13d Bijlage 2 Def Rapport Weerden HadM
Tekst van het document
Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas Een perspectief en leidende principes om een duurzame ontwikkeling van de weerden van Grubbenvorst en Lottum mogelijk te maken
Inhoud • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
2
Inhoud 1
Inleiding
3
2. 2.1
7
2.2 2.3
Visie & leidende principes Bevindingen en conclusies bij de totstandkoming van de leidende principes Visie Leidende principes
8 10 12
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Gebiedsanalyse Kernkwaliteiten van de Maasvallei Ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap De rol van de Maas in het landschap Landgebruik en natuur van de weerden De Maasdorpen en hun relatie met de weerden Recreatieve betekenis van de weerden
20 21 22 25 26 28 29
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Beleidsanalyse Gemeentelijk beleid Regionaal beleid Energieopwekking Rijksbeleid en Provinciaal beleid
32 33 34 36 36
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Resultaten gebiedsparticipatie Recreatie en vrije tijdseconomie Natuur en landschap Landbouw Delfstoffenwinning Leefbaarheid Woningbouw
40 41 43 44 45 46 47
6 1.
Bijlagen Lijst van organisaties en personen geconsulteerd tijdens de gebiedsparticipatie Lijst met ideeën opgehaald tijdens de gebiedsparticipatie
48
2.
49 49
Inleiding • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Inleiding • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
De noordelijke Maasvallei vormt het decor van de beide dorpen Grubbenvorst en Lottum. Het is een bijzonder en veelzijdig gebied dat zich uitstrekt tussen Venlo en Mook, met een karakteristiek en vaak nog authentiek landschap en een aangenaam leefklimaat. Het landschap zoals we dat nu kennen staat echter niet stil, maar is steeds in ontwikkeling. Iedere generatie van bewoners en gebruikers van het gebied heeft zijn ambities en wensen. En dit heeft zijn weerslag gehad op het landschap en zal dat ook in de toekomst blijven hebben. De laatste jaren is de belang stelling voor en de betrokkenheid bij het gebied toegenomen. Ondertussen speelt er ook een groot aantal ruimtelijke vraagstukken in het Maasdal, op het gebied van: hoogwaterveiligheid, waterbeschikbaarheid, natuur, landschap, recreatie, delfstoffenwinning etc. De gemeente heeft dit ontwikkelkader opgesteld opdat de verschillende economische en maatschappelijke functies van het gebied zich duurzaam kunnen ontwikkelen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bijzondere kwaliteiten van het landschap behouden blijven voor toekomstige generaties, zodat zij, net als wij, daar volop van kunnen genieten.
De gemeente ziet voor zichzelf een belangrijke rol als regisseur bij de verdere ontwikkeling van dit gebied en heeft daarom in samenspraak met de omgeving dit ontwikkelkader opgesteld om toekomstige plannen en ideeën in goede banen te leiden. Dit kunnen plannen zijn die nu al op de plank liggen of in de nabije toekomst zullen blijven komen. Het zal deels gaan om plannen van overheden, maar ook van bedrijven, grondeigenaren en bewoners. Gebiedsafbakening ontwikkelkader Dit ontwikkelkader heeft betrekking op de weerden van Lottum en Grubbenvorst, een gebied dat grotendeels samenvalt met het winterbed van de Maas (zie figuur 1). Aan de oostkant vormt de Maas de grens, aan de westkant de terrasrand die de overgang vormt naar de hogere gronden, met daarop de weg die van Grubbenvorst via Lottum naar Broekhuizen loopt.
4
Met gebieden buiten de weerden en met de dorpen langs de rand zijn er tal van raakvlakken (bijvoorbeeld op het gebied van recreatie en natuur) en waar mogelijk worden deze ook beschreven, maar het kader richt zich nadrukkelijk alleen op de weerden. Doel en scope van dit ontwikkelkader Het doel en de scope van dit ontwikkelkader is tweeledig: 1. Vanuit een samenhangende ontwikkelingsrichting komen tot een lange termijnperspectief waarmee de gewenste verdere ontwikkeling van de weerden in Horst aan de Maas op gang gebracht kan worden. 2. Een kwaliteitskader met randvoorwaarden (leidende principes) aanreiken om toekomstige initiatieven te kunnen beoordelen op hun ruimtelijk kwaliteit. Dat wil zeggen in hoeverre ze de landschappelijke waarde, beleefbaarheid en functionaliteit van het gebied respecteren en versterken, en zo bijdragen aan het lange termijnperspectief. Hoe is dit perspectief tot stand gekomen Het ontwikkelkader is het eindproduct van een intensief proces waarin drie bronnen zijn gebruikt. In de eerste plaats is een analyse gemaakt van het landschap; hoe is het ontstaan, welke sporen zijn er nog zichtbaar uit het verleden en welke functies vervult het voor ons. De weerden van Grubbenvorst en Lottum staan niet op zichzelf maar maken onderdeel uit van de Noordelijk Maasvallei.
Provincie, Rijk, Rijkswaterstaat, waterschap en andere gemeenten hebben de laatste jaren ook visies ontwikkeld voor de Maasvallei. De gemeenteraad van Horst heeft eerder al aangegeven dat het belangrijk is om bij dit bredere verhaal aan te sluiten en het ontwikkelkader neemt deze informatie daarom mee. In de derde, maar niet in de laatste plaats, is dit perspectief tot stand gekomen dankzij de inbreng van bewoners, dorpsraden en burgerinitiatieven en daarnaast tal van organisaties die actief zijn in de gemeente en grondeigenaren en -gebruikers. Hen is gevraagd hoe ze het gebied ervaren, wat ze er bijzonder vinden en wat wellicht minder fraai is. Ook is gevraagd welke ontwikkelingen zij er graag zouden zien en of zij zelf ook plannen en ideeën hebben. Ook zijn de bewoners van de beide
Inleiding • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
5
dorpen geraadpleegd via een enquête. In Lottum is dat gedaan door de dorpsraad die eerst zelf een visie op de weerd bij haar dorp heeft opgesteld en deze heeft voorgelegd aan de bewoners. In Grubbenvorst is door de gemeente huis aan huis een enquête verspreid waar een grote respons op is gekomen. Terwijl het omgevingsproces liep werd vanuit het Rijk (ministerie van I en W) het programma Integraal Riviermanagement (IRM) opgestart, waarin de lange termijn vraagstukken worden geagendeerd die met de rivier verbonden zijn. In samenspraak met andere overheden en de omgeving zullen door IRM de komende jaren langs alle Nederlandse rivieren projecten en gebieds ontwikkelingsprocessen worden opgezet. IRM wordt de komende jaren verder vormgegeven door het Rijk, maar in de tussentijd zijn al enkele pilots gestart, waar ervaring moet worden opgedaan met het in onderlinge samen werking verbinden van riviergebonden vraagstukken. Bij een van deze pilots, het project Vierwaarden, is de gemeente in 2020 en 2021 actief betrokken geraakt. Dit project Vierwaarden is een initiatief en samenwerking van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Provincie Limburg, Waterschap Limburg, gemeente Venlo en gemeente Horst aan de Maas. Het doel van het project Vierwaarden is dat de betrokken overheden samen kunnen besluiten of en zo ja welk vervolg zij haalbaar en wenselijk vinden.
Bijvoorbeeld het starten van een verkenning in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIRT). Het gaat daarbij om de weerden van Grubbenvorst en Lottum en die van Venlo-Velden en Hertogbroek bij Arcen. Zo wordt duidelijk hoe opgaven voor waterveiligheid, rivierkundig functioneren en ruimtelijke ontwikkeling op beide oevers elkaar kunnen versterken. Dit voorliggende ontwikkelkader wil de gemeente daarbij als input gebruiken Voor wie is dit ontwikkelkader bedoeld De gemeente wil met dit ontwikkelkader richting geven aan de lange termijnontwikkeling van de weerden. Steeds als er iets speelt in het gebied, Figuur 1. De weerden van Lottum en Grubbenvorst waar het ontwikkelkader betrekking op heeft.
Inleiding • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
bijvoorbeeld initiatieven vanuit dorpsraden, burgers, bedrijven, grond eigenaren of andere overheden, zal de gemeente nagaan of het past bij de lijn van dit perspectief, door het initiatief te toetsen aan de hand van de leidende principes. Daarnaast is de gemeente zelf ook actief betrokken bij projecten die op het gebied afkomen, onder andere in een samenwerkingsverband met de andere overheden in het project Vierwaarden dat een integrale aanpak van de weerden voorstaat. Mocht het Rijk besluiten om dit project als onder deel van IRM te blijven ondersteunen dan zal de gemeente dit ontwikkel kader gebruiken als haar input en de leidende principes gebruiken om de plannen te kunnen toetsen, die op termijn in project Vierwaarden worden ontwikkeld. Mocht het Rijk anders besluiten, dan zal de gemeente samen met de andere partners in een project verder gaan. Naast het samenwerkings verband zal de gemeente ook zelf ideeën initiëren. Het zal daarbij vooral gaan om kleinere initiatieven, die overigens niet minder belangrijk hoeven te zijn voor de ontwikkeling van het gebied. Het is namelijk een van de kenmerken van de Maasvallei dat het vooral de optelsom van veel kleine initiatieven is die het gebied zo bijzonder hebben gemaakt en deze aanpak zet de gemeente graag voort.
Hoe gaat de gemeente te werk met het ontwikkelperspectief De gemeente kan van idee tot idee besluiten om initiatieven te ondersteunen. De rol van de gemeente kan daarbij bestaan uit planologische medewerking, maar ook kan de gemeente het idee zelf oppakken en samen met de bedenkers tot uitvoering brengen. Initiatieven die de gemeente in het samenwerkings verband met de andere overheden voorbereidt zullen een breed planologisch proces doorlopen en bewoners zullen hier vanaf het begin actief bij betrokken worden. De kleinere initiatieven in de weerden die de gemeente zelf ont wikkelt zal zij steeds in samenwerking met de bewoners ten uitvoer brengen, b.v. via de dorpsraden, landschapsorganisaties, andere initiatiefgroepen, e.d. Ruimtelijke projecten kosten geld en om de plannen mogelijk te maken zal de gemeente ook een aantal financieringsmogelijk-heden op een rij zetten. Dit kan geld zijn van overheden voor maatschappelijke doelen (hoogwater bescherming, waterkwaliteit, natuurontwikkeling), of financiering vrijgemaakt
6
vanuit subsidie, b.v. voor duurzame landbouw of het behalen van CO2 en stikstof-doelen of via bijdragen vanuit b.v. woningbouw, energie en delfstoffenwinning. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het ontwikkelperspectief beschreven en toegelicht aan de hand van de belangrijkste bevindingen uit de landschapsanalyse, het beleid van andere overheden en de gebiedsparticipatie. De andere 3 hoofd stukken gaan vervolgens uitgebreider in op deze bronnen die geraadpleegd zijn. In hoofdstuk 3: wat het gebied bijzonder maakt uitmondend in een overzicht van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4: welk beleid en welke visies er in de loop der tijd voor de Noordelijke Maasvallei en de weerden van Grubbenvorst en Lottum door verschillende overheden zijn uitgestippeld. In hoofdstuk 5: de uitkomst van de gebiedsparticipatie; wat leeft er onder inwoners, ondernemers en belangengroepen.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Hoofdstuk 2 Visie & leidende principes
7
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Veranderingen in de weerden van Grubbenvorst en Lottum zullen bepalend zijn voor het toekomstig gebruik van het gebied door toekomstige generaties. Zeker wanneer sprake is van vergravingen zoals weerdverlagingen of hoog watergeulen, zullen deze veranderingen onomkeerbaar zijn. Om dergelijke en andere te laten leiden tot een aantrekkelijk en waardevol eindresultaat is een proces van lange adem en van consequent beleid. Om de ambities ten aanzien van kwaliteit sturend te laten zijn voor het eindresultaat helpt het om doelen voor deze kwaliteit expliciet te formuleren en deze in een heldere en richtinggevende lange termijnvisie voor het plangebied vast te leggen. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de bevindingen en conclusies uit de landschappelijke analyse, het bestaande beleid en het omgevingsproces de ontwikkelingsvisie geschetst voor de weerden van Lottum en Grubbenvorst. Conclusies en visie worden vervolgens in vier leidende principes uiteengezet, waarmee gedurende de verschillende stadia van planvorming consequent richting gegeven kan worden aan de langjarige ontwikkelingen in de weerden.
2.1.
Bevindingen en conclusies bij de totstandkoming van de leidende principes
De visie en leidende principes stoelen op drie pijlers die in de volgende 3 hoofdstukken nader worden beschreven: de landschappelijke analyse, het bestaande beleid en het participatieproces inclusief een uitgevoerde enquete. Kort samengevat komt uit deze drie pijlers het volgende beeld naar voren. Uniek landschap • Uit de landschappelijke analyse komt het Maasterrassenlandschap naar voren als een karakteristiek en gevarieerd landschap. Kenmerkende hoogteverschillen zijn overal zichtbaar en de sporen van de tienduizenden jaren ontstaansgeschiedenis zijn opmerkelijk goed bewaard gebleven.
8
•
In beleid en visies van de gezamenlijke overheden en in het omgevings proces wordt de uniciteit en waarde van het Maasterrassenlandschap vrijwel unaniem onderschreven.
Met hoge gebruiks- en belevingswaarden • De weerden zijn vooral in de laatste twee decennia onmisbare schakels geworden in een groter toeristisch recreatief product (‘de Maasvallei’) waar een groeiend aantal recreanten en toeristen de weg naar weet te vinden vanwege de voor Nederland unieke kwaliteiten. Zij genieten van het uitgebreide routenetwerk en roemen de rust en de ruimte. Ze waarderen de schaal en variatie van de natuurgebieden die zij doorkruisen; de combinatie van charmante Maasdorpen, Maasduinen, Schuitwaters, terrasbeken en Maasoevers. • De weerden hebben ook gebruikswaarde als agrarisch productieareaal. Boeren en burgers zien de weerden van Lottum en Grubbenvorst graag behouden voor de agrarische sector maar zoeken naar condities waaronder met name in Grubbenvorst kleinschaliger percelen en gevarieerdere teelten mogelijk worden. Graag ziet men ook een betere omgang met de bodem en een vorm van voedselproductie die bio diversiteit en belevingswaarde voortbrengt (natuur inclusief boeren). • Voor zowel Lottum al Grubbenvorst vormen de weerden een gewaar deerd groen uitloopgebied. Burgers zijn, al dan niet in verenigings verband, zeer betrokken bij de ontwikkelingen in deze gebieden en worden tal van initiatieven op touw gezet om de aantrekkelijkheid van de weerden te verbeteren.
Brede wens tot doorontwikkeling, met verscheidenheid in beeld over ontwikkelrichting • Anders dan Broekhuizen en Lottum bevindt Grubbenvorst zich meer aan de rand van de groene Maasvallei waar rust, ruimte en landschappelijke kwaliteit de boventoon voeren. Een deel van de burgers ervaart dat de kwaliteiten onder druk staan (‘ingesloten door snelwegen, oprukkend industriegebied vanuit het zuiden en westen, ontwikkelingen bij Raaieind’)
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
•
•
en de bezoekersaantallen blijven achter in vergelijking met bijvoorbeeld Arcen, Broekhuizen en Lottum. Er is eensgezindheid over het belang om de weerden in te richten zodanig dat de bewoners ervan kunnen genieten én dat de bezoekersstromen die dorpen als Broekhuizen en Arcen aandoen ook de weg naar Grubbenvorst weten te vinden. Over nut, noodzaak en wenselijkheid van het herinrichten van de weer den met ingrepen zoals weerdverlagingen en hoogwatergeulen zijn er in Grubbenvorst meer verschillende inzichten. Tegelijkertijd lopen de achterliggende drijfveren minder uiteen dan op het eerste gezicht lijkt. Belangrijkste verschillen van inzicht gaan over de maat en schaal van ingrepen, de intensiteit van het beoogde recreatieve gebruik en de rol van zandwinning. Om hier juiste en consequente keuzes te kunnen maken is een hiërarchie nodig die richting geeft aan de ontwikkelingen; wat is leidend? wat is volgend? wat voert de boventoon? en wat is ondergeschikt?
9
De gewenste hiërarchie De landschappelijke analyse, het bestaande beleid en de gebieds participatie geven een helder beeld van de gewenste hiërarchie: 1. Het graven van weerdverlagingen/hoogwatergeulen in de weerden is afhankelijk van de opgaven die uit het lange termijn rivierkundig functioneren volgen. Dit wordt in IRM-verband in samenhang onderzocht in het project vierwaarden en de uitkomst daarvan is leidend voor de vraag of er een ingreep moet komen en zo ja, wat de benodigde maat en schaal van de ingreep zal zijn. 2. Het Maasterrassenlandschap is leidend voor het ontwerp van de maatregelen. Indien er weerdverlagingen of hoogwatergeulen nodig zijn, is zandwinning ondergeschikt; de mate waarin vermarkt baar zand kan worden gewonnen is met andere woorden niet leidend voor het ontwerp maar volgend. 3. Recreatieve ontwikkelingen zijn ondergeschikt aan het Maas terrassenlandschap en de beleving daarvan. Het is dus niet zozeer de vraag of er plaats is voor horeca, terrassen, een passantenhave of een zwemstrand in de weerden maar hoe? Hoe kunnen deze ontwikkelingen zodanig ingetogen kunnen worden ontworpen zodat deze qua vormgeving, schaal en locatiekeuze bijdragen aan de authenticiteit en belevingswaarde van het terrassenlandschap.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
10
2.2.
Visie
De bovenstaande conclusies uit de 3 pijlers van de analyse leiden tot de volgende toekomstvisie.
Visie op de toekomst van de weerden De weerden van Grubbenvorst en Lottum ontwikkelen zich in de komende decennia tot een volwaardig onderdeel van de geliefde noordelijke Maasvallei. De weerden zoeken aansluiting bij de succesvol ontwikkelde Maasweerden en veel bezochte Maasdorpen in de directe omgeving. De ruimtelijke kwaliteit van de weerden van Grubbenvorst en Lottum wordt verbeterd door herinrichting en vergroting van de belevingswaarde. Deze transformatie kan plaats vinden via grote ontwikkelingen (via een project in het kader van het programma IRM) of via meerdere kleine stappen. Uitgangspunt voor de gemeente is dat ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden. Het unieke Maasterrassenlandschap blijft voor de ontwerpen van de rivierkundige ingrepen en voor alle andere initiatieven bepalend. De bijdrage aan het rivierkundige functioneren is bepalend voor de maat en schaal van eventuele graafwerkzaamheden. Met als uitgangs punt ‘Alleen graven als en waar het moet’ voor rivierkundige maat regelen wordt te allen tijde dicht bij het oorspronkelijke landschap pelijke karakter gebleven. Eventueel te verlagen gebieden dragen bij aan het beeld van het oorspronkelijke Maasterrassenlandschap, afwisselend als landbouwgrond met gevarieerde teelten en als gebiedseigen (struin- en kwel-)natuur. Figuur 2.
Impressies van de weerden van Lottum en Grubbenvorst; voortbouwen op de huidige waarden.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Met of zonder verlagingen ontstaat een gevarieerd gebied waar landbouwgrond wordt afgewisseld met (nieuwe) aantrekkelijke land schapselementen en (nieuwe) natuurgebieden in vooral de lagere delen. Gevarieerd recreatief gebruik in de vorm van wandelen, struinen, fietsen, varen, zwemmen en kleinschalige horeca staat voorop. De recreatieve ontwikkelingen hebben een schaal, vormgeving en locatie waarmee zij niet beeldbepalend worden maar zich vanzelfsprekend voegen in het landschap. Met deze kwalitatieve impuls vormen de weerden van Grubbenvorst en Lottum een logischer verbond met omliggende veel bezochte gebieden en wordt aangesloten bij de grote stroom bezoekers die jaar in jaar uit de Noordelijke Maasvallei bezoekt vanwege de authenticiteit, rust en het gevarieerde landschap. Via de aantrekkelijke weerden en via de vele recreatieve wegen en paden zal deze grote groep gebruikers ook de weg weten te vinden naar de charmante dorpscentra van Grubbenvorst en Lottum en daar voor een impuls zorgen voor zowel de bestaande ondernemers als voor nieuwe initiatieven. De inwoners van de dorpen profiteren mee van deze ontwikkelingen doordat de kwaliteit van de woonomgeving wordt vergroot en het voorzieningenniveau toeneemt.
Figuur 3. Verleid de huidige bezoekersstromen.
11
Figuur 4. Benut het huidige landschap.
Figuur 5. Voeg vanzelfsprekende attracties toe.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
2.3
Leidende principes
Een gebiedsinrichting tot stand brengen die recht doet aan de hier voor beschreven conclusies en visie is zoals gezegd een proces van lange adem en consequent beleid. Van eerste idee tot oplevering kunnen projecten 10-15 jaar duren. Het overstijgt daarmee collegeperioden. Een projectteam die een ontwikkeling start is zelden het team dat het aan het einde afrondt. Over vele jaren met een wisselend team consequent sturen op het juiste eindresultaat (de zgn. ‘kwaliteitsestafette’) is een vak apart. Cruciaal onderdeel van deze borging van ruimtelijke kwaliteit is het benoemen van ruimtelijke kwaliteit als doelstelling en het uitwerken daarvan in toetsbare uitgangspunten, zogenaamde leidende principes. Deze ‘ leidende principes’ kunnen in alle stadia van het project worden toegepast. Ze kunnen ingebracht worden in het IRM proces van het project Vierwaarden, ze kunnen benut worden om initiatieven in het gebied te toetsen en staan centraal bij de verdere planuitwerking. Uiteindelijk worden deze principes vertaald in eisen aan het ontwerp en de realisatie.
12
de al aanwezige natuurlijke laagten en zijn niet breder en dieper dan volgend uit het karakteristieke lokale geulenpatroon. Er worden in de weerden geen kunstmatig gevormde, onnodig grote of onnodig diepe geulstructuren aangelegd. Dieper afgraven dan nodig voor de rivierkundige opgave wordt voorkomen. Ongehinderde toestroom van grondwater is de bewezen motor voor een succesvolle natuur- en landschaps ontwikkeling en staat, samen met het beperken van grondwaterstanddaling in het achterland, centraal bij de keuzes voor geulomvang en -diepte. Afwerking van water- en landbodems staat in het teken van een succesvolle ecologische ontwikkeling en een beperkte beheeropgave voor de toekomst. Door deze werkwijze ontstaat een aantrekkelijk waterrijk landschap dat past bij het karakter van de rivier en de dorpen en dat qua uitstraling en belevings waarde aansluit bij het noordelijker gelegen Maaspark Ooijen-Wanssum.
Omdat de kwalitatieve uitgangspunten cruciaal zijn voor het slagen van een (deel-)project worden ze in dit hoofdstuk expliciet gemaakt, verduidelijkt en verbeeld.
PRINCIPE 1 VOLG MET INGREPEN HET DNA VAN DE RIVIER EN HET TERRASSENLANDSCHAP Het unieke Noord Limburgse terrassenlandschap vormt het aantrekkelijke decor voor bewoners en bezoekers van de Maasvallei. Een verdere verster king van dit landschap staat centraal, ook wanneer ingrepen in het rivierbed nodig zijn in de vorm van maaiveldverlaging of hoogwatergeulen. Daarom wordt gekozen voor ingrepen die qua maat en schaal bij dit bijzondere land schap passen. Als er in de weerden gegraven wordt binnen de contouren van
Figuur 6. Principetekening: graven binnen de contouren van de bestaande laagten.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Figuur 7. Het kleinschalige en gevarieerde landschap in de weerd van Lottum, waardevol om te behouden en inspiratie voor verdere ontwikkeling van de weerden.
13
Figuur 8. Referentie ondiepe geulen, grote gebruikswaarde, mooi decor, ecologische rijkdom.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Figuur 9. Inpassingsmogelijk van extra water in het Maaslandschap op twee fictieve oevers: passend in het landschap (links) en niet passend (rechts).
14
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
15
< Figuur 10. Principetekening: afwerking van water en landbodems en ongehinderde toestroom grondwater.
Figuur 11. Principetekening: reliëfvolgend verlagen.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
16
PRINCIPE 2 DRAAG BIJ AAN VITALE DORPSKERNEN EN EEN AANTREKKELIJK VESTIGINGSKLIMAAT
Initiatieven in de weerden zijn juist complementair aan het al bestaande aanbod in de dorpen en dragen bij aan een betere bezetting van de bestaande middenstand zoals horecagelegenheden en winkels.
De inrichting van de weerden versterkt het verbond tussen dorp en rivier. Het feit dat dorpen van nature niet direct aan de rivier grenzen wordt hierbij niet geforceerd gewijzigd door te bouwen aan de Maas of een waterplas in de weerd te realiseren maar door het gebied met een andere inrichting aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Door deze transformatie vormt de toekomstige weerd een fijne verblijfsplek én een aanleiding voor wandelende en fietsende voorbijgangers het dorp te bezoeken tijdens hun tocht langs de Maas. Maatregelen, ingrepen en ontwikkelingen leiden tot meer ‘loop’ in de bestaande dorpskernen. Lottum en Grubbenvorst positioneren zich door de ingrepen meer dan nu als een aantrekkelijke stop voor de stroom aan bezoekers in de Noordelijke Maasvallei. Ook buiten de zomermaanden. Om dit te bereiken wordt terug houdend omgegaan met economische initiatieven in de weerden wanneer deze kunnen gaan concurreren met een bezoek aan de dorpskernen.
Andersom worden bewoners en bezoekers van de dorpen verleid en mogelijkheden geboden om de weerden in te trekken voor een rond wandeling. Daartoe worden kleinschalige en interessante ‘bestemmingen’ gecreëerd in de weerd die een wandeling in de weerd verlevendigen. Ook worden in toekomst betere zichtrelaties en corridors gecreëerd vanuit het dorp naar de weerd. Mogelijkheden worden aangegrepen om voor de beeld bepalende eerste schil woningen en gebouwen tot verbeteringen te komen wat betreft het aanzicht en het uitzicht van de dorpen.
Figuur 12. Zoek aansluiting bij de omliggende Maasweerden en -dorpen,
Figuur 13. Vestigingsklimaat en recreatieve aantrekkelijkheid gaan hand in hand.
verleid de huidige bezoekersstromen.
Niet alleen in de definitieve situatie maar ook in de realisatiefase van projecten wordt de toeristisch recreatieve aantrekkelijkheid en het woon genot gediend. Het gebied is daarom gebaat bij een korte ‘verbouwing’ en dient tijdens de verbouwing zoveel mogelijk ‘geopend’ te zijn voor het publiek.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
PRINCIPE 3 VERBIND EN VERSTERK HET NETWERK VAN WANDEL- EN FIETSROUTES, HORECA EN BIJZONDERE PLEKKEN De weerden krijgen een fijnmaziger netwerk van doorgaande wandel-, fiets- en struinmogelijkheden. Daar waar rivierkundige maatregelen worden gerealiseerd, zijn deze gebieden nadien vrij toegankelijk voor wandelaars. Waar nodig ten behoeve van logische ommetjes worden tussen agrarische percelen wandelverbindingen gerealiseerd. Deze routestructuren ontsluiten een veel groter deel van de weerd voor bezoekers en bieden en ruimer palet aan mogelijkheden voor gevarieerdere rondwandelingen vanuit het dorp. Er is bijzondere aandacht voor de realisatie van doorgaande fiets- en struin verbindingen die de charmante dorpskernen van de Maasvallei met elkaar verbinden. Waar mogelijk worden deze direct langs de Maas gerealiseerd. Voorkomen wordt dat rivierkundige maatregelen de recreatieve verbindingen in het gebied beperken. Het ontstaan van doodlopende landtongen is onwen selijk, zowel vanuit het recreatieve gebruik (doodlopende routestructuren) als vanuit beheer en sociale veiligheid. Uitgangspunt is dat de weerden een combinatie bieden van goede fiets- en wandelinfrastructuur, een aantrekkelijk landschap afgewisseld met klein schalige attractieve plekken.
De recreatieve routestructuren en voorzieningen zijn evenals de attractieve plekken, ingetogen en ondergeschikt aan het Maasterrassenlandschap en de beleving daarvan. Attractieve plekken kunnen variëren van natuurlijke steilranden en strandjes langs de rivier tot rust plekken en bankjes op panoramische plekken. Zwemlocaties vormen een waardevolle aanvulling op het recreatieve aanbod wanneer deze een vanzelf sprekend onderdeel van een eventuele hoogwatergeul vormen. Datzelfde geldt voor aanlegplaatsen voor de pleziervaart. Door deze op te laten gaan in een natuurlijk decor worden deze passantenplaatsen aantrekkelijker voor de gebruiker en minder dominant voor de wandelaar of fietser die van het land schap, de rust en de ruimte geniet. Bij deze ontwikkeling is niet alleen aandacht voor passende materialisering maar ook voor de inpassing van de bijbehorende
17
zaken zoals bijvoorbeeld infrastructuur en parkeerplaatsen. Er is in de weerden plaats voor nieuwe seizoensgebonden, aan de rivier gesitueerde horeca, maar met een zodanig onderscheidend concept dat het bijdraagt aan de beleving van het unieke landschap en niet concurreert met bestaande horecagelegenheden in de dorpscentra.
Figuur 14. Principetekening horeca links ingetogen & ondergeschikt, rechts beeldbepalend.
Figuur 15. Principetekening passantenhaven links als vanzelfsprekend onderdeel van een hoogwatergeul, rechts beeldbepalend.
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
18
Figuur 16. Referentie van een passantenhaven passend bij de maat en schaal van de omgeving.
Figuur 18. Kamperen aan de Maas en varen op de Maas.
Figuur 17. De Maas als ‘lazy river’: met de fiets of wandelend van plek naar plek deze authentieke rivier afzakken ...
Visie & leidende principes • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
19
PRINCIPE 3 BIED PLAATS VOOR GEZONDE VOEDSELPRODUCTIE MET BIODIVERSITEIT & BELEVINGSWAARDE Het landbouwkundig gebruik van de weerden wordt verbreed en komt in het teken van productie, biodiversiteit en beleving. Gevarieerdere teelten, het ecologisch beheer van akkerranden, recreatief medegebruik en een gezonde bodemopbouw zijn enkele van de vele mogelijkheden om dit te bereiken. Dat korte-termijn afwegingen en bulkproductie nu centraal staan is individuele boeren zelden aan te rekenen. Velen zijn door pacht-, markten bedrijfssituatie gedwongen tot maximale opbrengsten ten koste van variatie en biodiversiteit. Daar waar in de weerden invloed kan worden uitgeoefend op de achterliggende oorzaken wordt dit gedaan; initiatieven die de huidige tendens doorbreken worden ondersteund, ontwikkelingen die de status quo laten bestaan worden ontmoedigd. Figuur 19. Eentonige gewassen; boeren en bezoekers willen allebei meer variatie.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Hoofdstuk 3 Gebiedsanalyse
20
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
21
De weerden van Grubbenvorst en Lottum liggen in de Noord-Limburgse Maasvallei. Het rivierdal heeft hier het karakter van een vallei, waarin het landschap aan weerszijden van de rivier langzaam oploopt en de hoogteverschillen kunnen daarbij oplopen tot enkele tientallen meters. De Limburgse Maas onderscheidt zich hierin van de Rijn en de Waal, waar het land achter de dijken ongeveer net zo laag ligt als in de uiterwaarden direct naast de rivier. De Noordelijke Maasvallei is dan ook uniek in Nederland met een geheel eigen identiteit en een duidelijk begrenzing. Dit authentieke karakter wordt door veel inwoners gewaardeerd en ook bezoekers uit de rest van Nederland en bijvoorbeeld Duitsland komen hier graag om van het landschap in dit bijzondere gebied te genieten. Om goede besluiten te kunnen nemen over de toekomst van het landschap is het van belang om de bijzondere kwaliteiten van het gebied in beeld te hebben, hoe deze zijn ontstaan en ze zichtbaar zijn in de ondergrond, het reliëf, de waterhuishouding, het landgebruik en de ligging van dorpen en gehuchten. In dit hoofdstuk worden de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, de bijzondere fenomenen en de wijze waarop het gebied wordt gebruikt toegelicht aan de hand van diverse kaarten en illustraties.
3.1
Kernkwaliteiten van de Maasvallei
De bijzondere identiteit van de Noordelijke Maasvallei is de karakteriseren aan de hand van zogenaamde kernkwaliteiten. Dit zijn eigenschappen die de essentie van een gebied of regio beschrijven (ook wel genius loci genoemd). In een landschap vinden we zowel kernkwaliteiten die samenhangen met de natuurlijke ontwikkelingen als met de maatschappelijke, door de mens aan het landschap toegevoegde, ontwikkelingen. Kernkwaliteiten hoeven niet altijd al aanwezig of zichtbaar te zijn, ze kunnen ook in potentie aanwezig zijn om, in afwachting van een ontwikkeling, tot ontplooiing te komen.
Figuur 20. Kaart van de Noordelijke Maasvallei met de kenmerkende stapsgewijze opbouw vanaf de rivier naar de hogere gronden met op de rechteroever de Maasduinen.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
22
Uit de analyse van de ondergrond, het landschap en landgebruik, die hierna verder wordt toegelicht, zijn de volgende 8 kernkwaliteiten te destilleren. In hun samenhang beschrijven ze de identiteit en uniciteit van de Noordelijke Maasvallei die ook terug te vinden is in de weerden van Lottum en Grubbenvorst. 1. Valleirivier met relatief grote hoogteverschillen 2. Opeenvolging van verschillende rivierterrassen, begrensd door terrasranden 3. Oude meanders, historische geulen en natuurlijke rivieroevers 4. Divers watersysteem van grondwater, beekwater, kwelwater en rivierwater, vormen de aders van het landschap 5. Karakteristieke dorpskernen en bebouwing aan de bovenzijde van de terrasranden 6. Landgebruik dat voortbouwt op de kwaliteiten van de ondergrond 7. Sporen van een lange ontstaansgeschiedenis die vaak nog goed zichtbaar zijn 8. Een gevarieerd recreatief netwerk In de volgende paragrafen zullen deze kernkwaliteiten nader worden toegelicht.
3.2
Ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap
Het landschap van de Maasvallei kent een voor Nederlandse begrippen zeer lange ontstaansgeschiedenis waar nog veel sporen van zijn terug te vinden. Deze historie laat zich goed uitleggen aan de hand van de hoogtekaart (figuur 21). De grote relatief vlakke gebieden, terrassen genaamd, zijn hierin goed te herkennen; ze worden begrensd worden door steile overgangen, de terras randen. Op de oostelijke oever ligt een gebied met meer reliëfverschillen, de Maasduinen; zand dat ooit vanuit de toen droge delen van het rivierdal over de vlakke ondergrond van de terrassen is geblazen en duinen heeft gevormd. Figuur 21. Hoogtekaart van de Maasvellei in de omgeving van Grubbenvorst en Lottum met hoogtes aangeduid in meters boven NAP.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
23
Ze zijn vooral op de oostelijke oever ontstaan, op een klein duincomplex na ten noorden van Lottum. Een vogelvluchtperspectief van de Maasvallei (figuur 22) laat de kenmerkende stapsgewijze opbouw zien. Deze vier componenten van het landschap, de terrassen, terrasranden, duinen en de bedding van de rivier zijn overal terug te vinden in het Maastraject van Venlo tot aan Mook. Zij vormen de basis waarop het watersysteem en natuur en landschap zijn gegrondvest en dat bepaalde weer waar onze voorouders zich vestigden en de wijze waarop zij het land in gebruik namen. De voor Nederlandse begrippen relatief grote hoogteverschillen en het bijzondere reliëf, met terrassen en terrasranden, zijn het resultaat van een samenspel van geologische processen. Het land rijst, door krachten diep in de aarde al tienduizenden jaren langzaam omhoog (met enkele centimeters per eeuw) terwijl de rivier zich langzaam in de ondergrond insnijdt en een
Figuur 22. Doorsnede waarin de karakteristieke opbouw van de Noordelijke Maasvallei in het traject tussen Venlo en Gennep zichtbaar is. In de figuur is ook het verloop van het grondwater aangegeven en de wijze waarop veel beken van hoog naar laag lopen. Figuur 23. Van boven naar beneden: terrasrand, beekmonding en Maasoever.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
24
dal vormt. Deze dalvorming verloopt met horten en stoten, want tijdens koude perioden in de aardgeschiedenis (ijstijden) voerde de rivier ook veel zand en grind aan en daarmee vulde zij het dal weer grotendeels op. In warme klimaatperioden, zoals de huidige tijd, neemt de rivier dat materiaal beetje bij beetje op en slijt dan haar dal weer dieper en breder uit. Ondanks dat de terrassen en terrasranden al tienduizenden jaren oud zijn -er zijn er zelfs van ca 500.000 jaar oud- zijn veel van deze structuren nog goed herkenbaar in het landschap. De laatste jaren is de aandacht voor deze waardevolle kwaliteit van de Noord Limburgse Maasvallei steeds meer onder de aandacht gekomen en in visies van andere overheden en belangenorganisaties wordt gepleit voor een respectvolle omgang met deze unieke waarden. De hoogteverschillen hebben ook invloed op de beweging van het water, zowel van het oppervlaktewater als het grondwater. In grote lijnen stromen beide vanaf de hogere gronden in het westen, via de terrassen naar de Maas, die het water vervolgens afvoert. Op de vlakke terrassen volgen deze beken de lagere delen in het terrein, wat bijna altijd historische lopen van de Maas zijn geweest.
Het grondwater stroomt ook van hoog naar laag en het niveau onder het maaiveld laat in het terrassenlandschap altijd een bijzonder verloop zien, waarbij het aan de voet van de terrasrand dicht onder het maaiveld staat. Deze plaatsen zijn vanouds erg nat en hier liggen daarom broekgebieden zoals het Kaldenbroek tussen Grubbenvorst en Lottum en het Aastbroek ten noorden van Lottum. Vaak zijn deze gebieden al lang geleden ontwaterd en een deel van de beken die er ontspringen is niet natuurlijk, maar gegraven om het grondwater af te voeren. Recent zijn door het Waterschap verschillende beken weer hersteld om de natuurkwaliteit te vergroten. De beweging van de ondergrond en de afwisseling van aan- en afvoer van zand en grind door de Maas zijn trage processen, maar omdat ze vele duizenden jaren in beslag nemen, zijn de sporen ervan overal in het landschap van de Noordelijke Maasvallei zichtbaar. De weerden van Grubbenvorst en Lottum staan erom bekend dat deze sporen nog duidelijk zichtbaar zijn (zie figuur 24). Figuur 24. Kaart met alle karakteristieke landschapselementen die samenhangen met de bijzondere ontstaanswijze van het gebied.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
3.3
De rol van de Maas in het landschap De Maas is een belangrijke drager van het landschap en voor wie het gebied bezoekt is de rivier altijd op de achter grond aanwezig. Meestal blijft het water in het zomerbed, maar soms in de winter en recent ook eenmaal in de zomer vult het Maaswater ook het winterbed en overstroomt de vallei van terrasrand tot terrasrand. Ondanks deze grillen is de Maas in de loop der eeuwen beetje bij beetje getemd en het karakter van de rivier is dan ook sterk veranderd. Tegenwoordig is de rivier gestuwd, wat betekent dat het waterpeil niet ver uit kan zakken ook al voert de rivier maar weinig water aan. Zonder de stuwen zou de Maas een groot deel van het jaar niet bevaarbaar zijn voor de beroepsvaart omdat de water diepte dan terug zou vallen tot soms maar 1 à 1,5 meter. Een van de gevolgen van het stuwen is dat de stroom snelheid van het water een groot deel van het jaar gering is en soms, in droge zomers, zelfs bijna stil staat. Dit heeft dan gevolgen voor de waterkwaliteit omdat vervuilende stoffen, maar bijvoorbeeld ook blauwalgen maar langzaam worden doorgevoerd. Na de hoogwaters van 1993 en 1995, waarbij ook delen van Grubbenvorst, Lottum en Broekhuizen met overlast te maken kregen, is de bescherming tegen de hoge water standen ter hand genomen door Maaswerken. Al kort na
Figuur 25. Verloop van de waterstanden in de weerden van de Maas bij oplopende rivierafvoer, ter hoogte van Lottum. Tot een afvoer van ca 250 m3/s (ca 250 dagen per jaar) is de waterstand stabiel, vanwege de stuwen die het peil gelijk houden.
25
het hoogwater van 1995 verschenen er tijdelijke kaden met een relatief laag beschermingsniveau. In de jaren daarna zijn stuk voor stuk versterkt tot kaden met een hoger niveau, een proces dat nu nog loopt. In figuur 25 is in de vorm van een peilschaal de waterhoogte in de Maas aangegeven bij oplopende afvoeren met daarbij de herhalingstijd in dagen en jaren weergegeven. Behalve de kades werden in de Maasvallei ook rivier verruimingen uitgevoerd. De bedding van de rivier wordt dan groter, waar door het water makkelijker door kan stromen en minder hoog oploopt. In het traject van Grubbenvorst tot aan Broekhuizen hebben zowel de verdieping van het zomerbed, de hoogwatergeul van Lomm als het reactiveren van de Oude Maasarm bij Ooijen-Wanssum gezorgd voor extra ruimte en een verlaging van de waterstand bij hoogwater. De verruiming van het zomerbed heeft de dynamiek in de rivier het sterkst veranderd, omdat deze ook al bij de lage afvoeren een groot effect heeft. Bij een gemiddeld hoogwater van ca 1500 m3/s blijft daardoor de waterstand tegenwoordig ca 1 meter lager dan voor deze ingreep en dit zorgt ervoor dat de uiterwaarden minder vaak overstromen. Vanwege deze verruiming van het zomerbed ook de gemiddelde waterstand gedaald en daarmee de grond waterstand. Om dit te compenseren is recent het stuwpeil van de Maas ver hoogd met 25 cm.
Dit zorgt er echter ook weer voor dat de stroomsnelheden bij lage afvoeren verder zijn afgenomen, met negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Vanouds lag de bedding van de Maas vrij diep ingesneden in de ondergrond. De oevers waren hoog en in de buitenbochten lagen vaak metershoge steil randen, terwijl de binnenbochten meer flauw opliepen. In de historische kaart uit de 18e eeuw is de steile oever ook weergegeven. Nadat de Maas gestuwd werd verdwenen delen van deze oevers onder water en rond 1980 zijn alle oevers vervolgens beschermd met steen om erosie van de oever en verlies van landbouwgrond te voorkomen. Recent zijn op tientallen trajecten in de Maasvallei de oevers weer ontsteend en hersteld het karakteristieke beeld van steile oevers met zandstrandjes zich weer.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
26
Figuur 26. Links: In de 19e eeuw lag er een eiland in de Maas juist ten noorden van Grubbenvorst. In de hoogteligging van de weerd (zie ook figuur 21) zijn de contouren nog steeds zichtbaar en herstel is mogelijk. Rechts. Recent zijn van veel Maasoevers de stenen weer verwijderd waardoor er opnieuw afslagoevers en strandjes zijn ontstaan.
Een bijzonder fenomeen in de weerd van Grubbenvorst is het eilandje dat daar tot in het begin van de 19e eeuw lag (zie figuur 26). De Maas kende vrijwel geen eilanden en het is een van de kwaliteiten van het gebied dat er hier juist wel een lag. Tijdens de normalisatie van de Maas is het eiland met een dam aan de oever verbonden en is de geul tussen het eiland en de oever opgeslibd.
3.4
Landgebruik en natuur van de weerden
De vruchtbare uiterwaarden van de Maas zijn sinds jaar en dag in gebruik als landbouwgrond. Op de historische kaarten is goed het onderscheid te zien tussen de nattere (kwel)gronden, die alleen gebruikt konden worden voor weiland en de hoge en droge gebieden die geschikt waren voor akkerland.
Figuur 27. Topografische kaart uit 1842 (links) en 2020 (rechts) waarop het landgebruik goed zichtbaar is. De nattere gebieden herbergen vanouds de graslanden (lichtgroen op de kaart) en de droge gebieden het akkerland (wit).
Als de kaart van 2020 naast die van 1842 wordt gelegd dan liggen akkers en weiden in de weerden nog steeds op vrijwel dezelfde plaats. Wat wel anders is, is de intensiteit van het agrarisch gebruik. De percelen van met name de natte zone zijn veel groter geworden en het netwerk van hagen en heggen dat hier langs de percelen groeide is verloren gegaan. De velden, zoals de akkers vroeger al werden genoemd, hebben altijd een vrij open structuur gekend en deze is gebleven. Bos is er nooit geweest in deze uiterwaarden, dat groeide vroeger alleen op de armere gronden, zoals op de duintjes achter Lottum.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
27
Het agrarisch gebruik is de laatste decennia sterk veranderd. Waar de akkers vroeger vooral begroeid waren met granen vormt nu mais het grootste aan deel. Nabij Lottum zijn er vanouds ook kwekerijen van rozen, struiken en kleine bomen. Dit areaal is de laatste jaren, tot verdriet van de bewoners, weer langzaam afgenomen. De graslanden zijn tegenwoordig beter gedrai neerd en de perceelsomvang is sterk toegenomen, wat een hogere productie mogelijk maakt. De agrariërs verdienen nog steeds hun boterham in de weerden maar een groot deel van hen doet dit als tijdelijk pachter. Dit brengt voor boeren onzekerheden met zich mee over de continuïteit op de lange termijn en belemmert, naast andere factoren, investeringen in nieuwe Figuur 29. De beekdalen liggen vaak in natuurterreinen en hebben daarom hun natuurlijke karakter kunnen behouden.
Figuur 28. In de weerd van Lottum herinneren de solitaire bomen aan de hagenstructuren die hier ooit de perceelgrenzen markeerden. Op de achtergrond de bosrijke oever van de Maas, op de voorgrond maisakkers, die naar het blijkt voor veel agrariërs een van de weinige opties zijn om hier te produceren en maïsakkers beslaan daarom een relatief groot deel van de weerden.
Figuur 30. De biodiversiteit in de natuurterreinen is groot, daarbuiten vaak laag.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
28
duurzame productiewijzen en gevarieerde teelten. Dit terwijl de agrarische sector meer dan ooit onder druk staat om duurzaam te produceren. Het intensievere landgebruik is ten koste gegaan van de biodiversiteit en de natuurwaarden die resteren in de huidige landbouwgebieden zijn nog maar zeer klein. In de afgelopen 20 jaar zijn door natuurorganisaties enkele gebieden verworven en dankzij het extensieve beheer, zijn de natuurwaarden daar nog steeds groot. De natuurterreinen vallen deels samen met de beken die via de weerden naar de Maas stromen en daarom hebben deze vaak hun natuurlijke karakter kunnen behouden. Ook de oeverstrook van de Maas is over vrijwel het hele traject enkele jaren geleden ingericht als natuurzone.
3.5
De Maasdorpen en hun relatie met de weerden
De bewoners van de Maasvallei zochten, toen zij zich er lang geleden vestigden, de drogere plekken op in het gebied. Deze vonden ze bovenaan de terrasranden, waar het grondwater van nature laag staat. Zo ontstond er op beide oevers van de Maas een lint van Maasdorpen verbonden met doorgaande wegen die ook bovenaan de terrasrand liepen. Vanwege de belangrijke plek die de landbouw in het dagelijks leven innam, hadden de inwoners een sterke relatie met de weerden. Voor de bewerking van het land was veel menskracht nodig en het merendeel van de inwoners werkte er op de akkers en de weilanden. Met de schaalvergroting in de landbouw veranderde de werkgelegenheid en geleidelijk nam de band tussen de bewoners en de weerden af omdat er in deze gebieden verder niet veel meer gebeurde dan landbouw. De gebieden raakten steeds meer uit de belangstelling van de bewoners en bezoekers van buitenaf waren er nog niet of nauwelijks. Ook het aanbrengen van de steenbestorting op de Maas oevers rond 1980, waardoor de bij bewoners geliefde strandjes verdwenen, zorgde ervoor dat ook de Maas steeds meer uit beeld raakte. De grotere afstand tot de weerden en de Maas kende in de verschillende Maasdorpen trouwens wel nuance verschillen. Zo was deze in Lottum minder groot dan
Figuur 31. Gezicht op Grubbenvorst vanaf de weerd.
Figuur 32. Gezicht op Lottum vanaf de weerd.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
in Grubbenvorst omdat men daar dankzij de meer kleinschalige en arbeids intensieve rozenteelt meer met de weerd verbonden bleef en in Broekhuizen bleef er vanwege de ligging pal aan de Maas en het pontveer wel altijd een sterke relatie met de Maas. Na de hoogwaters van 1993 en 1995 ontstond er interesse in de weerden voor een andere functie dan landbouw: hoogwaterbescherming. De over tuiging heerste dat met ‘Ruimte voor de rivier’ de hoogwaterbeschermings opgave grotendeels kon worden opgelost. Dijken zouden slechts als sluitstuk nodig zijn, daar waar de verruimingsmaatregelen tekortschoten. Er werden plannen gemaakt voor geulen en verlagingen in vrijwel alle weerden van de Maasvallei. Door deze af te graven en er hoogwatergeulen aan te leggen zou de Maas beveiligd kunnen worden, was het idee. Ondertussen voltrok zich echter een stille verandering in het gebied die weinigen in 1995 nog aan zagen komen. De Maasvallei werd ontdekt door de recreant en nu, 25 jaar later, is het perspectief voor de Maasweerden in alle opzichten anders. Vele fietsers en wandelaars benutten het uitgebreide routenetwerk dat inmiddels is ontstaan. De uniciteit van de Maasweerden, onderdeel van het Maasterrassenlandschap, wordt in beleid en visies benadrukt. Nut en noodzaak van het vergraven van de weerden is daardoor, nog meer dan voorheen, onderwerp van debat.
Zeker nu het aandeel van rivierverruiming aan de waterveiligheid op de tweede plaats is komen te staan en heeft plaatsgemaakt voor dijkversterkingen. De vanzelfsprekend heid van het vergraven van de weerden heeft plaats gemaakt voor trots op deze gebieden en terughoudendheid met grote transformaties. Met de komst van meer bezoekers is de situatie in de Maasdorpen ook weer gaan kantelen en bewoners en ondernemers zijn weer veel sterker betrokken bij hun weerden. Zij maken actief plannen voor de Maas en haar oevers en investeren vrijwillig tijd en geld om er eigenhandig verbeteringen te realiseren. Nu plannen maken voor de weerden betekent, anders dan 25 jaar geleden, dat vele betrokken bewoners en ondernemers kritisch
29
meekijken en mee willen beslissen. Keuzes vragen om degelijke en transpa rante afwegingen en die zijn niet eenvoudiger geworden. Het is mede dankzij deze ontwikkelingen dat de gemeente nu de regie oppakt en een perspectief op de nieuwe mogelijkheden harder nodig is dan het in lange tijd geweest is.
3.6
Recreatieve betekenis van de weerden
De recreatiesector heeft in de Maasvallei een enorme ontwikkeling door gemaakt. Voor 25 jaar was dat nog heel anders, toen er nog maar weinig horeca was in de Maasvallei en de zaken die er waren zich voornamelijk op het eigen dorp richtten. Verblijfsaccommodaties en campings waren vooral verbonden met de hoger gelegen bosgebieden. De laatste decennia is de Noordelijke Maasvallei echter steeds meer in trek gekomen bij toeristen en dagjesmensen en tegelijkertijd is het aanbod aan recreatief-toeristische voorzieningen gestaag gegroeid (zie figuur 33) en daarmee de werkgelegen heid in deze sector. De bezoekers geven in gesprekken aan dat ze vooral aangetrokken worden door het kleinschalige karakter, de afwisseling en authenticiteit van het landschap, de gezellige dorpjes en de rust die het gebied uitstraalt. Ook de uitgebreide routestructuren en de mogelijkheid om met de pont de Maas over te steken en beide oevers te bezoeken zijn belangrijke trekpleisters. De Maas is een belangrijke recreatieve route voor de pleziervaart. De oevers zijn vanouds in trek voor vissers en waterplezier vanaf de strandjes, maar de mogelijkheden voor dat laatste zijn beperkt vanwege de veelal met steen versterkte oevers. Vele meestal kleine initiatieven hebben de afgelopen decennia de kwaliteit van de weerden verbeterd. Bewoners en ondernemers maken actief plannen voor de Maas en haar oevers.
Talloze uren vrijwilligerswerk hebben de kwaliteit van de weerden verbeterd. Met name het project Maasgaard is hier een aanjager voor geweest. De komst van kleinschalige toevoegingen zoals
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
30
een strandjes, rustplekken en kleine natuurpareltjes (‘verfraaiplekken’) hebben het gebied verrijkt. Het werk van deze vrijwilligers en de investeringen in de het gebied worden gekoesterd en gecontinueerd. Onder de bezoekers zijn er veel dagjesmensen die hun auto parkeren in de dorpen en veelal per fiets een ronde maken door het gebied. Daarnaast zijn er de verblijfsrecreanten, waarbij al langere tijd een verschuiving gaande is naar meer kort verblijf en tegelijkertijd het aantal bezoeken buiten het hoogseizoen toe neemt. Goede parkeervoorzieningen, interessante gevarieerde routes door het gevarieerde landschap en rondjes met de vele pontjes zijn voor de bezoekers van belang. Onderweg strijken ze graag neer voor een versnapering en de horeca heeft ingespeeld op de wensen van de vele bezoekers en het aanbod aan restaurants, terrassen in de Maasdorpen, ijssalons en verblijfsmogelijkheden is steeds diverser geworden. Ook agrarische bedrijven profiteren door verkoop van producten van het bedrijf. Zo vormen de bezoekers de klandizie voor talloze ondernemers, die weer werk bieden aan vele Limburgers. Inwoners van de Maasdorpen wonen in hetzelfde mooie landschap en zij profiteren van hetzelfde aanbod; prachtige uitloopgebieden en (mede dankzij het toerisme) dito voorzieningen.
De verwachting is dat deze ontwikkelingen zich de komende jaren voort zullen zetten en dat de Maasvallei meer en meer van een productielandschap een belevingslandschap zal worden. Nieuwe ontwikkelingen zouden bij moeten dragen aan deze waardevolle kruisbestuiving tussen ondernemersbelang, voorzieningenniveau, vestigingsklimaat en landschappelijke en recreatieve kwaliteiten.
Figuur 33. Recreatieve routestructuren en horeca in en rondom de weerden.
Gebiedsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Figuur 34. Beelden van recreatie op de oevers van de Maas.
31
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Hoofdstuk 4 Beleidsanalyse
32
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
De weerden van de Maas en hun ligging in de Noordelijke Maasvallei zijn de afgelopen decennia steeds meer in de aandacht komen te staan. Gaandeweg groeide het besef dat het om een bijzonder gebied gaat met voor Nederland unieke kwaliteiten. Deze ontwikkeling is ook terug te vinden in het beleid van de diverse overheden, waarin de veranderende aandacht voor het gebied is terug te lezen. Dit beleid is een van de vertrekpunten voor het nieuwe ontwikkelingsperspectief voor het gebied en wordt in dit hoofdstuk besproken. Het gaat daarbij om beleid dat de gemeente in regionaal verband heeft vastgelegd met name op het gebied van recreatieve ontwikkeling. Daarnaast is er ook Rijksbeleid, zoals bescherming tegen hoogwater en Provinciaal beleid, zoals inrichting van natuur en landschap.
4.1
Gemeentelijk beleid
Om handvatten te kunnen bieden voor een integrale aanpak bouwt de gemeente voort op eerdere verkenningen die in en voor de regio zijn uitgevoerd. Zo heeft de gemeente zelf in 2012 een structuurvisie opgesteld voor het Maasdal en is zij vervolgens samen met provincie en waterschap het Programma Maasgaard gestart, met name om de recreatieve potentie van het gebied te versterken. Van recente datum dateert het Panorama Maas waarin Horst aan de Maas samen met zeven andere gemeenten uit de Noordelijke Maasvallei in 2019 een regionale visie heeft opgesteld, waarmee ze richting willen geven aan de initiatieven die ondernemers, overheden, bewoners en belangengroepen in het Maasdal willen ontplooien. De gemeente Horst aan de Maas heeft als mede-opdrachtgever van de Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum ook veel ervaring opgedaan met de totstandkoming van een integraal rivierverruimingsproject. Structuurvisie Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas Deze structuurvisie is vastgesteld in 2012 door de gemeente en is nu enigszins gedateerd en biedt weinig aanknopingspunten voor de inrichting van de weerden. In 2012 ging het in het buitengebied vooral om de grote
33
ontwikkelingen aan de westzijde (Witveld, veiling ZON, greenport). In de SWOT analyse komt naar voren dat Grubbenvorst de Maas ondanks haar ligging weinig ervaart. Het dorp is met de rug naar de Maas gelegen. Ook ontbreken routes voor langzaam verkeer die dorp en Maas met elkaar verbinden. Ook blijkt uit de SWOT dat er sprake is van een beperkt aantal recreatieve trekkers die bezoekers langer vasthouden. Als kans wordt juist gezien dat Grubbenvorst een eerste pleisterplaats zou kunnen zijn vanaf Venlo. Over een moge lijke hoogwatergeul in de weerd van Grubbenvorst wordt vermeld dat het een droge geul zou worden Figuur 35. Plankaart uit de structuurvisie 2012. die wordt ingericht als gebied met landschappelijke en recreatieve waarde. Als bedreigingen van de hoog watergeul worden genoemd: overlast bij de realisatie en verlies van gebruikswaarde voor de landbouw. Als kansen voor de hoogwatergeul worden genoemd: afname wateroverlast, landschaps- en natuurontwikke ling, verbeteren recreatieve mogelijkheden, verbeteren zicht op de Maas, contact tussen dorp en rivier en ontwikkelingen specifieke woonvormen (Maasfront /wonen in het Maasdal). Visie op de Maasvallei: • veiligheid versterken, • relatie dorp-Maas verbeteren, • natuur en landschap versterken en • recreatieve netwerken versterken.
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
In het projectenplan van deze structuurvisie zijn voor de Maasvallei bij Grubbenvorst relevant: • Aanleg routes voor wandelen, fietsen en struinnatuur, • Doorsteken van dorp naar Maas, • Komst van recreatieve voorzieningen: aanlegsteiger voor bootjes, natuurcamping en kleinschalige horeca, • Verbetering recreatieve fietsroute tussen Venlo en Lottum via de Maasvallei, • Aanleg wandelpad tussen Lottum en Grubbenvorst langs de Maas, • Ontwikkeling Maasfront.
4.2
Regionaal beleid
Panorama Noordelijke Maasvallei, regiogemeenten Noord Limburg Dit betreft een visie van de gezamenlijke regiogemeenten op de Maasvallei, daterend uit 2020. Het gaat in op de sterkten en zwakten van de Noordelijke Maasvallei (zie figuur 41), werkt met een aantal gidsprincipes en biedt een afwegingskader voor initiatieven De belangrijke principes uit deze visie zijn: • De Noord Limburgse Maasvallei is van grote aardkundige en land schappelijke betekenis en kwetsbaar voor aantastingen. We hebben een verantwoordelijkheid om hier zorgvuldig mee om te gaan. • Kies voor ontwikkelingen die bij de kenmerken van deze rivier passen • Niet alles hoeft nu: zorg voor een lange termijnvisie en een adaptieve werkwijze • Waterveiligheidsmaatregelen moeten passen bij de identiteit van het gebied • Zoek naar perspectieven voor de landbouw, die het Maasdal niet eentoniger maken maar juist gevarieerder
34
Daarnaast hanteert Panorama Maas 5 gidsprincipes, waarvan er 3 relevant zijn voor dit project: • landschap is leidend; ingrepen volgen de schaal en logica van het landschap; • koester en bouw voort op de authen ticiteit en kleinschaligheid van het maaslandschap; • kansen zien en grijpen; zorg voor integrale aanpak tussen programma’s (bijv. innovatieve dijken in Hoogwater beschermingsprogramma (HWBP) combineren met herstel oude geulen via Kaderrichtlijn Water (KRW). In het Panorama Maas wordt voort bouwend op de gidsprincipes een voorkeursvolgorde gegeven voor maat Figuur 36. Contour van de regio regelen voor hoogwaterbescherming. Noord Limburg met de Maasvallei In Ladder voor duurzame versterking als ruggengraat van de regio (bron: Maasvallei wordt een volgorde aan Regionaal Ruimtelijk Kwaliteitskader). gegeven wat passend is en wat niet. Rode maatregelen zijn aangemerkt als niet passend en systeemvreemd (‘Noordelijke maasvallei leent zich hier niet voor, doet landschap ernstig geweld aan en verstoort de grondwaterhuishouding, gaat ten koste van ruimte voor andere functies’). In deze voorkeursvolgorde worden groot schalige ontgravingen, diepe zandwinningen, grote zandplassen als minst passend /meest systeemvreemd (rood) aangemerkt. Kleine ontgrondingen volgens natuurlijke landschapspatronen scoren groen.
Beleidsanalyse • Ontwikkelkader weerden Horst aan de Maas
Gebiedsvisie Maasdal, stuurgroep Maasgaard Visie Maasgaard staat voor een samenhangende, heldere en krachtige groen-blauwe hoofdstructuur en een samenhangende versterking van het toeristische recreatieve netwerk. Deze gebiedsvisie is tot stand gekomen in gesprekken met o.a. 9 dorpsraden en ondernemers. Visie Maasgaard stelt dat: • Wandelen en fietsen in combinatie met eten en drinken – al dan niet langs verschillenden bezienswaardigheden – de grote trekpleister van de gemeenten Horst en Venray is; • Uit de benchmark met Maasduinen en Gelderse poort komen het ontbreken van doorlopende fietsverbindingen langs de Maas en de bereikbaarheid van de Maas als manco naar voren; • ‘Uit de gesprekken blijkt dat een aantal zaken beslist niet (verder) moeten plaatsvinden zoals ontgrindingen, maisteelt, snelle watersport op de Maas en windmolens’;