CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

12d Regels

Gemeenteraad 10 mei 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Oude Holstraat, Hegelsom.12.512 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.7

Parkeren en opladen elektrische voertuigen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van parkeerplaatsen en oplaadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht worden genomen: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als parkeerplaats voor elektrische voertuigen met bijbehorende laadvoorziening • De locatie van elektrische laadpalen dient voldoende zichtbaar te zijn voor aankomende bezoekers zodat zij niet hoeven te zoeken naar een laadpaal • De gemeente Horst aan de Maas streeft naar duurzaamheid en wil het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren door deze een gunstige plek te geven op de parkeerlocatie • De aanleg van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen dient rekening te houden met de toegestane parkeerduur (bijvoorbeeld blauwe zone). Afhankelijk van de laadvoorziening kan de laadduur variëren van een half uur (snellaadpaal) tot vier uur of langer (gemiddelde openbare laadpaal).

2.8

Parkeren van grote voertuigen Het uitgangspunt is dat het parkeren van grote voertuigen op eigen terrein van de bedrijven moet plaatsvinden. Het parkeren van grote voertuigen (vrachtwagens, touringcars), exclusief laden en lossen, is binnen de bebouwde kommen van de gemeente Horst aan de Maas niet toegestaan behoudens op de daarvoor aangewezen vrachtwagenparkeerplaatsen. In het ‘Aanwijzingsbesluit parkeerruimte grote voertuigen’ is vastgelegd waar het parkeren van grote voertuigen plaats dient te vinden.

16

Nota Parkeernormen | 12-13

3

OPSTELLEN PARKEERPLAN De initiatiefnemer van een ruimtelijk ontwikkeling stelt aan de hand van de volgende stappen een parkeerplan op. Dit parkeerplan maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling.

3.1

Bepalen parkeerbehoefte Het proces van toepassing van de parkeernormen start met een ruimtelijk initiatief, plan of project. Kenmerk van doorwerking van parkeernormen via de Nota Parkeernormen is, dat toetsing alleen kan plaatsvinden op het moment dat sprake is van vergunningplichtige activiteiten. Niet-vergunningplichtige verbouwingen kunnen dus zonder toetsing aan de parkeernormen plaatsvinden. Bij de vergunningplichtige activiteiten wordt voor toepassing van de Nota Parkeernormen onderscheid gemaakt naar de volgende situaties: 1. Nieuwbouw 2. Herbouw/verbouw 3. Functiewijziging 4. Functie-uitbreiding ad 1. Nieuwbouw In het geval van nieuwbouw is de Nota Parkeernormen van toepassing op de totale ontwikkeling. De parkeerbehoefte per (nieuwe) functie wordt bepaald door middel van het aantal eenheden per functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. ad 2. Herbouw/verbouw Wanneer een bestaand object wordt gesloopt of verbouwd en in dezelfde functie en omvang wordt teruggebouwd, dan is de Nota Parkeernormen niet van toepassing. ad 3. Functiewijziging Wanneer een bestaand object (deels) een functiewijziging ondervindt, dan is de Nota Parkeernormen van toepassing op dat gedeelte waar functiewijziging plaatsvindt. De parkeernorm van de oude functie wordt dan samengesteld op basis van de parkeernorm van de nieuwe functie minus de parkeernorm van de oude functie.

Aan deze verrekening zijn wel voorwaarden verbonden: zie paragraaf 3.4.1. ad. 4. Functie-uitbreiding Bij het uitbreiden van een bestaande functie is de parkeernorm van toepassing op het gedeelte dat uitgebreid wordt. Ook hier geldt dat in het verleden vergunde activiteiten waarbij niet getoetst is aan parkeernormen niet worden meegenomen in de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen.

3.2

Bepalen normatieve parkeerbehoefte Wanneer de gegevens (functies) van een bouwontwikkeling bekend zijn, wordt de bijbehorende 2 norm bepaald. Deze wordt vermenigvuldigd met het te realiseren programma, het aantal m bruto vloeroppervlakte of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen. Bij een gecombineerde ontwikkeling wordt de berekening voor iedere functie apart uitgevoerd. De uitkomsten van iedere berekening worden vervolgens bij elkaar opgeteld, deze optelling vormt de normatieve parkeerbehoefte.

17

Nota Parkeernormen | 14-15

3.3

Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om in bijzondere gebieden of situaties de parkeernorm naar beneden bij te stellen. De initiatiefnemer moet deze bijstelling onderbouwen ofwel door aannemelijk te maken dat het gebruik van de functie een afwijkende parkeervraag genereert, ofwel door een alternatieve mobiliteitsdienst aan te bieden. De basis voor afwijking als gevolg van bijzondere omstandigheden wordt gevormd door een bereikbaarheidsplan, dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. Bijvoorbeeld; in een bereikbaarheidsplan wordt gesteld dat een substantieel deel van de medewerkers niet de auto gebruikt voor woon-werkverkeer. Of de initiatiefnemer zorgt voor voldoende deelauto’s bij de ontwikkeling van woningen (waarbij de vaste kosten door de ontwikkelaar worden gedragen). Deze afwijking dient objectief onderbouwd te worden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat afwijken van de parkeernormen gerechtvaardigd is.

Voorbeelden van een dergelijke objectieve onderbouwing zijn: • Cijfers met betrekking tot het aantal werknemers en/of fte • Cijfers met betrekking tot het autobezit en/of gebruik van de beoogde gebruikersgroepen van een functie • Cijfers met betrekking tot het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer op de desbetreffende locatie • Resultaten uit een recente parkeerdrukmeting bij vergelijkbare functies waaruit blijkt dat de parkeervraag lager ligt dan de gehanteerde norm • Resultaten uit referentieprojecten waarin maatregelen genomen zijn die soortgelijk zijn aan de voorgestelde maatregelen in het desbetreffende mobiliteitsplan Toetsingskader alternatieve mobiliteitsoplossingen Bij het toetsen van alternatieve mobiliteitsoplossingen in het bereikbaarheidsplan let het college van b&w in hoofdzaak op de kwaliteit van de mobiliteitsoplossing. Hoe hoger de kwaliteit, hoe aantrekkelijker het gebruik en dus hoe groter de korting op de parkeernorm. Daarbij kijkt het college niet alleen naar de initiële kwaliteit, maar ook naar de mate waarin goed beheer en onderhoud gegarandeerd is. Zo zal deelmobiliteit in de vorm van een abonnement op een bestaand concept altijd hoger gewaardeerd worden dan het beschikbaar stellen van een individueel voertuig voor algemeen gebruik.

In zijn algemeenheid geldt dat voor een woonbestemming het beschikbaar stellen van deelmobiliteit in het meest gunstige geval de aanschaf van een tweede auto onnodig maakt. De korting op de parkeernorm kan de norm daarom maximaal tot één parkeerplaats per woning verlagen. Het uitgangspunt daarbij is dat voor het beschikbaar stellen van één deelvoertuig maximaal voor vijf woningen de parkeernorm naar beneden zal worden bijgesteld.

3.4

Specifieke omstandigheden Er kunnen specifieke omstandigheden zijn die van invloed zijn op het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte. Deze omstandigheden dienen dan beschreven te worden in het parkeerplan.

3.4.1

Verrekening oude functie Bij functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het laatste 18

legale gebruik van de oorspronkelijke situatie - voor zover die parkeerbehoefte werd gefaciliteerd in het openbare parkeerareaal - in mindering wordt gebracht bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden. Als een voorziening meer dan één jaar ongebruikt of 'tijdelijk' gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. De ooit beschikbare parkeerruimte zal dan immers door andere parkeerders in gebruik zijn genomen waardoor de parkeerplaatsen niet meer beschikbaar zijn voor de nieuwe functie. Tijdelijk gebruik ter voorkoming van leegstand wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders of er sprake is geweest van tijdelijk gebruik. Bijvoorbeeld, een nieuwe ontwikkeling met een parkeervraag van 30 parkeerplaatsen vestigt zich op de locatie waar voorheen een functie zat met een parkeervraag van 20 parkeerplaatsen.

3.4.2

Toets dubbelgebruik De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een gebied meerdere functies aanwezig zijn of worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de parkeerbehoefte bijvoorbeeld op werkdagen in de avond en nacht maximaal. Bij een supermarkt of kantoor zal deze behoefte vooral overdag optreden. Het moment waarop alle gecombineerde functies tezamen een maximale parkeerbehoefte genereren, wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. De maatgevende parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages.

3.4.3

Vrijstelling parkeereis Wanneer bij verbouwplannen het verschil tussen parkeerbehoefte van de oude functie en de nieuwe functie voor de totale ontwikkeling kleiner is dan 1,5 parkeerplaatsen, verleent de gemeente in principe vrijstelling van de parkeereis. Dit geldt bijvoorbeeld bij een beperkte 2 uitbreiding van het vloeroppervlak van een supermarkt (van circa120m ). Deze, in deze paragraaf genoemde vrijstellingen, gelden niet voor ontwikkelingen met de functie “wonen”.

3.5

Parkeerbehoefte = Parkeereis Nadat de parkeereis is vastgesteld komt vervolgens de vraag of de parkeereis geheel, gedeeltelijk of niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. Idealiter wordt de parkeereis op eigen terrein gerealiseerd maar wanneer dit niet mogelijk is, zijn er alternatieven voorhanden. 1. Parkeren eigen terrein Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Soms is deze eis niet haalbaar. Voor ontwikkelingen met een resterende parkeereis groter of gelijk aan drie parkeerplaatsen, moet een ontwikkelaar onderbouwd aangeven waarom deze 19

Nota Parkeernormen | 16-17

niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden. Wanneer de aanvrager niet kan voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein is het mogelijk om gebruik te maken van vervangende parkeervoorzieningen. Bij het bepalen van de parkeercapaciteit op eigen terrein maakt de initiatiefnemer gebruik van de berekeningsmethode die is omschreven in tabel 2. 2. Parkeren particulier/privaat terrein (meerjarige overeenkomst bij huren) Om te voldoen aan de resterende parkeereis kan een initiatiefnemer gebruik maken van een vervangende particuliere/private parkeervoorziening. De vervangende parkeerruimte dient te liggen binnen de geldende loopafstand van de functie en over voldoende parkeerplaatsen te beschikken op maatgevende momenten. De initiatiefnemer maakt de bezoekers attent op de parkeerplaatsen. De initiatiefnemer beschikt over een parkeerovereenkomst tussen initiatiefnemer en de aanbieder van de particuliere/private parkeerruimte en overlegt deze bij de bouwaanvraag. De overeenkomst moet een blijvend karakter hebben (minimaal tien jaar). De loopafstand voor verschillende functies is weergegeven in Bijlage 3. 3. Gebruik openbare parkeerplaatsen De vervangende parkeerruimte kan ook een parkeerruimte in het openbaar gebied zijn.

Indien er voldoende parkeerruimte op straat is, ook na realisatie van het initiatief, kan de gemeente vrijstelling verlenen van het (geheel) realiseren van de parkeereis op eigen terrein. De bewijslast ligt hierbij bij de initiatiefnemer. Deze dient middels parkeertellingen, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau (ISO 9001 gecertificeerd), aan te tonen dat de parkeerdruk, in het op een acceptabele loopafstand gelegen gebied, op de drukste momenten onder de 85% ligt en ook na realisatie van het initiatief op de drukste momenten onder de 85% blijft. De betreffende meetmomenten en perioden worden bepaald door de gemeente. Indien gebruik gemaakt wordt van de ontheffing van de parkeereis door gebruik te maken van restcapaciteit in de openbare ruimte, moet de initiatiefnemer een compensatiebedrag betalen. Dit compensatiebedrag stelt de gemeente in de gelegenheid om te investeren in mobiliteitsmaatregelen die de algehele parkeervraag zullen reduceren of de parkeercapaciteit vergroten. De hoogte van het bedrag dat de initiatiefnemer moet betalen is vastgelegd in de Verordening mobiliteitsfonds gemeente Horst aan de Maas.

3.6

Afkoop door bijdrage Mobiliteitsfonds Een mobiliteitsfonds is een instrument dat beschikbaar is voor het oplossen van parkeervraagstukken bij nieuwe ontwikkelingen. Wanneer een bouwinitiatief niet, of in onvoldoende mate, kan voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, kan de initiatiefnemer een bijdrage leveren aan het Mobiliteitsfonds. Op basis van deze bijdrage kan het college van burgemeester en wethouders een ontheffing verlenen aan de initiatiefnemer van de parkeernorm. Overeenkomst Wanneer de ontwikkelaar met de gemeente overeenkomt dat het mogelijk is om de parkeereis af te kopen, worden de afspraken vastgelegd in een overeenkomst. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke voorwaarden van toepassing zijn op de storting in het mobiliteitsfonds. De overeenkomst met bijbehorende voorwaarden dient goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en wethouders.

20

Inzet Mobiliteitsfonds Met de afkoopsom, zoals vastgelegd in een overeenkomst, kan de gemeente parkeerplaatsen realiseren. Daarnaast kan de gemeente het saldo uit het mobiliteitsfonds aanwenden voor het verbeteren van de openbare parkeersituatie. Bijvoorbeeld door het treffen van flankerende mobiliteitsmaatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de parkeersituatie. Voorbeelden zijn: de realisatie van een transferium, de realisatie van concepten voor deelmobiliteit, aanleg van voet- en fietspaden, instellen betaald parkeren of blauwe zone, aanpassen parkeertarieven, bewegwijzering, et cetera. De flankerende maatregelen bieden een alternatief voor de afgekochte parkeerplaatsen en kunnen breed binnen de gemeente worden ingezet. De gemeente realiseert parkeerplaatsen of flankerende maatregelen binnen tien jaar. Stappenplan:

21

Nota Parkeernormen | 18-19

22

4

OVERIGE BEPALINGEN

4.1

Hardheidsclausule In alle gevallen waarin de Nota Parkeernormen niet voorziet of wanneer toepassing van de Nota Parkeernormen leidt tot kennelijk onredelijke situaties, neemt het college van burgemeester en wethouders een beslissing.

4.2

Inwerkingtreding Deze Nota Parkeernormen treedt in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking ervan. Op dat moment wordt de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2015, vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas, op 24 november 2015 ingetrokken.

4.3

Overgangsregeling Voor ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten waarvoor al eerder een parkeertoets heeft plaatsgevonden, worden de uitkomsten van die parkeertoets als parkeereis gezien. Voor alle ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten waarvoor nog geen parkeertoets heeft plaatsgevonden, wordt de Nota Parkeernormen als uitgangspunt gebruikt.

4.4

Citeertitel Deze Nota Parkeernormen wordt aangehaald als: Nota parkeernormen gemeente Horst aan de Maas.

23

Nota Parkeernormen | 20-21

BIJLAGEN BIJLAGEN

Nota Parkeernormen | 22-23

B1 PARKEERNORMEN HORST AAN DE MAAS Gezondheid en (sociale) voorzieningen rest bebouwde eenheid centrum kom apotheek

per apotheek

buiten bebouwde kom

2,4

3,4

3,4

per plechtigheid per consultatiebureau behandelkamer per consultatiebureau voor ouderen behandelkamer

31,6

31,6

31,6

1,5

2,1

2,2

1,3

2,0

2,2

uitvaartcentrum

30,1

30,1

30,1

1,4

2,0

2,0

1,7

2,5

2,5

huisartsenpraktijk (-centrum)

per plechtigheid per behandelkamer per behandelkamer per behandelkamer

2,3

3,3

3,3

penitentiaire inrichting

per 10 cellen

1,7

3,3

3,7

religiegebouw

0,2

0,2

0,2

tandartsenpraktijk (-centrum)

per zitplaats per behandelkamer

1,7

2,6

2,7

verpleeg - en verzorgingstehuis

per wooneenheid

0,6

0,6

0,6

begraafplaats

fysiotherapiepraktijk (-centrum) gezondheidscentrum

Horeca en (verblijfs)recreatie rest bebouwde eenheid centrum kom

buiten bebouwde kom

hotel

per 10 kamers

5,5

11,0

12,6

bungalowpark

per bungalow

1,7

1,7

2,1

café, bar, cafetaria

2

100 m bvo

4,0

7,0

7,0

camping/kampeerterrein

per standplaats

1,2

1,2

1,2

2

7,0

20,9

20,8

2

4,0

8,5

8,5

2

8,0

15,0

15,0

discotheek

100 m bvo

evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw

100 m bvo

restaurant

100 m bvo

Onderwijs eenheid

centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

avondonderwijs

per 10 studenten

4,6

6,8

10,5

basisschool

per leslokaal

0,8

0,8

0,8

2

kinderdagverblijf (crèche)

100 m bvo

1,0

1,4

1,5

middelbare school

per 100 leerlingen

3,7

4,9

4,9

ROC

per 100 leerlingen

4,8

5,9

5,9

Nota Parkeernormen | 24-25

Sport, cultuur en ontspanning rest bebouwde eenheid centrum kom attractie - en pretpark

per ha netto terrein

buiten bebouwde kom

8,0

8,0

8,0

bibliotheek

2

100 m bvo

0,2

1,2

1,4

biljart -/snookercentrum

per speeltafel

0,9

1,4

1,8

2

bioscoop

100 m bvo

3,2

11,2

13,7

bowlingcentrum

per bowlingbaan

1,6

2,8

2,8

2

5,7

6,5

8,0

2

casino

100 m bvo

dansstudio

100 m bvo

1,6

5,5

7,4

dierenpark

per ha netto terrein

filmtheater/filmhuis fitnesscentrum

8,0

8,0

8,0

2

5,1

18,0

22,1

2

1,7

6,3

7,4

2

1,1

4,8

6,5

2

100 m bvo 100 m bvo

fitnesstudio/sportschool

100 m bvo

gemeenschapshuis/cultureel centrum/wijkgebouw

100 m bvo

3,0

3,0

3,0

golfbaan (18 holes)

per 18 holes/60 ha

96,0

96,0

118,3

golfoefencentrum

6 ha

51,1

51,1

56,2

2

indoorspeeltuin (kinderspeelhal) 100 m bvo

4,0

5,9

6,4

jachthaven

per ligplaats

0,6

0,6

0,6

manege/paardenhouderij

per box

0,4

0,4

0,4

2

0,6

1,1

1,1

2

2,5

6,7

7,3

2

museum

100 m bvo

sanua/hammam

100 m bvo

sporthal

100 m bvo

1,3

2,9

3,5

sportveld

per ha netto terrein

20,0

20,0

20,0

2

1,2

2,9

3,6

2

2,1

3,5

4,2

2

0,3

0,5

0,5

theater/schouwburg

2

100 m bvo

7,4

9,8

12,0

volkstuin

per 10 tuinen

1,4

1,4

1,5

wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)

100 m bvo

2

9,3

9,3

10,3

zwembad openlucht

100 m bvo

2

12,9

12,9

15,8

2

9,7

9,7

13,3

sportzaal squashhal tennishal

zwembad overdekt

28

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo

100 m bvo

Werken centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

2

0,4

1,1

1,1

2

1,3

2,4

2,4

2

1,4

2

2

2

2,2

3,6

3,6

2

1,6

2,6

2,6

2

1

1,7

1,7

centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

2

2,6

2,6

2,6

2

2,5

2,5

2,5

2

4,1

8,2

9,1

2

4,0

4,0

4,0

2

2,3

4,1

4,1

2

3,7

4,1

4,1

2

4,1

5,6

5,6

2

7,1

7,1

7,1

2

2,0

2,0

2,3

2

2,6

2,6

2,6

2

10,4

10,4

10,4

2

2,7

2,7

2,9

eenheid bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief

100 m bvo

bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief

100 m bvo

bedrijfsverzamelgebouw

100 m bvo

kantoor (met baliefunctie) kantoor (zonder baliefunctie) showroom

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo

Winkel en boodschappen eenheid binnenstad/kernwinkelgebied bouwmarkt bruin - en witgoedzaken buurt - en dorpscentrum buurtsupermarkt discount supermarkt

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo

full sercive supermarkt

100 m bvo

groothandel in levensmiddelen

100 m bvo

kringloopwinkel

100 m bvo

meubelboulevard/woonboulevard 100 m bvo outletcentrum tuincentrum weekmarkt wijkcentrum (gemiddeld)

100 m bvo 100 m bvo 1

m kraam

0,2

0,2

0,2

2

5,5

5,5

5,5

2

6,1

6,1

6,1

2

4,9

4,9

4,9

2

4,5

4,5

4,5

2

2,2

2,2

5,2

2

1,3

2,0

2,0

centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

100 m bvo

wijkcentrum (groot)

100 m bvo

wijkcentrum (klein)

100 m bvo

winkelboulevard woonwarenhuis (zeer groot) woonwarenhuis/woonwinkel

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo Wonen eenheid

aanleunwoning en serviceflat

per woning

1,1

1,2

1,2

appartement

per woning

1,3

1,8

1,8

kamerverhuur (niet zelfstandig)

per woning

0,3

0,3

0,3

kamerverhuur (zelfstandig, geen studenten)

per bewoner

0,7

0,7

0,7

woonhuis

per woning

1,6

2

2

Nota Parkeernormen | 26-27

In bovenstaande tabellen staat een veelheid aan afzonderlijke functies opgenomen. Het kan ook voorkomen dat meerdere functies zijn verenigd in één gebouw. In dat geval dient van iedere functie afzonderlijk het aantal benodigde parkeerplaatsen te worden berekend en wordt aan de hand van de in deze Nota benoemde aanwezigheidspercentages het dubbelgebruik bepaald. Zo ontstaat een totale parkeervraag voor alle gecombineerde functies.

30

B2 CENTRUMGEBIEDEN HORST, SEVENUM EN GRUBBENVORST Centrumgebied Horst

Nota Parkeernormen | 28-29

Centrumgebied Sevenum

32

Centrumgebied Grubbenvorst

Nota Parkeernormen | 30-31

B3 LOOPAFSTANDEN PER TYPE FUNCTIE De loopafstanden per type functie binnen de gemeente Horst aan de Maas zijn gebaseerd op de loopafstanden uit CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, 2012. Hoofdfunctie

34

Loopafstand (m)

Wonen

100

Winkelen

200

Werken

200

Ontspanning

100

Gezondheidszorg

100

Onderwijs

100

Nota Parkeernormen | 32-33

Nota Parkeernormen | 34-35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11391770/1