CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

14c Warmtevisie HadM

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Warmtevisie Horst aan de Maas.27.443 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Horst aan de Maas

Warmtevisie

Versie 1.0 | December 2021

1

Warmtevisie Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas

projectnummer 470217.100 concept 22 november 2021

Auteur

M. de Wolff G.W. Schuur

Opdrachtgever

Gemeente Horst aan de Maas Wilhelminaplein 6 5961 ES HORST Contactpersoon S.J. Theeuwen

Gecontroleerd:

datum 22 november 2021

2

beschrijving

vrijgave

3

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

17

1

Inleiding

15 5

2

Wat is de opgave voor Horst aan de Maas?

17 7

2.1 2.2 2.3 2.4

3

3.1 3.2 3.3

4

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Karakteristieken van de panden Huidig gasverbuik en warmtevraag De opgave Deelconclusie

Hoe kunnen we de opgave aanpakken? Panden isoleren (aardgasvrij‐gereed) Passend warmtealternatief zoeken Deelconclusie

Waar en wanneer kunnen we starten? Afwegen op basis van criteria Technisch‐economische criteria Sociaal‐economische criteria Natuurlijke momenten Deelconclusie

17 7 19 9 19 9

21 11

23 12 23 12 23 12 26 14

27 15 27 15 15 27 17 29 18 31 19 32

5

Wat vinden de inwoners en betroken partijen ervan?

35 21

6

Welke strategie volgen we in Horst aan de Maas en hoe pakken we de uitvoering aan?

41 26

5.1 5.2 5.3

6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3 6.4 6.5 6.6

Inwoners Betrokken partijen Deelconclusie

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Horst aan de Maas Nadere uitwerking strategie Spoor A: gemeentebrede aanpak Spoor B: onderzoek naar aardgasvrij Spoor C: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten of doelgroepen Planning 2030‐2050 Uitvoeringsplannen Rol gemeente en andere partijen Wat kunnen woningeigenaren nu al doen?

6.7 6.8 6.9 6.10

Communicatie en participatie Financiering en betaalbaarheid Monitoring Deelconclusie

3451 3552 3552 3552

7

Onzekerheden en risico’s

3755

Bijlage 1 Technische en financiële analyse Bijlage 2 Handelingsperspectief voor woningeigenaren Bijlage 3 Samenvatting van enquête inwoners Horst aan de Maas Bijlage 4 Woningvoorraad kansrijke buurten isolatieaanpak

21 35 23 37 24 39

41

26 43 27 43 28 44 29 46 30 47 31 48 31 49 32 51 34

5

Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Samenvatting Nederland wil en moet de uitstoot van broeikasgassen reduceren om de opwarming van de aarde tegen te gaan. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen hierover afspraken gemaakt. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen voor 2050 aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Afgesproken is dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Transitievisie warmte opstellen. De gemeente is voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van inwoners, de woningcorporaties, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties. Bij de totstandkoming van deze Warmtevisie zijn inwoners, de woningcorporatie Wonen Limburg en Woonwenz en netbeheerder Enexis intensief betrokken.

De warmtetransitie is een omvangrijke en complexe opgave met nog diverse onzekerheden en afhankelijkheden. De Warmtevisie wordt daarom conform de afspraken uit het Klimaatakkoord minimaal iedere vijf jaar herzien zodat nieuwe inzichten en technologische innovaties in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na vaststelling van de Warmtevisie start de gemeente, samen met inwoners en betrokken partijen, met de uitvoering van de warmtetransitie aan de hand van concrete uitvoeringsplannen. De opgave en ambitie van Horst aan de Maas Deze Warmtevisie richt zich op de periode tot 2030. In het Klimaatakkoord geldt deze periode als een aanloopperiode waarin circa 20 procent van de totale opgave, de verduurzaming van alle panden bestaande uit woningen en gebouwen, wordt aangepakt. Wij richten ons voor de komende periode voornamelijk op de woningen. De overige gebouwen willen wij waar nodig na 2030 verder verduurzamen. Voorwaarden voor halen doelstellingen Belangrijke voorwaarden, zoals gesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), om te voldoen aan de doelstellingen in 2030 en 2050 zijn: ‐ De energietransitie is haalbaar en betaalbaar voor de samenleving. ‐ Gemeenten krijgen de juiste bevoegdheden om hun regierol te kunnen uitvoeren. ‐ Gemeenten krijgen een vergoeding voor de toename in uitvoeringslasten.

Na 2021 is er een structurele vraag naar extra personeelsinzet op dit thema. Om de ambities vanuit het Klimaatakkoord waar te maken zou na vaststelling van deze Warmtevisie direct begonnen moeten worden met de uitvoeringsplannen. Hiervoor is op dit moment echter nog geen dekking. Het nieuwe kabinet dient te beslissen over de hoogte van de bijdrage aan gemeenten voor de uitvoeringslasten uit het Klimaatakkoord. Dit is van directe invloed op de planning en haalbaarheid van de uitvoeringsplannen. Op voorhand is duidelijk dat de gemeente Horst aan de Maas niet de middelen heeft om deze transitie te financieren. Het belangrijkste vraagstuk is daarmee nog onbeantwoord: Hoe gaan we, na het uitdenken van de visies en plannen, over tot de daadwerkelijke uitvoering en hoe ziet de financiële verdeelsleutel eruit? Hiervoor wachten we (ook) de ontwikkelingen van de financieringsinstrumenten vanuit het Rijk af (zoals die zijn benoemd in het Klimaatakkoord).

6

Blad 1 van 45

7

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

In Horst aan de Maas zijn verschillende warmtealternatieven beschikbaar die als vervanger van aardgas kunnen dienen. Dit zijn warmtealternatieven die een lage temperatuur leveren. Om hiervan gebruik te maken moeten woningen goed zijn geïsoleerd. Veel warmtealternatieven zijn echter nog sterk in ontwikkeling, de kosten zijn nog hoog en de financiering is complex. In Horst aan de Maas kiezen we er daarom voor om voorlopig nog niet op grootschalige wijze woningen en gebouwen aardgasvrij te maken maar richten we ons eerst op de reductie van de energievraag en het aardgasvrij‐gereed maken van de woningen. Voor de woningen die nu al goed geïsoleerd zijn (minimaal energielabel B) geldt voor de meeste dat het aardgas het beste vervangen kan worden voor een all‐electric warmtepomp. Voor wat betreft andere warmtebronnen dan elektriciteit, gaan we ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Horst aan de Maas worden aangelegd (tenzij marktpartijen hier initiatief voor nemen) en dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas (nog) niet worden ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. Wel zijn we actief zijn in het verkennen en onderzoeken van koppelkansen op het gebied van duurzaamheid en economie en landbouw. Dit conform de afspraken gemaakt in het coalitieakkoord en collegeprogramma.

Daarnaast verzamelen we in de tussentijd kennis over technieken, organisatie en financiering op het gebied van warmtenetten om op het juiste moment de goede stappen te zetten. Ook gaan we natuurlijke investeringsmomenten (zoals verbouwing en verhuizing) zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij(‐gereed) te maken.

Strategie en uitvoering De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in drie strategische sporen (A, B en C).  Spoor A: gemeentebrede aanpak  Spoor B: pilot en onderzoeken op weg naar aardgasvrij (o.a. Kronenberg)  Spoor C: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten of doelgroepen Deze drie sporen gaan in 2022 parallel aan elkaar van start. In het figuur op de volgende bladzijde is de planning en samenhang tussen de sporen gevisualiseerd.

We kiezen er voor om ons in deze aanloopperiode tot 2030 voornamelijk te richten op het besparen op het gebruik van aardgas door woningen beter te isoleren. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 2.400 bestaande woningen (20 procent van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (aardgasvrij‐gereed). Dit betekent dat de woningen ook geschikt moeten worden gemaakt voor elektrisch koken. Naast een bijdrage aan de klimaatdoelstelling zorgt het isoleren van woningen voor een lagere energierekening en een hoger wooncomfort voor de bewoners en verhoogt het (anno nu) de waarde van de woning. Naast de aanpak van de isolatieopgave willen wij een start maken met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Enerzijds volgen wij de pilot voor het aardgasvrij maken van het dorp Kronenberg en anderzijds doormiddel van onderzoek naar alternatieve, duurzame warmtebronnen. Het inwonersinitiatief EnergieKronenberg heeft zich als doel gesteld om Kronenberg in 2030 energieneutraal te zijn en in 2040 helemaal aardgasvrij. De warmtebron die voor de panden in Kronenberg gebruikt gaan worden zal een all‐electric variant zijn. De komende jaren worden hier zoveel mogelijk panden geïsoleerd en uitgerust met een (hybride) warmtepomp.

Het tempo van de verduurzaming zal afhangen of Kronenberg wordt toegelaten tot het Programma Aardgasvrij Wijken (PAW). De uitslag van deze aanvraag volgt begin 2022. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en dat er draagvlak in een buurt is of bij een doelgroep voordat we met de uitvoering starten. Wij maken echter de keuze om aan de hand van de hieronder opgenomen strategie te beginnen met de eerste stappen.

Blad82 van 45

9 Blad 3 van 45

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Spoor A‐ gemeentebrede aanpak Veel woningeigenaren zijn al goed bezig met verduurzamen. Voor andere woningeigenaren zijn de technische en financiële hobbels bij het isoleren of aardgasvrij maken van hun woning zodanig dat deze niet verder komen. We willen het natuurlijk tempo van woningverbetering versnellen door de particuliere woningeigenaren gerichter handelingsperspectief te geven. Dit handelingsperspectief laat de bewoners zien hoe ze stap voor stap hun woning kunnen isoleren en eventueel aardgasvrij kunnen maken, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost en hoeveel het oplevert en welke financieringsmogelijkheden er zijn. In 2022 starten we met het opstellen van een gemeentebreed uitvoeringsplan, samen met de woningcorporaties, de energiecoöperatie en het energieloket. Onderdeel van het uitvoeringsplan is een intensieve communicatie‐ en participatiestrategie en de aansluiting bij natuurlijke momenten zoals de vervanging van de cv‐ketel. Het is belangrijk om hier ook de lokale particuliere bedrijvensector (banken, makelaars, installateurs en aannemers) bij te betrekken. Zij kunnen als intermediair worden ingezet om natuurlijke momenten en koppelkansen te benutten.

Spoor B – onderzoek naar aardgasvrij Spoor B bestaat uit enerzijds het opzetten van onderzoek naar aardgasvrij en anderzijds het vervolgen van de pilot aardgasvrij die is opgezet door het inwonerinitiatief EnergieKronenberg. Met deze pilot in Kronenberg willen we niet alleen over techniek en financiering leren, maar ook hoe we inwoners kunnen laten participeren. We sluiten niet uit dat er nog een tweede pilot wordt opgezet als Kronenberg een succes blijkt te zijn. Het is belangrijk dat een locatie wordt gekozen waar inwoners en betrokken partijen gezamenlijk de schouders eronder willen zetten. In de keuze voor de locatie van de pilot gaan we daarom op zoek naar de buurt met draagvlak en enthousiasme. Vervolgens ontwerpen we samen met inwoners en betrokken partijen de aanpak en leggen dit vast in een uitvoeringsplan. Het onderzoek naar aardgasvrij richt zich op de mogelijke toepassing voor warmtenetten in Horst aan de Maas na 2030. In Grubbenvorst is er op dit moment een theoretische kans voor een lage‐ en middentemperatuur warmtenet op basis van aquathermie uit de Maas. Zoals eerder gezegd is de realisatie hiervan onzeker. In dit kader volgen we de ontwikkelingen rondom onder meer de Proeftuin Aardgasvrij in Venlo waar gebruik gemaakt wordt van aquathermie uit de Maas.

Daarnaast worden kansen verkend voor de kleinschalige toepassing van middentemperatuur warmtenetten op basis van riothermie uit de gemalen in Horst, Sevenum en America. Ook hier is de realisatie onzeker. Tot slot blijven we de koppelkansen met de glastuinbouw en andere lokale agrarische activiteiten in beeld houden.

Blad 104 van 45

11 Blad 5 van 45

Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021 Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Op onderstaande kaart worden de gebieden weergeven waarop de drie sporen van toepassing zijn.

Spoor C ‐ intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten en doelgroepen Bovenop de gemeentebrede aanpak (spoor A) selecteren we maximaal drie locaties waar snel en op een systematische manier grotere aantallen woningen kunnen worden geïsoleerd. Hier organiseren we een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners. Doel is om iedere woningeigenaar een gedetailleerd beeld te geven van de benodigde isolatie‐ (en ventilatie)maatregelen, kosten, opbrengsten en financiering. Wij laten ons echter niet beperken tot een aanpak met een specifieke geografische afbakening zoals een buurt. Het kan zijn dat een aanpak gericht op bepaalde bouwjaren waar door het type woningbouw systematisch geïsoleerd kan worden de voorkeur krijgt. In de eerste helft van 2022 onderzoeken we op welke locaties het meeste draagvlak onder bewoners, de woningcorporaties en andere betrokken partijen aanwezig is om met spoor C te starten. Voor de selectie van deze locaties zijn niet alleen technische argumenten doorslaggevend. Als op technisch minder kansrijke locaties meer draagvlak wordt verwacht of gesignaleerd omdat daar aan andere ruimtelijke of sociale opgaves wordt gewerkt, kunnen ook deze in aanmerking komen voor spoor C. Resultaat van het onderzoek kan ook zijn dat het beter is om met slechts een deel van de buurt aan de slag te gaan.

We vinden het belangrijk dat de warmtetransitie voor iedere inwoner haalbaar en betaalbaar is. We willen energiearmoede voorkomen en ook dat er een tweedeling in de maatschappij ontstaat waarbij alleen mensen met voldoende financiële middelen van de aanpak profiteren. Ook deze afwegingen zullen meespelen in de uiteindelijke keuze voor de locatie. De provincie Limburg start een onderzoek naar de manier waarop energie‐armoede het meest effectief kan worden aangepakt of worden voorkomen. De resultaten van dit onderzoek zijn naar verwachting in de loop van 2022 beschikbaar voor gemeenten. Wij zullen de resultaten van dit onderzoek gebruiken in de verdere uitwerking van onze aanpak. Aan de hand van de onderzoeken kiezen we een eerste locatie en stellen hiervoor samen met inwoners, de woningcorporaties, het energieloket, de energiecoöperatie en andere betrokken partijen een uitvoeringsplan op. Afhankelijk van de voortgang en het succes doen we vervolgens hetzelfde op de andere twee locaties. Blad 7 van 45

12 Blad 6 van 45

13

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

1

Inleiding De aarde warmt op. De gevolgen daarvan zien we om ons heen. Om de aarde op een goede manier door te geven aan volgende generaties willen we de opwarming van de aarde tegengaan. Dit kan door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Denk hierbij aan de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van aardgas. Om de uitstoot van CO2 te beperken zijn nationale en internationale afspraken gemaakt. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle panden, bestaande uit woningen en gebouwen, binnen dertig jaar aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. Gedurende de warmtetransitie zullen panden steeds energiezuiniger worden gemaakt en steeds minder aardgas verbruiken. Duurzame technieken om panden te verwarmen zijn hierbij nodig. Denk aan elektrisch verwarmen, bijvoorbeeld met warmtepompen of infraroodpanelen. Of via een collectieve warmtevoorziening zoals warmtenetten, met aquathermie of bodemthermie of met duurzame brandstoffen zoals groengas en waterstofgas. Wat is de Warmtevisie? In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Warmtevisie (officieel de Transitievisie Warmte) opstellen en vaststellen.

In de Warmtevisie beschrijft de gemeente besparingsmogelijkheden en de hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar warmte. Daarnaast wordt beschreven welke warmtebronnen ingezet worden en welke warmte‐infrastructuur nodig is met als doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. Het tussendoel dat is afgesproken in het Klimaatakkoord, is om in 2030 20 procent van de woningvoorraad, dus één op de vijf woningen, aardgasvrij(gereed) te hebben. Belangrijke voorwaarden, zoals gesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), om te voldoen aan deze doelstelling zijn: ‐ De energietransitie is haalbaar en betaalbaar voor de samenleving. ‐ Gemeenten krijgen de juiste bevoegdheden om hun regierol te kunnen uitvoeren. ‐ Gemeenten krijgen een vergoeding voor de toename in uitvoeringslasten. Wat is de Warmtevisie niet? De Warmtevisie richt zich op panden. Het aardgasloos maken van bijvoorbeeld de productieprocessen in bedrijven is geen onderdeel van de Warmtevisie. Geldigheidsduur Warmtevisie en vervolg Inzichten rondom onder andere technieken, wet‐ en regelgeving en financieringsmogelijkheden veranderen snel. Het is daarom niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. De Warmtevisie wordt conform de afspraken uit het Klimaatakkoord minimaal iedere vijf jaar herzien zodat nieuwe inzichten weer in de aanpak kunnen worden verwerkt.

Na vaststelling van de Warmtevisie gaat de gemeente zich richten op het opstellen van uitvoeringsplannen. Hierbij betrekken we inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden. Pas dan worden de keuzes over de manier waarop de panden stap voor stap aardgasvrij wordt gemaakt definitief.

Blad 8 van 45

14

15

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 - versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Wie zijn betrokken bij het opstellen van deze visie? De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. We zijn voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van de inwoners, de woningcorporaties, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties. We zullen dus intensief met alle betrokkenen samenwerken. We zoeken in de samenwerking de verbinding met wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden, bijvoorbeeld gezondheid, comfort in de woning, werkgelegenheid, woonlasten, betrokkenheid en eigenaarschap. Alle betrokkenen hebben hierin een verantwoordelijkheid om stappen te zetten, waarbij de gemeente kan faciliteren, coördineren en soms kan mee investeren. Bij het opstellen van deze Warmtevisie hebben we de volgende partijen actief betrokken:  Klankbordgroep van inwoners, inclusief leden van het Energiepanel en Duurzaam Meterik  Stichting EnergieKronenberg  Netbeheerder Enexis  Woningcorporaties Wonen Limburg en Woonwenz  Diverse afdelingen van de gemeente Horst aan de Maas  Brede groep inwoners a.d.h.v.

enquête en online bijeenkomsten Leeswijzer Dit rapport is opgebouwd uit de volgende onderdelen:  Hoofdstuk 2: Wat is de opgave voor Horst aan de Maas?  Hoofdstuk 3: Hoe kunnen we de opgave aanpakken?  Hoofdstuk 4: Waar en wanneer kunnen we starten?  Hoofdstuk 5: Wat vinden onze inwoners, ondernemers en partners ervan?  Hoofdstuk 6: Welke strategie volgen we in Horst aan de Maas en hoe pakken we de uitvoering aan?  Hoofdstuk 7: Onzekerheden en risico’s

2

Wat is de opgave voor Horst aan de Maas?

2.1

Karakteristieken van de panden In 2019 stonden er in Horst aan de Maas 17.878 woningen. De verdeling over de bouwperiodes en de woningtypes zijn in de onderstaand figuur weergegeven1.

Figuur 2‐1: Ouderdom en typologie woningen (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020)

Circa 12% van de panden betreft vooroorlogse bebouwing. Tussen 1945 en 1975 is 37% van de panden gebouwd en tussen 1975 en 1992 nog eens 24%. De overige, relatief goed geïsoleerde panden (1992 en jonger) zijn tussen 1992 en 2019 gebouwd; dit is circa 27% van het pandenbestand. Onderstaande kaart geeft een voorbeeld van de verdeling van de bouwjaren in de kern Sevenum. Voor een kaart van heel Horst aan de Maas zie bijlage 1D.

Figuur 2‐2: Pandenkaart met bouwjaren van Sevenum.

De aangegeven aantallen komen niet geheel met elkaar overeen vanwege het gebruik van verschillende bronbestanden.

1

Blad 10 van 45

169 van 45 Blad

17

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Energielabels De Rijksoverheid heeft aan alle woningen op basis van een beperkte dataset een voorlopig energielabel toegekend. Dit geeft een indicatie van hoe energiezuinig een woning momenteel is. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die de woningeigenaar getroffen heeft om het energieverbruik te verkleinen, zoals extra isolatie. Woningeigenaren en woningcorporaties kunnen zelf een definitief energielabel aanvragen, voor 5.337 woningen (± 30 %) is dit reeds gebeurd. Daarbij is de werkelijke toestand van de woning wel betrokken.

Woningcorporaties Wonen Limburg en Woonwenz Ongeveer 15 procent van de woningen in Horst aan de Maas zijn sociale huurwoningen (± 2800). Veel panden hebben energielabel B, A, A+ en A++. Het overgrote deel van de sociale huurwoningen is in bezit van Wonen Limburg. Circa 40 procent van de panden beschikt nog over een label C, D, E, F of G.

De verdeling van de energielabels (zowel voorlopig als definitief) in Horst aan de Maas is samengevat in onderstaande figuur.

Overige gebouwen Naast de woningen bevinden zich 3.939 gebouwen in Horst aan de Maas (peiljaar 2020). Het gebruik van deze gebouwen is weergegeven in onderstaande figuur 2‐5.

Figuur 2‐3: Energielabels (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020)

Op basis van de voorlopige energielabels beschikt 30% van de woningen over een energielabel B of beter en 60% over een label C of beter. Van de woningen met een definitief energielabel beschikt ruim 30% over een energielabel B of beter en meer dan 65% over een energielabel C of beter.

Figuur 2‐5: overige gebouwen

Onder de functie ‘Logies’ vallen onder meer vakantiewoningen en hotels. Onder de functie ‘Industrie’ vallen onder meer bedrijfsgebouwen en agrarische gebouwen (incl. de glastuinbouw). Deze Warmtevisie richt zich alleen op het verduurzamen van de verwarming van deze gebouwen en niet op de industriële processen. De verwarming van de glastuinbouw valt ook onder industriële processen. Bovendien loopt voor de glastuinbouwsector al jaren een eigen traject, in samenspraak met de rijksoverheid2.

De slechtst geïsoleerde woningen (energielabel E, F en G) liggen met name in de historische kernen, lintbebouwing en het buitengebied. De onderstaande kaartjes van de kernen Horst en Lottum geven hiervan een mooie weergave.

2.2

Huidig gasverbuik en warmtevraag Het totale warmteverbruik (gas) van de woningen van Horst aan de Maas bedroeg in 2019 895 Terajoule (TJ), oftewel 28,3 miljoen m3 gas per jaar. Het gemiddelde gasverbruik per woning bedroeg 1.525 m3 per jaar. Het totale energieverbruik van de gebouwen die gebruikt worden voor commerciële en publieke dienstverlening (dus exclusief de industrie en landbouw) bedroeg 647 TJ per jaar. Naar schatting 80 procent hiervan betreft energie voor verwarming, ofwel ca. 518 TJ per jaar (Klimaatmonitor, peiljaar 2019).

2.3 Figuur 2‐4: Verdeling (voorlopige) energielabels in de kernen Horst en Lottum (bron: Datavoorziening VNG Realisatie, peildatum 2020)

Onderstaande figuren geven een weergave van het energieverbruik per energielabel en wat de (minimale) temperatuur van een warmtebron moet zijn om het pand te voorzien van warmte.

De opgave In 2050 moeten alle panden in Horst aan de Maas en alle andere gemeenten in Nederland aardgasvrij‐gereed én van het aardgas af zijn. Dat is de afspraak die de VNG namens alle gemeenten in het Klimaatakkoord heeft gemaakt. De periode tot 2030 geldt als een aanloopperiode waarin circa 20 procent van de totale opgave wordt aangepakt. Dat betekent dat Voor de glastuinbouw gold de Meerjarenafspraak energietransitie glastuinbouw 2014‐2020 en het Convenant CO2 emissieruimte glastuinbouw 2013‐2020. Dit najaar worden deze twee afspraken naar verwachting opgevolgd door het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2021‐ 2030.

2

Blad 11 van 45

18

19 Blad 12 van 45

Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

er in de daaropvolgende twintig jaar nog een opgave van 80 procent ligt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de aanpak zich in de periode tot en met 2030 in ieder geval richt op het “aardgasvrij‐gereed” maken van de woningen. Concreet betekent dit isoleren van woningen en gebouwen en daarmee het verlagen van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken mag eventueel naar de daaropvolgende jaren worden geschoven.

De opgave aardgasvrij maken voor Horst aan de Maas Sinds 1 juli 2018 mogen nieuwbouwhuizen niet meer aangesloten worden op het gasnet. Vrijwel alle woningen en gebouwen in Horst aan de Maas van voor die datum hebben een gasaansluiting. Een zeer klein deel is reeds van het aardgas af. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord betekent dit dus dat vrijwel de hele bestaande woning‐ en gebouwenvoorraad in de gemeente nog aangepakt moet worden. Het streven vanuit het Klimaatakkoord is om in de periode tot 2030 ten minste 3.600 woningen in Horst aan de Maas aardgasvrij te maken. Eventueel mag dit naar de daaropvolgende jaren worden geschoven.

De isolatieopgave voor Horst aan de Maas Het isoleren tot minimaal energielabel B wordt landelijk als een haalbare en betaalbare ondergrens gezien voor de meeste bestaande woningen en gebouwen. In de praktijk zullen er soms factoren zijn die dat onmogelijk maken, zoals een monumentenstatus, beschermd stadsgezicht of simpelweg de ouderdom van de woning (bijvoorbeeld woningen zonder spouwmuren). In die gevallen wordt energielabel D als ondergrens gehanteerd. Voor woningen waar zelfs energielabel D moeilijk haalbaar is, moet in de uitvoeringsplannen extra aandacht zijn. In Horst aan de Maas voldoet ca. 30 procent van alle woningen, dus ca. 5.400 woningen, al aan energielabel B. Dat betekent dat nog in ruim 12.000 woningen extra isolerende maatregelen nodig zijn. In de periode tot 2030 moet Horst aan de Maas, volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord, 20 procent hiervan dus 2.400 woningen aardgasvrij‐gereed maken. Een deel hiervan komt voor rekening van de woningcorporaties. Standaard en streefwaarden voor woningisolatie Als onderdeel van het Klimaatakkoord hebben overheidspartijen, de bouwsector en belangenorganisaties gezamenlijk de zogenaamde standaard voor woningisolatie opgesteld. Het rapport “Standaard en streefwaardes bestaande woningbouw” heeft de minister van BZK op 18 maart 2021 aan de Kamer gepresenteerd3.

De Standaard voor woningisolatie is bedoeld om te zorgen dat huiseigenaren (verhuurders en kopers) weten tot welk niveau ze hun woning minimaal moeten isoleren. De Standaard voor woningisolatie geeft aan wanneer een woning voldoende geïsoleerd is en hoeveel warmte dan nog nodig is om de woning te verwarmen. Daarbij is een niveau gekozen dat als toekomstbestendig (en daarmee “spijtvrij”) kan worden beschouwd. Zo hoeft de betreffende woning later, bij aansluiting op een duurzame warmtebron met een lagere temperatuurwarmte, niet nogmaals geïsoleerd te worden en kan een ingrijpende aanpassing van het gekozen warmteafgiftesystemen zoveel mogelijk worden voorkomen.

2.4

Deelconclusie Om in 2050 tot het doel van een aardgasvrije gebouwde omgeving te komen moet in Horst aan de Maas eerst een grote isolatieopgave worden aangepakt. De periode tot 2030 geldt als een aanloopperiode waarin circa 20 procent van de totale opgave wordt aangepakt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de aanpak zich in de periode tot en met 2030 in ieder geval richt op het “aardgasvrij‐gereed” maken van de woningen; isoleren en koken zonder aardgas. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken mag eventueel naar de daaropvolgende jaren worden geschoven. Horst aan de Maas richt zich in de periode tot 2030 primair op het isoleren van woningen. Andere gebouwen komen na 2030 aan bod. Het isoleren van woningen tot minimaal energielabel B wordt gezien als een haalbare en betaalbare ondergrens, uitgezonderd lastig te isoleren woningen zoals bijvoorbeeld vooroorlogse woningen en woningen met een monumentenstatus, daarbij stellen we energielabel D als doel. Op basis van de voorlopige energielabels beschikt 70% van de woningen in Horst aan de Maas nog niet over energielabel B of hoger. Dat betekent dat in totaal ruim 12.000 woningen beter geïsoleerd moeten worden in de periode tot 2050. In de periode tot 2030 moet Horst aan de Maas, volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord, 20 procent hiervan dus 2.400 woningen aardgasvrij‐gereed maken.

Een deel hiervan wordt door de woningcorporaties opgepakt. Zij worden gezien als de startmotor van de warmtetransitie en hebben als doel om in 2030 alle corporatiewoningen gemiddeld aan de eisen van energielabel A of B voldoen.

De Standaard is er voor naoorlogse woningen op gericht om de woningen met warmte van lage temperatuur (minder dan 50 graden Celsius) te verwarmen. Voor vooroorlogse woningen zijn de eisen minder streng en is de isolatie gericht op verwarming met midden temperatuur warmte (ongeveer 70 graden Celsius). Bij de voorgenomen pilot in Kronenberg, die verderop nog nader wordt toegelicht, zal blijken in hoeverre deze standaard in de praktijk voldoet. Want het is duidelijk dat voor isolatie geldt: hoe meer hoe beter. Soms wordt een woning niet in één keer aangepakt, maar worden bijvoorbeeld alleen de ramen en kozijnen vervangen, of wordt alleen de vloer geïsoleerd. Daarom zijn ook zogenaamde ‘Streefwaarden’ afgesproken. De Streefwaarde is de isolatiewaarde van een product die je nodig hebt voor elk apart onderdeel van het huis: dak, vloer, gevels, ramen en deuren. Als elk deel apart is geïsoleerd, geeft dat samen ook voldoende isolatie om de woning aan te sluiten op een andere warmtebron. Rapport_standaard_en_streefwaardes_bestaande_woningbouw_.pdf [2] Aanbiedingsbrief Isolatiestandaard_en_Streefwaardes_voor_woningen_gearceerd.pdf 3

Blad 13 van 45

20

Blad 14 van 45

21

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

3

Hoe kunnen we de opgave aanpakken?

3.1

Panden isoleren (aardgasvrij‐gereed) Het isoleren van panden is de eerste en meest cruciale stap in de warmtetransitie. Isolatie van de vloer, het dak en de gevel (spouwmuur), HR++ glas en het dichten van kieren leveren energiebesparing op. Dit is niet alleen goed voor de portemonnee (lagere maandelijkse energielasten) maar draagt ook bij aan verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast zorgt het voor een verbetering van het wooncomfort en verhoogt het (anno nu) de waarde van de woning. Ook is voor veel panden isoleren een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Voor een lage temperatuur (LT) warmtepomp als alternatieve warmteoplossing (all‐electric) moet het pand goed geïsoleerd zijn. Extra isolatie kan ook aan de orde zijn om oude en slecht geïsoleerde panden op een warmtenet aan te sluiten. Aardgasvrij‐gereed maken Naast isolatie is soms ook aanpassing van het warmteafgiftesysteem (zoals de radiatoren) nodig om op een aardgasvrije oplossing over te stappen. Tot slot betekent betere isolatie (o.a. kierdichting) dat inwoners voor een gezond binnenklimaat aandacht moeten besteden aan de wijze waarop een pand geventileerd wordt. Aanvullend op de isolatiemaatregelen gaat iedereen uiteindelijk elektrisch koken om aardgasvrij te worden. Ook daar moeten de panden op worden voorbereid.

Koeling en ventileren De warmtetransitie en deze Warmtevisie richten zich in de eerste plaats op de verduurzaming van de warmtevoorziening van panden. De zomers worden echter steeds warmer en de behoefte aan koeling van de panden neemt ieder jaar toe. Het gebruik van airconditioners zorgt voor een aanzienlijk hoger energieverbruik. Bij de ontwikkeling van de uitvoeringsplannen nemen we koeling daarom integraal mee. Daarbij kan bijvoorbeeld naar duurzame warmtetechnieken worden gezocht die de panden zowel kunnen verwarmen als koelen. De ventilatie van de panden is een ander aandachtspunt. Het isoleren van panden kan tot een slechter binnenklimaat leiden als er niet goed over de ventilatie is nagedacht. Isolatie en ventilatie gaan hand in hand samen bij het ontwikkelen van de technische oplossingen voor de woningverbetering.

3.2

Passend warmtealternatief zoeken Om panden aardgasvrij te maken moet er een alternatieve warmtebron zijn die het aardgas kan vervangen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, de bodem, oppervlaktewater, biomassa en restwarmte uit de industrie. Daarnaast zou ook groengas (biogas) en in een verdere toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. De meest geschikte warmteoplossing is afhankelijk van de eigenschappen van het pand en het gebied, zoals de mate van isolatie (op basis van bouwjaar), het gebouwtype, de bebouwingsdichtheid in het gebied, het eigendom (zijn er veel woningen van een woningcorporatie of andere grote verhuurder), de schaal en de beschikbaarheid van bronnen.

22

23 Blad 15 van 45

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Er is (minimaal) één van de volgende drie energie‐infrastructuren in de wijk nodig: een elektriciteitsnet, een warmtenet of een gasnet. Voor Horst aan de Maas hebben we dat vertaald in vier mogelijke warmteoplossingen:

leveren, zoals oppervlaktewater (bijvoorbeeld aquathermie uit de Maas), afvalwater bij gemalen of rioolwaterzuiveringen (riothermie), restwarmte van bedrijven of de bodem (bodemwarmte of warmte‐koudeopslag (WKO)). De businesscase van een warmtenet wordt vooral rendabel wanneer zich in een gebied een hogere dichtheid van adressen bevindt, bijvoorbeeld bij appartementen en dicht bij elkaar staande woningen. Een andere voorwaarde is dat de duurzame warmtebron op korte afstand van de te verwarmen woningen of gebouwen ligt. Verder is het van belang dat er voldoende woningen op worden aangesloten, in de regel zijn dat er minimaal 300.

All‐electric ‘All‐electric’ betekent dat het pand elektriciteit gebruikt als warmtebron en daarmee een warmte‐opwekinstallatie in het pand nodig is die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp of infraroodpanelen. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur van de warmte uit de omgeving (bodem, lucht of zonnecollector) om het pand comfortabel te verwarmen. Een infraroodpaneel zendt warmte uit in de vorm van warmtestraling. Om de CO2‐uitstoot te verminderen, is het van belang dat de gebruikte elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, dus met bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens. In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all‐electric oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig wanneer we meer elektrische auto’s gaan gebruiken en opladen. De afstemming met netbeheerder is dus cruciaal en daarom zijn we in gesprek met Enexis. All‐electric als warmtealternatief is toepasbaar in Horst aan de Maas en biedt mogelijkheden in de periode tot 2030 en daarna. Voor verdere uitwerking van all‐electric als warmtealternatief zie hoofdstuk 4. Hybride oplossingen: (duurzaam) gas met warmtepomp Voor (slecht te isoleren) panden in wijken die (voorlopig) op het gasnet aangesloten blijven, kan een hybride oplossing uitkomst bieden.

Bij een hybride oplossing krijgt de elektrisch gevoede warmtepomp in koude dagen ondersteuning van een gasgestookte cv‐ketel. De warmtepomp zorgt ervoor dat er minder aardgas of uiteindelijk duurzaam gas nodig is. Dit is echter wel een tussenoplossing. Om aardgasvrij te worden, is het nodig om ook deze woningen te isoleren en uiteindelijk te voorzien van een volledig aardgasvrije warmteoplossing.

De aanleg van een warmtenet is een grote, ruimtelijke ingreep. Een warmtenet vraagt om relatief veel ruimte in de ondergrond en de straat moet worden opengebroken. Om de overlast voor de omgeving en kosten te beperken kan de aanleg van een warmtenet worden gecombineerd met het vervangen van de riolering of de revitalisatie van het openbare gebied. Bij de ontwikkeling van een warmtenet moet dus goed naar de planning van de werkzaamheden in de openbare ruimte worden gekeken. Wanneer wordt gekozen voor de ontwikkeling van een warmtenet, zal ook het elektriciteitsnet in sommige gevallen verzwaard moeten worden. De woningen stappen over op elektrisch koken en meestal zijn collectieve of individuele elektrische warmtepompen nodig om de temperatuur van de warmte op het juist niveau te krijgen. Het is daarom belangrijk om netbeheerder Enexis te betrekken bij de planvorming. In de periode tot 2030 verwachten wij geen warmtenetten aan te leggen voor de woningen in Horst aan de Maas. Duurzaam gas Er zijn wijken in Nederland waar zowel een warmtenet als een all‐electric oplossing met de huidige stand van de techniek niet mogelijk of veel te kostbaar zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor wijken met veel historische panden (van voor 1945) of woningen in het buitengebied. Soms is de beste oplossing om deze panden te verwarmen met duurzaam gas.

In de overgangsperiode tot 2050 zal dit waarschijnlijk nog aardgas zijn maar geleidelijk kan mogelijk groengas of waterstof worden ingezet. Waarom waterstof en groengas tot 2030 geen opties zijn Voor de periode tot 2030 is de inzet van deze duurzame gassen helaas nog geen realistische optie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De prijs en beschikbaarheid zijn zeer onzeker. Hierdoor zijn waterstof en groengas naar verwachting ook na 2030 alleen een logische optie voor de gebouwde omgeving als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn. Waterstof zal in eerste instantie ingezet worden voor de zware industrie en zwaar vervoer, omdat hiervoor geen goede alternatieven voor zijn. De ontwikkelingen rondom met name waterstof gaan echter snel en we zullen deze met interesse volgen en waar mogelijk rekening mee houden in volgende versies van de Warmtevisie. Voor groengas geldt dat het nu lastig is om al toekomstbestendig groengas te koppelen aan bepaalde wijken. In lijn met de Routekaart Groengas4 ligt het daarom voor de hand om de warmtetransitie niet te beginnen met het inzetten van groengas. Voor de periode na 2030 moet de beperkte hoeveelheid gereserveerd worden voor plaatsen waar een alternatief lastig of kostbaar is.

Echter, wanneer kansen zich voordoen voor het gebruik van groengas opgewekt via lokale reststromen uit de economie en landbouw dan willen wij de mogelijkheden verder onderzoeken.

Warmtenet Een warmtenet zorgt ervoor dat centraal geproduceerd warm water door ondergrondse leidingen naar de woningen stroomt. Verschillende bronnen kunnen de warmte duurzaam

24 Blad 16 van 45

De Routekaart Groengas geeft inzicht in de beleidsmaatregelen en focuspunten om opschaling in Nederland te faciliteren. 4

25 Blad 17 van 45

Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

3.3

De ontwikkelingen rondom met name waterstof gaan snel en we zullen deze met interesse volgen en waar mogelijk rekening mee houden in volgende versies van de Warmtevisie.

4

Waar en wanneer kunnen we starten?

Deelconclusie

4.1

Afwegen op basis van criteria In een periode van 30 jaar wordt de gebouwde omgeving stap voor stap aardgasvrij gemaakt. In het vorige hoofdstuk hebben we toegelicht dat isolatie van de panden de eerste stap is en dat vervolgens naar een passend alternatief voor aardgas gezocht kan worden. Maar waar kun je het beste beginnen? In Horst aan de Maas gebruiken we de volgende criteria die in dit hoofdstuk staan omschreven, om de volgorde van de aanpak te bepalen. Aan de hand van deze criteria hebben we de buurten (CBS‐indeling van buurten) met elkaar vergeleken en onderzocht welke buurten het meest kansrijk zijn om als eerste aan te pakken.

Om de opgave aan te pakken is isoleren de eerste en meest belangrijke stap om te maken in de warmtetransitie. Naast de verlaging van de maandelijkse energielasten levert het een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen op. Daarnaast zorgt het voor een verbetering van het wooncomfort en verhoogt het (anno nu) de waarde van de woning. Naast isoleren moeten de woningen aardgasvrij‐gereed worden gemaakt door te zorgen voor goede ventilatie en over te gaan op elektrisch koken. Als wordt afgestapt van het aardgas zijn er vier verschillende warmtealternatieven mogelijk in Horst aan de Maas. All‐electric, hybride oplossingen, warmtenetten en duurzaam gas. Van warmtenetten en duurzaam gas verwachten wij in de periode tot 2030 geen gebruik te maken. In all‐electric‐ en hybride oplossingen zien wij mogelijkheden om mee van start te gaan. Voor verder uitwerking van de mogelijke warmtealternatieven zie hoofdstuk 4.

Afwegen: hoe doen we dit? De vraag welke criteria leidend zijn bij de bepaling van de volgorde van de aanpak is onderdeel van het bestuurlijk proces. Er kan worden gekozen om bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten leidend te laten zijn. Maar ook socio‐economische criteria, zoals energiearmoede, kunnen de doorslag geven voor prioritering. Maatschappelijk kosten zijn de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een buurt van duurzame warmte te voorzien, inclusief de baten van energiebesparing. Daarbij is niet gekeken naar wie die kosten betaalt. Een deel van deze kosten komt ten laste van de bewoner of de eigenaar van een bedrijfspand en een ander deel dragen bijvoorbeeld netbeheerders en overheden. Energiearmoede refereert naar huishoudens met een kleine beurs die een groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan de energierekening. In Nederland is dat uitgedrukt in de energiequote: het percentage huishoudens in een buurt dat 8% of meer van het inkomen kwijt is aan de energierekening. In het gevolgde proces is nog geen definitieve keuze voor de volgorde van de aanpak gemaakt. Deze keuze maken we samen met inwoners en betrokken partijen na de vaststelling van de Warmtevisie.

4.2

Technisch‐economische criteria Technische en financiële haalbaarheid Voor iedere buurt (conform de Leidraad) hebben we onderzocht wanneer de woningen zijn gebouwd, welk type woningen er staan, wat de warmtevraag van de woningen voor en na isolatie is, over welke energielabels de woningen beschikken en welke warmtealternatieven kansrijk zijn. Met deze data wordt duidelijk in welke buurten de grootste isolatieopgave ligt, welke buurten (on)geschikt zijn voor een warmtenet en welke warmtebron een dergelijk warmtenet zou kunnen voeden. Verder hebben we per buurt voor ieder technisch kansrijk warmtealternatief de maatschappelijke kosten voor het isoleren en aardgasvrij maken van de woningen berekend op basis van de kentallen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In buurten waar de maatschappelijke kosten laag zijn, is het financieel gezien makkelijker om te starten dan in buurten met hoge maatschappelijke kosten. In bijlage 1 is de technisch‐economische analyse nader toegelicht. In de financiële analyse is nog geen onderscheid gemaakt tussen de kosten voor de eindgebruiker (de woningeigenaar of huurder) en de kosten voor andere partijen (overheid, netbeheerder,

Blad 18 van 45

26

Blad 19 van 45

27

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

De meest kansrijke buurten voor de isolatieaanpak en het aardgasvrij‐gereed maken, zijn: Swolgen, Tuinhaversveld, Berkelsbroek, De Riet, Sevenum en Molenveld. In Molenveld en De Riet is het aandeel corporatiewoningen het grootst (respectievelijk 30 en 41 procent). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten. Kansrijke buurten voor aardgasvrij maken Op basis van de technische en financiële criteria zijn de meest kansrijke startbuurten voor het aardgasvrij maken: de Afhang en de Risselt (Horst) en Middelreuvelt (Grubbenvorst). De maatschappelijke kosten om uiteindelijk aardgasvrij te worden, zijn hier het laagst. In deze buurten staan relatief veel woningen die na 1992 zijn gebouwd en al voldoende of nagenoeg voldoende zijn geïsoleerd.

4.3

Sociaal‐economische criteria De manier waarop buurtinwoners tegenover de warmtetransitie staan, verschilt binnen een buurt, maar verschilt zeker ook van buurt tot buurt. Een logische invalshoek is te starten in die buurten/clusters waar de warmtetransitie bij inwoners het meest leeft en waar inwoners het meest gemotiveerd zijn. Er is in het kader van klimaatadaptatie per wijk onderzoek naar het klimaatbewustzijn van de inwoners gedaan aan de hand van de leefstijl. Hieruit kan worden afgeleid waar de grootste groep betrokken inwoners zit. We kunnen ook ervoor kiezen om, aansluitend bij sociaal‐economisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aardgasvrij te maken. Ook kan gekeken worden naar verschillen in de mate van zelfredzaamheid en bereidheid van inwoners (specifiek particuliere huiseigenaren) om te investeren. Er kan dus begonnen worden in buurten met de sterkste of juist de zwakste schouders. Soms nemen buurtinwoners het initiatief om gezamenlijk van het aardgas af te gaan, zoals in Kronenberg. Hier is de stichting EnergieKronenberg in 2014 opgericht. Deze zet zich samen met het dorp in voor een duurzame en milieuvriendelijke samenleving en voor een energieneutraal Kronenberg in 2030. De start is hier al gemaakt en burgerinitiatieven zoals deze kunnen het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente.

Blad 21 van 45

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

etc.). Ook is in de kostenanalyse nog geen rekening gehouden met de waarde van het huidige aardgasnet. In sommige buurten liggen relatief nieuwe gasnetten vanwege recent uitgevoerde vervangingen van bijvoorbeeld gasleidingen van grijs gietijzer. In andere buurten zijn de gasnetten al sinds lange tijd in gebruik. Als het aardgasvrij maken wordt gestart in buurten waar de gasnetten al relatief oud zijn, wordt er zo min mogelijk waarde vernietigd. Afweging op basis van kosten Technisch gezien is de all‐electric oplossing in nagenoeg heel Horst aan de Maas toepasbaar (met uitzondering van slecht te isoleren panden). Ook financieel gezien lijkt in Horst aan de Maas de individuele all‐electric variant, waarbij gekozen wordt voor individuele warmtepompen, uiteindelijk voordeliger te zijn dan de keuze voor een warmtenet. Daarbij wordt aangetekend dat de genoemde kosten gemiddelden per woning betreffen. Voor individuele woningen kunnen de kosten behoorlijk uiteenlopen en kan dus ook de vergelijking anders uitvallen. De clusters De Afhang, Hoogveld en de verspreide huizen in Horst, Melderslo en Sevenum komen financieel het meest gunstig uit de bus. In een aantal buitengebieden, zoals in Meerlo, liggen de kosten fors hoger. Zie financiële analyse bijlage 1.

Contracteerbaarheid Contracteerbaarheid gaat over de mate waarin het vastgoed in een buurt in bezit is van een grote of juist relatief beperkte hoeveelheid eigenaren. Met andere woorden: zijn alle woningen individueel (privé)bezit of zijn veel huizen eigendom van één of enkele woningcorporaties? Contracteerbaarheid is vooral van belang bij een collectieve oplossing door middel van een warmtenet. Bij relatief weinig vastgoedeigenaren is het aantal contracten dat voor de aansluiting op een warmtenet gesloten moet worden, ook beperkt en dit maakt de realisatie van een warmtenet makkelijker. Vanuit contracteerbaarheid zijn dus buurten met relatief weinig pandeigenaren kansrijker dan buurten met veel pandeigenaren. Per buurt hebben we onderzocht welk deel van de woningen in bezit is van een woning‐ corporatie. Wonen Limburg is de grootste vastgoedeigenaar in de gemeente. Woningcorporatie Woonwenz heeft veel minder woningen in bezit, maar is desondanks ook een grote vastgoedeigenaar.

De meest kansrijke buurten voor de isolatieaanpak en het aardgasvrij‐gereed maken, zijn: Swolgen, Tuinhaversveld, Berkelsbroek, De Riet, Sevenum en Molenveld. In Molenveld en De Riet is het aandeel corporatiewoningen het grootst (respectievelijk 30 en 41 procent). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten. Kansrijke buurten voor aardgasvrij maken Op basis van de technische en financiële criteria zijn de meest kansrijke startbuurten voor het aardgasvrij maken: de Afhang en de Risselt (Horst) en Middelreuvelt (Grubbenvorst). De maatschappelijke kosten om uiteindelijk aardgasvrij te worden, zijn hier het laagst. In deze buurten staan relatief veel woningen die na 1992 zijn gebouwd en al voldoende of nagenoeg voldoende zijn geïsoleerd.

4.3

Sociaal‐economische criteria De manier waarop buurtinwoners tegenover de warmtetransitie staan, verschilt binnen een buurt, maar verschilt zeker ook van buurt tot buurt. Een logische invalshoek is te starten in die buurten/clusters waar de warmtetransitie bij inwoners het meest leeft en waar inwoners het meest gemotiveerd zijn. Er is in het kader van klimaatadaptatie per wijk onderzoek naar het klimaatbewustzijn van de inwoners gedaan aan de hand van de leefstijl. Hieruit kan worden afgeleid waar de grootste groep betrokken inwoners zit. We kunnen ook ervoor kiezen om, aansluitend bij sociaal‐economisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aardgasvrij te maken. Ook kan gekeken worden naar verschillen in de mate van zelfredzaamheid en bereidheid van inwoners (specifiek particuliere huiseigenaren) om te investeren. Er kan dus begonnen worden in buurten met de sterkste of juist de zwakste schouders. Soms nemen buurtinwoners het initiatief om gezamenlijk van het aardgas af te gaan, zoals in Kronenberg. Hier is de stichting EnergieKronenberg in 2014 opgericht. Deze zet zich samen met het dorp in voor een duurzame en milieuvriendelijke samenleving en voor een energieneutraal Kronenberg in 2030. De start is hier al gemaakt en burgerinitiatieven zoals deze kunnen het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente.

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Kansrijke buurten voor isolatieaanpak In de periode tot 2030 kan de aanpak zich beperken tot de isolatie en het aardgasvrij‐gereed maken van de woningen. Als de ambitie is om in deze periode een zo groot mogelijk aantal woningen te isoleren tot minimaal energielabel B, zijn de buurten met relatief veel woningen met energielabel C en D het meest kansrijk. Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd met veel gelijksoortige woningen. Hier kan een kostenefficiënte en systematische isolatieaanpak worden gevolgd. Voor de gemeente is het tevens een mogelijkheid om de aanpak van soortgelijke woningen uit de jaren ’60, ’70 en ’80 gemeentebreed op te pakken in plaats van de aanpak te richten op een geografisch afgebakend gebied zoals een wijk of buurt (bouwjarenaanpak). Op deze manier kunnen wij ons richten op doelgroepen in plaats van buurten. In buurten met relatief veel woningen met energielabel E, F en G zijn de woningen veel diverser van samenstelling en zijn de kosten voor het isoleren een stuk hoger. Hier staat een hogere energiebesparing en vermindering van broeikasgassen tegenover, maar omdat het om geringere aantallen woningen gaat, is ook de milieuwinst voor de eerstgenoemde categorie woningen het grootst.

28 Blad 20 van 45

29 Blad 21 van 45

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

buurten het gemiddelde inkomen hoog is. Van de kansrijke buurten voor de isolatie‐aanpak scoren de buurten Berkelsbroek en Sevenum het hoogst op dit sociaal‐economische aspect. Als we, aansluitend bij sociaal‐economisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aan willen pakken, zijn de buurten Molenveld en De Riet het meest kansrijk.

4.4

Natuurlijke momenten Het combineren van de warmtetransitie met grootschalige renovatie en sloop of nieuwbouw van vastgoed brengt kostenvoordelen met zich mee. De kosten van het aardgasvrij maken van buurten worden zo veel mogelijk beperkt als er wordt aangesloten bij natuurlijke renovatiemomenten. Dit geldt ook voor de aanleg van de benodigde infrastructuur. Het combineren van de aanleg van een warmtenet met de uitbreiding of vervanging van bestaande infrastructuren (wegen en riolering) kan kosten en overlast besparen. Ook de nieuwbouw van woningen is een natuurlijk moment. Nieuwbouwwoningen worden aardgasvrij gebouwd en in de planvorming wordt naar het meest passende alternatief voor aardgas gezocht. Door hierbij ook de omgeving te betrekken kunnen mogelijk ook omliggende bestaande woningen worden verduurzaamd. Deze “meekoppelkansen” zijn dus relevant voor zowel de vraag in welk jaar het slim is de wijk aardgasvrij te maken als voor de keuze van de technisch‐economische oplossing in een buurt. Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Vervanging energie infrastructuur De vervanging van de energie infrastructuur is geen onderscheidend natuurlijk moment voor de buurtaanpak. Enexis hanteert een flexibele planning voor het vervangen van de gasnetten.

Als het gasnet in een bepaalde buurt economisch is afgeschreven, betekent dat niet dat het gelijk wordt vervangen. Dat gebeurt alleen als het gevoelig is voor schade. Bij de vervanging van het gasnet zoekt Enexis contact met de gemeente en kijkt of er een alternatieve warmtevoorziening verwacht wordt en of het gasnet nog nodig is in de toekomst. Gasleidingen die na 1990 zijn aangelegd, zullen in de regel niet voor 2050 worden vervangen

In andere buurten zijn nog geen buurtinitiatieven zoals EnergieKronenberg ontstaan. Wel zien wij veel enthousiastelingen en willen wij gelijkgestemden bij elkaar brengen bijvoorbeeld in buurten waar men elkaar niet direct kent. Zo kunnen zij (indien hier animo voor is) samen een bottom‐up beweging in gang kunnen zetten en bijvoorbeeld als ambassadeurs/koplopers aan de gang gaan. Voor iedere buurt hebben we op basis van openbare gegevens inzichtelijk gemaakt hoe de inkomens verdeeld zijn, welk deel van hun inkomen door de inwoners aan energie wordt besteed, hoeveel energie er wordt verbruikt en hoeveel woningen al zonnepanelen hebben. Dit laatste criterium is een maat voor de bereidheid van inwoners om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren. Tot slot is inzichtelijk gemaakt in welke wijken energiearmoede relatief veel voorkomt en in welke wijken energiearmoede relatief minder voorkomt. In Tienray (8,65%), Broekhuizen (6,78), Horst (5,57%) en Kronenberg (5,51%) is relatief veel sprake van energiearmoede. In Evertsoord (2,94%), Melderslo (3,04%) en Meterik (3,06%) is relatief weinig sprake van energiearmoede (TNO energiearmoedekaart Nederland 2021).

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Om tot een selectie van kansrijke buurten/clusters te komen waar de financiële draagkracht voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen het grootst is, hebben we onderzocht in welke

30 Blad 22 van 45

Het laag‐ en middenspanningselektriciteitsnet is in veel buurten nog niet zwaar genoeg om alle woningen op een elektrische warmtepomp over te laten gaan of collectieve warmtepompen van stroom te voorzien. Enexis wil graag in een zo vroeg mogelijk stadium weten welke warmteoplossing in een bepaalde buurt wordt gekozen, zodat ze daar in hun planning rekening mee kunnen houden. Verder vindt Enexis het belangrijk dat bij de versterking van het elektriciteitsnet voor de warmtetransitie ook nagedacht wordt over de benodigde infrastructuur voor elektrisch rijden. Aan de hand van enkele scenario’s heeft Enexis kaarten ontwikkelt waarin de vervangings‐ /investeringsopgave (op basis van de huidige gegevens) per gebied wordt weergegeven (zie bijlage 1D‐1 t/m 1D‐4). Bij de keuze van startwijken/clusters dient deze kaart te worden geraadpleegd en zal met Enexis een passende aanpak afgestemd moeten worden. Vervanging riolering en wegen De vervanging van de riolering is vooral interessant voor combinatie met de aanleg van een warmtenet. De gemeente heeft momenteel geen vervangingsopgave voor de riolering. Jaarlijks wordt ca. 10% van het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd en daaruit volgt dan een reparatiebestek. Dit alles gebeurt van binnenuit (relining) waardoor het weglichaam niet opengebroken hoeft te worden.

Kortom: in Horst aan de Maas is de vervanging van de riolering vooralsnog geen natuurlijk moment voor de aanleg van eventuele warmtenetten.

31 Blad 23 van 45

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Renovatieopgave woningcorporaties De woningcorporaties zijn al flink gevorderd met het isoleren van de corporatiewoningen en zien het starten in buurten met veel corporatiewoningen als een kans, omdat dan ook de omgeving kan worden gestimuleerd. De woningen van woningcorporatie Woonwenz beschikken allemaal al over een label A+ of A. De woningen van Wonen Limburg hebben zitten gemiddeld op energielabel B. Wonen Limburg blijft verder investeren in verduurzaming de komende jaren. De aanpak van woningen met label E, F & G zitten daarbij vooraan de planning. De corporaties hebben tevens, vaak in pilotvorm, een start gemaakt met het aardgasvrij maken van corporatiewoningen. Ook zij isoleren bij voorkeur voordat gestart wordt met de energietransitie. De meeste dynamiek treedt op in buurten met relatief veel corporatiewoningen. Daar worden de komende jaren nog woningen geïsoleerd en/of van het gas gehaald. De meeste natuurlijke momenten worden achtereenvolgens verwacht in de buurten Weisterbeek (Horst), De Riet (Horst) en Molenveld (Grubbenvorst) omdat hier het aandeel corporatiewoningen het hoogst is.

Voor het in gang zetten van de warmtetransitie in combinatie met het benutten van natuurlijke momenten willen wij twee reeds gaande ontwikkelingen benutten. Enerzijds de gebiedsontwikkeling die momenteel plaatsvind in de buurten Molenveld, Weisterbeek en De Riet en anderzijds de geplande renovatieopgave van de woningbouwcorporaties de komende jaren in eveneens Molenveld, Weisterbeek en De Riet. De vervanging van riolering en wegen en de vervanging van de energie infrastructuur biedt kunnen voor Horst aan de Maas op dit moment niet worden benut als koppelkans. Voor verdere details over de woningvoorraad van de kansrijke wijken zie bijlage.

Gebiedsontwikkeling Op dit moment vindt in de buurten Molenveld, Weisterbeek en De Riet grootschalige gebiedsontwikkeling plaats. De gebiedsontwikkeling richt zich in deze buurten op de woningmarkt en de doorontwikkeling van de buurten, zoals het bevorderen van doorstroming van starters en senioren op de woningmarkt. Deze natuurlijke momenten kunnen aangegrepen worden om de woningen te isoleren en/of aardgasvrij te maken en het elektriciteitsnet te verzwaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11199011/1