cultuurhistorisch erfgoed en de natuurlijke rijkdom sterk bij aan de brede welvaart in onze gemeente. We streven ernaar onze landschappen op lange termijn sterk en herkenbaar te houden en sturen hierop bij toekomstige inrichting. De kwaliteit van het landschap komt terug in: • Toekomstige woningbouwlocaties (zie 3.2.6). • De ruimtelijke randvoorwaarden bij groei en doorontwikkeling van de agrarische sector (3.4.3). • Wisselwerking recreatie en landschap (3.5). • Herkenbare landschappen (3.6). • De inrichting van beekdalen, Maasuiterwaarden en natuurbuffers (3.7). • Duurzame bedrijventerreinen (zie 3.3.4).

12 13

2.4

Samenvatting

In deze omgevingsvisie schetsen wij een toekomstbeeld waar wij naar toe willen bewegen. We vertellen wat we willen bereiken en waarom. Als gemeente kunnen en willen we dit niet alleen doen. Bedrijven en inwoners zullen deze visie mede mogelijk moeten maken. De gemeente zal vanuit verschillende rollen (stimuleren, regisseren, perspectief bieden, regels stellen en handhaven, en ook volgen van initiatiefnemers) mede uitvoering geven aan het realiseren van deze omgevingsvisie. In nog te bepalen en op te stellen omgevings-programma’s werken we als gemeente samen met partijen uit hoe we daar willen komen. Haalbaarheid en realiseerbaarheid werken we aan de hand van nog te bepalen gebieden en thema’s verder uit. Een voorbeeld van een gebiedsgericht programma is Vitaal Platteland of Herstructurering bedrijventerreinen. Een voorbeeld van een thematisch gericht programma is Volks-huisvestingsprogramma of een Energie- en Duurzaamheidsprogramma. In de kern komen de keuzes van deze Omgevingsvisie op het volgende neer: • We ontwikkelen en verbeteren een gezonde leefomgeving, waarbij we differentiëren per gebied. • We willen wonen concentreren in en rondom de kernen, die we vitaal willen houden. • We stimuleren kwalitatieve economische groei. • We willen toekomstperspectief voor agra-

riërs en daaraan gerelateerde bedrijvigheid. • We willen ons profiel van VTE versterken. • We versterken groen-blauwstructuren binnen en buiten de kernen, en vooral nabij natuur(gebieden).

We ontwikkelen en verbeteren een gezonde leefomgeving, we differentiëren per gebied. Rondom de dorpskernen willen we een gezonde leefomgeving stimuleren en versterken. Dat betekent dat elke ontwikkeling die een verbetering geeft van de gezonde leefomgeving positief zal worden benaderd. Een gezonde leefomgeving is groener en bio-divers, en nodigt uit tot bewegen en recreëren. Er is ruimte voor ontwikkeling van bedrijven als dit een verbetering geeft van de gezonde leefomgeving.

We willen wonen concentreren in en rondom de kernen, die we vitaal willen houden. Dat doen we door inbreiden en uitbreiden van de woonkernen met een gevarieerd aanbod van woningen die passen bij de lokale behoefte. We bouwen een beetje extra om de druk van de regio Eindhoven en Nijmegen, die nu al voelbaar is, deels op te vangen. De belangrijkste groeigebieden zijn te vinden rondom de kern Horst en Sevenum. We zullen ook gestapeld gaan bouwen. Dit past bij meer variatie in aanbod, en biedt meer ruimte om in de openbare ruimte te vergroenen en water op te kunnen vangen. Een groene openbare ruimte stimuleert ook bewegen en ontmoeten. Zorg en voorzieningen willen we zoveel mogelijk in de dorpskernen faciliteren. Daar waar dat voor de kwaliteit nodig is clusteren we voorzieningen.

We stimuleren kwalitatieve economische groei. We leggen de focus op lokale bedrijven. Twee belangrijke pijlers zijn de agribusiness (agrofood en agrotech), en de Vrije Tijd Economie (VTE). De zorg is een groeiende sector die we vooral in de dorpskernen ruimte willen geven. Onze economie kan niet zonder arbeidsmigranten, in heel veel sectoren. We zullen hier aandacht aan moeten blijven geven. De ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen is beperkt. Op de Klavers zijn nog mogelijkheden in de periode dat deze omgevingsvisie loopt. We willen verduurzaming en circulariteit stimuleren. Voor bedrijven is het energievraagstuk belangrijk. In de combinatie van vraagstukken ligt het voor de hand om een integrale aanpak voor bedrijven-terreinen op te zetten samen met de sector en dit vorm te geven in een omgevingsprogramma. Het OV-knooppunt rondom het station HorstSevenum willen we versterken door een leer-werkleef omgeving verder te ontwikkelen.

We willen toekomstperspectief voor agrariërs. De agribusiness is van oudsher een belangrijke sector voor de gemeente Horst aan de Maas. We willen een diverse en toekomstbestendige agrarische sector. Waar mogelijk willen we kringlopen sluiten. We willen verder verduurzamen en emissies verminderen. We willen ruimte geven voor intensiveren door op andere plaatsen te extensiveren. Heel veel initiatief ligt ook bij de sector. Als gemeente willen we samen met de sector integraal samenwerken in een omgevingsprogramma Vitaal Platteland.

14 15

• Recreatielandschap De Peelbergen: • Intensieve recreatie en Hippisch. • Cultuurhistorisch Landschap

We willen ons profiel van Vrije Tijd Economie (VTE) versterken. We concentreren toerisme voor de plezierzoekers in het gebied de Peelbergen. Voor de rustzoekers zetten we in op spreiding van activiteiten en mogelijkheden. Hierbij benutten we een belangrijke kwaliteit van Horst aan de Maas, namelijk de veelheid aan (cultuurhistorische) waardevolle landschappen. We willen de mooie omgevingen toegankelijk maken en uitnodigen tot bewegen en beleven.

We versterken groen-blauwstructuren. Water- en bodemkwaliteit zijn belangrijk. Zonder schoon water en een gezonde bodem gaat de natuur en de biodiversiteit achteruit, wordt het milieu slechter, en wordt landbouw op termijn moeilijker. We sturen op de juiste functies op de juiste plek. We hebben natuurlijk de Peel en mooie beeklopen waar we de natuur willen versterken. Bij de Peel hebben we een bufferzone gericht op verbeteren van de natuur en de gezonde leefomgeving. Recreatie in natuurgebieden spreiden we zoveel mogelijk. We sturen de recreantenstromen met behulp van de Eikpunten en routestructuren.

We differentiëren per gebied. Dit zijn de belangrijkste functies per gebied: • Natuurgebied De Peel en de Peelbuffer: • Natuur/Groen • Water • Cultuurhistorisch Landschap • Recreatie Extensief • Agrarisch Laagproductief

Het Maasgebied:

Wonen Agrarisch Natuur/groen Cultuurhistorisch landschap Recreatie (kleinschalig) Water (in de beekdalen) Natuur/groen Water Cultuurhistorisch landschap Recreatie ( extensief) Agrarisch (extensief)

binnen- en buitendijks

Het veelzijdige zandlandschap

Natuurgebied de Peel

• Innovatief economisch cluster Greenport: • Economie • Agrarisch (hoogproductief)

Innovatief economisch cluster Greenport

en de Peelbuffer

Recreatielandschap de Peelbergen

• Het veelzijdige zandlandschap: • Wonen in de Dorpen • Agrarisch • Natuur/Groen • Cultuurhistorisch Landschap • Recreatie (kleinschalig) • Water (in de beekdalen)

Economie Agrarisch

Wonen Agrarisch Natuur/groen Cultuurhistorisch landschap Recreatie (netwerk kleinschalige initiatieven)

• Maasgebied: buitendijks: • Water (hoogwaterveiligheid) • Natuur/Groen • Cultuurhistorisch Landschap • Agrarisch (laagproductief) • Recreatie extensief • Maasgebied: binnendijks: • Wonen in de Dorpen • Agrarisch • Natuur/Groen • Cultuurhistorisch Landschap • Recreatie (netwerk, kleinschalige initiatieven)

Vrijetijdseconomie (Cultuurhistorisch) landschap

16 17

3 Toelichting en uitwerking van onze visie In dit hoofdstuk beschrijven we onze visie per thema. Ook al is dit hoofdstuk thematisch geordend, de gebiedsgerichte integrale aanpak is eveneens verwerkt. Bij onze ambitie in hoofdstuk 2 horen keuzes om de ambitie waar te kunnen maken. Die hebben we in dit hoofdstuk uitgewerkt. Dit zijn de thema’s en keuzes: • 3.1 De leefomgeving is gezond en veilig. • 3.2 Woningen en voorzieningen naar behoefte. • 3.3 De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving. • 3.4 Toekomstbestendige agrarische sector. • 3.5 Een sterk toeristisch-recreatief profiel voor rust en plezierzoekers. • 3.6 Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed. • 3.7 Horst aan de Maas is groen en duurzaam. • 3.8 Onze mobiliteit is op orde.

18 19

3.1 De leefomgeving is gezond en veilig Ambitie/doel In 2040 zijn we een gezonde en veilige gemeente waar iedereen kan wonen, werken, ondernemen, sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige, veilige omgeving. Daarvoor en ook voor de klimaatbestendigheid leggen we extra groen en waterbergingen aan. We bevorderen brede welvaart en een gezonde levensstijl. Daarbij gaan we uit van positieve gezondheid: niet iemands ziekte centraal stellen, maar preventie en wat mensen wél kunnen, ook als ze een beperking hebben. We kiezen voor multifunctionele beweegplekken en voor een groene dooradering van de verschillende kernen. In onze visie kiezen we voor een veelzijdig aanbod van sport en bewegen. In 2040 zijn er zestien vitale kernen met een sterke sociale basis, waar mensen elkaar ontmoeten, hulp en zorg beschikbaar zijn en iedereen kan meedoen. De sterke sociale basis betekent onder andere dat we een goede samenwerking hebben met zorgverleners en maatschappelijke organisaties en dat er laagdrempelige voorzieningen zijn waar inwoners gebruik van kunnen maken. Het is belangrijk dat iedereen kan meedoen en dat er in elk dorp ruimte is om elkaar te ontmoeten.

We zijn ervan overtuigd dat een veelzijdig aanbod nieuwe sociale verbanden oplevert (die bestaande netwerken aanvullen en verbinden), langer leven van ouderen in een goede gezondheid bevordert en verveling, eenzaamheid en overlast tegen-

20 21

gaat. Een uitnodigende en toegankelijke openbare ruimte draagt bij aan de sociale veiligheid. We zorgen ook voor een goede externe veiligheid.

Wat willen we bereiken? • Gezondere gebieden. • Nieuwe woongebieden op gezonde en veilige plekken. • Meer ruimte voor groen, gelegenheid om te bewegen en ruimte voor ontmoeting in de dorpen. • Stimuleren fietsen en wandelen in de dorpen en tussen de dorpen en natuurgebieden. • Gezonde ontwikkelzones rond dorpen voor gezondheidsbevordering, gezondheidsbescherming en vermindering van gezondheidsrisico’s. • Gezondere en veiligere leefomgeving: • Schone bedrijfsvoering bij bedrijven. • Veilige schoolroutes.

3.1.1 Ontwikkelzones waar de gezonde leefomgeving verbetert Zoals we in hoofdstuk 2 aangaven, is brede welvaart ons leidend principe. We willen dat positieve gezondheid en brede welvaart altijd meegenomen worden bij keuzes over de fysieke leefomgeving. In een aantal gebieden vinden we een gezonde (en groene) leefomgeving nog belangrijker dan in andere gebieden. In deze gebieden zetten we extra in op een gezonde leefomgeving. Deze gebieden zijn groen op de kaart. Het betreft de dorpen, natuurgebieden en beekdalen. Rondom de dorpen komen gezonde ontwikkelzones en rond de kwetsbare natuur-

gebieden bufferzones. Zie 3.1.5 en 3.7. We beperken mogelijke negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu in en vanuit de gezonde ontwikkelzones naar de dorpen. Dit doen we door in een zone van 250 meter rondom de dorpen geen toekomstige ontwikkelingen toe te staan die een negatieve impact hebben op de gezondheid van onze inwoners. In de gezonde ontwikkelzones willen we geen nieuwe en/of uitbreidingen van intensieve veehouderijen (pluimvee, varkens en runderen). Rondom geitenhouderijen houden we het GGD-advies uit 2021 aan van 2 kilometer. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen vlak bij de dorpen vraagt een nadere uitwerking.

We bevorderen de gezondheid van onze inwoners in de gezonde ontwikkelzones door net als in de dorpen in te zetten op meer en beter groen, ruimte om te bewegen en ruimte om te ontmoeten.

3.1.2 Nieuwe woongebieden op gezonde en veilige plekken Voor het bouwen van nieuwe woongebieden kiezen we als gemeente voor gezonde locaties met geen of een lage milieubelasting. Hiermee kiezen we voor een scheiding tussen meer milieubelastende functies en wonen. Milieubelastende functies zijn bijvoorbeeld bedrijven met een hoge milieucategorie, drukke wegen en intensieve veehouderijen. Daarnaast wordt afstand gehouden van veiligheidsrisico’s zoals het buisleidingentracé

en hoogspanningsleidingen. We bouwen liever niet in waterrijke gebieden of we houden daar rekening mee.

3.1.3 Meer ruimte voor groen, bewegen en ontmoeten in de dorpen In de dorpen doen we aan gezondheidsbevordering door in te zetten op meer en beter groen, meer gelegenheid voor beweging en ruimte om elkaar te ontmoeten. Het onderwerp ‘ruimte voor ontmoeting’ is ook onderdeel van ‘3.2 Woningen en voorzieningen naar behoefte’ en lichten we daar verder toe.

22 23

Meer en kwalitatief beter groen In de dorpen creëren we meer ruimte voor groen dat bijdraagt aan klimaatadaptatie en positieve gezondheid. Zowel het groen in de openbare ruimte als op privéterrein draagt hieraan bij. Daarom stimuleren we onze inwoners ook om hun tuinen te vergroenen. De toevoeging van groen in bestaande buurten en wijken wordt ingezet voor klimaatadaptief en/of functioneel gebruik. Hierdoor is er ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten in het groen én realisatie van de wateropgave en verbetering van de biodiversiteit. Ecologisch maaibeheer draagt ook bij aan de verbetering van de biodiversiteit. We zorgen dat in ieder geval de grotere dorpen een groenblauwe dooradering krijgen, waarbij de groenstructuren het groen in de dorpen verbinden met het buitengebied. We werken richtlijnen uit om voldoende verkoeling en groen in de dorpen te waarborgen. In de kleinere dorpen is het buitengebied altijd dichtbij. Bij nieuwe woningbouwprojecten eisen we dat er ruimte wordt gecreëerd voor openbaar groen en waterberging. Veel gemeentes hanteren tien procent van het projectgebied als minimale norm. In Horst aan de Maas willen we meer ambitie en zullen we dit verder uitwerken. Ruimte om te bewegen Bij het inrichten van het openbaar groen richten wij ons op de positieve gezondheid en met name op het aanmoedigen en aantrekkelijk maken van bewegen.

Dit kan op verschillende manieren: spelenderwijs, sportief, educatief, enzovoort. Ook fietsen en wandelen hoort hierbij. Dit kan sportief zijn, maar zeker ook functioneel, zoals op weg om boodschappen te doen, naar school en/of werk.

3.1.4 Stimuleren fietsen en wandelen in de dorpen en tussen de dorpen en natuurgebieden Wijken en dorpen blijven toegankelijk voor de auto, maar fietsers en wandelaars krijgen voorrang. Door fietsen en wandelen te stimuleren bevorderen we actieve en duurzame mobiliteit. We hanteren daarbij het STOMP-principe: wandelen (stappen) krijgt de hoogste prioriteit, gevolgd door fietsen (trappen), openbaar vervoer, deelvervoer en als laatste de privéauto. Bij nieuwe woningbouwprojecten geven we voetgangers en fietsers de belangrijkste plek. Bij de herinrichting van wegen in de dorpen richten we ons op een betere en veiligere omgeving voor deze groepen. Om veiligheid te waarborgen, streven we ernaar zwaar verkeer zoveel mogelijk buiten de dorpen te houden en voorzien we in alternatieve routes waar nodig en mogelijk.

3.1.5

Gezonde ontwikkelzones rond dorpen

Zones rond de dorpen nemen een bijzondere plaats in. Van oudsher zijn dit vaak overgangsgebieden van dorpen naar het buitengebied met

meerdere functies door elkaar. Waar de overgang minder geleidelijk is, komen ook grote (agrarische en niet-agrarische) bedrijven voor in een kernrand. Het zijn de plekken waar bedrijven bovengemiddeld veel omwonenden hebben. Tegelijk zijn het de eerste gebieden waar inwoners van dorpen hun ommetjes maken en die recreatief worden gebruikt. Sommige bedrijven hebben dus invloed op de gezondheid van inwoners die er in de buurt wonen of er recreëren. Om de gezondheid van onze inwoners te bevorderen, zijn deze zones dus heel belangrijk. Daarom zetten we in deze zones in op het bevorderen van gezonde functies. We willen de milieu-impact van bedrijven hier verkleinen, en bewegen en sporten in deze zones bevorderen.

3.1.6

belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging te zijn in onze gemeente (we doen mee aan het project Grenzeloos Meten om meer inzicht te krijgen in het meten van de luchtkwaliteit en effecten van maatregelen). Het verminderen van emissies uit deze bronnen is essentieel voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en de volksgezondheid in Horst aan de Maas.

Gezondere en veiligere leefomgeving

Bij nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen benutten we kansen om de leefomgeving gezonder en veiliger te maken. Hierbij richten we ons op luchtkwaliteit, geluidsoverlast, trillingen, bodem- en waterkwaliteit en op sociale en fysieke veiligheid. Schone bedrijfsvoering bij bedrijven Als gemeente Horst aan de Maas zijn we aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord. Daarnaast werken we toe naar het behalen van de WHOadvieswaarden uit 2005. Het factsheet over luchtkwaliteit en gezondheid van GGD Limburg-Noord geeft inzicht in de blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10) per wijk, evenals de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging. Agrarische sector (en dan met name de veehouderijen), verkeer en houtstook blijken de

Veilige schoolroutes We vinden het heel belangrijk dat de jeugd veilig naar school kan fietsen. Dit betekent dat in 2040 de belangrijke schoolroutes bestaan uit vrij liggende en/of afgeschermde fietspaden en rustige wegen zonder landbouwverkeer en vrachtverkeer naar bedrijven. Dit hebben we uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma van het Mobiliteitsprogramma 2025-2035.

24 25

Mobiliteit en bereikbaarheid van het gebied de Peelbergen op orde De Peelbergen is een gebied met grote recreatieve trekkers als Attractiepark Toverland, Grandorse (grote paardenevenementen) en de grote verblijfrecreatieparken van Center Parcs (Meerdal en Limburgse Peel) en Landal (Schatberg). Het gebied wordt ontsloten door de Middenpeelweg. Wij zetten als gemeente Horst aan de Maas in op actieve mobiliteit en openbaar vervoer voor de bezoekers. We verbeteren en vergroten het aanbod aantrekkelijke fiets- en wandelroutes voor recreatief gebruik. Ook ondersteunen we de bezoekersaanpak van Trendsportal zodat meer van onze bezoekers met de bus of fiets naar De Peelbergen komen. Daarnaast is het voor de bereikbaarheid van Toverland en de omgeving waarschijnlijk noodzakelijk om infrastructurele aanpassingen door te voeren.

Hoe pakken we dit onder andere aan? • We leggen in de zones meer recreatieve routes aan voor wandelen, sporten en spelen. • We laten geen nieuwe bedrijven in een hoge milieucategorie toe en verleiden groeiende bedrijven om naar bedrijventerreinen te verhuizen. • We bieden ruime mogelijkheden voor hergebruik op vrijkomende (agrarische) erven voor functies als wonen, zorg en recreatie. • We bieden alternatieve ontwikkelmogelijkheden aan veehouderijbedrijven die door emissies invloed hebben op de gezondheid van omwonenden, bijvoorbeeld kleinschalige innovatieve bedrijvigheid. • We onderzoeken ontbrekende schakels en veiligheidsknelpunten van recreatieve fietsen wandelroutes. We verbeteren deze om actief recreatief verkeer te stimuleren. • We verbeteren de luchtkwaliteit door in te zetten op verduurzaming van agrarische sector (met name de veehouderijen), verkeer en bedrijventerreinen en het verminderen van fijnstofuitstoot door houtstook.

In het integraal veiligheidsplan hebben we beschreven hoe we werken aan een woon- en leefomgeving waar inwoners en ondernemers van Horst aan de Maas veilig zijn en zich veilig voelen. Voor de vier pijlers algemene veiligheid, ondermijning, kwetsbare groepen en rampenbestrijding & crisisbeheersing zijn strategische en operationele doelen opgesteld. Ook hebben we beschreven welke inspanningen we op hoofdlijnen leveren om (on) veiligheid te analyseren en monitoren, risico’s te signaleren en onveiligheid aan te pakken. In deze visie komt veiligheid op verschillende vlakken terug. Veiligheid is een breed begrip: fysieke onveiligheid betreft bedreigingen door ongevallen; sociale onveiligheid gaat om dreiging door criminele handelingen. Veiligheid wordt gemeten aan de hand van objectieve veiligheid (frequentie van incidenten) en subjectieve veiligheid (hoe bedreigd mensen zich voelen). De Omgevingswet streeft naar een veilige en gezonde fysieke leefomgeving door middel van veilige bouwwerken, bescherming van kwetsbare groepen en effectieve hulpverlening. Een risicogerichte benadering maakt fysieke veiligheidsrisico’s inzichtelijk voor weloverwogen beslissingen. Belangrijke ontwerpprincipes zijn het beperken van risico’s, voldoende afstand tot gevaren, bescherming door bouwwerken en een snelle evacuatie. Ook sociale veiligheid nemen we mee bij onze keuzes in de fysieke leefomgeving.

26 27

3.2 Woningen en voorzieningen naar behoefte We slagen er heel goed in om bouwkoploper van de provincie Limburg te zijn en we zullen ons best doen om die positie te behouden. Daarvoor is het nodig keuzes te maken. Niet alleen is het uitdagend om voldoende woningbouwlocaties te vinden, we moeten ook nog de juiste woningen zien te bouwen en met bouwen bijdragen aan allerlei doelen op het gebied van sociale cohesie, klimaatadaptatie en de energietransitie, en helpen mensen/gemeenschappen elkaar om daarvoor te zorgen. Bij alle bouwactiviteiten zijn de woonwensen en behoeften van de bevolking belangrijk. De grootste uitdaging is betaalbaarheid. Maar ook hier spelen ruimtedruk en de ruimtelijke kwaliteit een grote rol in de keuzes die we moeten maken. Het karakter van ons landschap en onze dorpen mogen we daarbij niet uit het oog verliezen.

Ambitie/doel In 2040 hebben we voldoende woningen gebouwd en aangepast, waardoor het aanbod aansluit op de demografische veranderingen, veranderingen in de samenstelling van huishoudens en de woningbehoefte in de dorpen. Inwoners kunnen daardoor in hun eigen omgeving blijven wonen in verschillende levensfases. Zo behouden we de sociale cohesie. Daarnaast hebben we andere inwoners kunnen huisvesten, die zijn afgekomen op de werkgelegenheid in de regio en het prettige woonklimaat van onze gemeente. Met extra woningbouw op goed bereikbare plekken heb-

28 29

ben we de concurrentie op de woningmarkt tussen onze inwoners en regionale woningzoekenden verlaagd en ook de druk op het wegennet weten te beperken. Het woningaanbod is duurzaam, van hoge kwaliteit en er is wat te kiezen. Mede door de groei naar behoefte zijn in 2040 de basisvoorzieningen in de dorpen op orde. Maatschappelijke voorzieningen, sport en cultuur zijn belangrijk voor de identiteit van de dorpen. Wel hebben dorpen soms voorzieningen gebundeld, zodat dicht bij het dorp de meeste voorzieningen goed bereikbaar zijn gebleven en van hoge kwaliteit zijn. Bovendien heeft elk dorp door verdergaande bundeling van voorzieningen en investeringen in de openbare ruimte één of meerdere goede ontmoetingsplekken.

3.2.1 We vangen de eigen woonbehoefte en regionale woningdruk op De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, zo ook in onze gemeente. In elke dorpskern is behoefte aan nieuwe woningen. Daarnaast ervaren we druk vanuit de regio. We kiezen ervoor om in eerste instantie voor de eigen lokale behoefte te bouwen, maar zien ook ruimte om een deel van de regionale vraag te beantwoorden. We willen voldoende bouwen dat onze eigen inwoner in ieder geval een plek heeft zodat onze inwoners daardoor niet een te grote concurrentie gaan ervaren vanuit de regio Eindhoven en Nijmegen.

Wat willen we bereiken? • We vangen de eigen woonbehoefte en regionale woningdruk op. • Evenwichtige verdeling van woningen overde kernen, met een plus in centrumkernen. • Een gevarieerd woningaanbod. • Juiste woning op de juiste plek: • ruimte voor gestapelde bouw en groene nieuwe woonwijken • minder fraaie plekken en ongewenste functies transformeren. • Inzetten op ontmoetingsplekken in de dorpen en wijken. • Voorzieningen bereikbaar houden.

3.2.2 Evenwichtige verdeling van woningen over de kernen, met een plus in centrumkernen We vinden het belangrijk dat zo veel mogelijk inwoners in de eigen kern kunnen (blijven) wonen. Daarom spreiden we de woningopgave evenwichtig over al onze kernen. Deze spreiding biedt kansen om in het eigen dorp oud te worden, maar ook voor starters om hun eerste eigen woning in het

eigen dorp te kopen. Met deze evenwichtige verdeling kunnen we passend bij de aard en schaal van onze kernen groeien. Met de spreiding van het woningaanbod willen we de sociale cohesie, de bestaande voorzieningen en het verenigingsleven maximaal ondersteunen. Voor de plus op het woningbouwprogramma (zijnde het aantal woningen dat we bouwen om in te spelen op de regionale woonbehoefte), kiezen we ervoor extra te bouwen in enkele centrale kernen. Ook voor inwoners met een grote zorgbehoefte kiezen we voor het combineren van wonen met zorg in enkele grotere kernen. We kiezen daarbij voor extra groei in de volgende kernen: • Horst en omgeving. De belangrijkste kern waar we de regionale woningdruk willen opvangen, is Horst. Dit is onze meest centraal gelegen kern, die goed bereikbaar is via de snelweg en het spoor. Bovendien kent Horst ons meest uitgebreide voorzieningenniveau. Met extra woningbouw kunnen we de centrumfunctie van Horst verder uitbouwen. Op termijn streven we naar een verdere verbetering van de bereikbaarheid en dat kunnen we het beste doen door de grootste groei te concentreren. Omdat we kiezen voor een gezonde leefomgeving zien we de grootste kansen voor woningbouw rondom Horst, Meterik en Hegelsom. • Sevenum. Sevenum is eveneens een centrumdorp, maar wordt omringd door waardevolle landschappen en beekdalen.

De mogelijkheden voor uitbreiding zijn hier beperkter, maar de mogelijkheden die er zijn kunnen we benutten.

3.2.3

Een gevarieerd woningaanbod

We zetten in de toekomst in op een gevarieerd aanbod van woningen. Met woningen voor verschillende financiële mogelijkheden, huishoudengroottes en woonvoorkeuren. Iedereen moet binnen onze gemeente een wooncarrière kunnen doorlopen. Om een passend woningaanbod voor iedereen in elke levensfase te bieden, kiezen we als gemeente voor veel variatie in woningtypes en woonmilieus. Ten eerste omdat we binnen de gemeente de woonbehoefte voor een groot aantal doelgroepen willen invullen. Belangrijke doelgroepen zijn bijvoorbeeld ouderen (doorstroming), jongeren en zorgbehoevenden. Ten tweede om een wooncarrière mogelijk te maken binnen het dorp (of directe omgeving) en daarmee de sociale cohesie op lange termijn sterk te houden. Betaalbare en passende woningen voor iedereen in elke

30 31

levensfase is daarbij de leidraad. Dit betekent onder meer dat we aansluiten bij afspraken om van alle nieuw te bouwen woningen 30 procent sociale huur te bouwen en 37 procent als betaalbare koop of middenhuurwoningen. We blijven actief monitoren om de juiste samenstelling te krijgen en te houden. Variatie betekent niet alleen het realiseren van het juiste aanbod, maar ook van de juiste mix in wijken en buurten. Daarom zetten we minder in op grondgebonden koopwoningen en meer op nultre-

In onze gemeente werken veel arbeidsmigranten. Onze economie heeft arbeidsmigranten nodig dus daar moeten we aandacht voor hebben. Zij werken in verschillende sectoren: in de agrarische sector, horeca, mkb, recreatie, in de maakindustrie en in het uitoefenen van ambachten. In de zorgsector zal de inzet van arbeidsmigranten gaan toenemen. Huisvesting voor arbeidsmigranten vindt nu plaats in woningen in de dorpen, bij boeren op het erf en in grootschalige huisvesting bij industrieterreinen. Er ligt vastgesteld arbeidsmigrantenbeleid (2019) en de nadere uitwerking daarvan in het Parapluplan internationale medewerkers Horst aan de Maas (2021). Op dit moment herzien we het arbeidsmigranten-beleid. Keuzes rondom de verschillende manieren van huisvesting

denwoningen en kleinere betaalbare woningen, al dan niet gestapeld. Dit doen we door in bouwplannen te zorgen dat verschillende doelgroepen door elkaar kunnen wonen: jong en oud, met en zonder zorgvraag. Op deze manier werken we aan het borgen van de sociale cohesie en samenredzaamheid van onze inwoners richting de toekomst. Ook op kleinere schaal liggen er kansen om de bestaande woningvoorraad diverser te maken via onder meer woningsplitsing, woningdelen, kangoeroe- en (pré) mantelzorgwoningen, en kavelsplitsing.

van arbeidsmigranten zullen hierin worden gemaakt. Hierop zullen we de omgevingsvisie afstemmen. Gezien de schaarste op de arbeidsmarkt en verwachte demografische ontwikkelingen zien we een toenemende behoefte aan arbeidsmigranten. Bij nieuwvestiging en uitbreiding van bedrijven voeren we met de ondernemer het gesprek over de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de arbeidsmarkt. We kijken daarbij kritisch naar de gevolgen van huisvesting in bepaalde gebieden en proberen concentratie – regionaal - te voorkomen. Arbeidsmigranten met de intentie om zich hier langdurig te vestigen zien we als reguliere inwoners, die wonen in de dorpen. We constateren wel dat deze groep een grotere ondersteunings-behoefte heeft en dat er aandacht nodig is voor integratie van deze groep.

3.2.4

Juiste woning op de juiste plek

We willen voor nieuwe woningen de beste plekken vinden. We richten ons in eerste instantie op mogelijkheden om te verdichten in de bestaande bebouwde kom. We willen onze dorpen compact houden en op lange termijn de juiste woningen voor alle doelgroepen beschikbaar hebben. We willen zuinig zijn op de ruimte voor uitbreiding, omdat het buitengebied een belangrijke rol vervult voor de agrarische sector, als uitloopgebied en voor natuur en landschap. Aanvullend wijzen we zoekgebieden voor nieuwe uitbreidingslocaties aan. Bovendien zoeken we voor een deel van de doelgroepen nadrukkelijk naar locaties in de nabijheid van centra en voorzieningen. Omdat meerdere doelgroepen (zoals ouderen, zorgbehoevenden en jongeren) gebaat zijn bij woningen nabij voorzieningen/ dorpscentra maken we (meer) ruimte voor gestapelde bouw. Ruimte voor gestapelde bouw We bouwen in eerste instantie vooral binnen de bestaande dorpskernen op bestaande bebouwde en verharde locaties, bijvoorbeeld door leegstaande of verouderde bebouwing te herontwikkelen. Hiermee ontstaan immers vaak ook kansen om de omgevingskwaliteit ter plaatse te verbeteren. Omdat we klimaatbestendig willen worden, behouden we de beperkt aanwezige open, groene plekken in onze kernen. Om de herstructurering mogelijk te maken is het bouwen in grotere dichtheden vaak noodzakelijk.

Tegelijkertijd past gestapelde bouw in de behoefte van meerdere doelgroepen. We willen echter wel dat gestapelde bouw past bij

32 33

het karakter van de dorpen, waarbij we in de kleinere kernen wat lager bouwen ten opzichte van onze centrumkernen. We kiezen daarom voor dorpse ‘hoogbouw’. De (maximale) hoogte hangt af van de plek en de vormgeving van de bebouwing. Ruimte voor nieuwe groene woongebieden Bouwen aan de randen van kernen is op lange termijn onvermijdelijk om aan de toekomstige woningvraag tegemoet te komen. Onze nieuwe woonbuurten moeten bijdragen aan mooie, groene en

In de omgevingsvisie geven we de volgende algemene uitgangspunten rondom gestapeld bouwen mee: • We beschermen bestaande hoogteaccenten, zoals kerken of molens. • We beschermen historische structuren, zoals historische centra met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, oude pleinen, brinken en dijken, en kernen met een beschermd dorps- of stadsgezicht. • We houden de hoofdstructuren van dorpen leefbaar, zoals lintbebouwingen, hoofdontsluitingswegen en hoofdentrees. Deze structuren begeleiden inwoners de dorpen in en uit. Deze hoofdstructuren kunnen accenten gebruiken. • Verdichting in en rondom centra is goed, omdat het de ligging van de centra kan accentueren, maar moet passen bij het historische karakter van de centra. • Bij de herontwikkeling van bedrijfslocaties of bedrijventerreinen tegen een

toegankelijke dorpsranden. Omdat grote delen van onze dorpen relatief stenig zijn, kiezen we ervoor om bij dorpsuitbreidingen zoveel mogelijk ruimte in te zetten voor groen, water en spelen. Er spelen veel belangen in ons buitengebied en ook aan onze toekomstige woongebieden stellen we hoge eisen.

centrum/woonbuurt zien wij kansen. • Locaties met een eigen ruimte bieden kansen. Dat zijn locaties die langs grote structuren, zoals ontsluitingswegen en randwegen of locaties die veel ‘eigen’ ruimte hebben, waardoor ze meer losliggen van de omliggende bebouwing, zoals in dorpsranden. Een groene inbedding van de woongebouwen helpt hierbij vaak en geeft ook kansen om ambities waar te maken op het gebied van klimaatadaptatie en gezondheid.

Hoe pakken we dit onder andere aan? Bij het kiezen van nieuwe zoekgebieden voor woningbouw hanteren we deze uitgangspunten: • We kiezen ervoor om gezondheidsrisico’s zo klein mogelijk te maken. Dat betekent dat we locaties langs drukke wegen zoveel mogelijk vermijden. Ook houden we afstand van bedrijven, die door emissies, fijnstof of geluid invloed hebben op de kwaliteit van wonen. Uiteraard kunnen we er ook voor kiezen om de gezondheidsrisico’s in zoekgebieden actief te verkleinen. • We houden rekening met het water- en bodem-systeem en vermijden locaties die een lage natte ligging hebben of belangrijk zijn in het bergen en vasthouden van water, zoals in beekdalen, uiterwaarden en de Peelbuffer. • We houden rekening met cultuurhistorisch waardevolle landschappen. Deze willen we zoveel mogelijk intact houden. Rond meerdere

kernen komen waardevolle oude kampen en velden voor, die we niet willen bebouwen. Uitzonderingen hierop zijn gebieden waar cultuurhistorische waarden niet optimaal meer zijn en waar door middel van woningbouw kansen liggen om deze te verbeteren. • We houden rekening met gebieden die van oudsher een hoge natuurlijke geschiktheid hebben voor de landbouw. Het betreft hier oude bouwlanden, de kampen en de velden rond de dorpen (dit overlapt dus voor een groot deel met de cultuurhistorisch waardevolle gebieden), maar ook grote delen van de akkers op de rivierterrassen. Dit zijn zavelige gronden, die eveneens bij de topgronden horen voor allerlei vormen van tuinbouw, akkerbouw, boom- en sierteelt die onze gemeente van oudsher rijk is.

Deze algemene randvoorwaarden gelden altijd: • Zorg voor een (geleidelijke) overgang naar omliggende stedenbouwkundige structuren en houd rekening met cultuurhistorische waarden. • Zorg voor een passende geleding van bebouwing die past bij de omgeving. • Gebruik groen om gestapelde bouw een eigen plek te geven.

34 35

3.2.5 Inzetten op ontmoetingsplekken in de dorpen en wijken Iedereen doet mee We willen dat onze woongebieden op lange termijn geschikt zijn voor verschillende doelgroepen en dat mensen met een zorgvraag eenvoudig kunnen aanhaken in de wijk waarin ze wonen. We willen dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en waar nodig kunnen terugvallen op een goed sociaal netwerk. Daarom willen we voor de lange termijn sterke gemeenschappen en toegankelijke voorzieningen. Om dat te bevorderen zetten we in op goede ontmoetingsplekken in het dorp en op inclusieve mobiliteit.

Elk dorp heeft gelegenheden tot ontmoetingen Veel inwoners wonen graag in een dorp, omdat je elkaar daar kent en er naar elkaar omgekeken wordt. Belangrijk voor de sociale binding is het elkaar ontmoeten. Dit kunnen spontane ontmoetingen zijn of vaste afspraken. Daarom zetten we in op in ieder geval één rode en/of groene ontmoe-

tingsplek in elk dorp: een park en een sportveld zijn voorbeelden van groene ontmoetingslocaties; een buurthuis, sporthal, café en een multifunctionele accommodatie zijn voorbeelden van rode ontmoetingslocaties.

3.2.6

Voorzieningen dichtbij en bereikbaar

Levendige dorpscentra en voorzieningen dragen bij aan het ontmoeten van elkaar en de sociale cohesie. Om ook in 2040 nog levendige centra en een goed voorzieningenaanbod te hebben in Horst aan de Maas, maken we de volgende keuzes: • Horst en Sevenum zijn de centrumdorpen, waar de inwoners terecht kunnen voor de niet-dagelijkse winkelvoorzieningen. Hier is ook de clustering van kunst, cultuur, horeca en winkelen. • We zijn voorstander van om voorzieningen in dorpscentra te clusteren. • Onderwijs, sport en cultuur in dorpsclusters. Levendige dorpscentra door gebiedsgericht clusteren Horst en Sevenum liggen centraal in de gemeente, zijn goed bereikbaar en kennen een sterke winkelstructuur, die gecombineerd kan worden met andere bezoekfuncties. Met de clustering van dagelijkse en niet-dagelijkse winkelvoorzieningen in een kernwinkelgebied wordt het behoud van aantrekkelijke centra geborgd.

36 37

Intermezzo

Cultuurhistorie van de 16 kerkdorpen

Voor behoud clusteren van voorzieningen in dorpscentra Door clustering van dagelijkse voorzieningen, commerciële publieksfuncties en/of horeca binnen de dorpen kunnen voorzieningen zo lang mogelijk in stand blijven en wordt de ontmoeting van verschillende doelgroepen binnen het dorp geborgd. Daarbij kan ook gedacht worden aan hubs waar diensten gecentraliseerd worden (pakketdiensten, deelvervoer, mantelzorgdiensten, dorpsondersteuner, boodschappendienst, enzovoort). Van belang is dat deze voorzieningen bereikbaar zijn voor alle inwoners.

Onderwijs, sport en cultuur in dorpsclusters Maatschappelijke voorzieningen en sport zijn belangrijk voor de leefbaarheid en identiteit van de dorpen en om het sociale leven in de dorpen te behouden. Daarom is het van belang dat enkele van deze voorzieningen altijd nabij en/of bereikbaar zijn. Het is in de praktijk niet altijd mogelijk om alle voorzieningen voor alle dorpen te behouden. Dan is een gezamenlijke voorziening van betere kwaliteit met een aantal dorpen samen een betere oplossing. We vinden dat clustering van voorzieningen in of nabij de dorpskernen mot plaatsvinden. Vaak werken deze dorpen al op meerdere gebieden samen waardoor een clustering logisch is. Een voorbeeld van zo’n gedeelde voorziening is de basisschool, kinderopvang en sportvoorziening tussen Tienray en Swolgen. We als gemeente hierop regie voeren en zaken verder uitwerken in de uitvoering.

America De dorpsrand bestaat grotendeels uit akkerbouw, maar daarnaast ook uit glastuinbouw, sierteelt, enkele weilanden, het sportpark en kleine stukjes bos. Landschappelijk zijn de twee beekdalen ten noordoosten en ten zuiden van America belangrijk. Ten noorden en ten (zuid)westen van America zijn de meeste structuren behouden gebleven en wordt het gebied cultuurhistorisch hooggewaardeerd. Ten oosten en zuiden van het dorp is er veel verdicht of veranderd waardoor deze cultuurhistorisch niet hoog gewaardeerd worden.

Broekhuizen

Broekhuizenvorst

Evertsoord

Griendtsveen

De hele oostelijke dorpsrand zijn de lagergelegen uiterwaarden. Ter hoogte van de veerboot ligt het dorp bijna direct aan de Maas. De rest van de dorpsrand bestaat grotendeels uit akkers op cultuurhistorisch hooggewaardeerde velden. Daarnaast is er één glastuinbouwbedrijf te vinden. Het gebied rond de Genenberg en een klein gebied ten westen van de Broekhuizerweg worden cultuurhistorisch niet hooggewaardeerd, omdat daar een en ander in de structuur van het landschap is veranderd. Landschappelijk is de Broekhuizer Molenbeek belangrijk aan de noordzijde van het dorp.

In de oostelijke dorpsrand lopen de rivierterassen af naar de Maas waarbij aan de noordoostzijde een oude Maasarm te vinden is. Aan de zuid- en westzijde van het dorp zijn met name akkers en boom- en sierteelt te vinden. Vrijwel de hele dorpsrand is cultuurhistorisch hooggewaardeerd. Alleen het bedrijfscomplex en de weides in het noorden en de sportvelden in het westen hebben de structuur te veel veranderd waardoor het cultuurhistorisch niet meer hoog wordt gewaardeerd. Landgoed Huize de Kolck ten westen van het dorp wordt cultuurhistorisch juist zeer hoog gewaardeerd.

Evertsoord kent geen bebouwde kom en heeft dus geen duidelijk dorpscentrum. De samenkomst van wegen is daarom als middelpunt genomen voor dit dorp. De bebouwingsconcentratie en de penitentiaire inrichting zijn omgeven door akkers, met aan de zuidzijde de sportvelden. Cultuurhistorisch wordt de hele dorpsrand hooggewaardeerd. Landschappelijk ligt Evertsoord op een bijzondere plek en heeft de waterhuishouding van De Peel veel invloed op de dorpsrand ten westen van Evertsoord.

Griendtsveen ligt in een hele bijzondere omgeving. De dorpsrand bestaat voor een groot deel uit natuurgebied De Peel dat cultuurhistorisch zeer hoog gewaardeerd wordt. Ten noorden van het dorp liggen akkers en weilanden in het landschap van de veenontginningen dat cultuurhistorisch hooggewaardeerd wordt.

Grubbenvorst

Hegelsom

Horst

Kronenberg

Het rivierterraslandschap ten oosten van Grubbenvorst en de restgeulontginning ten noorden van het dorp worden cultuurhistorisch zeer hoog gewaardeerd. De akkers op de kampen en velden ten noorden van het dorp en het mozaïek van bos en akkers ten westen van het dorp worden hoog gewaardeerd. In de zuidelijke en westelijke dorpsrand hebben de sportvelden en Greenport met name de structuur van het gebied echt veranderd. Ten noorden van het dorp liggen nog bedrijventerrein Hagelkruis en Huis de Steegh.

Hegelsom wordt grotendeels omgeven door weilanden, akkers en boomgaarden. Aan de noordzijde is een glastuinbouwcomplex te vinden en aan de oostzijde de sportvelden en een bedrijfscomplex dat wordt getransformeerd naar wonen. Er is zo veel veranderd rond het dorp dat de dorpsrand cultuurhistorisch niet hoog gewaardeerd wordt, op een klein stuk oude kampontginning na aan de noordzijde.

De oostelijke dorpsrand van Horst is een harde rand door de snelweg. Aan de andere kant van de snelweg loopt een beekdal met voornamelijk weilanden en de Kasteelse Bossen met de sportvelden. Tussen Horst en Meterik loopt ook een beekdal. De westelijke dorpsrand is verdicht en er zijn naast de weilanden diverse functies te vinden. Verder is in de dorpsrand bedrijventerrein Hoogveld en glastuinbouwgebied Veld-Oostenrijk te vinden. Ten noordwesten van Horst is een oud veld dat deels nog intact is gebleven.

Kronenberg is grotendeels omgeven door akkers en weilanden, waarbij het open veld aan de zuidzijde cultuurhistorisch zeer hoog gewaardeerd wordt. De overige ontginningen worden hoog gewaardeerd. Ten noordwesten van het dorp loopt de Blakterbeek door natuurgebied Heesbeemden, dat cultuurhistorisch deels ook zeer hoog gewaardeerd wordt, en ten westen ligt het beekdal rond de Driefkuilenloop.

Lottum

Meerlo

Melderslo

Meterik

Aan de hele oostzijde loopt het rivierterraslandschap af naar de Maas. Bijzonder aan de dorpsrand van Lottum zijn de rozentuin en kasteel Borggraaf aan de oostzijde. Verder wordt het dorp omgeven door akkers, een klein bos en containervelden. De dorpsrand wordt cultuurhistorisch grotendeels hoog gewaardeerd met uitzondering van de westzijde, waar de bebouwing is toegenomen. Het kasteel wordt zeer hoog gewaardeerd.

Meerlo is grotendeels omgeven door beekdalen waar de Grote Molenbeek, de Bodderbroekerloop en de Rijnbroekerbeek doorheen lopen. ‘T Kasteelke aan de noordzijde en de rest-geulontginning in het zuidoosten worden cultuurhistorisch zeer hoog gewaardeerd. De rest van de dorpsrand wordt hoog gewaardeerd met uitzondering van de glastuinbouwlocatie in het westen en de zuidelijke dorpsrand waar veel (bedrijfs-) bebouwing is toegevoegd.

Melderslo wordt aan de noord- en westzijde omgeven door weilanden in het beekdal en aan de zuidzijde door akkers op een open veld dat deels nog intact is, wat cultuurhistorisch hoog gewaardeerd wordt. Een deel van het veld is bebouwd en verrommeld. Ten westen van Melderslo is de dorpsrand verdicht waardoor het cultuurhistorisch ook niet meer hoog wordt gewaardeeld. Bijzonder is museum De Locht aan de oostzijde van het dorp.

Meterik wordt aan de noordzijde omgeven door een open veld. Bijzonder is de molen ‘Eendracht Maakt Macht’ die in het veld staat. Deze werd door het dorp gekocht om het onderhoud van de kerk te bekostigen. Ten zuiden van het dorp liggen weilanden en akkers in het beekdal waar de Kabroeksebeek doorheen stroomt. Ook ligt er ten zuiden van Meterik een bedrijfscomplex in de dorpsrand.

Sevenum

Swolgen

Tienray

Sevenum wordt grotendeels omringd door oude kampen en velden en de beekdalen waar de Blakterbeek en Kattenstaartse Beek doorheen stromen. Alleen het open veld ten westen van het dorp wordt zeer hoog gewaardeerd. Grote delen van de dorpsrand worden hoog gewaardeerd. Alleen in het zuidoosten en in het noorden is de structuur veranderd of is er bebouwing toegevoegd waardoor het cultuurhistorisch niet meer hoog gewaardeerd wordt.

Swolgen grenst aan de zuidzijde aan natuurgebied Het Schuitwater dat cultuurhistorisch zeer hoog wordt gewaardeerd, op het cluster van enkele bedrijven en een camping na. Aan de noordzijde grenzen vooral percelen met boom- en sierteelt aan het dorp met daarachter een open veld dat zeer hoog gewaardeerd wordt. Aan de oosten westzijde zijn allerlei functies te vinden in de dorpsrand zoals de sportvelden, bedrijven en landbouw.

Tienray grenst aan de zuidoostzijde aan natuurgebied Het Schuitwater, dat cultuurhistorisch zeer hoog gewaardeerd wordt. Aan de zuidzijde liggen het kerkhof en bedrijventerrein Boerenoven in de dorpsrand en aan de oostzijde een hippisch centrum. De rest van de dorpsrand is landbouwgrond met weilanden, akkers en een glastuinbouwcomplex. Het open veld aan de noordzijde wordt cultuurhistorisch hoog gewaardeerd. Ten westen van het dorp loopt de Grote Molenbeek.

3.3 De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving Ambitie/doel Ook in 2040 zijn wij een ondernemende gemeente. Meer dan nu zijn we gespecialiseerd en hebben we met ondernemers gewerkt aan circulaire, groene en duurzame bedrijventerreinen. Op onze bedrijventerreinen kennen we een gezonde doorstroming, zodat er altijd ruimte is voor startende en groeiende bedrijven. Onze ondernemers zijn in staat om binnen de gemeente kwalitatief door te groeien en een belangrijke speler te blijven of te worden op regionaal, landelijk en internationaal niveau. We hebben in de toekomst meer focus op onze economie. Door focus en kwaliteit aan te brengen kunnen we ons beter specialiseren en hoogwaardigere en innovatieve werkgelegenheid bieden en kunnen we ons beter inzetten voor circulaire bedrijventerreinen. Onze werkgelegenheid sluit zoveel mogelijk aan bij het lokale arbeidsaanbod en opleidingsniveau en opleidingen sluiten aan op de aanwezige arbeidsvraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15247123/2