12d Regels
Tekst van het document
PLANREGELS
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDENDE REGELS .............................................................................................................................................2 Artikel 1 Begrippen........................................................................................................................................2 Artikel 2 Wijze van meten.............................................................................................................................7 2 BESTEMMINGSREGELS.........................................................................................................................................8 Artikel 3 Gemengd ........................................................................................................................................8 Artikel 4 Groen............................................................................................................................................ 10 Artikel 5 Verkeer ......................................................................................................................................... 11 Artikel 6 Wonen ..........................................................................................................................................
12 3 ALGEMENE REGELS............................................................................................................................................ 15 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel ...................................................................................................................... 15 Artikel 8 Algemene gebruiksregels .......................................................................................................... 16 Artikel 9 Algemene aanduidingsregels .................................................................................................... 17 Artikel 10 Algemene afwijkingsregels ........................................................................................................ 18 Artikel 11 Algemene wijzigingsregels ........................................................................................................ 19 Artikel 12 Overige regels ............................................................................................................................. 20 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ...................................................................................................................... 21 Artikel 13 Overgangsrecht...........................................................................................................................
21 Artikel 14 Slotregel ....................................................................................................................................... 22 Bijlage 1: Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Nota parkeernormen
Vastgesteld
1
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan “Oude Holstraat Hegelsom” met NL.IMRO.1507.HSOUDEHOLSTR-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas.
identificatienummer
1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aaneengebouwde woning: Een woning die onderdeel uitmaakt van minimaal drie aaneengebouwde woningen. 1.6 aan huis verbonden bedrijf: Het hoofdzakelijk door de gebruik(st)er van de woning bedrijfsmatig vgerlenen van diensten of uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door handwerk) in een woning en de daarbij behorende aan- uit- en bijgebouwen, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan, behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.7 aan huis verbonden beroep: Een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven.
Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.8 ander bouwwerk: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.9 bebouwing: Één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Vastgesteld
2
1.10 bebouwingspercentage: Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.11 bedrijf: Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.12 bestemmingsgrens: De grens van een bestemmingsvlak. 1.13 bestemmingsvlak: Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14 bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.15 bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.16 bouwgrens: De grens van een bouwvlak. 1.17 bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18 bouwperceelgrens: De grens van een bouwperceel. 1.19 bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.20 bouwwerk: Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.21 detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.22 dienstverlening: Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, zoals reis- en uitzendbureaus, stomerijen, wasserettes, makelaars, kappers en pedicures.
Vastgesteld
3
1.23 dove gevel: een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, waaronder begrepen het dak, die bestaat uit: a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A); b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 1.24 erotisch getinte vermaaksfunctie: Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seks-club en een seksautomatenhal. 1.25 gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26 hoofdgebouw: Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.27 horeca: Een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.28 huishouden: Een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep. 1.29 maatschappelijke voorzieningen: Educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.30 Nota parkeernormen: De parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld op 3 juli 2019, die als bijlage 2 bij deze regels is toegevoegd, dan wel, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, de wijziging hiervan. 1.31 overig bouwwerk: Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
Vastgesteld
4
1.32 overkapping: Een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebruik van het gebouw of de standplaats, en dat, voor zover gebouwd vóór de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en voor zover gebouwd achter de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren. 1.33 peil: a. Voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van de woning; b. Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.34 perceelsgrens: De grens van een bouwperceel. 1.35 prostitutie: Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.36 seksinrichting: De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.37 speelvoorziening: Voorzieningen gericht op sportieve activiteiten zoals multifunctionele verharde speelvelden, trapvelden, skatebanen, sport- en spelattributen (doelpalen, basketbalpalen, ballenvangers, etc.). 1.38 Staat van Bedrijfsactiviteiten: De als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen. 1.39 twee-aaneengebouwde woning: Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde hoofdgebouwen. 1.40 verblijfsgebied: Een aaneengesloten gebied waar het doen van verplaatsingen bij het gebruik van de weg ondergeschikt is aan andere functies, zoals spelen door kinderen. 1.41 voorgevel: De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 1.42 vrijstaande woning: een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw.
Vastgesteld
5
1.43 voorzieningen van algemeen nut: Voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.44 wet/wettelijke regelingen: Indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.45 woning: Een (gedeelte van een) gebouw, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
Vastgesteld
6
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 Afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
Vastgesteld
7
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3
Gemengd
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. dienstverlening; c. maatschappelijke voorzieningen; d. wonen; e. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende tuinen, erven en speelvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. er mogen maximaal drie hoofdgebouwen worden gebouwd; b. er mag uitsluitend gebouwd worden binnen het bouwvlak; c. het bouwvlak mag voor maximaal 50% worden bebouwd; d. de goot- en bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan respectievelijk 8,00 en 12,00 meter; e. cumulatief dient binnen de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Wonen’ minimaal 30% van het aantal woningen te worden gerealiseerd als sociale huurwoning, welke vervolgens voor een periode van minimaal 10 jaar als zodanig in exploitatie dient te worden genomen; f. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’ dienen alle gevels, inclusief de kap, die zijn gericht in de richting van de Stationsstraat als dove gevel te worden gebouwd en in stand te worden gehouden. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de oppervlakte aan bouwwerken, geen gebouw zijnde mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 50 m², met dien verstande dat het bouwperceel voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd; b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 5,00 meter bedragen, met dien verstande dat: c. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter mag bedragen en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter mag bedragen; d. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten maximaal 8,00 meter mag bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Situering functies Ten aanzien van de situering van de in artikel 3.1 genoemde functies geldt dat de functies als bedoeld in artikel 3.1 onder b en c uitsluitend zijn toegestaan op de begane grond, met dien verstande dat niet voor publiek toegankelijke ruimten als kantoor-, personeels- en opslagruimten wel op de verdiepingen zijn toegestaan.
Vastgesteld
8
3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Bedrijvigheid Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 en toestaan dat bedrijvigheid mag worden uitgeoefend, mits: a. het uitsluitend bedrijven betreffen van categorie 1 en 2, zoals die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, of daaraan gelijkgesteld (bijlage 2 bij deze regels); b. bedrijvigheid uitsluitend is toegestaan op de begane grond, met dien verstande dat niet voor publiek toegankelijke ruimten als kantoor-, personeels- en opslagruimten wel op de verdiepingen zijn toegestaan; c. het gebruik mag geen ernstige hinder voor de omgeving veroorzaken en mag ook niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; d. er mag geen sprake zijn van een seksinrichting; e. in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan; f. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans. 3.4.2 Situering functies Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.3.1 en 3.4.1 en toestaan dat één of meer van de bedoelde functies mag worden uitgeoefend op één of meer verdiepingen, mits: a.
het gebruik mag geen ernstige hinder voor de omgeving veroorzaken en mag ook niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; b. in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
Vastgesteld
9
Artikel 4
Groen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. speelvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 6 meter; b. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 4 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter.
Vastgesteld
10
Artikel 5
Verkeer
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer; b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, hondentoilet; c. voorzieningen van algemeen nut; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 15 m². 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter.
Vastgesteld
11
Artikel 6
Wonen
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; b. voorzieningen voor verkeer en verblijf; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. tuinen en erven; met daaraan ondergeschikt: i. aan huis verbonden beroepen en bedrijven, overeenkomstig het bepaalde in 6.4.2; 6.2 Bouwregels 6.2.1 Woningen Voor het bouwen van woningen (hoofdgebouwen) gelden de volgende regels: a. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 80; b. cumulatief dient binnen de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Wonen’ minimaal 30% van het aantal woningen te worden gerealiseerd als sociale huurwoning, welke vervolgens voor een periode van minimaal 10 jaar als zodanig in exploitatie dient te worden genomen; c. er mogen uitsluitend grondgebonden woningen worden gebouwd, gestapelde woningen zijn niet toegestaan; d. het hoofdgebouw dient minimaal 1,5 meter uit de bestemmingsgrens te worden gerealiseerd; e. per bouwperceel mag niet meer dan één woning worden gebouwd; f. de bouwdiepte van een woning mag niet meer bedragen dan 15,00 meter, waarbij een bouwperceel voor maximaal 50% mag worden bebouwd; g. de afstand van de voorgevel tot voorste grens van het bouwperceel mag niet minder bedragen dan 1,5 meter en niet meer bedragen dan 5,00 meter; h.
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag: 1. bij vrijstaande woningen aan beide zijden niet minder bedragen dan 2,5 meter; 2. bij twee-aaneen gebouwde en geschakelde woningen aan één zijde niet minder bedragen dan 2,50 meter; 3. bij aaneengebouwde woningen bij eindwoningen aan één zijde niet minder bedragen dan 2,50 meter; i. de goot- en bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6,5 en 11,5 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan aangegeven; j. vóór de voorgevel van het hoofdgebouw is een erker toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. de horizontale diepte van de erker bedraagt maximaal 1 meter; 2. de breedte van de erker bedraagt maximaal de helft van de voorgevel van het hoofdgebouw; 3. de goothoogte van de erker bedraagt maximaal 3,5 meter. 6.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte mag per bouwperceel niet meer dan 150 m² bedragen; b. het bebouwingspercentage per bouwperceel mag niet meer dan 50% bedragen;
Vastgesteld
12
c. d. e. f. g.
mogen worden gebouwd op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn; mogen worden gebouwd tot in de zijdelingse perceelsgrens; de goothoogte mag niet meer dan 3,50 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 6,00 meter bedragen; in afwijking van e. en f. bedraagt de maximale bouwhoogte van een overkapping 3 meter.
6.2.3 Gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 3,00 meter bedragen; b. de oppervlakte per gebouw mag niet meer dan 15 m2 bedragen. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 5,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn niet meer dan 1,00 meter en daar achter niet meer dan 2,00 meter mag bedragen. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 sub d voor een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, tot 0 meter, mits: a. de woning grenst aan openbaar gebied, of; b. de woning levensloopbestendig gebouwd wordt, waarbij de maximale goothoogte 3,5 meter bedraagt; c. in alle gevallen geldt dat er geen onevenredige aantasting ontstaat van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.
6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning, met uitzondering van het gebruik ten behoeve van mantelzorg; c. gebruik van gronden voor de voorgevelrooilijn voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit, met dien verstande dat het permanent stallen van caravans niet is toegestaan; d. het bieden van (recreatief) nachtverblijf aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben, behoudens voor zover toegestaan op basis van 5.1. 6.4.2 Aan huis verbonden beroepen of bedrijven Een aan huis verbonden beroep of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep of bedrijf mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep of bedrijf mag niet meer bedragen dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 75 m²; c. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er mag geen buitenopslag en buitenstalling plaatsvinden;
Vastgesteld
13
e. degene die het aan huis verbonden beroep of bedrijf uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; f. er dient in voldoende mate in de parkeerbehoefte te worden voorzien op eigen terrein, dan wel de parkeerbehoefte kan in de directe omgeving worden opgevangen; g. er mag geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van aan het aan huis verbonden beroep of bedrijf inherente en ondergeschikte detailhandel.
Vastgesteld
14
3 ALGEMENE REGELS Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Vastgesteld
15
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Verboden gebruik Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en / of opslagplaats van grond en / of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en / of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.
Vastgesteld
16
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1 Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol 9.1.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. 9.1.2 Bouwregels Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld.
Vastgesteld
17
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het vergroten van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakteen inhoudmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend; b. van de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; c. teneinde de op de verbeelding ingetekende begrenzingen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, met maximaal 10 m te verschuiven; d. van de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; e. van de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f.
van de bestemmingsregels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer dan 50 m3 de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld; 2. de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid.
Vastgesteld
18
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en / of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.
Vastgesteld
19
Artikel 12
Overige regels
12.1 Parkeerregels 12.1.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen. 12.1.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 12.1.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 12.1.4 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
Vastgesteld
20
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13
Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10 %. c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Vastgesteld
21
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Oude Holstraat Hegelsom”
Vastgesteld
22
1584
10821
1584 1593 t/m 1595
10821 1102 t/m 1104
18
14
182 19
141 19
20 2010.2 205
16 16102 162902
22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223
58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182
24 2442 2442
20 2120 2120
26 262, 263 262, 263
23 232, 234 232, 234
30
26, 28, 33
30 31
26, 28, 33 26, 27, 33
31 316 32
26, 27, 33 293 26, 33
33
26, 32, 33
33
26, 32, 33
36 361 362 363 45 45
31 9524 321 322 41, 42, 43 41, 42, 43
45 50
41, 42, 43 45, 47
50
45, 47
501, 502, 504 5020.4 5020.5
451, 452, 454 45204 45205
503, 504 51 51 511 5122 5134
453 46 46 461 4622 4634
Tabel 1_cat.2
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN - DRANKEN 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge1 ovens 0 Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade0 en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van 3 chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 6 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN - VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING - ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0 Houtconserveringsbedrijven: Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN - REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media
10
1 G
30 2
2
1 G
1
30 10 30
10
1 G
30 2
2
1 G
1
30 10 30 10 0 30 C
10 0
1 G 1 G
30 2 30 2
2 2
1 G 1 G
1 1
10 10 30
10
2 G
30 2
2
2 G
2
10 10 30
0
1 G
30 2
2
1 G
1
0 10 0 30 30 30 0
10 30 10 30 10 30 10
0 0 0 0 10 10 0
1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
10 30 10 30 30 30 10
1 2 1 2 2 2 1
1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
1 1 1 1 1 1 1
- VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 2 - verbandmiddelenfabrieken VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, - CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN - COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. A reparatie VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. - MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g. VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE - APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en A instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE - GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken - BOUWNIJVERHEID
10 10 30
10
2 G
30 2
2
2 G
1
10 10 30
10
1 G
30 2
2
1 G
1
30 10 30
10
1 G
30 2
2
1 G
1
30 10 30
10
1 G
30 2
2
1 G
1
30
0 30
0
1 G
30 2
2
1 G
1
0 10 10 30 10 10 30 10 30
0 10 10
1 G 2 G
10 30 2 30 2
1 2 2
1 P 1 G 2 G
1 1 2
B
3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, - MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven B Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en accessoires - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken
0 10 30
10
30 2
2
1 G
1
B
10 0 10
0 30 0 10 0 30
10 10 0
2 P 1 G 3 P
30 2 10 1 30 2
2 1 2
2 P 1 G 3 P
1 1 1
B
0
0 30
10
1 P
30 2
2
1 P
1
0 0 10 10 10 30 0 0 30
0 0 0
1 P 2 G 2 G
10 1 30 2 30 2
1 2 2
1 P 2 G 2 G
1 1 1
1
0 0 0 0 0 0 0
1 2 1 2 2 2 D 1
BODEM
30 10 30 C
GROOTSTE AFSTAND
VISUEEL
10821
VERKEER
1584
CATEGORIE
1071 1081
CAT
1581 1583
VERKEER
10, 11 1071
INDICES
GEVAAR
15 1581
STOF
-
GEUR
-
AFSTANDEN IN METERS
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
dec 2012
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
GELUID
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactviteiten
B
B B
L
527 55
952 55
55 5552 60 60 6022 61, 62 61, 62 61, 62 63 63 6321
55 562 49 49 493 50, 51 50, 51 50, 51 52 52 5221
6322, 6323 633 634 64 64 641 642 65, 66, 67
5222 791 5229 64 53 531, 532 61 64, 65, 66
65, 66, 67 65, 66, 67 70
64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68
70 70 71
41, 68 41, 68 77
71 711
77 7711
- POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven FINANCIELE INSTELLINGEN EN - VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND - GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, - MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven
714 72
772 62
-
72
62
72 72 73 73
62 58, 63 72 72
731
721
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
732
722
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
74
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82
10 0 10 10 30 10 10 10 10 10
30 30 30 30 30
0 0 0 10 10
2 G 2 G 2 G 2 G 2 G
30 30 30 30 30
2 2 2 2 2
2 2 2 2 2
2 G 2 G 2 G 2 G 2 G
1 1 1 1 1
0 30 0 30
10 V 30
2 G 1 G
30 2 30 2
2 2
2 G 2 G
1 1
0 10 30
10
1 G
30 2
2
1 G
1
0 10 30
0
1 G
30 2
1 G
1
0 0 30 10 10 30
0 10
1 G 2 G 2 G
30 2 30 2
2 0 2 2
1 G 2 G
1 2
0
0 30
0
2 G
30 2
2
2 G
1
0
0 10
10
1 P
10 1
1
1 P
1
10
0 30 C
10
1 G/P
30 2
2
1 G/P 1
0
0 30 C
0
2 P
30 2
2
2 P
1
0
0 10
0
2 P
10 1
1
2 P
1
10
0 30 C
0
3 P
30 2
2
3 P
1
0 0 0
0 10 0 10 0 10
0 0 0
2 P 1 P 1 P
10 1 10 1 10 1 D
1 1 1
2 P 1 P 1 P
1 1 1
0 0
0 30 C 0 10 C
0 0
2 P 1 P
30 2 10 1
2 1
2 P 1 P
1 1
0
0 10 C
0
1 P
10 1
1
1 P
1
0
0 10
0
1 P
10 1
1
1 P
1
10
0 30
10
2 P
30 2
2
2 P
1
10 10 30
10
2 G
30 2 D
2
2 G
2
0 0
0 0
1 P
10 1 30
1 2
1 P 1 P
1 1
30 10 30
30 R
1 P
30 2
2
1 P
1
0
0
1 P
10 1
1
1 P
1
GEUR
VISUEEL
47
VERKEER
52
CATEGORIE
466, 469 47
CAT
519 52
GROOTSTE AFSTAND
46499 46499 4673 4673 46735 46735 4674 4674 4676 466
VERKEER
5148.7 5148.7 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5156 518
GEVAAR
4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499
GELUID
5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7
Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - munitie Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in overige intermediaire goederen 0 Grth in machines en apparaten: Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. - PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) LOGIES-, MAALTIJDEN- EN - DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven - VERVOER OVER LAND Taxibedrijven - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages
10 0
Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)
1 5 0 2 4 6 0 2
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. COMPUTERSERVICE- EN - INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's A e.d. B Datacentra - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
-
2
INDICES
STOF
AFSTANDEN IN METERS
nummer
SBI-2008
0 10 0 30 C
0 10
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-1993
Tabel 1_cat.2
dec 2012
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
BODEM
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactviteiten
L
Tabel 1_cat.2
3
VISUEEL
BODEM
0 10 0
0 10 0 30 C 0 10
0 10 0
2 P 2 G 2 P
10 1 D 30 2 10 1
1 2 1
2 P 2 G 2 P
1 1 1
B
0 0
0 10 0 30
0 0
2 P 2 P
10 1 30 2
1 2
2 P 2 P
1 1
0 0 0 0
0 0 0 0
30 C 30 30 C 10
10 0 0 0
2 G 2 P 2 P 2 P
30 30 30 10
2 2 2 1
2 2 2 1
2 G 2 P 2 P 2 P
1 1 1 1
30 0 0 0
0 0 0 0
30 30 10 10
30 R 0 0 0
2 G 1 G 1 P 1 P
30 30 10 10
2 2 1 1
2 2 1 1
2 G 1 G 1 P 1 P
1 1 1 1
0 10 0
0 10 0 30 C 0 10 C
0 0 0
2 P 1 P 1 P
10 1 30 2 10 1 D
1 2 1
2 P 1 P 1 P
1 1 1
B
LUCHT
VERKEER
A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven 2 Kinderopvang - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. - OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: 1 - uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
CATEGORIE
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992 84 86 86 8621, 8622, 8623 8891 37, 38, 39 59 59 591, 592, 601, 602 8552 85521 9101, 9102 93 96 96012 96013 96013 9602 9603 9603 9313, 9604 9609
CAT
74 7481.3 7484.4 75 85 85 8512, 8513 853 90 92 92 921, 922 9234 9234.1 9251, 9252 93 93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9304 9305
VERKEER
- OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
GEVAAR
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82
GELUID
74
INDICES
STOF
-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
dec 2012
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
GROOTSTE AFSTAND
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactviteiten
L
Nota Parkeernormen Horst aan de Maas
INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.3
5 Aanleiding ......................................................................................................................59 Doelstelling .....................................................................................................................59 Werkingssfeer ................................................................................................................59
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Basis parkeernormen ................................................................................................... 11 7 Stedelijkheidsgraad en ligging ..................................................................................... 12 8 Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis ...................................... 13 9 Aanwezigheidspercentages ......................................................................................... 14 10 Parkeren op eigen terrein............................................................................................. 15 11 Gehandicaptenparkeerplaatsen ................................................................................... 16 12 Parkeren en opladen elektrische voertuigen................................................................ 16 12 Parkeren van grote voertuigen ..................................................................................... 16 12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5 3.6
15 15 Bepalen parkeerbehoefte ............................................................................................. 17 15 Bepalen normatieve parkeerbehoefte .......................................................................... 17 16 Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen................................... 18 16 Specifieke omstandigheden ......................................................................................... 18 16 Verrekening oude functie ............................................................................................. 18 17 Toets dubbelgebruik..................................................................................................... 19 17 Vrijstelling parkeereis ................................................................................................... 19 17 Parkeerbehoefte = Parkeereis ..................................................................................... 19 18 Afkoop door bijdrage Mobiliteitsfonds .......................................................................... 20
4.1 4.2 4.3 4.4
Hardheidsclausule........................................................................................................ 23 21 Inwerkingtreding ........................................................................................................... 23 21 Overgangsregeling ....................................................................................................... 23 21 Citeertitel ...................................................................................................................... 23 21
7
21
BIJLAGEN 25 29 32
6
Nota Parkeernormen | 2-3
7
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van de Nota parkeernormen gemeente Horst aan de Maas, hierna te noemen Nota Parkeernormen, is tweeledig: 1. Er is behoefte aan een uniform toetsingskader voor het beoordelen van parkeervraagstukken in de gemeente 2. Er is behoefte aan een betere aansluiting op ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit Ad 1. Toetsingskader Gemeente Horst aan de Maas beoordeelt de parkeeroplossing van ruimtelijke initiatieven op basis van CROW- publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). In deze rapportage worden de gemaakte keuzes toegelicht en wordt gemotiveerd hoe de CROWrichtlijnen voor de gemeente Horst aan de Maas worden geïnterpreteerd. Om deze parkeerkencijfers eenduidig toe te passen, maar ook om duidelijkheid over het parkeren in de gemeente te verschaffen naar adviesbureaus, projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen, makelaars etc., is het noodzakelijk om de parkeernormen voor de gemeente formeel vast te stellen. Deze Nota Parkeernormen geldt als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met als doel het voorkomen van parkeerproblemen in de openbare ruimte als gevolg van deze ontwikkelingen. Ad 2. Ontwikkelingen duurzame mobiliteit De laatste jaren vindt een aantal nieuwe ontwikkelingen plaats op het gebied van mobiliteit.
Twee belangrijke ontwikkelingen die van toepassing zijn op de gemeente Horst aan de Maas zijn het toenemend aantal deelconcepten en het schoner worden van vervoerswijzen. De manier waarop nagedacht wordt over mobiliteit verandert en mensen zijn minder bereid om geld te besteden aan het bezit van een auto. Verschillende concepten waarbij vervoersmiddelen worden gedeeld zijn bezig aan een opmars (deelauto en - fiets). Een andere ontwikkeling is de toename van schoner vervoer (elektrische auto, E-bike en speed-pedelec). Mensen worden steeds meer milieubewust en kiezen voor een meer milieuvriendelijk vervoersmiddel. De gemeente Horst aan de Maas stimuleert beide ontwikkelingen en neemt deze mogelijkheden op in de Nota Parkeernormen.
1.2
Doelstelling De doelstelling van de Nota Parkeernormen is als volgt samen te vatten: Het vaststellen van een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Horst aan de Maas om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Horst aan de Maas te waarborgen, waarbij nieuwe vormen van duurzame mobiliteit gestimuleerd worden. Met behulp van dit toetsingskader moet voorkomen worden dat parkeerproblemen ontstaan in de openbare ruimte als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
1.3
Werkingssfeer De Nota Parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen en plannen binnen de gemeente, daar waar het betreft nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functies. De Nota Parkeernormen is niet van toepassing op bestaande ruimtelijke ontwikkelingen en 9
Nota Parkeernormen | 4-5
plannen, tenzij deze ontwikkelingen en/of plannen zich nog in de beginfase bevinden, er nog geen parkeereis is opgelegd en er nog geen parkeertoets heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de toepassing in de dagelijkse praktijk, gelden de volgende uitgangspunten: • Er moet sprake zijn van een eenduidige norm die op eenvoudige wijze binnen de gemeente kan worden toegepast • Op basis van de parkeernormen is duidelijkheid richting projectontwikkelaars en bouwers te geven over het aantal te realiseren parkeervoorzieningen bij bouwinitiatieven
10
2
UITGANGSPUNTEN PARKEERNORMEN
2.1
Basis parkeernormen Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). De kencijfers zijn voor landelijke toepassing geschreven. Zowel grote stedelijke regio’s als kleinere gemeenten moeten ermee overweg kunnen. Bij ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente wordt deze publicatie ook al gehanteerd als toetsingskader. In de CROW publicatie zijn de parkeerkencijfers opgenomen voor de volgende zeven hoofdcategorieën: • Winkel en boodschappen • Sport, cultuur en ontspanning • Horeca en (verblijfs)recreatie • Gezondheid en (sociale) voorzieningen • Onderwijs • Wonen • Werken De parkeernormen in CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. De bandbreedte leidt tot discussies omdat niet iedereen het met elkaar eens is over de invloedsfactoren. Bij het opstellen van de parkeernormen is daarom gekozen om één hanteerbare norm op te stellen in plaats van een bandbreedte met een minimum en maximum norm. Als de bovenkant van de bandbreedte wordt aangehouden, betekent dat dat relatief meer parkeerplaatsen aangelegd moeten worden op eigen terrein. Het risico is dat ontwikkelaars hun plannen financieel niet rond krijgen of afhaken. Met een te lage normering bestaat het risico dat er te weinig parkeermogelijkheid wordt aangelegd op eigen terrein.
Omdat de parkeerdruk jaarlijks toeneemt, wordt het tekort door de jaren alleen maar groter. Een te lage norm leidt tot een onvoldoende duurzaam aanbod van parkeerplaatsen op termijn. Het is daarom verdedigbaar om ‘in het midden’ van de bandbreedtes te gaan zitten. Er wordt dan zoveel mogelijk een evenwicht tussen belangen van de eindgebruikers, de projectontwikkelaars en de gemeente gekeken. De benadering te kiezen voor het gemiddelde van de bandbreedte heeft het grote voordeel dat er sprake is van een duidelijk toepasbare norm. Er is geen discussie over de parkeernormen en er kunnen geen interpretatieverschillen optreden. Vandaar dat in deze Nota geen bandbreedtes meer voorkomen. Afwijking van landelijke kencijfers: appartementen en woonhuizen Voor appartementen en woonhuizen maakt het CROW publicatie 317 onderscheid naar woontypes (bijvoorbeeld vrijstaand, hoekwoning, tussenwoning), eigendomssituatie (koop/huur) en verschillende prijsklassen. In deze Nota Parkeernormen is voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen. Vanwege de landelijke ‘setting’ van de gemeente Horst aan de Maas heeft het type woning en prijsklasse van de woning nauwelijks invloed op het autobezit. Vandaar dat gekozen wordt voor één categorie ‘wonen’.
11
Nota Parkeernormen | 6-7
Centrumfuncties Voor de centrumfuncties (uitgezonderd de woonfunctie) zijn de parkeernormen bepaald aan de hand van de minimum CROW parkeernorm en de uitkomsten van eerder uitgevoerd parkeeronderzoek (centrum Horst 2011). Op onderdelen wordt dus op basis van eerder onderzoek gemotiveerd afgeweken van CROW-publicatie 317. Huisvestiging arbeidsmigranten Arbeidsmigranten zijn niet meegenomen in de kencijfers van het CROW. Door de komst van arbeidsmigranten in de gemeente Horst aan de Maas is de behoefte aan huisvestiging van deze nieuwe groep ontstaan. Wanneer deze huisvestiging plaatsvindt op een andere wijze dan één persoon/stel/gezin per woning, moet de parkeernorm worden gebaseerd op ‘kamerverhuur voor zelfstandigen (niet-studenten)’. Vanwege het tijdelijke en individuele karakter wordt uitgegaan van een parkeernorm per bewoner. In bijlage 1 zijn alle parkeernormen voor de gemeente Horst aan de Maas opgenomen.
2.2
Stedelijkheidsgraad en ligging Stedelijkheidsgraad De stedelijkheidsgraad van een gebied is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en daarmee ook van invloed op de behoefte aan parkeerplaatsen. Naarmate een gebied een lagere stedelijkheidsgraad heeft, neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af en neemt de behoeft aan parkeerplaatsen toe. In de CROW parkeerkencijfers wordt daarom onderscheid gemaakt naar vijf verschillende stedelijkheidsgraden (niet stedelijk, weinig stedelijk, matig stedelijk, sterk stedelijk en zeer sterk stedelijk). De mate van stedelijkheid is gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid (oad) van het CBS. De oad wordt uitgedrukt in het aantal adressen per vierkante kilometer. Volgens de oad wordt de totale gemeente Horst aan de Maas getypeerd als weinig stedelijk 2 gebied (500-1000 adressen per km ). Tussen en binnen de afzonderlijke kernen zijn (kleine) verschillen in oad zichtbaar. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen, is in de Nota Parkeernormen uitgegaan van één stedelijkheidsgraad (weinig stedelijk gebied) voor de totale gemeente. Ligging Naast de mate van stedelijkheid heeft ook de ligging van een bepaalde voorziening invloed op de mate van parkeerbehoefte.
Een ligging in of nabij het centrumgebied betekent veelal dat minder ruimte beschikbaar is in de openbare ruimte voor de realisatie van parkeerplaatsen. Tevens speelt hierbij de mate van beschikbaarheid van alternatieven vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer of de fiets een rol. Vaak is in centrumgebieden sprake van (grootschalige) geclusterde parkeervoorzieningen en worden diverse voorzieningen in samenhang met elkaar bezocht. Het niet voor de deur kunnen parkeren wordt in dit soort gebieden dan ook tot op zekere hoogte geaccepteerd. In de rest van de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom wordt vaker specifiek één voorziening bezocht en is de parkeernorm daarom gerelateerd aan één specifieke functie. De parkeernorm is daarom hoger naarmate de locatie verder van het centrum af ligt.
12
In de CROW parkeerkencijfers is daarom onderscheid gemaakt naar vier zones: 1. Centrum 2. Schil rond het centrum 3. Rest bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) 4. Buiten de bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) Voor deze Nota Parkeernormen is ervoor gekozen om drie zones op te nemen. De schil rondom centrumgebieden is niet afzonderlijk benoemd, omdat binnen de centrumgebieden van de kernen binnen de gemeente Horst aan de Maas feitelijk geen sprake is van een overloopgebied c.q. schil zoals wel vaak het geval is in meer stedelijke gebieden. Om schijnnauwkeurigheid te vermijden zijn alleen de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst als zodanig gekarakteriseerd. In de overige kernen is geen sprake van een sterke concentratie van aaneengesloten winkels. In Bijlage 2 zijn de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst afgebeeld.
2.3
Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis In toenemende mate wordt in woongebieden de woonfunctie gecombineerd met een werkfunctie. Hierbij kan gedacht worden aan webwinkels, kappers, pedicures etc. Over het algemeen zijn dit bedrijven die relatief weinig tot geen bezoekers en werknemers hebben. De parkeergevolgen van dergelijke bedrijven zijn verwaarloosbaar. Eventuele bezoekers en werknemers zijn aangewezen op de aanwezige parkeerplaatsen in de woonwijk waar overdag over het algemeen sprake is van restcapaciteit parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van aan huis verbonden beroepen en lichte bedrijvigheid aan huis is daarom buiten beschouwing gelaten. Bij de vergunningverlening volstaat het dan ook om te verwijzen naar het bestemmingsplan waarin als voorwaarde is opgenomen dat er geen negatieve gevolgen voor de parkeerbalans mogen zijn.
13
Nota Parkeernormen | 8-9
Aanwezigheidspercentages
werkdagmiddag
werkdagavond
koopavond
werkdagnacht
zaterdagmiddag
zaterdagavond
zondagmiddag
Gedeeld gebruik van parkeervoorzieningen is mogelijk als de behoefte aan parkeerplaatsen voor een bepaalde functie op bepaalde momenten van de dag of de week laag is, terwijl vanuit een andere functie op dat moment een sterke behoefte aanwezig is. Wanneer twee of meerdere functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening(en), worden aanwezigheidspercentages toegepast. Hiermee wordt de gecombineerde maatgevende parkeervraag voor de verschillende functies bepaald. Onderstaand zijn de aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies en maatgevende periodes opgenomen. De aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit CROW publicatie 317. werkdagochtend
2.4
woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
kantoor/bedrijven
100% 100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100% 100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
sportfuncties binnen
50%
50%
100% 100%
0%
100% 100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
bioscooptheater/podium
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
sociaal medisch verpleeg/-verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
50%
50%
100% 100%
25%
100% 100% 100%
dagonderwijs
100% 100%
0%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs 0% 0% 100% 100% 0% Tabel 1: Aanwezigheidspercentages (CROW publicatie 317, 2012)
0%
0%
0%
0%
Gedeeld gebruik wordt in met name centrumgebieden, in toenemende mate een moeilijk haalbare kwestie. Neem bijvoorbeeld de combinatie met winkel of detailhandel-functies. Een aantal jaren geleden was gedeeld gebruik goed toepasbaar omdat de meeste winkels open waren tot 18 uur. Vooral bij supermarkten is een sluitingstijd van 18 uur verleden tijd. Naast winkels die elke dag ’s avonds open zijn, wordt de koopzondag steeds meer een gewone winkeldag. Het is niet ondenkbaar dat op termijn van een aantal jaren, veel winkels elke zondag open zullen zijn. Gedeeld gebruik van parkeerplaatsen voor winkels en woningen is dan ook nog maar beperkt mogelijk. Voor het bepalen van de parkeernorm wordt dan ook geadviseerd in een aantal situaties voorzichtig om te gaan met gecombineerd gebruik, omdat dit in de praktijk niet altijd opgaat.
14
2.5
Parkeren op eigen terrein Een bouwinitiatief moet op eigen terrein kunnen voldoen aan de parkeervraag. Voor de functie wonen bestaat de parkeernorm uit een bewoners- en bezoekersgedeelte. Het aandeel bezoekersplaatsen per appartement/woning is altijd 0,3 parkeerplaats per woning. Zowel het bewoners- als bezoekersaandeel parkeerplaatsen wordt op eigen terrein aangelegd. Bij grootschalige woningbouwontwikkelingen (vanaf tien woningen) moeten de bezoekersparkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn en mogen deze zich niet in een afgesloten parkeervoorziening bevinden.
Een garage bij een woning wordt niet meegeteld als parkeermogelijkheid op eigen terrein. In de praktijk heeft bijna elke garage aan een woning of een bij een woning (aan)gebouwde garage een andere bestemming zoals bijkeuken, slaapkamer of kantoor. Hiermee wordt op voorhand rekening gehouden zodat het aantal aan te leggen parkeerplaatsen voldoende duurzaam en toekomstvast is. De mate van openbaarheid van het parkeeraanbod is belangrijk voor gecombineerd gebruik. Hoe meer parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen, hoe minder gecombineerd gebruik mogelijk is. In de onderstaande tabel 2 is de factor opgenomen voor bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen. Type parkeergelegenheid
Berekeningsaanta Ontwerpeis
Woning met garage en of een oprit
1,0 pp
Woning met garage
0,0 pp
Woning met oprit/parkeerplaats
1,0 pp
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed
Woning met carport
1,0 pp
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed
Woning met dubbele oprit naast elkaar 2
Garagebox geclusterd
min 2,0 pp 0,4 pp
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed
Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed per auto1 Minimaal 5,0 meter diep
Tabel 2: berekeningsaantallen parkeervoorzieningen op eigen terrein bij woningen Aan parkeerplaatsen worden eisen gesteld zodat deze ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Deze eisen zijn vermeld in het boekwerk ASVV 2012 (december 2012) van het CROW dat (technische) gegevens / richtlijnen bevat over de maatvoering en technische uitvoering van parkeervoorzieningen. Uiteindelijk dient het college van burgemeester en wethouders naast de parkeernorm, ook het ontwerp van de parkeervoorzieningen goed te keuren.
1
Meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein worden stuk voor stuk gerekend voor zover deze afzonderlijk van elkaar gebruikt kunnen worden. 2
Geldt alleen in nog bestaande situaties. Parkeren in garageboxen wordt beschouwd als parkeren op afstand en in nieuwe situaties wordt dat niet aangemerkt als parkeren op eigen terrein. Bovendien blijkt dat garageboxen steeds vaker gebruikt worden voor opslag in plaats van parkeren. 15
Nota Parkeernormen | 10-11
2.6
Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht genomen worden: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als algemene gehandicaptenparkeerplaats • De algemene gehandicaptenparkeerplaatsen liggen zo kort mogelijk bij (hoofd)ingang van de voorziening waarvoor de parkeerplaatsen bedoeld zijn • De maatvoering van een gehandicaptenparkeerplaats is ruimer dan van een standaard parkeerplaats en wordt aangelegd volgens de richtlijnen uit het ASVV 2012