CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

10c.1 Bijlagenboek

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Sportpark HAM, Meterik.14.184 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde (vanaf circa 2 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Vervolgens hebben in de periode half augustus - eind september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van mi-

donderdag 7 oktober 2021

nimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Door de beperkte hoogte van de bebouwing zijn (massa-)winterverblijfplaatsen op voorhand uitgesloten. Tabel 3 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen. De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk zijn van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzonder wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitgesloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aangemerkt.

Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en passerende vleermuizen. Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voornamelijk gelet op sociale geluiden. In de periode half augustus - september produceren mannetjes vleermuizen de meeste sociale geluiden vanuit of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Pettersson M500-384) met opnamemogelijkheid en weergave van sonogrammen. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opna-

Tabel 1

Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Zon op/onder

Weer

Temperatuur

28-05-2021

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.39-23.39

21.39

Wind gemiddeld 1 Bft Licht bewolkt Geen neerslag

16°C

01-07-2021

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

22.00-00.00

22.00

Wind gemiddeld 2 Bft Volledig bewolkt Geen neerslag

13°C

03-08-2021

Vleermuizen ochtend (zomerverblijf)

03.55-05.55

05.55

Wind gemiddeld 2 Bft Zwaar bewolkt Geen neerslag

11°C

26-08-2021

Vleermuizen (paarverblijf)

00.00-02.00

20.40

Wind gemiddeld 2 Bft Geheel bewolkt Geen neerslag

13°C

22-09-2021

Vleermuizen (paarverblijf)

22.00-00.00

19.38

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

12°C

5

4 Resultaten Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

memogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager dan 12 ºC, de windsnelheid beneden de 3 Beaufort en geen sprake van neerslag (zie tabel 1).

donderdag 7 oktober 2021

6

4 Resultaten Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

4

Resultaten

4.1

Vleermuizen

4.1.1

Verblijfplaatsen

4.2

Overige soorten

In de betreffende woningen kunnen ook vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken.

In het voorjaar zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen binnen het plangebied waargenomen. Het is een vrij rustige locatie, waar 1-2 gewone dwergvleermuizen rond het groen op de parkeerplaats foerageren, en af en toe rond het gebouw vliegen. Ook zijn enkele (<5) laatvliegers waargenomen welke vanuit het noorden over het plangebied vlogen en incidenteel even foerageerden. In het najaar was het plangebied is een vrij rustige locatie met betrekking tot vleermuizen. Er zijn geen grote aantallen vleermuizen waargenomen, foeragerend noch in een vliegroute. Wederom zijn er 1-2 gewone dwergvleermuizen foeragerend rond het groen op de parkeerplaats waargenomen. Er zijn geen paarroepjes gehoord, noch is er binding met het faciliteitengebouw waargenomen. Aan de hand van het onderzoek zijn geen verblijfsplaatsen aangetroffen binnen of in de directe omgeving van het plangebied. 4.1.2

Foeragerende vleermuizen

Tijdens de veldbezoeken zijn enkele foeragerende vleermuizen rondom het groen op de parkeerplaats waargenomen. De voorgenomen plannen zullen echter niet leiden tot een significante afname in foerageermogelijkheden. 4.1.3

Vliegroutes

Tijdens de veldbezoeken zijn enkele laatvliegers waargenomen welke over de sportvelden richting het zuiden vlogen. Verder zijn in de directe omgeving geen eenduidig vliegpatronen aangetroffen welke door meerdere individuen werd gevolgd.

donderdag 7 oktober 2021

7

5 Effectenbeoordeling en toetsing Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

5

Effectenbeoordeling en toetsing

5.1

Vleermuizen

Binnen het plangebied zijn geen rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort waargenomen. Er gaan bij werkzaamheden geen rust- en verblijfplaatsen, essentieel leefgebied of vliegroutes verloren. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten.

5.2

Overige soorten

Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst. Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

donderdag 7 oktober 2021

8

6 Conclusie Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

6

Conclusie

Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort waargenomen. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort(groep)en. Wel dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus; Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.

Tabel 2

Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen

Soortgroep Vleermuizen 2

Overige soorten

2

Aanwezig

Hoeveel

Overtreding

Maatregelen

Nee

-

-

-

Mogelijk

-

Mogelijk

Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht

Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.

donderdag 7 oktober 2021

9

7 Bronnen Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

7

Bronnen

-

Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.

-

Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

-

Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

-

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen

-

Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

-

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

donderdag 7 oktober 2021

10

8 Verklarende Woordenlijst Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

8

Verklarende Woordenlijst

Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen.

waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.

Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.

Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren.

Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied).

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vasterust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring.

Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden

donderdag 7 oktober 2021

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet

natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.

Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten.

11

8 Verklarende Woordenlijst Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

donderdag 7 oktober 2021

12

8 Verklarende Woordenlijst Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

donderdag 7 oktober 2021

T +31 (0)77 373 06 01

13

Bijlage 4 Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bestemmingsplan "Herinrichting sportpark HAM Meterik" (vastgesteld)

57

Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Sportpark Ham Gemeente Horst aan de Maas

Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Sportpark HAM Gemeente Horst aan de Maas

Rapportnummer:

P04037

Datum:

8 oktober 2021

Opdrachtgever:

Gemeente Horst aan de Maas

Projectteam BRO:

SSh, RGr

Trefwoorden:

-

Bron foto kaft:

BRO, Abstract 4

Beknopte inhoud:

-

BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer

2 2 2 3 3

2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect

4 4 4 7 8

3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

9

Inhoudsopgave

1

1.

INLEIDING

1.1 Inleiding Momenteel wordt het plangebied gebruik als sportpark voor Voetbalvereniging Meterik. Het sportpark bestaat uit drie wedstrijdvelden en een trainingsveld. De kantine en de kleedkamers bevinden zich in hetzelfde gebouw. Het sportpark is te bereiken via de Speulhofsbaan en kent één in- en uitrit voor motorvoertuigen. Fietsers en voetgangers kunnen daarnaast gebruik maken van de noordelijk entree. In de huidige situatie is er eveneens een skatebaan gelegen naast het parkeerterrein aan de Speulhofsbaan. Het voornemen bestaat om de huidige kantine en kleedkamers te amoveren om ruimte te creëren voor de realisatie van een sporthal met ondersteunende ruimtes. Daarnaast zal de parkeerplaats opnieuw worden ingericht en zal er een nieuwe fietsenstalling worden gerealiseerd. Aan de zuidzijde van sportveld 1 en twee zullen twee wadi’s worden aangelegd waar overtollig (hemel)water tijdelijk opgeslagen kan worden. De ruimtelijke onderbouwing en voorliggende aanmeldingsnotitie m.e.r. heeft enkel betrekking op het amoveren van de kantine en kleedkamers en het realiseren van sporthal inclusief parkeerplaatsen en de wadi.

1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten, ook bij kleine bouwprojecten, beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt de realisatie van een sporthal mogelijk gemaakt. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van een sporthal valt onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2). In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een

Hoofdstuk 1

2

m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit betrekking heeft op een oppervlak van 100 hectare of meer, het gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer. Daarnaast is er op de locatie reeds sprake van een sportveld. Onderhavig initiatief voorziet uitsluitend op het realiseren van een sporthal en het ontwikkelen van de gronden daaromheen. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van maximaal een sporthal met parkeerplaatsen ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient de gemeente te beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden ; b. de kenmerken van de activiteit ; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie)

Hoofdstuk 1

3

2.

EFFECTEN OP HET MILIEU

2.1 Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project 

Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project 

Bestaand grondgebruik

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect 

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Waarschijnlijkheid van het effect

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

2.2 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 44.240 m². Echter, de herinrichting heeft slechts betrekking op het amoveren van de bestaande bebouwing van de kantine en kleedkamers, om ruimte te creëren voor de realisatie van de sporthal. Daarnaast zal de huidige parkeerplaats opnieuw worden ingericht en zal er een nieuwe fietsenstalling worden gerealiseerd. In het uiterst zuiden van het plangebied (ten zuiden van sportvelden 1 en 2)

Hoofdstuk 2

4

Kenmerken van het project Criteria

Toets worden eveneens twee wadi’s aangelegd. De parkeerplaatsen en fietsenstalling zullen op het maaiveld worden gerealiseerd.

Cumulatie met andere pro-

Nee.

jecten Gebruik van natuurlijke hulp-

Er zal geen gebruik worden gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Het ruimtelijk initiatief

bronnen

voorziet in het amoveren van de huidige bebouwing van de kleedkamers en de kantine en het realiseren van één sporthal waarbinnen eveneens een kantine en kleedkamers gerealiseerd zullen worden. Er worden geen ontwikkelingen gerealiseerd die het gebruik van natuurlijke hulpbronnen mogelijk maken.

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval van de toekomstige functie zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. Mogelijk zal er bij de werkzaamheden met betrekking tot de beoogde herinrichting tijdelijk extra afvalstoffen worden geproduceerd.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats in het buitengebied van Horst aan de Maas. Tijdens de werkzaamheden ten behoeve van de herinrichting is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de transformatie zal er maximaal één sporthal aanwezig zijn in het plangebied. De sporthal en het omliggende parkeerterrein veroorzaken geen verontreiniging en hinder buiten de reguliere effecten van de sporthal.

Akoestiek: In het plangebied worden geen geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Daarnaast betreft de ontwikkeling slechts het amoveren van de huidige kantine en kleedkamers ten behoeve van de ontwikkeling van een sporthal en de gronden daaromheen. De sporthal wordt gerealiseerd op een reeds bestaand sportcomplex. Echter is de gebiedsaanduiding op de locatie van het plangebied uitsluitend sportveld. Een sporthal is hierin niet toegestaan. Doordat het plangebied reeds bestaat uit een sportgerelateerde functie en er geen geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt binnen het plangebied wordt een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Bedrijven en milieuzonering: In de omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven gelegen. Er wordt voldaan aan de geldende richtafstanden tussen het plangebied en de omliggende bedrijven. De sporthal wordt gezien als een milieubelastende functie. Echter betreft dit dezelfde milieucategorie als een sportveld (3.1). Er zal derhalve geen wezenlijke verandering optreden in het plangebied. Vanuit bedrijven en milieuzonering gelden geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Geur: Een sporthal is volgens het Activiteitenbesluit geen geurgevoelig object. Het plangebied is echter gelegen in het buitengebied van Meterik (gemeente Horst aan de Maas) waardoor er mogelijk hinder kan zijn vanuit het aspect geur. In de omgeving van het plangebied zijn echter vier agrarische bedrijven gelegen (volgens het vigerend bestemmingsplan):

Hoofdstuk 2

-

Monaghan Champignons, gelegen op circa 190 meter;

-

Holding Taco Meterik, gelegen op circa 230 meter;

-

Walkro Horst, gelegen op circa 240 meter;

-

Springstal John Steeghs, gelegen op circa 410 meter

5

Kenmerken van het project Criteria

Toets Voor twee bedrijven (Holding Taco Meterik en Walkro Horst) geldt een milieucategorie van 3.2. De maximale richtafstand ten aanzien van het aspect geur bedraagt 100 meter. Omdat de bedrijven op grote afstand van het plangebied zijn gelegen (meer dan 100 meter) kan worden gesteld dat ten aanzien van de afstanden van het plangebied tot bovengenoemde bedrijven, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook de bedrijven Monaghan Champignons (milieucategorie 3.1) en Springstal John Steeghs (milieucategorie 2) voldoen aan de maximale richtafstanden van respectievelijk 50 en 30 meter. Hierdoor kan worden gesteld dat, vanuit een goede ruimtelijke ordening, het aspect geur geen belemmering vormt voor onderhavig initiatief.

Luchtkwaliteit: Met onderhavig plan worden maximaal één sporthal mogelijk gemaakt. De toevoeging van één sporthal en de daarbij behorende verkeersbewegingen dragen niet in betekende mate bij aan de een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Externe Veiligheid: Uit de risicokaart blijkt dat het plan niet is gelegen in de nabijheid van een risicovolle transportroute, buisleiding of inrichting. Het aspect externe veiligheid vormt hierdoor geen belemmering voor onderhavig ruimtelijk initiatief.

Ecologie: Op basis van de quickscan wordt een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht naar de aanwezigheid van vleermuizen. Er zullen sloopwerkzaamheden plaatsvinden waardoor mogelijke rust- en verblijfsplaatsen niet worden verstoord. Nader onderzoek dient uit te wijzen of er verblijfsplaatsen zijn gelegen in de te amoveren bebouwing. Uit het uitgevoerde vervolgonderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen rust- en verblijfsplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied. Daarnaast wordt er bij de werkzaamheden een onderdeel van een houtopstand gekapt. Indien het plangebied buiten de bebouwde kom houtopstanden is gelegen dient een kapmelding gedaan te worden bij de provincie. Ook dienen de bomen in dat geval conform het onderdeel houtopstanden te worden herplant. Doordat het ruimtelijk initiatief voorziet in de realisatie van één sporthal, is het noodzakelijk om een stikstofcalculatie uit te voeren om de effecten van de uitbreiding en het gebruik van de nieuwe sporthal op omliggende natura 2000-gebieden te inventariseren. Uit de stikstofberekening blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j laat zien.

Water: Uit de waterparagraaf blijkt dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect water. Het verhard oppervlak neemt toe met circa 431,58 m². Binnen het plangebied zal een wadi worden gerealiseerd waar hemelwater tijdelijk opgevangen zal worden alvorens het vertraagt infiltreert in de grond. Daarnaast bestaat het plangebied voornamelijk uit sportvelden waardoor het plangebied voldoende mogelijkheden biedt om in de waterbergingseis te voorzien. Doordat er meer dan 500 m² verhard oppervlak wordt gerealiseerd dient het ruimtelijk initiatief besproken te worden met het Waterschap Limburg.

Bodem: Het ruimtelijk initiatief voorziet in het amoveren van de huidige kantine en de kleedkamers om ruimte te maken voor de realisatie van de sporthal met bijbehorende functies. Een sporthal wordt niet gezien als zijnde een gevoelige functie waardoor een bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast is er momenteel een sportveld gelegen op

Hoofdstuk 2

6

Kenmerken van het project Criteria

Toets de locatie van de nieuwe sporthal en is de locatie grotendeels bebouwd. Gezien het gebruik van het plangebied worden geen noemenswaardige bodemverontreinigingen verwacht. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor onderhavig initiatief.

Risico van ongevallen

Er is met de realisatie van de nieuwe sporthal geen sprake van een nieuwe risicobron.

2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

Het plangebied bestaat momenteel uit grotendeels onverhard gebied. Ten noordwesten van het plangebied zijn de huidige parkeerplaatsen, de kleedkamers en de kantine gelegen. Ten westen van het sportpark bevindt zich de Speulhofsbaan. Aan de oost- en zuidzijde van de huidige kantine en kleedkamers bevinden zich de sportvelden. Aan de oost- en zuidzijde grenst het sportpark aan twee watergangen, de Rotvensche Loop en de Houfslag.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het re- N.v.t. generatievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: 

gevoelige gebieden (wetlands, kust-

Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Neder-

gebieden, berg- en bosgebieden, re-

land (NNN) en een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Het plangebied ligt op circa

servaten en natuurparken, Habitat-

6,4 km van Natura 2000-gebied ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’. Uit het stikstof-

en Vogelrichtlijngebieden)

depositie onderzoek blijkt dat er geen sprake is van externe werking op een Natura 2000-gebied. Verder ligt het plangebied en haar directe omgeving ligt niet binnen wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken.

gebieden waarin bij communautaire

Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communau-

wetgeving vastgestelde normen in-

taire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden

zake milieukwaliteit reeds worden

overschreden.

overschreden 

Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

Het plangebied ligt in een gebied met een lage bevolkingsdichtheid. Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels onverhard. In de toekomstige situatie wordt er een sporthal gerealiseerd. Om ruimte te maken voor de sporthal zullen de huidige kantine en bijbehorende kleedkamers worden geamoveerd. Waterberging wordt mogelijk gemaakt door middel van het realiseren van twee wadi’s ten zuiden van de sportvelden 1 en 2. Daarnaast bieden de sportvelden ruime mogelijkheden om overtallig water op te vangen en te infiltreren in de grond

Hoofdstuk 2

7

Plaats van het project Criteria

Toets

Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

Archeologie: het archeologisch belang is door middel van een kwalitatieve archeologisch onderbouwing betrokken in het plan.

Cultuurhistorie: uit de paragraaf cultuurhistorie in de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve invloed hebben op de cultuurhistorische elementen in de omgeving.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument.

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.

Watergebied van internationale beteke- Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betenis

kenis.

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van ne-

(voormalige EHS)

gatieve effecten op het NNN.

Landschappelijk waardevol gebied

Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties. waterwingebieden, en Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschergrondwaterbeschermingsgebieden

mingsgebied ter plaatse van het plangebied. Ten noorden en oosten van het plangebied is echter wel het grondwaterbeschermingsgebied Venloschol gelegen.

Beschermd monument

In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.

Belvedere-gebied

Het plangebied betreft geen Bélvèdere gebied.

2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische zone Het plangebied bestaat uit sportvelden en daarbij behorende parkeerplaats, kleedkaen grootte van de getroffen bevolking)

mers en een kantine. Op de locatie zal de huidige bebouwing voor de kantine en de kleedkamers worden geamoveerd om ruimte te creëren voor de realisatie van de sporthal. Daarnaast zal de parkeerplaats worden uitgebreid. De effecten van de sloop en aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt.

Grensoverschrijdende karakter van het Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. effect Waarschijnlijkheid van het effect

Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid Er is sprake van de herindeling van het sportpark. De effecten zijn blijvend. Zoals van het effect

echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Hoofdstuk 2

8

3.

VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Sportpark HAM Meterik’ te Horst aan de Maas geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Hoofdstuk 3

9

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

Hoofdstuk 3

1

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11185081/1