14e Bijlage Programma van Eisen Integraal Kindcentrum
Tekst van het document
Ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen IKC Weisterbeek
Opdrachtgever Datum 23 december 2021 Referentie 1683201-0029.1.0 Auteur(s) Luuk Binder Mireille Uhlenbusch
Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch
T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl
www.hevo.nl www.rpmbyhevo.nl
ISO 9001-gecertificeerd
Inhoudsopgave 1.
Inleiding Doel Leeswijzer
4 4 4
2.
Aanpak
5
3.
Randvoorwaarden en wet- en regelgeving Kaders en uitgangspunten Wet- en regelgeving Wijkfunctie Locatie IKC Weisterbeek
6 6 6 6 6
4.
IKC Weisterbeek Visie Kernwaarden
8 8 10
5.
Visie op de huisvesting Hoofdordening nieuwbouw Sfeer en beleving Interieur Exterieur en terrein Ruimterelaties
13 13 14 14 14 16
Ruimtelijk kader Normatieve ruimtebehoefte / Ruimteverdeling Ruimteprogramma Ruimteomschrijvingen functionele ruimten Groepsruimten ’t Nest Slaapruimten Badkamers Opstelplaats buggy’s/wandelwagens Wasruimte/berging/poetsruimte Centrale Ruimte
19 19 20 22 22 22 22 22 22 22
5.2.1 5.2.2
6.
6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6
Referentie: 1683201-0029.1.0.
6.3.7 6.3.8 6.3.9 6.3.10 6.3.11 6.3.12 6.3.13 6.3.14 6.3.15 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.4.6 6.4.7 6.4.8 6.4.9 6.4.10 7.
7.5.1. 7.5.2. 7.5.3. 7.5.4. 8.
Speelzaal Atelier Groepsruimten onderbouw Groepsruimten bovenbouw Bergingen Kantoren Multifunctionele ruimtes / spreekkamers Personeelskamer Leefkeuken Ruimteomschrijvingen overige ruimten Containerberging Toiletten leerlingen Garderobes leerlingen Toiletten personeel en bezoekers Mindervalidentoilet (miva) Werkkast Repro Entree (hoofdentree) Entree onderbouw, bovenbouw en KDV Technische ruimten, patch-/serverruimte en meterkasten
23 23 23 24 24 24 25 25 25 25 25 25 25 25 26 26 26 26 26 26
Gebruikseisen gebouw Vormfactoren Vrije hoogte ruimten Daglicht Indelingsflexibiliteit Toegankelijkheid Algemeen Horizontale verkeersafwikkeling Verticale verkeersafwikkeling Vluchtmogelijkheden en -wegen
27 27 27 27 27 28 28 28 28 28
Terrein Ontwerp Benodigd oppervlak terrein
30 30 30
Pagina 2 van 34
8.3.1 8.3.2
9.
Gebruikseisen speelterrein Buitenplein Basisschool Buitenplein kinderdagverblijf Overige voorzieningen terrein
30 31 31 31
Overige randvoorwaarden Onderhoud, exploitatie en milieuaspecten Duurzame ontwikkeling en milieuaspecten
33 33 33
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 3 van 34
1. Inleiding De gemeente Horst aan de Maas en schoolbestuur Dynamiek hebben als ambitie om een Integraal Kindcentrum (IKC) te realiseren waarin basisschool De Weisterbeek en kinderopvang ’t Nest samen worden gehuisvest. De huidige locatie van de school, waar deze nieuwe ontwikkeling plaats vindt, grenst aan de noordzijde aan het centrum van Horst. De nieuwbouw van het IKC dient bij te dragen aan een kwaliteitsimpuls voor het gebied en zo een aantrekkelijke entree voor het nabijgelegen centrum te vormen. De gemeente Horst aan de Maas wil aan de slag met het gebied aan de noordzijde van het centrum en erkent hierin de urgentie voor de nieuwe school in combinatie met kinderopvang. Hiertoe heeft de gemeente HEVO gevraagd voor het opstellen van het Ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen (PvE) en Technisch Programma van Eisen (TPvE) voor de nieuwbouw.
Leeswijzer Dit PvE heeft de volgende indeling: • Hoofdstuk 2: beschrijft kort de aanpak. • Hoofdstuk 3: behandelt de algemene uitgangspunten en wettelijke randvoorwaarden. • Hoofdstuk 4: gaat in op het functioneren van het IKC en de huisvestingsvisie. • Hoofdstuk 5: beschrijft de sfeer- en beeldverwachting. • Hoofdstuk 6: is een beschrijving van de ruimtelijke en functionele randvoorwaarden die specifiek gelden voor de afzonderlijke ruimten. • Hoofdstuk 7: beschrijft de algemene gebruikseisen van het gebouw. • Hoofdstuk 8: gaat in op de functionele randvoorwaarden van het terrein. • Hoofdstuk 9: sluit af met overdenkingen op het gebied van exploitatie, onderhoud en duurzaamheid.
Doel Dit PvE gaat in op de ruimtelijke en functionele eisen voor de nieuwbouw. Het PvE dat hier voor u ligt heeft een drieledig doel: 1. Het is een middel om de eisen en wensen van de opdrachtgever en gebruikers vast te leggen. 2. Het dient als leidraad voor de ontwerpende partijen en als toetsingsmiddel voor de beoordeling van de output van de ontwerpende partijen. 3. Het dient als uitgangspunt voor de toetsing van de financiële haalbaarheid. Het PvE is dus het kompas waarmee het ontwerpteam (één team van een architect, installatieadviseur, constructeur en bouwfysisch adviseur) moet werken om een ‘maatwerk’ ontwerp te maken dat zo dicht mogelijk aansluit bij de geformuleerde ambitie, eisen en wensen. Het is zaak om het kompas niet te ingewikkeld of te uitvoerig te maken. Het detailniveau is zo ver uitgewerkt als de gebruikers in deze fase van het project kunnen definiëren. Aan de andere kant is het PvE wel zo compleet dat alle aspecten die van invloed zijn op de investeringskosten in het PvE zijn opgenomen. Het blijft een belangrijk document tot het moment van vaststelling van het Voorontwerp (VO) van de nieuwbouw. Vanaf dat moment is niet langer het PvE, maar het VOfasedocument leidend. Het PvE en tussentijds ontstaan ‘voortschrijdend’ inzicht hebben zich dan doorontwikkeld tot een VO.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 4 van 34
2. Aanpak Voor de nieuwbouw zijn voorafgaand aan de definitiefase een projectgroep en twee werkgroepen samengesteld welke input leveren en meedenken over het Ruimtelijkfunctioneel PvE en het Technisch PvE. Deze project- en werkgroepen bestaan uit een brede vertegenwoordiging van de medewerkers van OBS de Weisterbeek, ’t Nest en de gemeente. Voor de totstandkoming van het PvE heeft er een kick-off gesprek plaatsgevonden met Han Geurts (wethouder onderwijs gemeente Horst aan de Maas) en hebben er aansluitend drie workshops met de werkgroepen plaatsgevonden.
Werksessie 1 Visie, activiteiten en clustering
Werksessie 2 Ruimten, relaties en gebruik
Werksessie 3 Relaties, beleving en materialisatie
Figuur 1 - Proces werksessies Ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen IKC Weisterbeek
In de eerste workshop zijn de missie, visie, identiteit en kernwaarden voor de nieuwbouw opgesteld. Tijdens de tweede workshop zijn deze onderwerpen geverifieerd en vastgesteld. De output van de kick-off en de eerste workshop is vertaald naar uitgangspunten voor de nieuwe situatie met de ruimtelijke behoeften. Tijdens de tweede workshop is er met name gekeken naar de ruimten die nodig zijn voor individueel en gezamenlijk gebruik en het opstellen van vlekkenplannen. In de derde workshop is er een terugblik geweest op de tweede workshop. In de derde workshop zijn de vlekkenplannen nadrukkelijk besproken en is er ingegaan op het totale ruimteprogramma en onderlinge relaties en sfeerverwachtingen voor de nieuwbouw. Parallel hieraan is met de werkgroep TPvE gekeken naar de minimale eisen en ambities op het gebied van duurzaamheid en Frisse Scholen Klasse. Alle input vanuit de workshops is door HEVO vertaald in onderhavig ruimtelijk en functioneel PvE. Hierin zijn de wensen voor de nieuwbouw ten aanzien van ruimten en functionaliteit zo concreet en eenduidig mogelijk geformuleerd.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 5 van 34
3. Randvoorwaarden en wet- en regelgeving Kaders en uitgangspunten Voor het PvE zijn de volgende kaders en uitgangspunten vastgesteld: • De twee organisaties vormen één kindcentrum. • De minimale duurzaamheidseis is BENG. Ambitie is ENG. • De nieuwbouw wordt gerealiseerd binnen het bestemmingsplan van de nieuwbouwlocatie. • De omvang van de basisschool is 2.197 m2 bruto vloeroppervlak (BVO), dit is gebaseerd op het normatief vloeroppervlakte op basis van de geprognotiseerde 385 leerlingen plus toezegging van de gemeente Horst aan de Maas voor één extra lokaal van 60 m2 . Voorwaarde is dat de school open staat als wijkfunctie en hiervoor een plek geschikt maakt. De omvang van de kinderopvang is max. 572,5m2 BVO. Bovengenoemde bruto vloeroppervlak is gebaseerd op een gebouw zonder woningbouw. Eventuele consequenties (qua constructie of indeling) welke gevolg zijn van het inpassen van woningbouw worden inzichtelijk gemaakt wanneer er bekend is of deze woningen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Eventuele bijkomende kosten zijn voor rekening van de organisatie die deze woningen gaat realiseren. • Het kindcentrum bestaat uit maximaal twee bouwlagen.
• • • • •
Eisen voor verkrijgen gebruiksvergunning. Het Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen. Wet op het primair onderwijs. Wet Kinderopvang. Eisen en regelgeving GGD.
Wijkfunctie De eerder genoemde wijkfunctie van de nieuwbouw is een voorwaarde van de gemeente Horst aan de Maas voor het toezeggen van één extra lokaal van 60m2. Deze wijkfunctie vormt de cruciale schakel tussen het omliggende gebied en de integratie van de nieuwbouw in de toekomstige gebiedsontwikkeling. De connectie met de wijk is van groot belang en moet zorgen voor meer verweving met het nieuwe gebied. Overigens is de wijkfunctie niet gebonden aan het genoemde lokaal. Het is de wens van zowel de gemeente als de gebruikers om deze wijkfunctie een plaats te geven in de centrale ruimte, speelzaal, leefkeuken en wanneer mogelijk het atelier. In deze fase van het traject is het uitgangspunt de extra 60 m2 BVO, in een later stadium moet onderzocht worden of een aanvullende 100 m2 BVO ingepast kan worden welke volledig ten behoeve van de wijkfunctie ingedeeld kan worden. Bij een dergelijke inpassing moet goed nagedacht worden over de afsluitbaarheid van de school en ruimten voor de wijk. Ook dient er een plan opgesteld te worden voor het los functioneren van de wijkfunctie binnen het IKC.
Wet- en regelgeving Ten aanzien van het ontwerp moet aan alle relevante wet- en regelgeving en overige overheidsvoorschriften worden voldaan. Binnen dit kader vallen: • Gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. • Vigerend bestemmingsplan. • Vigerend Bouwbesluit. • Ministeriële richtlijnen. • Voorschriften nutsbedrijven. • Eisen plaatselijke brandweer. • Wet Milieubeheer. • Wet Geluidhinder. • EG-wet- en regelgeving. • NEN 2580. • Handboek voor Toegankelijkheid.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Locatie IKC Weisterbeek Uit eerder locatieonderzoek is in overleg tussen de gemeente en het schoolbestuur Dynamiek ervoor gekozen de nieuwbouw op de huidige locatie van de school en het omliggend gebied te realiseren. Dit gebied wordt gevormd door de omliggende Jacob Merlostraat, Herstraat, Schoolstraat en Molenstraat. Onderdeel van de Weisterbeek is de beeldbepalende historische school die ook in de studies/varianten voor de nieuwe situatie een plek krijgt.
Pagina 6 van 34
De locatie van het nieuwe IKC Weisterbeek vormt een schakel tussen het centrum van Horst en de woonwijken ten noorden de IKC-ontwikkeling. Naast het IKC Weisterbeek wordt op de locatie ook woningbouw verwacht.
Figuur 2 - Locatie IKC Weisterbeek
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 7 van 34
4. IKC Weisterbeek Visie Voorliggend hoofdstuk omschrijft de identiteit, visie en kernwaarden van basisschool De Weisterbeek en kinderopvang ’t Nest, geformuleerd op basis van de onderwijs- en pedagogische visies en de websites van de organisaties.
Wij reflecteren Ontwikkeling kan alleen plaats vinden als iedereen geregeld in de spiegel kijkt en zich bewust is van zijn/haar ontwikkelstand. Ontwikkeling verloopt bij ieder mens anders; het tempo waarop ontwikkeld wordt is divers, maar ook op diverse onderdelen ontwikkelen kinderen zich wisselend. OBS de Weisterbeek speelt hier als school op in en dit vraagt van iedereen een kritische, reflectieve houding. Kinderen op deze school worden hier al van jongs af in meegenomen.
We creëren een juiste mindset, zodat leerlingen uitdagingen durven aangaan.
OBS Weisterbeek is een grote openbare basisschool in het centrum van Horst. Een school met een gemêleerde populatie, waar in principe elk kind welkom is. Wij worden gezien Op de Weisterbeek ‘zien we wie je bent en bieden je wat je nodig hebt’. Dit geldt natuurlijk voor het kind dat elke dag naar school komt, maar ook voor de ouder die het vertrouwen geven om kinderen mee te laten ontwikkelen. Ook het personeel wordt gezien en gehoord. Iedereen moet het gevoel hebben kansen te krijgen en eigen kwaliteiten te kunnen benutten. Respect, veiligheid en plezier zijn voor ons vanzelfsprekende begrippen. Wij leren en werken samen Samenwerken en samen leren is dagelijks de basis van het onderwijs. Kinderen kunnen zich niet alleen ontwikkelen. OBS de Weisterbeek gelooft erin dat je altijd een ander nodig hebt om je zowel sociaal als cognitief als mens te ontwikkelen. Communicatie tussen kinderen, kinderen en de leerkracht maar ook communicatie tussen ouders en leerkracht is cruciaal. In communicatie vindt afstemming plaats en worden wederzijdse verwachtingen helder. Op school vindt continu ontmoeting tussen kinderen plaats. Ook voor en na schooltijd ontmoeten we ouders en anderen.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Wij zijn doelgericht Het is belangrijk dat kinderen basiskennis op een zo hoog mogelijk niveau ontwikkelen. Kennis op de basisvakken (lezen, rekenen en taal), maar ook kennis van de wereld! Het spreekt voor zich dat vaardigheden noodzakelijk zijn om kennis verder te verdiepen. Deze vaardigheden worden op deze school geoefend. Op OBS de Weisterbeek zijn er hoge verwachtingen van het kind. Hierbij is structuur belangrijk, voorspelbaarheid en duidelijkheid een voorwaarde. Iedereen wordt uitgedaagd om creatief te zijn in het toepassen van strategieën, het bedenken van oplossingen en in het dagelijks handelen. OBS is Weisterbeek is letterlijk in beweging; er is beweging nodig om gezond in het leven te staan en beweging zorgt er ook voor dat er optimaal geleerd kan worden. Wij zijn verantwoordelijk Op OBS de Weisterbeek is het belangrijk dat iedereen verantwoordelijkheid neemt en vertrouwen in zichzelf heeft, maar ook kan vertrouwen op de ander. Je competent voelen is belangrijk om fouten te durven maken en uitdagingen aan te gaan. Kinderen worden gestimuleerd dit vertrouwen op te bouwen, maar ook om zelfstandig te kunnen en durven optreden. Van nature zijn kinderen nieuwsgierig. Deze nieuwsgierige houding is belangrijk om de eigen ontwikkeling te stimuleren. Het aanbod van OBS de Weisterbeek is dan ook betekenisvol voor kinderen.
Door betekenisvol aanbod in een functionele leeromgeving
Pagina 8 van 34
aan te bieden gelooft OBS de Weisterbeek in betrokken kinderen die op zoek gaan naar antwoorden op hun vragen.
Samen zijn we ’t Nest ’t Nest: een warme plek, een plek die vertrouwen geeft en als een thuis voelt. ’t Nest: waar een hoeveelheid van takjes zorgt voor beschutting, waar de veertjes en het mos zorgen voor warmte en aandacht en waar we koesteren dat we allemaal anders zijn, maar waar iedereen erbij hoort!
Samen sterk voor kinderen Het is waardevol om een warm contact te hebben met ouders en anderen uit de leefomgeving van jullie kind. Zo kunnen we samen optrekken en elkaar sterker maken als het gaat om de ontwikkeling van jullie kind. Maar ook met scholen, sportverenigingen, bibliotheek werken we samen. Zo creëren we een mooie uitdagende plek voor jullie kind. Samen met anderen We stimuleren positief contact en samenspel bij kinderen. We zijn allemaal anders. Je kind ontdekt verschillen en overeenkomsten tussen kinderen en leert daar op een respectvolle manier mee om te gaan.
Ieder kind mag er zijn Door onze positieve benadering ontwikkelt jullie kind een positief zelfbeeld. Jullie kind weet dat hij gewaardeerd wordt en al veel zelf kan. We laten dat zien door je kind elke keer het gevoel te geven dat we blij zijn dat hij er weer is! Dichtbij en betrokken In onze benadering naar jullie kind stellen we de behoefte van jullie kind centraal. Wat doet hij graag, waar speelt hij graag mee, wat raakt hem? We kijken en luisteren goed naar wat kinderen zelf aangeven en sluiten hierbij aan. We genieten van de stappen die jullie kind maakt. Werken vanuit hoofd en hart Je veilig voelen en weten dat je erbij hoort is belangrijk voor groei en ontwikkeling van je kind. Werkelijke aandacht, weten hoe de dag verloopt door vaste routines in de groep. In je eigen tempo en op je eigen manier de wereld kunnen ontdekken. Vallen en opstaan We zijn altijd op zoek naar de eigenheid van een kind. Kinderen laten al heel jong hun dynamiek zien. We bieden ruimte en uitdaging en stimuleren jullie kind om zelf keuzes te maken: je eigen brood smeren of een oplossing bedenken bij een probleem.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 9 van 34
Kernwaarden De missie en visie zijn samengevat in zeven kernwaarden: verantwoordelijk, doelgericht, veilig, vertrouwen, samen, reflectie en betrokken. Deze kernwaarden zijn door de werkgroep vertaald naar uitgangspunten voor het onderwijs en de huisvesting. In de vertaling van de kernwaarden naar de huisvestingsvisie springen er een aantal punten duidelijk uit. Een aspect wat duidelijk naar voren komt is de doorgaande leerlijn en ontwikkeltraject van de kinderen. De kinderen moeten de mogelijkheid krijgen om elkaars werelden te leren kennen en elkaar te ontmoeten. Deze verbinding tussen de verschillende lagen moet zowel in de organisatie als in de huisvesting terugkomen en gefaciliteerd worden.
Ondanks dat er veel verschillende leerlingen zijn met uiteenlopende leerstijlen moet het IKC niet een verzameling van verschillende ruimten worden. Het dient een open leeromgeving te worden met een flexibele basis. Het IKC moet mee kunnen groeien en bewegen met de onderwijsvisie, de leerlingen en de medewerkers. Kernwoorden bij de sfeerverwachting van het gebouw zijn sfeervol, geborgenheid, intimiteit maar ook openheid, overzicht, ruimtelijkheid en rust. Het team hecht veel waarde aan multifunctionele en flexibele inzetbaarheid van ruimten en het voorkomen van statische en functieloze ruimten. Iedere vierkante meter kan immers maar één keer ingezet worden.
Waar voorheen gesproken werd van de basisschool en de kinderopvang gaat er vanaf nu gesproken worden over IKC Weisterbeek. Er is één team en één taak. Samenwerking, zowel tussen de medewerkers als tussen de leerlingen, is van groot belang. Iedereen zorgt voor elkaar (zowel leerlingen als medewerkers en ouders). Samen werken én samenwerken staat centraal. Het onderwijs en de bijbehorende ruimten dienen te passen bij elke doelgroep. Elk kind is uniek en de functionaliteit van de huisvesting dient hier op aan te sluiten. Van geborgenheid bij de baby’s naar steeds meer vrijheid bij de bovenbouw. Deze verschillende werkvormen vragen ook om verschillende werkplekken. Instructie, samenwerken, rust, spelen en coaching moeten allemaal een geschikte plek krijgen. Veiligheid en overzichtelijkheid is een zeer belangrijk aspect wat raakvlakken heeft met bijna alle kernwaarden. Alle leerlingen moeten zich veilig voelen, zowel fysiek als mentaal. De medewerkers willen op een functionele manier de aandacht aan individuele leerlingen geven die ze verdienen en het overzicht houden op de gehele groep. Zichtlijnen spelen hierbij een belangrijke rol. Alle leerlingen dienen zich veilig, vertrouwd en op zijn/haar gemak te voelen. Door het toepassen van een huiselijke, warme en groene omgeving moet er rust gecreëerd worden. Een plek voor elke groep leerlingen om op terug te vallen; een thuishonk.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Veilig
Vertrouwen
Verantwoordelijk
IKC Weisterbeek Samen
Betrokken
Doelgericht
Reflectie
Figuur 3 - Kernwaarden IKC Weisterbeek
Pagina 10 van 34
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 11 van 34
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 12 van 34
5. Visie op de huisvesting Hoofdordening nieuwbouw IKC Weisterbeek is een plek waar de basisschool en kinderopvang samen komen onder één dak. De krachten worden gebundeld om alle kinderen een veilig, samenhangend en fijn onderkomen te geven. Het dient één kindcentrum te worden waar één team samenwerkt.
“één team, één uitstraling” Het doel is om een IKC neer te zetten waarin de kinderen en medewerkers worden gezien, samen leren en werken en reflecteren. Er wordt gestreefd naar een omgeving waarin medewerkers, ouders en kinderen in verbinding met elkaar bijdragen aan de groei en ontwikkeling van kinderen. Korte- en doorlopende lijnen zijn hierbij van belang. De huisvesting faciliteert een rijke leeromgeving waar kinderen zich optimaal kunnen ontplooien. Licht, open, groen, warm en sfeervol zijn herkenbare kernwoorden in de nieuwbouw. Er wordt zichtbaar gebruik gemaakt van duurzaamheidstoepassingen, dit vormt onderdeel van de ontwikkeling van kinderen. Het gebouw vormt een flexibele basis om met toekomstige fluctuatie in leerlingenaantallen en de ontwikkeling van pedagogische visie mee te bewegen. Vanuit het hart van het gebouw is er toegang tot de zones waarin zich de ruimtes van de kinderopvang, de groepsruimten van de jongste schoolgaande kinderen (onderbouw), de groepsruimten waarin de oudste schoolgaande kinderen (bovenbouw) en de ruimte waarin de kantoren en ruimten voor de medewerkers bevinden. De zones voor kinderopvang en onderbouw krijgt tevens een eigen ingang. De multifunctionele, centrale ruimte is daarmee het levendige middelpunt van het kindcentrum. Figuur 4 - Hoofdopzet relatieschema
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 13 van 34
Sfeer en beleving De werkgroep heeft tijdens workshop 3 verschillende beelden bekeken en verschillende beelden aangeleverd als referentie voor het nieuwe kindcentrum.
5.2.1 Interieur Het interieur van het gebouw kenmerkt zich door veel licht, natuurlijke materialen en rustige kleuren. In het gebouw is de identiteit van het IKC duidelijk zichtbaar. Het gebouw kent een diversiteit aan plekken: rustige plekken, groepswerkplekken, speelplekken en instructieruimten.
duurzame materialen, bouwvormen en maatregelen zichtbaar te zijn zodat de leerlingen deze leren herkennen en het belang van duurzaamheid mee krijgen. De relatie tussen binnen en buiten is erg belangrijk. De connectie tussen het onderwijs binnen en buiten moet zowel fysiek als in de beleving duidelijk naar voren komen. Er dient een zachte overgang van binnen naar buiten gerealiseerd te worden.
De uitstraling van het gebouw dient modern maar neutraal te zijn. Het interieur moet met de tijd mee kunnen en niet te overheersend qua kleurstelling zijn. Door gebruik van natuurlijke en rustige kleuren en materialen en ronde en zachte vormen moet er rust en orde gecreëerd worden. Door veel frisse elementen en veel natuurlijk licht moet er een warm en sfeervol klimaat ontstaan voor zowel de kinderen als de medewerkers. Aanvullend is het praktisch en functionele aspect van het interieur belangrijk. Zo moeten zo veel mogelijk elementen flexibel en functioneel zijn. Ook moet er rekening gehouden worden met de schoonmaakbaarheid en de besmettelijkheid van de kleuren en materialen. Aanvullend dient het interieur, en ook het exterieur, onderhouds- en exploitatie-arm (op de lange en korte termijn) te zijn.
Flexibiliteit door schuifdeuren
5.2.2 Exterieur en terrein In de materialisering van het gebouw wordt veel gebruik gemaakt van natuurlijke materialen en natuurlijke kleuren. Het is belangrijk dat er veel daglicht naar binnen komt. De architectuur moet de warme en huiselijke sfeer die binnen nagestreefd wordt buiten waarborgen. Het IKC moet een uitnodigend en warm uiterlijk krijgen. Natuurlijk dient het uiterlijk wel afgestemd te worden met de omgeving en de rest van het gebied. De buitenruimte is natuurlijk, uitdagend en ontdekkend ingericht. Er zijn voldoende speelmogelijkheden maar er staan ook bankjes om even lekker te kunnen zitten. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen waarbij er oog is voor het onderhoudsaspect. In het kader van onderwijs en voorlichting dienen de gekozen
Binnen-buiten relatie
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 14 van 34
Open en sfeervol leerplein
Praktische oplossingen
Rustig en sfeervol
Warme, natuurlijke materialen
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 15 van 34
Ruimterelaties Tijdens de workshops zijn de ruimtebehoefte en onderlinge relaties van de ruimten bepaald. De relatieschema’s die in de volgende paragrafen zijn gevisualiseerd geven de wensen van de basisschool en de kinderdagopvang duidelijk weer. Relatieschema centrale ruimte Via de hoofdentree komt men binnen in het hart van het gebouw. Hier bevindt zich een centrale ruimte. Aan deze centrale ruimte grenst de speelzaal, welke door middel van het openen van een flexibele wand aan elkaar gekoppeld kunnen worden. De begane grond en verdieping worden aan elkaar verbonden via een functionele tribunetrap. Voor optimaal gebruik van vierkante meters worden zo veel mogelijk functies (zoals berging of werkkasten) onder de tribunetrap gesitueerd. Waar de tribunetrap de eyecatcher van de ruimte dient te zijn is het belangrijker dat deze trap bij uitstek functioneel is. In andere woorden; het moet een functionele trap met uitstraling zijn. Het is van belang om met de combinatie van de speelzaal, de centrale ruimte en de trap een fijne, open maar toch intieme en huiselijke ruimte te creëren voor vieringen en voorstellingen maar ook in het dagelijks gebruik voor onderwijs en opvang.
Het is belangrijk dat de centrale ruimte op diverse manieren kan worden ingezet voor opvang en onderwijs, om te voorkomen dat het in de praktijk een te grote entreehal wordt die weinig functionaliteit toevoegt aan het gebouw. Binnen de centrale ruimte is er ook plaats voor de conciërge i.c.m. een atelier, welke gebruikt kan worden door zowel de kinderopvang, onderbouw, bovenbouw en de BSO. De conciërge kan deze ruimte gebruiken als verlengde van zijn/haar ruimte om bijvoorbeeld reparaties uit te voeren. Tevens heeft de conciërge een toezicht houdende functie en dient deze ruimte overzicht te hebben over de gehele centrale ruimte en de hoofdentree. Via de centrale ruimte zijn de kinderopvang en de onderbouw makkelijk en via een open verbinding te bereiken. De doorstroom, zowel onderwijskundig als fysiek, en connectie tussen de verschillende groepen vertaald zich in de openheid tussen de centrale ruimte en aangrenzende zones. Ook het kantorencluster ligt op een overzichtelijke plek aan deze centrale ruimte, gekoppeld door een warme en fijne leefkeuken.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Relatieschema Kinderopvang De kinderopvang heeft een aparte ingang om de instroom van leerlingen te scheiden van de instroom van ouders met baby’s en peuters. Via deze eigen entree komt men binnen in een huiselijke en warme omgeving. De baby- en peutergroepen liggen verdeeld aan een centrale gang. De babygroepen dienen een geborgen karakter te hebben. Er dient een functionele visuele verbinding te zijn tussen de babygroepen en de gang, de kinderen mogen niet afgeleid worden. De groepsruimten voor de peuters mogen een meer open karakter krijgen. De slaapkamers liggen rustig verschuild achter de groepen en kunnen enkel bereikt worden door de aangrenzende groepsruimte. Via een raam (in de deur) dient er altijd een visuele verbinding te zijn tussen de groepsruimten en de aangrenzende slaapkamers. In de zomer dienen de groepsruimten zo veel mogelijk geopend te kunnen worden naar een rustige en veilige buitenruimte. Tussen de babygroepen en peutergroepen liggen eigen badkamers en bergingen. Ook de badkamers dienen door een raam altijd visueel in verbinding te staan met de groepsruimten. De badkamers dienen vanaf beiden groepsruimten toegankelijk te zijn. Al bij de peuters moet de doorlopende leerlijn en contact met de onderbouw aanwezig zijn. De peuters moeten, ook qua indeling van het gebouw, al de mogelijkheid hebben om samen met de kleuters te spelen, ontdekken en leren.
Door de peutergroepen zowel aan de kinderopvang als aan het leerplein van de onderbouw te laten grenzen ontstaat er de mogelijkheid om wanneer wenselijk het contact op te zoeken met de kleuters. Dit terwijl de peuters wel in hun eigen, veilige, lokaal blijven. Deze verbinding met de oudere kinderen is essentieel voor de onderwijsvisie en ontwikkeling van de kinderen. De baby’s vergen echter geborgenheid en veiligheid, weg van de drukte en zo ver mogelijk weg van de onder-/bovenbouw. De ondersteunende ruimtes (kantoor en multifunctionele spreekkamer) voor de kinderopvang dienen een directe (visuele) verbinding te hebben met de baby- en peutergroepen om optimaal overzicht te kunnen behouden. Het kantoor kan eventueel binnen het kantorencluster gepositioneerd worden.
Pagina 16 van 34
Relatieschema Onderbouw De zone voor de onderbouw grenst via een open en uitnodigende verbinding aan de centrale ruimte maar heeft toch een eigen identiteit. De lokalen liggen om een centraal leerplein. Het centrale leerplein dient als zone waar samen gespeeld, geleerd en ontdekt kan worden. Zowel door de onderbouwgroepen (1 t/m 4) als door de peuters (samen met groepen 1/2). Binnen dit centrale leerplein moet er ruimte zijn om afgezonderd, in speciale spelhoeken (nissen en hoekjes), in kleinere groepen te leren en creëren. Waar het speelplein ingericht wordt door de professionals, worden de verschillende spelhoeken ingericht samen met de kinderen. Hier kunnen ze zelf bepalen wat er gemaakt wordt en hoe de indeling is. Wanneer wenselijk kunnen er, ongeacht de activiteiten op het leerplein, in deze spelhoeken werkstukken ongestoord blijven staan/liggen. De lokalen grenzend aan het leerplein hebben in de basis een gesloten karakter om concentratie te waarborgen. Er dient echter wel een functionele visuele verbinding te zijn met het leerplein. De lokalen moeten, wanneer wenselijk, zo veel mogelijk betrokken kunnen worden met het leerplein. Bijvoorbeeld door het toepassen van schuifdeuren; Flexibiliteit staat voorop. Naast de lokalen voor de onderbouw dient er ook één lokaal speciaal voor de BSO zo veel mogelijk aan het leerplein te grenzen.
Dit lokaal kan tijdens lesuren gebruikt worden als werkruimte voor de onderbouw. Na de lestijden is dit lokaal de thuisbasis voor een van de BSO-groepen. Aanvullend op eigen bergingen en toiletten moeten er ook multifunctionele spreekkamers grenzen aan het leerplein. Binnen deze kamers moet er met kleinere groepen gewerkt kunnen worden en moet er eventueel ruimte zijn voor didactische ondersteuning. Relatieschema Bovenbouw Wanneer men via de functionele tribunetrap naar boven gaat, kan men via een brede multifunctionele gang naar het centrale leerplein van de bovenbouw. Ook hier wordt vastgehouden aan meerdere lokalen gelegen om een centraal hart. De gangen richting de verder gelegen lokalen worden gebruikt als flexibele werkplekken en multifunctionele plekken. Binnen deze ganggebieden is het principe van rust, ruis en rumoer van toepassing; hoe verder men van het centrale hart verwijderd is hoe
Referentie: 1683201-0029.1.0.
rustiger de ruimte wordt. Dit centrale instructie/ontvangstplek voor grotere groepen.
hart
fungeert
gelijktijdig
ook
als
Naast de lokalen voor de bovenbouw dient er ook één lokaal speciaal voor de BSO zo veel mogelijk aan het leerplein te grenzen. Dit lokaal kan tijdens lesuren gebruikt worden als werkruimte voor de bovenbouw. Na de lestijden is dit lokaal de thuisbasis voor een van de BSO-groepen. Ook bij de bovenbouw is het van belang dat de leerlingen eigen spreekruimtes / multifunctioneel inzetbare ruimtes krijgt. Dit om het werken in kleinere groepen te stimuleren en te faciliteren. Ook hier zijn eigen bergingen en toiletten noodzakelijk. Alle lokalen van de bovenbouw dienen een visuele verbinding te hebben met het leerplein of de multifunctionele gang. Deze visuele verbinding is van belang voor het gewenste toezicht. Ook hier dienen de lokalen betrokken te kunnen worden bij het leerplein; door grote schuifdeuren moeten de lokalen een worden met het leerplein. Aanvullend dient er vanuit de bovenbouw een directe visuele verbinding te zijn met buiten. Relatieschema ondersteunende ruimten In de gedachte van één team één taak is er de sterke voorkeur om alle kantoren geconcentreerd bij elkaar te positioneren aan het hart van het gebouw. Dit kantorencluster moet rust en afzondering bieden van alle drukte maar toch verbinding bieden met de leerlingen, medewerkers en bezoekende ouders. Op een centrale plek grenzend aan de centrale ruimte bevinden zich deze ruimten van o.a.
de directie, de ambulante medewerkers en enkele spreekkamers. Het kantoor van de directie fungeert tevens als ontvangst en spreekruimte voor ouders. Afgezonderd door een leefkeuken waar iedereen gebruik van kan maken is de centrale “hub” van kantoren makkelijk te bereiken vanaf het hart van het gebouw maar geeft het wel rust aan de medewerkers. Binnen dit kantorencluster moeten er af te sluiten kantoren zijn met vaste werkplekken voor administratie, directie en overige ambulante medewerkers. Deze vaste kantoren
Pagina 17 van 34
sluiten aan op een centrale ruimte welke flexibel ingezet kan worden. Ook hier is onderlinge verbinding tussen alle medewerkers een van de belangrijkste aspecten. De teamkamer dient op een afgezonderde plek op de 1ste verdieping gesitueerd te zijn. Hier moeten de medewerkers ongestoord tot rust kunnen komen. Het liefst met een aangrenzende buitenruimte. (Relatieschema) Buitenschoolse opvang De BSO heeft een viertal basisruimten binnen het IKC nodig. De BSO wordt verdeeld over de onderbouw (<7 jaar) en de bovenbouw (>7 jaar). Per zone heeft de BSO minimaal één eigen lokaal nodig waar de werkstukken van de kinderen kunnen blijven staan tijdens schooltijden. Deze lokalen kunnen wel gebruikt worden als werk- en speelplekken voor de leerlingen. Aanvullend moeten de leerpleinen en de centrale ruimte zodanig ingericht worden om een warm en huiselijk ontvangst voor de BSOkinderen te waarborgen. Deze inrichting en sfeer die neergezet wordt is cruciaal voor het waarborgen van een veilige en fijne plek voor alle kinderen en dient er voor te zorgen dat er voldoende speelplekken zijn voor de BSO.
Figuur 5 - Relatieschema Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 18 van 34
6. Ruimtelijk kader De hoofdopzet huisvesting uit dit PvE is vertaald in specifieke ruimten en vierkante meters. Leidend daarin zijn het leerlingenaantal, de daarbij behorende normatieve ruimtebehoefte en overige uitgangspunten.
Normatieve ruimtebehoefte / Ruimteverdeling Het vloeroppervlak van een gebouw kan op verschillende manieren worden weergegeven, bijvoorbeeld bruto vloeroppervlak (m² bvo), netto vloeroppervlak, nuttig vloeroppervlak en functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno). De standaardisering voor oppervlaktemeting is vastgelegd in de NEN 2580. Het bruto vloeroppervlak (bvo) is de totale vloeroppervlakte van het gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van opgaande scheidingsconstructies, dus de buitenzijde van het gebouw inclusief buitenwanden, constructies en installaties, maar exclusief vides (groter dan 4 m²). In de Gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs wordt de term functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) gehanteerd. Hiermee doelt men op de voor uitoefening van het onderwijs relevante ruimten: de onderwijs-, neven- en directieruimten. De term functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) komt als zodanig niet voor in de NEN 2580, maar gelet op het gebruik komt dit overeen met de term ‘woonoppervlak’. Waar in de hiernavolgende teksten functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) staat vermeld, dient dit als ‘woonoppervlak van een gebouw’ conform de NEN 2580 te worden gelezen. In Figuur 6 is een schematisch overzicht van de onderverdeling van het bruto vloeroppervlak opgenomen. Figuur 6 - Ruimteverdeling conform NEN 2580
Voor de vertaling van vierkante meters fno naar bvo is in dit PvE een factor van 1,35 aangehouden.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 19 van 34
De volgende ruimten worden niet tot het functioneel nuttig vloeroppervlak gerekend, dit zijn dus ook geen nevenruimten. Deze ruimten vormen het verschil tussen het nettovloeroppervlak en het functioneel nuttig vloeroppervlak: • Vides en schalmgaten. • Technische ruimten. • Verkeersruimten (entrees, gangen, trappen, liften etc.). • Toiletgroepen en werkkasten. • Schachten.
Ruimteprogramma Hieronder is het ruimteprogramma voor IKC Weisterbeek weergegeven. Het bruto vloeroppervlak voor IKC Weisterbeek is vastgesteld op 2.770 m² bvo, inclusief 572,5 m² bvo voor kinderopvang ’t Nest. De bruto-/nettoverhouding is 1,39 (bvo/fno) in het ruimteprogramma. Mocht tijdens de ontwerpfase blijken dat een optimalisatie van de bruto-/netto verhouding mogelijk is, dan worden de extra functionele vierkante meters ingezet in opvang- en onderwijsruimten. Een aantal ruimten is vanzelfsprekend toegewezen aan de opvang, maar er zijn ook algemene ruimten in het gebouw die gedeeld worden gebruikt door het gehele IKC, waarvan een deel van de vierkante meters is toebedeeld aan de opvang.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 20 van 34
60 3 10 60 54 3 10 60
4 3 2 2 1 1 1 3 1 1 1 1
10 10 54 54 10 10 10 6 5 5 60 54
STAF-EN DIENSTRUIMTEN ONDERWIJS Directie 2-persoons kantoor 1-persoonskantoor Kantoor KDV Flexzone kantoren
1 2 2 1 1
12 8 4 8 20
ALGEMENE RUIMTEN Centrale speelzaal Berging speelzaal Centrale hal/Aula Creatieve ruimte / atelier Congiërgeruimte Leefkeuken Personeelskamer
SUBTOTAAL ALGEMENE RUIMTEN TOTAAL ONDERSTEUNEND
TOTAAL FUNCTIONEEL NUTTIG VLOEROPPERVLAK
Referentie: 1683201-0029.1.0.
1 1 1 1 1 1 1
95 6 80 54 8 20 60
Verticale ligging
Totaal nvo (m2)
458
BG BG BG BG BG BG BG BG BG BG BG Verd.
8 10
46
18
2,5 2,5 5 4 3
66 8 10 4 6 94
17 2
BG/Verd. BG/Verd. BG/Verd. BG/Verd. BG/Verd.
19
VERKEERS- EN TECHNISCHE RUIMTEN Hoofdentree Subentrees Circulatieruimten Vertikaal verkeer Technische ruimten Meterkasten
1 3 1 1 1 1
SUBTOTAAL FNO - NVO
SUBTOTAAL NETTO VLOEROPPERVLAK
20 15 225 66 60 0
20 30 225 66 60 0 402
BG BG BG/Verd. BG/verd. BG/Verd. BG
15
15
1.999
520
2.518
200
52
252
200
52
252
2.198
571
2.770
Taakstellend bvo onderwijs (normatief)
2.197
572,5
BVO ruimteprogramma
2.198
571
(1)
1
TARRA VLOEROPPERVLAK
tov nvo
constructie, wanddikte subtotaal
TOTAAL BRUTO VLOEROPPERVLAK
Verschil
10%
1.602
12 16 8 10
33 4 2 1 2
SUBTOTAAL OVERIGE RUIMTEN
BG BG BG BG Verd. Verd. Verd. Verd. 40 30 108 108 10 10 10 18 5 5 60 54
1.144
SUBTOTAAL STAF- EN DIENSTRUIMTEN B3
540 6 20 60 432 6 20 60
OVERIGE RUIMTEN Toiletten kinderen Toiletten personeel Miva-toilet Lift Werk-/Schoonmaakkast
F 9 2 2 1 8 2 2 1
TOTAAL ONDERWIJSRUIMTEN B1
Totaal nvo KDV (m2)
Totaal nvo School (m2)
afm. ruimte (m2)
aantal ruimten Omschrijving A1 ONDERWIJSRUIMTEN BASISSCHOOL Groepsruimten Onderbouw Berging Onderbouw Spreekruimte Onderbouw Leerplein Onderbouw Groepsruimten Bovenbouw Berging Bovenbouw Spreekruimte Bovenbouw Leerplein Bovenbouw A2 ONDERWIJSRUIMTEN KDV/BSO Slaapkamer Baby Slaapkamer Peuter Groepsruimten baby Groepsruimte peuters Badkamer Baby Badkamer Peuter Spreekruimten/multifunctionele ruimte KDV Berging Washok Poetshok BSO Groepsruimte Onderbouw BSO Groepsruimte Bovenbouw
E
BG BG BG BG BG
64
95 6 80 54 8 20 50
BG BG BG BG BG BG Verd.
10
313 359
10 28
323 387
1.503
486
1.989
Pagina 21 van 34
Ruimteomschrijvingen functionele ruimten 6.3.1 Groepsruimten ’t Nest
spullen van de kinderen. Aanvullend dienen de deuren opgedeeld te zijn in een bovenen ondergedeelte met ramen om het toezicht vanuit de groepsruimten te waarborgen.
In het gebouw zijn vier groepsruimten van de kinderopvang ’t Nest gesitueerd, te weten: • Twee baby groepsruimten 0 – 2 jaar. • Twee peuter groepsruimten 2 – 4 jaar.
6.3.4 Opstelplaats buggy’s/wandelwagens
Alle groepsruimten moeten een duidelijke verbinding naar buiten hebben, het liefst door enkele deuren. Om deze binnen-buiten relatie extra kracht te geven wil het IKC aangrenzend aan de groepsruimten overkappingen hebben om buiten, overdekt les te kunnen geven.
Bij de duidelijk herkenbare sub-entree van de zone van de kinderopvang is een opstelplaats voor buggy’s en wandelwagens van de kinderopvang gepositioneerd. Het is van belang dat de buggy’s op een creatieve manier uit het zicht worden ontnomen, om een rommelige uitstraling te voorkomen. Dit mag zowel buiten in een afsluitbare overkapping of binnen in de tochtsluis.
6.3.5 Wasruimte/berging/poetsruimte De BSO groepen van ’t Nest hebben zowel bij de onderbouw als de bovenbouw één eigen groepsruimte. Aanvullend maakt de BSO gebruik van de leerpleinen, de centrale ruimte en (in overleg) van een aantal nog aan te wijzen groepsruimten van de onderbouw/bovenbouw. In alle groepsruimten zijn pantry’s opgenomen. Een pantry is voorzien van een waterpunt (warm en koud water) en opslagruimte met minimaal 1 lade.
6.3.2 Slaapruimten Er zijn in totaal 7 slaapruimten (4 voor baby’s en 3 voor peuters). In deze slaapruimten staan dubbelslapers voor in totaal 6 kinderen. De dubbelslapers hebben een afmeting van 60 cm bij 135 cm en er is tussen de dubbelslapers een pad van 80 cm. De slaapruimten zijn rechtstreeks vanuit de betreffende groepsruimte toegankelijk. De slaapruimte is uitgevoerd met een raam in de deur voor toezicht vanuit de groepsruimte. De eis is dat slaapruimten aan de gevel liggen, aan een rustig gebied van het terrein.
6.3.3 Badkamers Tussen de baby- en peutergroepsruimten van de kinderopvang zijn badkamers gesitueerd. In totaal zijn er daarmee twee badkamers. In de badkamers bevinden zich een aankleedtafel, wastrog en twee kindertoiletten. Voor het ruimtebeslag van de aankleedtafels dient er rekening mee te worden gehouden dat deze beschikt over twee in hoogte verstelbare verschoonplekken en een wastafel. De aankleedtafel is voorzien van een wasbak met thermostaatkraan. Aan de wanden van de badkamers dient voldoende ruimte te zijn om verschillende mandjes / plankjes op te hangen t.b.v. van de
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Nabij de groepsruimten van de kinderopvang ligt een wasruimte, poetsruimte en levensmiddelen berging. De wasruimte is geschikt voor een wasmachine, droger en een losse kast. De uitstortgootsteen bevindt zich in de werkkast. Tevens moet er een berging komen voor levensmiddelen en voor algemene materialen van de kinderopvang. Binnen de berging voor levensmiddelen moet er ruimte zijn voor een koelkast en vriezer.
6.3.6 Centrale Ruimte Centraal gelegen in het IKC bevindt zich een centrale ruimte. Deze centrale ruimte is geschikt voor (grotere) bijeenkomsten als een ouderavond, voorstelling en pauzemomenten. De centrale ruimte grenst middels een flexibele wand aan de speelzaal. De twee ruimten kunnen samengevoegd worden indien dit voor de functie wenselijk is om zo meer personen te faciliteren. Deze ruimte is gemakkelijk bereikbaar voor alle groepen en fungeert als het centrale hart en ontmoetingsplek van het IKC. Vanuit de centrale ruimte kan men via een functionele tribunetrap naar boven. Deze trap voorziet tevens in zitruimte, zodat de centrale ruimte in combinatie met het speellokaal als theater en ontmoetingsruimte kan worden ingezet. In de centrale ruimte is een keuken gesitueerd, die tevens aan het kantorencluster grenst. Hier kunnen kooklessen worden verzorgd door de basisschool en de buitenschoolse opvang; ook de leerkrachten kunnen van deze keuken gebruik maken tijdens hun pauzes en/of buiten schooltijden. De ruimte wordt op deze manier multifunctioneel en praktisch ingezet, waardoor het een levendige ruimte wordt.
Pagina 22 van 34
De buitenschoolse opvang maakt gebruik van een deel van de centrale ruimte als ontvangst voor de leerlingen. Hier kan eventueel een maaltijd worden genuttigd en kan er eventueel een dag start georganiseerd worden. In het ontwerptraject dient onderzocht te worden of de opbergruimte voor de BSO in deze centrale ruimte of de berging van het speellokaal geïntegreerd wordt.
6.3.8 Atelier
Opvang en onderwijs benadrukken de eis dat de centrale ruimte praktisch inzetbaar is in hun programma en niet wordt uitgevoerd als een grote functieloze hal. Ook moet er de mogelijkheid zijn om de speelzaal, centrale ruimte en leefkeuken te gebruiken als wijkfunctie. Een dergelijke invulling van deze gezamenlijke ruimten wordt door zowel de gebruikers als de gemeente onderschreven en als cruciaal gezien.
6.3.9 Groepsruimten onderbouw
Het atelier is een algemene groepsruimte waarin geknutseld en geklust kan worden. Dit lokaal is centraal gelegen in het IKC en beschikbaar voor alle groepen en de BSO. Ook de conciërge kan, wanneer nodig, gebruik van deze ruimte om eventuele reparaties of klusjes op te pakken.
De onderbouw kent 10 groepsruimten in totaal. De groepsruimten zijn geclusterd rondom een leer- en werkplein en zijn onderverdeeld over de volgende groepen: • Groep 1 / 2 (5 groepsruimten); • Groep 3 / 4 (4 groepsruimten); • BSO 7- (1 groepsruimte).
6.3.7 Speelzaal Gelegen in de nabijheid van de kinderopvang en aangrenzend aan de centrale ruimte ligt de speelzaal. De speelzaal biedt ruimte voor het bewegingsonderwijs en gebruik door de BSO, kinderopvang, onderbouw en incidenteel door de bovenbouw, dit bestaat uit onder andere de volgende aspecten: • Gymnastiek, ritmiek en spel. • Klimmen en klauteren met en op speeltoestellen. • Vrij spelen. • Dans, muziek, drama. De wanden rondom de speelzaal dienen zodanig te worden uitgevoerd dat geluidoverlast uit deze ruimten wordt voorkomen, en speeltoestellen kunnen worden bevestigd. De speelzaal is zodanig afgewerkt dat dit geschikt is voor de functie en de toestellen die in deze ruimte worden geplaatst. Aan de speelzaal is een berging gesitueerd waar spelmaterialen veilig opgeborgen kunnen worden. De speelzaal dient door middel van een flexibele wand betrokken te kunnen worden bij de centrale ruimte op de begane grond. Dit zodat tijdens bijeenkomsten van grotere groepen de speelzaal als ‘podium’ ingezet kan worden en de (podium)trap naar boven als tribune.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Aanvullend dienen de twee peutergroepen van de KDV ook te grenzen aan het leerplein van de onderbouw. Voor de groepsruimten geldt dat klassikale instructies, kringgesprekken en dergelijke logisch over moeten kunnen gaan in het verwerken van de stof; individueel of in kleinere (niveau)groepen. De groepsruimten zijn afgesloten van de leer- en werkpleinen maar door de brede schuifdeuren (voorzien van zichtglas) van de groepsruimte open te zetten kan deze goed in contact staan met het leer- en werkplein. De groepsruimten worden ingericht met voldoende werkplekken voor alle leerlingen. De leerkracht heeft de beschikking over een eigen werkplek waar ook persoonlijke spullen opgeborgen kunnen worden. Er is voldoende ruimte voor een verrijdbaar digibord in de groepsruimten. Elke groepsruimte heeft twee gesloten wanden waar materiaal opgehangen kan worden en vaste kasten tegen geplaatst kunnen worden. Het BSO-lokaal dient zodanig te worden gepositioneerd dat beide groepen (1/2 en 3/4), indien nodig, gebruik kunnen maken van dit lokaal. Deze positie moet echter niet de verbinding tussen de groepen verstoren. Deze verbinding (1/2 en 3/4) heeft de eerste prioriteit.
Pagina 23 van 34
In alle groepsruimten zijn pantry’s opgenomen. Een pantry is voorzien van een waterpunt (warm en koud water) en opslagruimte met minimaal 1 lade. Het centrale leerplein waar de lokalen aan zijn gesitueerd fungeert als verlengde van de lokalen. Binnen dit leerplein liggen verschillende nisjes en spelhoeken tussen de lokalen waar de kinderen kunnen spelen, creëren en ontdekken. Extra aandachtspunten groepsruimten Vanuit de groepsruimten is er ruim zicht op het leer- en werkplein. Veel overzicht van groepsruimten naar leer- en werkpleinen en circulatieruimte is belangrijk, ook bij gesloten deuren. Bij gebruik van transparantie is het belangrijk dat glas in binnen- of buitenwanden niet tot aan de vloer wordt doorgezet zodat overal een gesloten borstwering ontstaat. De onderkant van de ramen bevindt zich wel op zodanige hoogte dat de kinderen naar buiten kunnen kijken. Op de zon-belaste gevels wordt zonwering toegepast (te overrulen) welke rekening houden met het kunnen openen van de ramen. De groepsruimten hebben een goede akoestiek en geluidsarme luchtbehandeling, leerkrachten kunnen zich makkelijk verstaanbaar maken. De groepsruimten van de onderbouw zijn tevens voorzien van een buitendeur naar de buitenruimte van de onderbouw.
6.3.10 Groepsruimten bovenbouw De bovenbouw kent 9 groepsruimten in totaal. De groepsruimten zijn geclusterd rondom een leer- en werkplein en bestaan uit 8 groepsruimten voor de bovenbouw en één BSOlokaal. Voor de groepsruimten geldt dat klassikale instructies, kringgesprekken en dergelijke logisch over moeten kunnen gaan in het verwerken van de stof; individueel of in kleinere (niveau)groepen. De groepsruimten zijn afgesloten van de leer- en werkpleinen maar door de schuifdeuren (voorzien van zichtglas) van de groepsruimte open te zetten kan deze goed in contact staan met het leer- en werkplein.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
De groepsruimten worden ingericht met voldoende werkplekken voor alle leerlingen. De leerkracht heeft de beschikking over een eigen werkplek waar ook persoonlijke spullen opgeborgen kunnen worden. Er is voldoende ruimte voor een verrijdbaar digibord in de groepsruimten. Elke groepsruimte heeft twee gesloten wanden waar materiaal opgehangen kan worden en vaste kasten tegen geplaatst kunnen worden. Het leerplein waar de groepsruimten om heen gesitueerd zijn dient te functioneren als een verlengde van de groepsruimten. Het leerplein kan ingezet worden als (grotere) groepsruimte of als werkplekken voor de leerlingen. Ook de gangen moeten inzetbaar zijn als flexibele werkplekken en beschikken over meerdere zones waarin verschillende mate van rust ontstaat t.b.v. geconcentreerd werken of samenwerken (rust, ruis en rumoer). In alle groepsruimten zijn pantry’s opgenomen. Een pantry is voorzien van een waterpunt (warm en koud water) en opslagruimte met minimaal 1 lade.
6.3.11 Bergingen Elke zone (kinderopvang, onderbouw en bovenbouw) heeft twee eigen bergingen nabij de groepsruimten. Voor de onderbouw is dit één berging voor groepen 1/2 en één berging voor groepen 3/4. Centraal in de school (onder de tribunetrap) is een berging gelegen waarin bijvoorbeeld sportdag- en toneelbenodigdheden, voorraad en stoelen kunnen worden opgeslagen. De centrale berging dient gekoppeld te worden aan de centrale ontmoetingsruimte.
6.3.12 Kantoren In lijn met de ambitie om als één team binnen het IKC te acteren is het van belang dat alle kantoren geclusterd en centraal gelegen in het IKC gesitueerd worden. Binnen dit kantorencluster is ruimte om te werken, maar ook om te ontmoeten en samen te werken met alle de verschillende collega’s van het kindcentrum. Het kantorencluster is opgebouwd uit de volgende ruimten: • Directiekamer; • twee 1-persoons kantoren; • twee 2-persoons kantoren; • een 2-persoons kantoor KDV;
Pagina 24 van 34
De verschillende kantoren liggen verspreid om een centrale ontmoetingsplek waar ruimte is om samen of alleen te landen en te werken. De kantoren dienen vaste werkplekken te hebben. De directiekamer is bedoeld voor één vaste werkplek en kan gebruikt worden als spreekkamer.
De personeelskamer dient een telefonische verbinding te hebben met de kinderopvang om zo te waarborgen dat er snel contact is bij calamiteiten. Waar mogelijk moet er een snelle route vanaf de personeelskamer richting de kinderopvang te zijn.
6.3.13 Multifunctionele ruimtes / spreekkamers
6.3.15 Leefkeuken
In het IKC zijn een aantal spreekkamers voorzien met een warme en huiselijke uitstraling. Deze spreekruimtes zijn multifunctioneel te gebruiken door alle medewerkers van IKC Weisterbeek en variëren in grootte tussen spreekkamers voor 2 - 4 personen en spreekkamers voor 6 – 8 personen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de geldende Arbowetten.
Binnen de centrale ruimte is een grote leefkeuken gesitueerd die als centrale ontmoetingsplaats fungeert binnen het IKC. Deze keuken wordt zowel ingezet tijdens lessen als voor personeel om een maaltijd te bereiden of te eten. Ook dient de leefkeuken als ontvangstruimte voor bezoekers, de wijk of ouders.
Deze ruimten zijn geschikt voor het werken met en testen van kinderen (mogelijkheid om whiteboard of digibord op te hangen). Aanvullend dienen de ruimten geschikt te zijn voor het houden van intern en extern overleg (zoals oudergesprekken) en als werkruimte voor ambulante begeleiding of docenten.
6.4.1 Containerberging
Ruimteomschrijvingen overige ruimten
Een van de ruimten wordt visueel en fysiek afsluitbaar gemaakt zodat deze ook als kolfruimte gebruikt kan worden. Omdat in de spreekkamers vaak vertrouwelijke gesprekken plaatsvinden zijn geluidsisolatie en akoestiek belangrijke aandachtspunten. De spreekkamers zijn afsluitbaar en worden per zone in het gebouw gesitueerd (één bij de kinderopvang, twee bij de onderbouw en twee bij de bovenbouw).
6.3.14 Personeelskamer Voor het personeel van IKC Weisterbeek is een personeelskamer nodig die ruimte biedt aan circa 25 personen. De personeelskamer wordt gebruikt voor ontspanning, relaxen en het eten van de lunch. In de ruimte is een pantryblok aanwezig, voorzien van een watertappunt en afvoer voor een koffiemachine, een gootsteen met warm- en koudwatervoorziening, een vaatwasser en een koelkast. Ook de garderobe en kluisjes voor het personeel zijn in deze ruimte voorzien. De ruimte is afsluitbaar. De personeelskamer dient ver van de drukte te liggen op de 1ste verdieping. Binnen de personeelskamer dient er een warme en huiselijke sfeer te zijn. Aangrenzend aan de personeelskamer wensen de medewerkers een buitenruimte/terras welke, indien mogelijk, ook bereikbaar is voor de kinderen.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Aan de buitengevel is een containerruimte gelegen. De berging is alleen vanaf de buitenzijde bereikbaar. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid (duurzame scholen) is het van belang dat er voldoende ruimte is om diverse soorten afval te scheiden (in ieder geval glas, papier, plastic en restafval).
6.4.2 Toiletten leerlingen Er worden minimaal het aantal toiletten gerealiseerd zoals vereist in het Bouwbesluit. De toiletgroepen hebben een glaspaneel in of een zijlicht naast de toegangsdeur. De voorruimte van de toiletgroepen beschikt over een wastafel met koud water. De toiletgroepen hebben een goede spreiding binnen het gebouw. Alle toiletten hangen op normale hoogte, bij de kleuters op kinderhoogte.
6.4.3 Garderobes leerlingen De garderobes voor leerlingen worden gesitueerd in de verkeersruimte nabij de groepsruimten. Voor de garderobes moet een goede en creatieve oplossing bedacht worden, zodat jassen en tassen netjes opgeborgen kunnen worden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het opbergen van laarzen, schoenen, regenjassen en tassen (in vakken boven of onder de kapstok).
6.4.4 Toiletten personeel en bezoekers Voor het personeel en bezoekers van het IKC moeten voldoende toiletten worden gerealiseerd, een en ander conform de wet- en regelgeving. De gebruikers hebben de
Pagina 25 van 34
voorkeur om geen aparte heren- en damestoiletten te organiseren. De indeling en plaatsing van de toiletten wordt in de ontwerpfase door de gebruikers bepaald. De personeelstoiletten van het schoolgedeelte zijn evenredig verdeeld over de bouwlagen, waarbij tenminste één van de toiletten nabij het kinderopvang gedeelte gesitueerd dient te zijn.
6.4.5 Mindervalidentoilet (miva)
gang bij de kinderopvang noodzakelijk. Deze entrees verkorten de looproute door het gebouw als kinderen buiten gaan spelen en als zij arriveren/vertrekken. In de entrees wordt een schoonloopmat aangebracht van minimaal 6 meter en worden er tochtportalen gerealiseerd. De sub-entrees zijn met voldoende aandacht voor overzichtelijkheid en veiligheid ontworpen. Voor de kinderopvang dient een toegangscontrole te worden geïnstalleerd zodat de kinderen niet zo maar naar buiten kunnen. Bijvoorbeeld door middel van een drukknop op hoogte aan de binnenzijde.
Het IKC heeft een goed bereikbaar miva-toilet, één op elke bouwlaag. Het miva-toilet kan ook worden gebruikt als personeelstoilet en doucheruimte.
6.4.10 Technische ruimten, patch-/serverruimte en meterkasten
6.4.6 Werkkast
Afhankelijk van de onder te brengen technische installaties dient in de nodige technische ruimten te worden voorzien.
Er dient één ruime werkkast voorzien voor schoonmaakapparatuur en –middelen en een uitstortgootsteen met emmerrek op elke bouwlaag van het IKC gesitueerd te worden. Daarnaast nabij de KDV een werkkast/poetsruimte met uitstortgootsteen met emmerrek. De werkkasten hebben een koud- en warmwateraansluiting.
6.4.7 Repro In het nieuwe IKC is een reprovoorziening opgenomen op elke verdieping, deze biedt ruimte aan printers en kopieerapparaten ten behoeve van alle medewerkers. In de ruimte is ook de opslag van papier voorzien en er is in minimaal één reproruimte plaats voor een papiersnijder. De reproruimte dient afsluitbaar te zijn en kan worden gecombineerd met de werkplek van de conciërge.
6.4.8 Entree (hoofdentree) Deze moet als zodanig hoofdentree herkenbaar zijn. Vanuit deze entree komt de bezoeker via een hal/tochtportaal in het hart van de het IKC terecht (de centrale ruimte). Er is zicht op de hoofdentree vanuit de conciërgeruimte. De hoofdentree is gelegen aan de schoolpleinkant van het gebouw en is uitnodigend, transparant en voldoende ruim van opzet voor de bezoekersstroom. In de entree kan een schoonloopmat worden aangebracht van minimaal 6 meter. De hoofdentree is met voldoende aandacht voor overzichtelijkheid en veiligheid ontworpen.
6.4.9 Entree onderbouw, bovenbouw en KDV Om de stroom kinderen te verdelen zijn er entrees die direct toegang geven tot de onderbouwzone, een entree naar de bovenbouwzone en een entree die uitkomt in de
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Pagina 26 van 34
7. Gebruikseisen gebouw Vormfactoren Aangezien de diverse bouwkundige elementen (vloeren, gevels, daken, binnenwanden etc.) ieder hun eigen kostprijs kennen, is het van belang te weten hoe deze zich in het ontwerp ten opzichte van elkaar verhouden. De verhoudingen van deze elementen moeten zodanig zijn dat het gebouw binnen de (genormeerde) investeringskosten c.q. het beschikbare budget gerealiseerd kan worden. Daarbij hebben de vormfactoren van het gebouw ook veel invloed op het bereiken van de doelstelling met betrekking tot duurzaamheid. Het gebouw dient daarom zo compact mogelijk te zijn van opzet.
Vrije hoogte ruimten De vrije hoogte van de genoemde ruimten als volgt aan te houden: • Groepsruimten en huiskamers: conform keuzematrix Frisse Scholen • Speelzaal: 3,5 meter. • Centrale ruimte: 4,0 meter. • Kantoren, spreekkamers: minimaal 2,6 meter. • Bergingen: minimaal 2,7 meter. • Gangen: minimaal 2,6 meter. • Sanitaire ruimten: minimaal 2,6 meter.
Daglicht In het Programma van Ruimten wordt een opsomming gegeven van ruimten die deel uitmaken van het zogenaamde gebruiksoppervlak of functioneel nuttig oppervlak (fno) van het gebouw.
Naast de onderlinge ruimterelaties bepaalt met name de eis van daglichttoetreding en geluidwering de situering van een bepaalde ruimte. Hieronder volgt een overzicht van ruimten waar daglicht is vereist:
Daglichttoetreding Dit ruimteprogramma moet voor wat betreft het gebruiksoppervlak in het ontwerp van het gebouw worden gerealiseerd. Optelling van het gebruiksoppervlak, m² oppervlak constructies, m² technische ruimten en m² circulatieruimte mag niet leiden tot een overschrijding van het genormeerde bruto vloeroppervlak (bvo). Om een onaanvaardbaar sobere afwerking van het gebouw te voorkomen, moet het ‘genormeerde’ bruto vloeroppervlak gezien worden als taakstellend door inventief om te gaan met voornamelijk de circulatieruimte in de opzet van het gebouw. Naast het bovenstaande is er rekening gehouden met de volgende vormfactoren: • Bruto vloeroppervlakte begane grond/bruto vloeroppervlakte: 0,55-0,65. • Bruto geveloppervlakte/bruto vloeroppervlakte: 0,53. • 'Open' geveloppervlakte/bruto geveloppervlakte: 0,35. • Binnenwandoppervlakte/bruto vloeroppervlakte: 0,90. • 'Open' binnenwandoppervlakte/binnenwandoppervlakte: 0,18. • Bruto dakoppervlakte/bruto bebouwd oppervlak: 1,00-1,05. • 'Open' dakoppervlakte/bruto dakoppervlakte: 0,00-0,03. Het gebouwontwerp dient gerealiseerd te worden binnen de range van bovenstaande vormfactoren.
Referentie: 1683201-0029.1.0.
Ruimtetype Groepsruimten Centrale ruimte Leerpleinen Personeelskamer Keuken Overlegruimten Kantoor directie Bergingen Technische ruimten Speellokaal Verkeersruimten
Vereist X X
Niet vereist
Gewenst
X X X X X X X X X
Indelingsflexibiliteit De tijdshorizon voor onderwijskundige ontwikkelingen is vrij kort in vergelijking tot de levensduur van een gebouw. Het schoolgebouw zal daarom in de toekomst ook aangepast moeten kunnen worden aan zich wijzigende onderwijsfuncties. Vandaar dat tijdens het ontwerpproces expliciet aandacht moet worden besteed aan de flexibiliteit ten aanzien van de indeelbaarheid van het gebouw.