CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

14e Bijlage Programma van Eisen Integraal Kindcentrum

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet voor de herontwikkeling van IKC locatie Weisterbeek.11.983 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 27 van 34

Toegankelijkheid 7.5.1. Algemeen Het gebruik van verkeersruimten in een school en/of IKC wordt gekenmerkt door piekbelastingen, die een goede verkeersafwikkeling vereisen. Per gebruikstype verschilt de ‘verkeersintensiteit’ als gevolg van de verhouding kinderen ten opzichte van de omvang van de gebruiker.

7.5.2. Horizontale verkeersafwikkeling Naast de door de overheid te stellen eisen wordt in schoolgebouwen de breedte van gangen voornamelijk bepaald door de verkeersintensiteit. Op basis van in de praktijk voorkomende situaties zijn criteria opgesteld waarmee de gangbreedte kan worden bepaald. Hiervoor wordt eerst grofweg de bezettingsgraad bepaald. Vervolgens wordt op basis van deze bezettingsgraad de verkeersafwikkeling in de aangrenzende gang berekend. Hiervoor wordt het vloeroppervlak van het aangrenzende verblijfsgebied door de betreffende bezettingsgraden gedeeld. Op deze wijze kan worden berekend hoeveel personen van deze gang gebruik moeten maken. De gangbreedte is vervolgens een afgeleide van de te verwachten personenstroom: • < 80 personen: circa 2,0 m. • 80 - 150 personen: circa 2,5 m. • > 150 personen: circa 3,0 m. Voor gangen gelden daarnaast de volgende aandachtspunten: • Concentraties van ruimtetoegangen vermijden. • Ter plaatse van entree(s), garderobes en fietsenstalling is een vlotte doorstroming vereist. • Een gang krijgt een meerwaarde als deze bij een ruimte betrokken kan worden of voor onderwijs- of speldoeleinden geschikt is. Naast gangbreedtes bepalen ook deurbreedtes de doorstroming van personen binnen een gegeven tijdsbestek. De totale deurbreedte moet in verhouding tot de te verwachten doorstroom zijn.

Om een goede doorstroming te waarborgen dienen deuren aan de volgende minimale eisen te voldoen: • Vrije doorgang van 85 cm voor nagenoeg alle deuren. • Standaardafmetingen met een minimum van 880 x 2.315 mm.

Referentie: 1683201-0029.1.0.

• •

Deuren van grote ruimten met de vluchtrichting mee laten draaien. Deuren die de gang indraaien mogen de doorstroming niet belemmeren (180° doordraaien).

7.5.3. Verticale verkeersafwikkeling Omdat de verschillende niveaus in het gebouw ook voor mindervaliden toegankelijk moeten zijn, dienen er naast trappen ook een liftinstallatie en/of hellingbanen te zijn. Uitgangspunt is één lift. De lift is in principe niet bestemd voor gebruik door kinderen, maar uitsluitend voor volwassenen, mindervaliden en bevoorrading, maar zal frequent gebruikt worden. Bij afmetingen van de lift dient rekening te worden gehouden met het vervoeren van een laptopkar of een verrijdbaar digibord (80 inch). Het toepassen van hellingbanen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen in verband met de kosten en het ruimtebeslag. Indien ze worden toegepast, dienen ze te voldoen aan de eisen uit het Handboek voor Toegankelijkheid. In het gebouw zullen op een regelmatige afstand trappen moeten worden geplaatst. In algemene verkeersruimten dienen trappen van minimaal 1,5 m breed te worden aangehouden. De uiteindelijke breedte is afhankelijk van de kinderenstromen. In verband met de ontoereikende capaciteit mogen hiervoor geen spiltrappen toegepast worden. In het ontwerptraject dient te worden onderzocht of het mogelijk is de bouwdelen op een verdieping direct vanuit buiten toegankelijk te maken middels een traptoegang.

7.5.4. Vluchtmogelijkheden en -wegen Het gebouw dient volgens wetgeving onderverdeeld te worden in brandcompartimenten. Omdat brandcompartimenten kostenverhogende brandscheidingen met zich meebrengen is een efficiënte compartimentering vereist. De compartimentering en de opzet van de vluchtwegen en mogelijkheden dienen in een vroeg stadium met de brandweer te worden besproken. Het budget voorziet niet in een sprinklerinstallatie.

Pagina 28 van 34

7.5.5. Afsluitbaarheid, compartimentering en avondgebruik Delen van het gebouw zullen ook buiten schooltijd gebruikt worden, onder andere door de BSO en de omliggende wijk. Omdat de BSO gebruik zal maken van diverse ruimten in het gebouw is compartimentering op basis hiervan niet realistisch. In een volgende fase dient een logische compartimentering incl. toiletten, centrale ruimte en leefkeuken uitgewerkt te worden. Bij de entrees is een bel voorzien van intercom voor bezoekers. De deuren kunnen te allen tijde van binnenuit worden geopend. Tijdens de ontwerpfase dient aandacht te worden besteed aan de verhouding tussen toegangscontrole en functioneel gebruik van entrees zoals tijdens het buitenspelen voor bijvoorbeeld een toiletbezoek.

7.5.6. Mindervaliden Om voor mindervaliden toegankelijk te zijn, dient het gebouw te voldoen aan de eisen uit het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’. Naast de nodige ruimtelijke eisen dient, voor zover van toepassing, ook aandacht besteed te worden aan bedieningsknoppen, sluitwerk, hoogtes van kapstokken en extra manoeuvreerruimte bij toegangen tot toiletten.

Referentie: 1683201-0029.1.0.

Pagina 29 van 34

8. Terrein Ontwerp Tijdens de Voorontwerp-fase dient de totale inrichting van het terrein in overleg met de gebruikers bepaald te worden. Aandachtspunten hierbij zijn: • Het onderscheid in leeftijdsgroepen • De wettelijke randvoorwaarden uit het bestemmingsplan • De relaties van de speelterreinen met de groepsruimten • De relaties van de speelterreinen tussen opvang en basisschool • De verhoudingen verhard en onverhard speelterrein • De speeltijden • De mogelijkheden voor goed toezicht • De vandalismegevoeligheid van het terrein en het voorkomen van hangplekken • De overige voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, kiss & ride-zone, fietsenstallingen en buitenbergingen • Voldoende ruimte voor de kinderen om te bewegen • De begrenzing van het af te sluiten speelterrein (gebied van de jongere kinderen) en het openbare gebied (speelterrein van de oudere kinderen) van de wijk • Voldoende elektra en lichtpunten. • Voldoende buitenkranen (vorstvrij en met sleutelbediening). • Voldoende wifi-dekking t.b.v. buitenonderwijs.

• • • •

Buitenberging(en); Fietsenstallingen (minimaal twee aparte stallingen); Speelterrein voor 0 - 7 jaar (omheind); Speelterrein voor 7 - 12 jaar (openbaar).

In een vervolgfase dient de complete ruimtebehoefte (footprint) van het gebouw en het benodigde terrein verder uitgewerkt te worden. Hierbij moet uitgegaan worden van een maximum footprint van ca. 3200 m2.

Gebruikseisen speelterrein De buitenruimte en het speelterrein zijn onderwerp van nadere uitwerking. IKC Weisterbeek wil een natuurlijke speelomgeving creëren met een groene uitstraling en met voldoende afwisseling en uitdaging. Er zal een afwisseling komen tussen stenen (plein om op te fietsen, steppen, etc.) en (kunst)gras. De wens vanuit het IKC is om een verharde kern rondom het gebouw aan te leggen met daar om heen een groene schil als natuurlijke afrastering. De buitenruimte moet ingericht worden met diverse plekken waar kinderen op ontdekkingstocht kunnen. Er moet in de buitenruimte voldoende ruimte zijn om te spelen, maar ook om bijvoorbeeld te voetballen. In het ontwerp moet aandacht zijn voor onderhoudsarme oplossingen en eventueel de mogelijkheid schoon weer naar binnen te gaan.

Benodigd oppervlak terrein De overheid heeft normen opgesteld voor het minimale oppervlak speelterrein per kind. Voor de bepaling van het minimumaantal vierkante meters (speel)terrein wordt via de normering uitgegaan van de volgende richtlijn: 3 m² speelterrein per leerling basisonderwijs met een minimum van 300 m². Vanaf 200 leerlingen kan met 600 m² speelterrein worden volstaan. In de ontwerpfase dienen de mogelijkheden voor een groter (verhard) schoolterrein onderzocht te worden binnen het taakstellend budget. Het terrein dient onder andere, maar niet gelimiteerd tot, te bestaan uit de volgende onderdelen: • Kiss & Ride; • Trapveldje; • Babytuin (omheind);

Referentie: 1683201-0029.1.0.

Er dient een onderscheid te worden gemaakt in een speelterrein voor de bovenbouw en de onderbouw en de kinderopvang samen. Het is belangrijk dat het mogelijk is dat kinderen van de bovenbouw en de onderbouw gescheiden kunnen spelen en het plein van de onderbouw een ruimtelijke relatie krijgt met het plein van de opvang. De mogelijkheid om de verschillende buitenruimten te koppelen moet blijven bestaan. De buitenruimten voor de school zijn rechtstreeks bereikbaar vanuit de groepsruimten op de begane grond. Er dient daarom rekening te worden gehouden met een schoonloopzone rondom het gebouw en akoestische kwaliteit van de deuren. Het is belangrijk dat kinderen tijdens het buitenspelen gemakkelijk terug naar binnen kunnen voor bijvoorbeeld een toiletbezoek. De toegangscontrole bij entrees dient dit niet in de weg te staan.

Pagina 30 van 34

•

8.3.1

Buitenplein Basisschool

De buitenruimte voor de basisschool is natuurlijk, uitdagend en ontdekkend ingericht. Er is ruimte voor speeltoestellen, ruimte om buitenlessen te organiseren maar ook ruimte voor rust en openheid. De buitenruimte kent veel groen, is speels en natuurlijk. Er wordt gebruik gemaakt van veel natuurlijke materialen zodat leerlingen uitgedaagd worden om te bewegen.

•

Belevingswaarden: • Zowel binnen als buiten kun je leren en zelfontplooiing stimuleren. • Van binnen naar buiten en van buiten naar binnen halen; verbinden. • Het is wenselijk dat er een overkapping aanwezig is, aansluitend op iedere stamgroep. • Natuur is een plek om te ontdekken, te leren met al je zintuigen, om je verbeelding & creativiteit aan te scherpen. • Speelomgeving vol natuur en avontuur, mogelijkheid om vrij te spelen & te ontmoeten. • Veel groen en een natuurlijke omgeving. Het liefst een natuurlijke afscherming van de omgeving en niet overal een hekwerk. • Zorg voor de natuur, omgeving en het milieu, duurzaam. • Aandacht voor techniek & natuuronderwijs.

•

De wensen voor de inrichting dienen gedurende het ontwerptraject verder gespecificeerd en uitgewerkt te worden. Deze zijn niet meegenomen in de ruimtelijke uitwerking.

8.3.2

Buitenplein kinderdagverblijf

In het plan dient een deel buitenruimte opgenomen te worden als zijnde aparte buitenruimte voor het kinderdagverblijf. De volgende eisen worden aan deze ruimte geteld: • Aangrenzend aan de babyruimten dient een babytuin te zijn. • Het is wenselijk dat er een overkapping aanwezig is, aansluitend op iedere stamgroep. • De buitenruimte dient zowel zon- als schaduwplekken te hebben.

Referentie: 1683201-0029.1.0.

•

De buitenruimte dient aan de stamgroep(en) te grenzen en vanuit de stamgroep(en) bereikbaar te zijn. De buitenruimte dient te worden afgeschermd met een hekwerk wat voldoet aan de eisen voor kinderopvang (bijv. hekwerk met dubbelstaafmat (maaswijdte 50 x 200 mm) tot 1.4 meter hoog zodanig geplaatst dat het veilig is voor kinderen, geen uitstekende punten enz.). Als de mogelijkheid bestaat om rechtstreeks van buitenaf op de speelplaats te komen dient er een sluis in de toegang te worden aangebracht. Alle toegangspoorten/vluchtwegen dienen te zijn voorzien van “deurklinken” die door kinderen niet te openen zijn (kidlocks).

Figuur 7 - Hoofdopzet buitenruimte

Overige voorzieningen terrein 8.4.1. Groenvoorziening De buitenruimte van IKC Weisterbeek wordt voorzien van veel groen. Hierbij houdt het ontwerp rekening met duurzaamheid, onderhoud- en schoonmaakvriendelijkheid. Het terrein zal worden gebruikt om te pauzeren en spelen, maar kan ook worden ingezet voor onderwijsdoeleinden in de vorm van moestuinen en een buitenlokaal geschikt voor lesinstructies.

Pagina 31 van 34

8.4.2. Parkeren Al het autoverkeer van en naar IKC Weisterbeek moet op een vlotte en veilige wijze worden afgewikkeld. Voor ouders die hun kinderen met de auto halen en brengen moet gelegenheid bestaan de auto tijdelijk te parkeren. De doorstroom van auto’s is een belangrijk aandachtspunt in het ontwerptraject.

8.4.6. Containerberging

Het parkeren voor medewerkers vindt plaats in het openbaar gebied.

8.4.7. Afscheidingen

8.4.3. Rijwielstalling Fiets parkeren wordt wel opgelost op het eigen terrein. Voor de medewerkers wordt een overdekte afsluitbare rijwielstalling gewenst. Voor de kinderen worden rijwielstalplaatsen nabij de entrees geplaatst. Deze rijwielstalplaatsen dienen aanvullend buiten schooltijden beschikbaar te zijn voor de wijk. Voorkomen dient te worden dat fietsen her en der los tegen het gebouw geplaatst worden. Bij het ontwerp voor rijwielstalling rekening houden met: • Ligging nabij de terreintoegang op logische plaatsen ten opzichte van de entrees en voldoende sociaal veilig. • Verkeersstromen. • Toezicht en voorkoming van diefstal. • Het gebruik van diverse soorten fietsen, zoals stadsfietsen, mountainbikes, fietsen met kratjes, etc. • Stroomvoorzieningen voor elektrische fietsen van medewerkers.

Er is een containerberging opgenomen voor het (gescheiden) opslaan van afval. Deze ruimte is zodanig gesitueerd dat een goede bereikbaarheid en een droge standplaats gewaarborgd is. Bij het ontwerp rekening houden met mogelijke stankoverlast.

Vandalisme en ongewenste samenscholing buiten schooltijd op het terrein dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Het plein wordt (deels) afgescheiden met een hek, zodat tijdens speeltijden de kinderen niet zomaar het plein af kunnen lopen en het terrein buiten schooltijden niet toegankelijk is voor onbevoegden.

8.4.8. Verlichting Het terrein wordt voorzien van de nodige verlichting om een veilig gebruik van het terrein te waarborgen en donkere hoeken bij het gebouw op te heffen. De toegang tot de entrees dient goed verlicht te zijn, inclusief de weg/het pad naar de entrees toe.

8.4.9. Bezonning en beschutting Er moet in het ontwerp worden voorzien in voldoende beschutting voor zowel zon, regen als wind.

Te rekenen op een rijwielstalling van: • 1 m² per leerling voor 60% van de leerlingen. • 1,5 m² per medewerker.

8.4.4. Bewegwijzering Alle entrees dienen zodanig vormgegeven en vindbaar te zijn dat verwijzing op het buitenterrein naar deze entrees niet benodigd is.

8.4.5. Buitenbergingen Op het terrein worden twee losstaande bergingen gerealiseerd. Eén voor het onderwijs en de BSO en één voor de KDV en de babygroepen .

Referentie: 1683201-0029.1.0.

Pagina 32 van 34

9. Overige randvoorwaarden Onderhoud, exploitatie en milieuaspecten Bij de nieuwbouw dient er bij de materialisering een afgewogen keuze gemaakt te worden. De keuzes van materialen en detailleringen hebben een sterke relatie met de uiteindelijke kosten voor het schoonmaakonderhoud en het technisch onderhoud van het gebouw. Bij het maken van deze keuzes zijn thema’s als uitstraling, bestendigheid, reinigbaarheid, kosten, onderhoudscyclus etc. van belang. De kosten voor onderhoud van het gebouw dienen beperkt te worden, zonder daarbij afbreuk te doen aan de overige doelstellingen en ambities van de gebruikers. De opzet van het gebouw bepaalt in hoge mate de exploitatiekosten. Naast aspecten als energieverbruik en onderhoudskosten zijn vooral kosten in de sfeer van toezicht erg belangrijk. Hiervoor dient het gebouw overzichtelijk opgezet te worden. Ook dienen de afvalstromen in het gebouw geoptimaliseerd te worden, zodat men niet het gehele gebouw door hoeft om afval af te voeren.

Duurzame ontwikkeling en milieuaspecten Gebouwen moeten ‘duurzaam presteren’. Dat impliceert dat de focus niet alleen het bouwproces is, maar juist het totaal van bouwproces en volledige gebruikscyclus. Want juist in de gebruikscyclus bewijst de duurzame huisvestingsoplossing haar meerwaarde.

Planet kan vertaald worden als de fysieke component, waarbij de blijvende beschikbaarheid van middelen, voldoende toegang tot die middelen en het creëren van een gezond milieu voor iedereen van belang is. Het ‘Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen’ is een uitwerking van dit fysieke aspect. Profit kan hierbij vertaald worden als de economische kant, waarbij de doelstellingen van de groep, de organisatie en de gemeenschap gerealiseerd worden op de korte en lange termijn. Samengevat is een gebouw duurzaam wanneer: • Het prettig en gezond is om in te verblijven en wanneer het bevorderend werkt op het functioneren van zowel de gebruiker als de organisatie (People). • Het goed in zijn omgeving past, energiezuinig is en gerealiseerd is met materialen die laag milieubelastend zijn (Planet). • Het goed te exploiteren en te onderhouden is (Profit). Eventuele duurzame maatregelen dienen breed beoordeeld te worden teneinde te voorkomen dat een ogenschijnlijk duurzame maatregel op een ander niveau contraproductieve effecten heeft. Als voorbeelden van relevante aspecten kunnen hierbij genoemd worden de inhoud en de vorm van het onderwijs, de arbeidsomstandigheden en de werkomgeving, de aantrekkingskracht van de instelling, de toegankelijkheid van faciliteiten en organisatie en het gebouw.

De belangrijkste redenen waarom het noodzakelijk is om duurzame huisvestingsoplossingen te realiseren zijn dat het behoud van het klimaat, het gebruik van grondstoffen en de beheersing van reststoffen zowel landelijk als mondiaal onder grote druk staan. De bouwsector speelt hierbij een belangrijke rol, vooral waar het gaat om energieverbruik, CO2-emissie en afvalstromen. Dit betekent dat er een totale heroverweging moet komen van ons handelen en dat duurzaamheid en de effecten van ons handelen medebepalend moeten worden. Milieuaspecten van het bouwen dienen breder gezien te worden dan de bekende invullijst van het ‘Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen’. De kern van duurzame ontwikkeling kan uitgedrukt worden in de begrippen People, Planet en Profit. People kan daarbij vertaald worden als de sociaal-culturele kant, het welzijn van de gebruikers en de omgeving en het creëren van gelijke rechten en mogelijkheden.

Referentie: 1683201-0029.1.0.

Pagina 33 van 34

Colofon Uitgave: Datum:

HEVO B.V. 23 december 2021

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch

Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch

T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl

www.rpmbyhevo.nl

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1683201-0029.1.0.

Pagina 34 van 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11185135/1