10c.1 Bijlagenboek
Tekst van het document
Bestemmingsplan Sportpark ‘t HAM Gemeente Horst aan de Maas Bijlagenboek
Bestemmingsplan Sportpark ‘t HAM Gemeente Horst aan de Maas Bijlagenboek
Rapportnummer:
P04037_bijlagen
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.1507.MTSPORTPARKHAM-BPV1
Datum:
8 maart 2022
Opdrachtgever:
Gemeente Horst aan de Maas
Projectteam BRO:
SSh, RGr
Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
Amoveren van de huidige kantine en kleedkamers en de realisatie van een sporthal, de uitbreiding van de parkeerplaats en fietsenstalling en de realisatie van een kunstgrasveld en een wadi aan de Speulhofsbaan 45 te Meterik.
BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl www.bro.nl
Herinrichting sportpark HAM Meterik
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Stikstofdepositieonderzoek
4
Bijlage 2
Quickscan Flora en fauna
24
Bijlage 3
Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen
42
Bijlage 4
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling
57
2
Bestemmingsplan "Herinrichting sportpark HAM Meterik" (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan "Herinrichting sportpark HAM Meterik" (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Stikstofdepositieonderzoek
4
Bestemmingsplan "Herinrichting sportpark HAM Meterik" (vastgesteld)
Memo
memo
AERIUS-berekening Sportpark HAM
project AERIUS-berekening Sportpark HAM datum 21 oktober 2021 opdrachtgever Gemeente Horst aan de Maas projectnummer P04037 opgesteld door RGr
Inleiding De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied.
Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ is gelegen op circa 6,4 kilometer. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling het amoveren van de huidige kleedkamers en kantine en het realiseren van een nieuwe sporthal betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten.
i.a.a. SSh
6,4 km
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Figuur 1 Ligging plangebied t.o.v. natura 2000-gebied
1
Memo AERIUS-berekening Sportpark HAM
AERIUS-berekening
Tabel 2
Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht.
Werktuig
Bouwjaar
Brandstof
Vermogen (kW)
Belasting (%)
Draaiuren
Totale emissie NOx (kg/j)
Totale emissie NH3 (kg/j)
Sloopkraan
va. 2014
Diesel
200
69
40
5,52
0,015
Bulldozer
va. 2020
Diesel
100
55
40
1,98
0,006
Laadschop
va. 2014
Diesel
100
55
80
7,92
0,024
Mobiele hijskraan
va. 2015
Diesel
200
69
80
11,04
0,014
Graafmachine
va. 2015
Diesel
100
69
80
4,42
0,003
Trilplaat
va. 2008
Benzine
10
40
24
0,54
0,001
Doordat het plangebied gelegen is op 6,4 kilometer van het meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitattype, wordt de uitstoot van het wegverkeer niet meegenomen in de berekening. Voor het berekenen van het wegverkeer wordt gerekend met OPS, waarbij de berekening wordt ‘afgekapt’ op 5 kilometer afstand van het plangebied. Hierdoor zijn eventuele effecten op grotere afstand niet te herleiden.
Betonstorter
va. 2019
Diesel
200
69
24
3,31
0,009
Asfalt afwerkinstallatie
va. 2012
Diesel
100
76
16
6,70
0,004
Asfalteermachine
va. 2011
Diesel
150
60
24
2,16
0,006
Wals
va. 2019
Diesel
50
55
24
2,77
0,002
13,91
0,030
Om de invloed van het ruimtelijk initiatief op Natura 2000-gebieden op een afstand > 5 kilometer van het plangebied te onderzoeken, zijn voor alle aanlegfases en de gebruiksfase aanvullende puntbronnen ingevoerd op een afstand op minder dan 5 kilometer van de meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitat-typen.
Bij de realisatie van het plan wordt gebruik gemaakt van
wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in
meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegin-
twee richtingen is ingevoerd. Daarnaast is stationair draaien
gen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze
van de vrachtwagens op de bouwplaats meegenomen in de
emissie is berekend.
berekening, Voor meer informatie verwijzen we u naar de bij-
Aanlegfase Het planvoornemen betreft de herontwikkeling van de percelen, kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie M, nummers 1330, 1685 en 1686 en kent een totaal oppervlak van circa 44.240 m². De locatie aan de Speulhofsbaan 45 te Meterik betreft een terrein wat voornamelijk wordt gebruikt ten aanzien van sportdoeleinden. In het plangebied zullen de bestaande kantine en kleedkamers worden geamoveerd dom ruimte te bieden aan de ontwikkeling van een sporthal waarbinnen een kantine en kleedkamers worden gerealiseerd.
donderdag 21 oktober 2021
Mobiele werktuigen
Stationair draaien 30%
(Mobiele) werktuigen Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de bouw van de sporthal en de aanleg van de gronden daar omheen, gebaseerd op informatie uit eerdere berekeningen. Zie hiervoor tabel 1 en bijgevoegde AERIUS-rapportage. Verkeer bouw en aanleg Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in de navolgende tabel 2. De bewegingen zijn over de aanliggende
gevoegde AERIUS-rapportage. Voor een worst-case scenario is er van uit gegaan dat de volledig bouwfase in 2021 wordt gerealiseerd.
Tabel 1
Bouwverkeer
Verkeersbewegingen bouwverkeer
Totale verkeersgeneratie
Bedrijfsbusjes (licht verkeer)
26 mvt/etmaal
Middelzwaar verkeer (aan- en afvoer materialen)
200 mvt/jaar
Zwaar vrachtverkeer (aan- en afvoer materialen)
150 mvt/jaar
2
Memo AERIUS-berekening Sportpark HAM
Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gebruiksfase
Resultaat en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
In totaal wordt er maximaal één sporthal inclusief parkeerplaatsen gerealiseerd in het plan. De sporthal zal volledig gasloos worden aangelegd en zorgt daarmee niet voor uitstoot van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier echter wel voor. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie 381. Het plan zorgt in totaal voor maximaal 252 mvt/etmaal. Hiervan worden 252 mvt/etmaal gegenereerd door het gebruik van de sporthal. Daarnaast zijn er 16 zware vrachtverkeersbewegingen per maand meegenomen in de berekening voor de gebruiksfase. Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd waarbij 100% van de bewegingen over twee richtingen zijn ingevoerd. Hiermee zijn dus meer verkeersbewegingen meegenomen in de berekening dan dat feitelijk gaat plaatsvinden. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde verkeersgeneratie is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.
donderdag 21 oktober 2021
3
Bijlage 1 AERIUS-berekening Aanlegfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase Sportpark HAM Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 1/8
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BRO
Speulhofsbaan 45, - Meterik
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Sportpakr HAM Meterik
RhRy9TMveERM
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 april 2021, 12:26
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
63,89 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
sloop en aanlegfase Sportpark HAM Meterik
Aanlegfase Sportpark HAM
RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 2/8
Resultaten
Locatie Aanlegfase Sportpark HAM
Emissie Aanlegfase Sportpark HAM
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Aanlegfase Sportpark HAM Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
60,26 kg/j
Wegverkeer aanlegfase route 1 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Wegverkeer aanlegfase route 2 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Wegverkeer bouwplaats Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Uitstoot wegverkeer aanlegfase route 1 Anders... | Anders...
-
< 1 kg/j
Uitstoot wegverkeer aanlegfase route 2 Anders... | Anders...
-
< 1 kg/j
Aanlegfase Sportpark HAM
RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 3/8
Resultaten
Bron Sector
Uitstoot wegverkeer aanlegfase bouwplaats Anders... | Anders...
Resultaten
Aanlegfase Sportpark HAM
Emissie NH3
Emissie NOx
-
< 1 kg/j
RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 4/8
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase Sportpark HAM
NOx NH3
Resultaten
Aanlegfase Sportpark HAM 199290, 384716 60,26 kg/j < 1 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Sloopkraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
5,52 kg/j < 1 kg/j
AFW
Bulldozer
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,98 kg/j < 1 kg/j
AFW
Laadschop
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
7,92 kg/j < 1 kg/j
AFW
Mobiele hijkraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
11,04 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
4,42 kg/j < 1 kg/j
AFW
Trilplaat
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonstorter
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
3,31 kg/j < 1 kg/j
AFW
Asfalt afwerkinstallatie
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
6,69 kg/j < 1 kg/j
AFW
Asfalteermachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
2,16 kg/j < 1 kg/j
AFW
Wals
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
2,77 kg/j < 1 kg/j
AFW
30% stationair draaien
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
13,91 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase Sportpark HAM
RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 5/8
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
26,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
150,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Wegverkeer aanlegfase route 1 199245, 384693 < 1 kg/j < 1 kg/j
Wegverkeer aanlegfase route 2 199244, 384654 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
26,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
150,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase Sportpark HAM
RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 6/8
Resultaten
Wegverkeer bouwplaats 199327, 384737 < 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
150,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Resultaten
Aanlegfase Sportpark HAM
Uitstoot wegverkeer aanlegfase route 1 197745, 384473 0,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j Uitstoot wegverkeer aanlegfase route 2 197741, 384471 0,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j Uitstoot wegverkeer aanlegfase bouwplaats 197743, 384470 0,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j
RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 7/8
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Aanlegfase Sportpark HAM
RhRy9TMveERM (19 april 2021) pagina 8/8
Bijlage 2 AERIUS-berekening Gebruiksfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase Sportpark HAM Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S1y3SrLrJ26g (15 oktober 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BRO
Speulhofsbaan 45, - Meterik
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Sportpark HAM Meterik
S1y3SrLrJ26g
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
15 oktober 2021, 13:57
2022
Berekend met eigen rekenpunten
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
36,54 kg/j
NH3
2,36 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Gebruiksfase Sportpark HAM Meterik met rekenpunten
Gebruiksfase Sportpark HAM
S1y3SrLrJ26g (15 oktober 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Gebruiksfase Sportpark HAM
Emissie Gebruiksfase Sportpark HAM
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
Wegverkeer gebruiksfase route 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
1,36 kg/j
21,10 kg/j
Wegverkeer gebruiksfase route 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
15,44 kg/j
Gebruiksfase Sportpark HAM Anders... | Anders...
Gebruiksfase Sportpark HAM
S1y3SrLrJ26g (15 oktober 2021) pagina 3/6
Resultaten
Rekenpunten
Resultaten
Label
Positie
Situatie 1
Afstand tot dichtstbijzijnde bron
Rekenpunt Noord
199170, 389418
0,00
4.129 m
Rekenpunt oost
204298, 384976
0,00
4.804 m
Rekenpunt zuid
199506, 379903
0,00
4.353 m
Rekenpunt West
194513, 384808
0,00
4.726 m
Gebruiksfase Sportpark HAM
S1y3SrLrJ26g (15 oktober 2021) pagina 4/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Gebruiksfase Sportpark HAM
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Wegverkeer gebruiksfase route 1 199255, 384953 21,10 kg/j 1,36 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
252,0 / etmaal NOx NH3
20,49 kg/j 1,35 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Gebruiksfase Sportpark HAM 199359, 384672 0,0 m 3,9 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie
Wegverkeer gebruiksfase route 2 199293, 384503 15,44 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
252,0 / etmaal NOx NH3
14,99 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase Sportpark HAM
S1y3SrLrJ26g (15 oktober 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruiksfase Sportpark HAM
S1y3SrLrJ26g (15 oktober 2021) pagina 6/6
Bijlage 2 Quickscan Flora en fauna
24
Bestemmingsplan "Herinrichting sportpark HAM Meterik" (vastgesteld)
Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid <Status>
colofon
titel rapport Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik datum 4 februari 2021 projectnummer P04037 opdrachtgever Gemeente Horst aan de Maas BRO projectleider SSh opgesteld door MvdS interne controle RdM bron Kaft NL
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard
Inhoudsopgave 1
Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna
3 3
2
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie
4 4 4
3
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden
6 6 6 7
4
Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten
8 9 9 10 10 10 10 10 11
5
Conclusie Vervolgtraject en advies
12 12
6
Soortgericht onderzoek
12
AERIUS-berekening
12
Samenvatting Geraadpleegde bronnen
14 15
donderdag 4 februari 2021
2
1 Inleiding Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de vernieuwing van sportpark HAM te Meterik, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1
Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 27 januari 2021 tussen 11.00 – 12.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 9°C, volledig bewolkt, lichte neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
donderdag 4 februari 2021
3
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Meterik, in de gemeente Horst aan de Maas. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit sportpark HAM. Op het terrein is een clubgebouw aanwezig, en in het noordoosten is de parkeerplaats. Het terrein is omringd door een rij eiken. In het noordoosten van het plangebied ligt het gebouw van Jong Nederland Meterik.
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie Het clubgebouw wordt gesloopt, hiervoor in de plaats komt een sporthal. Veld 1 of 2 zal worden ingericht als kunstgrasveld. Het parkeerterrein wordt vernieuwd, en direct ten oosten hiervan wordt een wadi aangelegd. De bomen ten zuiden van het huidige clubgebouw worden gekapt voor de realisatie van de sporthal. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
donderdag 4 februari 2021
4
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
Figuur 5: Achterzijde clubgebouw
Figuur 6: Voorzijde clubgebouw
Figuur 4: Bomen en clubgebouw gezien vanaf parkeerplaats
Figuur 7: Trainingsveld
donderdag 4 februari 2021
Figuur 8: Hoofdveld
Figuur 9: Parkeerplaats vanaf zuiden
5
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
3
Toetsing gebiedsbescherming
Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Deurnsche Peel & Mariapeel”, bevindt zich op circa 6,4 kilometer afstand ten westen van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een sporthal betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten.
Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
donderdag 4 februari 2021
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone (zie figuur 10).
Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 1,8 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Figuur 10: Ligging goudgroene natuurzone (groen), zilvergroene natuurzone (geel), bronsgroene landschapszone (blauw) en Natura 2000-gebieden (paars gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
6
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. De te kappen bomen zijn onderdeel van een houtopstand. Indien het plangebied buiten de “bebouwde kom houtopstanden” is gelegen dient een kapmelding te worden gedaan voor de kap van de bomen, en dient herplant plaats te vinden. Bij herplant op andere grond dient een ontheffing te worden verkregen. Wanneer het plangebied binnen de “bebouwde kom houtopstanden” is gelegen is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
Wel dient het gemeentelijk kapbeleid te worden gevolgd.
donderdag 4 februari 2021
7
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
4
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde
donderdag 4 februari 2021
soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot de meeste provincies, eekhoorn, steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis vrijgesteld in bepaalde periodes in het jaar in Limburg.
Tabel 1
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
8
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels In de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ van de provincie Limburg (6 december 2017) is een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten gepubliceerd. Hier wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn.
Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 13 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die
donderdag 4 februari 2021
over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 4-soorten’). Het te slopen clubgebouw bevat een plat dak, zonder potentiele nestgelegenheid. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als havik en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen. De hoeveelheid geschikt leefgebied gaat zeer beperkt achteruit. In de directe omgeving van het plangebied is voldoende alternatief leefgebied aanwezig. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden.
Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone en grijze grootoorvleermuis, franjestaart en watervleermuis. Het clubgebouw bevat op meerdere locaties geschikte rusten verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort. In de oostelijke uitbouw bevinden zich meerdere, ruime open stootvoegen. Langs de noordzijde zijn daarnaast nog enkele openingen in de muur aanwezig. Met de voorgenomen plannen gaan geen potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes verloren, gezien het opgaand groen en de bomenrijen grotendeels gehandhaafd blijven. Wel dient het opgaand groen en de bomenrijen mogelijk als foerageergebied en/of vliegroutes. Om een overtreding dan wel verstoring van leefgebied te voorkomen dient extra licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden. Toetsing Bij de sloop van het clubgebouw bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden.
Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.
9
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en veldmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.
Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.
Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen
Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, eekhoorn, das, waterspitsmuis en bever voor. Er zijn geen holen of nesten in de grond, in de bomen of het gebouw aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor steenmarter. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. Voor waterspitsmuis en bever is geen geschikt leefgebied aanwezig. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.
donderdag 4 februari 2021
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde poelkikker, boomkikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bruine eikenpage, spiegeldikkopje en kleine ijsvogelvlinder. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.
10
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van kartuizer anjer. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan zijn standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop binnen het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
donderdag 4 februari 2021
11
5 Conclusie Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
5
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verwijderen verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven; Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen; Bij de werkzaamheden wordt een onderdeel van een houtopstand gekapt. Indien het plangebied buiten de bebouwde kom houtopstanden is gelegen dient een kapmelding gedaan te worden bij de provincie, ook dienen de bomen in dat geval conform het onderdeel houtopstanden te worden herplant; Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
donderdag 4 februari 2021
Vervolgtraject en advies Soortgericht onderzoek De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevolgen hebben voor vleermuizen, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie verblijfplaatsen aanwezig zijn van de betreffende soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleermuizen loopt van half mei tot en met eind september. Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een vleermuizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend.
Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonder-
zoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt. Voor het mogen verwijderen van een verblijfplaats dient een ontheffing te worden verkregen bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de provincie Limburg. Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De provincie Limburg neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd. AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUSberekening uitgevoerd worden.
Als uit deze berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase (bouw/aanleg) als bij de gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Zo is het soms mogelijk om te kijken wat als referentiesituatie gezien kan worden (bestaande situatie), waarbij deze in mindering gebracht kan worden op de gewenste situatie (verschilberekening).
12
5 Conclusie Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan, graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW). Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanlegfase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personenauto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
donderdag 4 februari 2021
13
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
6
Samenvatting
Tabel 2
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Tabel 3
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 6,4 km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 1,8 km
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Mogelijk
Enkel indien plangebied buiten “bebouwde kom houtopstanden” is gelegen
Melden kap en mogelijk aanvragen ontheffing voor herplant op andere grond
Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar gebruik van gebouw door vleermuizen
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig
Foerageerhabitat
Ja
Te voorkomen
Vliegroutes
Ja
Te voorkomen
Toename aan verlichting gericht of uitschijnend op opgaand groen vermijden
Verlichting kan een negatief effect hebben op foerageer- en vliegroutefuncties
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Broedvogels
Vleermuizen
donderdag 4 februari 2021
14
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.
huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
donderdag 4 februari 2021
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale bronnen van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.) 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, Gedeputeerde Staten van Limburg, 6 december 2017 Hermans, J.T., R.W. Akkermans, F. Mertens, J. van der Weele & H.W.G. Heijligers 2004. Werkatlas libellen in Limburg. Inventarisatiegegevens periode 1977-2003. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werkatlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maasdal. Ontwikkelingen van bijzondere soorten sinds de start van natuurontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen / Bureau Drift, Berg en Dal / INBO, Brussel. Natuurgegevensprovincielimburg.nl (natuurgegevens provincie Limburg) Polviewer.nl (NNN en beschermde gebieden in Limburg)
15
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna ´Sportpark HAM´ te Meterik
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
donderdag 4 februari 2021
T +31 (0)77 373 06 01
16
Bijlage 3 Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen
42
Bestemmingsplan "Herinrichting sportpark HAM Meterik" (vastgesteld)
Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen Sportpark HAM, Meterik
colofon
titel rapport Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen datum 7 oktober 2021 projectnummer P04037 opdrachtgever Gemeente Horst aan de Maas BRO projectleider SS opgesteld door MvdS interne controle RdM bron Kaft RdM
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
1 Inleiding Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel
3 3 3
2
Omschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
3 3 3
3
Werkwijze 3.1 Vleermuizen
5 5
4
Resultaten 4.1 Vleermuizen
7 7
4.1.1 Verblijfplaatsen
7
4.1.2 Foeragerende vleermuizen
7
4.1.3 Vliegroutes
7
4.2 Overige soorten
7
5
Effectenbeoordeling en toetsing 5.1 Vleermuizen 5.2 Overige soorten
8 8 8
6
Conclusie
9
7
Bronnen
10
8
Verklarende Woordenlijst
11
donderdag 7 oktober 2021
2
1 Inleiding Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Opdrachtgever is voornemens om het sportpark Meterik te vernieuwen en de faciliteiten uit te breiden. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door BRO1, is vastgesteld dat de kantine geschikte verblijfplaatsen bevat voor vleermuizen. Naar aanleiding hiervan is protocollair vleermuisonderzoek uitgevoerd in het seizoen van 2021, om verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.
1.2
Doel
Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in het gebouw? Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier? Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van verblijfplaatsen? Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk?
ten worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de gebouwen hebben voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in het geding is.
2
Omschrijving plangebied
2.1
Huidige situatie
Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.
Het plangebied is gelegen direct ten zuiden van Meterik, gemeente Horst aan de Maas. In figuur 2 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het sportpark bestaat momenteel uit enkele sportvelden en een faciliteitengebouw met kantine en kleedkamers. In figuur 3 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 1, 4 en 5 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
Het faciliteitengebouw wordt gesloopt en een deel van de bomen worden gekapt. Hiervoor in de plaats wordt een sporthal gerealiseerd. Figuur 6 laat in concept de toekomstige situatie zien.
Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige verblijfplaats komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffingsaanvraag) voldoende moe-
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek.
donderdag 7 oktober 2021
3
2 Omschrijving plangebied Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen
Figuur 2: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 3: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
Figuur 1: Zuidzijde gebouw
Figuur 4: Noordzijde gebouw
donderdag 7 oktober 2021
Figuur 5: Terrein vanaf straat
Figuur 6: Concept toekomstige situatie
4
3 Werkwijze Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen
3
Werkwijze
3.1
Vleermuizen
Voor vleermuizen zijn in de periode half mei tot en met september 2021 in totaal vijf aanvullende veldbezoeken per deelgebied uitgevoerd. Dit betreft de meest gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode mei tot en met half juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijfplaatsen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren. Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Winterverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen, kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangenomen worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst). De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invliegtijd. Het zwermgedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur na het uitvliegmoment. Omdat het niet reëel is om de hele nacht binnen een of meerdere deelgebieden te zoeken naar laatvliegers, hebben in de periode half mei - half juli twee gerichte avondrondes (tot circa 2 uur na zonsondergang) plaatsgevonden met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger.