CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

24.0004830 AAA - Geuronderzoeken (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 19 november 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bij Vvgb18.927 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Geuronderzoek Ashorst BV t. b. v. omgevingsvergunning

ASBV18A2, mei 2018 Olfasense B. V.

olfasense ::: titel:

_Geuronderzoek

Ashorst

BV

t.b.v.

omgevingsvergunning rapportnummer:

ASBV18A2

rapport:

ASBV18A1

projectcode:

ASBV18A

trefwoorden:

vergisting, mest, co-substraten, droger, biofilter, geuremissie, geurbelasting

vervangt

opdrachtgever:

luchtwasser,

DLV

Kerksedijk 6029

RS

1

STERKSEL

Nederland

contactpersoon:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

opdrachtnemer:

_Olfasense

B.V,

Zekeringstraat 1014

48

BT Amsterdam

Nederland +31

20

telefoon

6255104

nl (geanonimiseerd)

auteur(s): goedgekeurd:

(geanonimiseerd) Anouk | voor

Snik

Olfasense

-

van

B.V.

den

Burg

door

(geanonimise rd) ecteur (geanonimiseerd) DE (geanonimiseerd) EN

Olfasense

B.V.

e

datum:

29

mei

copyright:

©

2018,

Olfasense

29

2018

ASBV18A2

e

mei

2018 B.V,

pagina

2 van

81

Inhoudsopgave 1

Inleiding

2

Situatiebeschrijving

3

4

5 onderzoeksopzet

6

2. 1 De bedrijfsactiviteiten

6

2. 2 Onderzoeksopzet

7

2. 3 De omgeving

7

Uitvoering

9

van

de metingen

3. 1 Kwaliteit

9

3. 2 Geuremissiemetingen 3. 2. 1 Geurmonstername 3. 2. 2 Afgasdebiet

10 10 10

3. 3 Geuranalyse

11

3. 4 Hedonische metingen

11

3. 5 Berekening geuremissie

11

3. 6 Bedrijfsomstandigheden

12

Meetresultaten

13

4. 1 Geuremissie

13

4. 2 Resultaten hedonische metingen

14

4. 3 Ammoniak

14

4. 4 Bespreking 5

en

van

de resultaten

15

Berekening geuremissie

16

5. 1 Sleufsilo´s 5. 1. 1 Kengetallen 5. 1. 2 Berekening emissie

16 16 16

5. 2 Geopende

17

meng-

en

hydrolysering

5. 3 WKK’s

18

5. 4 Biofilter

6

meng- en

hydrolysering

18

5. 5 Gaswasser digestaatdroger

18

5. 6 Opslag digestaat

18

5. 7 Overzicht berekende emissies

19

Toetsingskader

20

6. 1 Landelijk geurbeleid

20

6. 2 Gebruikelijke toetsingswaarden

20

6. 3 Voorgesteld toetsingskader

21

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 3 van 81

7

8

De geurbelasting

van

de omgeving

23

7. 1 Verspreidingsmodel

23

7. 2 Invoergegevens

23

7. 3 Resultaten

van

de verspreidingsberekeningen

25

7. 4 Bespreking

van

de resultaten

28

Samenvatting

en

conclusies

29

Bijlagen

30

Bijlage A

Meetomstandigheden

31

Bijlage B

Certificaten geuranalyses

32

Bijlage C

Certificaten monstername

36

Bijlage D

Rapportage ammoniakmetingen

51

Bijlage E

Fluctuerende bronnen

72

Bijlage F

Bepaling omrekenfactor hogere percentielen

73

Bijlage G

Scenariobestand verspreidingsberekeningen

74

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 4 van 81

1

Inleiding

In opdracht van DLV is door Olfasense B. V. een geuronderzoek uitgevoerd bij het bedrijf, gelegen aan Veld Oostenrijk 50 te Horst aan de Maas. Het bedrijf bestaat uit een varkenshouderij met covergistingsinstallatie. Er wordt een vergunning aangevraagd in verband met enkele wijzigingen in de bedrijfsvoering en de samenstelling van het te verwerken materiaal. De doorzet op jaarbasis van de vergistingsinstallatie wijzigt niet. Middels het onderzoek is de geuremissie en de geurbelasting in beeld gebracht als gevolg van de co-vergistingsinstallatie. Bij de installatie vinden geurrelevante activiteiten inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd alvorens het wordt geëmitteerd via een biofilter en een luchtwasser. Ook de WKK’s kunnen worden gezien als geurrelevante bronnen. Daarnaast worden de sleufsilo’s eveneens in het geuronderzoek betrokken. Het rapport is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden de bedrijfsactiviteiten beschreven en de relevante geurbronnen geïdentificeerd. De meetmethoden voor de geurmetingen worden in hoofdstuk 3 beschreven, waarna de resultaten van de metingen in hoofdstuk 4 worden gepresenteerd. De geuremissie wordt vervolgens in hoofdstuk 5 berekend. Het toetsingskader voor beoordeling van de geurbelasting wordt afgeleid in hoofdstuk 6, waarna de resultaten van de verspreidingsberekeningen in hoofdstuk 7 worden gepresenteerd.

Hoofdstuk 8 besluit met de samenvatting en conclusies.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 5 van 81

2

Situatiebeschrijving

2. 1

De bedrijfsactiviteiten

en

onderzoeksopzet

Onderstaand wordt een beknopte beschrijving van de situatie gegeven; voor gedetailleerde gegevens, bijvoorbeeld over type wasser, wordt verwezen naar de beschrijving bij de aanvraag. In de co-vergistingsinstallatie worden mest en co-substraten omgezet in biogas. Het gas wordt verbrand in twee WKK’s, waarmee energie en warmte wordt opgewekt. Het digestaat wordt in een scheidingsinstallatie (decanteercentrifuge) gescheiden in een rulle en een vloeibare fractie. De rulle fractie wordt door middel van een drooginstallatie gedroogd. De dunne fractie wordt in de mestkelder opgeslagen en afgevoerd. Er worden vaste en vloeibare co-substraten en vloeibare mest aangevoerd. De vaste co-substraten worden in een sleufsilo opgeslagen; de vloeibare co-substraten en vloeibare mest worden in silo’s gelost. De opslag in sleufsilo’s kan worden gezien als geurrelevante bron, bij aanvoer en uithalen van het materiaal en als gevolg van de open opslag. De opslagsilo’s voor vloeibare producten zijn gekoppeld aan de afzuiging van de meng- en hydrolysering . Deze afgezogen lucht wordt gereinigd in een gecombineerd reinigingssysteem bestaande uit onder meer een biofilter. Alleen wanneer de meng- en hydrolysering geopend is voor toevoer, zou er mogelijk sprake kunnen zijn van enige emissie direct uit de ring, hoewel er ook dan sprake is van afzuiging.

Zekerheidshalve wordt de geopende mengring als geurbron meegenomen in het onderzoek. De vergistingsinstallatie is volledig gesloten en is daardoor geen relevante geurbron. Het ontstane biogas wordt verbrand in twee WKK’s, welke worden aangemerkt als geurrelevante bronnen. De lucht afkomstig van de digestaatdroger wordt nabehandeld in een gaswasser. De lucht in de ruimtes waar de dikke fractie (voor en na droging) wordt opgeslagen en gehygieniseerd, wordt afgezogen en gebruikt in de droger en vervolgens nabehandeld in de wasser. Daarmee kan worden gesteld dat in de aangevraagde situatie buiten de eerdergenoemde bronnen er geen emissie op andere manieren zal plaatsvinden. De voornaamste wijzigingen in de aangevraagde situatie ten opzichte zijn:

van

de vergunde situatie

Het type vast co-substraat dat kan worden geaccepteerd wordt uitgebreid. Het betreft nu alle producten die worden genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waar het eerder een beperkt aantal producten betrof. Voor de opslag van vloeibaar co-substraat en vloeibare mest is een extra silo voorzien; gezien het feit dat deze silo’s zijn aangesloten op de luchtreinigingsinstallatie van de meng- en hydrolysering heeft dit voor geur geen verdere consequenties.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 6 van 81

Samengevat kunnen in de aangevraagde situatie de volgende relevante geurbronnen worden geïdentificeerd: Sleufsilo’s Geopende

meng-

en

hydrolysering

WKK’s Biofilter meng-

en

hydrolysering

Wasser drogerinstallatie

2. 2

Onderzoeksopzet

Van de

voor geur

meest relevante bronnen is de geuremissie middels metingen vastgesteld.

De droger is momenteel niet in gebruik, en kan pas geschikt gemaakt worden voor het drogen vast digestaat na vergunningverlening, waardoor aan deze bron geen geurmetingen konden worden uitgevoerd. De WKK’s konden wel gemeten worden. De WKK’s zijn identiek, waardoor is volstaan met meting aan één van de WKK´s.

van

een

Naast de WKK’s is ook de emissie als gevolg van de afzuiging van de meng- en hydrolysering gemeten, omdat het luchtbehandelingssysteem van deze bron nieuw is (bestaande uit meerdere stappen met als laatste stap een biofilter). Naast geur is voor deze bron ook ammoniak gemeten en is het verwijderingsrendement (geur en ammoniak) bepaald. De resultaten van deze metingen zijn ook gebruikt om de geuremissie te bepalen als gevolg van het openen van de meng- en hydrolysering. Op de meetdag zijn de niet-bemonsterde bronnen door de medewerkers het Bevoegd Gezag beoordeeld.

van

Olfasense

samen

met

De volgende geurbronnen zijn derhalve bemeten: WKK Ongereinigde afgasstroom Gereinigde afgasstroom

2. 3

meng-

meng-

en

en

hydrolysering

hydrolysering (uitgaand biofilter)

De omgeving

Figuur a op de volgende pagina geeft de ligging van het bedrijf weer (blauw omrand); de biogasinstallatie is gerealiseerd aan de zuidwestzijde van het terrein. De meest nabij het bedrijf gelegen geurgevoelige bestemmingen zijn rood gemarkeerd. De dichtstbij gelegen aaneengesloten woonbebouwing ligt op circa 850 m ten noorden van de inrichting (Castenray).

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 7 van 81

Figuur

a

De ligging

Olfasense B. V.

van

ASBV18A2

Ashorst BV te Horst

29 mei 2018

aan

de Maas

pagina 8 van 81

3

Uitvoering

3. 1

Kwaliteit

van

de metingen

Olfasense B. V. is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op basis van NEN-ENISO/IEC 17025 voor uitvoering van verschillende verrichtingen en staat geregistreerd onder accreditatienummer L403. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de toegepaste geaccrediteerde verrichtingen. Tabel 1: Overzicht geaccrediteerde verrichtingen Olfasense B. V. (L403) Bepaling

Verrichtingen

Norm

Intern referentienummer

Monsterneming op basis van ‘delayed sampling for olfactometry’ ten behoeve van het bepalen van de geurconcentratie en hedonische waarde; monsterneming met behulp van de methode voor puntbronnen, de afdekmethode en de Lindvalldoosmethode

EN 13725 §7. 2 en §7. 3 en

QD01 en QD22

Afgaskarakteristieken

Het bepalen van de afgaskarakteristieken (temperatuur, luchtsnelheid, statische druk, drukverschil en vocht)

gelijkwaardig aan NEN-EN 16911 en conform NEN-EN 15259

QD23

Geurconcentratie

Het bepalen van de geurconcentratie (forced choice mode); olfactometrie (geuranalyse)

conform EN 13725 §8. 1. 3

QD01

Hedonische waarde

Het bepalen van de hedonische waarde van geur (geïntegreerde methode)

Conform NVN 2818

QD20

Monsterneming geur

NEN-EN 15259

De interpretatie van de meetgegevens en de mogelijk daaruit voortvloeiende conclusies aanbevelingen vormen geen onderdeel van de accreditatie.

en

Opgemerkt wordt dat als onderdeel van de monsterneming ook het zuurstofgehalte wordt gemeten, ter bepaling van de voorverdunning. Het bepalen van het zuurstofgehalte maakt onderdeel uit van de geaccrediteerde verrichtingen.

geen

Het uitvoeren van ammoniakbemonsteringen maakt geen onderdeel uit van de geaccrediteerde verrichtingen van Olfasense B. V. Deze metingen zijn derhalve uitbesteed aan KW3 B. V. , die de metingen onder accreditatie heeft uitgevoerd. Bij de presentatie van de meetwaarden worden niet-afgeronde waarden gebruikt, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meetonzekerheid. Daardoor worden meer significante cijfers gerapporteerd dan op basis van de meetonzekerheid reëel is.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 9 van 81

3. 2

Geuremissiemetingen

De geuremissie wordt berekend uit de geurconcentratie Europese odour units per tijdseenheid.

en

het afgasdebiet

en

uitgedrukt in

3. 2. 1 Geurmonstername De geurmonstername is uitgevoerd conform interne procedure ‘QD22 Procedure for Sampling’ die is afgeleid van de daartoe geldende richtlijnen in de NEN-EN 13725 1 en NTA 9065.2 Per meetpunt is bemonsterd in drievoud gedurende minimaal 30 minuten per monster. Om te controleren of de gebruikte monsternameapparatuur voldoende geurvrij was, is bovendien per meetset een veldblanco genomen. Elk monster is opgevangen in een monsterzak van Nalophan, een materiaal dat niet makkelijk reacties aangaat met andere stoffen. De monsterzak is voor gebruik geurvrij gemaakt. Een monsterzak kan circa 40 l lucht bevatten. Voorafgaand aan de daadwerkelijke bemonstering is elke monsterzak voorgespoeld met de te bemonsteren afgassen. Ter bepaling van het geurverwijderingsrendement van de luchtbehandelingsinstallatie van de meng- en hydrolysering zijn de ongereinigde en de gereinigde afgasstromen gelijktijdig bemonsterd.

3. 2. 2 Afgasdebiet Het afgasdebiet wordt bepaald conform eigen procedure ‘QD23 Procedure for measuring physical parameters’, die gelijkwaardig is aan NEN-EN 16911. Olfasense meet de afgassnelheid met een Pitot buis. De resultaten van de metingen zijn gelijkwaardig aan resultaten gemeten conform NENEN 16911. De temperatuur van de afgassen wordt gemeten met een type K thermokoppel. De vochtigheid van de afgasstromen wordt middels de psychrometrische methode bepaald. Voor de WKK is het vochtgehalte gravimetrisch bepaald, omdat de temperatuur van de afgassen hoger is dan het meetbereik van de psychrometrische methode. Opgemerkt wordt dat de gravimetrische methode geen onderdeel uitmaakt van de accreditatie. Afwijking van de eisen uit NEN-EN 16911 kan tot gevolg hebben dat de nauwkeurigheid meting ongunstig wordt beïnvloed. In bijlage C is per meetpunt opgenomen in hoeverre de norm gestelde voorwaarden wordt voldaan.

van aan

de de in

De getalswaarde van het debiet hangt mede af van de omstandigheden voor wat betreft druk, temperatuur en vochtgehalte. Het debiet bij de actuele druk, temperatuur en het vochtgehalte tijdens monstername wordt het bedrijfsdebiet genoemd. Het debiet omgerekend naar een druk van 1. 013 hPa, een temperatuur van 0°C en droog afgas wordt het normaaldebiet genoemd. Voor het debiet omgerekend naar de omstandigheden waarbij geuranalyses plaatsvinden, te weten een druk die gelijk is aan 1. 013 hPa, een temperatuur van 20°C en vochtig afgas wordt vaak de term standaarddebiet gebruikt.

1

2

‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN 13725:2003 E) Nederlandse Technische Afspraak, NTA 9065, Luchtkwaliteit – Geurmetingen – Meten en rekenen Geur. ICS 13. 040. 99, december 2012

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 10 van 81

3. 3

Geuranalyse

De geurmonsters zijn geanalyseerd conform de NEN-EN 13725 3 volgens de Forced Choice mode. De analyses zijn uitgevoerd in het geurlaboratorium van Olfasense B. V. (accreditatienummer L403). Het analyseresultaat wordt uitgedrukt als de geurconcentratie in Europese odour units: 3 ou/m. E

3. 4

Hedonische metingen

Om inzicht te krijgen in de (on)aangenaamheid van de geëmitteerde geur is, naast de geurconcentratie, ook de hedonische waarde bepaald van de geur afkomstig van het biofilter en de WKK. Hedonische waarden kunnen dienen als basis voor een toetsingskader voor de geurconcentratie op leefniveau. Bij een hedonische analyse wordt de relatie tussen bovendrempelige (waarneembare) geurconcentratie en de mate van (on)aangenaamheid bepaald conform NVN 2818.4 De hedonische meting maakt gebruik volgende ijkpunten heeft: +4 0 -4

uiterst aangenaam, noch aangenaam, noch uiterst onaangenaam.

: : :

van een

9-puntsschaal die loopt

van

–4 tot +4

en

de

onaangenaam,

Het verband tussen de geurconcentratie, uitgezet op een logaritmische schaal,5 en de hedonische waarde wordt benaderd als een logaritmische rechte. Uit de regressievergelijking worden de geurconcentraties berekend waarbij de hedonische waarden gelijk zijn aan H = -1 en H = -2.

3. 5

Berekening geuremissie

3 en het afgasdebiet [m/h] 3 De geuremissie [ou/h] is het product van de geurconcentratie [ou/m] E E bij 20°C, 1. 013 hPa, vochtig afgas. Er wordt gerekend met het geometrisch gemiddelde van de gemeten geurconcentraties en het afgasdebiet bij 20°C, 1. 013 hPa, vochtig afgas (de condities waarbij de geurconcentraties zijn gemeten).

Het verwijderingsrendement voor geur wordt berekend uit de gemeten concentraties uitgaande luchtstromen volgens de formule: =

(1

- C uit

/ C in ) * 100%

van

de in-

formule i

waarin:

3

4 5

[%]

=

geurverwijderingsrendement

C uit

3 [ou/m] E

=

geurconcentratie

van

de gereinigde luchtstroom

C in

3 [ou/m] E

=

geurconcentratie

van

de ongereinigde luchtstroom

‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN 13725:2003 E) ‘Geurkwaliteit – Sensorische bepaling van de hedonische waarde van een geur met een olfactometer’, NVN 2818, oktober 2005. De relatie tussen concentratie en hedonische waarde is voor geur – net als voor geluid - logaritmisch.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 11 van 81

en

3. 6

Bedrijfsomstandigheden

Volgens opgave van het bedrijf was de bedrijfssituatie tijdens de metingen representatief voor normale bedrijfsvoering. Er deden zich gedurende de metingen geen storingen of onregelmatigheden voor die invloed gehad kunnen hebben op de metingen. In bijlage A is een overzicht gegeven van de materialen die de dag van de meting en de dagen daarvoor in de vergistingsinstallatie werden gevoed.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 12 van 81

een

4

Meetresultaten

4. 1

Geuremissie

In onderstaande tabellen zijn de uitkomsten van de geurmetingen opgenomen. Tijdens de meting aan de WKK op 5 april werd er een verhoogde geurconcentratie gemeten aan het blanco monster, waardoor het resultaat conform NTA9065 moet worden verworpen. Deze meting is derhalve opnieuw uitgevoerd op 19 april. De resultaten van beide metingen zijn volledigheidshalve opgenomen in de tabel. Het certificaat van de geuranalyses is als bijlage B bijgevoegd. De gedetailleerde uitwerking meetresultaten is weergegeven in bijlage C. Tabel 2: Resultaten van de geuremissiemetingen de Maas op 5 en 19 april 2018 Meetpunt en meting

Debiet

aan

van

de WKK bij Ashorst BV te Horst

Geurconcentratie

Geuremissie

3 [m/h]

3 [ou/m] E

[10 6 ou/h] E

5. 100

9. 296 4. 123 3. 031 4. 879

25

4. 800

7. 347 6. 339 3. 652 5. 540

27

de

aan

(1. 013 hPa, 20°C, vochtig)

WKK • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld WKK • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

Tabel 3: Resultaten meng-

en

van de metingen aan het geurverwijderingsrendement van de hydrolysering bij Ashorst BV te Horst aan de Maas op 5 april 2018

Meetpunt en meting

Meng- en hydrolysering • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

Olfasense B. V.

ASBV18A2

Debiet

Geurconcentratie

Geuremissie

(1. 013 hPa, 20°C, vochtig)

ongereinigd

gereinigd

3 [m/h]

3 [ou/m] E

3 [ou/m] E

[%]

[10 6 ou/h] E

2. 700

438. 043 351. 167 311. 228 363. 109

21. 320 16. 609 10. 446 15. 465

96%

42

29 mei 2018

gereinigd

pagina 13 van 81

4. 2

Resultaten hedonische metingen

De resultaten van de hedonische metingen zijn samengevat in tabel 4. De gedetailleerde resultaten zijn gepresenteerd in bijlage B. Tabel 4: Resultaten hedonische metingen bij Ashorst BV te Horst april 2018 Meetpunt

aan

de Maas

3 Geurconcentratie [ou/m] E

waarbij:

H

=

-1

H

=

5 en 19

op

-2

WKK meting 5 april • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

2,1 1,9 1,8 2,2

11,2 (21,9) 1) 5,7 8,0 1)

WKK meting 19 april • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

2,1 1,9 1,5 1,8

21,3 20,9 14,0 18,4

Biofilter meng- en hydrolysering 5 april • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

1,9 1,9 1,8 1,9

7,1 7,1 5,9 6,7

1) Deze waarde werd middels extrapolatie verkregen. Dit is niet toegestaan volgens NVN2818, deze waarde is derhalve niet gebruikt voor berekening van de gemiddelde waarde.

4. 3

Ammoniak

In tabel 5 zijn de uitkomsten van de ammoniakmetingen samengevat. De rapportage van KW3 B. V. is weergegeven in bijlage D. Tabel 5: Resultaten ammoniakmetingen 2018 Normaaldebiet

Bron

1)

[m 0 3 /h] Meng- en hydrolysering • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

2. 400

bij Ashorst BV te Horst

NH-3 concentratie IN [mg NH/m 3

3,9 3,9 4,8 4,2

0

3]

NH-3 concentratie UIT

aan

de Maas

Verwijderingsrendement ( )

5 april NH-3 emissie

[%]

3 [mg NH/m 3 0 ]

0,07 0,07 < 0,04 0,06

op

[g/h]

99%

1) 0º C, 1 bar, droog

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 14 van 81

0,2

4. 4

Bespreking van de resultaten

Uit de metingen blijkt dat de geuremissie van de WKK op beide dagen een vergelijkbare geuremissie liet zien. Deze emissie is lager dan eerder werd berekend, toen werd uitgegaan een tweemaal hogere geurconcentratie van de afgassen dan nu gemeten.

van

Het geur- en ammoniakverwijderingsrendement van het luchtbehandelingssysteem is met respectievelijk 96 en 99% uitstekend te noemen. Tijdens de metingen is het debiet zowel voor de wasser als vlak voor het biofilter gemeten, waar er een aanzienlijk verschil werd waargenomen. Het debiet na de ventilator voor het biofilter is aanzienlijk hoger dan bij de wasser. Voor berekening van de emissies is (uiteraard) gebruik gemaakt van de hogere gemeten waarde.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 15 van 81

5

Berekening geuremissie

5. 1

Sleufsilo´s

Vaste co-substraten worden opgeslagen in sleufsilo’s. Het betreft producten die worden genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Ten tijde van de rondgang rond de sleufsilo’s lagen er diverse stromen, waaronder graanresten, petfood en bierborstel. Petfood wordt opgeslagen onder een overkapping, de overige producten zijn niet afgedekt. Er kon nauwelijks geur worden waargenomen, alleen bij het afgraven was een geringe geur waarneembaar. Relevante emissie kan plaatsvinden als gevolg van de opslag halen van het materiaal.

aanvoer,

de open opslag

en

het uit de

5. 1. 1 Kengetallen Kengetallen voor handelingen met en opslag van droge co-substraten zijn niet voorhanden. Het betreft weinig geurend materiaal zoals ook uit de waarnemingen bleek, waardoor bij aanvoer van het verse materiaal nagenoeg geen geuremissie zal plaatsvinden. Voor groenafval geldt bijvoorbeeld ook dat de aanvoer hiervan in het brancheonderzoek voor groencomposteringen 6 niet als geurrelevant wordt beschouwd. Pas wanneer het verkleind wordt en op de composthoop wordt gezet, vindt er relevante geuremissie plaats. In de berekeningen zal voor handelingen met droge co-substraten zekerheidshalve worden uitgegaan van het emissiekengetal voor het op de composthoop zetten van verkleind groenafval van 0,44 * 10 6 ou/ton. Hiermee wordt een veilige E benadering gekozen. De sleufsilo’s worden niet afgedekt; na enige tijd vormt zich een korst op het materiaal waardoor de emissie verwaarloosbaar is. Op het moment dat de sleufsilo’s worden afgegraven om materiaal eruit te halen kan ook als gevolg van de opslag enige geuremissie plaatsvinden. In de berekeningen zal voor de opslag zekerheidshalve een vergelijking worden gemaakt met de opslag 2 van GFT, waarvoor in de voormalige NeR een kengetal van 0,5 * 10 6 ou/m/h werd gegeven. E Buiten deze periode van afgraven zal de emissie zeer gering zijn.

In de berekeningen zal worden uitgegaan van een emissie die 10% van de emissie bedraagt wanneer er activiteit is bij de sleufsilo’s. Dit is een zeer veilige benadering, omdat er nauwelijks geur waarneembaar was bij de sleufsilo’s. Voor GFT blijkt dat het verschil tussen de geuremissie als gevolg van handelingen en de geuremissie als gevolg van de opslag een factor 3 bedraagt (met kengetallen van respectievelijk 2 en 0,5 * 10 6 ou/m/h). 1,5 * 10 6 ou/ton Op deze wijze kan voor handelingen met mest een E E kengetal worden berekend van (3 * 0,87) = 2,6 * 10 6 ou/ton. E

5. 1. 2 Berekening emissie 5. 1. 2. 1 Aanvoer Van de aangevoerde vaste co-substraten wordt jaarlijks 9. 000 ton materiaal in de sleufsilo’s opgeslagen. De vaste co-substraten worden aangevoerd in vrachten van 25 ton, waardoor er totaal (9. 000 / 25) = 360 vrachten worden gelost. Aangenomen dat het lossen van een vracht totaal ongeveer 10 minuten in beslag neemt kan er per uur (60 / 10 * 25) = 150 ton worden gelost. De momentane geuremissie van het lossen van vaste 6

‘Compostering van groenafval (geen GFT-afval) – Branche-geuronderzoek in opdracht van de BVOR’, C. F. Steunenberg, TNO-MEP, referentienummer 94-202, juni 1994.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 16 van 81

co-substraten bedraagt dan (150 * 0,44) = 66 * 10 6 ou/h en als gevolg van het lossen van mest E (150 * 2,6) = 392 * 10 6 ou/h. Deze bron kan echter worden beschouwd als een fluctuerende bron E (zie bijlage E voor een toelichting). Er vanuit gaande dat er gemiddeld één vracht per uur worden gelost, bedraagt de uurfractie met een losduur van 10 minuten (10/60) = 0,17. De uurgemiddelde geuremissie bij lossen van vaste co-substraten bedraagt dan (66 * 0,17 1/2 ) = 27 * 10 6 ou/h. De emissieduur komt overeen met het E aantal vrachten, ofwel 360 uur per jaar.

5. 1. 2. 2 Opslag Gedurende het jaar zal er steeds wat uit de sleufsilo’s worden gehaald om de vergistingsinstallatie te voeden. Dagelijks zal er gedurende maximaal 3 uur materiaal uit de sleufsilo’s worden gehaald. Het gedeelte dat wordt beroerd heeft een geuremitterend oppervlak van circa 75 m.2 De geuremissie kan dan worden berekend op (75 * 0,5) = 37,5 * 10 6 ou/h. E De activiteiten vinden maximaal 3 uur per dag plaats. In de berekeningen zal zekerheidshalve worden uitgegaan van een emissie als gevolg van dit oppervlak van 6 uur, ofwel na uitkuilen is er nog een periode van 3 uur sprake van dit verhoogde emissieniveau. De emissieduur bedraagt zo 2. 184 h/jr. Buiten deze tijd wordt

een

emissie gehanteerd

van

3,75

* 10

6 ou/h, E

10%

van

deze emissie.

5. 1. 2. 3 Uitkuilen Het materiaal wordt gedurende het jaar ingevoerd in het vergistingsproces gedurende maximaal 3 uur per dag (1. 092 h/jr). Daarmee wordt er gemiddeld (9. 000 / 1. 092) = 8 ton per uur uitgekuild. De geuremissie kan zo worden berekend op (8 * 0,44) = 2,7 * 10 6 ou/h. E

5. 2

Geopende meng- en hydrolysering

Wanneer de meng- en hydrolysering geopend is om deze te voeden, kan er mogelijk enige emissie 3 plaatsvinden. Het systeem wordt echter afgezogen (gemeten: 300 m/h), waardoor de emissie naar verwachting gering is, in combinatie ook met het relatief kleine oppervlak dat geopend is en de korte periode dat de ring geopend is. Tijdens de periode van het vullen (3 uur) is de meng- en hydrolysering alleen geopend wanneer de shovel de lading inbrengt; daarna sluit het deksel weer. De tijd dat deze deksel geopend is, is daarmee zeer kort, ongeveer 1 minuut. Tijdens de rondgang kon bij een geopende mengring een korte periode geur worden waargenomen. Gezien de onderdruk zal de hoeveelheid lucht die vrijkomt gering zijn. Er zal 3 wanneer de klep een volledig uur geopend worden uitgegaan van een hoeveelheid van 100 m/h zou zijn. Dit zou betekenen dat 25% van de lucht diffuus vrij zou komen aanvullend op de 3 een zeer veilige benadering. afgezogen hoeveeheid van 300 m/h, De geurconcentratie van deze stroom komt overeen met de gemeten geurconcentratie voor het 3 De geuremissie kan dan luchtbehandelingssysteem en bedraagt gemiddeld 363. 000 ou/m. E 6 worden berekend op (100 * 363. 000) = 36,3 * 10 ou/h. De mengring is slechts beperkt geopend E een uur en fluctuerende gedurende kan daarmee worden gezien als bron.

Gemiddeld zal de mengring circa 20 maal een minuut geopend zijn, waardoor de uurfractie 20/60 bedraagt. De uurgemiddelde geuremissie kan zo worden berekend op (36,3 * 20/60 1/2 ) = 21 * 10 6 ou/h E gedurende 1. 092 h/jr.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 17 van 81

5. 3

WKK’s

De geuremissie als gevolg van de WKK’s is gemeten en bedraagt 27 motoren draaien (afgerond) maximaal 8. 500 uur per jaar.

5. 4

6 ou/h E

per

WKK. De

Biofilter meng- en hydrolysering

De geuremissie als gevolg van het biofilter van de meng(continu, ofwel 8. 760 h/jr). 42 * 10 6 ou/h E

5. 5

* 10

en

hydrolysering is gemeten

en

bedraagt

Gaswasser digestaatdroger

In de digestaatdroger wordt op jaarbasis 12. 000 ton dikke fractie digestaat gedroogd gedurende 6. 000 h/jr. De verwerkingscapaciteit bedraagt daarmee 2. 000 kg/h ingaand materiaal, resulterend in 792 kg product. In het verleden werden meerdere metingen uitgevoerd aan de droger, destijds was echter sprake van het drogen van de totaalfractie van digestaat, waar in de vergunde en aangevraagde situatie de dikke fractie zal worden gedroogd. Dit betekent dat minder vocht – en daarmee geur – uit het materiaal wordt onttrokken. Het betekent ook dat de resultaten van de eerdere metingen op locatie niet bruikbaar zijn. De installatie is momenteel nog niet geschikt voor het drogen van de dikke fractie, waardoor er geen geurmetingen konden worden uitgevoerd. Bij een bedrijf in Oirschot, waar in een vergelijkbare installatie eveneens de dikke fractie digestaat wordt gedroogd met eenzelfde uurcapaciteit, zijn metingen uitgevoerd.7 De afgassen van het droogproces werden door een combinatie van een gaswasser en een biofilter gereinigd, waar de geuremissie werd gereduceerd van 132 naar 52 * 10 6 ou/h, met een rendement van het E luchtwassysteem van 61%. Bij Ashorst wordt een gaswasser ingezet, er is geen sprake van een aanvullend nageschakeld biofilter. Het rendement van de gaswasser zal daardoor mogelijk lager zijn dan de in Oirschot gemeten 61%.

In de berekeningen zal zekerheidshalve worden uitgegaan van een gering verwijderingsrendement van 20%, waarmee de gereinigde geuremissie 106 * 10 6 ou/h bedraagt. E Wanneer de droger niet in werking is, zijn er nog wel andere activiteiten in de loods, waaronder hygieniseren. De wasser is daardoor langer in werking dan het droogproces. Het drogen vindt 6. 000 h/jr plaats, de wasser is 8. 000 h/jr in werking. In de berekeningen wordt voor de volledige bedrijfsduur uitgegaan van de berekende waarde, waar dit voor de situatie dat de droger niet in werking is kan worden gezien als een zeer veilige benadering.

5. 6

Opslag digestaat

In de vergunde situatie wordt dikke fractie digestaat buiten in een tweetal containers opgeslagen. In de aangevraagde situatie vindt de opslag inpandig plaats, met afzuiging van de lucht via de drogerinstallatie. Hiermee komt deze bron te vervallen.

7

‘Rapportage betreffende ammoniak- en geurrendementsmetingen aan mestdrooginstallatie met nageschakelde gaswasser bij Rijen te Oirschot’, Pro Monitoring B. V. , rapportnummer r011041ea, juni 2014.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 18 van 81

5. 7

Overzicht berekende emissies

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de berekende emissies in de aangevraagde situatie, waarbij tevens de jaarlijkse geuremissie is berekend. De WKK’s, het biofilter van de meng- en hydrolysering en de gaswasser van de droger zijn de voornaamste geurbronnen. Tabel 6: Overzicht geuremissie Ashorst BV te Horst aangevraagde situatie Bron

Emissie [10 6

aan

Emissieduur

ou/h] E

[h/jr]

Aanvoer vaste co-substraten

27

Sleufsilo – opslag tijdens afgraven Sleufsilo

de Maas

–

biogasinstallatie

Jaaremissie [10 9

Bijdrage

ou/jr] E

[%]

360

9,7

0,5%

37,5

2. 184

81,9

4,5%

opslag

3,75

7. 668

24,7

1,4%

Afgraven sleufsilo

2,7

1. 092

3,0

0,2%

Geopende meng- en hydrolysering

21,0

1. 092

22,9

1,3%

WKK’s

53

8. 500

452,8

25,0%

Biofilter meng- en hydrolysering

42

8. 760

372,0

20,5%

Gaswasser digestaatdroger

106

8. 000

844,8

46,6%

1. 812

100%

–

TOTAAL

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 19 van 81

–

6

Toetsingskader

6. 1

Landelijk geurbeleid

In artikel 2. 7a van het Activiteitenbesluit 8 wordt ingegaan op het toetsingskader voor geur. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder. Het bevoegd gezag beoordeelt welke mate van geurhinder nog aanvaardbaar is. In de Handleiding geur 9 is uitgewerkt hoe het aanvaardbaar hinderniveau voor geur van bedrijfsmatige activiteiten anders dan veehouderij kan worden bepaald. Voor bepaalde bedrijfstakken zijn in het Activiteitenbesluit specifieke geurvoorschriften opgenomen (bijvoorbeeld voor composteren).

6. 2

Gebruikelijke toetsingswaarden

De kans op geurhinder wordt vaak beoordeeld aan de hand van geurcontouren. Een geurcontour geeft een geurimmissieconcentratie in combinatie met een bepaalde overschrijdingsfrequentie 3 als 98-percentiel (uitgedrukt als percentielwaarde) weer. Bijvoorbeeld: de contour van 1 ou/m E 3 méér dan 2% de begrenzing van het gebied waarbinnen een van ou/m vormt geurconcentratie 1 E van de tijd (175 h/jr) wordt overschreden. Uit de diverse richtlijnen en lokaal beleid blijkt dat de volgende overschrijdingsfrequenties geurconcentraties gebruikelijk zijn:

en

Geurconcentratie 3 is gedefinieerd als de geurconcentratie waarbij van een groep Een geurconcentratie van 1 ou/m E mensen met een gemiddeld reukvermogen (panel geselecteerd volgens NEN-EN 13725) de helft van de mensen de geur nog net kan onderscheiden van geurvrije lucht. Doorgaans liggen de 3 als 98-percentielwaarde. toetsingswaarden in een bereik van 0,5 tot 5 ou/m E 3 als 98-percentielwaarde als strengste toetsingswaarde. Deze waarde Doorgaans geldt 0,5 ou/m E wordt doorgaans op nieuwe inrichtingen van toepassing geacht, voor bestaande inrichtingen wordt 3 als 98in het algemeen een ruimere grenswaarde toegepast. Van de normering van 0,5 ou/m E percentielwaarde kan onderbouwd worden afgeweken, bijvoorbeeld op basis van de verwachte hinderlijkheid van de geur. De hinderlijkheid kan worden gekwantificeerd door middel van hedonische metingen.

Overschrijdingsfrequentie Voor continue bronnen wordt doorgaans volstaan met toetsing

aan

de 98-percentielwaarde.

Kortdurende emissies kunnen leiden tot kortdurende maar hoge immissies. Voor dergelijke bronnen geeft toetsing aan de 98-percentielwaarde onvoldoende inzicht in de geurbelasting van de omgeving en is het gebruikelijk om hogere percentielen (99,5-, 99,9- en 99,99-percentiel) in beeld te brengen.

8 9

http://wetten. overheid. nl/BWBR0022762/2016-01-01#Hoofdstuk2_Afdeling2. 3_Artikel2. 7a Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen), zie http://www. infomil. nl/onderwerpen/klimaat-lucht/geur/handleiding-geur/

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 20 van 81

6. 3

Voorgesteld toetsingskader

Het bevoegd toetsing.

gezag

stelt het toetsingskader vast. Olfasense doet onderstaand een voorstel

voor

Voor de bronnen van de biogasinstallatie, waar de gaswasser van de droger-installatie en de WKK’s de voornaamste bronnen zijn, is geen specifiek toetsingskader (in de vorm van normen in bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit) voorhanden. Voor het bepalen van het aanvaardbaar geurhinderniveau wordt daarom aansluiting gezocht bij de hedonische waarde. De hedonische waarde is een maat voor de onaangenaamheid van een geur en wordt vaak voor vaststelling van de toetsingswaarden gebruikt. De hedonische waarden kunnen als volgt worden geïnterpreteerd: bij geurconcentraties (als 98percentielwaarde) waarbij H < -1, is de kans op hinder gering; bij geurconcentraties (als 98percentielwaarde) waarbij –1 ≤ H < -2, is hinder mogelijk; bij geurconcentraties (als 98percentielwaarde) waarbij H ≥ -2, is hinder zeer waarschijnlijk en is ernstige hinder mogelijk. Als grenswaarde wordt dan vaak die geurconcentratie gebruikt waarbij een hedonische waarde H gelijk aan - 2 optreedt; de hedonische waarde H = -1 wordt dan als richtwaarde gezien. Een 3 kan worden gezien als streefwaarde. waarde van 0,5 ou/m E De drie voornaamste bronnen betreffen de WKK’s, het biofilter van de meng- en hydrolysering en de droger-installatie. Deze bronnen zullen worden beschouwd, de andere bronnen worden buiten beschouwing gelaten.

Voor de WKK’s en het biofilter wordt uitgegaan van de gemeten waarden, waarbij voor de WKK wordt uitgegaan van de tweede (valide) meting. Aan de drogerinstallatie zijn eerder wel ook hedonische metingen uitgevoerd, maar deze meetwaarden zijn niet bruikbaar omdat de werkwijze anders zal zijn dan waaraan destijds is gemeten. Er is bij onderzoek naar vergiste mest een hedonische waarde vastgesteld aan verse en vergiste mest 10 , waar de hedonische waarde H = -1 3 In de en H = -2 voor vergiste mest werden vastgesteld op respectievelijk 2,3 en 6 ou/m. E berekeningen zal uitgegaan worden van deze waarden. Om een gemiddelde te berekenen van deze hedonische waarden van zowel de WKK’s als de drogerinstallatie, is een gewogen gemiddelde berekend aan de hand van de jaarlijkse emissie (voor de aangevraagde situatie). De berekeningen zijn weergegeven in onderstaande tabellen. Tabel 7: Berekening gewogen gemiddelde hedonische waarde H biogasinstallatie Inrichtingen

=

-1 voor de

Jaaremissie 9 ou/jr] [10 * E

H = -1 3 [ou/m] E

Jaaremissie x Grenswaarde 9 [10] *

WKK’s

453

1,8

815

Biofilter meng- en hydrolysering

372

1,9

707

Droger-installatie

845

2,3

1. 943

Totaal

1. 670

2,1

3. 465

10

‘Onderzoek naar de geuremissie bij (gebruik van) vergiste mest en onvergiste mest’, Novem, projectnummer 2021-02-22-03-004, september 2003.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 21 van 81

Tabel 8: Berekening gewogen gemiddelde hedonische waarde H biogasinstallatie Inrichtingen

=

-2 voor de

Jaaremissie 9 ou/jr] [10 * E

H = -2 3 [ou/m] E

Jaaremissie x Grenswaarde 9 [10] *

WKK’s

453

18,4

8. 332

Biofilter meng- en hydrolysering

372

6,7

2. 492

Droger-installatie

845

6,0

5. 069

Totaal

1. 670

9,5

15. 893

3 (=3. 465/1. 670) en de De gemiddelde hedonische waarde H = -1 bedraagt zo 2,1 ou/m E 3 gemiddelde hedonische waarde van H = -2 kan zo worden berekend op 9,5 ou/m E (=15. 893/1. 670).

Op basis van deze berekeningen zij de volgende geurcontouren in beeld gebracht: Streefwaarde

van

3 als 98-percentielwaarde 0,5 ou/m E

Richtwaarde

van

3 als 98-percentielwaarde 2,1 ou/m E

Grenswaarde

van

3 als 98-percentielwaarde 9,5 ou/m E

Omdat enkele bronnen kortdurend actief zijn, zijn bovendien de hogere percentielwaarden in beeld gebracht (99,5- en 99,9-percentielwaarde). Aan de hand van de voor het rekengebied bepaalde omrekenfactoren 11 worden daardoor aanvullend de volgende contouren in beeld gebracht: 3 als 99,5-percentielwaarde Streefwaarde van 0,9 ou/m E percentielwaarde

en

3 als 99,91,4 ou/m E

3 als 99,5-percentielwaarde Richtwaarde van 3,6 ou/m E percentielwaarde

en

3 als 99,95,9 ou/m E

3 als 99,5-percentielwaarde Grenswaarde van 16,2 ou/m E percentielwaarde

11

en

3 als 99,926,6 ou/m E

Bepaald ten behoeve van de vorige aanvraag en opgenomen in Bijlage F van het rapport.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 22 van 81

7

De geurbelasting

7. 1

Verspreidingsmodel

van

de omgeving

De geurbelasting van de omgeving rondom de bronnen wordt berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). De gebruikte pc-applicatie is Geomilieu V4. 30. Het Nieuw Nationaal Model beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer op basis van het Gaussisch pluimmodel. Het betreft een ‘lange termijn’ berekening en de beschouwde periode bedraagt daarom tenminste een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens bestaan uit uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, de windsnelheid, de zonneinstraling en de temperatuur. Het NNM berekent op verschillende roosterpunten de immissieconcentratie voor elk afzonderlijk uur van de beschouwde periode. Hieruit wordt berekend gedurende welk percentage van de jaarlijkse uren (de overschrijdingsfrequentie) een bepaalde uurgemiddelde immissieconcentratie wordt overschreden. Het resultaat wordt weergegeven in de vorm van geurcontouren.

7. 2

Invoergegevens

Invoergegevens voor het verspreidingsmodel zijn bronkenmerken zoals de geuremissie en de emissieduur en omgevingskenmerken. Tabel 9 geeft een overzicht

van

de te gebruiken brongegevens. Na de tabel volgt een toelichting.

Tabel 9: Brongegevens voor de verspreidingsberekeningen toekomstige situatie Bronomschrijving

–

biogasinstallatie

–

X

Y

H

Q

Emissie

Emissieduur

[m]

[m]

[m]

[MW]

[ou/s] E

[h/jr]

Aanvoer vaste co-substraten

200. 235

387. 900

2

0

7. 485

417

Sleufsilo

–

opslag tijdens afgraven

200. 235

387. 900

2

0

10. 417

2. 184

Sleufsilo

–

opslag

200. 235

387. 900

2

0

1. 042

6. 567

Afgraven sleufsilo

200. 235

387. 900

2

0

755

1. 095

Geopende meng- en hydrolysering

200. 286

387. 932

1,5

0

5. 823

1. 095

WKK 1

200. 200

387. 938

10

0,2

7. 399

8. 760

WKK 2

200. 200

387. 933

10

0,2

7. 399

8. 760

Gaswasser droger-installatie

Verdeeld over 5 locaties

8,7

0

29. 333

8. 030

Biofilter

200. 302

1

0

11. 796

8. 760

387. 890

Er is rekening gehouden met gebouwinvloed door de loods waarin de digestaatdroger staat opgeteld in te voeren als gebouw. Voor de mengring is geen rekening gehouden met gebouwinvloed, omdat deze bron mogelijk beïnvloed zal worden door de tanks en silo’s rondom de mengring. In dat geval is het niet goedmogelijk om in het model rekening te houden met gebouwinvloed en is de bron met een relatief lage hoogte (1,5 m) ingevoerd. Emissie van de wasser van de droger vindt plaats over een rechthoekig vlak van circa 20 m lengte en 1 m breedte op het dak. Hiermee is in het model rekening gehouden door de emissie te verdelen over 5 emissiepunten (invoeren van een dergelijke bron is in het model niet mogelijk),

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 23 van 81

elk met

diameter

een

de

De

bronnen

met

een

*

De

van

vaste

aanvoer

en

bij

dusdanig debiet

een

co-substraten

uitkuilen

de

h/jr,

417

sleufsilo's

dan

de

de

afgassnelheid

wel

en

als

circa

1,8 m/s is,

m°/h.

130.000

werkdagen,

op

ruimer

en

dat de van

volgt:

exclusief

berekende

woensdagen h/jr).

tussen

10:00-11:00

360

geopende mengring zijn ingevoerd dagelijks

de

Voor

opslag in sleufsilo’s zijn twee emissieniveau's geïdentificeerd: (bij werkzaamheden) en daarbuiten.

15:00 De

zijn actief gedurende ondervangen, omdat bij 23 uur

*

flux

een

emissiepatroon ingevoerd,

13:00-14:00, van

en

situatie

tussen

9:00

12:00,

en

*

m

feitelijke

totaal

Het

«

zijn

1

van

overeenkomstig

WKK's

emissieduur.

Er

is

deze

voor

8.500

h/jr.

emissie

bronnen

In

het

model

dag ook gekozen

per

dan

is dit niet

de emissieduur voor

een

al

dagelijks

goed lager

met

een

is dan

continue

tussen

de

9:00

en

patroon te

werkelijke (veilige

emissieduur

benadering). drogerinstallatie is 8.000 h/jr in werking, voor deze bron is daarvoor twee verondersteld, in dit geval tussen 6:00-7:00 en 18:00-19:00. De totale emissieduur bedraagt daarmee 8.030 h/jr, iets ruimer dan de werkelijke emissieduur en daarmee een veilige benadering.

*

.

De

wasser

uur

per

Het

biofilter heeft

van

dag

de

geen

emissie

emissieduur.

continue

een

Opgemerkt wordt dat dit slechts een modelmatige benadering van de praktijk betreft, en de gekozen uren als willekeurig dienen te worden beschouwd. De werkelijke situatie kan afwijken het hierboven geschetste beeld, maar de uren op jaarbasis komen wel overeen.

De

overige invoerparameters zijn

Tabel

10:

Invoerparameters

voor

de

1995

Ruwheidslengte

0,22 m®

zo

Roosterafstand

150

Aantal

700

roosterpunten

Receptorhoogte De

de

aan

—

het

met

NNM

2004

m

1,5

ruwheidslengte is bepaald coördinaten).

10.

verspreidingsberekening

Meteorologische periode

1)

in tabel

weergegeven

van

m

hand

van

de

KNMI

ruwheidsfile

(op

basis

van

de

gridcoördinaten

in

Amersfoortse

Gezien

het

aantal

roosterpunten

met De

de

feit dat

gekozen

de

B.V.

«

700

roosterafstand

uitvoerbestanden

Olfasense

geurbelasting met

van

ASBV18A2

29

de

boven

van

150

Geomilieu

e

op

ruim

mei

wordt

het

400

minimale

aantal

van

berekend

ligt,

kan

en

het toaal

worden

volstaan

m.

(voor

2018

specifieke emissiepunten

zover

relevant) zijn

opgenomen

in

bijlage (| geanonimise rd)

pagina

24

van

81

7. 3

Resultaten van de verspreidingsberekeningen

Onderstaand zijn de contouren van de toetswaarden

weergegeven.

3 als 98-percentielwaarde Figuur b Geurcontouren van 0,5, 2,1 en 9,4 ou/m E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 25 van 81

3 als 99,5-percentielwaarde Figuur c Geurcontouren van 0,9, 3,6 en 16,2 ou/m E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 26 van 81

3 als 99,9-percentielwaarde Figuur d Geurcontouren van 1,4, 5,9 en 26,6 ou/m E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 27 van 81

olfasense ::: 7.4 Uit

Bespreking

de

van

resultaten

de

verspreidingsberekeningen blijkt dat er binnen de contouren van de grenswaarden woningen gelegen zijn. Enkele van de meest nabij gelegen woningen zijn gelegen binnen de

richtwaarde,

contouren

van

Binnen

streefwaarde

de

woonbebouwing Tussen

is

als

een

is ruimschoots

de verschillende

contouren

gevolg

In onderstaande

van

tabel

deel

de bebouwde

van

buiten

de

richtwaarde

kom

is de

specifieke geurbelasting

Castenray,

van

maar

op

in

grootte te zien, met

omliggende woningen

voor

Naam

Omschrijving 130

3.0

6.6

13.8

134

5

9.9

16.6

T03

Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg

134a

bil

9.9

15.9

T04

Venrayseweg

134b

Dil

92

14.5

T05

Venrayseweg

136

4,5

8.0

12.7

T06

Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg

140

33

5.8

9,9

142

29

5,3

9:1

143a

5.8

11.5

20.9

T09

Venrayseweg

144

2.6

4,8

8.4

T10

Venrayseweg

147

4.5

7.8

12.6

Ti1

148

23

4.4

8.2

151

3.8

6.9

11.6

153

2.2

41

74

155

1.9

3

6.9

T18

Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg

156

47

32

5.8

T19

Veld

22

Zl

5.0

9.2

T20

Veld

24

22

52

9.4

26

3.6

8.1

14.1

T12 T16 T17

98%

[ouE/m3]

99.50%

[ouE/M?]

99.90%

T22

28

6.7

13.3

20.9

T23

Bebouwde

kom Horst

0.3

0.9

17

T24

_Bebouwde

kom Castenray

4,2

2.4

4,8

De

grootste

weergegeven.

[ouE/m?]

Oostenrijk Oostenrijk Veld Oostenrijk Veld Oostenrijk

T21

de

ASBV18A aanvraag ASBV18A aanvraag

model:

TO1

T08

aaneengesloten

Resultatentabel

Resultaten

T07

de

gelegen.

percentielwaarden is enig verschil de 99,9-percentielwaarde.

Rapport: Model:

T02

geen de

maximale

geurbelasting ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing bedraagt 1,2 our/m° 98-percentielwaarde, ruim lager dan de richtwaarde van 2,1 our/m° als 98percentielwaarde. Ook de maximale belasting van 4,8 our/m’ als 99,9-percentielwaarde is ruimschoots lager dan de richtwaarde. als

plaatse van de meest nabij gelegen woningen bedraagt de maximale geurbelasting 6,7 our/m? 98-percentielwaarde (Veld Oostenrijk 28), ruim onder de grenswaarde van 9,5 our/m? als 98percentielwaarde. Met een piekbelasting van 20,9 oue/m® als 99,9-percentielwaarde (Venrayseweg 143a en Veld Oostenrijk 28) is ook deze belasting ruimschoots lager dan de als 99,9-percentielwaarde. grenswaarde van 26,6 oug/m® (geano im se rd)

Ter als

Olfasense

B.V.

«

ASBV18A2

e

29

mei

2018

pagina

28

van

81

8

Samenvatting

conclusies

en

In opdracht van DLV is door Olfasense B. V. een geuronderzoek uitgevoerd bij Ashorst BV, gelegen aan Veld Oostenrijk 50 te Horst aan de Maas. Het bedrijf bestaat uit een varkenshouderij met covergistingsinstallatie. Er wordt een vergunning aangevraagd in verband met enkele wijzigingen in de bedrijfsvoering en de samenstelling van het te verwerken materiaal. De doorzet op jaarbasis van de vergistingsinstallatie wijzigt niet. Middels het onderzoek is de geurbelasting in beeld gebracht als gevolg van de covergistingsinstallatie. Bij de installatie vinden geurrelevante activiteiten inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd alvorens het wordt geëmitteerd via een biofilter en een luchtwasser. Ook de WKK’s kunnen worden gezien als geurrelevante bronnen. Daarnaast worden de sleufsilo’s eveneens in het geuronderzoek betrokken. Op basis emissiemetingen ter plaatse en van berekeningen op basis van kengetallen kan het volgende emissieoverzicht worden berekend, zoals weergegeven in onderstaande tabel. De WKK’s, het biofilter van de meng- en hydrolysering en gaswasser van de droger zijn de voornaamste geurbronnen. Tabel 11: –

Overzicht geuremissie Ashorst BV te Horst aangevraagde situatie

Bron

Emissie [10

6

Emissieduur

ou/h] E

[h/jr]

Aanvoer vaste co-substraten

27

Sleufsilo – opslag tijdens afgraven Sleufsilo

aan

de Maas

Jaaremissie

biogasinstallatie Bijdrage

ou/jr] E

[%]

360

9,7

0,5%

37,5

2. 184

81,9

4,5%

opslag

3,75

7. 668

24,7

1,4%

Afgraven sleufsilo

2,7

1. 092

3,0

0,2%

Geopende meng- en hydrolysering

21,0

1. 092

22,9

1,3%

WKK’s

53

8. 500

452,8

25,0%

Biofilter meng- en hydrolysering

42

8. 760

372,0

20,5%

Gaswasser digestaatdroger

106

8. 000

844,8

46,6%

1. 812

100%

–

TOTAAL

[10

9

–

Op basis van deze emissiegegevens is vervolgens de geurbelasting in de omgeving berekend. Uit deze berekeningen blijkt dat de maximale geurbelasting ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing gelegen is tussen de streef- en de richtwaarde; de geurbelasting ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen is gelegen tussen de richt- en de grenswaarden. Daarmee is de kans op geurhinder beperkt.

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 29 van 81

Bijlagen

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 30 van 81

Bijlage A Voeding

van

Olfasense B. V.

Meetomstandigheden

de vergister de dag

ASBV18A2

van

de metingen

29 mei 2018

en

de dagen daarvoor.

pagina 31 van 81

Bijlage B

Olfasense B. V.

Certificaten geuranalyses

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 32 van 81

olfasense olfasense ::

5)

TESTING RvA L 403

www.olfasense.com Olfasense B.V.

Zekeringstraat 48

1014 BT Amsterdam tel +31 20 6255104 lab.nl@olfasense.com

analyse

certificaat 18-04-25

nummer

Opdrachtgever

Het

onderzoek

werd

uitgevoerd

Organisatie

Nuenense

Plaats

5057

Land

DE

Helmond

Nederland

Telefoon

opdracht

0478

tot

571914

meting werd

als

Opdracht Datum

opdracht

Opdracht Getekend

Onderzocht

identificatie

wijze

van

onderzoek

De

hedonische

en

door

sensorische

aangegeven

geurmetingen

bepaling

waren

voorzien

identificatie

is steeds

in ous/m?

labels

van

bij

de

geurmonsters

van

aangeleverd

in

monsternamezakken,

-berekening.

en

de

waarop

resultaten

uitgevoerd conform de Europese

zijn

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Uitvoering

geurconcentratiemeting

aanname

mmer

Projectleider

(geanonimiseerd)

monsternamezakken

labels

Opdracht Projectnu

e-mail

nr.

_Geurconcentratie

De

volgt verstrekt:

verlening

09-03-2018

door

vastgesteld

van:

(geanonimiseerd)

Adres

De

opdracht

DD

_Ashorst BV

Contactpersoon

Opdracht

in

10:41

identificatie

de

van

zak

was

vermeld.

De

de

op

vermeld.

Norm

‘Air quality

EN13725:2003

of odour

Determination

-

concentration

by dynamic olfactometry', en wel conform die onderdelen, zoals beschreven in de interne procedure QDO1: ‘Procedure for olfactometry based on EN13725:2003'. Het geurwaarnemingsgedrag van het panel binnen de verdunningsreeks was voor de geanalyseerde monsters analoog aan dat tijdens de butanolkalibratie. De hedonische metingen zijn uitgevoerd conform NVN2818:2005 ‘Geurkwaliteit Sensorische bepaling van de -

hedonische

waarde

aangeboden

en

Het

Het

met

geur

2°

bedraagt

<

werd

x

2

<

uitgevoerd

volgens subclausules

oue/m?.

Indien

analysedatum

is

bemonsteringsresultaten

Het

betrouwbaarheidsinterval

6.6.2

in

het

voor

meest

waarbij van

het

de

concentratie

individuele

meetgebied

een

met

inclusief

voorverdunning,

eventuele

onzekerheid,

n-butanol

gebaseerd

is

geconditioneerd norm

in

oplopende

volgorde

zijn

is

geurmonsters

geurdrempels. niet

toereikend

worden

en

2,

enkele

meetwaarde

x

nog

aanvaardbare

het

in

Tabel

1

in Tabel

<

op verificatie

x

<

van

olfactometrische

1.

=

Olfasense

voor

B.V.

x-1,80

de

van

uitvoeren

met dekkingsfactor k 2 bedraagt volgens de norm geval X:2,21* < x < x:2,21. Op basis van herhaalde

betrouwbaarheidsinterval

X-1,80*

het

voor

EN13725:2003.

bij ieder resultaat vermeld

ongunstige

referentiemetingen

de

van

het onderzoek zijn vermeld

van

EN13725:2003

meetruimte

een

en

De

en

in

6.6.1

De

deze

olfactometer',

een

hetgeen altijd apart wordt vermeld bij de resultaten.

onderzoek

metingen

een

berekening heeft plaatsgevonden op basis

meetgebied

voorverdund,

van

gunstiger

en

bedraagt,

2). Aangenomen wordt dat (enkele meetwaarde x, k nauwkeurigheid met referentiegassen, overdraagbaar is op =

praktijkmonsters. dbaarheid

De

metingen

overstaan

zijn uitgevoerd

van

de

voor

en

tevens

vastgelegde criteria deze

wijze

met

Raad

herleidbaar il

(geanonimiseerd)

naar

standaarden

Accreditatie, in

is

waarvan

de tijd getoetst

primaire

standaard

de

aangetoond. aan

herleidbaarheid De

naar

proefpersonen

deze criteria.

mengsels (PSM's)

van

De

(inter)nationale

worden

responsies

n-butanol

in

individueel

van

de

standaarden,

ten

geselecteerd

op

proefpersonen zijn

op

stikstof.

2018,

(geanonimiseerd) roject

coordinator

De Raad voor Accreditatie Is één van de ondertekenaars van de multilaterale verklaring van de European co-operation for Accreditation (EA) ten aanzien van de wederzijdse erkenning van kalibratiecertificaten

Olfasense

B.V.

«

ASBV18A2

e

29

mei

2018

Reproductie van het volledige Gedeelten

van

certificaat is toegestaan. het certificaat mogen slechts worden

Bestand ASBV18A2.docx

versie 1

Page

gereproduceerd na verkregen schriftelijke toestemming van het laboratorium van afgifte. Dit verstrekt ‘onder het voorbehoud dat de Raad voor Accreditatie generlei aansprakelijkheid aanvaardt.

certificaat wordt

pagina

33

van

1

of 3

81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 34 van 81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 35 van 81

Bijlage C

Olfasense B. V.

Certificaten monstername

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 36 van 81

olfasense ::: olfasense

EN N

TESTING RvA V, Luns KI

www.olfasense.com Olfasense

B.V. 48 1014 BT Amsterdam tel 020 6255104

Zekeringstraat

eni

lab.nl@olfasense.com

ig

11-4-2018 09:47

Opdrachtgever:

onderzoek

Het

Organisatie: Ashorst

Werkzaamheden:

De

bedrijf:

Contactpersoon:

Wijze

van

in

opdracht

van:

(geanonimiseerd)

Contactpersoo

Naam

werd uitgevoerd

B.V.

werkzaamheden

Ashorst

B.V.

Dhr.

van

M.

Asten

Adres:

Veld-Oostenrijk

Plaats:

5961

onderzoek

De

NW

zijn uitgevoerd bij:

50

Horst

geurmonstername is uitgevoerd conform de EN13725:2003 of odour concentration by dynamic olfactometry'

Determination

EN15259:2007 Eisen

rapportage de

Luchtkwaliteit

meetvlakken

voor

interne

-

Meetmethode

meetlokaties

en

meting, procedure QD22: van

de

en

wel

en

conform

‘Procedure

emissies

quality

en

NEN-

stationaire

van

onderdelen,

for sampling’.

Als

zoals

-

bronnen

doelstelling, meetplan

voor

die

'Air

onderdeel

-

en

beschreven van

in

de

monsterneming wordt ook het zuurstofgehalte gemeten, Het bepalen van het zuurstofgehalte maakt geen onderdeel uit van de geaccrediteerde verrichtingen. De fysische parameters worden bepaald conform de 1S010780:1994 ‘Stationary source emissions Measurement of velocity and volume flowrate of gas streams —

in ducts’

wel

en

procedure

conform die

QD23:

*

Procedure

onderdelen,

zoals

beschreven

in de

for measurement

of physical

characteristics

interne of gas

streams’.

Onzekerheid

De

meetonnauwkeurigheid in een geurmeting wordt met name bepaald door de geurconcentratiebepaling. Het betrouwbaarheidsinterval voor een enkele meetwaarde x met dekkingsfactor k 2 bedraagt volgens de norm olfactometrische

=

EN13725

in het

Xe2,21-1

<

x

n-butanol

is het

bedraagt,

inclusief

<

ongunstige nog aanvaardbare geval xe2,21. Op basis van herhaalde referentiemetingen

x,

uit ISO

van

van

15%

de

=

kan worden voldaan, de meetonzekerheid maximaal bedraagt. Olfasense B.V. hanteert een meetonzekerheid bij debietmetingen. Wanneer tijdens de bemonstering wordt

5%

van

k

voor Olfasense B.V. gunstiger en voorverdunning, xe1,80-1 < x < xe1,80 (enkele 2). Voor debietmetingen geldt dat wanneer aan de

eventuele

voorwaarden de

meten.

met

betrouwbaarheidsinterval

meetwaarde

10780

meetwaarde

voorverdund,

Algemeen

meest

wordt de

voorverdunfactor vastgesteld van de zuurstofbepaling

De meetonzekerheid

door het

zuurstofgehalte te maximaal 0,4%

bedraagt

meetwaarde.

De Raad

voor

Accreditatie

is

één

van

de

ondertekenaars

van

de

multilaterale

verklaring van de European co-operation for Accreditation (EA) ten aanzien de wederzijdse erkenning van kalibratiecertificaten. Reproductie van het

van

volledige

certificaat is toegestaan. Gedeelten van het certificaat mogen slechts gereproduceerd na verkregen schriftelijke toestemming van het laboratorium van afgifte. Dit certificaat wordt verstrekt onder het voorbehoud

worden

dat

de

Raad

voor

Accreditatie

Amsterdam,

generlei aansprakelijkheid

11

april

aanvaardt.

2018

(geanonimiseerd) Gecontroleerd

door:

(geanonimiseerd) Hoofd ofactometrie

BA

ist

«

ASBV18A2

20180405g

Olfasense

B.V.

Pagina

e

29

mei

2018

pagina

37

van

1

van

10

81

olfasense ::: olfasense ofasense.com Olfasense BV. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam tel 020 6255104 ww

Monsternamecertificaat:

WKK

TESTING AvA L 401

2

4 Afgaskca

pepe

lab.nl@olfasense.com Details

de

van

Omschrijving Doel

van de

11-4-2018

meting de

van

meting

OO

Het

meting

SS

de

van

nn

Afwijkingen t. o. v. het meetplan Omschrijving

bepalen

geuremissie

(geanonimiseerd)

uitvoering door Omschrijving

09:47

een

omstandigheden

proces

Verbranding biogas

proces

Verwerkingscapaciteit Emissiepatroon

1.190 kW

(max

Continu,

stabiel

1.200

=

kW)

Beoordeling meetvlak Beoordeling ni

Criteria

Resultaat

Verticaal/horizontaal kanaal

meetvlak

nvt.

horizontaal

Rond/Rechthoekig

kanaal

nvt.

rond

Aantal

meters

na

verstoring

>

5xDh

1

voldoet

Aantal

meters

voor

verstoring

>

2xDh

1

voldoet

‘Aantal

meters

voor

vrije

>

5x

Dh

nvt.

voldoet

>

5x

Dh

o

voldoet

>

5x

Dh

nvt.

voldoet

Afgassnelheid (m/s)

5

<v

26,3

voldoet

Richting afgasstroom

geen

enn mig ekke

conform

ISO

uitstroom

ee VAZEN

<50

negatieve

waarden

Toetsing

niet

voldoet

>

5 Pa

252

voldoet

Drukfluctuaties/meetpunt

<

24

8

voldoet

Oppervlak

>

0,07m2

Minimale

dynamische

druk

meetvlak

Niet alle parameters voldoen B.V. gestelde 15%.

aan

de

gestelde eisen

Beoordeling meetvlak conform

NEN-

Pa

0,09

uit de ISO

10780. De

meetonzekerheid kan derhalve

Criteria

Verticaal/horizontaal kanaal

aanbeveling

verticaal

Aantal

meters

na

aanbeveling

>

5

x

Dh

1

voldoet

Aantal

meters

voor

verstoring

aanbeveling

>

2

x

Dh

1

voldoet

Aantal

meters

voor

vrije

aanbeveling

>

5

x

Dh

nvt.

voldoet

uitstroom

Richting afgasstroom Minimale

dynamische

geen druk

>5

Verhouding afgassnelheid De

in

negatieve

waarden

hebben

<

waarden

Toetsing niet

voldoet

3

betrekking op de bemeten

dan de door Olfasense

horizontaal

Pa

vmax/vmin

bovenstaande tabel vermelde

Resultaat

voldoet

groter zijn

EN15259

verstoring

niet

252

voldoet

1,0

voldoet

punten

3A_20180405g aise

Olfasense

B.V.

«

ASBV18A2

Pagina 2 van

e

29

mei

2018

pagina

38

van

10,

81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 39 van 81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 40 van 81

olfasense ::: olfasense

EN SNN NN

www.olfasense.com B.V.

Monsternamecertificaat:

Olfasense

Meng

-

en

Ingaand luchtbehandelingssysteem (ingaand

Zekeringstraat

48 1014 BT Amsterdam tel 020 6255104

1

GRIEICAAT

lab.nl@olfasense.com Details

11-4-2018 09:47

de meting

van

Omschrijving van Doel

de

meting

de meting

van

Het

t. o.

Omschrijving

het meetplan

v.

Geen

Omschrijving proces

Vergisting

Verwerkte

50%

materialen

emissiereducerende

Beoordeling

Continu, Zure

ISO

10780

Verticaal/horizontaal

Rond/Rechthoekig

kanaal

kanaal

Aantal

meters

na

Aantal

meters

voor

Aantal

meters

voor

Resultaat

nvt.

verticaal

Toetsing

rond 1

voldoet

0

voldoet

vrije

>5xDh

nvt.

voldoet

5xon

nvt

voldoet

>

5x

Dn

nwt

voldoet

5

<v

<50

2,7

voldoet

<

5%

0%

voldoet

uitstroom

>

de

negatieve

geen

dynamische

druk

Drukfluctuaties/meetpunt meetvlak voldoen

Beoordeling meetvlak

aan

de

gestelde

conform

50.

NEN-

0

voldoet

<

24

0

voldoet

>

0,07m2

Pa

0,03 10780.

De

meetonzekerheid kan derhalve

Criteria

Resultaat

aanbeveling verticaal aanbeveling > 5 x Dh

verticaal

voldoet groter zijn

1

voldoet

meters voor

verstoring

aanbeveling

>

2

x

Dh

o

voldoet

Aantal

meters

vrije

aanbeveling

>

5

x

Dh

nvt.

voldoet

Richting afgasstroom Minimale

druk

>5

Verhouding afgassnelheid

ist

«

ASBV18A2

20180405g

vermelde

waarden

Vrnin

waarden hebben

3

betrekking op

niet de door Olfasense

niet

voldoet

Pa

Val

De in bovenstaande tabel

BA

negatieve

geen

dynamische

niet

Toetsing

meters

uitstroom

niet

dan

Aantal

voor

niet

voldoet

5 Pa

Aantal

na

verstoring

waarden

>

eisen uit de ISO

Verticaal/horizontaal kanaal

B.V.

Criteria

2xDh

Richting afgasstroom

ELO

pH 1,2

wasser,

>

ee

fruitmix)

stabiel

verstoring

tussen

en

gevoed

Dh

snelheid

Niet alle parameters B.V. gestelde 15%,

co-producten (o.a. graanresten, petfood

5x

Afgassnelheid [m/s]

Oppervlak

50%

>

GE

Minimale

en

nvt.

verstoring

gaen nn

dek

ton

techniek

techniek

meetvlak conform

varkensdrijfmest

171,4

Omschrijving Type

de geuremissie

van

omstandigheden

proces

Verwerkingscapaciteit Emissiepatroon emissiereducerende

Olfasense

bepalen

(geanonimiseerd)

Uitvoering door

Afwijkingen

TESTING RvA L 403

hydrolysering

de bemeten

o

voldoet

1,2

voldoet

niet

punten

Pagina 5 van

e

29

mei

2018

pagina

41

van

10

81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 42 van 81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 43 van 81

olfasense ::: olfasense www.olfasense.com Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam tel 020 6255104

Monsternamecertificaat:

Meng

-

en

hydro

ENTESTING

ering

RvA L 403

Uitgaand luchtbehandelingssysteem

CERTIFICAAT

lab.nl@olfasense.com

Details

11-4-2018 09:47

de meting

van

Omschrijving van Doel

de

meting

de meting

van

Het

Afwijkingen

t‚ o.

Omschrijving

bepalen

de geuremissie

van

en

het

geurverwijderingsrendement

(geanonimiseerd)

Uitvoering door het meetplan

v.

Geen

omstandigheden

proces

Omschrijving proces

Vergisting

Verwerkte

50%

materialen

varkensdrijfmest

Verwerkingscapaciteit

171,4

ton

Emissiepatroon

Continu,

en

50%

petfood

co-producten (o.a. graanresten,

en

fruitmix)

gevoed stabiel

Omschrijving emissiereducerende techniek ‘Type emissiereducerende techniek

IJzerfilter

en

biofilter

Beoordeling meetvlak Beoordeling

meetvlak conform

ISO

Criteria

Resultaat

Verticaal/horizontaal kanaal

nvt,

horizontaal

Rond/Rechthoekig kanaal

nvt,

Aantal

meters na

>

Aantal

meters

Aantal

meters voor

Aantal

meters

10780

verstoring

voor

na

voldoet

verstoring

>2xDh

voldoet

vrije

>

5x

Dh

voldoet

>

5

Dh

voldoet

>

5 xDh

variatie

in

kanaaldiameter Aantal meters voor variatie kanaaldiameter

in

Richting afgasstroom Minimale

x

druk

voldoet

negatieve

voldoet

waarden

>

5 Pa

335

voldoet

Drukfluctuaties/meetpunt

<

24

Pa

15

voldoet

Oppervlak

>

0,07m?

0,03

meetvlak

Beoordeling

voldoen

aan

de

gestelde

meetvlak conform

uit de ISO

eisen

NEN-

EN15259

10780.

De

voldoet

meetonzekerheid kan derhalve

Criteria

Resultaat

groter zijn

verticaal

horizontaal

Aantal

meters

na

aanbeveling

>

5

x

Dh

2

voldoet

Aantal

meters

voor

verstoring

aanbeveling

>

2

x

Dh

2

voldoet

Aantal

meters

voor

vrije

aanbeveling

>

5

x

Dh

nvt.

voldoet

uitstroom

Minimale

dynamische

De in bovenstaande

BA

ist

«

ASBV18A2

20180405g

negatieve

geen druk

>5

tabel vermelde

waarden hebben

voldoet

waarden

Pa

335

betrekking

op de

de door Olfasense

Toetsing

aanbeveling

verstoring

niet

dan

Verticaal/horizontaal kanaal

Richting afgasstroom

B.V.

x

geen

dynamische

Niet alle parameters B.V. gestelde 15%.

Olfasense

rechthoekig Dh

uitstroom

5

Toetsing

uitgaande afgasstroom

voldoet van

het biofilter

8

Pagina van

e

29

mei

2018

pagina

44

van

10

81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 45 van 81

Olfasense B. V.

ASBV18A2

29 mei 2018

pagina 46 van 81

olfasense ::: olfasense

EN N

TESTING RvA L 403

wwwolfasense.com Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam tel 020 6255104

CERTIFICAAT

lab.nl@olfasense.com

24-4-2018

Opdrachtgever:

onderzoek werd

Het

Organisatie:

Ashorst

De

werkzaamheden

Ashorst

zijn uitgevoerd bij:

BV.

(geanonimiseerd)

Contactpersoon

van

van:

B.V.

(geanonimiseerd)

Contactpersoot

Wijze

uitgevoerd in opdracht

14:06

Adres

Veld-Oostenrijk

Plaats:

5961

onderzoek

De

NW

50

Horst

geurmonstername

Determination

is uitgevoerd

conform

de

EN13725:2003

‘Air

quality

-

of odour concentration

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14633152/1