26 RUD NL 24-0028648 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
29
gesprekken met een viertal medewerkers plaatsgevonden. Drie medewerkers zullen samen voor 2,1 fte per 1-1-2024 in dienst treden van de RUD. De vierde medewerker zal later nog volgen. Dit is het eerste begin om de extra uitvoerende werkzaamheden uit te voeren. Doordat de werving langer heeft geduurd kon niet aan de voorwaarde dat 40% van het budget van 2022 en 2023 eind 2023 gespendeerd diende te zijn, worden voldaan. Hierover heeft in december een gesprek plaatsgevonden waarin het ministerie heeft aangegeven deze voorwaarde nog niet toe te passen, mits er een aangepast plan ingediend zou worden. Het aangepast plan is eind 2023 ingediend. Net als in 2022 zijn de voornaamste uitgevoerde werkzaamheden in 2023 dan ook van voorbereidende aard, zoals het bijstellen van het plan, de planning en de gehele wervingsprocedures. Het risico verbonden aan het in dienst hebben van personeel wordt niet binnen de SPUKgelden opgevangen waardoor dit in de risico-inventarisatie en het weerstandsvermogen meegenomen zal moeten worden.
Asbest Door de kennisgroep Asbest is gewerkt aan eenduidige werkwijze zoals de toepassing van gezamenlijke uitvoeringsrichtlijnen en standaardbrieven voor alle gemeenten binnen de RUD NL. Deze gelijke werkwijze geven niet alleen voordelen voor de toezichthouders die de asbestsaneringen op locatie controleren maar ook duidelijkheid aan diegenen die sloopmeldingen binnen RUD LN gemeenten indienen. Geluid Met het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over het milieuthema geluid ingrijpend gewijzigd. Daarbij staat voorop het voorkomen van onbeheerste groei van het geluid door verbetering van de bewaking van geluidniveaus en bescherming tegen cumulatie van geluid van verschillende geluidbronnen. De gemeenten krijgen er een aantal geluidtaken bij. Verder zal meer informatie-uitwisseling tussen afdelingen en andere bestuursorganen moeten gaan plaatsvinden én moet er een landelijk geluidregister komen. In 2023 is gewerkt aan het op orde brengen van de informatievastlegging. IPPC Veehouderijen Op 21 februari 2017 zijn er Europese regels voor het actualiseren van de toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) voor IPPC-inrichtingen (veehouderijen) gepubliceerd. Op grond van deze publicatie heeft het bevoegd gezag een actualisatieplicht om binnen 4 jaar na publicatie (21 februari 2021) van de BBT-publicatie voor de IPPC-installatie vast te
30
stellen of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze BBT-conclusies en indien nodig te actualiseren. Deze actualisatie loopt al enige tijd via een regionale aanpak / project. Ondanks enige achterstand is naar verwachting eind 2024 de actualisatie afgerond.
2. 4 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering. In paragraaf 4. 2 als onderdeel van de jaarrekening is een nadere toelichting opgenomen op de
lasten en baten. Tabel 4 Taakveld
2023 primaire begroting
Lasten 1Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken 2Coordinatiecentrum
2023
7 92. 000€ € 1 05. 000€ 21. 000€ 1. 107. 000€ 50. 000€ € € 2. 075. 000€
Baten 5Programmauitvoering Bestuurskosten Coördinatiecentrum 7Betalingsverkeer Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Totaal baten
21. 000€ 1. 107. 000€ € 50. 000€ 7 55. 000€ € 1 05. 000€ 2. 038. 000€
Resultaat Resultaat voor bestemming 6Onttrekking reserve 0. 10 mutaties reserves 6Storting reserve 0. 10 mutaties reserves Resultaat na bestemming
€ € € €
2023
BegrotingsSPUK Wijzigingen wijziging PVAregelingen*BERAP 2023
7. 4 milieubeheer € 7. 4 milieubeheer € 8. 3 wonen en bouwen € 0. 1 bestuur € 0. 4 overhead € 3Onvoorzien 0. 8 overige baten en lasten€ 4Vennootschapsbelasting0. 9 vpb € 7Betalingsverkeer 0. 5 Treasury € Totaal lasten €
0. 1 bestuur € 0. 4 overhead € 0,5 Treasury € 0. 8 overige baten en lasten€ 7. 4 milieubeheer € € 7. 4 milieubeheer 8. 3 wonen en bouwen € €
2023
-37. 000€ 37. 000€ € €
€ € € 1. 009. 000€ € € € € 271. 000€ € € € € € € € 271. 000€ 1. 009. 000€
2023 2023 Wijziging budgetoverheveling Bijgestelde realisatie PVA begroting 20232023 Saldo
-
38. 000€
-
-
-
€
271. 000€ -
€ € € € €
271. 000€
-
€ € € €
€ € € € € 1. 009. 000€ € 1. 009. 000€
-
10. 000€ - 54. 000€ - 25. 000€ -
-
-
14. 000€
-
€ € € €
-
€ €
31. 000€
-
€
-
-
-
€ €
89. 000€ -
€ € € € - 50. 000€ € € € - 50. 000€ -
€ €
-
€ €
-
€ € € € € € € €
-
75. 000€
-
-
44. 000€ 44. 000€
50. 000€ € 50. 000€ €
-
€ €
2023
830. 000€ 526. 000€ 304. 000 1. 009. 000€ 231. 000€ 779. 000 105. 000€ 98. 000€ 7 . 000 31. 000€ 29. 000€ 2 . 000 1. 274. 000€ 1. 087. 000€ 187. 000 25. 000€ € 25. 000 € € € € 3. 275. 000€ 1. 971. 000€ 1. 304. 000
21. 000€ 21. 000€ 1. 392. 000€ 1. 412. 000€ € 77. 000€ 50. 000€ 50. 000€ 666. 000€ 433. 000€ 255. 000€ 1. 009. 000€ 105. 000€ 98. 000€ 3. 244. 000€ 2. 346. 000€ -31. 000€ 81. 000€ 50. 000€ €
375. 000€ 57. 000€ 50. 000€ 382. 000€
31
-
20. 000 -77. 000 -
-
233. 000 755. 000 7 . 000 898. 000 406. 000 -24. 000 -
382. 000
3
Paragrafen
In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en is zelf geen verbonden partij bij een andere organisatie. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.
3. 1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (op basis van de geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Indien het geheel in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dienen de deelnemers conform de verdeelsleutel bij te dragen aan het te kort. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 besloten om het positieve jaarrekeningresultaat over 2022 ter hoogte van afgerond € 135. 000 te storten in een te vormen algemene reserve. Naast deze algemene reserve beschikt de RUD LN in de begroting over een post onvoorzien ter hoogte van € 50. 000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Door middel van een geaccordeerde begrotingswijziging in de bestuursrapportage 2023 is deze post voor een deel ingezet, waardoor de post in 2023 uit kwam op € 25. 500.
Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld.
32
Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen.
Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde. Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 5
In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 besloten om € 50. 000 aan budget over te hevelen van 2023 naar 2024. Het budget is in 2023 gestort in de algemene reserve, waarbij besloten is om dit bedrag in 2024 weer te onttrekken voor de financiering van de BI-tooling. Gezien het bedrag “geoormerkt” is en niet vrij besteedbaar, had dit bedrag achteraf gezien beter in een nieuw te vormen reserve budgetoverheveling gestort kunnen worden. Gezien het budget al door het Algemeen Bestuur gelabeld is wordt dit bedrag niet meegeteld in de weerstandscapaciteit. Verder heeft het Algemeen Bestuur in 2023 besloten om een deel van de post onvoorzien incidenteel in te zetten, hierdoor is deze post verlaagd. Wat betreft het resultaat 2023 is dit bedrag volledig meegeteld in de weerstandscapaciteit, gezien het Algemeen Bestuur hier nog geen bestemming aan heeft gekoppeld. Inclusief het totale resultaat van 2023 is het weerstandsvermogen “uitstekend” te
benoemen. Aangezien aan het Algemeen Bestuur voorgesteld wordt om na vaststelling van de jaarrekening het resultaat beschikbaar te gaan stellen voor een deel van de incidentele kosten voor het plan van aanpak om te komen tot een robuuste omgevingsdienst en het daaruit voortvloeiend bedrijfsplan, is tevens weergegeven welk effect dit heeft op het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen zal dan uitkomen op “voldoende”. Het uitgangspunt is dat de het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is. Indien de gekwantificeerde risico’s hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Door de ontwikkelingen die de aankomende periode op ons afkomen, waarbij de financiën een onderdeel zullen zijn, wordt voorgesteld hier nu geen aparte aanpassing in te doen en de algemene reserve hier dus nog niet op aan te passen.
33
Tabel 6
Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Algemene reserve
Inclusief resultaat 2023
Begin 2024
€ 135. 000 € 25. 500 € 382. 000 € 542. 500
€ 135. 000 € 50. 000
€ 172. 250
€ 172. 250
Ratio
3,15
1,07
Beoordeling
Uitstekend
Voldoende
• •
Post onvoorzien Resultaat 2023
Totaal Risico’s
-
€ 185. 000
Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD LN geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 4 is de berekeningswijze uiteengezet. Tabel 7
Kengetallen
Realisatie
Begroting
Begroting
Realisatie
2022
2023
na
2023
Duiding
Beoordeling
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe
Door incidenteel
beter.
hoog. Dit zal in 2024 weer afnemen. De RUD heeft geen leningen verstrekt. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.
wijziging 2023 Netto
-19,29%
-7,07%
-9,71%
-30,74%
schuldquote
Netto
-19,29%
-7,07%
-9. 71%
-30,74%
schuldquote, gecorrigeerd voor
verstrekte leningen
Solvabiliteits-
23,83%
11,13%
21,50%
30,10%
9,81%
-1,82%
-1,54%
10,32%
ratio
Structurele exploitatieuimte
Bij verstrekte leningen bestaat
onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen van de financiële activa af te halen, wordt duidelijk wat het aandeel van de leningen in de exploitatie is en betekend voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.
geen terugbetaling aan de partners te verzorgen is het EV
34
3. 2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan
waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FiDo) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD wordt gevormd door het treasury statuut. In het treasury statuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen.
Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is.
Kasgeldlimiet De Wet bepaalt dat in de financieringsparagraaf informatie opgenomen dient te worden over de liquiditeitspositie van de RUD LN in relatie tot de kasgeldlimiet. Door de RUD LN werden uitsluitend positieve saldi aangehouden en kwamen debet standen in de rekening courant niet voor. De activiteiten van de RUD LN werden gefinancierd uit 35
voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Van kasgeldleningen werd aldus geen gebruik gemaakt, waardoor de kasgeldlimiet niet van toepassing is.
Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht. Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen. Voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Hierdoor is rente geboekt te hoogte van bijna € 76. 000 over de periode 3 e kwartaal 2022 tot en met 4 e kwartaal 2023.
Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD LN geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD LN.
3. 3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD LN de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD LN gerealiseerd. RUD LN beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT bij de gastorganisatie
Roermond ingekocht.
3. 4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken is gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. De uitvoerende medewerkers zijn in dienst van de partners evenals de coördinerende VTH managers / lijnmanagers (LMO).
36
Personeelsbeleid De RUD LN heeft voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik gemaakt van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheer constructie. Begin 2023 waren vijf medewerkers in dienst van de RUD LN. Medio 2023 is één medewerker uitgestroomd. In totaal zijn 3 nieuwe medewerkers in 2023 gestart. De formatieomvang bedroeg begin 2023 4,34 fte en eind 2023 7,16 fte. Door de kleine formatie is bij ziekteverzuim het coördinatiecentrum kwetsbaar. Aan het einde van het jaar waren 2 personen langdurig ziek, waardoor het ziekteverzuim op dat moment 26% bedroeg.
Iedere partner heeft een vast aanspreekpunt voor de RUD-zaken aangewezen (lijnmanager). Hij/zij verzorgt de interne coördinatie tussen RUD en de eigen organisatie. Doordat de MER-gemeenten hiervoor 1 persoon hebben aangewezen gaat het om 14 functionarissen die in dienst van de gemeenten, het Servicecenter MER of de provincie zijn. Een goede overdracht van oude naar nieuw functionaris is essentieel voor de continuïteit. Omdat bij de medewerkers veel mutaties zijn is er een introductieprogramma opgezet voor nieuwe managers en medewerkers. Naast de online beschikbare informatie is fysiek contact broodnodig. Informatisering en automatisering Voor ondersteunende zaken werd gebruik gemaakt van de applicaties van de gastheer gemeente Roermond. Ook is verder gewerkt aan de implementatie van een gezamenlijke VTH-applicatie (Rx. Mission). Onze VTH-applicatie is aangesloten op het landelijke portaal Inspectieview. In 2022 zijn wij gestart met het ontwikkelen van een kwaliteitsapplicatie ten behoeve van de kwaliteitseisen VTH, een EVP-dashboard. De applicatie maakt het mogelijk om te monitoren en waar nodig bij te sturen door input te leveren voor ons opleidingsplan. Door personele wisselingen en ziekte heeft dit project vertraging opgelopen. In 2024 zal dit weer verder worden opgepakt en worden afgerond.
Tenslotte is verder gewerkt aan de implementatie voor het automatisch verwerken van gegevens rondom uitvoeringsprogramma en de daaraan verbonden financiële verrekening en verantwoording. Ook dit project heeft vertraging opgelopen door personele omstandigheden. De afronding wordt voorzien in 2024. Rechtmatigheid Normenkader en controleprotocol Het Algemeen Bestuur heeft haar vergadering van 21 december 2023 het controleprotocol 2023 vastgesteld. Het protocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole. Daarin heeft het Algemeen Bestuur de daarbij te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening aangegeven. Deze sluiten aan bij het wettelijk minimum.
37
Tabel 8 Goedkeurings-
Goedkeurend
Beperking
tolerantie Fouten in de jaarrekening
Oordeel-
Afkeurend
onthouding ≤ 1%
> 1%
- < 3%
-
≥ 3%
≤ 3%
> 3%
- < 10%
≥ 10%
-
(% van de lasten) Onzekerheden in de controle
(% van de lasten) De percentages worden steeds genomen van de totale begrote programmalasten na de laatste begrotingswijziging. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur als maatstaf gesteld, dat de accountant bij de uitvoering van de accountantscontrole elke fout of onzekerheid boven de 1% van de totale lasten (na laatste begrotingswijziging rapporteert
(rapporteringstolerantie). Met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur is de verantwoordings- en rapportagegrens door het Algemeen Bestuur vastgesteld op 1% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves. Op basis van de jaarrekeningcijfers is dit daarmee vastgesteld op € 20. 210. Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het lader van
de geautoriseerde begroting.
De financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, het juiste programma en het juiste begrotingsjaar. Er is geen sprake van lastenoverschrijdingen, de lastenonderschrijdingen en de baten overen onderschrijdingen zijn in deze jaarrekening adequaat toegelicht.
Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. In nauwe samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de steekproeven voor de interne controle bepaald. De controles zijn uitgevoerd op de processen: personele lasten, inkopen en aanbestedingen, opbrengsten en de SiSa. Er zijn tijdens de controles geen onrechtmatigheden aangetroffen boven de grens. Aanbestedingen Er is geen sprake van bevindingen inzake het niet naleven van de Europese regelgeving. Het Dagelijks Bestuur heeft één keer onderbouwd afgeweken van het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid en één keer een herbevestiging uitgesproken van de afwijking van het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid reeds genomen in 2022. Deze bevoegdheid heeft het Dagelijks Bestuur ook conform het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid van de RUD LN (artikel 4. 6 afwijkingsbevoegdheid).
38
M&O beleid De RUD Limburg Noord beschikt nog niet over een M&O beleid. De interne beheershandelingen zijn er mede op gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, detecteren en corrigeren. Dit wordt tevens via de interne controle (steekproefsgewijs) gecontroleerd. De RUD zal in de verdere doorontwikkeling van de organisatie ook aandacht besteden aan het M&O beleid. Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor
gestelde grens. Uit de interne controle zijn wel aanbevelingen gekomen om de processen te verbeteren. Voor het inkoop- en aanbestedingsproces zijn de aanbevelingen om: ➢ Het inkoopproces bij één of twee medewerkers centraal te beleggen die verantwoordelijk is voor het totale dossier: inkoopformulier, controle
aanbestedingsvorm, eindtermijnen, prestatielevering en dergelijke. ➢ (zoveel mogelijk) aanbestedingen te laten lopen via het de inhuur desk van IGOM. ➢ Zorg te dragen voor de inrichting van een verplichtingenadministratie. Op deze manier komt er nog meer grip op het proces en is de volledige, juiste en uniforme dossieropbouw beter te garanderen. Daarnaast wordt aanbevolen om structurele overleggen te plannen met de afdeling personeelszaken van de gastorganisatie, met als doen samen nog meer grip op het proces te krijgen en tussentijdse controles met elkaar af te stemmen. De aanbevelingen worden besproken met de directie van de RUD LN hoe hier vorm aan gegeven kan worden. Uitvoering Wet open Overheid (Woo) De wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De RUD Limburg Noord heeft een contactpersoon aangewezen die de informatieverzoeken in behandeling neemt. Daarnaast is het mogelijk om informatie via email (laagdrempelig) op te vragen. Stukken die betrekking hebben op de Gemeenschappelijke Regeling zijn op grond van artikel 3. 1 lid 1 gepubliceerd op de website van KOOP. Vergaderstukken van het Algemeen Bestuur zijn voor de betreffende vergadering op de website van de RUD gezet. In 2023 betrof dit 113 documenten.
Op deze manier voldoen wij aan de wettelijke verplichtingen die de Woo aan ons stelt.
39
Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de programmaverantwoording een apart overzicht “overhead” op te nemen. Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten. Dit overzicht is hieronder in tabel 9 weergegeven. Tabel 9 Begroting
Taakveld
2023
Primaire begroting Lasten
2Coordinatiecentrum Baten
0. 4 overhead 0. 4 overhead
5Overhead Resultaat voor bestemming 6Onttrekking reserve 0. 10 mutaties reserves 0. 10 mutaties reserves 6Storting reserve Resultaat na bestemming
2023
2023
2023
2023
2023
Wijziging Administratiedoor budgetSPUK Begrotingsve wijziging overheveling Bijgestelde realisatie PVA wijziging PVAregelingen* 2023 begroting 20232023
2023
2023 € 1. 107. 000€
271. 000€
-
€
- 54. 000€
- 50. 000€
1. 274. 000€ 1. 087. 000€
187. 000
€ 1. 107. 000€ € € € € € € € € -
271. 000€ € € € € -
-
€ € € € €
14. 000€ 68. 000€ € € 68. 000€
€ 50. 000€ € 50. 000€ € -
1. 392. 000€ 1. 412. 000€ 118. 000€ 325. 000€ € € 50. 000€ 50. 000€ 68. 000€ 275. 000€
-20. 000 207. 000
-
Toelichting De werkelijke lasten zijn lager uitgekomen dan de begroting en de baten hoger. Een nadere toelichting op deze lasten en baten en de lasten, baten en reserve mutatie in zijn algemeenheid zijn opgenomen in de jaarrekening 2023, hieronder.
40
Saldo
-
-207. 000
4
Jaarrekening 2023
4. 1 Balans inclusief toelichting Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de verslagleggingsvoorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. In overeenstemming met artikel 63 BBV vindt de waardering van de activa plaats op basis van verkrijgingsprijs. De waardering van passiva vindt plaats op basis van nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen welke tegen de contante waarde zijn gewaardeerd. Mits niet anders vermeld bij de desbetreffende balansonderdelen, worden de activa, passiva en de bepaling van het resultaat gewaardeerd tegen nominale waarde. De baten en lasten zijn in overeenstemming met artikel 2 BBV toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. De baten en winsten zijn opgenomen in de jaarrekening voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. De verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.
Personeelslasten zijn in eerste instantie toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. De referentieperiode is hetzelfde als die van de meerjarenraming. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan dienen deze als een verplichting opgenomen te worden. Echter, in de CAO van 2021-2022 is vastgesteld dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren mogen sparen (verlofsparen). Met verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende dient deze verplichting daarentegen wel conform het BBV in een voorziening opgenomen te worden. Dit is in 2023 dan ook gedaan.
41
Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 21 december 2023 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium zijn onze interne beheersmaatregelen leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 1 % (zijnde, op basis van de jaarrekeningcijfers € 20. 210 is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o
Een rapporteringstolerantie van € 20. 210 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
42
4. 1. 1 Balans inclusief toelichting Vaste activa Per 31 december 2023 bevindt zich geen materiële, immateriële en financiële vaste activa op de balans van RUD LN.
Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar. De vorderingen op openbare lichamen en de uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Liquide middelen Het banksaldi van de RUD LN is gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende posten De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifieke bestedingsdoel, overige Nederlandse overheidslichamen en de overige nog te ontvangen bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste passiva Eigen vermogen De algemene reserve, bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen De getroffen voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's zijn gewaardeerd op
het nominale bedrag van de betrokken verplichting c. q. het voorzienbare verlies. Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar De overige schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume en de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren zijn beide gewaardeerd tegen nominale waarde.
43
Tabel 10
44
4. 1. 2 Toelichting op de balans per 31 december 2023 Activa Vaste activa € 0 Per 31 december 2023 bevindt zich geen materiële, immateriële en financiële vaste activa op de balans van RUD LN. Tabel 11 Nominale waarde 31 december 2023
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde 31 december 2023
Boekwaarde 31 december 2022
Materiële vaste activa
€ -
€ -
€ -
€-
Immateriële vaste activa
€ -
€ -
€ -
€-
Financiële vaste activa
€ -
€ -
€ -
€-
Totaal
€ -
€ -
€ -
€ -
Omschrijving (bedragen x € 1. 000)
Vlottende activa € 2. 394. 000 bestaande uit: Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar € 2. 079. 000 De post uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar is te onderscheiden in: Tabel 12 Omschrijving
Nominale waarde 31 december 2023
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde 31 december 2023
Boekwaarde 31 december 2022
Vorderingen op openbare lichamen
€ 77
€ -
€ 77
€ 92
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar
€ 2. 002
€ -
€ 2. 002
€ 1. 000
Totaal
€ 2. 079
€ -
€ 2. 079
€ 1. 092
(bedragen x € 1. 000)
Vorderingen op openbare lichamen € 77. 000 De openstaande vorderingen op 31 december 2023 hebben betrekking op de tussentijdse afrekening voor de verleende diensten aan partners voor de periode mei tot en met september van een aantal partners en de detachering van eigen personeel, een projectleider, aan Omgevingsdienst NL voor het project IBP, pijler 4. Deze openstaande vorderingen zijn in 2024 reeds ontvangen. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar € 2. 002. 000 Dit betreffen de overtollige middelen die op 31 december 2023 in de vorm van een rekening-courantverhouding bij het Rijk zijn afgestort. In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden, waarbij echter een drempelbedrag geldt. Dit is een minimumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor de RUD Limburg Noord is dat € 1 miljoen.
45
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden gehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden gehouden. In 2023 hebben wel overschrijdingen plaatsgevonden van het drempelbedrag. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2023 is geweest: Tabel 13
Liquide middelen € 45. 000 Het banksaldi per 31 december 2023 stemt overeen met het daadwerkelijke banksaldi op het bankafschrift per 31 december 2023. Tabel 14 Omschrijving
Boekwaarde 31 december 2023
Boekwaarde 31 december 2022
Banksaldo BNG
€ 45
€ 83
Totaal
€ 45
€ 83
(bedragen x € 1. 000)
46
Overlopende activa € 270. 000 De overlopende activa is te onderscheiden in de volgende posten: Tabel 15 Omschrijving
Boekwaarde 31 december 2023
Boekwaarde 31 december 2022
€ -
€ -
Overige Nederlandse overheidslichamen
€ 60
€ 93
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
€ 210
€ 184
Totaal
€ 270
€ 277
(bedragen x € 1. 000) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een
specifiek bestedingsdoel
Overige Nederlandse overheidslichamen € 60. 000 De overige vordering op een Nederlandse overheidslichaam betreft een balanspost belastingvorderingen. Dit betreft de aangifte BTW over het vierde kwartaal 2023 met een waarde van ruim € 60. 000. Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen€ 210. 000 Onder de nog te ontvangen baten zijn diverse posten opgenomen, waaronder de nog te factureren bedragen met betrekking tot de uitwisseling van diensten over de periode oktober tot en met december 2023, de bereikbaarheidsregeling van het vierde kwartaal 2023 en nog te ontvangen rente. De vooruitbetaalde kosten bestaat uit een viertal posten, waaronder de licentie van VIA-tool van Globescope B. V. voor een deel in 2024, de SAASlicentie tot en met oktober 2024, het abonnement van de website voor het eerste kwartaal van 2024 en de verzekering.
Passiva Vaste passiva € 721. 000 Eigen vermogen € 721. 000 Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Tabel 16 Omschrijving (bedragen x € 1. 000)
Boekwaarde 31 december 2023
Boekwaarde 31 december 2022
Algemene reserve Bestemmingsreserves
€ 185
€ -
€ 154
€ 211
Gerealiseerd resultaat
€ 382
€ 135
Totaal
€ 721
€ 346
47
Algemene reserve € 185. 000 In 2023 is besloten om het jaarrekeningresultaat van 2022 niet te verrekenen met de bijdragen van de partners maar om het resultaat te storten in een te vormen algemene reserve voor een bedrag van € 135. 000. Vervolgens is, vanuit de bestuursrapportage 2023, door het Algemeen Bestuur besloten om over te gaan tot budgetoverheveling. Het budget vanuit het plan van aanpak voor de opzet van een BI-tool, ter hoogte van € 50. 000 wordt doorgeschoven naar 2024. Daarmee is dit budget gestort in de algemene reserve en wordt deze in 2024 weer onttrokken. Dit is dus geen vrij beschikbaar budget. In de toekomst zal dan ook gekeken worden of er een aparte reserve voor dergelijke besluiten nodig is. Tabel 17 Omschrijving (bedragen x € 1. 000) Algemene reserve Totaal
Vermindering ter dekking
gingen
Onttrekkingen
Bestemming resultaat vorig boekjaar
€ -
€ 50
€ -
€ 135
€ -
€ 185
€ 211
€ 50
€ -
€ 135
€ -
€ 185
Boekwaarde 31 december 2022
Toevoe-
van
afschrijving-
Boekwaarde 31 december 2023
en
Bestemmingsreserve € 154. 000 Het verloop van de bestemmingsreserve in 2023 wordt in het hierna opgenomen overzicht van
de reserve weergegeven.
Tabel 18 Vermindering ter dekking
gingen
Onttrekkingen
Bestemming resultaat vorig boekjaar
€ 211
€ -
€ 57
€ -
€ -
€ 154
€ 211
€ -
€ 57
€ -
€ -
€ 154
Omschrijving (bedragen x € 1. 000)
Boekwaarde 31 december 2022
Bestemmingsreserve
Toevoe-
van
afschrijving-
Boekwaarde 31 december 2023
en
VTH-systeem
Totaal
De onttrekkingen voor zowel de resterende implementatiekosten van het nieuwe VTHsysteem als de hosting en licentiekosten waren in 2023 begroot ter hoogte van samen circa € 81. 000. Naar aanleiding van onderhandelingen met de leverancier en de uitgevoerde GAP analyse is door SGIV besloten dat de hosting en licentiekosten voor 2023 niet voldaan hoefden te worden. Hierdoor zijn de werkelijke kosten lager uitgekomen op circa € 57. 000. Conform eerder besluiten is dit bedrag dan ook uit de daarvoor bedoelde
bestemmingsreserve onttrokken. Gerealiseerde resultaat € 382. 000 In 2023 is het voorlopig resultaat niet verrekend met de bijdragen van de partners maar wordt voorgesteld om het resultaat te storten in een te vormen bestemmingsreserve doorontwikkeling robuuste omgevingsdienst en voor 2024 ter beschikking te stellen voor de uitwerking van het plan van aanpak naar een robuuste omgevingsdienst en het daaruit voortvloeiend bedrijfsplan. Het gerealiseerde resultaat voor bestemming is € 382. 000.
48
Voorzieningen
Verplichtingen, verliezen en risico’s € 15. 000 in de CAO van 2021-2022 is vastgesteld dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 mogen sparen. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende, is er voor deze verplichting een voorziening gevormd conform het BBV vanaf 2023. Tabel 19 Omschrijving (bedragen x € 1. 000)
Boekwaarde 31 december 2022
gingen
Onttrekkingen
Boekwaarde 31 december 2023
Toevoe-
Voorziening verlofsparen
€ 0
€ 15
€ -
€ 15
Totaal
€ 0
€ 15
€ -
€ 15
Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer € 0 Per 31 december 2023 bevindt zich geen vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer op de balans van RUD LN.
Vlottende passiva € 1. 658. 000 Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar € 74. 000 De overige schulden betreffen openstaande posten die met name betrekking hebben op de nog te betalen werkzaamheden van partners. Op 31 december van het boekjaar bestond er nog een crediteurenschuld van € 74. 000. Inmiddels is het volledige bedrag afgewikkeld. Tabel 20 Omschrijving (bedragen x € 1. 000)
Boekwaarde 31 december 2023
Boekwaarde 31 december 2022
Overige schulden
€ 74
€ 107
Totaal
€ 74
€ 107
Overlopende passiva € 1. 585. 000 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume € 473. 000 De nog te betalen lasten hebben met name betrekking op de kosten van uitwisselingswerkzaamheden die van oktober tot en met december 2023 hebben plaatsgevonden, voor een bedrag van ruim € 146. 000. Ook de werkzaamheden van partners inzake het project SPUK IBP voor ruim € 113. 000 en het project SPUK THE voor €29. 000 zijn hierin meegenomen. Daarnaast, is een bedrag van ruim € 77. 000 opgenomen voor de nog te betalen loonkosten voor de uitvoeringseenheid Roermond over 2023. De doorbetaling van de wachtdienstvergoeding en piketvergoeding over 2023 waar nog geen facturen voor waren ontvangen zijn hier ook opgenomen. Tenslotte zijn er nog enkele te betalen kosten opgenomen voor facturen van representatie en andere opdrachten waarvan de facturen nog niet waren ontvangen in 2023.
49
Tabel 21 Omschrijving (bedragen x € 1. 000) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
Boekwaarde 31 december 2023
Boekwaarde 31 december 2022
€ 473
€ 436
€ 473
€ 436
Totaal
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren € 1. 111. 000 Dit betreft de voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die ter dekking dienen van de lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van Europese overheidslichamen, het Rijk en overige Nederlandse overheidslichamen. Het verloop in 2023 wordt in het hierna opgenomen overzicht weergegeven: Tabel 22 Saldo 31 december 2022
Ontvangen bedragen
Bestedingen / vrijgevallen bedragen
betalingen
Saldo 31 december 2023
Specifieke Uitkering InterBestuurlijk Programma VTH (SPUK IBP) E93
€ 161
€ 347
€ 210
€ -
€ 298
Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) F21
€ 402
€ 456
€ 45
€ -
€ 813
Totaal
€ 563
€ 803
€ 255
€
€ 1. 111
Omschrijving (bedragen x € 1. 000)
Terug-
-
Het betreft twee specifieke uitkeringen die via de SISA-verantwoording zijn verantwoord, zie hiervoor bijlage 1.
50
4. 2 Overzicht van baten en lasten inclusief toelichting In het onderstaande overzicht van baten en lasten zijn de lasten en baten 2023 opgenomen. Tevens is aangegeven op welk taakveld de baten en lasten betrekking hebben. Na de tabel volgen de toelichtingen. Tabel 23 Taakveld
2023
primaire begroting
Lasten 1Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken 2Coordinatiecentrum
2023
0. 1 bestuur € 21. 000€ 0. 4 overhead € 1. 107. 000€ 0,5 Treasury € € 0. 8 overige baten en lasten€ 50. 000€ 7. 4 milieubeheer € 755. 000€ 7. 4 milieubeheer € € 8. 3 wonen en bouwen € 105. 000€ € 2. 038. 000€
Resultaat Resultaat voor bestemming 6Onttrekking reserve 0. 10 mutaties reserves 6Storting reserve 0. 10 mutaties reserves Resultaat na bestemming
€ € € €
2023
BegrotingsSPUK Wijzigingen wijziging PVAregelingen*BERAP 2023
7. 4 milieubeheer € 792. 000€ 7. 4 milieubeheer € € 8. 3 wonen en bouwen € 105. 000€ 0. 1 bestuur € 21. 000€ 0. 4 overhead € 1. 107. 000€ 3Onvoorzien 0. 8 overige baten en lasten€ 50. 000€ 4Vennootschapsbelasting0. 9 vpb € € 7Betalingsverkeer 0. 5 Treasury € € Totaal lasten € 2. 075. 000€
Baten 5Programmauitvoering Bestuurskosten Coördinatiecentrum 7Betalingsverkeer Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Totaal baten
2023
-37. 000€ 37. 000€ € €
2023 2023 Wijziging budgetoverheveling Bijgestelde realisatie PVA begroting 20232023 Saldo
€ € € 1. 009. 000€ € € € € 271. 000€ € € € € € € € 271. 000€ 1. 009. 000€
38. 000€ € € 10. 000€ -54. 000€ -25. 000€ € € - 31. 000€
€ € 271. 000€ € € € € € € € € 1. 009. 000€ € € 271. 000€ 1. 009. 000€
€ 14. 000€ € € -89. 000€ € € - 75. 000€
-
-
€ € € €
-
€ € € €
€ € € € - 50. 000€ € € € - 50. 000€
-44. 000€ 44. 000€ € €
-
-
€ € € € € € € €
50. 000€ € 50. 000€ €
2023
830. 000€ 526. 000€ 304. 000 1. 009. 000€ 231. 000€ 779. 000 105. 000€ 98. 000€ 7. 000 31. 000€ 29. 000€ 2. 000 1. 274. 000€ 1. 087. 000€ 187. 000 25. 000€ € 25. 000 € € € € 3. 275. 000€ 1. 971. 000€ 1. 304. 000
21. 000€ 21. 000€ 1. 392. 000€ 1. 412. 000€ € 77. 000€ 50. 000€ 50. 000€ 666. 000€ 433. 000€ 1. 009. 000€ 255. 000€ 105. 000€ 98. 000€ 3. 244. 000€ 2. 346. 000€
-31. 000€ 81. 000€ 50. 000€ €
Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Hieronder de verklaring geven van de verschillen tussen begroting en realisatie. Lasten 1. Programma uitvoering Basis- en milieutaken +/+ € 304. 000 • De medewerker van de uitvoeringseenheid wordt sinds 2021 op dezelfde wijze ingezet voor uitwisseling van werkzaamheden als de overige RUD taken. In de bestuursrapportage 2023 is al kenbaar gemaakt dat de deze medewerker ook voor scholingsactiviteiten en projecten werd ingezet. De capaciteit is daarom deels ingezet op projecten, zoals de omzetting van inrichtingen naar MBA’s en het geven van in company trainingen. Daarnaast is deze medewerker minder gaan werken. Om de kosten te dekken is een begrotingswijziging voorgesteld en
geaccordeerd.
51
375. 000€ 57. 000€ 50. 000€ 382. 000€
-
-20. 000 -77. 000 -
233. 000 755. 000 7. 000 898. 000
406. 000 -24. 000 -
382. 000
•
•
•
•
Wat betreft de kosten, waren deze na de begrotingswijziging ingeschat op circa € 81. 000. De werkelijke kosten zijn net iets lager uitgekomen op € 77. 000. Hierdoor is een voordeel van € 4. 000 ontstaan op de lasten. De uitwisseling van capaciteit op basismilieutaken is uitgekomen op circa € 268. 000. Dit is € 244. 000 lager dan begroot. In de bestuursrapportage was al aangekondigd dat er naar verwachting minder zou worden uitgewisseld. Uiteindelijk is er nog iets meer uitgewisseld als tijdens de bestuursrapportage gedacht. De redenering voor de lagere uitwisseling was toen al gegeven en als volgt: Er is te weinig capaciteit beschikbaar bij de partners om werkzaamheden uit te besteden. Hierdoor kan er nog nauwelijks worden voldaan aan deltaverzoeken. Om toch werkzaamheden te kunnen uitvoeren, worden externe partijen ingehuurd, die niet tot de uitwisseling worden gerekend. Daarnaast lijkt er terughoudendheid te bestaan in het aannemen van expertise ten behoeve van het netwerk, gezien er geen meerjarige afnamegaranties zijn. Er is een overschot van circa € 5. 000 ontstaan op de bereikbaarheidsdienst. In werkelijkheid zijn er minder calls geweest dan ingeschat. Deze calls worden naar de partners doorbelast en komen daarmee ook tot uitdrukking in lagere baten. Op Hard en software is een overschot van circa € 24. 000 ontstaan.
In 2022 is de ontwikkeling van een BI tool voor de voortgangsmonitor opgestart. Door
het vertrek van de inhoudelijk betrokken medewerker binnen het coördinatiecentrum en de capaciteitsbeslag van het coördinatiecentrum voor andere projecten, zoals de visitatie, het IBP en de doorontwikkeling van de RUD LN is dit project vertraagd. Dit project wordt in 2024 weer verder opgepakt. Hierdoor is een overschot ontstaan van circa € 7. 000. Daarnaast wad binnen het plan van aanpak doorontwikkeling RUD LN een bedrag van € 28. 000 begroot voor de ontwikkeling van een dashboard voor de EVP’s. Ook dit project is mede door capaciteitsgebrek niet tot afronding gekomen. Hierdoor is een budget van circa € 17. 000 nog niet besteed. Op het budget overige uitgaven, waar gezamenlijke kosten zoals het kalibreren van geluidsapparatuur uit betaald worden is een kleine onderschrijding van circa € 3. 000 ontstaan.
•
Tenslotte was in de bestuursrapportage gemeld dat volgens de laatste informatie de resterende 20% aan kosten vanuit 2021 en de beheerkosten voor 2022 en 2023 voor Rx. Mission betaald zou moeten worden. Deze kosten zouden conform eerdere besluitvorming gedekt worden uit de bestemmingsreserve ICT. Na de bestuursrapportage zijn de onderhandelingen tussen SGIV en de leverancier afgerond. Daaruit is naar voren gekomen dat als gevolg van compensatie van vertraging en niet geleerde functionaliteiten de beheerkosten voor 2023 niet meer betaald hoeven te worden. Hierdoor zijn de uiteindelijke kosten circa € 24. 000 lager uitgekomen dan begroot. Gezien deze kosten gedekt worden uit de bestemmingsreserve ICT, heeft er ook een eveneens lagere onttrekking uit de reserve plaats gevonden.
52
Projecten +/+ € 779. 000 In de bestuursrapportage was aangegeven dat hieronder de twee SPUK regelingen zijn opgenomen, die moeizaam van de grond kwamen. ➢ SPUK IBP. Dit project zou tot en met 31 december 2023 lopen. Doordat dit project landelijk moeizaam van start is gegaan is de regeling met een jaar verlengd. In de bestuursrapportage was al aangekondigd dat de ondersteuning en uitvraag vanuit
➢
de projecttrekkers van diverse pijlers redelijk achter bleef en dat daarnaast ook het beschikbaar stellen van capaciteit lastig was door de krapte bij het personeel. De meeste inzet is verricht op pijler 3 opleiding en scholing. Ook is een bijdrage geleverd aan het project opleiding en kwaliteit vanuit pijler 4 en aan de visitatie. De werkelijke kosten zijn uitgekomen op circa € 210. 000, waarvan € 184. 000 op het project is verantwoord en € 26. 000 is opgenomen in de jaarwedden van het coördinatiecentrum. De kosten zijn hierdoor circa € 325. 000 lager dan begroot. Ten tijde van de bestuursrapportage was dit nog ingeschat op € 452. 000. SPUK THE (energie) loopt van eind 2022 tot en met 2026. Op basis van de gegevens uit de jaarrekening 2022 is het budget voor 2023 op circa € 501. 000 geraamd. Zoals aangegeven in de bestuursrapportage zijn de kosten voor de uitvoering van de taken energie alleen subsidiabel op het moment dat de werkzaamheden worden verricht door medewerkers die in dienst zijn van de RUD LN. Mede door de krapte op de arbeidsmarkt is het zeer lastig gebleken om de vacatures ingevuld te krijgen. Per 1 oktober is er een parttime coördinator aangesteld en per 1 januari 2024 een aantal parttime toezichthouders. In de bestuursrapportage was ingeschat dat de werkelijke kosten circa € 444. 000 lager zouden uitkomen dan begroot. In werkelijkheid is dit circa € 454.
000 geworden. Dit komt dus doordat alleen de ondersteunende werkzaamheden subsidiabel waren. De werkelijke uitvoering start in 2024. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat de werkzaamheden over de resterende jaren zal worden uitgevoerd.
Wabotaken +/+ € 7. 000 De uitwisseling van werkzaamheden op de WABO taken is net iets lager uitgekomen dan begroot. Dit heeft zowel effect op de lasten als op de baten kant. 2.
Coördinatiecentrum Coördinatiecentrum, bestuur +/+ € 2. 000 De werkelijke accountantskosten zijn net iets lager uitgekomen dan begroot, voor nog geen € 2. 000.
Coördinatiecentrum, overhead +/+ € 178. 000 De kosten waren begroot op € 1. 274. 000. In werkelijkheid zijn de kosten uitgekomen op € 1. 087. 000. Het overschot van € 187. 000 is als volgt te verklaren: • De capaciteit bij het coördinatiecentrum bestaat deels uit “eigen formatie” en deels uit inhuurcontracten, zoals bijvoorbeeld de functionaris gegevensbescherming (FG) en de communicatieadviseur. In 2022 heeft de ingehuurde FG functionaris zijn contract opgezegd. Er is door omstandigheden in 2023 nog geen nieuwe FG functionaris ingehuurd. Hierdoor is het budget van circa € 23. 000 niet besteed. Daarnaast is het lumpsum budget niet besteed, is niet overal op ingehuurd en zijn de reiskosten iets lager uitgekomen Daar tegenover staat wel dat er een storting in de voorziening
53
•
•
•
verlofsparen heeft plaatsgevonden. Dit heeft samen geresulteerd in nog een onderschrijding van circa € 47. 000. In 2023 is er veel ingezet op opleidingen. Zeker ook vanuit het project SPUK IBP. Hierdoor is er binnen het reguliere budget opleidingen vooral ingezet op de EVP trajecten. De afspraak bij deze trajecten is dat deze worden doorbelast aan de partners. Per saldo is het budget net niet volledig (circa € 3. 000) besteed. In 2022 is het plan van aanpak doorontwikkeling ODLN opgesteld dat voornamelijk in 2022 en 2023 met een kleine doorloop naar 2024 uitgevoerd zou moeten worden. Voor 2023 is er een budget van bijna € 193. 000 extra beschikbaar gesteld voor externe ondersteuning, naast een budget voor hard- en software. Van dit budget is circa € 67. 000 niet besteed. Deze onderbesteding heeft voornamelijk te maken met het feit dat de ontwikkeling op monitoring, mede door de vertraging van de invoering van Rx. Mission, nog niet heeft plaats gevonden en doordat er niet is ingehuurd op beleid ter ondersteuning van de invoering van de LHSO. Daarnaast is het reguliere budget voor advieskosten nagenoeg niet besteed, waardoor een onderschrijding van € 41. 000 is ontstaan. Dit komt doordat de aandacht het afgelopen jaar met name is uitgegaan naar het eigen plan van aanpak en het IBP. Tenslotte zijn er nog kleinere onderschrijdingen ontstaan.
Zo is er minder budget uitgegeven aan communicatie, werkplekvoorzieningen en is het externe budget voor de bijzondere ondernemingsraad niet gebruikt. Samen heeft dit geresulteerd in een onderschrijding van circa € 6. 000.
3. Onvoorzien +/+ € 25. 000 In de bestuursrapportage was al aangegeven dat na wijziging er een budget van € 25. 000 beschikbaar was, wat naar verwachting niet gebruikt zou worden. Dit is ook het geval geweest. 4. Vpb € 0 Bij het opstellen van het inrichtingsplan is fiscaal advies ingewonnen. De conclusie hiervan is dat de RUD geen vennootschapsbelasting hoeft te betalen aangezien a) de RUD geen winstdoelstelling heeft, b) de kosten via een vaste verdeelsleutel worden verrekend en c) eventuele overschotten aan het eind van het jaar normaliter worden teruggegeven aan
deelnemers. 5. Baten De baten waren in 2023 als volgt onderverdeeld:
54
Tabel 24 Onderdeel
A
Coördinatiecentrum Onvoorzien
Taakveld
Begroot
Gerealiseerd
Saldo
bedrag na wijziging
bedrag voor resultaat-
(begroot
Verdeelsleutel
bestemming
gerealiseerd)
versus
0. 1 Bestuur
€
21. 000
€ 21. 000
€ 0
Vast: inwoneraantal
0. 4 Overhead
€ 1. 392. 000
€ 1. 412. 000
-/- € 20. 000
Vast: inwoneraantal
€ 50. 000
€ 50. 000
€ 0
Vast: inwoneraantal
0. 8 Overige baten en lasten
Meetapparatuur
7. 4 Milieubeheer
€ 80. 000
€ 80. 000
€ 0
Vast: inwoneraantal
B
Uitvoeringseenheid
7. 4 Milieubeheer
€ 26. 000
€ 42. 000
-/- € 16. 000
Werkelijke afname
C
Beschikbaarheidsregeling
7. 4 Milieubeheer
€ 40. 000
€ 40. 000
€ 0
D
Uitwisseling capaciteit
7. 4 Milieubeheer
€ 512. 000
€ 268. 000
€ 244. 000
Werkelijke afname
8. 3 Wonen en
€ 105. 000
€ 98. 000
€ 7. 000
Werkelijke afname Werkelijke afname
Vast: evenredig
bouwen E
Bereikbaarheidsregeling
7. 4 Milieubeheer
€ 8. 000
€ 3. 000
€ 5. 000
F
Projecten
7. 4 Milieubeheer
€ 1. 009. 000
€ 255. 000
€ 755. 000
G
Betalingsverkeer
0. 5 Treasury
€ 0
€ 77. 000
-/- € 77. 000
€ 3. 244. 000
€ 2. 346. 000
€ 898. 000
Totaal
Toelichting A coördinatiecentrum: Op overhead is te zien dat er € 20. 000 meer aan baten is gerealiseerd dan begroot. Dit is met name ontstaan doordat een medewerker de projectleidersrol vanuit het Interbestuurlijk Programma heeft vervuld, waarvan de kosten inclusief overhead werd vergoed. Deze inkomst was vooraf niet voorzien. B uitvoeringseenheid De werkelijke afname productie 2023 is in het laatste kwartaal nog flink “aangetrokken”. Hierdoor is de werkelijke inkomst hoger uitgekomen dan ingeschat na bijstelling in de bestuursrapportage. De inkomsten voor het verrichten van de werkzaamheden zijn in werkelijkheid € 16. 000 hoger uitgekomen. D Uitwisseling capaciteit De uitwisseling van capaciteit was voor de basis en milieutaken geraamd op bijna € 512. 000. Voor de Wabo-taken was de uitwisseling geraamd op € 105. 000. De kosten voor de werkelijke uitwisseling is voor de milieutaken uitgekomen op € 268. 000 en voor de Wabo-taken op € 98. 000. Deze kosten zijn aan de deelnemers doorberekend. Dit is gebeurd op basis van daadwerkelijke afname en de door het Algemeen Bestuur vastgestelde uurtarieven. E bereikbaarheidsregeling Het werkelijke aantal calls met betrekking tot de bereikbaarheidsregeling zijn lager geweest dan begroot. Hierdoor zijn zowel de kosten als de doorbelasting circa € 5. 000 lager.
55
F Projecten
Zoals bij de lasten reeds vermeld zijn hier twee projecten, specifieke uitkeringen, op verantwoord. SPUK IBP en SPUK THE.
➢
➢
Zoals bij de lasten aangegeven waren de werkelijke subsidiabele kosten voor het SPUK IBP uitgekomen op € 210. 000. In eerste instantie zou het project eind 2023 eindigen. Hierdoor was het project volledig in 2023 begroot. Dit heeft geresulteerd in lager baten van bijna € 299. 000. Inmiddels is bekend dat het project met een jaar is verlengd en kan er nog een jaar aanspraak worden gedaan op het subsidiebedrag. SPUK THE (energie). Volgens het originele plan was er een inkomst geraamd van circa € 501. 0000. Doordat de wervingsprocedure veel tijd in beslag nam, waren voor 2023 alleen de ondersteunende werkzaamheden subsidiabel. Hierdoor kwam het subsidiabele bedrag uit op circa € 45. 000. Waardoor de werkelijke baten circa € 456. 000 lager uitkwamen dan begroot. Na een overleg heeft het RVO besloten ons voor 2023 niet aan de 40% voorwaarde te houden, mits wij een bijgesteld plan over de jaren 2024 tot en met 2026 zouden indienen. Dit is inmiddels gedaan.
G Betalingsverkeer
Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Hierdoor is rente geboekt te hoogte van bijna € 76. 000 over de periode 3 e kwartaal 2022 tot en met 4 e kwartaal 2023. Dit is met name ontstaan door de grote voorschotten van de twee SPUK regelingen. Hier was begrotingstechnisch geen rekening mee gehouden. Daarnaast hebben wij over onze betaalrekening nog rentevergoedingen ontvangen van bijna € 1. 000.
6. •
•
Mutatie reserve In de bestuursrapportage was de onttrekking uit de bestemmingsreserve ICT naar boven bijgesteld. SGIV had aangegeven dat de resterende 20% aan implementatiekosten en beheerkosten en de beheerkosten over 2022 en 2023 nog in rekening zouden worden gebracht. Het Algemeen Bestuur had daarbij herbevestigd dat deze kosten gedekt zouden worden uit de bestemmingsreserve ICT. Uiteindelijk zijn, door de onderhandelingen tussen SGIV en de leverancier ROXIT, de beheerkosten over 2023 niet in rekening gebracht en zullen ook niet meer in rekening worden gebracht. Hierdoor is de daadwerkelijke onttrekking geen € 81. 000 geweest maar € 57. 000. Conform het besluit van het Algemeen Bestuur vanuit de bestuursrapportage heeft er een budgetoverheveling plaatsgevonden voor € 50. 000. Het betreft de ontwikkeling van een BI-Tool van het plan van aanpak doorontwikkeling RUD LN. Door de sterke relatie met de implementatie van Rx. Mission is dit doorgeschoven naar 2024. Het budget is daarbij voor 2023 gestort in de algemene reserve en wordt in 2024 weer
daaruit onttrokken voor deze ontwikkeling. 7. Betalingsverkeer € 0 Bij de opstelling van de begroting was geen rekening gehouden met kosten voor betalingsverkeer. Gezien deze kosten betrekking hebben op een ander taakveld, 0. Treasury, is deze apart opgenomen. De werkelijke kosten hiervoor waren ongeveer € 42.
56
Toelichting op het resultaat Het resultaat van de RUD LN sluit op afgerond € 382. 000 voordelig. Een aantal posten zoals de uitwisseling van werkzaamheden en de bereikbaarheidsdienst
komen zowel op de baten als de lastenkant voor. Hierdoor verloopt dit budgettair neutraal voor de RUD Limburg Noord. De voornaamste posten die wel dit overschot hebben veroorzaakt, zijn de volgende: ➢ intern plan van aanpak ODNL € 84. 000 ➢ rentevergoedingen € 77. 000 ➢ lagere inhuur en vervanging ziekte, FG € 70. 000 € 44. 000 ➢ bijdrage in projecten door eigen formatie geleverd ➢ regulier budget advieskosten i. v. m. projecten € 41. 000 ➢ onvoorzien € 25. 000 ➢ hogere productieve inzet UE en lagere kosten € 20. 000 ➢ overige kleine afwijkingen bij elkaar € 21. 000 De RUD Limburg Noord moet voor 1 april 2024 een plan van aanpak bij het ministerie inleveren waarin wordt aangegeven hoe zij zich wil doorontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst. Dit plan zal verder moeten worden uitgewerkt in een bedrijfsplan hoe hier de aankomende twee jaar aan wordt gewerkt. Dit gaat naar verwachting, zoals ook in de kadernota 2025 al aangegeven, een behoorlijke impact met zich meebrengen. In de begroting 2024 is hier nog geen rekening mee gehouden. Vandaar dat wordt voorgesteld om dit resultaat niet in mindering te brengen op de uiteindelijk bijdrage van de partners maar dit resultaat beschikbaar te houden binnen de RUD en in 2024 in te zetten voor de uitwerking van het plan van aanpak en het daaruit voorvloeiende op te stellen bedrijfsplan.