14c Warmtevisie HadM
Tekst van het document
4.5
Deelconclusie Voor het bepalen van de startlocatie(s) hebben wij de bepaald wat een locatie kansrijk maakt aan de hand van zowel technische‐ als socio‐economische criteria. In deze visie is nog geen definitieve keuze gemaakt voor een startlocatie maar worden wel kansrijke wijken/bouwjaren uitgelicht. Na vaststelling van de Warmtevisie voeren we samen met de inwoners, de woningcorporaties en andere betrokken partijen een verkenning (naar o.a. draagvlak) uit naar wijken/clusters die aansluiten bij de opgave en de gestelde voorwaarden, daaropvolgend werken we vervolgens een uitvoeringsplan uit waarin we de te zetten stappen uitwerken. Op basis van technische en economische criteria zijn de meest kansrijke buurten voor de isolatieaanpak en het aardgasvrij‐gereed maken: Swolgen, Tuinhaversveld, Berkelsbroek, De Riet, Sevenum en Molenveld. Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd met veel gelijksoortige woningen. Hier kan een kostenefficiënte en systematische isolatieaanpak worden gevolgd. De gemeente overweegt daarom ook een bouwjarenaanpak waar wij gemeentebreed gelijksoortige woningen uit de jaren ’60, ’70 en ’80 willen aanpakken zonder een specifieke geografische afbakening per buurt.
Wellicht de meest logische invalshoek is te starten in die buurten/clusters waar de warmtetransitie bij inwoners leeft en waar ook de bereidheid om te starten aanwezig is. In het dorp Kronenberg hebben buurtinwoners bijvoorbeeld gezamenlijk het initiatief genomen om van het aardgas af te gaan. Dit soort initiatieven verwelkomen wij van harte en willen wij ook gebruiken als inspiratie voor andere buurten om zo weer andere initiatieven te ontsteken. Om tot een selectie van kansrijke buurten/clusters te komen waar de financiële draagkracht om te investeren in verduurzamingsmaatregelen het grootst is, hebben we onderzocht in welke buurten het gemiddelde inkomen hoog is. Van de kansrijke buurten voor de isolatie‐aanpak scoren de buurten Berkelsbroek en Sevenum het hoogst op dit sociaal‐economische aspect. Als we, aansluitend bij sociaal‐economisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aan willen pakken en de aanpak van energiearmoede willen vormgeven, zijn de buurten Molenveld en De Riet het meest kansrijk.
3224 van 45 Blad
Blad 25 van 45
33
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
5
Wat vinden de inwoners en betroken partijen ervan?
5.1
Inwoners De warmtetransitie is van ons allemaal, daarom hebben we onze inwoners en belangrijke partners laten meedenken en meedoen bij het tot stand komen van de Warmtevisie en het vervolg daarvan. Zonder de inzet en betrokkenheid van hen krijgen we het niet voor elkaar om de gebouwen in de gemeente op tijd te verduurzamen. Voor de Warmtevisie hebben we de kennis en inzichten van inwoners en betrokken partijen gebruikt bij het inventariseren van de kansen en het bepalen van de koers. Hiervoor is een klankbordgroep van inwoners opgericht en een werkgroep voor de andere betrokken partijen. Daarnaast is er via diverse kanalen een enquête uitgegaan en zijn hierop volgend twee (online) bijeenkomsten voor alle inwoners georganiseerd. Klankbordgroep De leden van het Inwoner Energiepanel, stichting Energie Kronenberg en Duurzaam Meterik zijn uitgenodigd om zitting te nemen in de klankbordgroep. In totaal is deze klankbordgroep drie keer (online) samengekomen. Ten aanzien van de aanpak heeft de klankbordgroep de volgende ideeën naar voren gebracht: Hoe je ook woont, 1 ding om aan die toenemende kosten te ontkomen is isoleren. Goede isolatie zorgt voor een lagere energierekening. De prijs van aardgas neemt alleen maar toe. Als je slecht isoleert betaal je dus meer. Geef als gemeente duidelijk aan dat isoleren de eerste stap is. De gemeente moet inwoners ontzorgen met ‘pakketten’.
In deze pakketten moet de aanvraag van subsidies & vergunningen geregeld zijn, zodat de drempel tot verduurzaming zo laag mogelijk is. Maak het mensen makkelijk. Niet wachten totdat iemand bij je komt. Maar actief die pakketten aanbieden en inrichten. Help mensen op weg naar het energieloket. Veel inwoners weten het loket nog niet te vinden. Begin pragmatisch. Fantastisch om 20 jaar vooruit te kijken, maar dat kan niet. De techniek haalt ons in. Wees realistisch en pragmatisch en kijk waar mensen nu iets aan hebben. Veel mensen durven huizen nog niet van gas af te halen. Doe wat nu kan zoals isoleren, en let op met teveel in de toekomst kijken. Benadruk dat geld op de bank weinig oplevert en stimuleer zo inwoners om te investeren in energiebesparende maatregelen. Uiteindelijk levert dat een verlaagde energierekening op. Spreek in termen als terugverdientijd in plaats van de kosten van isoleren en aardgasvrij maken te benadrukken. Als lid van Energie Kronenberg vinden wij een drietal zaken erg belangrijk als wordt afgestapt van het aardgas. Continuïteit, betrouwbaarheid en betaalbaarheid. Zorg dat deze drie zaken op orde zijn zodat mensen vertrouwen krijgen in de overstap. Woonlastenneutraliteit is van belang. Dat zorgt voor draagvlak onder de bewoners.
Nu is de rente laag en kunnen beter leningen worden afgesloten om te investeren en kunnen de maandelijkse kosten gelijk blijven. Hopelijk blijft dat zo maar dat kan een bottleneck worden. Trek met de afsluiting van het aardgas lering uit de wijze waarop de aanleg van glasvezel is gedaan. Buitengebied bleef daarbij verstoten. Grootste kosten zal net zoals bij glasvezel bij het buitengebied zijn en dat moet voorkomen worden. Voor veel huizen zal all‐electric gaan gelden. Dat betekent dat de hele infrastructuur versterkt zal moeten worden. De netbeheerders hebben ons aangewezen als regio waar capaciteitsproblemen zitten. Belangrijk om hier rekening mee te houden en te overleggen met netbeheerder.
34
35 Blad 26 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Extra aandacht voor inwoners van huizen die niet goed geïsoleerd kunnen worden en buiten de boot dreigen te vallen is belangrijk. Groengas zou een tussenoplossing kunnen zijn voor een woning met dunne spouwmuren. Ga alleen voor collectieve warmteoplossingen als het financieel interessanter is. Mensen vinden het fijn om de vrijheid te hebben van individuele oplossingen. Helderheid is van belang in de communicatie naar de inwoners, wat is het doel? Wees als gemeente ambitieuzer in de periode tot 2030. Meer isoleren en meer aardgasvrij maken. Met de huidige ambitie van de Warmtevisie blijft er teveel over om aan te pakken na 2030.
om het verbouwen bij het aardgasvrij maken van de woning. De helft van de respondenten (55%) geeft aan binnen 2 jaar geen maatregelen te treffen om aardgas te besparen. De meest genoemde redenen hiervoor zijn dat men al maatregelen genomen heeft of dat men het te duur vindt. Een op de vijf respondenten (20%) geeft aan niet te weten of ze maatregelen gaan treffen om aardgas te besparen. De meest genoemde maatregel is het leggen van zonnepanelen (8%). Respondenten kijken over het algemeen niet positief aan tegen het aardgasvrij maken van alle woningen in Horst aan de Maas. 15% van de respondenten is zeer negatief en meer dan de helft van de respondenten geeft een 5 of lager op een schaal van 1 (zeer negatief) tot 10 (zeer positief).
(Online) inwonersbijeenkomsten Via de sociale media en de enquête zijn inwoners uitgenodigd om de informatieavonden over de Warmtevisie bij te wonen en over het onderwerp mee te praten. Twee informatiebijeenkomsten zijn er in totaal georganiseerd, op 20 juli en 10 november. Tijdens de eerste bijeenkomst zijn het plan van aanpak om tot een gedragen Warmtevisie te komen en de resultaten tot dan toe gepresenteerd. Ook heeft het Duurzaam Bouwloket een presentatie gegeven met informatie over hoe inwoners nu al zelf aan de slag kunnen. Het doel van de bijeenkomst was informeren over het proces van de Warmtevisie en het geven van handelingsperspectief aan de inwoners. Veel vragen tijdens de informatieavond hadden betrekking op de betaalbaarheid van de warmtetransitie. Ook hebben veel inwoners behoefte aan praktische informatie.
Respondenten geven aan dat gestart mag worden in woningen waar inwoners zelf van het aardgas af willen (72% benoemd dit in de top 3, 39% noemt dit als nummer 1). De aanschafkosten worden het belangrijkst gevonden bij het aardgasvrij maken van de woning. De antwoorden ‘Maandelijkse gebruikskosten’ en ‘Weinig aanpassingen in de woning’ komen op de tweede en derde plaats. 37% van de respondenten geeft aan niet te weten of men wil aansluiten op een gezamenlijke warmtebron indien deze beschikbaar is. 31% van de respondenten geeft aan dit te willen.
De helft van de respondenten verwacht van de gemeente dat zij informeert over alternatieven voor aardgas (56%) en informeert over de planning naar aardgasvrij wonen (52%). 35% van de respondenten verwacht van de gemeente dat zij ontzorgt bij het vinden van een aanbod voor installatie en financiering. Respondenten geven aan geïnformeerd te willen worden via onder andere de gemeentepagina, in de Hallo en via sociale media. Een derde van de respondenten geeft nog een algemene opmerking omtrent de overstap naar een aardgasvrij Horst aan de Maas. Voornamelijk benoemen respondenten hier de kosten.
Het doel van de tweede bijeenkomst was het informeren van de inwoners over de concept warmtevisie en een doorkijk te geven naar de uitvoeringsplannen vanaf 2022. Ook heeft een bewoner uit Kronenberg vertelt over het stap voor stap aardgasvrij maken van zijn woning.
5.2
Enquête De enquête is opgesteld om te peilen hoe de bewoners en ondernemers tegenover de warmtetransitie staan. Er waren 1.068 respondenten, waarvan 934 respondenten ook daadwerkelijk de enquête hebben ingevuld (zie bijlage 3 voor een samenvatting van de resultaten). Meer dan de helft van de respondenten (57%) geeft aan zich zorgen te maken over de kosten bij het aardgasvrij maken van de woning. Een kwart van de respondenten (26%) maakt zich zorgen over wat de beste oplossing is en een vergelijkbare groep respondenten (24%) maakt zich zorgen
36 Blad 27 van 45
Betrokken partijen Partners Enexis, de woningcorporaties Wonen Limburg en Woonwenz maken samen met medewerkers van verschillende interne afdelingen van de gemeente onderdeel uit van de TVW‐werkgroep. Deze werkgroep is drie keer bijeengekomen. Samengevat zijn hieruit de volgende resultaten gekomen: De noodzaak tot eerst isoleren wordt door de werkgroepleden erkend en gezien als de eerste stap om uiteindelijk te komen tot een aardgasvrije gebouwde omgeving. Schuw daarbij het gebruik van hybride oplossingen niet zodat slecht geïsoleerde woningen eerst tot label D kunnen worden getransformeerd. Zo blijven de kosten en baten in verhouding. Begin aan de warmtetransitie vooral in kleine stapjes. Misschien niet meest efficiënte oplossing maar wel makkelijker om mensen mee te krijgen aan de hand van natuurlijke momenten. Geef inwoners verschillende opties om te verduurzamen en laat ze hun eigen tempo bepalen. Geef duidelijkheid. Dat kan zijn via een tijdsplanning maar ook door te zeggen dat we niet met een warmtenet aan de slag gaan. Regie pakken in dit onderwerp is van groot belang. De corporaties volgen automatisch, echter de focus dient ook met name te liggen bij het participeren en handvatten bieden aan particulieren. Dit is de huidige ervaring vanuit de TVW Venlo. Kijk bij de aanpak van huizen ook naar clusters van type woningen.
Welke techniek is toepasbaar en welke woningen sluiten daar op aan? Deze woningen hoeven niet bij elkaar in de buurt te staan als de woningen maar aangepakt kunnen worden met de toepasbare techniek. Belangrijk is het daarbij te letten op financiële mogelijkheden van inwoners.
37 Blad 28 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
In Venlo is de Warmtevisie gekoppeld aan gebiedsontwikkeling, klimaatadaptatie en circulariteit. Kijk daarom ook goed naar de gebiedsontwikkeling in Horst‐West en de koppelkansen die daar liggen. Werk samen met andere regionale gemeenten aan de warmtetransitie om elkaar te versterken. Op het gebied van ICT is bijvoorbeeld al sprake van samenwerking met de gemeente Venray. Maak de interne en externe processen niet te groot, maar beperk deze processen en bundelen waar mogelijk. Ook met de focus op de nog te realiseren wijk uitvoeringsplannen. Waarom nu al mogelijke grondstoffen of middelen uitsluiten in deze transitievisie? Denk aan waterstof, geothermie, aquathermie. Uit de landelijke proeftuinen komen veel creatieve ontwikkelingen, maak daar gebruik van. Bij de afdeling vastgoed van de gemeente lopen verschillende participatie trajecten. Belangrijk om bij het opstarten van nieuwe participatie trajecten af te stemmen met andere trajecten zodat inwoners niet ‘participatiemoe’ worden. Bij woningcorporatie Wonen Limburg zijn bij het nemen van duurzame investeringen, zoals het aardgasloos maken van woningen, kostenefficiency en een betaalbare woonlast van de huurder belangrijke randvoorwaarden. Ook Woningcorporatie Woonwenz hecht veel waarde aan betaalbare oplossingen voor zijn huurders. Daarnaast heeft Woonwenz duurzaamheidsambassadeurs ingezet en opgeleid.
Advies is om samenwerking op te zetten. Communicatie is heel belangrijk. Het thema duurzaamheid moet zichtbaar onder de aandacht gebracht worden. Kronenberg is een actieve groep. Belangrijk om rond te kijken waar nog meer enthousiaste voorlopers zitten. Niks is zo moeilijk als draagvlak onderzoek. De resultaten van het onderzoek zijn indicatief, daarna moet meer participatie volgen. Onder welke voorwaarden wil iemand overstappen? Dat is de belangrijkste vraag. Als wordt gekozen voor warmtenet oplossingen is het van groot belang om langs de deuren te gaan. Met alleen een brief sturen krijg je de inwoners van de buurt niet zover. De grootste stopper van de inpassing van warmtealternatieven is een slecht vormgegeven participatietraject. Denk in marketing vormen om mensen mee te krijgen met de warmtetransitie. Grote groep inwoners heeft de middelen niet om mee te doen. Groot deel krijgt ook geen lening al zouden ze willen meedoen (komen niet door BKR‐toetsing). Extra aandacht voor deze groep is raadzaam zodat ze bij prijsstijging van energierekening niet extra gestraft worden (energiearmoede). Enexis heeft een grote opgave in Horst aan de Maas voor het versterken van zowel het laag‐ als het middenspanningselektriciteitsnet.
Dit is in veel buurten nog niet zwaar genoeg om alle woningen op een elektrische warmtepomp over te laten gaan of collectieve warmtepompen van stroom te kunnen voorzien. Ook aanvullende ontwikkelingen, denk aan laadinfra voor de mobiliteit en zonnepanelen vragen om meer capaciteit. Enexis wil graag in een zo vroeg mogelijk stadium weten welke warmteoplossing in een bepaalde buurt wordt gekozen zodat ze daar in hun planning rekening mee kunnen houden. Communicatie en afstemming tussen alle (professionele) partijen blijft dus erg belangrijk. Treed bij het opstellen van de uitvoeringsplannen in contact met de dorpsraden en betrek hier ook collega’s van het sociaal domein bij. Verbind inwoners vroegtijdig aan het proces, zo worden zij ook mede‐eigenaar van de transitie. Ga als gemeente bij mensen zelf langs de deur. Zet als gemeente energiecoaches in die keukentafelgesprekken voeren. Draag ook uit dat zij beschikbaar zijn. Help inwoners zo goed mogelijk met het inzichtelijk maken van de kosten, opbrengsten en financieringsmogelijkheden. Neem een kaart met de financiële draagkracht mee in de analyse van de wijken.
38 Blad 29 van 45
5.3
Geef ook aan waar je voorlopig niet van het aardgas af gaat. Accepteer dat (beperkt) aardgasgebruik als tussenoplossing kan gelden. Wijkaanpak met veel “gespikkeld bezit” is een flinke uitdaging vanwege de (vaak) lage financiële draagkracht van de particuliere huizenbezitter. Koppel de energietransitie ook nadrukkelijk aan “langer thuis wonen”.
Deelconclusie De belangrijkste stappen om te nemen voor de uitvoeringsfase zijn volgens de zowel de werkgroepleden, de klankbordgroepleden en de inwoners gerelateerd aan de ontzorging van inwoners. De leden willen voor de uitvoeringsplannen dan ook graag inzetten op een collectieve ontzorgingsaanpak. Een persoonlijke benadering is daarbij van groot belang voor het succes van de aanpak. Het inzetten van energiecoaches en het voeren van keukentafelgesprekken zijn belangrijke voorwaarden. Zorg daarnaast voor een goed verhaal en laat vooral zien dat het werkt, dat wil zeggen dat je laat zien dat isolerende maatregelen daadwerkelijk leiden tot geld besparen. Zet daarbij lokale succesvoorbeelden in de 'etalage' en maak gebruik van de kracht van de herhaling met de communicatiemiddelen die worden ingezet. Wij nemen deze aanbevelingen mee in de uitvoeringsfase . Uit de enquête en tijdens de inwonersbijeenkomsten is duidelijk geworden dat inwoners zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de warmtetransitie. Als gemeente delen wij die zorgen en zien wij de gestelde ambitie in de Warmtevisie haalbaar mits voldoen wordt aan de belangrijke voorwaarde van een betaalbare warmtetransitie zoals gesteld door de VNG.
39 Blad 30 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
6
Welke strategie volgen we in Horst aan de Maas en hoe pakken we de uitvoering aan?
6.1
Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Horst aan de Maas Op basis van de uitgevoerde analyses (hoofdstuk 2 t/m 4) en de inbreng van de inwoners en betrokken partijen (hoofdstuk 5) hebben we de onderstaande ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Horst aan de Maas geformuleerd. Betaalbaarheid We streven bij de aanpak van de warmtetransitie naar betaalbaarheid. Vanuit de Rijksoverheid gaat men echter uit van woonlastenneutraliteit. Woonlastenneutraliteit wil zeggen dat de verlaging van de energierekening van een huishouden minimaal gelijk is aan de maandelijkse financieringskosten of huurverhoging op het moment dat de energiebesparende maatregelen worden genomen. Omdat ieders persoonlijke situatie anders is, kan de gemeente niet met zekerheid zeggen dat de veranderingen voor iedereen woonlastenneutraal zullen zijn. Wij gaan daarom uit van betaalbaarheid. Ook om betaalbaarheid aan onze inwoners te kunnen bieden gaan wij uit van passende bekostiging vanuit de Rijksoverheid. Tijdspad We sluiten aan bij de doelstellingen die landelijk zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Het tijdspad om de doelen van de warmtetransitie te behalen loopt tot 2050. Omdat inzichten kunnen veranderen is het niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen.
Inwoners, corporaties, de gemeente en anderen hebben bovendien niet de middelen om in heel Horst aan de Maas tegelijk aan de gang te gaan met de warmtetransitie. We kiezen daarom voor een stapsgewijze aanpak. Hiermee kunnen we de tijd slim benutten. De onzekerheden in de warmtetransitie vragen om flexibiliteit. Het tegelijkertijd werken aan beleidsontwikkeling (visie en strategie) en het leren van projecten in de praktijk (in de wijken) versterkt elkaar. Aardgasvrij‐gereed maken We kiezen ervoor om ons de komende jaren eerst te richten op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 2.400 bestaande woningen (20 procent van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze daaropvolgend op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (aardgasvrij‐gereed). Naast isoleren betekent dit dat de woningen ook geschikt moeten worden gemaakt voor elektrisch koken. Wij willen daarbij zoveel mogelijk en optimaal gebruik maken van natuurlijke investeringsmomenten. Aardgasvrij maken Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag vanuit het Klimaatakkoord ook na 2030 gebeuren. Inwoners die intussen zelf aan de slag gaan, ondersteunen we zoveel mogelijk via het energieloket (Duurzaam Bouwloket).
Voor wat betreft de uitvoeringsplannen gaan we in de tussentijd kennis verzamelen over technieken, organisatie en financiering. Wel willen we natuurlijke momenten zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Groengas en waterstof We gaan ervanuit dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas voor 2030 niet kunnen worden ingezet. Ook gaan we ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Horst aan de Maas worden aangelegd.
40
41 Blad 31 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Om toch in de periode tot 2030 een start te maken met het aardgasvrij maken van woningen, voeren we een pilot uit waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen over techniek en financiering leren maar ook hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen.
6.2
Nadere uitwerking strategie
Startlocatie In deze Warmtevisie maken we nog geen definitieve keuze voor buurten waar we in de periode tot 2030 aan de slag gaan met het aardgasvrij(gereed) maken van de woningen. We brengen echter wel de (technisch/financieel) kansen in kaart. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en er draagvlak is voordat we met de uitvoering starten. De woningcorporaties Wonen Limburg en Woonwenz zijn daarbij belangrijke partners. Samen met de inwoners, de woningcorporaties en andere betrokken partijen voeren we een verkenning uit naar locaties die aansluiten bij de opgave, de gestelde voorwaarden en die op voldoende draagvlak kunnen rekenen. Daaropvolgend werken we vervolgens een uitvoeringsplan uit waarin we de te zetten stappen uitwerken. De inwoners bepalen vervolgens zelf het tempo. Voor de bepaling van de volgorde van de aanpak passen we de volgende criteria toe: ‐ Initiatief van inwoners, ondernemers en/of woningcorporaties; ‐ (gemiddelde) Eindgebruikerskosten; ‐ Maatschappelijke kosten; ‐ Technische uitvoerbaarheid; ‐ Woningcorporatiebezit; ‐ Koppelkansen. Regionale samenwerking Tot slot wil Horst aan de Maas een regionale samenwerking met andere gemeentes op het gebied van de warmtetransitie waar dat meerwaarde biedt. Omliggende gemeentes zullen met dezelfde complexe opgaven te maken hebben de komende jaren.
Door samen te werken kan expertise en kennis worden uitgewisseld.
De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in drie strategische sporen (A, B en C): Spoor A: gemeentebrede aanpak Spoor B: onderzoek naar aardgasvrij Spoor C: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten of doelgroepen
Bouwjarenaanpak De warmtetransitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is tot op heden primair ingericht als een gebiedsgerichte opgave. De wijkaanpak is hét sturingsinstrument. Ook ondersteuningsprogramma’s (PAW) en instrumenten (Energiebespaarhypotheek) kennen gebiedsgerichte aspecten, deze aspecten passen echter minder goed bij gemeenten, waar weinig tot geen collectieve warmtealternatieven voorhanden zijn en die daarmee ook geen aanleiding kennen tot een wijkaanpak. In veel plattelandsgemeenten kan het passender en logischer zijn om in alle dorpen tegelijk te beginnen en in de aanpakken doelgroepen, door bijvoorbeeld alle jaren ’60 woningen of alle woningen met een energielabel A, te benaderen in plaats van buurten of wijken. Horst aan de Maas pleit in samenwerking met de P10, een samenwerkingsverband van grote plattelandsgebieden, om niet alleen de gebiedsgerichte aanpak leidend te laten zijn in de warmtetransitie. Een wijk‐ of buurtuitvoeringsplan wil in deze warmtevisie dan ook niet zeggen dat een doelgroep‐ of bouwjarenaanpak is uitgesloten. Uitvoeringsplannen gericht op bouwjaren zijn bij ons juist onderdeel van de beoogde aanpak.
De ambitie is om tot 2030 in totaal 2.400 woningen uit de energieklasse C t/m G te isoleren tot aardgasvrij‐gereed (minimaal energielabel B). Een groot deel hiervan komt voor de rekening van particuliere eigenaren. Daarnaast hebben de woningbouwverenigingen een opgave en dragen zij bij aan de ambitie. De strategie voor isoleren verloopt via de sporen A en C. De ambitie is om in de periode tot 2030 een begin te maken met het aardgasvrij maken van woningen in de gemeente. Dat doen we door een pilot aardgasvrij uit te voeren en natuurlijke momenten, zoals de vervanging van cv‐ketels, verbouwingen en verhuizingen te benutten. De strategie voor aardgasvrij verloopt via de sporen A en B.
6.2.1
Spoor A: gemeentebrede aanpak In 2022 maken de gemeente, de woningcorporaties, de energiecoöperatie, het Duurzaam Bouwloket en overige relevante partijen en ondernemers maken gezamenlijk een gemeentebreed uitvoeringsplan en voeren dit samen uit. In dit uitvoeringsplan geven we bewoners op een gedetailleerde manier handelingsperspectief voor enerzijds isoleren en anderzijds aardgasvrij maken. Het doel van spoor A is om het natuurlijke tempo van de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen door particuliere woningeigenaren te versnellen. De kracht van het bestaande Energiepanel en de kennis en ervaring van de energiecoöperatie, woningcorporaties en het Duurzaam Bouwloket wordt in deze strategie gebundeld en versterkt. De woningcorporaties zetten zich in om het gespikkeld bezit mee te nemen als ze hun eigen woningen verduurzamen. Netbeheerder Enexis speelt een belangrijke rol bij het vormgeven van het handelingsperspectief voor deze organisatie. Mogelijk zijn sommige buurten de komende tijd
42
Blad 32 van 45
43 Blad 33 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
nog ongeschikt om snel over te stappen op elektrische warmtepompen vanwege de beperkte capaciteit van het stroomnet. Hier dient in de communicatiestrategie rekening mee worden gehouden. Inwoners worden waar mogelijk ontzorgd en financieel de weg gewezen. Via een intensieve communicatie‐ en participatiestrategie betrekken we de inwoners bij de aanpak. De doelgroepenaanpak kan hier verder worden uitgewerkt. We verbinden de aanpak aan natuurlijke momenten. Op het moment dat particuliere woningeigenaren hun huis gaan verbouwen of verkopen of hun cv‐ketel gaan vervangen, willen we ze stimuleren om isolatiemaatregelen te treffen of een aardgasvrij warmtealternatief (al dan niet hybride) te kiezen. We willen installateurs en aannemers inzetten om woningeigenaren bewust te maken van de mogelijkheden. Installateurs kunnen bijvoorbeeld (hybride) warmtepompen onder de aandacht brengen en bewoners voorlichten over de verschillen met een cv‐ketel. Daarnaast willen we banken en makelaars betrekken om hun klanten de weg te wijzen en waar mogelijk te ontzorgen, zowel technisch als financieel. Isoleren Voor het isoleren richten we ons op alle buurten/woningtypen met woningen in de energieklasse C t/m G.
We laten de bewoners zien hoe ze stap voor stap hun woning kunnen isoleren, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost en hoeveel het oplevert en welke financieringsmogelijkheden er zijn. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van algemene ‘menukaarten’ per woningtype. In deze Warmtevisie hebben we alvast een basisversie van het handelingsperspectief uitgewerkt, zie het volgende hoofdstuk. Aardgasvrij maken Voor aardgasvrij maken richten we ons met name op de eigenaren van woningen met energielabel A en B. Deze woningen zijn meestal nu al geschikt om aardgasvrij te worden verwarmd. We laten de bewoners zien welke mogelijkheden er zijn om hun woning nu al aardgasvrij te maken, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost en hoeveel het oplevert. Daarbij brengen we ook hybride‐oplossingen onder de aandacht zoals hybride‐ warmtepompen die deels nog van aardgas gebruik maken. We verbinden de aanpak aan natuurlijke momenten: op het moment dat een woning bijvoorbeeld een nieuwe cv‐ketel nodig heeft, wordt de eigenaar op een actieve manier gestimuleerd om een duurzaam alternatief te kiezen. Installateurs kunnen hierbij een belangrijke rol spelen.
6.2.2
leerervaringen. Dit moet andere bewoners en gebouweneigenaren inspireren om zelf ook aan de slag te gaan. We sluiten niet uit dat er nog een tweede pilot wordt opgezet als Kronenberg een succes blijkt te zijn. Het is belangrijk dat een locatie wordt gekozen waar inwoners en betrokken partijen gezamenlijk de schouders eronder willen zetten. In de keuze voor de locatie van de pilot gaan we daarom op zoek naar de buurt met draagvlak en enthousiasme. Vervolgens ontwerpen we samen met inwoners en betrokken partijen de aanpak en leggen dit vast in een uitvoeringsplan. We onderzoeken de mogelijkheden voor subsidie. Onderzoek naar kansen warmtenet Voor de grootste woonkernen van Horst aan de Maas onderzoeken we de aanleg van een warmtenet als een serieuze optie op de middellange termijn. Een voorbeeld hiervan is Grubbenvorst, dat naast de Maas ligt, waar aquathermie in combinatie met bodemwarmte en/of zonnethermie mogelijk geschikt is om het warmtenet te voeden. Ook wordt gekeken naar koppelkansen met de glastuinbouw. Warmtenetten die in gebruik genomen worden voor de glastuinbouw kunnen mogelijk gekoppeld worden aan nabijgelegen woningen of buurten. Ook kijken we of er innovaties zijn die het mogelijk maken om op een betaalbare manier (rest)warmte uit de glastuinbouw in te zetten bij woningen. Bij Veld‐Oostenrijk worden momenteel twee kleinschalige warmtenetten gebruikt.
Graag willen wij verder onderzoeken of een derde warmtenet hier mogelijk is en of het nabij gelegen Molenveld betrokken kan worden. Daarbij speelt ook dat het vanwege de woningtypologie mogelijk lastig wordt om alle woningen voldoende te isoleren voor een all‐electric warmtepomp. Aansluiting op een warmtenet stelt over het algemeen minder hoge eisen aan de isolatietoestand van de woningen dan een all‐ electric oplossing. We willen de kansen voor een dergelijk warmtenet op de korte termijn verder verkennen. Dit doen we samen met de betrokken partijen zoals Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en de glastuinbouwbedrijven. In dit kader volgen we ook de ontwikkelingen rondom onder meer aquathermie, riothermie en bodemwarmte en we verzamelen de ervaringen die elders in Nederland, zoals in de Proeftuinen Aardgasvrij, worden opgedaan. Specifiek zal gelet worden op de Proeftuin Aardgasvrij in Venlo waar ook gebruik gemaakt wordt van aquathermie uit de Maas.
Spoor B: onderzoek naar aardgasvrij Pilot aardgasvrij: Kronenberg Om in de periode tot 2030 een start te maken met het aardgasvrij maken van woningen in Horst aan de Maas voeren we samen met het inwonerinitiatief EnergieKronenberg een pilot met als doel om het dorp Kronenberg aardgasvrij te maken. Uit onderzoek is gebleken dat de best toepasbare warmteoplossing voor Kronenberg het all‐electric scenario is (WarmteTransitieMakers 2020). De komende jaren worden zoveel mogelijk woningen geïsoleerd en uitgerust met een (hybride) warmtepomp. De pilot Kronenberg krijgt reeds ondersteuning vanuit twee EU programma’s; Mpower en EUCF. Tevens is op 1 november 2021 een aanvraag ingediend om mee te doen met de derde ronde van de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Als de aanvraag wordt goedgekeurd krijgt Kronenberg een rijksbijdrage om aardgasvrij te worden. Met deze pilot in Kronenberg willen we niet alleen over techniek en financiering leren, maar ook hoe we inwoners kunnen laten participeren. Een cruciaal onderdeel van de pilot is het opdoen en delen van
44 Blad 34 van 45
45 Blad 35 van 45
Warmtevisie 2021 - versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Warmtevisie 2021 - versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
en De Riet is het aandeel corporatiewoningen het grootst (respectievelijk 30 en 41 procent). Bovendien is in de laatstgenoemde buurten al sprake van gebiedsontwikkeling waardoor er al reuring in de buurt is en de inwoners mogelijk eerder geneigd zijn om ook stappen met de verbetering van hun woning te zetten. Voor de keuze van de meest geschikte locaties voor spoor C zijn niet alleen bovenstaande technische en financiële argumenten leidend. Voor de uiteindelijke keuze is met name het draagvlak onder inwoners een bepalende factor. Daarvoor is het van belang om de warmtetransitie te zien als onderdeel van een integrale aanpak van een buurt, straat of locatie. Op het moment dat er ontwikkelingen in het ruimtelijke of sociale domein plaatsvinden, ontstaat er reuring onder inwoners en kan er ook draagvlak ontstaan of worden gecreëerd voor de warmtetransitie. Herinrichting van het openbaar gebied is hier een voorbeeld van. Inwoners worden dan actief, er wordt een werk- of klankbordgroep ingericht, en de saamhorigheid onder de inwoners neemt toe. Inwoners kunnen op dit soort momenten worden gestimuleerd om met de verbetering van hun woning aan de slag te gaan en mee te werken aan een plan om dit te realiseren. Dorpsraden en buurtverenigingen kunnen hierbij behulpzaam zijn.
Als eerste stap onderzoeken we in de eerste helft van 2022 dan ook in welke locaties het meeste draagvlak onder bewoners, de woningcorporatie en andere betrokken partijen aanwezig is om met spoor C te starten.
6.2.3
Nadat het uitvoeringsplan (of plannen) is opgesteld, start de gezamenlijke uitvoering. Doel is dat uiteindelijk minimaal 50 procent van de beoogde groep woningeigenaren meedoet. Om dit doel te halen, is een persoonlijke aanpak cruciaal. Hiervoor willen we onder meer energiecoaches inzetten.
Spoor C: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten of doelgroepen Ervaringen uit het verleden leren dat met een gemeentebrede aanpak wel voorruitgang kan worden geboekt maar onvoldoende om de 2030-doelstelling te halen. Daarom kiezen we maximaal drie locaties waar snel en op een systematische manier grotere aantallen woningen kunnen worden geïsoleerd. Op deze locaties organiseren we, bovenop de aanpak van spoor A, een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners. Samen met de inwoners, de woningcorporatie en andere betrokken partijen stellen we per locatie een uitvoeringsplan op. Doel is om iedere inwoner voor zijn eigen woning een gedetailleerd beeld van de benodigde isolatie- (en ventilatie)maatregelen, kosten, opbrengsten en financiering te geven. Daarbij maken we gelijk de doorkijk naar aardgasvrij. We laten de inwoners zien wat ze eventueel aanvullend kunnen doen om hun woning aardgasvrij te maken. Hierbij hebben we ook oog voor tijdelijke oplossingen zoals hybride warmtepompen. Verder onderzoeken we de mogelijkheden van gezamenlijke inkoop en uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen. De technisch meest kansrijke woningen/buurten voor spoor C zijn woningen met een groot aandeel woningen met energielabel C en D. Dit zijn woningen die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd, met veel rijwoningen en uniform qua bouwstijl.
De woningen zijn op een systematische wijze gebouwd en kunnen ook op een systematische en kostenefficiënte manier worden geïsoleerd. Voor de meeste woningen in deze klasse zijn de maatregelen niet erg ingrijpend, er zijn geen ingrijpende verbouwingen nodig. Hoe meer corporatiewoningen in een buurt, hoe kansrijker, want de corporatiewoningen kunnen enerzijds als voorbeeld voor de koopwoningen dienen en anderzijds kunnen particuliere woningeigenaren mogelijk meegenomen worden in de uitvoering. In totaal zijn er ca. 7.800 woningen in Horst aan de Maas met een energielabel C of D. Deze woningen uit de jaren ’60, ’70 en ’80 kunnen als bouwjarenaanpak in het uitvoeringsplan worden opgenomen. Technisch en financieel (maatschappelijke kosten) gezien zijn de meest kansrijke buurten voor spoor C: Swolgen, Tuinhaversveld, Berkelsbroek, De Riet, Sevenum en Molenveld. In Molenveld
46 Blad 36 van 45
6.3
Planning 2030-2050 Na 2030 stellen we voor alle overige woningen en gebouwen uitvoeringsplannen op om deze waar nodig te isoleren en aardgasvrij te maken. Vermoedelijk starten we met het aardgasvrij maken op locaties waar dat technisch het makkelijkste kan en de eindgebruikerskosten het laagst zijn. Dit zijn de buurten of doelgroepen waar het overgrote deel van de woningen en gebouwen voldoende geïsoleerd is voor een aardgasvrije oplossing. Parallel hieraan zullen we doorgaan met de isolatieaanpak en deze verder uitrollen. We verwachten dat de locaties met veel slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G) als laatste aan de beurt zullen zijn. Dit zijn vooral de panden in de historische kernen, lintbebouwing en vooroorlogse bebouwing in het buitengebied. Hier staan veel verschillende woningtypes uit verschillende bouwperiodes en hierbij is maatwerk noodzakelijk. Voor de aanpak van deze woningen kan veel geleerd worden van de andere buurten waardoor de te treffen maatregelen efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Zolang er voor de betreffende locaties geen uitvoeringsplannen zijn opgesteld, wordt hier het natuurlijke tempo gevolgd en kunnen de woning- en gebouweigenaren zelfstandig hun pand verduurzamen. In de periode na 2030 start ook de grootschalige aanpak van bedrijfsgebouwen, maatschappelijk en commercieel vastgoed. Hiervoor worden aparte trajecten opgestart.
Dat wil niet zeggen dat er tot 2030 niets gebeurt. Voor verschillende gebouwtypes zijn sectorale milieuvoorschriften van toepassing. Kantoorgebouwen moeten bijvoorbeeld in 2023 aan energielabel C voldoen. Verder start de gemeente ook al met de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed waaronder scholen. De gemeente ontwikkelt hier momenteel een routekaart voor.
47
Blad 37 van 45
Stap 4: Vaststellen De laatste stap is het vaststellen van het uitvoeringsplan als programma onder de Omgevingswet door het college van Burgemeester en Wethouders. Binnen het instrument programma kan een Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 gebiedsgericht programma interessant zijn, waarbij de leefomgeving integraal benaderd wordt Gemeente Horst aan de Maas en koppelkansen worden benut. Het zal voornamelijk gaan om de wijze waarop het programma projectnummer 470217.100 22 november 2021 wordt ingericht, al dan niet in combinatie met het opnemen van omgevingswaarden in een omgevingsplan. Daarnaast kan de gemeente in het programma bijvoorbeeld leidende principes opnemen met betrekking tot de ontwikkeling van warmtenetten.
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
6.4
Uitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan draagt bij aan het ordenen en concretiseren van de visie op het aardgasvrij maken en/of isoleren van de locatie. Daarmee biedt het handelingsperspectief. Het uitvoeringsplan beschrijft voor één of meerdere buurten (Buurtuitvoeringsplan) of wijken (Wijkuitvoeringsplan) of doelgroepen (Doelgroepenuitvoeringsplan) of bouwjaren (Bouwjarenaanpak) of de hele gemeente (gemeentebreed uitvoeringsplan) op welke manier woningen en gebouwen planmatig worden geïsoleerd en vervolgens op welk duurzaam warmtealternatief buurten of wijken overgaan, per wanneer, en welke maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Een uitvoeringsplan toont een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de maatregelen te realiseren. Horst aan de Maas kiest in de periode tot 2030 voor het opstellen van een gemeentebreed uitvoeringsplan (spoor A) dat de bewoners van alle buurten handelingsperspectief geeft voor het isoleren en aardgasvrij maken van hun woning. Daarnaast stellen we voor elke buurt of doelgroep uitvoeringsplannen op conform de hiervoor beschreven planning, te beginnen met maximaal drie uitvoeringsplannen in de periode tot 2030 (spoor C). Daarnaast maken we een uitvoeringsplan voor de pilot aardgasvrij (spoor B).
Het is van belang dat er bij het opstellen van de uitvoeringsplannen ook rekening wordt gehouden met de neveneffecten die door bijvoorbeeld het isoleren van panden kunnen ontstaan en de daarbij horende wet‐ en regelgeving. Een voorbeeld daarvan is het isoleren van spouwmuren waardoor vleermuizen verjaagd worden. Daar is de Wet natuurbeheer op van toepassing. Het opstellen van een uitvoeringsplan verloopt via de onderstaande vier stappen: Stap 1: Buurt‐ doelgroep‐ of wijkanalyse De eerste stap bestaat uit een analyse van de bestuurlijke, financiële en technische kaders en de fysieke en sociale kenmerken van de locatie. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar het draagvlak onder de bewoners en eigenaren. Het vormt de onderbouwing voor een bestuurlijke opdracht om een uitvoeringsplan op te stellen voor een buurt of wijk. Stap 2: Projectplan Op basis van de locatieanalyse kan een projectplan, startnotitie of principenota worden opgesteld. Hierin wordt het proces vastgelegd om tot een uitvoeringsplan te komen. Stap 3: Opstellen uitvoeringsplan Vervolgens kan het uitvoeringsplan worden opgesteld. Het opstellen van een uitvoeringsplan vraagt om keuzes langs verschillende sporen: bestuurlijk, juridisch, ruimtelijk, communicatief, technisch, financieel.
Stap 4: Vaststellen De laatste stap is het vaststellen van het uitvoeringsplan als programma onder de Omgevingswet door het college van Burgemeester en Wethouders. Binnen het instrument programma kan een gebiedsgericht programma interessant zijn, waarbij de leefomgeving integraal benaderd wordt en koppelkansen worden benut. Het zal voornamelijk gaan om de wijze waarop het programma wordt ingericht, al dan niet in combinatie met het opnemen van omgevingswaarden in een omgevingsplan. Daarnaast kan de gemeente in het programma bijvoorbeeld leidende principes opnemen met betrekking tot de ontwikkeling van warmtenetten. Organisatie en participatie
48
Organisatie en participatie Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenspraak met de bewoners en bedrijven en alle betrokken professionele stakeholders. Het is van belang dat de professionele stakeholders tijdens het gehele traject van de warmtetransitie binnen hun organisatie voldoende capaciteit beschikbaar hebben. Gedurende alle fases vindt dus participatie plaats.
6.5
Blad 38 van 45
Rol gemeente en andere partijen
Gemeente Als gemeente voeren we regie in de warmtetransitie. We stellen deze visie op, brengen partijen bij elkaar, starten verkenningen en zorgen voor coördinatie op de uitvoeringsplannen die de komende jaren gemaakt gaan worden. De gemeente richt zich met name op de regie van het proces (procesregisseur) en het waar mogelijk koppelen van de warmtetransitie aan andere ruimtelijke of sociaal‐economische opgaves van de gemeente of andere betrokken partijen (integrale regisseur). Concreet betekent dit dat de gemeente vooral inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen aan elkaar verbindt, belangen zorgvuldig afweegt en initiatief stimuleert. Dit zal via de uitvoeringsplannen worden opgepakt. Er is nog geen juridische doorzettingsmacht voor de Nederlandse gemeenten in relatie tot de energietransitie. De keuze voor een warmtealternatief kan (op dit moment) dus nog niet worden afgedwongen bij inwoners na een gedegen proces (participatie en technisch onderzoek). De gemeenten proberen zo veel mogelijk initiatief te stimuleren, maar uiteindelijk zal er meer nodig zijn om de doelstellingen te behalen. Naar verwachting krijgen gemeenten in de toekomst bevoegdheid om aan te geven dat een wijk op een bepaalde datum van het aardgasnet wordt afgesloten. Dit instrument is nu echter nog niet in wet‐ en regelgeving verankerd en het is onbekend wanneer dit wel het geval zal zijn.
Tot het moment dat het afsluiten in wet‐ en regelgeving is verankerd, is het alleen mogelijk om door middel van verleiding inwoners over te laten stappen op een verwarmingssysteem zonder aardgas. Warmtewet 2.0 De huidige Warmtewet wordt herzien en verwacht wordt dat de nieuwe Warmtewet in 2022 in werking treedt. Deze wetsaanpassing heeft aanzienlijke gevolgen voor de marktordening en de positie van gemeenten. De gemeente krijgt met de nieuwe wet de mogelijkheid om warmtekavels aan te wijzen en warmtebedrijven te selecteren en zo sturen op de ontwikkeling van warmtenetten. Een warmtekavel betreft een gebiedsafbakening waarbinnen zich wijken/gebouwen bevinden waarvoor de gemeente collectieve warmte overweegt. De gemeente krijgt de bevoegdheid om per warmtekavel een warmtebedrijf aan te wijzen. Het warmtebedrijf heeft de wettelijke taak om een collectief warmtesysteem binnen het warmtekavel tegen zo efficiënt mogelijke kosten met een duurzame en betrouwbare kwaliteit te realiseren. Het warmtebedrijf moet ook de gemeente ondersteunen bij het maken van een uitvoeringsplan voor de uitrol van collectieve warmtesystemen en wordt verantwoordelijk voor de verduurzaming en leveringszekerheid van het warmtesysteem. De gemeente moet op dat moment ook de eigen rol in het warmtebedrijf bepalen.
Daarbij kan de gemeente ervoor kiezen om alles aan de markt over te laten of zelf in het warmtebedrijf te stappen. Ook zijn constructies als een coöperatief warmtebedrijf denkbaar waarbij ook inwoners eigenaar zijn. Of het aanwijzen van warmtekavels in Horst aan de Maas nodig is of kansen biedt en welke rol het best bij Horst aan de Maas past, wordt de komende jaren verder onderzocht. Woningcorporaties Wonen Limburg en Woonwenz De woningcorporaties staan aan de lat voor de verduurzaming van hun eigen woningbestand. De woningcorporaties werken mee aan het uitwerken van de uitvoeringsplannen en leveren inbreng in de vorm van kennis op met name technisch en financieel vlak.
49
Blad 38 van 45 Blad 39 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Enexis Als beheerder van het gas‐ en elektriciteitsnet levert Enexis kennis over de benodigde aanpassingen van haar infrastructuur voor aardgasvrije warmteoplossingen. Enexis werkt mee aan het opstellen van uitvoeringsplannen. Enexis toetst of voorgenomen warmteoplossingen uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare netwerkcapaciteit. Als deze ontoereikend is dan heeft dit impact op de omgeving, bijvoorbeeld als extra netstations nodig zijn.
6.6
Wat kunnen woningeigenaren nu al doen?
Woning‐ en gebouweigenaren De te treffen verduurzamingsmaatregelen vinden voor het overgrote deel achter de voordeur van woning‐ en gebouweigenaren plaats. Hun rol bij het opstellen van de Buurtuitvoeringsplannen en het vervolg daarop is cruciaal. Woning‐ en gebouweigenaren kunnen hun inbreng bij de planvorming leveren door mee te doen aan bijvoorbeeld een klankbordgroep (of energiepanel). Daarnaast hebben de inwoners een rol in het ontplooien van buurtinitiatieven en het bedenken van een plan om hun buurt te isoleren of aardgasvrij te maken. Huurdersbelangenverenigingen Huurders hebben zeggenschap over wat er in hun woning gebeurt zodra de woningcorporatie duurzaamheidsmaatregelen wil nemen die leiden tot huurverhoging. Draagvlak bij de huurders is essentieel om de uitvoering van de maatregelen door de woningcorporatie soepel te laten verlopen. De huurdersbelangenvereniging vormen een schakel tussen de huurders en de woningcorporaties en kunnen helpen om het draagvlak bij huurders te vergroten. Dorpsraden en sociale netwerken De gemeente wil samenwerken met bewonersverenigingen en sociale netwerken om de inwoners te betrekken. De rol van en het draagvlak bij de inwoners en gebouweigenaren kan worden vergroot door bij de uitvoeringsplannen breder dan alleen naar warmtetransitie te kijken en ook andere buurtverbeteringen ter hand te nemen.
Woningeigenaren kunnen nu al veel doen om hun woning te isoleren en klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Ook bestaat er al een scala aan mogelijkheden voor technische hulp, bijvoorbeeld via het Duurzaam Bouwloket Horst aan de Maas, en financiële ondersteuning, bijvoorbeeld via duurzaamheidsleningen of subsidies. Ook marktpartijen benaderen regelmatig inwoners met bijvoorbeeld installatiediensten. Toch blijft het voor woningeigenaren vaak lastig om een goed plan te maken voor de benodigde maatregelen, een goede aannemer of installateur te vinden en de financiering te regelen.
Stichting EnergieKronenberg De Stichting EnergieKronenberg streeft ernaar samen met de inwoners, bedrijven en organisaties van Kronenberg te komen tot een energieneutrale samenleving en werkt in dat kader hieraan vanuit en voor Kronenberg (bottom up). De Dorpsraad Kronenberg, en de daaruit voortgekomen werkgroep Energie Kronenberg, heeft zich in 2014 het ambitieuze doel gesteld dat Kronenberg in 2030 energieneutraal zal zijn als kleine kern van ca. 450 huishoudens. Kronenberg is een belangrijk onderdeel van spoor B, onderzoek naar aardgasvrij. Particuliere bedrijvensector Lokaal gevestigde ondernemingen, zoals makelaars, banken, aannemers en installateurs, kunnen hun klanten bewust maken van de mogelijkheden voor de verduurzaming van hun woning of gebouw. Banken en makelaars kunnen bijvoorbeeld nieuwe woningeigenaren bij de overdracht of het afsluiten van een hypotheek op de kansen voor energiebesparing wijzen als ze het huis isoleren. Of een stapje verder: banken zouden in een financieel arrangement kunnen participeren waarmee hun klanten op een financieel aantrekkelijke manier aan de slag kunnen met verduurzamingsmaatregelen. Aannemers en installateurs kunnen hun klanten bij verbouwing of vervanging van de cv‐ketel op duurzame alternatieven wijzen.
Ze zouden ook kunnen participeren in een technisch (en mogelijk ook financieel) arrangement waarmee ze kun klanten een ontzorgingspakket kunnen aanbieden.
50
Blad 40 van 45
In bijlage 2 is een kort overzicht opgenomen van de maatregelen die inwoners nu al kunnen treffen. Voor een uitgebreid overzicht zie www.milieucentraal.nl. Hier is ook informatie te vinden over de kosten en financiering van de maatregelen.
6.7
Communicatie en participatie Zodra we met het opstellen van de uitvoeringsplannen voor de drie sporen aan de slag gaan, betrekken we inwoners, ondernemers en relevante partijen. Als onderdeel van de uitwerking van de uitvoeringsplannen is het cruciaal om met elkaar een passende communicatie‐ en participatiestrategie uit te werken in een communicatie‐ en participatieplan. De centrale vraag daarbij is welke middelen je kunt inzetten om niet alleen de koplopers maar ook de grote groep inwoners daarachter in beweging krijgt. We verwachten in ieder geval de volgende middelen in te zetten: Website Duurzaam Bouwloket: het Duurzaam Bouwloket biedt bewoners ondersteuning voor de verduurzaming van de woning. Website van de gemeente: via de website houden we de inwoners en andere partijen onder meer op de hoogte van de voortgang van de warmtetransitie, de aanpak en de mogelijkheden om zelf stappen te zetten. Lokale kranten en andere papieren media.
51 Blad 41 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
6.8
Klankbordgroepen: bij het opstellen van de uitvoeringsplannen richten we klankbordgroepen van inwoners en ondernemers in. Daarbij streven we naar een zo representatief mogelijke vertegenwoordiging van de buurten. Enquêtes: we gebruiken enquêtes om de standpunten en ideeën van inwoners en ondernemers op te halen. Social media, nieuwsbrieven en informatiekranten: we informeren inwoners en ondernemers regelmatig via de reguliere mediakanalen.
Voor woning‐ en gebouweigenaren bestaan er nu al verschillende mogelijkheden voor financiële ondersteuning, zowel in de vorm van subsidies als duurzaamheidsleningen. Dit zijn onder andere: ISDE‐regeling (particuliere woningeigenaren): subsidie voor het treffen van isolatiemaatregelen of de aanschaf van installaties. SAH‐regeling (woningcorporaties, particuliere verhuurders en institutionele beleggers): subsidie voor de aansluiting van huurwoningen op een extern warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet. Nationaal Warmtefonds (particuliere woningeigenaren en VvE’s): dit biedt langjarige financiering tegen een aantrekkelijke rente voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) voor de verduurzaming van woningen. Hypothecaire leningen: deze zijn rendabel vanaf €15.000,‐ vanwege de bijbehorende administratie‐ en advieskosten. Duurzaam Thuis Lening van de provincie Limburg. Consumptieve leningen.
Monitoring In het uitvoeringsplan werken we (mogelijk in RES‐verband) een methode uit waarmee we kunnen volgen of de warmtetransitie op schema ligt, hoeveel woningen al voldoende zijn geïsoleerd en aardgasvrij zijn gemaakt. Monitoring kan plaatsvinden via het Duurzaam Bouwloket of via Enexis, die inzicht kan geven in de hoeveelheid gasaansluitingen in Horst aan de Maas.
6.10
6. 7. 8. 9.
Financiering en betaalbaarheid Op dit moment worden subsidieregelingen en een groot aantal wetten herzien, die van grote invloed zijn op de warmtetransitie (onder meer de Warmtewet, Elektriciteitswet, Wet Markt en Overheid, Wet Toezicht Financiële markten en diverse belastingwetten). Dit kan gevolgen hebben voor de rol van de gemeente in de warmtetransitie en voor de betaalbaarheid van maatregelen. Voor eigenaren van woningen en gebouwen zullen er de komende jaren andere vormen van financiering beschikbaar komen. Het Rijk werkt ook aan een Nationaal Isolatieprogramma, met subsidie voor isolerende maatregelen.
6.9
5.
Deelconclusie De uitgangspunten van de warmtetransitie tot 2030 kunnen als volgt worden samengevat: 1. Wij gaan uit van betaalbaarheid voor de inwoners voor de verduurzaming van de woningen. 2. Wij sluiten aan bij de doelstellingen van het klimaatakkoord. In 2050 aardgasvrij. In 2030 20 procent van de verduurzaming aangepakt. 3. Tot 2030 leggen wij de focus op isoleren en het aardgasvrij‐gereed maken van de woningen. 4. Het aardgasvrij maken van woningen mag na 2030. Natuurlijke momenten willen wij wel benutten.
52 Blad 42 van 45
In de periode tot 2030 verwachten wij geen gebruik te maken van waterstof en groengas als warmtealternatief voor woningen. Wij verwachten geen aanleg van een grootschalig warmtenet met bodem‐, rio en/of aquathermie voor 2030. Wij volgen o.a. de pilot in Venlo rondom aquathermie uit de Maas om te bepalen of dit in de toekomst een optie is voor Horst aan de Maas. Wij maken in deze visie nog geen definitieve keuze voor een startlocatie van de isolatieaanpak. Wij sturen aan op regionale samenwerking waar dat meerwaarde biedt.
De uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in een strategie bestaande uit drie sporen: Spoor A: de gemeentebrede aanpak. Dit spoor is gericht op isoleren en het benutten van natuurlijke momenten. Inwoners worden ontzorgd en financieel de weg gewezen. Via een intensieve communicatie‐ en participatiestrategie worden de bewoners geactiveerd om aan de slag te gaan en willen wij het natuurlijke tempo van de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen door particuliere woningeigenaren versnellen. Spoor B: onderzoek naar aardgasvrij. Bij dit spoor richten wij ons op het aardgasvrij maken van de woning. Als pilot wordt het inwonersinitiatief in Kronenberg gebracht om te leren over techniek, financiering en participatie. Daarnaast onderzoeken wij voor de grootste woonkernen van Horst aan de Maas de aanleg van een warmtenet als een serieuze optie op de middellange termijn. Ook volgen we de ontwikkelingen rondom onder meer aquathermie, riothermie en bodemwarmte elders in Nederland en letten we specifiek op het PAW project met aquathermie uit de Maas in Venlo. Spoor C: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten of doelgroepen. Hier kiezen wij stapsgewijs maximaal drie locaties voor een versnelde aanpak van de isolatieopgave.
Op deze locaties organiseren we, bovenop de aanpak van spoor A, een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners om de isolatiemogelijkheden per woning in kaart te brengen. In samenwerking met inwoners en belangrijke partijen zoals de woningbouwcorporatie wordt een uitvoeringsplan opgesteld. De gemeente verkent de mogelijkheden tot gezamenlijke inkoop en uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen. Met het doorlopen van de verschillende sporen willen wij de ambitie om 20 procent van de verduurzamingsopgave voor 2030 in Horst aan de Maas aanpakken. De gemeente is echter afhankelijk van veel partijen en ontwikkelingen aangaande de financiering en wetgeving rondom de warmtetransitie (zie hoofdstuk 1). Als gemeente nemen wij wel de regie in de stappen die nu al genomen kunnen worden zoals het starten van verkenningen en bij elkaar brengen van partijen voor het opstellen van de uitvoeringsplannen. De planning voor de periode tot 2030 is vastgelegd in de strategie van de Warmtevisie. In deze periode richten wij de uitvoeringsplannen op woningen per buurt, doelgroep of bouwjaar. Na 2030 stellen we voor alle overige woningen en gebouwen uitvoeringsplannen op om deze waar nodig te isoleren en aardgasvrij te maken. De uitvoeringsplannen bieden handelingsperspectief aan alle betrokkenen.
De communicatie en participatie strategie wordt in de fase van de uitvoeringsplannen erg belangrijk. Om de uitvoering tot een succes te maken moeten inwoners betrokken en gestimuleerd worden om op vrijwillige basis aan de slag te gaan. Dit vergt veel overtuigingskracht. Grote groepen inwoners zullen in de komende periode tot beweging moeten komen. De voortgang van de warmtetransitie zullen wij aandachtig monitoren.
53 Blad 43 van 45
Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021
7
Onzekerheden en risico’s De warmtetransitie is een nieuwe taak voor de gemeente. Dat betekent dat er flexibel moet worden meebewogen met de landelijke en lokale ontwikkelingen. De Warmtevisie richt zich daarom op hoofdlijnen waarbij rekening gehouden moet worden met een significante mate van onzekerheid en (door)ontwikkeling van techniek en inzicht. Het gaat hierbij onder andere om de volgende onzekerheden: ‐ Handelingsperspectief voor gemeenten Belangrijke voorwaarden, zoals gesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), om te voldoen aan de doelstellingen in 2030 en 2050 zijn: De energietransitie is haalbaar en betaalbaar voor de samenleving. Gemeenten krijgen de juiste bevoegdheden om hun regierol te kunnen uitvoeren. Gemeenten krijgen een vergoeding voor de toename in uitvoeringslasten. Na 2021 is er een structurele vraag naar extra personeelsinzet op dit thema. Om de ambities vanuit het Klimaatakkoord waar te maken zou na vaststelling van deze Warmtevisie direct begonnen moeten worden met de uitvoeringsplannen. Hiervoor is op dit moment echter nog geen dekking. Het nieuwe kabinet dient te beslissen over de hoogte van de bijdrage aan gemeenten voor de uitvoeringslasten uit het Klimaatakkoord. Dit is van directe invloed op de planning en haalbaarheid van de uitvoeringsplannen.
Op voorhand is duidelijk dat de gemeente Horst aan de Maas nu niet de middelen heeft om deze transitie te financieren.
54
‐
Financieel perspectief woningeigenaren Financieel perspectief (vanuit het Rijk) voor woningeigenaren is noodzakelijk; hier is momenteel onvoldoende sprake van. Alleen met haalbare en betaalbare oplossingen kunnen we aan de slag. De VNG ziet op deze eis(en) toe.
‐
Onzekerheid van de bronnen In de RES en RSW zijn de potentiële bronnen van duurzame warmte (globaal) inzichtelijk gemaakt. Deze openbare data zijn incompleet en soms niet diepgaand genoeg; het is de eerste maal dat deze data op deze manier verzameld zijn. Verdieping zal de komende jaren plaatsvinden op basis van aanvullend onderzoek.
‐
Innovatie en voortschrijdend inzicht De verwachting is, dat komende jaren nieuwe technieken worden ontwikkeld en dat er veel geleerd wordt in de praktijk waardoor andere oplossingen mogelijk zijn dan nu voorzien.