10c.1 Bijlage 1 Veegplan 2021 04-07-2022
Tekst van het document
Masterplan Wonen Horst aan de Maas Het Masterplan Wonen (lokale woonvisie) 2016-2021, dat in juni 2016 door de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld, is een uitwerking van de regionale structuurvisie Wonen Noord Limburg. De beleidsopgaven zoals genoemd in het Masterplan Wonen betreffen de volgende: 1. een nieuwbouwprogramma met toekomstwaarde 2. een sluitend netwerk van wonen, zorg en welzijn 3. aantrekkelijk houden van de bestaande woningvoorraad en dorpen door verduurzaming in brede zin. Deze beleidsopgaven resulteren in de volgende speerpunten in het masterplan Wonen: ▪
▪ ▪
Streven naar een kwalitatief gedifferentieerd woningaanbod, dat aansluit op de vraag van onze huidige en toekomstige inwoners. Een gedifferentieerd woningaanbod biedt de mogelijkheid om een gewenste wooncarrière te maken binnen de gemeente (doorstroming) en draagt bij aan een evenwichtige bevolkingsopbouw. Ter bevordering van een evenwichtige bevolkingsopbouw wordt extra aandacht besteed aan woningen (huur en koop) voor jongeren, starters en senioren. Voor senioren is het van belang dat de woning zorggeschikt is en zij daar kunnen blijven wonen ook als ze zorg behoeven.
10
▪
▪
▪
In de bestaande particuliere woningvoorraad kan nog een flinke slag gemaakt worden op het gebied van duurzaamheid en het toekomst bestendig maken. Met name woningen uit de periode 19501985 vragen om (energetische) verduurzaming om deze toekomstbestendig en courant te houden. Realiseren van de nieuwbouw hoofdzakelijk binnen de bestaande bebouwing en in vrijkomend vastgoed in de woonkernen om de groene en landelijke omgeving tussen de woonkernen te behouden. Het stimuleren van de starters naar de bestaande voorraad, de realisatie van tijdelijke huurwoningen en de bewustwording van langer zelfstandig wonen.
Geen van de speerpunten zijn van toepassing op onderhavig initiatief. Het initiatief is derhalve passend binnen het Masterplan Wonen.
11
4. PLANBESCHRIJVING 4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Het doel van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch-juridisch mogelijk maken van: ▪ ▪ ▪
Het aanbrengen van de bestemming “Wonen” op de locatie Campagneweg 28 te Meterik. Het wegnemen van de bestemming “Agrarisch met waarden” ter plaatse van Campagneweg 28. Het wegnemen van de functieaanduiding “glastuinbouw” ter plaatse van de Campagneweg 28.
4.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten Een belangrijke eis voor de wijziging van de agrarische bestemming naar een woonbestemming is de sloop van overtollige bebouwing. In dit geval is er slechts sprake van een woning met een bijgebouw. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Er vindt dan ook geen sloop van bebouwing plaats. De bestaande gebouwen zijn goed onderhouden. Met onderhavig initiatief wordt ook geen nieuwe bebouwing opgericht. Stedenbouwkundig/ruimtelijk zal onderhavig initiatief dan ook geen gevolgen hebben, de feitelijke situatie blijft ongewijzigd in stand maar krijgt enkel een nieuwe functie.
Afbeelding 7: foto bestaande situatie aan de Campagneweg 28.
12
4.3 Landschappelijke inpassing Voor de locatie is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (bijlage 1). Omdat het perceel op dit moment al in ruime mate is ingepast in de omgeving is er voor gekozen om vast te leggen dat de bestaande meest beeldbepalende beplanting behouden zal blijven op het perceel. Het toevoegen van nog meer beplanting voegt niks toe.
Afbeelding 8: Landschappelijke inpassing van het plangebied
Het inpassingsplan omvat het vastleggen van het onderhoud en beheer van reeds bestaand groen op het erf. Middels deze wijze van inpassen wordt het erf op een landschappelijke wijze ingepast.
13
4.4 Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden In de bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming “Agrarisch met waarden” om te zetten naar de bestemming “Wonen”. Aan deze bevoegdheid zijn een aantal voorwaarden gekoppeld in artikel 3.8.5. Deze voorwaarden luiden als volgt. a. b. c.
d. e. f. g. h. i.
j. k. l.
deze wijziging niet is toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'Overige zone ontwikkelingsgebied glastuinbouw' en/of 'overige zone - ontwikkelingsgebied TOV; de agrarische bedrijfsuitoefening is beëindigd; er sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) c.q. kan worden gemaakt voor eigentijdse agrarische bedrijfsvoering, dan wel een locatie waar voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering ongewenst is in verband met de belasting van het milieu dan wel de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden; de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven; door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van een kwaliteitsverbetering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; overige niet tot de woonfunctie behorende gronden worden bestemd als 'Agrarisch met waarden' zonder bouwvlak; eventuele aanwezige teeltondersteunende voorzieningen en waterbassins behorende bij het (voormalige) agrarische bedrijf worden verwijderd en de bijbehorende aanduidingen worden verwijderd wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoningen, waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot: in uitzondering op het voorgaande is splitsing van rijks- of gemeentelijke monumenten, van panden zoals opgenomen in
Bijlage 7 Karakteristieke panden, dan wel karakteristieke panden die zijn aangewezen in door het bevoegd gezag vastgesteld cultuurhistorisch beleid, in meerdere woningen toegestaan, met dien verstande dat: 1. het aantal woningen na splitsing niet meer bedraagt dan 3; 2. de woningsplitsing noodzakelijk is in verband met het herstel of de verbetering van de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden; 3. de bestaande inhoud van de woning c.q. het pand niet wordt vergroot en de uiterlijke kenmerken behouden dienen te blijven; 4. indien het een monumentaal of karakteristiek bebouwingscluster betreft woningsplitsing in het hele cluster is toegestaan, met dien verstande dat de karakteristiek van het cluster behouden blijft; 5. de woningen na splitsing elk een inhoud te hebben van minimaal 350 m 3; 6. het bouwperceel per woning maximaal 1.000 m 2 bedraagt; 7. de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen niet meer bedraagt dan 150 m2; 8. de te realiseren extra woning(en) binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma passen; 9. het bevoegd gezag de aanhef onder i kan wijzigen door het toevoegen of verwijderen van karakteristieke panden indien het gemeentelijk cultuurhistorisch beleid wordt gewijzigd of herzien.
de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden; na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 21 van overeenkomstige toepassing zijn.
Ad. a: de locatie aan de Campagneweg 28 is wel gelegen in de aanduiding “Overige zone – ontwikkelingsgebied glastuinbouw”. Onderhavig plan wordt meegenomen in het veegplan van de gemeente Horst aan de Maas. In dit veegplan wordt tevens geregeld dat de aanduiding “Overige zone – ontwikkelingsgebied glastuinbouw” verwijdert wordt. Na verwijdering van deze aanduiding wordt voldaan aan deze bepaling.
Ad. b: op het perceel Campagneweg 28 vinden sinds ten minste 1982 geen agrarische activiteiten plaats. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
14
Ad. c: aangezien er al jarenlang geen agrarische bedrijfsvoering aanwezig is ter plaatse van de Campagneweg 28 en het perceel 1175 m2 omvat is het niet realistisch te verwachten dat hier nog een agrarische bedrijfsvoering van toepassing kan zijn. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
Ad. d: Er zijn op het perceel geen beschermenswaardige landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden aanwezig. Deze worden derhalve ook niet geschaad. Alleen het gebruik van de woning wijzigt van bedrijfswoning naar een burgerwoning. Dit heeft op de uitstraling van de woning naar de omgeving geen effect. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
Ad. e: op het perceel is reeds in ruime mate landschappelijke inpassing aanwezig. Het gaat hier met name om hagen en bomen op het perceel. Als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing is een landschappelijk inpassingsplan opgenomen waarin met name de omkadering van de tuin behorend bij de woning opgenomen is. In het inpassingsplan is vastgelegd dat de aanwezige beplanting in stand wordt gehouden op het perceel. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
Ad. f: het perceel waarvan de bestemming naar “Wonen” wijzigt heeft een oppervlak van 1175 m2. Dit perceel is bebouwd met de woning en bijgebouw. Het restende deel is volledig ingericht als tuin behorende bij de woning. Het ligt daarmee voor de hand het volledige perceel te bestemmen als “Wonen”. Er resteren daarmee geen gronden die bestemd worden als “Agrarisch met waarden”. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
Ad. g: op het perceel wat in eigendom is bij initiatiefnemer zijn geen waterbassins of teeltondersteunende voorzieningen aanwezig. Er zijn ook geen aanduidingen aanwezig die dat mogelijk zouden maken.
Ad. h: er zal alleen gewoond worden in de bestaande woning. Het aantal woningen zal ook niet toenemen. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
Ad. i: de bestaande langgevelboerderij is in het verleden reeds gesplitst in 2 woningen, zijnde Campagneweg 26 en 28. Middels onderhavig plan vindt er geen verdere splitsing van de woningen plaats. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
Ad. j: Uit de toetsing in hoofdstuk 5 blijkt dat er geen aantasting plaatsvindt van gebruiks- of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende gronden en bebouwing. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
Ad. k: Via het vooroverleg zal er bij het Waterschap Limburg om instemming gevraagd worden. Omdat alleen het gebruik van de woning wijzigt (van bedrijfswoning naar burgerwoning) is het plan waterhuishoudkundig gezien niet relevant. Daarmee wordt voldaan aan deze bepaling.
Ad. l.: de regels van artikel 21 van het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” worden van toepassing verklaard. Aan deze bepaling wordt derhalve voldaan.
15
5. RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende omgevingsaspecten die van invloed zijn op het realiseren van deze ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij komen onder meer de volgende aspecten aan de orde: milieu (geluid, bodem, bedrijfshinder en zonering, luchtkwaliteit, duurzaam bouwen), waterhuishouding (riolering en watertoets), externe veiligheid, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en vervoer, kabels, leidingen en overige belemmeringen, alsmede natuur en landschap.
5.1 Milieu 5.1.1 Geluid Een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij de bestemmingswijziging tot woondoeleinden is géén sprake van het realiseren van een nieuwe geluidgevoelige functie. Het agrarische bedrijf aan de Campagneweg 26 is het meest nabij gelegen bedrijf. Dit bedrijf valt onder de werking van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voorafgaande aan de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit beschikte dit bedrijf over een vergunning in het kader van de Hinderwet, verleend op 12 november 1991. Uit het besluit en de bijbehorende tekening valt op te maken dat de woning aan de Campagneweg 28 geen onderdeel uitmaakt van de inrichting. De bestaande woning aan de Campagneweg 28 vormt daarmee in de bestaande situatie reeds een geluidgevoelig object, In de bestaande en nieuwe situatie is sprake van de activiteit wonen. Het maakt daarbij niet uit of de woning een bedrijfswoning of een burgerwoning betreft. Met deze bestemmingsplanwijziging worden de mogelijkheden om te wonen ook niet verruimd.
Een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege (spoor)wegverkeer of industrie is derhalve niet noodzakelijk. In de vergunning zijn in de voorschriften onder punt E voorwaarden opgenomen waaraan het agrarische bedrijf zicht dient te houden. Door deze regels is geborgd dat ter plaatse van de woning Campagneweg 28 sprake is en blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
5.1.2 Lucht Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Heersende luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is.
16
Volgens de kaarten van het RIVM bedraagt momenteel de concentratie fijn stof (PM 2,5) ter plaatse 8,09 µg/m³, de concentratie fijn stof (PM10) 15,67 µg/m³ en de concentratie stikstofdioxide (NO2) 11,72 µg/m³. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM 2,5 25 µg/m³, terwijl de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 µg/m³ bedraagt. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde eveneens 40 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende, waardoor er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Effect op luchtkwaliteit Op basis van de Wet luchtkwaliteit, als onderdeel van de Wet milieubeheer, gelden kwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn door middel van grenswaarden voor de diverse luchtverontreinigingscomponenten vastgelegd. Deze grenswaarden gelden overal in de buitenlucht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen projecten die ‘Niet in betekende mate’ (NIBM) en ‘In betekende mate’ (IBM) bijdragen. Projecten die NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit kunnen zonder verdere toetsing aan de grenswaarden uitgevoerd worden. Ter plaatse zal de luchtkwaliteit niet wijzigen. De bestaande (bedrijfs)woning wordt reeds jarenlang gebruikt ten behoeve van woondoeleinden. Het formeel bestemmen tot “Woondoeleinden” leidt niet tot een wijziging van de luchtkwaliteit.
De functionele wijziging van de bestaande woning draagt NIBM bij aan de luchtkwaliteit. 5.1.3 Bodem en grondwaterkwaliteit In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de plaatselijke bodemkwaliteit geschikt is voor de bestemmingswijziging. De bestaande woning is rond 1900 opgericht. Eind jaren 70 van de vorige eeuw is de bestaande boerderij in twee woningen gesplitst. De woning aan de Campagneweg 28 is de oorspronkelijk woning met tuin. De woning aan de Campagneweg 26 is gerealiseerd in het voormalige bedrijfsgedeelte. Medio 1982 heeft initiatiefnemer de woning aan de Campagneweg 28 gekocht. Destijds was er ter plaatse van het woongedeelte reeds sprake woonboerderij met bijbehorende tuin. Dat geeft aan dat er in elk geval sinds 1982 geen sprake meer is van bedrijfsmatige activiteiten. In de daarop volgende jaren is er ook geen sprake meer geweest van bedrijfsmatige activiteiten. Aangezien er al bijna 40 jaar geen agrarische bedrijfsmatige activiteiten meer plaats vinden is het niet te verwachten dat er verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn. 5.1.4 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen.
De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het kader van de bestemmingswijziging tot woondoeleinden moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plangebied sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes). Volgens de risicokaart (https://www.risicokaart.nl/) liggen er binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied geen risicovolle inrichtingen. Een verantwoording in het kader van het groepsrisico is
17
niet aan de orde, er vindt geen namelijk geen verandering plaats in het aantal woonachtigen binnen het plangebied. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan. 5.1.5 Bedrijven en milieuzoneringen Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) of een gemengd gebied. Het plangebied is te typeren met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. De woning wordt planologisch omgezet van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Ter plaatse van de woning dient in dat geval aangetoond te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten opzichte van omliggende milieubelastende functies.
In de directe omgeving bevinden enkele bedrijven. De milieuruimte van deze bedrijven is geïnventariseerd aan de hand van SBI-code en grootste bijbehorende VNGafstand voor stof, geur, geluid en gevaar. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de aan te houden afstanden. Bedrijf
Adres
SBI-2008
Feitelijke afstand
Tuinbouwbedrijf
Campagneweg 26
Agrarisch grondgebonden Agrarisch grondgebonden
Campagneweg 25
011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013
Campagneweg 29
0 meter
Richtafstand VNG ‘rustige woonwijk’ geur stof geluid 10 10 30
gevaar 10
12 meter
10
10
30
10
71 meter
10
10
30
10
Onderzocht is of de hindercontouren het plangebied overlappen. Hieruit blijkt dat voor de bedrijven aan de Campagneweg 25 en 26 niet voldaan wordt aan de richtafstanden. Hieronder zal per bedrijf een nadere toelichting plaatsvinden. Campagneweg 25: Op de locatie Campagneweg 25 vinden reeds sinds 1985 geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaats. Bestemmingsplantechnisch is hier echter de exploitatie van een agrarisch bedrijf mogelijk. Voor deze locatie wordt alleen niet voldaan aan de richtafstand voor geluid. In de bestaande situatie is de woning van initiatiefnemer ook reeds een geluidsgevoelig object waarvoor geluidsvoorschriften gelden waaraan het agrarische bedrijf zich dient te houden. In de beoogde situatie wijzigt daar niets aan. Voor het bedrijf aan de Campagneweg 25 leidt het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming niet tot extra beperkingen.
18
Campagneweg 26: Voor de locatie aan de Campagneweg 26 geldt dat niet voldaan wordt aan de richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar. De afstand bouwvlak – bouwvlak bedraagt in zowel de bestaande als beoogde situatie 0 meter. In paragraaf 5.1.1. is ingegaan op het onderdeel geluid. Het bedrijf aan de Campagneweg heeft in haar vergunning voorschriften opgenomen die er toe leiden dat op de Campagneweg 28 sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In paragraaf 5.1.2. is ingegaan op het onderdeel luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat ter plaatse sprake is van een luchtkwaliteit die aanvaardbaar is. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op het onderdeel geur. Uit deze toetsing blijkt dat ter plaatse geurtechnisch gezien sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In paragraaf 5.1.4 is ingegaan op het onderdeel veiligheid. Hieruit blijkt dat er in de directe omgeving geen risicofactoren aanwezig zijn die om een ruimtelijke scheiding vragen. Conclusie Er kan gesteld worden dat ten aanzien van het aspect milieuzonering de omliggende bedrijven geen beperkingen opleveren voor de functiewijziging van de bestaande woning. Een goed woon- en leefklimaat kan wat dat betreft ter plaatse van het plangebied gewaarborgd worden. Anderzijds worden door de nieuwe woonbestemming deze andere bedrijven niet in hun bedrijfsvoeringen c.q.
activiteiten beperkt daar het een bestaande woning betreft.
5.2 Kabels, leidingen en straalpaden Volgens de vigerende beheersverordening of de kaarten van Gasunie, TenneT en Waterschapsbedrijf Limburg komen op, of in de directe omgeving van, het plangebied geen kabels of leidingen voor, met een dusdanige beschermingszone dat zij de ontwikkeling belemmeren. Andersom betekent het dat de ontwikkeling geen belemmering veroorzaakt voor aanwezige kabels of leidingen.
5.3 Geurhinder en veehouderijen Door de geurproblematiek rondom intensieve veehouderijen speelt geur een belangrijke rol in de milieuwetgeving. Om dit aspect te kunnen reguleren bestaat de Wet geurhinder en veehouderij (verder: Wvg). De Wgv dient in het belang van de bescherming van het milieu. De wet biedt binnen gestelde voorwaarden bescherming tegen geurhinder. De Wgv en de bijborende Regeling geurhinder en veehouderij (verder: Rgv) vormen samen het toetsingskader voor geur afkomstig van veehouderijen. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. Voorgrondbelasting van geur: In de nabijheid zijn veehouderijen van derden gelegen. De meest bepalende veehouderij is de naastgelegen locatie aan de Campagneweg 26. Op de locatie aan de Campagneweg 26 zijn in de Hinderwetvergunning van 12 november 1991 in totaal 60 schapen vergund. Overige veehouderijen liggen op een afstand van tenminste 200 meter. De schapenhouderij aan de Campagneweg 26 is daarmee de maatgevende veehouderij in de omgeving. Voor schapen geldt dat deze over een geuremissiefactor beschikken. Om de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten te kunnen bepalen dient er een berekening gemaakt te worden met het programma V-stacks vergunning.
Deze berekening is gemaakt, waarbij er zowel een aantal toetspunten
19
op de rand van de woning zijn geplaatst als op de rand van het bestemmingsvlak “Wonen”. Uit de berekening (bijlage ….) blijkt dat op alle toetspunten wordt voldaan aan de bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Daaruit kan dan de conclusie getrokken worden dat er qua voorgrondbelasting sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat qua geur en het naburige bedrijf niet belemmerd wordt in het kunnen houden van de vergunde dieren. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat c.q. achtergrondbelasting: Aangezien de woning Campagneweg 28 wijzigt van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning zal beoordeeld moeten worden of er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De gemeente Horst aan de Maas heeft medio 2020 een geurverordening vastgesteld. Onderdeel van deze geurverordening is dat de huidige cumulatieve geurbelasting in beeld is gebracht. Uit deze kaarten blijkt dat er ter plaatse van de Campagneweg 28 sprake is van de categorie “goed”. De categorie ”goed” houdt in dat de cumulatieve geurbelasting niet meer dan 7.4 OU/m3 bedraagt. Artikel 3 van de verordening geeft aan dat bij een geurbelasting lager dan 20 odour units sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat meegewerkt kan worden aan een ruimtelijk plan, in dit geval de omzetting van een bedrijfswoning naar een woonbestemming.
Afbeelding 9: uitsnede kaart woon- en leefklimaat in de bestaande situatie (locatie is aangeduid met een blauwe ster).
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan het bepaalde in de Wgv en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft het onderdeel geur.
20
5.4 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) beschermt alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën. Van deze soortgroepen zijn alleen huismuis, bruine en zwarte rat niet beschermd. Van de vissen, ongewervelde dieren (zoals vlinders, libellen en sprinkhanen) en planten zijn alleen de in de wet genoemde soorten beschermd. De Wnb gaat uit van het “nee, tenzij”-principe. Dit betekent dat alleen onder bepaalde (zeer stringente) voorwaarden een inbreuk mag worden gemaakt op de bescherming van soorten en hun leefomgeving. Daarnaast beschermt de wet niet alleen soorten in het algemeen, maar ook individuen van soorten. Voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen hebben voor een beschermde soort en/of zijn leefgebied moet een ontheffing op grond van de Wnb worden aangevraagd. Flora en fauna In de Wet natuurbescherming zijn dier- en plantsoorten beschermd tegen nadelige effecten van menselijk ingrijpen. Indien de gesteldheid van beschermde dieren of planten wordt aangetast dienen er mogelijk maatregelen te worden genomen. Door de bestemmingswijziging worden eventueel aanwezige beschermde dieren- of plantensoorten niet verstoord. De woning en het bijgebouw blijven immers fysiek zoals bestaand, in stand.
Natura2000 Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura2000-gebied Deurnsche- en Mariapeel, ligt op circa 6,3 kilometer van het plangebied. Gezien de ontwikkeling zijn negatieve effecten op het Natura2000-gebied over deze afstand uit te sluiten. Enige wijziging die optreed is dat de woning bestemmingsplantechnisch wijzigt van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het feitelijke gebruik wijzigt niet. Conclusie Het aspect Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
5.5 Waterhuishouding Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het verplicht een watertoets op te stellen en daarmee het water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die een ontwikkeling heeft, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in een wijziging van de waterhuishoudkundige situatie aangezien geen nieuwe bebouwing wordt opgericht. Onderhavig plan is daarmee waterhuishoudkundig gezien niet relevant c.q. heeft louter positieve effecten op de waterhuishouding. Volledigheidshalve kan nog gesteld worden dat het hemelwater van de daken is afgekoppeld van de riolering en infiltreert in de eigen tuin. Er wordt alleen huishoudelijk afvalwater geloosd op de gemeentelijke riolering, deze bestaande lozing wijzigt niet.
5.6 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente
21
Horst aan de Maas heeft voor haar grondgebied een archeologische beleidsadvieskaart ontwikkeld. Conform deze advieskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een gematigde archeologische verwachting. In het vigerende bestemmingsplan is daarom een dubbelstemming opgenomen voor wat betreft archeologie, ‘Waarde – Archeologie 4’. In onderhavig plan wordt deze dubbelbestemming 1 op 1 overgenomen.
Afbeelding 10: uitsnede beleidskaart Archeologie
In een gebied met een gematigde archeologische verwachting geldt dat een archeologisch onderzoek benodigd is indien een oppervlakte van meer dan 2500 m2 dieper dan 40 centimeter geroerd wordt. In onderhavig initiatief wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. De huidige woning en het bijgebouw blijven in stand. Conclusie: Het aspect archeologie vormt daarmee geen beperkende factor voor onderhavig plan.
5.7 Verkeer en parkeren Het plangebied blijft ontsloten via de Campagneweg. Door de bestemmingswijziging zal er geen toename zijn van het aantal verkeersbewegingen op de Campagneweg en aansluitende wegen. Via de Campagneweg is het plangebied uitstekend bereikbaar. Via de huidige oprit is het perceel prima toegankelijk. Hier wijzigt niets aan. Op eigen terrein is ruimschoots voldoende ruimte aanwezig voor het parkeren van voertuigen. Op basis van de parkeernorm dienen er minimaal 2 parkeerplaatsen per woning aanwezig te zijn. Op het terrein is daarvoor ruim voldoende ruimte aanwezig.
22
6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten verbonden aan de realisering van dit project zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Afspraken, tussen gemeente en initiatiefnemer over planschade zijn vastgelegd in een planschadeverhaalsovereenkomst. De landschappelijke inpassing wordt geborgd in de planregels. Voor de gemeente Horst aan de Maas zal de ontwikkeling kostenneutraal verlopen.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Middels de opgestelde ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat er geen bezwaren zijn tegen de voorgenomen bestemmingswijziging. Deze locatie kan derhalve meegenomen worden in het Veegplan van de gemeente Horst aan de Maas.
23
Landschappelijk inpassingsplan Campagneweg 28 te Meterik
14 april 2021
Landschappelijk inpassingsplan Campagneweg 28 te Meterik Initiatiefnemer: Dhr. J. Claessens Datum: 14 april 2021 Opgesteld door: ing. L.M. Heesen / Pijnenburg Agrarisch Adviesburo BV Op de locatie Campagneweg 28 te Meterik is de woning gelegen van dhr. J. Claessens. Deze woning heeft momenteel een agrarische bestemming. Voornemen is om de locatie mee te nemen in het veegplan van de gemeente Horst aan de Maas en daarbij aan het perceel een woonbestemming toe te kennen. In artikel 3.8.5. van het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas zijn voorwaarden opgenomen om de bestemming om te zetten naar “Wonen”. Onder lid e. is bepaald dat middels een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van een kwaliteitsverbetering, waarbij wordt zorggedragen voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Dit document dient als inrichtingsplan beschouwd te worden. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Horst, sectie L, nummer L 890 en heeft een oppervlak van 1.175 m2. Op het perceel is zowel de woning aanwezig als een bijgebouw. In de bestaande situatie is het perceel reeds landschappelijk ingepast in de omgeving. Omdat er reeds in ruime mate groen (zie luchtfoto in afbeelding 1) op het perceel aanwezig is, wordt in onderhavig plan vastgelegd dat het bestaande groen behouden zal blijven. Verder toevoegen van groen levert geen extra kwaliteitsverbetering op.
Afbeelding 1: luchtfoto bestaande situatie Campagneweg 28 (perceel 890)
In onderhavig plan wordt met name ingestoken op het vastleggen en behouden van de randen van het perceel. De exacte inrichting van het binnenterrein is landschappelijk gezien minder belangrijk.
C
B
A Element A: bestaande haag van beuk (Fagus sylvatica) hoogte ca. 60 cm, te behouden. Lengte 16 strekkende meters. Jaarlijks te scheren. Element B: bestaande haag van beuk (Fagus sylvatica) hoogte ca. 150 cm, te behouden. Lengte 60 strekkende meters. Jaarlijks te scheren. Element C: 6 bomen: 1x sierkers (Prunus Kanzan), 1 x Linde (Tilia platophyllos), 1 x Kurkboom (phellodendron), 1 x beuk (Fagus sylvatica), 1 x kers (Hedelfinger) en 1 x sequoia
Middels het vastleggen dat de bestaande beplanting langs de randen van het perceel en de meest beeldbepalende bomen behouden blijven wordt geborgd dat het perceel op ruim voldoende wijze in de omgeving ingepast is en blijft. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde uit het bestemmingsplan dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
Gegenereerd op: 14-04-2021
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: schapenhouderij Campagneweg 26 Gemaakt op: 2021-04-13 17:00:15 Rekentijd: 0:00:18 Naam van het bedrijf: Claessens Campagneweg 28 Berekende ruwheid: 0,217 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
schapenstal
X-coord. 199 288
Y-coord. 383 949
EP Hoogte 1,5
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
woning hoek 1
199 296
383 918
14,0
2,0
3
woning hoek 2
199 299
383 908
14,0
1,4
4
woning hoek 3
199 291
383 906
14,0
1,5
5
woning hoek 4
199 287
383 916
14,0
2,1
6
bouwvlak punt 1
199 302
383 909
14,0
1,5
7
bouwvlak punt 2
199 300
383 914
14,0
1,7
8
bouwvlak punt 3
199 296
383 918
14,0
2,0
9
bouwvlak punt 4
199 293
383 925
14,0
2,7
10
bouwvlak punt 5
199 290
383 924
14,0
2,7
11
bouwvlak punt 6
199 279
383 946
14,0
4,9
12
bouwvlak punt 7
199 258
383 936
14,0
2,1
13
bouwvlak punt 8
199 269
383 898
14,0
1,2
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40
484
Geb. Hoogte 3,4
Gegenereerd op: 14-04-2021
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 2
bestemmingsplan Veegplan 2021
Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing Wevertweg 7, Horst
79
Hier het voorblad van de gemeente Horst aan de Maas
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” NL.IMRO.1507.???
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” NL.IMRO.1507.???
Opdrachtgever/Initiatiefnemer: Naam en Voorletters Correspondentieadres Postcode en Woonplaats
: : :
C.B. van Bergen Wevertweg 7 5961 MA Horst
: : : : : :
Arvalis Adviseurs Rutten, J. St. Jansweg 20d 5928RC Venlo 06-20995446 JRutten@arvalis.nl
Opdrachtnemer / Gemachtigde Opgesteld door Naam en voorletters Adres Postcode en woonplaats Telefoon E-mailadres
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ....................................................................................................................................... 1
1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ........................................................................ 1
1.2
Ligging en begrenzing plangebied ........................................................................................... 1
1.3
Vigerend bestemmingsplan ...................................................................................................... 1
1.4
Bij het plan behorende stukken ................................................................................................ 1
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................................... 1
2
BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED .................................................................................... 3
2.1
Algemeen .................................................................................................................................... 3
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur ........................................................................................ 3
3
BELEID ............................................................................................................................................ 4
3.1
Inleiding ....................................................................................................................................... 4
3.2
Rijksbeleid .................................................................................................................................. 4
3.3
Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 5
3.4
Regionaal beleid ......................................................................................................................... 5
3.5
Gemeentelijk beleid.................................................................................................................... 6
4
PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................... 7
4.1
Het plan ....................................................................................................................................... 7
4.2
Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing ........................................................................ 7
5
SECTORALE ASPECTEN .............................................................................................................. 8
5.1
Inleiding ....................................................................................................................................... 8
5.2
Milieuaspecten ............................................................................................................................ 8
5.3
Waterparagraaf ......................................................................................................................... 10
5.4
Flora en fauna ........................................................................................................................... 11
5.5
Archeologie ............................................................................................................................... 11
5.6
Verkeer en parkeren ................................................................................................................. 12
5.7
Duurzaamheid ........................................................................................................................... 12
5.8
Kabels en Leidingen ................................................................................................................ 12
6
UITVOERBAARHEID .................................................................................................................... 13
6.1
Economische en financiële uitvoerbaarheid ......................................................................... 13
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 13 6.2.1 Overleg ................................................................................................................................ 13 6.2.2 Inspraak .............................................................................................................................. 13 6.2.3 Wettelijke procedure ........................................................................................................... 13 7
JURIDISCHE TOELICHTING ........................................................................................................ 14
7.1
Feitelijke planopzet .................................................................................................................. 14
7.2 Juridische planopzet................................................................................................................ 14 7.2.1 Algemeen ............................................................................................................................ 14 7.2.2 Toelichting regels ................................................................................................................ 14 Bijlagen: 1. Principeverzoek 2. Bodemonderzoek
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Het plangebied is onderdeel van de locatie Wevertweg 7 in Horst. In het verleden was hier een agrarisch bedrijf gevestigd. Na beëindiging van het agrarisch bedrijf zijn enkele bijgebouwen nog aanwezig. Gedeeltelijk vallen deze bijgebouwen buiten het vigerende bouwvlak. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het aanpassen van het bouwvlak in zuid-westelijke richting. Hierdoor ontstaat een nieuw bestemmingsvlak zodat alle bouwwerken binnen het bouwvlak vallen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen op de locatie Wevertweg 7 te Horst. Rondom de locatie zijn particuliere woningen, enkele (agrarische) bedrijven en dagrecreatieve bedrijvigheid. Allen zijn gelegen op grotere afstand (> 110 meter) van de locatie Wevertweg 7 De locatie is kadastraal bekend als gemeente Horst sectie O nummer 820.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het vigerende bestemmingsplan en de relatie hiervan met het te nemen besluit. Het actuele gemeentelijke beleid is opgenomen in paragraaf 3.5. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’, van de gemeente Horst aan de Maas en heeft de bestemming “Agrarisch gebied met waarden” met dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 3”. Verder liggen de gebiedsaanduidingen “milieuzone grondwaterbeschermingsgebied Venloschol” en “overige zone - beekdal” op de locatie. Op de locatie ligt geen bouwvlak. Binnen deze enkelbestemming is geen bebouwingtoegestaan. Om deze reden past het verzoek niet binnen het vigerend bestemmingsplan, er is tevens geen afwijkingsregel opgenomen om dit mogelijk te maken. In de onderhavige situatie wordt niet voldaan aan de regels en/of de afwijkingsregels uit het vigerend bestemmingsplan. Om de benodigde planontwikkeling alsnog te kunnen realiseren is een buitenplanse wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Er dient daarbij sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Uit de toetsing blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Samen met de bijbehorende regels, bijlagen en verbeelding vormt deze toelichting het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
De ruimtelijke onderbouwing voorziet in de benodigde motivering van het initiatief. Aan bod komen de volgende aspecten: ▪ Het actuele beleid van het rijk, de provincie en de gemeente en een toetsing daaraan, hoofdstuk 2; ▪ Projectprofiel, beschrijving van de planlocatie, hoofdstuk 3; ▪ De sectorale aspecten en een toetsing daaraan, hoofdstuk 5. ▪ Uitvoerbaarheid, hoofdstuk 6; ▪ Procedure, hoofdstuk 7.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
1
2 BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen aan de Wevertweg 7 te Horst in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas tussen de kernen Tienray en Horst, gelegen in het noorden van Limburg. Het betreft een gebied dat gemengd in gebruik is door (agrarische) bedrijven en woningen. Tevens is er sprake van dagrecreatie in het gebied. Initiatiefnemer is voornemens om alle bijgebouwen bij de woning te legaliseren door de wijziging van het bestemmngsplan. Na wijziging zijn alle bouwwerken gelegen in het bestemmingsvlak.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
De locatie sluit aan op de inmiddels aanwezige woonbestemming. Van oorsprong had de bebouwing in de omgeving van het plangebied een agrarische functie. De agrarische bedrijvigheid is echter verdwenen. Voormalige agrarische bedrijven zijn in gebruik genomen als burgerwoning. Toch is de agrarische functie niet geheel verdwenen. Rondom de locatie bevinden zich nog een aantal agrarische bedrijven. Ook de onbebouwde percelen zijn hoofdzakelijk in agrarisch gebruik.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
3
3 BELEID 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid en op de van belang zijnde beleidsthema’s.
3.2
Rijksbeleid
Rijksbeleid Structuurvisie infrastructuur en Ruimte
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)
Besluit ruimtelijke ordening
Aandachtspunten Onderwerpen van nationaal belang voor de drie rijksdoelen. Relevant voor het plangebied: verbeteren milieukwaliteit en behoud/versterking cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Ruimte bescherming waterveiligheid in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, toekomstige uitbreiding infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en primaire waterkeringen buiten het kustfundament. In bestemmingsplan rekening houden met bij ministeriële regeling aan te wijzen militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNNgebieden.
Verantwoording stedelijke ontwikkeling in relatie tot de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
Toets/afweging Initiatief is in overeenstemming met nationale belangen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen en er is geen sprake van aantasting van natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden. Op dit bestemmingsplan werken geen van de genoemde rijksbelangen rechtstreeks door. In het gebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het bestemmingsplan is dan ook in lijn met het Barro en de eerste aanvulling hierop.
Radarverstoringsgebied militaire vliegbasis Volkel ligt over het plangebied. Aangezien het bestemmingsplan echter geen windturbines hoger dan 114 meter toestaat, vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. Wonen is weliswaar een stedelijke functie, maar volgens de jurisprudentie blijkt dat het in dit verband moet gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het betreft hier bestaande bouwwerken waarvan alleen de bestemming wijzigt van “Agrarisch met waarden” naar “wonen”. De Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook op dit initiatief niet van toepassing.
4
3.3
Provinciaal beleid
Provinciaal beleid POL 2014
Aandachtspunten Ligging binnen structuurvisiegebied Landelijk gebied, zone buitengebied.
Omgevingsverordening Limburg 2014)
De Omgevingsverordening bevat regels over diverse onderwerpen, zoals de aanwijzing van milieubeschermingsgebieden en de boringsvrije zones Roerdalslenk en Venloschol. In de verordening wordt bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). Nieuwe activiteiten in landelijk gebied zoveel mogelijk concentreren binnen de bestaande bebouwing van plattelandskernen/ contouren. Functies die met bebouwing gepaard gaan en extra ruimtebeslag leggen op het buitengebied mogelijk indien deze gepaard gaan met kwaliteitsverbeterende maatregelen. Kwaliteitsbijdragen dragen in Noord- en MiddenLimburg daarnaast bij aan afronding van de Ruimte voor ruimte regeling.
Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM)
3.4
Toets/afweging Er vinden geen feitelijke wijzigingen plaats. Gelet op het al jaren aanwezig zijn van het bebouwingscluster wordt het plan passend geacht. Het plangebied is gelegen binnen de boringsvrije zone Venloschol. Aangezien geen diepe boringen zijn voorzien, vormt deze ligging geen belemmering voor het initiatief. Voor het overige is het plangebied niet binnen milieubeschermingsgebieden gelegen. Voor wat betreft de Ladder wordt verwezen naar de toelichting hiervoor op het Bro onder rijksbeleid.
Er is geen sprake van nieuwe bebouwing in het buitengebied. Het LKM is dan ook niet van toepassing op de voorliggende ontwikkeling. Het LKM heeft een eigen gemeentelijke invulling gekregen in de Structuurvisie Horst aan de Maas en het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas.
Regionaal beleid
Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg
Nieuwbouw naar behoefte, de juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer. Tot 2030 groeit het aantal huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas met 1.295 en is er een plancapaciteit van 1.234 wooneenheden. Focus op goed wonen voor iedereen, kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal, aandacht voor levensloopbestendigheid en duurzaamheid.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
Het voorliggend plan leidt niet tot een toename van de woningvoorraad die voorziet in de woningbehoefte binnen de regio. Het project past daarmee binnen de regionale structuurvisie wonen.
5
3.5
Gemeentelijk beleid
Gemeentelijk/regionaal beleid Vigerend Bestemmingsplan
Aandachtspunten
Toets/afweging
Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’.
Het betreft het vaststellen van een nieuw bestemmingsvlak zodat alle aanwezige bouwwerken in het bestemmingsvlak komen te liggen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze bouwmogelijkheid.
Voor de locatie is de navolgende detailinformatie van belang:
Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas
Enkelbestemming: ▪ “Agrarisch met waarden” Dubbelbestemming ▪ “Waarde - Archeologie 3” Gebiedsaanduidingen ▪ “milieuzone grondwaterbeschermingsgebied Venloschol” ▪ “overige zone - beekdal” Het plangebied is volgens de bij de structuurvisie behorende Visiekaart gelegen binnen het gebied Werklocaties (gemengd gebied). In de structuurvisie is de juridische basis gelegd voor het toepassen van het Gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM).
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
Het betreft bestaande bebouwing. Voorliggend initiatief is hiermee passend binnen de structuurvisie.
6
4 PLANBESCHRIJVING 4.1
Het plan
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het aanpassen van het bouwvlak in zuidwestelijke richting. Hierdoor ontstaat een nieuw bestemmingsvlak zodat alle bouwwerken binnen het bestemmingsvlak vallen. Hiervoor wordt in het voorliggende bestemmingsplan een bestemmingsvlak met de bestemming ‘Wonen’ opgenomen.
4.2
Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing
Algemeen Het betreft een bestaand bebouwingscomplex wat voorheen onderdeel uitmaakte van een agrarisch bedrijf. De locatie is gelegen op geruime afstand (150 meter) van de openbare weg. De locatie is vanuit de historie al ingepast in de omgeving. Het open beekdallandschap blijft gehandhaafd aangezien het een bestaand bebouwingscluster betreft waar geen wijzigingen aan plaatsvinden. Het wijzigen van de bestemming en de bestaande aanwezigheid van het bebouwingscluster is uit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt dan ook niet bezwaarlijk en heeft zowel op korte als op (middel)lange termijn, geen negatieve ruimtelijke effecten tot gevolg op de omgeving.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
7
5 SECTORALE ASPECTEN 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan de sectorale aspecten. Per sectoraal aspect zijn aandachtspunten en een toets/afweging weergegeven.
5.2
Milieuaspecten
Thema Bodem- en grondwaterkwaliteit
Aandachtspunten Bodem- en grondwaterkwaliteit dienen geschikt te zijn voor de beoogde functie(s).
Geluid
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is nodig indien nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen worden toegestaan binnen de onderzoekszone van de wegen waarvoor een maximumsnelheid van 50 km/uur of meer geldt. Luchtkwaliteitseisen volgens de Wet milieubeheer vormen in beginsel geen belemmering voor vaststelling bestemmingsplan als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, onder andere als de ontwikkeling niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er dan 1.500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Bepaald dient te worden of de achtergrondwaarden goed genoeg zijn voor realisering van het project. Aangegeven dient te worden of ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan
Luchtkwaliteit
Milieuzonering
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
Toets/afweging Er is een bodemonderzoek uitgevoerd welke als bijlage 1 aan deze toelichting is gevoegd. Hierin is geconcludeerd dat de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen uitbreiding van het bouwvlak. Er is geen sprake van nieuwe geluidsgevoelige ontwikkelingen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Het voorliggende plan kan worden geschaard onder de kleine projecten die de luchtkwaliteit ‘niet in betekende mate (NIBM)’ verslechteren.
Op een afstand van ca. 110 meter ligt een agrarisch bedrijf. De beoogde locatie en de 8
worden gegarandeerd en of bestaande bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoerings- en ontwikkelingsmogelijkheden.
Externe veiligheid
In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen.
Besluit milieueffectrapportage
In het op 7 juli 2017 gewijzigde Besluit milieueffectrapportage is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Die geldt voor iedere activiteit die is opgenomen op de D-lijst, ongeacht of de activiteit onder of boven de drempelwaarde van de D-lijst valt. Woningbouw kan vallen onder onderdeel D (11.2): “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.”
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
gebruiksfuncties liggen ver genoeg van omliggende functies / bedrijven / veehouderijen. De aanwezige bebouwing vormt dan ook geen belemmering voor de omliggende bedrijven en anderzijds is in de woningen sprake van een goed woon- en leefklimaat. In de omgeving van het plangebied zijn blijkens de Risicokaart Nederland geen risicovolle inrichtingen, transportlijnen of buisleidingen gelegen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is geen sprake van nieuwe geluidsgevoelige ontwikkelingen. Een dergelijk kleinschalig initiatief betreft dan ook geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Als gevolg hiervan hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld en hoeft ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.
9
5.3
Waterparagraaf
Thema Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021
Aandachtspunten Inzet op het verhogen van de Maasveiligheid, een klimaat robuuste inrichting van het watersysteem in stad en platteland en een duurzame watervoorziening voor bewoners, bedrijven en natuur. Waterbeheerplan 2016Opgaven: meerlaagsveiligheid 2021 ‘Water in beweging’ bij hoogwaterbescherming van Waterschap Limburg Maas, bescherming tegen wateroverlast vanuit beken en waterbuffers, voldoende zoetwater en waterkwaliteit, grotere doelmatigheid in (afval)waterketen. Keur Waterschap Limburg Enkele handelingen in het watersysteem worden beperkt, waaronder het lozen van water in het watersysteem en het realiseren van werken c.q. bebouwing binnen de keurzones van een waterstaatswerk of watergang.
Toets/afweging Het betreft een bestaand bebouwingscluster en is niet van invloed op realisering en instandhouding van de doelstellingen.
Het betreft een bestaand bebouwingscluster en is niet van invloed op realisering en instandhouding van de doelstellingen.
Het betreft een bestaand bebouwingscluster waarvan nieuwe lozingen geen onderdeel uitmaken. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal de hoeveelheid oppervlakteverharding niet toenemen. In de nabijheid van het plangebied is de Grootte Moolenbeek gelegen. Deze primaire watergang ligt op voldoende afstand van het plangebied dat hier geen invloed op wordt uitgeoefend.
Gemeentelijk beleid
Hemelwater
De gemeente Horst aan de Maas volgt zo veel mogelijk het beleid zoals dit is vastgelegd door het waterschap Limburg. Voor het plangebied wordt gestreefd naar afkoppeling van regenwater en infiltratie op het eigen perceel. Het beleid van de gemeente is erop gericht om hemelwater afkomstig van de daken zoveel mogelijk te hergebruiken. Hemelwater afkomstig van andere oppervlakteverhardingen wordt bij voorkeur op het eigen terrein opgevangen of indien mogelijk afgevoerd op oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
Zie afweging beleid waterschap.
Het betreft een bestaand bebouwingscluster waarvan nieuwe lozingen geen onderdeel uitmaken. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal de hoeveelheid oppervlakteverharding niet toenemen. In de nabijheid van het plangebied is de Grootte Moolenbeek gelegen. Deze primaire watergang ligt op voldoende afstand van het plangebied dat hier geen invloed op wordt uitgeoefend. 10
Afvalwater
Voor afvalwater geldt over het algemeen dat dit dient te worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel.
In het afvoeren van afvalwater is al voorzien. Aangezien er geen sprake is van nieuwe bebouwing blijft dit ongewijzigd.
Thema Wet natuurbescherming
Aandachtspunten Beoordeling effecten van het plan op door de Wet natuurbescherming beschermde gebieden.
Provinciaal natuurbeleid (Goudgroene en Zilvergroene natuurzones)
Beoordeling effecten van het plan op de Goudgroene en/of Zilvergroene natuurzones.
Bescherming planten en dieren
Beoordeling effecten van het plan op beschermde planten en op leef- en foerageergebieden voor diverse beschermde soorten.
Toets/afweging Het wijzigen van de bestemming heeft geen invloed op beschermde gebieden, gelet op de grote afstand van het plangebied tot beschermde gebieden. Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de aard van het initiatief zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat van het natuurnetwerk niet worden aangetast Omdat er geen fysieke wijzigingen plaatsvinden heeft het plan geen effecten op de bescherming van planten en dieren. Bovendien geldt te allen tijde dat de algemene zorgplicht in acht dient te worden genomen.
5.4
5.5
Flora en fauna
Archeologie
Thema Archeologie
Aandachtspunten Rekening houden met het erfgoed in de bodem. De wet beoogt het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te beschermen.
Cultuurhistorie
In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
Toets/afweging Archeologisch onderzoek is volgens het gemeentelijk archeologiebeleid noodzakelijk indien de verstoring meer dan 500 m2 bedraagt of dieper dan 50cm wordt verstoord. Aangezien er geen nieuwe bebouwing wordt opgericht is archeologisch onderzoek niet aan de orde. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg geen rijksmonumenten en/of cultuurhistorisch waardevolle objecten gelegen. Vanuit het aspect
11
cultuurhistorie bestaan er hiermee geen belemmeringen.
5.6
Verkeer en parkeren
Thema Verkeer en parkeren
5.7
Aandachtspunten Beoordeling effecten op de verkeersveiligheid en op de ontsluiting van het plangebied, alsmede toets aan parkeernorm.
Duurzaamheid
Thema Duurzaam bouwen en wonen
Aandachtspunten Duurzaam bouwen en wonen is één van de vier duurzaamheidsthema’s van Horst aan de Maas. De nadruk ligt op het aspect energie: energiezuinig bouwen en het opwekken van duurzame energie. Daarnaast bespaart duurzaam bouwen grondstoffen. Duurzame, Bij invulling van toekomstbestendige bouw nieuwbouwlocaties dient steeds de vraag te worden gesteld of het nieuwbouwplan bestaat uit (voldoende aantallen) levensloopbestendige woningen of woningen die gemakkelijk levensloopbestendig kunnen worden gemaakt. De woningen dienen ook energiezuinig te zijn, zodat bij stijging van de energieprijzen de woonlasten betaalbaar blijven.
5.8
Toets/afweging Het onderhavige plan heeft geen significante verkeerskundige consequenties. De locatie is voldoende ontsloten op de Wevertweg en op eigen terrein is voldoende ruimte aanwezig voor parkeren van auto’s, zodat voldaan wordt aan de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2016.
Toets/afweging Aangezien er geen nieuwe bebouwing wordt opgericht is duurzaam bouwen niet aan de orde. Mogelijkheden voor duurzame investeringen zoals zonnepanelen blijven behouden.
Het voornemen om een levensloopbestendige woning te realiseren wanneer er sprake is van een solitaire nieuwbouwwoning ligt bij de initiatiefnemer. Wat betreft energiezuinigheid zie hierboven.
Kabels en Leidingen
Thema Kabels en leidingen
Aandachtspunten Bij de invulling van nieuwbouwlocaties dient rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en leidingen met een juridisch-planologische beschermingszone.
Bestemmingsplan “Wevertweg 7 Horst” gemeente Horst aan de Maas
Toets/afweging Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen kabels of leidingen aanwezig met een dusdanige planologisch-juridische beschermingszone voor dat deze gevolgen hebben voor dit bestemmingsplan. 12
6 UITVOERBAARHEID 6.1
Economische en financiële uitvoerbaarheid
In afdeling 6.4 Wro en artikel 6.2.1 Bro is de verplichting opgenomen om, indien er sprake is van een bouwplan zoals genoemd in het Bro, deze kosten inzichtelijk te maken middels een exploitatieplan, tenzij het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Voor het planologisch mogelijk maken van deze wijziging heeft geen financiële consequenties ten aanzien van de uitvoerbaarheid. Hiermee is de financiële haalbaarheid van het plan voldoende verzekerd. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.