CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01. Milieutechnische studie Wind Gemeente HadM 22-2-

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen18.662 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Milieutechnische studie Wind Inzichten in de impact Gemeente Horst aan de Maas 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Contactpersoon ARCADIS

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland

2

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Inhoudsopgave 1

2

3

4

3

Inleiding

5

1.1

Status

5

1.2

Nationale windturbinebepalingen leefomgeving

5

1.3

Leeswijzer

7

Aanpak

8

2.1

Ontwikkelgebieden

8

2.2

Uitgangspunten

9

2.3

Klaver 11

10

Opbouw van de scenario’s

12

3.1

Referentieturbines en scenario’s

12

3.2

Toepasbaarheid kleine windturbines

13

Analyse van de milieueffecten

15

4.1

Opbouw van de analyse

15

4.2

Geluid

15

4.2.1

Uitgangspunten beoordeling

15

4.2.2

Resultaten berekeningen Hoogheide

18

4.2.3

Resultaten berekeningen Witveldweg

20

4.2.4

Resultaten berekeningen Beide ontwikkelgebieden

22

4.2.5

Mitigatie

25

4.3

Slagschaduw

26

4.3.1

Uitgangspunten beoordeling

26

4.3.2

Berekeningsmethode slagschaduw

28

4.3.3

Berekeningsresultaten slagschaduw

29

4.4

Externe Veiligheid

32

4.4.1

Risicocontouren

34

4.4.2

Windturbines en hun omgevingen

34

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

5

6

4.5

Natuur

35

4.5.1

Algemeen

35

4.5.2

Gebieden

37

4.6

Landschap

37

4.7

Ruimtegebruik

39

4.7.1

Uitgangspunten

39

4.7.2

Situatie gebied Hoogheide

40

4.8

Energieopbrengst

41

4.9

Resultaten beoordeling op milieueffecten voor scenario ontwikkeling ‘beide gebieden’

44

Netcongestie

45

5.1

Stand van zaken

45

5.2

Beleidskaders windenergie

47

5.3

Analyse oplossingen

48

5.4

Conclusies en aanbevelingen

52

Conclusie en aanbevelingen

Colofon

4

Datum: 22 februari 2023

53

55

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

1

Inleiding

De gemeente Horst aan de Maas is in voorbereiding van een gebiedsontwikkeling voor het projectgebied A73/Maaslijn. Directe aanleiding voor de gebiedsontwikkeling is de wens van de gemeente om in 2030 30% van de energie lokaal duurzaam op te wekken. In de KODE1, Kader Opwek Duurzame Elektriciteit van de gemeente Horst, is het projectgebied A73/Maaslijn aangewezen als mogelijk gebied voor het creëren van een energielandschap waarin plaats is voor de opwek van elektriciteit door windturbines. In 2021 is de Gebiedsverkenning Energielandschappen uitgevoerd voor onder andere dit gebied. Hierin is duidelijk naar voren gekomen dat een mogelijke plaatsing van windturbines in samenhang dient te worden bekeken met andere ontwikkelingen en uitdagingen in dit gebied. In deze gebiedsverkenning is geadviseerd dit in een integrale gebiedsontwikkeling te bekijken. Dit heeft de gemeente in 2022 opgepakt. In de integrale gebiedsontwikkeling wordt door de Gemeente Horst aan de Maas breder gekeken dan alleen naar windenergie en wordt de ontwikkeling van het gebied vanuit het oogpunt van natuur/landbouw en leefbaarheid nader onderzocht. Als onderdeel van deze gebiedsontwikkeling is onderhavige milieutechnische studie uitgevoerd. Daarin wordt specifiek ingegaan op het onderdeel wind. De volgende twee vragen staan centraal: 1.

Welke mogelijkheden en onmogelijkheden zijn er voor de plaatsing van windturbines op basis van een eerste milieutechnische studie? 2. Zijn er verschillen in geschiktheid tussen de verschillende gebieden voor het plaatsen van windturbines op basis van deze eerste studie?

1.1

Status

De resultaten van de milieutechnische studie worden meegenomen in de gebiedsontwikkeling. De gebiedsontwikkeling wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Op haar beurt zal de gemeenteraad een besluit nemen over het verdere vervolg ten aanzien van de mogelijke ontwikkeling van windenergie in dit gebied. De milieutechnische studie is een voorstudie en is niet opgesteld om een gedragen en volledige afweging van de mogelijkheden van windturbines in beeld te brengen. De studie heeft geen juridische status en is ook geen onderdeel van een mogelijke procedure om te komen tot een windpark. Wanneer de gemeenteraad besluit tot vervolg, is een nieuwe afweging van de mogelijkheden en alternatieven noodzakelijk, op basis van een planMER.

1.2

Nationale windturbinebepalingen leefomgeving

Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) uitspraak gedaan in een zaak over de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 (ECLI:NL:RVS:2021:1395). In die uitspraak van 30 juni 20212 heeft de Afdeling geoordeeld dat voor de windturbinebepalingen in paragraaf 3.2.3 Activiteitenbesluit milieubeheer en paragraaf 3.2.3 Activiteitenregeling milieubeheer (hierna: de windturbinebepalingen) een strategische milieubeoordeling had moeten worden uitgevoerd, waarvoor in Nederland de term milieueffectrapportage wordt gehanteerd op grond van de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (hierna: SMB-richtlijn). De uitspraak van de Afdeling is gebaseerd op het door het Hof van Justitie van de Europese Unie op 25 juni 20203 gewezen arrest in zaak C-24/19 over Vlaamse milieunormen en een ruimtelijk afwegingskader voor windturbines (afdeling 5.20.6 van het Vlarem II en de Omzendbrief). Het Hof van Justitie EU heeft geconcludeerd dat voor die Vlaamse milieunormen een planMER moet worden gemaakt op grond van de SMBrichtlijn.

De Raad van State heeft geoordeeld dat de windturbinebepalingen grote gelijkenissen vertonen met de Vlaamse milieunormen en dat er om die reden ook voor de Nederlandse windturbinebepalingen een planmer-plicht geldt.

1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR650436 2 3

5

ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395. Deze uitspraak is te vinden op https://www.raadvanstate.nl/@125875/202003882-1-r3/. Hof van Justitie EU 25 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:503 (arrest Nevele).

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Dit heeft de volgende gevolgen voor windparken op land 4: • Omdat voor de windturbinebepalingen op dit moment geen planMER is gemaakt, zouden die bepalingen buiten toepassing moeten blijven voor windparken op land (parken met 3 of meer windturbines). Echter, is door het Rijk een Tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken gepubliceerd.5 Voor bestaande windparken vervangt de overbruggingsregeling vanaf 1 juli 2022 de niet meer geldende regels. Voor nieuwe windparken op land moeten bevoegde gezagen een eigen afweging maken over welk milieubeschermingsniveau zij aanvaardbaar achten.6 • Inrichtingen met 1 of 2 windturbines zijn geen windparken in de zin van de mer-regelgeving7. Voor deze inrichtingen heeft de uitspraak van de Afdeling geen consequenties en blijven de windturbinebepalingen gelden.8 9

Op dit moment wordt een planMER opgesteld om te komen tot nieuwe nationale windturbinebepalingen. De verwachting is dat eind 2023 nieuwe nationale windturbinebepalingen leefomgeving in werking treden. In de reactienota op de NRD van het planMER windturbinebepalingen leefomgeving10 is opgenomen dat varianten worden onderzocht voor normen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid, naderingsdetectie en afstandsnormen. Hieronder is per norm aangegeven welke uitgangspunten zijn gehanteerd in deze studie om de plaatsingsmogelijkheden van windturbines in Horst aan de Maas te onderzoeken.

Geluid Op basis van de reactienota zienswijzen NRD planMER windturbinebepalingen worden de volgende varianten onderzocht in het planMER: 37, 40, 43, 45, 47 en 50 dB Lden. Ook is in het planMER aandacht voor binnennormen, laagfrequent geluid, tonaal (laagfrequent) geluid en de differentiatiemogelijkheden voor bevoegde gezagen bij het vaststellen van geluidsnormen. Omdat op dit moment het resultaat van het planMER nog niet duidelijk is, is de geluidsnorm die gold vóór de uitspraak van de Raad van State als uitgangspunt genomen. Dit is een maximale geluidbelasting van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De beoordeling is gegeven in paragraaf 4.2.

Slagschaduw Op basis van de reactienota zienswijzen NRD planMER windturbinebepalingen worden de volgende varianten onderzocht in het planMER: 0 uur slagschaduw, 6 uur slagschaduw per jaar en 16 uur slagschaduw per jaar. Ook wordt in het planMER de variant onderzocht die gold vóór de uitspraak van de Raad van State, namelijk maximaal 17 dagen slagschaduw per jaar gedurende meer dan 20 minuten. In de praktijk wordt dit vaak vertaald naar 5:40 uur per jaar (17 x 20 minuten is 4 uur en 40 minuten). Dit is in feite een strengere norm dan volgens voornoemde regeling, omdat volgens deze regeling minder dan 20 minuten per dag slagschaduw aanvaardbaar wordt geacht. In deze studie zijn meerdere slagschaduwcontouren (0 uur per jaar tot 120 uur per jaar) inzichtelijk gemaakt en wat het effect is van eventuele mitigerende maatregelen. Omdat op dit moment het resultaat van het planMER nog niet duidelijk is, is de praktische uitwerking van de slagschaduwnorm die gold vóór de uitspraak van de Raad van State als uitgangspunt genomen. Dit is een gemiddelde slagschaduwduur van 5:40 uur per jaar op gevoelige objecten. De beoordeling is gegeven in paragraaf 4.3.

4

Onder windparken op land worden windparken verstaan die op land en binnenwateren gerealiseerd worden en niet vergund worden op grond van de Wet windenergie op zee. 5 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2022-181.html. 6 Zie ook de informatie van Infomil: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit/submenu/nieuws/overbruggingsregeling-milieuregels/. 7 Zie r.o. 18.1 van de uitspraak en de definitie ‘windturbinepark’ in bijlage A, artikel 1, bij het Besluit milieueffectrapportage. 8 ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395, r.o. 18.1. Windparken die vallen onder bijlage II van Richtlijn 85/337/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2011/92/EU en Richtlijn. 2014/52/EU (de MER-richtlijn) zijn mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig. 9 Ministerie EZK, 6 juli 2021, Kamerbrief: Gevolgen van de uitspraak van de Raad van State over de milieubeoordeling voor windturbinenormen. 10 Voor meer informatie over de Nationale Windturbinebepalingen Leefomgeving en bijbehorende documenten, zie: https://www.platformparticipatie.nl/windturbinebepalingen/default.aspx

6

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Externe veiligheid Op basis van de reactienota zienswijzen NRD planMER windturbinebepalingen worden de volgende varianten onderzocht in het planMER: • • •

Een plaatsgebonden risico toestaan van ten hoogste 10-5 voor beperkt kwetsbare objecten en 10-6 voor kwetsbare objecten. Deze norm gold vóór de uitspraak van de Raad van State. Grenswaarde PR 10-5 voor beperkt kwetsbare objecten wijzigen in richtwaarde/ standaardwaarde 10 -6. Windturbines mogen er niet toe leiden dat de PR 10-6 contour van risicovolle bedrijven of buisleidingen over kwetsbare objecten komt te liggen om domino-effecten tegen te gaan.

Omdat op dit moment het resultaat van het planMER nog niet duidelijk is, is de norm die gold vóór de uitspraak van de Raad van State als uitgangspunt genomen. Dit is een plaatsgebonden risico toestaan van ten hoogste 10 -5 voor beperkt kwetsbare objecten en 10-6 voor kwetsbare objecten. De beoordeling is gegeven in paragraaf 4.4.

Naderingsdetectie Op basis van de reactienota zienswijzen NRD planMER windturbinebepalingen worden de effecten van naderingsdetectie onderzocht in het planMER. Naderingsdetectie is niet doorslaggevend voor het bepalen van de locatie van windturbines. In deze studie is het al dan niet toepassen van naderingsdetectie dan ook niet onderzocht.

Afstandsnormen In het coalitieakkoord 2021-2025 is opgenomen dat er heldere afstandsnormen moeten komen voor windturbines. Op basis van de reactienota zienswijzen NRD planMER windturbinebepalingen worden de volgende varianten onderzocht in het planMER: 2, 3 en 4 keer de tiphoogte. Uit onderzoek11 blijkt dat het hanteren van alleen een afstandsnormen belangrijke nadelen kent. Omdat op dit moment het resultaat van het planMER nog niet duidelijk is, en daarmee ook niet of er afstandsnormen worden geïntroduceerd (al dan niet in combinatie met andere normen), is het effect van afstandsnormen niet onderzocht in deze studie.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de gehanteerde aanpak van onderhavige haalbaarheidsstudie. In hoofdstuk 3 is uiteengezet hoe de verschillende onderzochte scenario’s zijn opgebouwd. De milieueffecten van deze scenario’s zijn beschreven in hoofdstuk 4. Omwille van inzicht in de (technische) uitvoerbaarheid van de scenario’s is tevens de kwestie van netcongestie beschouwd en beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 tenslotte, bevat de conclusies en aanbevelingen.

11

7

Voor onderzoek afstandsnormen windturbines, zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/04/21/onderzoek-afstandsnormen-windturbines

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

2

Aanpak

2.1

Ontwikkelgebieden

In de Gebiedsverkenning – welke gepubliceerd is in november 2021 – zijn drie gebieden binnen het onderzoeksgebied A73/Maaslijn nader onderzocht op de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een windpark. Deze gebieden zijn de Babelsche Loop (1 in onderstaande kaart), Hoogheide (2) en de Witveldweg (3). In de gebiedsverkenning zijn deze gebieden beoordeeld op landschap, ecologie, hinder, externe veiligheid, elektriciteitsnet en beschikbare ruimte voor windturbines.

Tijdens de Gebiedsverkenning is de Babelsche Loop (meest noordelijke gebied op bovenstaande kaart) als minder geschikt beoordeeld en vooralsnog komen te vervallen als als mogelijke locatie voor een windpark. Redenen hiervoor zijn de mogelijkheden met betrekking tot inpassing in het landschap en de hoge ecologische waarden van dit gebied, in relatie tot de andere gebieden. In de gebiedsverkenning is aanvullend voorgesteld om Klaver 11 als mogelijke locatie verder te onderzoeken in de volgende studiefase. De voorliggende milieutechnische studie is gericht op de volgende drie ontwikkelgebieden (weergegeven in figuur 1): 1. Gebied Hoogheide 2. Gebied Witveldweg 3. Klaver 11

8

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

2.2

Uitgangspunten

In de Gebiedsverkenning is destijds gekeken welke gebieden binnen het A73/Maaslijn geschikt zijn voor de plaatsing van windturbines. Windturbines kunnen niet te dicht bij objecten zoals woningen, hoogspanningsleidingen, snelwegen, gasleidingen e.d. geplaatst worden. Om te bepalen waar mogelijk ruimte is voor de plaatsing van windturbines, is gekeken naar de fysieke ruimte die overblijft wanneer vooraf gestelde richtafstanden van bepalende objecten wordt geprojecteerd.

Figuur 1 Indicatieve ligging ontwikkelgebieden Hoogheide (1), Witveldweg (2) en Klaver 11 (3)

In deze milieutechnische studie zijn voor de overgebleven geselecteerde gebieden twee scenario’s gemaakt voor de theoretisch maximale duurzame opwek van windenergie. Vanuit deze twee scenario’s is een projectie gemaakt wat de milieueffecten zijn op de omgeving, om op die manier inzicht te krijgen in de (ruimtelijke) knelpunten. Deze scenario’s worden toegelicht in Hoofdstuk 3.1.

Locaties indicatief alleen voor deze studie. De locaties van de ingetekende windturbines zijn puur fictief en niet gebaseerd op bestaande initiatieven of grondposities. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om specifieke posities van windturbines te bepalen via deze studie.

9

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

In de milieutechnische studie is naar de volgende aspecten gekeken op basis van twee scenario’s. -

Geluid Slagschaduw Externe veiligheid Natuur Landschap Ruimtebeslag

Niet meegenomen: -

Radar (zie onderstaande tekstvak) Opheffen van ruimtelijke knelpunten (bijv. Molenaarswoningen) Netcongestie (de locatie-specifieke omstandigheden zijn wel toegelicht in Hoofdstuk 5) Laagfrequent of infra-geluid (volgens informatie van het RIVM12 zijn er geen aanwijzingen dat laagfrequent en infrageluid andere effecten hebben dan gewoon geluid).

Toetsing Radar luchtverkeer Voor de plaatsing van windturbines is naast de onderzochte milieueffecten is ook de impact op radar voor luchtverkeer bepalend. Rondom de zeven radarposten van het ministerie van Defensie zijn toetsingsgebieden aangewezen. Deze gebieden zijn beschreven in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Plannen voor windturbines zijn toetsingsplichtig indien zij zijn gepland op een afstand van minder dan 75 kilometer van één van de zeven radarposten en indien de tiphoogte van de wieken de opstelhoogte van die radarinstallatie met een bepaalde hoogte overstijgt. De defensieradars zijn opgesteld voor de nationale veiligheid en controleren ons luchtruim. Om ervoor te zorgen dat windturbines geen negatief effect hebben op de defensieradar moeten windturbineopstellingen altijd door TNO getoetst worden. Ook in de omgeving van (regionale) vliegvelden is een toetsing op haalbaarheid noodzakelijk. TNO toetst op basis van daadwerkelijke locatievoorstellen. In deze studie is de locatie van de windturbines indicatief. De toetsing op radar voor luchtverkeer is om deze reden niet meegenomen in dit onderzoek.

2.3

Klaver 11

Vanwege het feit dat Klaver 11 vanuit de vaststelling van de Gebiedsverkenning is toegevoegd, is dit gebied niet beoordeeld op de diverse milieu-effecten zoals dit wel is gebeurd voor de gebieden Babelsche Loop, Hoogheide en Witveld. Om Klaver 11 op eenzelfde wijze te kunnen meenemen in deze studie, is als eerste een toets op richtafstanden voor wat betreft verblijfsobjecten (o.a. woningen) en andere belemmeringen uitgevoerd.

12

https://www.rivm.nl/sites/default/files/2021-08/Factsheet-windturbines.pdf

10

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Op onderstaande kaart zijn de richtafstanden geprojecteerd voor Klaver 11, dit is het rood gearceerde gebied. xxxxxxxxxxxxxxxxx.

Uit bovenstaande kaart blijkt dat er meerdere belemmeringen zijn in Klaver 11. Tussen de verblijfsobjecten is weinig fysieke ruimte beschikbaar en de fysieke ruimte die beschikbaar is, wordt grotendeels beperkt door de hoogspanningslijn die Kalver 11 doorkruist. Daarnaast liggen er aan de Horsterweg en de Californische weg verschillende verblijfsobjecten. Vanuit deze analyse kan geconcludeerd worden dat er – wanneer de huidige belemmeringen worden gehanteerd en gerespecteerd – slechts ruimte is voor één enkele windturbine. Vanuit het gegeven dat er slechts één windturbine vanuit de huidige situatie mogelijk is, voldoet het gebied Klaver 11 niet aan de uitgangspunten uit KODE. Binnen een Energielandschap dienen meerdere windturbines namelijk geclusterd geplaatst te worden. Binnen het gebied Klaver 11 is dit niet mogelijk. Om deze reden is dit gebied niet verder meegenomen in deze milieutechnische studie.

Beperkingen opheffen? In de praktijk zijn er mogelijkheden om ruimtelijke knelpunten met windturbines op te heffen door bijvoorbeeld verblijfsobjecten op te kopen of deze een aparte juridische status te geven als molenaarswoning. De richtafstanden ten opzichte van een hoogspanningslijn zijn indicatief. In overleg met de netbeheerder en de typering van de windturbines is het wellicht mogelijk om een turbine te plaatsen op een kleinere afstand van de hoogspanningslijn.

11

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

3

Opbouw van de scenario’s

3.1

Referentieturbines en scenario’s

Referentieturbines De ontwikkeling van (de techniek van) windturbines bevindt zich in een stroomversnelling. Windturbines worden geavanceerder, hoger en nemen toe in vermogen. Op basis van marktontwikkelingen en de ontwikkelingen in de afgelopen jaren, is de verwachting dat de technologische ontwikkeling van windturbines zich de komende jaren voortzet. Naast de technologische ontwikkelingen zijn ook de locatie en het bijbehorende windklimaat van invloed op de (lokale) keuze welke windturbine in een concreet geval het meest geschikt is. Daarom wordt gebruik gemaakt in deze studie van twee referentieturbines om de bandbreedte aan plaatsingsmogelijkheden van windturbines in de ontwikkelgebieden te onderzoeken. De twee referentieturbines verschillen in formaat en vermogen. De kenmerken van beide referentieturbines zijn weergegeven in onderstaande tabel 1 en figuur 2. Bij het bepalen van de milieu-effecten kunnen in deze milieutechnische studie kleine afwijkingen in as/tiphoogte en/of diameter optreden tussen deze referentieturbines en de gebruikte turbines. Bij het uitvoeren van een Plan-MER worden de daadwerkelijk te plaatsen windturbines doorberekend.

Tabel 1 Kenmerken van de referentieturbines

Kenmerk

Referentieturbine Referentieturbine – Hoog – Laag

Tiphoogte (max.)

250 meter

200 meter

Maximum rotordiameter 170 meter

140 meter

Vermogen

3 en 4,5 MW

4,5-7 MW

Scenario’s Om de referentieturbines te vertalen naar ruimtelijke scenario’s, is voor beide referentieturbines bepaald hoeveel windturbines geplaatst kunnen worden in de ontwikkelgebieden. Dit leidt tot een scenario ‘laag’, op basis van Figuur 2 Kenmerken en terminologie windturbine referentieturbine ‘laag’, en een scenario ‘hoog’, op basis van referentieturbine ‘hoog’. In september 2022 heeft afstemming met de gemeente en energiecoöperatie plaatsgevonden en daarbij is afgesproken de volgende uitgangspunten als vertrekpunt te hanteren: 1. De windturbines worden in een lijnopstelling of matrix opstelling geplaatst waarbij de bestaande structuren in het landschap worden gevolgd. 2. De windturbines dienen minimaal 3 x de rotordiameter aan afstand tot elkaar te zijn geplaatst. 3. In zuidwestelijke richting dienen de windturbines op een minimale afstand van 4 x de rotordiameter tot elkaar geplaatst te worden. Bovenstaande uitgangspunten zijn gehanteerd om gevoel te krijgen bij de milieueffecten die optreden en die in kaart te brengen.

12

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Voor de ontwikkelgebieden resulteert dit in de scenario’s weergegeven in onderstaande tabel 2 en figuur 3. Tabel 2 Onderzochte fictieve, gemaximaliseerde, scenario's

Onderzoeksgebied Hoogheide Witveldweg

Scenario Laag

Scenario ‘laag’ 6 windturbines 4 windturbines

Scenario ‘hoog’ 5 windturbines 3 windturbines

Scenario Hoog

Figuur 3 Weergave fictieve positionering windturbines voor beide scenario’s

3.2

Toepasbaarheid kleine windturbines

In de scenario’s wordt de impact van het plaatsen van de referentieturbines uit paragraaf 3.1 onderzocht. Bij de vaststelling van de Gebiedsverkenning in december 2021 is toegezegd om in beeld te brengen wat de voor- en nadelen zijn van het plaatsen van kleinere windmolens voor de scenario's (toezegging 2021.208). Deze paragraaf is de gevraagde uitwerking van deze toezegging. Wat onder een kleine windturbine wordt verstaan, hangt af van de definitie. In KODE is opgenomen wat er in de gemeente Horst aan de Maas wordt verstaan onder een kleine windmolen, namelijk een windmolen met een maximale ashoogte van 20 meter. Er wordt daarbij geen uitspraak gedaan over vermogen. Om te laten zien wat het plaatsen van kleine windmolens betekent binnen de ontwikkelgebieden, afgezet tegen de benodigde opwekcapaciteit wind, wordt voor de uitwerking van de scenario's uitgegaan van een mini windturbine met een vermogen tot ca. 1 MW en een tiphoogte tot ca. 75 meter. Dit type kleine windturbine is gebruikt in het onderzoek ‘Kansen voor kleine windturbines bij de waterschappen13’ van het STOWA in 2020 naar de toepasbaarheid van kleine windturbines voor het Waterschap. De volgende twee conclusies uit de rapportage zijn van belang. Ten eerste blijken kleine windturbines vanwege financiële redenen weinig aantrekkelijk om energie op te wekken.

De windturbines zijn vooral aantrekkelijk om lokaal energie te leveren. De businesscase is uiteraard afhankelijk van de leveringscondities en de energieprijzen. Met de leveringsconditie die Stowa heeft gehanteerd, bleken de kleine turbines rendabel te zijn wanneer 90% van de opgewekte stroom lokaal wordt gebruikt.

13

https://www.stowa.nl/publicaties/kansen-voor-kleine-windturbines-bij-de-waterschappen

13

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Ten tweede zijn de lokale windcondities cruciaal. Met een gemiddelde windsnelheid van 5 m/s zijn kleine windturbines haalbaar. Deze condities zijn landinwaarts minder te vinden. Lokaal onderzoek naar de windcondities is cruciaal. Dat kleinere windturbines niet rendabel zijn voor de toelevering van energie aan het net wordt eveneens bevestigd door de Nederlandse WindEnergie Associatie de brancheorganisatie van de windsector. De NWEA waarschuwde in 2020 bij het opstellen van de RES om niet te gaan rekenen met relatief kleine turbines omdat ze niet rendabel zijn. 14

De energielandschappen zijn conform KODE bedoeld voor de grootschalige opwek van energie. Vooralsnog wordt uitgegaan van teruglevering aan het net, wat de inzet van kleinere windturbines niet aantrekkelijk maakt. Indien de financiële businesscase van ondergeschikt belang is, kan worden gekeken naar de inpassing van de kleine windturbines in de ontwikkelgebieden Hoogheide en Witveld. Zoals onderstaand figuur 4 laat zien, dient dan naast de financiële businesscase een afweging te worden gemaakt op basis van landschappelijke inpasbaarheid.

Figuur 4 Projectie van aantallen kleine turbines binnen beide ontwikkelgebieden

Doelstellingen KODE en kleine windturbines In het KODE is een opgave voor de realisatie van 223 TJ aan windenergie ten doel gesteld. Wanneer deze doelstelling gerealiseerd wordt met kleine windturbines is de plaatsing van deze turbines van groot belang. In de meest ideale omstandigheden met de meest ideale turbines uit het STOWA onderzoek dienen er minimaal 35 kleine windturbines te worden geplaatst van type DW 54 met een tiphoogte van 104 meter.

14

https://nwea.nl/regionale-energie-strategieen-verkijken-zich-op-te-kleine-windturbines/

14

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

4

Analyse van de milieueffecten

4.1

Opbouw van de analyse

In de analyse wordt per milieuaspect de wijze van beoordeling toegelicht. Vervolgens worden de plaatsingsmogelijkheden van beide ontwikkelgebieden afzonderlijk toegelicht. Voor de opgave wind uit KODE wordt uitgegaan van ontwikkeling van beide gebieden. Vanwege de nabijheid van de ontwikkelgebieden ten opzichte van elkaar is ook de overlap van de milieueffecten in beeld gebracht. Uitgaande van de twee scenario’s Hoog en Laag, zoals weergegeven in figuur 3, zijn zes alternatieven geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Hoogheide Hoog Hoogheide Laag Witveldweg Hoog Witveldweg Laag Hoogheide + Witveldweg Hoog Hoogheide + Witveldweg Laag

4.2

Geluid

4.2.1

Uitgangspunten beoordeling

In paragraaf 1.2 is beschreven dat vóór de uitspraak van de Raad van State de geluidsnorm maximaal een geluidbelasting van 47 dB Lden en 41 dB Lnight toestond. Deze norm is als uitgangspunt gebruikt in deze studie en betekent dat de geluidbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen15 en op de grens van gevoelige terreinen 16, niet hoger mag zijn dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight17. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe de beoordeling van de fictieve scenario’s is uitgevoerd voor het milieuaspect geluid. Lden & Lnight Lden (Level day-evening-night) is het over een geheel jaar gemiddeld geluidniveau (in decibel) voor de dag-, avonden nachtperiode18. Lnight is het geluidniveau (in decibel) gemiddeld over alle nachtperioden van een heel jaar. Bij de bepaling van Lden wordt een toeslag toegepast van 5 dB op het geluidniveau in de avondperiode en 10 dB op het geluidniveau in de nachtperiode. Bij de bepaling van de Lden- en de Lnight-waarden wordt conform het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’ voor de windturbines uitgegaan van de gemiddelde geluidemissie op basis van de langjarige windverdeling op ashoogte. Effectief betekent dit dat de berekende gemiddelden hoger uitkomen dan ze werkelijk zullen optreden (worst-case).

Uitleg beoordelingsmethodiek Voor deze studie zijn de 47 dB, 45 dB, 42 dB en 40 dB Lden contouren berekend17. Hierbij is het aantal gevoelige objecten per geluidbelastingklasse bepaald. Op basis hiervan zijn de effecten en (on)mogelijkheden beschreven voor de scenario’s. Om een beeld te geven van de impact van geluidbeperkende voorzieningen op de energieproductie, zijn voor alle zes de alternatieven de benodigde geluidsbeperkingen berekend om aan een uitgangspunt van 47 dB Lden te voldoen.

15

Woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting. 16 Terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidgevoelige terreinen, met uitzondering van die terreinen behorende bij de betreffende inrichting. 17 Voor windturbines gold naast de grenswaarde van 47 Lden, ook een grenswaarde 41 dB Lnight. In de praktijk blijkt de Lden-norm altijd maatgevend te zijn voor de beoordeling. Met andere woorden, als zonder maatregelen aan de grenswaarde van 47 dB L den wordt voldaan wordt tevens aan de grenswaarde van 41 dB Lnight voldaan. 18 De dagperiode is van 07:00 tot 19:00 uur, de avondperiode van 19:00 tot 23:00 uur en de nachtperiode van 23:00 tot 07:00 uur.

15

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Bij het beoordelen van de scenario’s is gekeken naar de gevoelige objecten waaronder woonfuncties, zorgfuncties en onderwijsfuncties in het onderzoeksgebied binnen een straal van 2,5 kilometer rondom de beide ontwikkelgebieden. Dit is gebaseerd op een afstand van tienmaal de tiphoogte van de (voor dit fictieve scenario bepaalde) maximale hoogte van 250 meter. In totaal gaat het om 3.120 objecten, waarvan circa 2.500 objecten in de drie omliggende dorpskernen, zie afbeelding 1 en 2. Melderslo Lottum

Grubbenvorst

Afbeelding 1 Scenario hoog. De geluidgevoelige objecten in een straal van circa 2,5 km zijn aangeduid in het oranje. De twee ontwikkelgebieden zijn in het licht roze aangegeven met daarin de beschouwde windturbinelocaties.

Afbeelding 2 Scenario laag. De geluidgevoelige objecten in een straal van circa 2,5 km zijn aangeduid in het oranje. De twee ontwikkelgebieden zijn in het licht roze aangegeven met daarin de beschouwde windturbinelocaties.

Om de effecten voor het milieuaspect geluid te bepalen, is een analyse verricht voor windturbines die aan de karakteristieken van beide scenario’s voldoen. Bij de bepaling van het jaargemiddelde geluidvermogen (LE) van de windturbines is uitgegaan van het lokale windklimaat en het bronvermogen per windsnelheidsklasse. Voor het lokale windklimaat is uitgegaan van de langjarige windverdeling van het KNMI zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’, bijlage 4 van de ‘Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’. Het representatieve jaargemiddelde geluidvermogen is bepaald uitgaande van een (worst case) windklimaat op een hoogte van 150 meter voor scenario laag en 170 meter voor scenario hoog. Op basis van voornoemde analyse is voor het aspect geluid voor de scenario’s hoog en laag uitgegaan van: •

16

Scenario Hoog: Een maximaal geluidvermogen (LWA) van 107,5 dB(A) en een jaargemiddeld geluidvermogen (LE) – ook wel aangeduid als jaargemiddelde geluidemissie – van maximaal 103,4 dB(A) in de dagperiode, 104,2 dB(A) in de avondperiode en 104,6 dB(A) in de nachtperiode. Dit is een worst-case uitgangspunt voor windturbines in de klasse van 4,5 tot 6 of meer MW. De meeste windturbines in deze klasse hebben een iets lager geluidvermogen.

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

•

Scenario Laag: Een maximaal geluidvermogen (LWA) van 107,3 dB(A) en van een jaargemiddeld geluidvermogen (LE) – ook wel aangeduid als jaargemiddelde geluidemissie – van maximaal 102,5 dB(A) in de dagperiode, 103,3 dB(A) in de avondperiode en 103,9 dB(A) in de nachtperiode. Dit is een worst-case uitgangspunt voor windturbines in de klasse 3,0 tot 4,5 MW. De meeste windturbines in deze klasse hebben een iets lager geluidvermogen.

De voorgenoemde uitgangspunten zijn samengevat in tabel 3. Tabel 3 Uitgangspunten maximaal en jaargemiddeld geluidvermogen van scenario hoog en scenario laag

Scenario

Hoogte windklimaat

Maximaal geluidvermogen LWA [dB(A)] en jaargemiddeld geluidvermogen LE [dB(A)] LWA,max

LE dag

LE avond

LE nacht

LE den*

Hoog

170

107,5

103,4

104,2

104,6

110,9

Laag

150

107,3

102,5

103,3

103,9

110,1

* LE den betreft het jaargemiddelde geluidvermogen uitgedrukt in L den, d.w.z. inclusief een toeslag van 5 dB voor de avondperiode en 10 dB voor de nachtperiode

In de berekeningen is het relatieve geluidspectrum gehanteerd zoals vermeld in tabel 4. Het spectrum wordt hier gepresenteerd als de negatieve dB(A) waardes die van het totaal afgetrokken moeten worden om tot het geluidvermogen van de desbetreffende octaafband te komen. Een groter negatief getal betekent dus een lager geluidvermogen in die octaafband. Tabel 4 Relatieve geluidspectrum* van de windturbines van beide scenario’s, uitgedrukt in octaafbanden [dB(A)]

Scenario

31,5 Hz

63 Hz

125 Hz

250 Hz

500 Hz

1000 Hz

2000 Hz

4000 Hz

8000 Hz

Hoog

-26,3

-15,4

-9,0

-6,4

-6,1

-6,9

-9,0

-14,7

-27,4

Laag

-27,4

-16,2

-9,4

-6,5

-6,1

-6,8

-8,7

-14,0

-26,0

* Gebaseerd op de publicatie ´Lavfrekvent støj fra store vindmøller - opdateret 2011', Aalborg Universitet, H. Møller, C.S. Pedersen, S. Pedersen.

Reken- en meetvoorschrift De berekeningen zijn verricht conform het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’, bijlage 4 van de ‘Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’. De overdrachtsberekeningen zijn verricht met het softwarepakket ‘Geomilieu versie V2022.1, module IL-WT’. In de berekeningen is rekening gehouden met de van belang zijnde factoren, zoals afstandsreducties, hoogtelijnen, bodemeffecten en luchtdemping. Dorpskernen, erven, terreinen en de wegen (o.a. de A73) zijn in het rekenmodel ingevoerd als harde, geluidreflecterende bodemgebieden (bodemfactor 0). Voor het omliggende gebied is uitgegaan van een overwegend geluidabsorberend bodemgebied (bodemfactor 0,8). Bij de beoordelingshoogte van de contouren en toetspunten is uitgegaan van 5 meter boven maaiveld.

17

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

4.2.2

Resultaten berekeningen Hoogheide

In de navolgende afbeeldingen zijn voor de zes alternatieven de 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren gepresenteerd voor de situatie zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen.

Afbeelding 3 Hoogheide scenario hoog. De 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen

Afbeelding 4 Hoogheide scenario laag. De 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen

De tabel 5.1 laat het aantal gevoelige objecten per geluidklasse zien. Dichtbij contourlijnen wordt een woning soms wel en soms niet meegenomen in deze telling, omdat de contourlijnen op de gehele Lden waarden liggen (dus bijvoorbeeld 46,0 of 47,0 dB), terwijl de tellingen op afgeronde waarden zijn gebaseerd. Dat betekent dat objecten met een geluidbelasting van 45,6 en 47,4 Lden aan de klasse 46 t/m 47 dB worden toegekend. De geluidgevoelige objecten voor het gebied Hoogheide zijn in het oranje blok weergegeven. In de tabel 6.1 staat een overzicht van de geluidbelasting op de meest kritische woningen rond de ontwikkelgebieden Hoogheide en Witveld. Hierbij is geen rekening gehouden met mitigerende maatregelen.

18

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Tabel 5.1 Het aantal gevoelige objecten dat zich binnen een geluidbelasting Lden bevindt. Het totaal aantal gevoelige objecten is beperkt tot de 3120 adressen binnen een straal van circa 2,5 km van de windturbines

Locatie

Scenario

Hoogheide

Witveld

Beide ontwikkelgebieden

Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidbelasting Lden (zonder mitigatie) 40 – 42 dB

43 – 45 dB

46 – 47 dB

>47 dB

Hoog

26

41

13

3

Laag

25

41

10

3

Hoog

26

29

9

5

Laag

26

23

13

7

Hoog

51

69

24

16

Hoog (excl. H5)

45

74

22

8

Laag

46

68

24

17

Laag (excl. L3 en L7)

40

65

22

4

Tabel 6.1 Een overzicht van de hoogste geluidbelasting Lden (zonder mitigerende maatregelen) op de meest kritische woningen rond het ontwikkelgebied Hoogheide (oranje kolom)

Meest kritische woningen nabij ontwikkelgebied Hoogheide

Hoogste* geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van ontwikkelgebied Hoogheide

Hoogste* Geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van beide ontwikkelgebieden**

5971PA

50

49

5971NS

48

48

5971PA

48

47

5973RH

47

47

5971NS

47

48

5973RH

47

47

5973RH

47

47

5973RH

47

47

5974PA

46

46

*De hoogste geluidbelasting betreft de hoogste waarde van Lden van scenario hoog en laag, zonder mitigerende maatregelen **Voor de simultane ontwikkeling van beide ontwikkelgebieden is vanwege knelpunten op gebied van geluid turbinelocaties H5 en L3 geschrapt.

Beoordeling Hoogheide Voor het ontwikkelgebied Hoogheide beperkt een woning aan de Losbaan het maximale scenario voor de zuidwestelijke turbines in het ontwikkelgebied (H5 en L3), vanwege een te hoge geluidsbelasting in dit scenario (deze kan oplopen tot 50 dB Lden onder de worst case uitgangspunten zonder mitigatie). In de berekeningen is weliswaar van een worst case windturbine uitgegaan, maar het is desalniettemin naar verwachting niet mogelijk om met een stillere turbine of een noisemode de geluidbelasting op de gevel naar 47 dB Lden te verlagen/mitigeren, of naar 45 dB Lden. De geluidbelasting op de overige gevoelige adressen met een geluidbelasting groter dan 47 dB L den is mogelijk mitigeerbaar tot een niveau van 47 dB Lden. Of de maximale inpassing van het ontwikkelgebied mitigeerbaar is tot een niveau van 45 dB Lden is niet onderzocht, maar mogelijk zal met het uitgangspunt van 45 dB Lden een turbine geschrapt moeten worden. 19

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

4.2.3

Resultaten berekeningen Witveldweg

In de navolgende afbeeldingen zijn voor de zes alternatieven de 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren gepresenteerd voor de situatie zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen.

Afbeelding 5 Witveld scenario hoog. De 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen

Afbeelding 6 Witveld scenario laag. De 40, 42, 45 en 47 L den geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen

De tabel 5.2 laat het aantal gevoelige objecten per geluidklasse zien. Dichtbij contourlijnen wordt een woning soms wel en soms niet meegenomen in deze telling, omdat de contourlijnen op de hele Lden waarden liggen (dus bijvoorbeeld 46,0 of 47,0 dB), terwijl de tellingen op afgeronde waarden zijn gebaseerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat objecten met een geluidbelasting van 45,6 en 47,4 Lden aan de klasse 46 t/m 47 dB worden toegekend. De geluidgevoelige objecten voor het gebied Witveld zijn in het oranje blok weergegeven. In tabel 7.1 staat een overzicht van de geluidbelasting op de meest kritische woningen rond de ontwikkelgebieden Hoogheide en Witveld. Hierbij is geen rekening gehouden met mitigerende maatregelen.

20

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Tabel 5.2 Het aantal gevoelige objecten dat zich binnen een geluidbelasting Lden bevindt. Het totaal aantal gevoelige objecten is beperkt tot de 3120 adressen binnen een straal van circa 2,5 km van de windturbines

Locatie

Scenario

Hoogheide

Witveld

Beide ontwikkelgebieden

Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidbelasting Lden (zonder mitigatie) 40 – 42 dB

43 – 45 dB

46 – 47 dB

>47 dB

Hoog

26

41

13

3

Laag

25

41

10

3

Hoog

26

29

9

5

Laag

26

23

13

7

Hoog

51

69

24

16

Hoog (excl. H5)

45

74

22

8

Laag

46

68

24

17

Laag (excl. L3 en L7)

40

65

22

4

Tabel 7.1 Een overzicht van de hoogste geluidbelasting Lden (zonder mitigerende maatregelen) op de meest kritische woningen rond het ontwikkelgebied Witveld (oranje kolom)

Meest kritische woningen nabij ontwikkelgebied Witveld

Hoogste* geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van ontwikkelgebied Witveld

Hoogste* Geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van beide ontwikkelgebieden**

5971NG

51

50

5971NS

48

49

5971NG

48

48

5971NV

48

48

5971NG

48

48

5971NS

48

48

5971NS

48

47

5971NS

47

48

5971NV

47

47

5971NS

47

47

5971NV

46

47

*De hoogste geluidbelasting betreft de hoogste waarde van Lden van scenario hoog en laag, zonder mitigerende maatregelen **Voor de simultane ontwikkeling van beide ontwikkelgebieden zijn vanwege knelpunten op gebied van geluid turbineposities L7 geschrapt.

21

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Beoordeling Witveld Voor het ontwikkelgebied Witveld treedt het hoogste geluidniveau op bij de gevel van een woning aan de Horsterweg, op het bedrijventerrein Klaver 11. Ook andere woningen binnen het ontwikkelgebied zijn gelegen aan de Horsterweg binnen dit bedrijventerrein, maar deze liggen verder van het ontwikkelgebied Witveld. Klaver 11 is niet gezoneerd ingevolge artikel 40 van de Wet geluidhinder19. Indien maatwerk niet mogelijk is, zal er mogelijk voor een aantal woningen aan de Horsterweg naar andere oplossingen gekeken moeten worden. De geluidbelasting op de overige geluidsgevoelige objecten met een geluidbelasting groter dan 47 dB L den is mitigeerbaar tot een niveau van 47 dB Lden. Of de maximale inpassing van het ontwikkelgebied mitigeerbaar is tot een niveau van 45 dB Lden is niet onderzocht, maar mogelijk zal onder dit uitgangspunt een turbine geschrapt moeten worden.

4.2.4

Resultaten berekeningen Beide ontwikkelgebieden

In de navolgende afbeeldingen zijn voor de zes alternatieven de 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren gepresenteerd voor de situatie zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen.

Afbeelding 7 Beide ontwikkelgebieden scenario hoog. De 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen

19

Afbeelding 8 Beide ontwikkelgebieden scenario laag. De 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele geluidbeperkende maatregelen

https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.1507.BPHMKlaver11-ON01/t_NL.IMRO.1507.BPHMKlaver11-ON01.html#_5.8_Geluid

22

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

In afbeeldingen 9 en 10 en de tabellen 6.2 en 7.2 zijn de geluidcontouren en gevoelige objecten ook gepresenteerd voor de alternatieven voor beide ontwikkelgebieden hoog zonder windturbine H5 en beide ontwikkelgebieden laag zonder windturbine L3 en L7. Dit komt omdat er bij de realisatie van beide ontwikkelgebieden knelpunten ontstaan bij verschillende woningen aan de Witveldweg. Deze knelpunten zijn beperkt te mitigeren door een stillere turbinekeuze of een zogenoemde ‘noise mode’. Hier is nader op ingegaan in de paragraaf 4.2.5.

Afbeelding 9 Beide ontwikkelgebieden scenario hoog, na sanering van windturbine H5. De 40, 42, 45 en 47 Lden geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele verdere geluidbeperkende maatregelen

Afbeelding 10 Beide ontwikkelgebieden scenario laag, na sanering van windturbines L7 en L3. De 40, 42, 45 en 47 L den geluidcontouren van de windturbines zonder eventuele verdere geluidbeperkende maatregelen

De tabel 5.3 laat het aantal gevoelige objecten per geluidklasse zien. Dichtbij contourlijnen wordt een woning soms wel en soms niet meegenomen in deze telling, omdat de contourlijnen op de hele Lden waarden liggen (dus bijvoorbeeld 46,0 of 47,0 dB), terwijl de tellingen op afgeronde waarden zijn gebaseerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat objecten met een geluidbelasting van 45,6 en 47,4 Lden aan de klasse 46 t/m 47 dB worden toegekend. De geluidgevoelige objecten voor beide gebieden zijn in het oranje blok weergegeven. In tabel 6.2 en tabel 7.2 staat een overzicht van de geluidbelasting op de meest kritische woningen rond de ontwikkelgebieden Hoogheide en Witveld. Hierbij is geen rekening gehouden met mitigerende maatregelen.

23

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Tabel 5.3 Het aantal gevoelige objecten dat zich binnen een geluidbelasting Lden bevindt. Het totaal aantal gevoelige objecten is beperkt tot de 3120 adressen binnen een straal van circa 2,5 km van de windturbines

Locatie

Scenario

Hoogheide

Witveld

Beide ontwikkelgebieden

Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidbelasting Lden (zonder mitigatie) 40 – 42 dB

43 – 45 dB

46 – 47 dB

>47 dB

Hoog

26

41

13

3

Laag

25

41

10

3

Hoog

26

29

9

5

Laag

26

23

13

7

Hoog

51

69

24

16

Hoog (excl. H5)

45

74

22

8

Laag

46

68

24

17

Laag (excl. L3 en L7)

40

65

22

4

Tabel 6.2 Een overzicht van de hoogste geluidbelasting Lden (zonder mitigerende maatregelen) op de meest kritische woningen beide ontwikkelgebieden in Hoogheide (oranje kolom)

Meest kritische woningen nabij ontwikkelgebied Hoogheide

Hoogste* geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van ontwikkelgebied Hoogheide

Hoogste* Geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van beide ontwikkelgebieden**

5971PA

50

49

5971NS

48

48

5971PA

48

47

5973RH

47

47

5971NS

47

48

5973RH

47

47

5973RH

47

47

5973RH

47

47

5974PA

46

46

*De hoogste geluidbelasting betreft de hoogste waarde van Lden van scenario hoog en laag, zonder mitigerende maatregelen **Voor de simultane ontwikkeling van beide ontwikkelgebieden is vanwege knelpunten op gebied van geluid turbinelocaties H5 en L3 geschrapt.

24

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Tabel 7.2 Een overzicht van de hoogste geluidbelasting Lden (zonder mitigerende maatregelen) op de meest kritische woningen beide ontwikkelgebieden in Witveld (oranje kolom)

Meest kritische woningen nabij ontwikkelgebied Witveld

Hoogste* geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van ontwikkelgebied Witveld

Hoogste* Geluidbelasting Lden [dB] bij realisatie van beide ontwikkelgebieden**

5971NG

51

50

5971NS

48

49

5971NG

48

48

5971NV

48

48

5971NG

48

48

5971NS

48

48

5971NS

48

47

5971NS

47

48

5971NV

47

47

5971NS

47

47

5971NV

46

47

*De hoogste geluidbelasting betreft de hoogste waarde van Lden van scenario hoog en laag, zonder mitigerende maatregelen **Voor de simultane ontwikkeling van beide ontwikkelgebieden zijn vanwege knelpunten op gebied van geluid turbineposities L7 geschrapt.

Beoordeling Beide ontwikkelgebieden In de contourenplaatjes voor de realisatie van beide ontwikkelgebieden (afbeeldingen 7 en 8) is te zien dat er knelpunten ontstaan bij verschillende woningen aan de Witveldweg. Wat tevens opvalt, is dat er geen significante verschillende in geluidbelasting optreedt in beide, fictieve en gemaximaliseerde, scenario’s. De knelpunten ontstaan omdat beide ontwikkelgebieden relatief dicht bij elkaar liggen en er dus cumulatie van het windturbinegeluid ontstaat. Deze knelpunten zijn onder het uitgangspunt van maximale inpassing nauwelijks te mitigeren, bijvoorbeeld door de keuze voor een stillere windturbine of het toepassen van een ‘noise mode’. In paragraaf 4.2.5 is daarom gekeken naar welke windturbines geschrapt moeten worden om realisatie van windturbines in beide ontwikkelgebieden mogelijk te maken.

4.2.5

Mitigatie

In geval van ruimtelijke knelpunten, is mitigatie noodzakelijk. Met de term ‘mitigatie’ wordt bedoeld het treffen van zodanige maatregelen zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Om een inschatting te geven van de impact van benodigde geluidreducties op de energieopbrengst (zie ook paragraaf 4.4) is als uitgangspunt een maximum van 47 dB Lden aangehouden op de gevels van alle omliggende geluidgevoelige objecten, behalve voor de woningen aan de Losbaan en Horsterweg. In dit fictieve, gemaximaliseerde, scenario kan ter plaatse van de woningen aan de Losbaan en Horsterweg alleen aan een geluidbelasting van 47 dB Lden worden voldaan als in Hoogheide turbineposities L3/H5 en in Witveld turbineposities L8/H7 worden geschrapt. Tenzij er woningen bij het windpark zouden worden betrokken of aan de woonbestemming zouden worden onttrokken. Voor deze studie is daar niet van uitgegaan. Voor alle alternatieven zijn voor bepaalde windturbines ‘noise mode’ instellingen nodig om in ieder geval te voldoen aan dit uitgangspunt (47 dB Lden). De jaargemiddelde geluidemissie kan worden beperkt door toepassing van een zogenaamde ‘noise mode’. Bij instelling van een ‘noise mode’ worden de rotorbladen onder een iets andere hoek gedraaid ten opzichte van de voor energieopbrengst optimale instelling.

De bladen draaien dan minder snel waardoor minder geluid wordt geproduceerd. Het nadeel van een ‘noise mode’ is dat de energieopbrengst hierdoor lager uitvalt.

25

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

Als kengetal is uitgegaan van een productieverlies van circa 5% per dB reductie op de jaargemiddelde geluidemissie van een windturbine voor ieder uur van het etmaal dat de noise mode moet worden toegepast. Een alternatieve optie is om een relatief stil type windturbine te selecteren. Dan hoeft met de ‘noise mode’ minder te worden gereduceerd en in bepaalde gevallen kan deze noise mode dan zelfs achterwege blijven. De benodigde reducties over de jaargemiddelde geluidemissie per windturbine zijn voor de alternatieven vermeld in tabel 8. Voor een realisatie van beide ontwikkelgebieden geldt dat er voor een aantal windturbines tot wel 6 dB in de nacht en soms ook in 3 dB de avond gereduceerd moet worden op de jaargemiddelde geluidemissie om aan een uitgangspunt van 47 dB Lden te voldoen. Dit zijn grote geluidreducties, die aanzienlijke verliezen van de elektriciteitsproductie met zich meebrengen (circa 30% in de nacht), maar die ook niet voor alle typen windturbines haalbaar zijn. Om een reductie van 6 dB op de jaargemiddelde geluidemissie te realiseren, is namelijk een noise mode nodig die meer dan 6 dB van de maximale geluidproductie reduceert, omdat een noise mode vooral het geluid bij de hogere windsnelheden reduceert. Niet alle windturbines beschikken over noise modes die dergelijke geluidreducties kunnen behalen.

In het scenario dat beide ontwikkelgebieden gerealiseerd worden, is er vanwege de bovenstaande redenen voor gekozen om turbine H5 voor scenario hoog en turbines L3 en L7 voor scenario laag te schrappen. In het overige deel van deze milieutechnische studie vormen deze geschrapte turbines (of beter, de geschrapte fictieve posities) geen onderdeel meer bij de analyse van optredende milieueffecten in het scenario Beide ontwikkelgebieden (hoog en laag). Tabel 8 De benodigde reducties tijdens de nachtperiode (23:00-07:00) op de jaargemiddelde geluidemissie, om te voldoen aan 47 Lden op alle woningen (exclusief de meest kritische woningen)

Locatie & scenario

Nachtelijke geluidreductie over de jaargemiddelde geluidemissie L E [dB] H/L1

H/L2

H/L3

H/L4

H/L5

H/L6

H/L7

H/L8

L9

L10

Hoogheide Hoog

0

0

0

1

3

--

--

--

--

--

Hoogheide Laag

0

2

0

0

0

0

--

--

--

--

Witveld Hoog

--

--

--

--

--

1

0

1

--

--

Witveld Laag

--

--

--

--

--

--

2

0

0

1

Beide ontwikkelgebieden Hoog

0

0

0

1

6*

6*

3

1

--

--

Beide ontwikkelgebieden Hoog, excl. H5

0

0

0

1

--

2

3

1

--

--

Beide ontwikkelgebieden Laag

0

1

6*

0

0

1

5

4

3

1

Beide ontwikkelgebieden Laag, excl. L3 en L7

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

*voor deze turbines is naast een reductie van 6 dB in de nachtperiode, ook nog een reductie van 3 dB in de avondperiode (19:0023:00) nodig.

4.3

Slagschaduw

4.3.1

Uitgangspunten beoordeling

Slagschaduw betreft de lichtflikkeringen die optreden vanwege de passerende schaduw van de draaiende rotorbladen van een windturbine. Deze lichtflikkeringen treden op als vanaf de ontvanger gezien de rotorbladen van een windturbine de zonnestralen onderbreken. De slagschaduw reikt het verste bij een laagstaande zon. Afhankelijk van hoe lang en hoe vaak de slagschaduw optreedt, de frequentie van de flikkeringen en de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte kan dit tot hinder leiden.

26

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

De hinder doet zich vooral voor als de slagschaduw op het raam van een woning valt en hierdoor binnen in de woning sterke wisselingen in de lichtsterkte optreden. Windturbines zullen geen bewegende slagschaduw veroorzaken als de lucht volledig bewolkt is, het (vrijwel) windstil is of als rotorbladen parallel staan met de lijn tussen de ontvanger en de zon. Direct ten zuiden van een windturbine zal nooit slagschaduw optreden, omdat in Nederland de zon nooit in het noorden staat. Uit onderzoek is gebleken dat de hinder van lichtflikkeringen het grootst is bij een frequentie van 2,5 tot 14 Hz. Er kunnen dan verschijnselen als zeeziekte of – bij hiervoor gevoelige mensen – een epileptische aanval optreden. Voor moderne windturbines is het toerental van de rotor echter dermate laag dat de flikkerfrequentie minder dan 1 Hz bedraagt. Bij deze frequentie worden voornoemde gezondheidseffecten niet verwacht 20. Naast de wisselingen in lichtsterkte door de slagschaduw kunnen er ook wisselingen in lichtsterkte optreden door de rechtstreekse reflectie van het zonnelicht op de draaiende rotorbladen, vaak aangeduid als lichtschitteringen. De reflectie van licht wordt bij moderne windturbines echter zo veel mogelijk uitgesloten door de rotorbladen uit te voeren met een veelal matte, lichtgrijze kleur.

In de analyse van milieueffecten voor deze milieutechnische studie is de slagschaduw kwantitatief vastgesteld, door de slagschaduwcontouren te bepalen. Er zijn drie varianten met elk twee scenario’s (hoog en laag) beschouwd. Dit zijn: 1. Hoogheide – scenario hoog (vijf turbines, aangeduid met H1 t/m H5) 2. Hoogheide – scenario laag (zes turbines, aangeduid met L1 t/m L6) 3. Witveld – scenario hoog (drie turbines, aangeduid met H6 t/m H8) 4. Witveld – scenario laag (vier turbines, aangeduid met L7 t/m L10) 5. Beide ontwikkelgebieden – scenario hoog (zeven turbines, aangeduid met H1 t/m H8) Turbine H5 is voor de simultane ontwikkeling van beide ontwikkelgebieden geschrapt vanwege het aspect geluid 6. Beide ontwikkelgebieden – scenario laag (acht turbines, aangeduid met L1 t/m L10) Turbines L3 en L7 zijn voor de simultane ontwikkeling van beide ontwikkelgebieden geschrapt vanwege het aspect geluid In afbeeldingen 1 en 2 zijn de posities van de turbines van voorgenoemde alternatieven aangeduid als de blauw symbolen met nummering. Ook staan hier de geluidgevoelige objecten aangegeven (oranje driehoek: woonfunctie, zorgfunctie of onderwijsfunctie). In totaal gaat dit om 3120 objecten, waarvan circa 2500 objecten in de drie omliggende dorpskernen. In het onderzoek zijn de contouren van 0, 6, 10, 15, 30, 60, 120 uur slagschaduw per jaar berekend.

Deze contouren zijn in afbeeldingen weergegeven tezamen met de gevoelige objecten in het ontwikkelgebied. Op basis hiervan zijn de effecten beschreven en is een globale gevoeligheidsanalyse verricht. Het aantal gevoelige objecten per slagschaduwklasse is niet bepaald. De effecten zijn namelijk sterk afhankelijk van de precieze locaties en in de praktijk blijken slagschaduweffecten op gevoelige objecten altijd oplosbaar te zijn met een automatische stilstandsvoorziening. Dit leidt wel tot een productieverlies, maar in de praktijk blijkt dit de financiële exploitatie niet in gevaar te brengen als de windturbines vanwege geluid al op ruime afstand van woningen staan. Per alternatief is het productieverlies vanwege volledige mitigatie van slagschaduw bepaald. Voor de slagschaduwberekeningen is uitgegaan van de volgende (worst-case) uitgangspunten: Scenario Hoog: Een vermogensklasse van 4,5 tot 6+ MW, met een maximale rotordiameter van 170 meter, een maximale ashoogte van 170 meter en daarmee een maximale tiphoogte van 255 meter. In de berekeningen is uitgegaan van een Siemens Gamesa SG 6.6-170 turbine. Scenario Laag: Een vermogensklasse van 3 tot 4,5 MW, met een maximale rotordiameter van 140 meter en een maximale tiphoogte van 200 meter. Hieruit volgt een maximale ashoogte van 130 meter. In de berekeningen is uitgegaan van een Enercon E-141 EP4 turbine.

De rotordiameter van deze turbine is met 141 meter één meter

20

RIVM Briefrapport 60933002/2008, Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden.

27

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

groter dan de maximale rotordiameter, wat een iets meer worst case benadering is. Het is echter een reguliere turbine binnen deze vermogensklasse. In onderstaande tabel 9 zijn de bovenstaande uitgangspunten samengevat. Tabel 9 Uitgangspunten voor de slagschaduwberekeningen

Scenario

Vermogensklasse Ashoogte

Rotordiameter

Tiphoogte

Hoog

4,5 tot 6+ MW

170

170

255

Laag

3 tot 4,5 MW

130

141

200

4.3.2

Berekeningsmethode slagschaduw

De slagschaduwberekeningen zijn verricht met het softwarepakket WindPRO, versie 3.4. De potentiële slagschaduweffecten bij een specifieke ontvanger zijn berekend door de situatie te simuleren. De positie van de zon in relatie tot het vlak waarin de rotor beweegt en de resulterende slagschaduw is voor een geheel jaar berekend in intervallen van 1 minuut. Als in een bepaalde minuut het vlak waarin de rotor beweegt een schaduw op het raam kan werpen dat als ontvangerpunt is gedefinieerd, dan wordt dit geregistreerd als 1 minuut potentiële slagschaduwduur. Hierbij wordt het rotorvlak beschouwd als een gesloten vlak. Voor het onderhavige onderzoek zijn de beoordelingspunten bij woningen zodanig gemodelleerd dat deze uit alle richtingen slagschaduw kunnen ontvangen en is als ‘worst case’ benadering uitgegaan van een (fictief) raam dat een gevelvlak omvat van 8 meter breed en 5 meter hoog vanaf 0,5 meter hoogte. Een dergelijk gevelvlak omvat gewoonlijk alle ramen in de gevel van een woning. Bij de slagschaduwberekeningen is rekening gehouden met gegevens zoals de posities van de windturbines, de ashoogte, de rotordiameter, de bladbreedte, relevante hoogteverschillen in het landschap, de geografische positie op aarde (lengte-en breedtegraad), de tijdzone en zomer-en wintertijd. Het simulatiemodel bevat ook informatie over de baan en de rotatie van de aarde ten opzichte van de zon.

Artikel 3.12 van de ‘Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ geeft aan dat de slagschaduw alleen hoeft te worden beschouwd als de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt. Op grotere afstanden zullen de veranderingen in lichtintensiteit dermate gering zijn, dat de slagschaduw niet als hinderlijk wordt ervaren. Ook bij een zonnestand van minder dan 3 graden wordt de slagschaduw niet als hinderlijk beschouwd. De reden hiervoor is dat bij een lage stand van de zon, bij zonsopkomst en -ondergang, het licht vrij diffuus en minder sterk is en vaak afscherming plaatsvindt door aanwezige begroeiing en bebouwing. Op basis van het bovenstaande is in de berekeningen de eventuele slagschaduw op een afstand van meer dan 12 maal de rotordiameter en/of bij een zonnestand van minder dan 3 graden buiten beschouwing gelaten. De beplanting en gebouwen in het gebied zijn als ‘worst case’ benadering in de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Deze kunnen de slagschaduwduur lokaal wel verminderen, omdat ze het zicht op de windturbines plaatselijk kunnen belemmeren. Op basis van de langjarige windstatistieken is een correctie toegepast voor het aantal productie-uren van de windturbines per windrichtingsector.

Hierbij is uitgegaan van data conform de KNMI-KNW Atlas voor de periode 20102020 voor de coördinaten N51.454 E006.112 en N51.431 E006.109 op een hoogte van 150 en 200 meter voor scenario laag en hoog, waarbij in de berekeningen de waarden zijn gemiddeld en omgerekend naar de specifieke turbinehoogten. Het vastgestelde aantal productie-uren per windrichtingsector is weergegeven in tabel 12 en bedraagt in totaal circa 8.600 uur per jaar. Dit betekent dat ervan uit is gegaan dat de windturbine circa 98% van de tijd in werking is.

28

Datum: 22 februari 2023

MILIEUTECHNISCHE STUDIE WIND

4.3.3

Berekeningsresultaten slagschaduw

Op basis van de in tabel 9 genoemde uitgangspunten is per alternatief berekend hoeveel uur per jaar slagschaduw optreedt per individuele turbine. Hiervan zijn de slagschaduwcontouren weergegeven voor de situatie als de windturbines niet zouden worden stilgezet om de slagschaduwhinder zoveel mogelijk te voorkomen. Ook volgt hieruit het aantal uur per jaar dat de turbine stilgezet moet worden om slagschaduw op gevoelige objecten geheel te voorkomen. Vervolgens is per alternatief berekend wat het gemiddelde aantal stilstandsuren is, in absolute zin en als percentage van het totale aantal uren in een jaar. Hiervoor wordt ook rekening gehouden met het aantal operationele uren in een jaar met een extra verlies in draaiuren van 2%. Dit is gebruikt voor de beoordeling van de alternatieven voor het aspect slagschaduw en het bepalen van het productieverlies vanwege slagschaduw. In afbeelding 11 t/m afbeelding 16 zijn de slagschaduwcontouren van de verschillende alternatieven afgebeeld. Deze laten het verwachte aantal slagschaduwuren zien indien de turbines niet zouden worden stilgezet.

Afbeelding 11 en 12 beelden de contouren af voor Hoogheide scenario hoog en laag.

Afbeelding 11 Hoogheide scenario hoog. Het aantal verwachte slagschaduwuren per jaar vóór toepassing van een automatische stilstandsvoorziening.

29

Datum: 22 februari 2023

Afbeelding 12 Hoogheide scenario laag. Het aantal verwachte slagschaduwuren per jaar voor toepassing van een automatische stilstandsvoorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12857714/1