13d Bijlage 2 Def Rapport Weerden HadM
Tekst van het document
Figuur 37. Werkgebied en plankaart Maasgaard.
35
•
In de SWOT de volgende zwakten worden gesignaleerd: ‘Maasdorpen met de rug naar de Maas’ en Maaslandschap weinig uitgesproken. En de volgende bedreigingen worden gezien: aantasting landschap met ‘ruimte voor de rivier’, ontgrondingen, schaalvergroting in de landbouw.
Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum, Stuurgroep GOW Ooijen-Wanssum is een grootschalige en integrale gebiedsontwikkeling op het grondgebied van de gemeenten Horst aan de Maas en Venray. Deze gebiedsontwikkeling voorziet in dijkversterking, rivierverruiming, de aanleg van wegen en bruggen, de realisatie van een aaneengesloten waterrijk natuurgebied en economische ontwikkeling. De vastgestelde en consequent toegepaste leidende principes zijn kaderstellend in de planvorming, aanbesteding en realisatie toegepast. De relevante leidende principes zijn:
Figuur 38. Definitief Ontwerp van het plangebied rondom Ooijen, gelegen in de gemeente Horst ad Maas.
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
1. De levende rivier krijgt de ruimte; ondiepe zandige geulen waar licht doordringt tot de bodem, natuurlijke oevers voor de Maas, aaneen gesloten natuur en vrije toegankelijkheid 2. Elke maatregel versterkt het gebiedseigen karakter; graven binnen de contouren van bestaande laagten, geen kunstmatig gevormde, onnodig grote of onnodig diepe geulstructuren, maatregelen dragen bij aan het zichtbaarder maken van het terrassenlandschap 3. Behoud of versterking van grondwaterstromen; alle keuzes omtrent geulaanleg staan in het teken van het benutten van grondwaterstromen omdat grondwater zorgt voor natuur- en belevingswaarden die zeldzaam zijn in het Nederlandse rivierengebied. 4. Vitale economie in een landschappelijk gaaf decor; nieuwe recreatieve initiatieven voegen zich qua schaal,opzet en bouwstijl naar de karakteristieken van het gebied.
4.3
36
zal verkend moeten worden of de omstandigheden in Grubbenvorst of Lottum geschikt zijn: een voldoende groot aantal woningen, nieuw of bestaand, niet te ver van water gelegen, dat verwarmd kan worden met energie die aan het oppervlaktewater wordt onttrokken. Middelen om de (nu nog) onrendabele top van dit soort initiatieven te dekken zijn beschikbaar bij het Rijk (“aardgasvrije wijken”). In gesprekken met de omgeving over energieopwekking uit water denk men al snel aan het benutten van de energie van het stromende water. Bij de Maas ter hoogte van de gemeente Horst is dat echter niet mogelijk omdat de rivier gestuwd is en een groot deel van het jaar (150 tot 200 dagen) stroomt het water dan bijna niet. Alleen bij de stuwen, waar er op korte afstand een groot verval is, is energieopwekking wel mogelijk, maar die stuwen liggen op grote afstand van de gemeente Horst en daarom buiten de scope van deze visie.
Energieopwekking 4.4
In 2030 moet de CO2 uitstoot in Nederland met 50% zijn teruggebracht. Dit kan via CO2 vastlegging (zie boven) en via opwekking van duurzame energie. Dat laatste krijgt vorm via de opstelling van een Regionale Energie Strategie RES. In gemeente Horst aan de Maas wordt in dat kader de ontwikkeling van een aantal windmolens voorzien, niet in de weerden van Grubbenvorst of Lottum maar elders, op de hoger gelegen gronden. Mogelijkheden voor duurzame energie liggen er ook in de Maas zelf. Ze verkeren nog in een ontwikkelingsstadium en genereren – anders dan wind turbines – nog geen financieel rendement maar wel maatschappelijk rende ment. Vooral warmteonttrekking (aquathermie) kan een mooie bijdrage aan de klimaatdoelen leveren – meer dan de opwekking van elektriciteit d.m.v. turbines. Buurgemeente Venlo werkt mee aan een pilot en de gemeente zou van die kennis kunnen profiteren en onderzoeken en/of ruimte kunnen bieden aan een vergelijkbare pilot in gemeente Horst aan de Maas. In eerste instantie
Rijksbeleid en Provinciaal beleid
Hoogwaterveiligheid Sinds de hoogwaters in de jaren ‘90 is er in Limburg veel werk verricht om de hoogwaterbescherming te verbeteren. Kades zijn aangelegd en versterkt tot dijken en de rivier heeft op een aantal plaatsen meer ruimte gekregen, zoals bijvoorbeeld in het project Ooijen-Wanssum. Ondanks dat door deze projecten het beschermingsniveau van veel bewoners van de Maasvallei is verhoogd, staan er bij het Rijk voor de komende jaren nog diverse plannen op stapel. De nationale strategie waar deze plannen onder passen heeft als titel ‘een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming’ en is beleidsmatig vastgelegd in het Deltaprogramma 2015 en het Nationaal Waterplan 2016-2021. Vanaf 2017 gelden daarbij nieuwe, aangescherpte wettelijke hoogwaterveilig heidsnormen voor de waterkeringen in het rivierengebied. Sindsdien is de norm niet langer alleen op de waterhoogte gebaseerd, maar zijn daarin ook
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
andere oorzaken waardoor een overstroming kan optreden meegenomen. Deze oorzaken, ook wel faalkansen genoemd, zijn bijvoorbeeld het instabiel worden van de kering of het bezwijken door kwelwater dat de bodem onder de dijk verweekt (zgn. piping). Door verschillende karakteristieken binnen het Maastraject (Grensmaas, Plassenmaas, Noordelijke Maasvallei, Beneden maas) pakt deze opgave heel verschillend uit voor deelgebieden van de Maas. In 2019 is door de Maasregio de Adaptieve uitvoeringstrategie Maas (AUM) samengesteld, waarin de mogelijkheden worden beschreven om de veilig heidsnormen te behalen met een combinatie van dijkversterking en rivier verruiming. De AUM geeft daarmee invulling aan het gewenste samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming en doet dat vanuit de volgende drie aspecten: 1. de doelen van waterveiligheid; 2. de wens om de ruimtelijke kwaliteit zoveel mogelijk te behouden en te versterken; 3. het belang om de rivier duurzaam te kunnen beheren. De AUM draagt dus nadrukkelijk bij aan een robuuste hoogwaterbescher ming langs de Maas met behoud van landschappelijke kernkwaliteiten en met regionaal draagvlak. Rivierverruiming wordt daarbij ingezet om de hoogteopgave te verminderen, maar de omvang daarvan is beperkt ten opzichte van de eerdere voorkeursstrategie uit 2014, waarin de nieuwe normen nog niet waren meegenomen.
De AUM biedt bouwstenen die ter inspiratie kunnen dienen voor verdere uitwerking in het gebied en voor het programma Integraal Riviermanagement (IRM). IRM is een initiatief van het Ministerie van IenW om, in samenwerking met andere partijen, na te gaan wat de samenhang is tussen verschillende opgaven in het rivieren gebied (zoals de waterveiligheidsopgave, vervanging van/aanpassing aan kunstwerken en infrastructuur, bevaarbaarheid, zoetwaterbeschikbaarheid, natuur en waterkwaliteit). Beoogd wordt een integraal uitvoerings programma te realiseren dat alle riviergebonden functies bedient. Ook de dijken in de gemeente Horst aan de Maas zullen op de langere termijn aan de beurt komen voor een nieuwe versterkingsopgave, omdat
37
de huidige dijken niet aan de wettelijke waterveiligheidsnorm voldoen. Voor de dijken bij Lottum en Grubbenvorst geldt dat de kans op overstromen op termijn verkleind moet worden tot een overstromingskans van 1/100 per jaar. Concrete plannen hiervoor zijn er nu nog niet maar in het kader van IRM-Vierwaarden zou dit wel op de agenda kunnen komen. Bij hoogwater bescherming wordt altijd gekeken naar zowel dijkversterkingen als rivier verruimende maatregelen (‘Ruimte voor de Rivier’). Het inzetten van bijvoorbeeld hoogwatergeulen, draagt bij aan het verminderen van de hoogteopgave van een waterkering, omdat daarmee de waterstand bij een hoogwater wordt verlaagd. Rivierverruimende maatregelen dragen echter niet bij aan het verkleinen van andere faalkansen (zoals instabiliteit of piping). Als gekozen wordt voor rivierverruiming zullen daarom altijd ook nog versterkingen aan de dijk zelf moeten worden uitgevoerd. Sedimentbeheer Een ander aspect dat bij het Rijk recent hoog op de agenda is gekomen, is het sedimentbeheer van de Maas. De rivier vervoert, als zij stroomt, grind en zand over de bodem en klei zwevend in de waterkolom en er zijn zorgen dat de balans in dit transport verloren is gegaan. De Maas voert van boven strooms vooral steeds minder zand aan en daarom neemt het water zand op vanaf de bodem van de rivier, waardoor deze zich gaandeweg verdiept.
Het gaat om centimeters per jaar en op de lange termijn is dit geen duurzaam vooruitzicht en daarom gaat het Rijk op zoek naar mogelijkheden om het sedimentbeheer te verbeteren. De planvorming hiervoor is recent opgestart binnen het Programma Integraal Rivier Management, en het is de verwachting dat dit op termijn tot nieuw beleid zal leiden voor inrichting en beheer van de rivier. Ook de inrichting van de uiterwaarden is daarbij van belang omdat de hoogteligging daarvan de mate van doorstroming bepaalt en daarmee invloed heeft op het zandtransport in het riviersysteem. Beleidslijn Grote Rivieren Wat de rivier betreft is verder van belang dat alle ingrepen die in het zomer- en winterbed worden uitgevoerd door Rijkswaterstaat voldoen aan
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
38
de eisen uit de Beleidslijn Grote Rivieren. Dat houdt o.a. in dat een ingreep geen opstuwend effect mag hebben op de waterstanden. Daarom moeten alle ingrepen getoetst worden op hun rivierkundige effecten aan de hand van het rivierkundig beoordelingskader. Een woning bouwen in het Maasdal, maar ook het aanplanten van een bos, of het inrichten van boomgaarden, het bouwen van windmolens en alle andere objecten die de ruimte voor de rivier beperken zijn dus niet zomaar mogelijk. Maar ook maatregelen die de ruimte voor de rivier vergroten, zoals een weerdverlaging of het graven van een nevengeul zullen worden getoetst, want zij beïnvloeden ook de doorstroming en kunnen lokaal voor stroomverlamming zorgen wat weer invloed heeft op het sedimenttransport van de rivier. Voor alle planen die in het Maasdal worden gesitueerd, geldt een vergunningplicht en is het dus belangrijk om al op voorhand er rekening mee te houden dat Rijkswaterstaat deze zal toetsen. Kaderrichtlijn water Nederland en de andere landen van de Europese Unie vinden goede water kwaliteit belangrijk in alle Europese wateren en daarom is in 2000 samen afgesproken om maatregelen te nemen in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze richtlijn bepaalt dat de wateren in 2027 een goed leefgebied moeten vormen voor de planten en dieren die er thuishoren.
Hier is nog grote winst in te behalen door leefgebieden te herstellen, vissen ruim baan te geven en het water schoon en gezond te houden. Rijkwaterstaat is in Nederland belast met het bedenken en uitvoeren van de maatregelen die hiervoor nodig zijn in de grote rivieren Het Waterschap heeft dezelfde taak, maar dan voor de beeksystemen. Vanwege de Kader Richtlijn water zijn er de afgelopen 10 jaar al veel maatregelen uitgevoerd, zoals het ontstenen van de Maasoevers en het aanleggen van nevengeulen en herstel van kwelmilieus waar grondwater naar de oppervlakte kan komen. Ook zijn door Rijkswaterstaat en het Waterschap enkele beekmondingen hersteld en optrekbaar gemaakt voor vis. Ondertussen loopt bij Rijkswaterstaat een volgende verkenning (KRW-tranche 3) naar mogelijke maatregelen die voor 2027 moeten worden uitgevoerd. Ook in de weerd van Lottum zijn maatregelen gepland. Het is de ambitie van het Rijk, uit te voeren door Rijkswaterstaat of het Waterschap,
Figuur 39. Kaart natuurnetwerk Limburg met de gerealiseerde natuurgebieden (groen) en areaal dat recent geschrapt is uit de provinciale ambitie (oranje).
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
om naast de mondingen ook van de beek en het hele beekdal de kwaliteit te vergroten; de zgn. beekdal brede benadering. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschrijft het Waterschap Limburg haar rol ten aan zien van de waterkwaliteit, zoals het aanpakken van watervervuiling, het geven van een natuurlijke inrichting aan beken en het bevorderen van de biodiversiteit. Zo werkt het waterschap aan een voorstel voor de herinrichting van de Siebersbeek. Natuur en Landschap Het natuurbeleid is vanouds een taak van het Rijk geweest, maar is sinds een kleine 10 jaar gedelegeerd naar de provincies. De realisatie van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waar het Rijk rond het jaar 1995 was begonnen, is daarmee ook bij de provincies komen te liggen. Het Rijk zorgt nog wel voor de financiering, maar de uitvoering ligt nu bij de provincies. Het totale areaal natuurgebied maakt nu ca 15% uit van de weerden. Deze natuurgebieden maken veelal deel uit van het Goudgroene natuurnetwerk, zoals het NNN in Limburg heet. Met uitzondering van de oeverstrook van de Maas, die wel als natuur beheerd wordt, maar er geen deel van uitmaakt. Toen het natuurnetwerk ca 25 jaar geleden door het Rijk werd ontwikkeld (toen nog EHS geheten) was het de ambitie om ongeveer de helft van de weerden in de Maasvallei om te vormen tot natuur.
Enkele jaren terug heeft de provincie Limburg deze ambitie omlaag geschroefd en inmiddels is de ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden in de weerden vrijwel stilgelegd. Alleen als derden de inrichting voor hun rekening nemen, b.v. door her inrichting van oeverzones na een zandwinning is nog uitbreiding van het areaal mogelijk.
39
ontwikkeld moeten worden, met daartussen solide verbindingen. De weerden in de Maasvallei komen dan in aanmerking voor een versterking van die corridorfunctie. De komende jaren zal duidelijk worden wat het voor dit gebied betekent. Het idee is dat de weerden bij Grubbenvorst en Lottum met natuurontwikkeling mogelijkheden bieden voor ontwikkeling van een stapsteen met een substantiële omvang, die zorgen voor een robuuste riviernatuur en verbinding tussen natuur-‘hot spots’ als de Grensmaas, de Gelderse poort, de Biesbosch en binnendijkse natuurgebieden. In samenhang met ontwikkeling van natuur-inclusieve landbouw biedt dit tevens kansen voor toename van de biodiversiteit.
Figuur 40. Kaart van het netwerk dat het rivierengebied vormt en waarvoor de PAGW de ambitie heeft geformuleerd
Recent is door de ministeries van LNV en Infrastructuur en Waterstaat een nieuw Rijksprogramma in ontwikkeling gebracht, de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), waarbij vooral de natuurkwaliteiten van het rivierengebied in de aandacht staan. Deze aanpak gaat uit van een viertal hotspots (Grensmaas, Gelderse Poort, Biesbosch en IJsseldelta) die sterk
om de komende decennia de natuurkwaliteiten te verbeteren.
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Hoofdstuk 5 Resultaten gebiedsparticipatie
40
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Tijdens de verkenning voorafgaand aan het opstellen van dit ontwikkelings perspectief is veel informatie opgehaald bij de belangenorganisaties, onder nemers en gebruikers van het Maasdal. Tijdens de verschillende gesprekken bleek dat men vaak nauw betrokken is bij de weerden van de Maas. De inbreng leverde veel waardevolle inzichten op en soms was één gesprek niet voldoende omdat er ondertussen nieuwe ideeën waren opgekomen. Om een zo breed mogelijk publiek te kunnen raadplegen zijn ook de bewoners van de dorpen geraadpleegd. In Lottum gebeurde dit via een webinar en enquête door de dorpsraad en in Grubbenvorst werd door de gemeente een enquête gehouden onder alle bewoners, die door 535 respondenten werd ingevuld. Bewoners en ondernemers organiseerden zelf ook bijeenkomsten waar mensen met ideeën en plannen het woord konden nemen. In figuur 41 is in een SWOT1-tabel een korte opsomming gegeven van een aantal belangrijke bevindingen. Deze worden hierna nader toegelicht, onderverdeeld in zes thema’s: recreatie en vrije tijdseconomie, natuur en landschap, landbouw, delfstoffenwinning, leefbaarheid en woningbouw.
41
5.1
Recreatie en vrije tijdseconomie
Een belangrijke vraag die voorligt en die met name in Grubbenvorst ook heeft geleid tot twee verschillende burgerinitiatieven is welk type recreatie men wenst in de weerden van de Maas: extensief, wat vooral aansluit bij de huidige kwaliteiten van het landschap of intensief, waarbij nieuwe elementen in het gebied zullen moeten worden ingepast, zoals bijvoorbeeld een groot open water. Langs de Maas in Limburg zijn beide vormen van recreatie aanwezig, waarbij in eerste instantie, in de jaren tachtig, vooral de intensieve recreatie op kwam rond de Maasplassen in Midden Limburg. In de laatste 20 jaar kwam minder geconcentreerd op andere plaatsen langs de Maas ook de extensieve recreatie op. De Noordelijke Maasvallei profiteerde vooral van de tweede stroom en zo kon het zich ontwikkelen van een onbekend gebied tot een regio met veel binnenlandse recreatie en toerisme. Steeds meer recreanten weten de Noordelijke Maasvallei nu te vinden, vooral voor een dagje of weekendje uit, maar ook langere verblijven nemen toe. Deze sector is de laatste jaren dan ook steeds belangrijker geworden voor de regionale economie. Recreatieondernemers uit de gemeente geven aan dat de gasten die men ontvangt altijd erg zijn te spreken over de Maasvallei en omgeving. Men vindt er rust en ruimte en veel afwisseling, leuke dorpen, veel natuur etc. Ook het “kneuterige” spreekt de bezoekers aan.
Velen hebben het de laatste jaren ontdekt als een interessante bestemming die veel te bieden heeft. De gasten gaan er vooral met de fiets op uit en zwerven dan door het gebied heen. De pontjes zijn erg in trek evenals de plaatsen om wat te eten en drinken (vooral terrasjes). Men vindt de Maasvallei een goed alternatief voor Zuid-Limburg, dat veel gasten juist als erg druk ervaren. Hier vindt men echt rust.
Figuur 41. SWOT analyse vanuit de gebiedsparticipatie.
1. SWOT staat voor: Strength, Weaknesses, Opportunities, Threats
Jong en oud genieten van de rust en de ruimte van de Maasvallei, maar de grootste groep bestaat uit mensen uit het wat oudere segment, die wat meer tijd te besteden hebben en zij gaan ook vooral buiten het hoogseizoen op
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
42
stap. Vaak hebben zij ook wat te besteden. De tijd dat men met zelf gesmeerde boterhammen op pad ging is wel voorbij. Wat ook minder is geworden zijn de mensen met een vaste standplaats op een camping voor een heel seizoen. Daarvoor in de plaats zijn er nu veel meer campers en die blijven minder lang. Het seizoen is gaandeweg langer geworden. Dat zie je b.v. aan de Pieterpadlopers, die komen nu het hele jaar. Ook Duitsers en Belgen komen vaak buiten het hoogseizoen, vooral in de herfst en de winter.
overal mogelijk en vaak liggen paden of wegen er (te) ver vanaf. Een door gaande route dicht langs de rivier, of met zicht op de rivier is een grote wens. Grote nevengeulen worden door de meeste recreatieondernemers niet gezien als een verrijking, maar eerder als een verarming omdat het de verbinding die de Maas nu biedt doorbreekt en ten koste gaat van het bestaande, gewaardeerde landschap. Ook een eventuele lange uitvoeringstermijn van grote ingrepen wordt als nadeel gezien.
Arcen is een belangrijke magneet voor toerisme en recreatie, bekend bij velen en men gaat er graag heen. Als er een evenement in Arcen is, dan verblijven de bezoekers daarvan trouwens graag in Lottum. Zo pikt de westelijke oever ook een graantje mee van de bekendheid. Toch zouden ondernemers, maar ook bewoners niet graag zien dat Lottum of Grubbenvorst ook zo druk zouden worden. Via de pontjes die de beide Maasoevers verbinden komen de bezoekers van Arcen echter ook op de westelijke oever en daar kan gemeente Horst aan de Maas van profiteren. Dat bezoek over en weer kan nog verder bevorderd worden, b.v. door verbindende routes. Het zogenaamde ‘achtje’ dat het burgerinitiatief Grubbenvorst heeft geïntroduceerd, dat via de verschillende veren de diverse dorpen op de beide oevers verbindt, sluit hier goed bij aan.
Eventuele ontwikkelingen zijn niet persé ongewenst, maar het moet wel aansluiten bij het karakter van het huidige, kleinschalige Maasdal en snel uit te voeren zijn. Een plasje zoals nu tussen Lottum en Broekhuizen ligt, waar klei uit gehaald is voor de kades na 1995, valt in de smaak. Hier is veel natuur omheen, er zijn vaak vogels te zien en is een aanvulling op het kleinschalige karakter van het gebied. Het recent uitgevoerde project bij Ooijen-Wanssum wordt ook als positief beoordeeld, omdat het in korte tijd veel heeft opgeleverd en omdat het biedt waar de recreanten van het Maasdal juist voor komen.
Vanuit de ondervraagde recreatieondernemers hoort men weinig dat er wordt gemist in het landelijk gebied. De klanten zijn over het algemeen erg tevreden. Met name in de warme zomers van de afgelopen jaren was er wel behoefte aan water om langs te kunnen recreëren. De Maasoevers zijn daarvoor nu te weinig toegankelijk. Ook daar gaat de recreant van de Maasvallei trouwens liever op zoek naar een rustig plekje en niet naar drukke recreatieplassen. Op de Maas ergert men zich aan de snelle motor boten en jetski’s. De zones waar dit mag/niet mag worden onvoldoende gehandhaafd is een opmerking die vaker terugkwam. De Maas is voor velen een belangrijke factor, men fietst of wandelt graag langs de rivier en tochten met pontjes zijn zeer in trek. Helaas is dat niet
Herstel van de strandjes langs de Maas is een veel gehoorde wens. Ook wordt gevraagd om andere mogelijkheden om te zwemmen in de weerden. Ter hoogte van de kazemat bij Lottum zou een kleine zwemgelegenheid kunnen worden gegraven, b.v. met een zandstrandje. In Grubbenvorst is er zo’n strandje langs de Maas en dat wordt ’s zomers veel gebruikt door vooral ouders met kinderen. Bewoners en ondernemers zijn positief over het kleine geultje bij Lomm dat benedenstrooms van de zandwinning recent voor recreatie is ingericht. Het heeft schaal en heeft een fraaie vorm en je kan er veel beter zwemmen dan bij het strandje in Grubbenvorst, met name ook omdat er geen golfslag is van de binnenvaart. Zo’n voorziening zou, liefst dicht bij het dorp, ook goed in de weerd voor Grubbenvorst passen. In Grubbenvorst is vooral de ijssalon een belangrijke trekpleister. Op het dorpsplein is naar de mening van ondernemers nog wel meer ontwikkeling mogelijk. Een goede verbinding met Venlo is vooral voor Grubbenvorst van
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
belang. Er is nu een route over de westelijke oever, maar een ook een aan trekkelijke route over de oostelijke oever, via de pont naar Grubbenvorst, heeft zeker potentie maar dan moet het dorpsfront van Grubbenvorst wel uitnodigen om er heen te rijden. Veel fietsers hebben tegenwoordig een e-bike en het stallen van die fietsen is steeds meer een vraag van betekenis geworden. Men mist goede voor zieningen om de fietsen aan vast te zetten op plekken waar men even wil afstappen zoals bij de beginpunten van wandelpaden in de dorpen (o.a. het Petranpad). Ook ontbreken voldoende goed gesitueerde parkeerplaatsen voor auto’s van recreanten die daar dan hun fiets uitladen en een dagje gaan fietsen. Langs de Maas wordt graag gevist. Hiervoor zouden meer voor zieningen (parkeren, paden naar de oever en b.v. strandjes of steiger) mogen komen aldus de recreatieondernemers. De Maas is verder als vaarverbinding belangrijk voor de recreatievaart. Van de aanmeersteigers voor passanten wordt op bescheiden schaal gebruik gemaakt maar ze hebben last van behoorlijke golfslag omdat ze direct in het zomerbed van de Maas liggen. Uit de gesprekken met de dorpsraden van beide dorpen en uit de enquête in Grubbenvorst blijkt dat de bewoners het huidige aanbod en een meer extensieve recreatieve ontwikkeling sterk ondersteunen.
In Lottum wil men graag voortbouwen op de huidige recreatieve mogelijkheden en die verder versterken. De geënquêteerden in Grubbenvorst stemden voor vooral extensieve recreatie in plaats van intensieve recreatie. Dit blijkt ook uit het feit dat een nog groter aantal graag ziet dat het netwerk van (fiets)paden wordt uitgebreid of verbeterd. Elementen in het landschap die samenhangen met intensieve recreatie zoals een groot open water of een jachthaven werden juist afgewezen. Als het alleen om een passantenhaven ging, staat men daar positiever tegenover. Over een nieuwe, kleine zwemplas waren de meningen precies 50/50 verdeeld en als het om uitbreiding van de bestaande zwem gelegenheid langs de Maas ging was de meerderheid voor. Er mag volgens de antwoorden uit de enquête meer gedaan worden om toeristen en recreanten te trekken naar het gebied, maar dan vooral om daar te komen fietsen en
43
wandelen, of de horeca in de dorpen te bezoeken. Over nieuwe horeca waren de stemmen van de ondervraagden ongeveer gelijk verdeeld. Dit in tegenstelling tot recreanten die op waterrecreatie en -sport afkomen; het aantrekken van deze doelgroep wordt door een ruime meerderheid van de respondenten niet als doel gezien.
5.2
Natuur en landschap
In de weerden zijn Limburgs Landschap en Staatsbosbeheer de belangrijkste terreinbeherende organisaties. Op een groot areaal na rond de monding van de Molenbeek/Siebersbeek (ca 24 ha) gaat het meestal om vrij kleine, geïsoleerde percelen. Ook Rijkswaterstaat heeft gronden in eigendom, vooral in de oeverzone van de Maas, die als natuurgebied beheerd worden. De natuur organisaties zouden graag zien dat de ambities voor natuurontwikkeling weer worden vergroot. Om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen moet het areaal groter worden en voor duurzame populaties van veel soorten moeten de natuurgebieden met elkaar verbonden worden. De Maasuiter waarden lenen zich daar goed voor omdat ze van nature een lang lint vormen waar de natuurlijke processen in grote lijnen hetzelfde zijn. Daarnaast zijn ecologische verbindingszones gewenst tussen het Maasdal en de natuur gebieden op de hogere gronden ten westen van de weerden, zoals bijvoor beeld het Kaldenbroek dat al een waardevol natuurgebied is. Om de stikstofen koolstofcrises het hoofd te bieden kunnen nieuwe natuurgebieden ook een belangrijke rol spelen. Via het omzetten van intensieve landbouwgrond naar natuur kan namelijk de uitstoot van stikstof worden verminderd en ook zal in deze gebieden koolstof worden vastgelegd, waardoor de balans voor deze stoffen voor Nederland minder ongunstig wordt.
De huidige natuurgebieden laten zien dat een extensief beheer al snel veel bijzondere natuur op kan leveren. De natuurgebieden dragen daarnaast ook sterk bij aan het afwisselende landschap van het Maasdal en vormen daarom een belangrijke trekpleister voor de bezoekers. De natuurbeheerders stellen
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
hun gebieden, als het even kan, ook open voor het publiek en hebben met name in Lottum ook samengewerkt met bewonersgroepen om paden en verblijfplekken te creëren voor de bezoekers. Ook de bewoners van de Maas dorpen komen graag in deze gebieden en profiteren van de nieuwe routes die er zijn aangelegd. Er leven onder de inwoners veel wensen om in de toekomst de kwaliteit van het landschap verder te vergroten door nieuwe natuur gebieden met daarin meer recreatieve routes. De natuurorganisaties zijn graag bereid hun eventuele nieuwe terreinen daarvoor beschikbaar te stellen. Uit de enquête van de dorpsraad in Lottum bleek dat de bewoners hun uiterwaard graag willen houden zoals deze nu is met meer ruimte voor kleinschalige landbouw en natuurlijke elementen. Dat bleek ook uit de enquête in Grubbenvorst waar een ruime meerderheid de huidige inrichting waardeert. Toch sluit men nieuwe ontwikkelingen ook weer niet helemaal uit, maar dan hoogstens kleinschalig. Eén van die gewenste veranderingen die ruim werd ondersteund in de enquête is dat het areaal natuur zou mogen worden uitgebreid en dat er meer natuur inclusieve landbouw komt. De Maasoever inrichten als een brede natuurstrook wordt ook door veel mensen als een positieve verandering gezien.
5.3
Landbouw
De agrarische sector is vanouds de belangrijkste gebruiker van het gebied en de weerden zijn voor ca 80% in agrarisch gebruik. Uit de vragen in de enquête in Grubbenvorst blijkt dat de bewoners de landbouw ook als een kenmerkend onderdeel van de weerden zien. Maar van een relatief groot aantal mag de dominante plek die het inneemt wel verminderen. De gewas keuze op het akkerland is de laatste decennia steeds eentoniger geworden en vooral het areaal mais is sterk toegenomen. Uit gesprekken met agrariërs blijkt dat vooral de eenjarige pacht waarin de grond wordt uitgegeven hier aanleiding voor geeft. Zo’n constructie trekt geen boeren aan met toekomst plannen en een gebruiker zal dan niet investeren in de grond. Dat betekent
44
dat er maar weinig teelten mogelijk zijn en vaak blijft dan alleen mais over. De pachter komt er dan alleen om in de winter mest uit te rijden, in het voor jaar om te zaaien, in het najaar om te oogsten en ‘laat de grond vervolgens voor dood achter’ aldus een agrariër uit het gebied. Voor duurzamere landbouw moet je denken aan pachtperioden van 3 tot 5 jaar of nog langer. Dan kan de pachter investeren in een betere behandeling van de bodem, kan de bodemstructuur verbeteren en wordt de teelt van andere gewassen mogelijk. Grondgebonden teelten werken namelijk met een bouwplan met een cyclus en dit levert zeker in de eerste jaren onvol doende op om al te hoge grondkosten te kunnen dragen. Dit geldt ook voor natuur inclusieve teelten. Daar heb je meer grond voor nodig met een lage kostprijs. Zo’n gebied kan ook fraaier ingericht worden met natuurlijke randen, maar de percelen moet je dan wel voor 3–5 jaar uit kunnen geven. Liever nog een hele generatie; dan wil een agrariër wel investeren. Daar profiteert ook de biodiversiteit weer van. De reden dat de eigenaar voor 1-jarige pacht kiest, is dat het meer flexibiliteit biedt en voor de verpachter geen lange-termijn verplichting met zich mee brengt. Het trekt vooral melk veehouders aan op afstand die bereid zijn meer te betalen, maar het gaat wel ten koste van de kwaliteit van de grond.
Ook de gemeente werkt trouwens met 1-jarige pacht; dus die zou zelf een voorbeeld kunnen stellen. Een van de loonwerkers in het gebied heeft op eigen initiatief de laatste jaren koolzaad en gele mosterd geteeld. Dat oogstte direct waardering van bewoners en recreanten toen het in bloei stond. Hij heeft samen met een telersvereniging een pers gekocht voor de vervaardiging van koolzaadolie. De verdiensten per ha zijn niet hoog, maar deze gewassen zijn ook geschikt als vruchtwisseling. Dit geeft aan dat er ondernemers zijn die bereid zijn om gevarieerdere teel ten te introduceren. Ook de inwoners van de dorpen zouden graag een meer gevarieerde landbouw zien met andere gewassen en ook is er een grote voorkeur voor natuur inclusieve vormen van landbouw. De agrarische ondernemers en hun belangenorganisatie willen graag dat er zorgvuldig met de grond in de weerden omgegaan wordt. Een zandwinning
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
45
die een grote plas achterlaat juichen ze niet toe, maar ook zonnepanelen weides niet; die passen in hun ogen beter in midden Limburg op het bestaande water. Ook al stoppen er veel boeren, er zijn ook altijd nog veel boeren op zoek naar grond en de gronddruk is daarom hoog. Daarbij zorgen andere ontwikkelingen (zoals recreatieparken, zandwinning en aankoop door inves teringsmaatschappijen) voor hoge grondprijzen. Voor een lokale agrariër met toekomstplannen is er daarom weinig te kiezen is. De hogere delen van het gebied zouden ook geschikt gemaakt kunnen worden voor ecologische teelten, maar dan moet je jarenlang kunnen investeren in het gebied en die mogelijkheid hebben de gebruikers niet. Ook boomteelt wordt genoemd als mogelijkheid. Het gebied is daarvoor geschikt, mits het maar weinig over stroomt. In het winterbed van de rivier is de teelt van langjarige teelten echter niet mogelijk vanwege de restricties die RWS oplegt aan de ruwheid van de vegetatie.
grotere vraagtekens bij gezet. De grote omvang van de ingreep en de lange duur waardoor gebieden soms meer dan 10 jaar niet toegankelijk zijn, roept ook steeds meer weerstand op. De zandwinsector heeft in de Noordelijke Maasvallei vooral na 1995 grond posities verworven. De plannen die destijds ontwikkeld werden voor hoog waterbescherming door middel van rivierverruiming waren hiervoor een belangrijke aanleiding. Tot nu toe heeft dat alleen in Lomm en bij Well tot concrete projecten geleid, waar respectievelijk sinds het jaar 2000 en 2010 zand gewonnen wordt. In de gemeente Horst aan de Maas is ook bij Raaijeind sinds 2019 gestart met zandwinning. Daar gaat het om een centrale verwer kingsinstallatie waar gedurende ca. 25 jaar zand verwerkt en veredeld kan worden dat uit winningen elders beschikbaar komt. Na afloop blijft er een waterplas over omgeven door een natuurgebied waarbinnen conform uit spraak van de Gemeenteraad alleen extensieve recreatie mogelijk is.
Een mogelijkheid die men noemt, is als provincie en gemeenten de grond weer terug zouden kopen om er dan samen met de agrariërs een mooi gebied van te maken door er samen een goed verdienmodel voor uit te werken. Dit werkt niet wanneer het gebied ingrijpend op de schop gaat; ‘als er hier grote nevengeulen komen, dan is de kans op zo’n ontwikkeling verkeken’. De LTO werkt momenteel zelf ook een grondvisie uit, met daaronder een goed verdienvermogen. Daarbij wordt niet alleen naar het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid gekeken. Het is dan wel nodig dat de overheid dit onder steunt. Bijvoorbeeld door een omgevingsfonds hiervoor in te zetten.
De grondposities die de zandwinners in beide weerden hebben, zouden zij graag verzilveren. Hun aanbod is om in ruil voor een ontgrondings vergunning hoogwatergeulen aan te leggen, waarna zij het gebied vervolgens opleveren op een manier die aansluit bij de wensen vanuit de gemeenschap. De sector heeft hiervoor in de loop van de laatste 20 jaar verschillende plannen gemaakt en deze ook al enkele malen op gemeentelijk en provinciaal niveau en aan de omgeving gepresenteerd. Sinds nevengeulen hoogstens nog een deeloplossing zijn voor de hoogwaterveiligheid zijn ze voor dat doel niet meer zo aantrekkelijk. Daarom zoekt de sector nu naar mogelijkheden om met deze winningen een ander maatschappelijk doel te kunnen dienen, bijvoorbeeld een mix van watersportrecreatie en natuur.
5.4
Delfstoffenwinning
Tijdens het omgevingsproces kwam de delfstoffenwinning vaak aan de orde en de vraag die vaak gesteld werd, was welke rol er voor deze sector in de weerden is weggelegd. Vanuit het verleden is delfstoffenwinning een belang rijke factor langs de Maas maar mede door de toegenomen aandacht voor het landschap worden daar door bewoners en omgevingspartijen steeds
Een groep ondernemers uit Grubbenvorst heeft hierop ingespeeld en is het burgerinitiatief Gezicht naar de Maas gestart. Het toekomstbeeld van Gezicht naar de Maas behelst een grootschalige recreatieve ontwikkeling voor de weerd van Grubbenvorst. Het idee hierbij is dat er rondom een groot open water dat na de zandwinning resteert, volop kansen zijn voor watersport faciliteiten, een jachthaven, horeca, een speeltuin, drijvende woningen etc.
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Dit project zal de economie van het dorp aanwakkeren en daarmee de leef baarheid van Grubbenvorst vergroten. Ook het Maasfront van Grubbenvorst zou in deze ontwikkeling meegenomen kunnen worden met nieuwe woningen, zodat een dorpsfront ontstaat dat weer gericht is op de Maas. Hierbij heeft men zich laten inspireren op Arcen en Broekhuizen waar Maas en dorp ook sterk verbonden zijn. De zandwinners zorgen er in deze opzet voor dat het gebied zo wordt opge leverd dat andere ondernemers daarop voort kunnen bouwen. Zij leggen dus niet de jachthaven aan, maar realiseren wel het water en de oevers op een zodanige manier dat daar later een verdere inrichting tot haven mogelijk is. In het voorstel van de ondernemers uit Grubbenvorst is verder voorzien dat de gronden die niet vergraven worden en waar geen recreatievoorzieningen komen, beschikbaar zijn voor natuur of natuur-inclusieve landbouw. Zo kan de zandwinning de motor worden voor een volledige transitie van de uiter waard naar een grote waterplas met ruimte voor intensieve recreatie en natuurgebied in die delen van de weerd die niet vergraven worden of nader hand opgevuld met onvermarktbare bovengrond. Voor Grubbenvorst zijn deze plannen momenteel het verst ontwikkeld, maar ook nabij Lottum zijn grondposities ingenomen en zijn bedrijven plannen aan het ontwikkelen.
De mogelijke winvolumes zijn daar nog groter dan in Grubbenvorst. Gaande het omgevingsproces om tot een ontwikkelkader te komen bleek dat het draagvlak voor een grootschalige ontwikkeling in de weerden klein is. Zo hebben bijna alle organisaties die in de gespreksronde zijn geconsulteerd aangegeven afwijzend te staan tegenover grote zandwinningen. Ook het plan voor een intensief recreatiegebied vindt maar bij een klein deel van de gesprekspartners weerklank. Nadat de ideeën voor deze grootschalige ont wikkeling door Gezicht naar de Maas met de bevolking waren gedeeld, is een deel van de bewoners ook een nieuw burgerinitiatief gestart, Genieten aan de Maas genaamd, dat met een alternatief plan kwam dat de uiterwaard zoveel mogelijk respecteert en hoogstens ruimte biedt aan kleinschalige ingrepen.
46
In Lottum spraken de bewoners zich via een webinar die de Dorpsraad had georganiseerd uit tegen een zandwinning die hun weerd sterk zou veranderen. In Grubbenvorst bleek ook uit de enquête, bij de vragen die met zandwinning samenhangen, dat men vooral een zorgvuldige omgang met het huidige landschap wenst. Van de antwoorden geeft een ruime meerderheid aan dat zij geen voorstander zijn van zandwinning, Ook in de situatie dat een zandwinning maatschappelijke meerwaarde oplevert blijft het animo nog steeds gering en ook als er andere voorzieningen zoals sport faciliteiten mee gefinancierd kunnen worden. Het geringe draagvlak heeft enerzijds te maken met de grootschalige verandering van het gebied waar men afwijzend tegenover staat. Een groot open water, van meer dan 10 ha, dat na zandwinning in het gebied achter zou kunnen blijven, wordt door weinigen positief gewaardeerd en ook als het slechts een klein open water is, van 1 – 3 ha, kan dat niet op veel draagvlak rekenen. Daarnaast schrikt ook de eventuele lange uitvoeringstijd van een zandwinning af.
5.5
Leefbaarheid
De Noordelijke Maasvallei was 25 jaar geleden nog een relatief onbekende plek. Juist het Maasdal heeft zich in de afgelopen decennia snel ontwikkeld als toeristische trekpleister en aantrekkelijke woonomgeving. In de dorpen profiteren vooral de ondernemers in de horeca, maar ook andere bedrijven pikken een graantje mee en het aantal bezoekers is daarmee een belangrijke motor voor het voorzieningenniveau voor de inwoners. Horst aan de Maas is mede om deze reden een aantrekkelijke gemeente om te wonen en te werken. Binnen de gemeente is met name Broekhuizen een toeristische hotspot. Het veer dat hier centraal in het dorp aanmeert en het aantrekkelijke dorps front werken hier als een magneet. Een belangrijk aspect is ook dat diverse wandel- en fietsroutes door het dorp lopen en de nabijheid van het Nationaal park Maasduinen en Arcen. Ook Lottum is bekend bij veel recreanten, met
Resultaten gebiedsparticipatie • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
name vanwege de historie als rozendorp. Mede op initiatief van de dorps bewoners is er al sinds jaar en dag veel gedaan om de aantrekkelijkheid van het dorp en het omliggende landschap te vergroten. Onder andere zet men zich in voor de toegankelijkheid van de weerden en de bereikbaarheid van de Maasoevers. Er is een strandje aangelegd, bomen zijn geplant en de Thielenswei is ingericht als natuurbeleefplek voor kinderen. Deze initiatieven verhogen de aantrekkelijkheid voor de bewoners om er te wonen, maar het trekt ook meer tevreden bezoekers. Vanwege de extra bestedingen vanuit deze bezoekers profiteert vervolgens weer de lokale economie, zodat het lokale voorzieningenniveau toeneemt, wat weer een positieve uitstraling heeft op het vestigingsklimaat. Binnen het dorp zijn er nog volop plannen voor verfraaiing van het bestaande landschap rondom het dorp en dit zal de hierboven beschreven ontwikkeling verder versterken. Volgens de Dorpsraad ervaren veel inwoners van Lottum de leefbaarheid van hun woonomgeving dan ook als goed. Er is daarom ook geen behoefte aan grote veranderingen in de weerden en een plan zoals Gezicht naar de Maas voor de weerd van Grubbenvorst heeft ontwikkeld, wijzen ze daarom af als mogelijkheid voor de weerd bij Lottum. Voor Lottum is vooral het (vracht)verkeer dat door de kernen gaat een doorn in het oog.
In Grubbenvorst is de situatie anders dan in de andere Maasdorpen binnen de gemeente; ondanks de ligging aan de Maas, het charmante dorpsplein, een veer over de Maas en een uitgestrekte weerd. Het is het meest zuidelijke dorp van de Noordelijke Maasvallei en de transformatie die het Maasdal heeft ondergaan waarbij de bezoekersstromen langzaam toenemen en er meer bestedingen komen, lijken Grubbenvorst nog niet bereikt te hebben. Tegelijkertijd is vanuit het zuiden de stedelijke invloedsfeer van Venlo wel richting het dorp opgeschoven en Grubbenvorst ligt daarom op een kantel punt naar welke sfeer het in de toekomst zal gaan overhellen. Deze keuze waar het dorp voor staat is ook direct merkbaar onder de bewoners en de discussie over de zandwinning in de weerden en de grootschalige herinrich ting van de weerd is hierop terug te voeren. Beide groepen bewoners zijn het erover eens dat Grubbenvorst een ontwikkeling nodig heeft, dat de lokale
47
economie een boost kan gebruiken, waardoor het voorzieningenniveau op niveau kan blijven en de leefbaarheid wordt versterkt. Gezicht naar de Maas ziet de huidige weerd daarbij vooral als een leeg gebied, waar een krachtige ontwikkeling mogelijk is, die wordt geïnitieerd door de zandwinning. Waar Genieten aan de Maas dan tegenover stelt dat het juist de huidige waarden zijn die het bijzonder maken en in hun plan bouwen ze daar op voort, in harmonie met de huidige ondergrond en het landschap. Ondanks dat het eindbeeld dat beide stromingen voor het Grubbenvorst voor ogen hebben – een vitaal dorp waar bewoners naar tevredenheid in wonen en werken – niet eens zo verschillend is, onderscheidt zich de weg waarlangs dat bereikt moet – via al dan niet een transformatie van de weerd – wel heel sterk. Een mediation georganiseerd door de gemeente heeft vooralsnog geen resultaat gehad. Een sleutel om er wel uit te komen lijkt om de zandwinning als actor even buiten beeld te laten en samen na te denken over een ontwerp voor zowel de weerd als het dorpsfront; om zo te komen tot een set van elementen waar men het wel over eens kan worden.
5.6
Woningbouw
Het onderwerp woningbouw valt feitelijk buiten de scope van dit ontwikkel kader omdat woningbouw in het winterbed van de Maas vanuit rivierkundig oogpunt niet mogelijk is. In de gespreksronde is het soms wel aan bod gekomen en dan vooral als het ging om Grubbenvorst en het dorpsfront. Over het algemeen staat men hier niet afwijzend tegenover, maar evenals voor de weerd, is er wel een verschil van mening of dit een grote of juist een kleine ontwikkeling zou moeten zijn. In de enquête is ook voorgelegd of men woningen in de weerd als een mogelijke ontwikkeling zag, maar hierop werd ruimschoots negatief geantwoord.
Bijlagen • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Bijlagen
48
Bijlagen • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
1.
Lijst van organisaties en personen geconsulteerd tijdens de gebiedsparticipatie
1. Dorpsraad Grubbenvorst 2. Dorpsraad Lottum 3. Burgerinitiatief Gezicht naar de Maas 4. Burgerinitiatief Genieten aan de Maas 5. Behoud de Parel 6. LLTB 7. Landschap Horst aan de Maas 8. Limburgs Landschap 9. Staatsbosbeheer 10. Natuur- en Milieufederatie Limburg 11. DCM 12. Enkele grondeigenaren 13. Diverse recreatieondernemers 14. Diverse bewoners 15. Gemeente Venlo 16. Rijkswaterstaat 17. Waterschap Limburg 18. Provincie Limburg 19. Deltaprogramma Maas
49
2.
Lijst met ideeën opgehaald tijdens de gebiedsparticipatie
In dit overzicht wordt een impressie gegeven van de suggesties die mensen in het participatieproces gedaan hebben voor specifieke ingrepen of projecten, ingedeeld naar thema. Ideeën die betrekking hebben op meerdere thema’s worden bij beide genoemd. Dit geeft een beeld van de ideeën die leven in het gebied en van de initiatieven waar geïnterviewden aan denken als het gaat om ontwikkelingen in de weerden. Voor veel van deze ideeën biedt het ontwikkelkader in principe ruimte. Of deze en andere ideeën daadwerkelijk passen binnen de visie en leidende principes is niet generiek te zeggen. Pas bij concrete plannen of bij concrete ontwerpen is na te gaan of deze al dan niet passend zijn. Getracht is om dit ontwikkelkader zo specifiek en duidelijk mogelijk te laten zijn hierover zodat hier, ook in een vroeg stadium, bij het ontwikkelen van plannen en initiatieven rekening mee kan worden gehouden. Ideeën en initiatieven zullen naast aan het ontwikkelkader ook getoetst dienen te worden aan ander beleid van de gemeente en andere overheden zoals rijkswaterstaat. Recreatie, oplopend van extensief naar intensief: • Strandje Grubbenvorst verbinden met de Veerweg • Meer mogelijkheden om aan het water te komen • Doorgaand wandelpad langs de Maas • Doorgaand (struin)pad langs de Maas. Is er al deels, maar grote delen zijn niet begaanbaar • Meer wandelrondjes (1–2 uur) vanuit het dorp (vgl.
Lottum) • Themaroutes • Speelmogelijkheden aan het water • Fietsroute met zicht op de Maas • Verbeteren fietspad nabij Siebersbeek • Meer verbindende routes met Arcen • Aantrekkelijke fiets/wandel verbindende routes met Venlo via de oostelijke oever
Bijlagen • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Blotevoeten pad Verfraaiplekken langs recreatieve routes Betere toegankelijkheid St Jans Sleutelbos Interessant pad vanuit Grubbenvorst naar het veer Initiatieven gerelateerd aan rozen(teelt) rondom en in Lottum Stalplekken en oplaadpunten voor elektrische fietsen Uitkijkmogelijkheden Natuur doolhof Snelle watersport op de Maas beperken Kleine dance event langs de Maas bij Lottum Camperplaatsen nabij de Maas Verbeteren en/of uitbreiding zwemstrandje en steiger langs Maas Een botenhelling, o.a. voor de visclub Meer voorzieningen voor vissers: parkeren, steigers Leuke horecapunten Meer zomerpaviljoens langs de Maas (vgl. Broekhuizen) nabij het veer In beeld brengen bunkers van de Maaslinie Zwemplas met zonneweide Recreatieplas met -strand Drijvend fietspad Passantenhaven Jachthaven
Natuur- en landschapsontwikkeling • Natuurlijke inrichting Salderbeek, met aandacht voor bestaande vijver (‘Kleine Maas’) • Brede en toegankelijke natuurlijke oevers Maas • Subtiele ideeën voor meer berging van water (ook t.b.v. droogte) • Gebied rond dijk Grubbenvorst fraaier aankleden • Omvormen intensief landgebruik naar meer gevarieerd gebruik met kansen voor flora en fauna • Herinrichting van de kleiwingebiedjes nabij Broekhuizen • Natuurlijke inrichting Lottumse Tasbeek
50
• • • • • •
Meer bomen/bos/heggen in de weerd Kwelgeulen aan de voet van het Maasterras Herstel historisch eiland in de Maas stroomafwaarts in weerd Grubbenvorst Het accentueren van bestaande lage delen in het gebied tot kwellaagten Grondeigenaren stimuleren om op hun percelen meer natuur te faciliteren. Landgoedontwikkeling Pedjeshof
Waterbeheer • Subtiele ideeën voor meer berging van water (ook t.b.v. droogte) • Hoogwatergeul • Ontstenen Maasoevers • Natuurlijke inrichting Salderbeek • Natuurlijke inrichting Lottumse Tasbeek Woningbouw • Woningen langs dorpsfront Grubbenvorst • Recreatiewoningen evt. drijvend Landbouw • Meer mogelijkheden voor kweken van bomen en struiken • Maasheggen als perceelscheiding om kleinschaligheid te versterken • Kansen vergroten voor biologische landbouw • Grondeigenaren stimuleren om op hun percelen meer natuur te faciliteren • Meer mogelijkheden voor langjarige pacht • Meer mogelijkheden voor natuur inclusieve landbouw Overige • Energiewinning uit de Maas • Aansluiting zoeken bij plannen voor Geopark Noordelijke Maasvallei
Colofon Dit ontwikkelkader is opgesteld door: Stroming BV Postbus 31070 6503 CB Nijmegen en van den Herik & Verkaart BV Bosrandweg 6 5856 EA Wellerlooi In opdracht van Gemeente Horst aan de Maas Wilhelminaplein 6 5961 ES Horst T: 077 477 977 7 Auteurs: Alphons van Winden Keesjan van de Herik Wim Braakhekke Opmaak: Nicolet Pennekamp Grafisch Ontwerp