CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09e RES NML Governance dd 06-07-2023

Gemeenteraad 24 oktober 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het niet indienen van een zienswijze op het Ontwerpbesluit Centrumregeling Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg (RES NML).18.243 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Samen werken aan een duurzame regio De governance van de RES NML

Inhouds­opgave 1

2

3

4

5

De toekomstbestendige RES- organisatie NML

3 3 3 4 4

Inleiding Missie en Visie RES NML De ambitie van de RES NML RES NML Evaluatie en herijking

Takenpakket RES NML

5 5 6 6 6 7 7

Regionale Basis Gezamenlijke uitvoering (plustaken) Proces om te komen tot een plustaak Procesbewaking plustaak Deelnemen aan een plustaak Samenwerking RES NML met andere tafels in de regio Blokkenschema taken RES NML

Juridische structuur

8 De centrumgemeenteregeling 10 De samenwerkingsovereenkomst (t.b.v. de Coalition of the willing)

De organisatie

11 12 13 14 14 14

Besturingscyclus (PDCA) Het organisatiemodel Besluitvormingsproces binnen de RES NML Formatie Inzet medewerkers deelnemers De centrumgemeente

Financiën

15 Begroting 2024 - 2026

Bijlagen

17 Bijlage A: Juridische regeling RES NML 41 Bijlage B: Functieprofielen RES NML 48 Bijlage C: Organogram RES NML 49 Bijlage D: Tarieven Noord Limburgse Gemeenten 59 Bijlage E: Jaarplan 2024 RES NML 80 Bijlage F: Blokkenschema RES NML

Samen werken aan een duurzame regio

2

1. De toekomstbestendige RES-organisatie NML Inleiding Om de uitdagingen komende jaren het hoofd te kunnen bieden is een gelijkwaardige en continue samenwerking cruciaal. De structurele financiële middelen ondersteunen de toekomstbestendige RES NML samenwerking. Regionale samenwerking biedt kansen om menskracht en expertise te delen. Dit is vanwege de krappe arbeidsmarkt ook nodig. Ook kunnen we de RES-samenwerking benutten om verbinding te leggen met andere opgaven in een gebied. De urgentie op snelle maatregelen is groot. Toch werkt juist het investeren in een samenwerking uiteindelijk versnellend. Samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, inwoners, energiecoöperaties, netbeheerders, bedrijfsleven en overheden: lokaal, regionaal en landelijk. Ieder vanuit zijn eigen rol. Samenwerken is belangrijker dan ooit.

Missie en Visie RES NML De RES Noord- en Midden Limburg werkt aan een volledig duurzaam Noord- en Midden Limburg voor onze volgende generaties. Dat doen we door samen met onze partners te werken aan een toekomstbestendig en duurzaam energiesysteem voor onze regio. Met alle betrokken partijen werken wij samen op opwek van duurzame energie, warmte, energie besparing, dat doen we vanuit een sociale grondhouding. We doen dit o.a. door samen uitgangspunten en beleid op te stellen en concrete projecten op te pakken. Zo werken we aan een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem.

De ambitie van de RES NML De vijftien gemeenten in Noord- en Midden Limburg, Provincie Limburg, Waterschap Limburg en Enexis hebben de onderstaande ambities met elkaar afgesproken: • De volgende drie pijlers zijn van groot belang in een duurzamer Noord- en Midden Limburg: iedereen kan meedoen, iedereen kan het betalen en iedereen kan meeprofiteren. • Door energie te besparen en energie kleinschalig duurzaam op te wekken willen we in 2030 minimaal 25% minder CO2 uitstoten dan in 2015. • We kiezen bewust om energiebesparing mee te nemen in onze plannen. Wat niet wordt verbruikt, hoeft ook niet opgewekt te worden. • We willen met grootschalige zon- en windprojecten 1.200 gigawattuur (GWh) duurzame energie opwekken in 2030. De kwaliteit van onze leefomgeving blijven we goed bewaken. • We houden er rekening mee dat de behoefte aan duurzaam opgewekt energie blijft groeien. We kijken vooruit naar 2050 om tijdig in te spelen op ontwikkelingen en innovaties. • We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom bij grootschalige z ­ on- en windprojecten op regionaal niveau. En naar een vorm van lokaal medezeggenschap bij alle projecten. • We willen 100% duurzame warmte in 2050 voor alle woningen/gebouwen. • Iedere gemeente onderzoekt hoe ze op lokaal niveau hier invulling aan kan geven. Dit is maatwerk, want iedere gemeente is anders.

Samen werken aan een duurzame regio

3

RES NML De gezamenlijke ambities en inhoudelijke uitgangs­ punten op het gebied van energiebesparing, warmtetransitie en duurzame opwek tot 2030 met een doorkijk naar 2050 zijn hierboven helder verwoord. Alle deelnemers binnen de regio zijn het erover eens dat de samenwerking geïntensiveerd moet worden om deze ambities te realiseren. Op 8 december 2021 ging het Bestuurlijk Overleg RES NML akkoord met de intentieovereenkomst zoals verwoord in het document `Naar een sterke RESsamenwerking NML´. In dit document staat het kader voor de toekomstige samenwerking uitgeschreven. Hieronder worden het doel en de uitgangspunten, zoals deze in de intentieovereenkomst staan verwoord, beschreven. Het doel van een sterke samenwerking is de implementatie van het Klimaatakkoord versnellen, de maatschappelijke kosten verlagen en meer invloed hebben op de uitvoering, door: • kennis opbouwen, bundelen en delen; • voldoende gekwalificeerd personeel (krapte arbeidsmarkt), continuïteit, efficiency; • (gemeente) grensoverschrijdende onderwerpen gezamenlijk passend oplossen; • voor (regionaal opererende) stakeholders één regionale aanpak; • lagere kosten.

Evaluatie en herijking/voortgang Tweejaarlijks vindt er zowel een inhoudelijke herijking/voortgangsrapportage plaats rondom de ambities van de RES NML als een organisatorische evaluatie. Inhoudelijke herijking De basis is een rapportage van de voortgang en op basis daarvan kan worden besloten een herijking van de ambities op te schrijven in een RES 2.0 en verder. Bij een herijking van de ambities worden de gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap betrokken. Organisatorische evaluatie De programmamanager initieert tweejaarlijks een organisatorische evaluatie. De programmamanager maakt hiervoor een evaluatieplan en bespreekt dit met de kring van gemeentesecretarissen van Noord- en Midden Limburg. Vervolgens biedt de programmamanager deze aan het portefeuillehoudersoverleg aan. Samen werken aan een duurzame regio

4

2. Takenpakket RES NML Regionale Basis Dit zijn taken waar de RES-partners gezamenlijk aan werken. De basis hiervoor ligt in de RES 1.0 en het Klimaatakkoord. De regionale basis is erop gericht om gemeenten te ondersteunen en te ontzorgen op het gebied van voortgangsmonitoring, beleidsvoorbereiding en advies (in beginsel geen beleidsbepaling), kennisontwikkeling, bovenlokaal accountmanagement met strategische samenwerkingspartners, innovatiestimulering en prioritering opwekprojecten met een bovenlokaal effect. De bekostiging van deze taken vindt plaats op basis van een vaste bijdrage per partner (voor de gemeenten gebaseerd inwoneraantal).

Basistaken: a) Voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen en herijken van de gezamenlijke strategische koers en ambities van de centrumregeling;

Gezamenlijke uitvoering (plustaken) Dit zijn uitvoeringstaken en -projecten waaraan in wisselende samenstellingen wordt gewerkt. Het aantal deelnemers kan per taak of project variëren (plustaken-principe). Het initiatief voor een uitvoeringstaak (of -project) kan zowel regionaal vanuit het RES-programma komen of lokaal vanuit één of meer van de deelnemers. De bekostiging van deze taken geschiedt via de gemeenten die deelnemen in deze taak.

Plustaken: a) Iedere deelnemer kan voor zichzelf besluiten over deelname; b) Minimale deelname: twee overheden;

b) Voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen van regionaal energiebeleid;

c) Deelname op basis van aparte samenwerkingsovereenkomst;

c) Monitoren van de voortgang van de gestelde doelen, welke door de deelnemers zijn vastgelegd in de onder a en b bedoelde beleidsdocumenten;

d) Samenwerkingsovereenkomst wordt vastgesteld door de deelnemers die deelnemen aan de betreffende plustaak, onder regie van een ontwikkelgroep;

d) Opbouwen, bundelen en delen van kennis;

e) Plustaak onder regie van een ontwikkelgroep;

e) Voeren van bovenlokaal accountmanagement met strategische samenwerkingspartners;

f) Centrumgemeente faciliteert de uitvoering.

f) Voeren van de financiële administratie en verantwoording, waaronder het beheer van de algemene reserve; g) Opstellen jaarplan/werkprogramma.

Het werkprogramma van de RES NML maakten we visueel met een blokkenschema. Dit geeft kort weer wat het onderwerp is en wat er gebeurt. Het blokkenschema kun je HIER vinden.

Samen werken aan een duurzame regio

5

Proces om te komen tot een plustaak In de ontwikkelgroepen van de RES NML wordt gewerkt aan de ambities en werken we nieuwe thema’s uit. Verkenningen die in de ontwikkelgroepen worden opgestart kunnen leiden tot een plustaak. De plustaak heeft een projectmatig karakter. Voor wordt besloten om een plustaak op te starten, wordt een plan van aanpak voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg. Naast instemmen met een plustaak wordt ook een bestuurlijk trekker gevraagd de plustaak bestuurlijk te trekken.

Procesbewaking plustaak De verschillende plustaken worden ambtelijk aangestuurd vanuit de ontwikkelgroepen. De ontwikkelgroepvoorzitters zijn de eerste aanspreekpunten voor zowel de projectleiders van de plustaken als de programmamanager en de bestuurlijk trekkers. Het portefeuillehoudersoverleg wordt structureel geïnformeerd over de lopende plustaken. Indien nodig worden de portefeuillehouders waarvan de organisatie deelneemt uitgenodigd voor een separaat overleg, aansluitend op het portefeuillehoudersoverleg RES NML.

Deelnemen aan een plustaak Zoals hierboven staat beschreven zijn er minimaal twee overheden nodig om een plustaak te starten. Een deelnemer kan besluiten om in eerste instantie niet deel te nemen, maar dat op een later tijdstip alsnog te doen. In de overeenkomst met de deelnemers van de plustaak worden ook afspraken gemaakt over eventuele deelname op een later moment.

Samen werken aan een duurzame regio

6

Samenwerking RES NML met andere tafels in de regio De RES NML bestaat uit de regio’s Noord en Midden Limburg. Als het gaat over de ruimtelijke en economische verbinding maken we nadrukkelijk gebruik van de bestaande structuren van beide regio’s. Ten aanzien van de ruimtelijke opgave uit de RES maken we ook de verbinding op de ruimtelijke overlegtafels. Verder maken we thematisch verbindingen met het mobiliteitsoverleg in zowel Noord- als Midden Limburg.

Blokkenschema taken RES NML Het takenpakket van de RES NML is visueel gemaakt met onderstaand blokkenschema. Dit geeft kort weer wat het onderwerp is en wat er gebeurt. In de bijlage vind je de uitwerking van het blokkenschema in tekst.

Samen werken aan een duurzame regio

7

3. Juridische structuur In het onderzoek naar de versterking van de samenwerking hebben we gekeken naar de best passende juridische structuur. We deden onderzoek naar verschillende vormen van samenwerking: • Samenwerkingsovereenkomst; • Centrumgemeenteregeling; • Openbaar lichaam. Alle partners stemden op basis van dit onderzoek in met de uitwerking van de centrumgemeenteregeling voor de RES NML. In dit hoofdstuk gaan we verder in op de belangrijkste zaken die geregeld zijn in deze regeling.

De centrumgemeenteregeling • Geen aparte organisatie met rechtspersoonlijkheid • Éen gemeente wordt centrumgemeente, afspraken in overeenkomst • Beheer van samenwerking door centrumgemeente • Inhoudelijke en beleidsmatige verantwoordelijkheid houden gemeenten zelf

De centrumregeling is een lichte vorm van samenwerking gebaseerd op de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR). Verschil met privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst: • De samenwerking bevat waarborgen van de WGR: • De samenwerking heeft de verplichte voorafgaande instemming van de raden, het AB en PS nodig; • Verantwoording en controle door eigen raden en colleges; • Het is een duurzame samenwerking: afspraken kunnen niet eenzijdig worden gewijzigd; • Subsidies aanvragen is mogelijk; • Taken kunnen eenvoudig worden uitgevoerd door een andere gemeente – mandaat en aanbestedingsrecht; • Fiscale en financiële afspraken blijven lopen via de eigen gemeente; • Overeenkomst ziet op de behartiging van publieke belangen (stimuleren van het verwezenlijken van de regionale energiestrategie);

Samen werken aan een duurzame regio

8

Belangrijkste uitgangspunten van de regeling: Doelstelling: Uitvoeren van de regionale energiestrategie in Noord- en Midden-Limburg Taken: basistaken en plustaken

Basistaken - Uitvoerend en faciliterend van aard; • Voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen en herijken van de gezamenlijke strategische koers en ambities van de centrumregeling; • Voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen van regionaal energiebeleid; • Monitoren van de voortgang van de gestelde doelen, welke door de deelnemers zijn vastgelegd in de onder a en b bedoelde beleidsdocumenten; • Opbouwen, bundelen en delen van kennis; • Voeren van bovenlokaal accountmanagement met strategische samenwerkingspartners; • Voeren van de financiële administratie en verantwoording, waaronder het beheer van de algemene reserve; • Opstellen jaarplan/werkprogramma. Plustaken: • Iedere deelnemer kan voor zichzelf besluiten over deelname; • Minimale deelname: twee overheden; • Deelname op basis van aparte samenwerkingsovereenkomst; • Samenwerkingsovereenkomst wordt vastgesteld door de deelnemers die deelnemen aan de betreffende plustaak, onder regie van een ontwikkelgroep; • Plustaak onder regie van een ontwikkelgroep.

Rol van gemeenten, provincie en waterschap • Centrumgemeente is géén aparte entiteit of rechtspersoon; • Gemeenten, provincies en waterschappen blijven dus zelfstandig bevoegd en zelfstandig verantwoordelijk; • Centrumgemeente mag geen beslissingen nemen, alleen adviezen geven of besluiten voorbereiden; • Het gaat dus alleen om de uitvoering; besluitvorming en begrotingsrecht blijft bij deelnemers. Voorstellen voor basistaken: • Deelnemers laten basistaken uitvoeren door de centrumgemeente Venlo; • Personeel (programmateam): in dienst van de centrumgemeente; • Gemeenten betalen een vastgestelde bijdrage per inwoner aan HR HR HR de centrumgemeente. Provincie en waterschap betalen ++ ++ ++ een nog vast te stellen bijdrage: • Actieve informatieverschaffing: centrumgemeente geeft deelnemers alle gewenste informatie en inlichtingen; • Overlegstructuren: borgen de betrokkenheid van de≈deelnemers (zie hierna); • Centrumgemeente stelt een meerjaren-ontwerpbegroting op en verantwoordt hier jaarlijks over. Samen werken aan een duurzame regio

9

De samenwerkingsovereenkomst (t.b.v. de plustaak) Zoals hierboven al aangegeven worden er naast de basistaken ook plustaken uitgevoerd. Voor elke plustaak stellen we een aparte samenwerkingsovereenkomst op. De basisuitgangspunten die terugkomen in deze overeenkomst zijn: • De deelnemers; • De uitgangspunten voor de samenwerking; • De doelstelling van de samenwerking; • De organisatiestructuur van de samenwerking; • De financiële kaders van de samenwerking; • De looptijd van de samenwerking. De RES NML ontwikkelt een basisdocument voor deze samenwerkingsovereenkomst. Door een uniforme wijze van overeenkomsten optimaliseren we ook de besluitvorming.

Samen werken aan een duurzame regio

10

4. De organisatie Zoals aangegeven is het doel om op het thema van de energietransitie de samenwerking zo optimaal mogelijk te organiseren. Hiermee voldoen we aan de wensen en eisen van de deelnemers. De energietransitie kent de afgelopen jaren een dynamisch speelveld. De organisatie is toekomstbestendig en kan inspringen op veranderingen die plaatsvinden.

Besturingscyclus (PDCA) Plan Do De basis van onze plannen • De strategie (RES 1.0) tweejaarlijkse herziening/voortgang • Jaarlijks uitvoeringsplan • We werken aan de uitvoering van de RES samen met de omgeving

Wat gaan we doen met onze plannen • Uitvoering geven aan projecten: Vertaling van het jaarplan naar project formats. • Opgaven zijn leidend om de uitvoeringsorganisatie vorm te geven. • We maken overzichtelijk hoe de omgeving is betrokken bij de uitvoering van onze plannen.

Act • (Openbare) Monitoring op basis van doorlopend monitoringssysteem. Waarmee inzicht is in de doorlopende doelstellingen van de RES, maar ook in de projecten. Dit op basis van de in het format vastgestelde doelstellingen. • Uitsplitsing per deelnemende partner is mogelijk om zo bij te kunnen sturen

Check • Vaste check momenten van de uitvoering van de projecten. Liggen we nog op koers of is bijstelling nodig. • Check momenten vinden plaats op basis van de begrotingscuclus van gemeenten, zowel kwalitatief als kwantitatatief in de vorm van een jaarverslag. • Over twee jaar evaluatie van de nieuwe organisatievorm.

Act

Check

Besturingscyclus (PDCA) In deze PDCA cyclus geven we weer hoe het sturingsprincipe binnen de RES NML is georganiseerd.

Samen werken aan een duurzame regio

11

Het organisatiemodel Het onderstaande organogram geeft weer hoe de organisatie van de RES NML in basis is opgebouwd. Daarna staan we kort stil bij de taken van de verschillende onderdelen binnen het organogram. In de juridische regeling zijn alle taken vastgelegd. In het organogram staan een aantal geformaliseerde overlegstructuren die ook in de regeling beschreven zijn. Hieronder de belangrijkste kenmerken van de verschillende overleggen.

Het organisatiemodel Raad / Prov. Staten / Waterschapsbestuur

College / GS / DB Waterschap

Regionale Samenwerkings Partners • Woning-corporaties • JongRES • Natuur en milieu federaties • Energiecoöperaties • Marktpartijen • Burgercollectief • Etc.

Portefeuillehoudersoverleg • Voorzitter • Wethouders • Bestuurder Waterschap • Lid Enexis (adviserend lid) • Bestuurder Provincie Limburg • Secretaris/Programmamanager RES

Programmateam • Programmamanager (vz) • Ondersteuner • Strategisch adviseur • Programmasecretaris • Voorzitters ontwikkelgroepen • Communicatieadviseur • Agendaleden: Waterschap, Provincie en Enexis

• Bestuurlijk trekker Warmte • Bestuurlijk trekker Energiesysteem • Bestuurlijk trekker Besparing

Innovatie en Strategie Ambtelijke regiegroep • Programmamanager (vz) • Ambtenaren gemeentes (15 totaal) • Ambtenaar Waterschap • Medewerker Enexis • Ambtenaar Provincie Limburg

Ontwikkelgroep Communicatie/Participatie Ontwikkelgroep Besparing • Voorzitter ontwikkelgroep • XX aantal leden

Energiearmoede

Voorbeelden thema’s

Nationaal isolatieprogramma

Ontwikkelgroep Energiesysteem • Voorzitter ontwikkelgroep • XX aantal leden

Opwek

Ontwikkelgroep Warmte • Voorzitter ontwikkelgroep • XX aantal leden

Geothermie

Plustaak

Plustaak

Isolatieprogramma

Groen gas

Samen werken aan een duurzame regio

12

Portefeuillehoudersoverleg • Houdt toezicht op de uitvoering van de taken die de RES NML uitvoert; • Bepaalt de strategische koers van de RES NML; • Monitort de voortgang van de RES NML; • Adviseert de centrumgemeente rondom het model van samenwerkingsovereenkomsten; • Adviseert de centrumgemeente rondom de aanstelling, schorsing en het ontslag van de programmamanager RES NML; • Stelt ontwikkelgroepen in en houdt toezicht op de ontwikkelgroepen; • Wijst uit het midden van het portefeuillehoudersoverleg thematrekkers aan per ontwikkelgroep als bestuurlijk trekker; • Wijst uit het midden van de deelnemers aan een plustaak een bestuurlijk trekker voor de plustaak aan.

Ambtelijke regiegroep • Adviseert vanuit de deelnemers de stukken die voorliggen in het portefeuillehoudersoverleg. Ontwikkelgroep • Ontwikkelt nieuwe ideeën binnen het thema van de ontwikkelgroep; • Komt met voorstellen voor het portefeuillehoudersoverleg; • Stuurt op de uitvoering van plustaak-projecten. • De voorzitter is in dienst van de centrumgemeente. • De deelnemers van ontwikkelgroepen zijn mede­ werkers van de deelnemers, private partners, etc.

Besluitvormingsproces binnen de RES NML De partners staan centraal bij de RES NML. De inhoud komt vanuit de partners en stakeholders vanuit de regio. We hebben een aantal opgedragen zaken vanuit het landelijk kader, maar grotendeels volgen we de eigen agenda. In het besluitvormingsproces begint een idee of initiatief vanuit een ontwikkelgroep. Hieronder zie je schematisch hoe het besluitvormingsproces in zijn werk gaat.

Ontwikkelgroepen

Programmateam

Besluitvormingsproces

Ambtelijke regiegroep

Portefeuillehoudersoverleg

Besluit

Vanuit nieuwe ideeën worden de thema’s binnen de RES 1.0 verder uitgewerkt door ontwikkelgroepen. Een ontwikkelgroep bestaat uit een voorzitter en deelnemers die een waarde kunnen toevoegen aan het thema. Het programmateam maakt onder leiding van de programmamanager de voorstellen voor de deelnemers en het portefeuillehoudersoverleg. De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de thema’s ligt bij de ontwikkelgroepen.

Ambtelijke overleggroep van alle partners waar op strategisch niveau wordt gesproken over de vraagstukken in de RES. Daarnaast worden alle stukken die ter besluitvorming worden aangeboden van advies voorzien. Het portefeuillehoudersoverleg bepaalt de strategische koers van de RES NML, monitort de voortgang en adviseert de centrumgemeente Formele besluitvorming vindt plaats bij de besturen van de deelnemers, vervolgens wordt door het programmateam uitvoering gegeven aan de uitvoering van de plannen.

Samen werken aan een duurzame regio

13

Formatie

Inzet medewerkers deelnemers

De RES NML is een samenwerking waar vanuit de deelnemers capaciteit geleverd wordt voor ontwikkelgroepen en de verschillende plustaken. Een klein deel van de organisatie, te weten de leden van het programmateam, zijn in dienst van de gemeente Venlo. Hieronder is te zien welke functies hieronder vallen. De functieprofielen zijn gebaseerd op het functieboek van de gemeente Venlo en is als bijlage bijgevoegd (bijlage B).

De medewerkers van de deelnemers nemen deel aan de ontwikkelgroepen en zijn actief in de ambtelijke regiegroep. De deelnemers committeren zich aan het beschikbaar stellen van capaciteit en zorgen voor een representatieve en evenredige vertegenwoordiging. Naast medewerkers van de deelnemers sluiten ook partners aan die waarde kunnen toevoegen aan de ontwikkelgroep. Het doel is om te komen tot een publiekprivate samenwerking op het niveau van de ontwikkelgroepen.

Functie

Fte

1.

Programmamanager

1,0

2.

Strategisch adviseur

1,0

3.

Programma-secretaris

0,8

4.

Programma-ondersteuner

0,8

5.

Communicatiemedewerker

0,8

Totaal

4,4

De programmamanager operationaliseert de inzet van medewerkers voor in de ontwikkelgroepen verder. Dit is een bespreekpunt in de Ambtelijke Regiegroep. De programmamanager bespreekt minimaal twee maal per jaar de bedrijfvoeringsaspecten van de RES NML, waaronder de inzet van medewerkers van de deelnemers, in de kring van gemeentesecretarissen van Noord- en Midden Limburg.

De centrumgemeente De gemeente Venlo is als centrumgemeente verantwoordelijk voor het faciliteren van de RES NML. • De medewerkers van het programmateam zijn formeel in dienst bij de gemeente Venlo; • De gemeente Venlo is verantwoordelijk voor de huisvesting van het programmateam; • De gemeente Venlo zorgt voor ondersteuning op het gebied van financiën, facilitaire zaken, planning en control, archivering, ICT en HRM.

De ontwikkelgroepvoorzitters zijn niet opgenomen in de basisformatie van het programmateam, maar opgenomen in het begrotingsonderdeel van de verschillende ontwikkelgroepen. Afhankelijk van de capaciteitsbehoefte kan er meer flexibel worden omgegaan met deze functies. Daarnaast zijn deze functies rechtstreeks toe te rekenen aan de inhoudelijke opgave van de betreffende ontwikkelgroep. Het functieprofiel van de ontwikkelgroepvoorzitter is opgenomen in bijlage B.

De gemeente Venlo ontvangt voor deze taken een vergoeding conform de regeling ‘Tarieven Regionale Samenwerking Noord Limburgse gemeenten’. Deze is als bijlage bijgevoegd (bijlage D).

Samen werken aan een duurzame regio

14

5. Financiën

Begroting 2024 - 2026 nr.

Begrotingsonderdeel

2024

2025

2026

Personeelskostenprogrammamanagement

€ 436.870

€ 436.870

€ 436.870

Ondersteunende kosten (ICT, Facilitair, huisvesting, juridisch, inkoop, P&O)

€ 196.020

€ 196.020

€ 196.020

Onvoorzien externe inhuur (10%)

€ 43.687

€ 43.687

€ 43.687

Subtotaal afgerond:

€ 677.000

€ 677.000

€ 677.000

RES 2.0 / voortgangsrapportage

€ 35.000

€ 25.000

€ 25.000

Plan MER (indien als collectief wordt opgepakt)

€ 85.000

-

-

Monitoring

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

RSW 2.0

€ 15.000

-

-

Strategie en innovatie

€ 35.000

€ 35.000

€ 35.000

RES VOORUIT

€ 7.500

€ 7.500

€ 7.500

Kennissessies/stakeholder bijeenkomsten

€ 35.500

€ 35.500

€ 35.500

Subtotaal:

€ 233.000

€ 123.000

€ 123.000

Programma duurzame warmte

€ 185.000

€ 135.000

€ 135.000

Programma duurzame energiesystemen

€ 218.000

€ 135.000

€ 135.000

Programma energiebesparing

€ 115.000

€ 135.000

€ 135.000

Communicatie en participatie

€ 235.000

€ 200.000

€ 200.000

Pilots en onderzoeksvragen

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

-

€ 258.000

€ 258.000

Subtotaal:

€ 903.000

€ 1.013.000

€ 1.013.000

Totaal:

€ 1.813.000

€ 1.813.000

€ 1.813.000

Personeel

Basistaken RES NML3

Basispakket ontwikkelgroepen RES NML

Stelpost egalisatie

Samen werken aan een duurzame regio

15

nr

Inkomsten

2024

2025

1.

Restant budget 2023

2.

Rijksbijdrage

€ 450.000

€ 450.000

3.

Rijksbijdrage NPLW4

(€ 342.000)

(€ 342.000)

4.

Bijdrage waterschap

Ntb

5.

Bijdrage provincie

Ntb

Ntb

6.

Bijdrage gemeenten

€ 1.363.000

€ 1.363.000

Totaal:

€ 1.813.000

€ 1.813.000

2-3

De meerjarenbegroting is opgemaakt op prijspeil 2023. Voor het meerjarenperspectief moet nog rekening worden gehouden met een indexatie van de kosten op basis van de Consumenten Prijs Index.

4

Dit bedrag is nog niet formeel vastgesteld

Samen werken aan een duurzame regio

16

Bijlage A

Juridische regeling RES NML 18

Centrumregleing

27

Toelichting centrumregeling

38

Mandaat-, volmachts- en machtigingsbesluit

Samen werken aan een duurzame regio

17

Centrumregeling Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg

Geldend van 1 januari 2024 t/m heden Initulé Centrumregeling Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Mook en Middelaar, Bergen, Gennep, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Beesel, Roermond, Weert, Nederweert, EchtSusteren, Maasgouw, Roerdalen, Leudal en Venlo, het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg en het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegende dat: • De deelnemers binnen de Regionale Energie Strategie Noord- en Midden- Limburg samenwerken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen conform de afspraken uit het Nationaal Klimaatakkoord; • De samenwerking daarbij is gericht op het gezamenlijk maken en uitvoeren van regionale afspraken over duurzame energie, (niet-fossiele) warmtebronnen en energiebesparing; • De deelnemers ieder voor zich, na verkregen toestemming van hun vertegenwoordigende organen, hebben besloten om de samenwerking te formaliseren via een centrumregeling als bedoeld in artikel 74 jo. artikel 8 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, en; • De gemeente Venlo daarbij als centrumgemeente zal fungeren.

Besluiten gelet op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, hoofdstuk VI en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, de hiernavolgende centrumregeling te treffen: HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 – Definities In deze centrumregeling wordt verstaan onder:

a. centrumgemeente: de gemeente Venlo; b. centrumregeling: de gemeenschappelijke regeling Regionale Energie Strategie

Noord- en Midden Limburg, zijnde een centrumregeling als bedoeld in artikel 74 jo. artikel 8 lid 4 van de wet; c. deelnemer(s): het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Mook en Middelaar, Bergen, Gennep, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Beesel, Roermond, Weert, Nederweert, Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen, Leudal en Venlo, het dagelijks bestuur van het Waterschap en het college van gedeputeerde staten van de Provincie; d. Klimaatakkoord: Nationaal Klimaatakkoord, zoals vastgesteld op 28 juni 2019, alsmede de toekomstige wijzigingen daarvan;

Samen werken aan een duurzame regio

18

e. netbeheerder(s): een op grond van de Gas- en/of de Elektriciteitswet 1998

aangewezen bedrijf dat de netten beheert in Noord- en/of Midden-Limburg; f. ontwikkelgroep(en): door het portefeuillehoudersoverleg in te stellen commissies voor de uitvoering van de basistaken; g. portefeuillehouders: de portefeuillehouders van de deelnemers die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Regionale Energie Strategie; h. provincie: provincie Limburg; i.strategische samenwerkingspartners: (markt)partijen die werkzaam zijn op het gebied van de energietransitie, zoals bijvoorbeeld netbeheerders; j. waterschap: Waterschap Limburg; k. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 2 – Algemene bepalingen

1. Er is een centrumregeling genaamd Regionale Energiestrategie Noord- en Midden Limburg. 2. De gemeente Venlo wordt aangewezen als centrumgemeente. Artikel 3 – Belang en doelstelling De centrumregeling wordt getroffen in het belang van de uitvoering van het Klimaatakkoord en heeft tot doel om de regionale energiestrategie in Noord- en Midden-Limburg uit te voeren en om de deelnemers daarin waar mogelijk te faciliteren. HOOFDSTUK II TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 – Taken en bevoegdheden

1. Ter verwezenlijking van de doelstelling van artikel 3, voert de centrumgemeente de taken voor de deelnemers uit in de vorm van basistaken en plustaken. 2. De centrumgemeente voert de volgende basistaken uit voor alle deelnemers: a. voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen en herijken van de gezamenlijke strategische koers en ambities van de centrumregeling; b. voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over het vaststellen van regionaal energiebeleid; c. monitoren van de voortgang van de gestelde doelen, welke door de deelnemers zijn vastgelegd in de onder a en b bedoelde beleidsdocumenten; d. opbouwen, bundelen en delen van kennis; e. voeren van bovenlokaal accountmanagement met strategische samenwerkingspartners; f. voeren van de financiële administratie en verantwoording, waaronder het beheer van de algemene reserve; g. opstellen van werkprogramma voor de RES NML. 3. De centrumgemeente kan ter verwezenlijking van de doelstelling als bedoeld in artikel 3 ook plustaken voor twee of meer deelnemers verrichten indien de betreffende deelnemers daartoe gezamenlijk besluiten.

Samen werken aan een duurzame regio

19

Artikel 5 – Mandaat, volmacht en machtiging voor uitvoering basistaken

1. Ter uitvoering van de in artikel 4 opgenomen basistaken verleent iedere deelnemer mandaat aan het college van de centrumgemeente. 2. De bevoegdheden die ter uitvoering van de centrumregeling worden gemandateerd, worden in een mandaatregeling opgenomen. De mandaatregeling wordt vastgesteld en gewijzigd door eensluidende besluiten van de deelnemers. 3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het door de deelnemers verlenen van volmacht en machtiging aan het college van de centrumgemeente. Artikel 6 – Samenwerkingsovereenkomst voor uitvoering plustaken

1. Ter uitvoering van de in artikel 4 lid 3 opgenomen plustaken gaan de betreffende

deelnemers een samenwerkingsovereenkomst aan.

2. De samenwerkingsovereenkomst bevat in ieder geval de omschrijving van het

concrete project en thema binnen de regionale energiestrategie dat wordt opgepakt, de te stellen doelen, de budgettering, de samenstelling van de projectgroep, de werkwijze en vergaderfrequentie.

HOOFDSTUK III INFORMATIE- EN OVERLEGSTRUCTUREN Artikel 7 – Informatieverstrekking

1. Het college van de centrumgemeente verstrekt de raden van de deelnemers,

provinciale staten van de provincie en het algemeen bestuur van het waterschap schriftelijk alle inlichtingen die de raden, respectievelijk provinciale staten van de provincie en het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 2. Het college van de centrumgemeente verstrekt de deelnemers alle door hen gevraagde inlichtingen over de uitvoering van de centrumregeling.

Artikel 8 – Regionale overlegstructuur

1. Met betrekking tot de uitvoering van de regionale energiestrategie is er een regionale overlegstructuur. 2. De regionale overlegstructuur is als volgt georganiseerd: a. Het portefeuillehoudersoverleg; b. Het agenda-overleg; c. Het programmateam; d. De ambtelijke regiegroep, en; e. De ontwikkelgroepen. Artikel 9 - Portefeuillehoudersoverleg

1. Het portefeuillehoudersoverleg bestaat uit de portefeuillehouders van de deelnemers.

Samen werken aan een duurzame regio

20

2. De voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg, alsmede zijn plaatsvervanger, wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het portefeuillehoudersoverleg uit zijn midden aangewezen. 3. Strategische samenwerkingspartners kunnen als adviseur deelnemen aan het portefeuillehouders overleg. 4. Het portefeuillehoudersoverleg komt tenminste viermaal per jaar in vergadering bijeen en verder zo vaak als de voorzitter dat nodig oordeelt of wanneer een deelnemer dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoekt. 5. De vergaderingen van het portefeuillehoudersoverleg worden met gesloten deuren gehouden, tenzij het portefeuillehoudersoverleg anders bepaalt. 6. De adviezen en voordrachten van het portefeuillehoudersoverleg komen tot stand bij gewone meerderheid. Artikel 10 – Taken portefeuillehoudersoverleg Het portefeuillehoudersoverleg heeft de volgende taken: a. monitoren van de uitvoering van de in artikel 4 genoemde taken; b. adviseren over de gezamenlijke strategische koers en ambitie van de centrumregeling; c. adviseren over een model van de samenwerkingsovereenkomst(en) voor de uitvoering van de in artikel 4 lid 3 genoemde plustaken; d. adviseren van de centrumgemeente over de aanstelling, schorsing en het ontslag van de programmamanager RES NML; e. instellen en benoemen van de voorzitter van de ontwikkelgroepen en het houden van toezicht daarop; f.

adviseren over het jaarplan, de jaarrekening en ontwerpbegroting RES NML, en; g. adviseren over aanpassingen van de jaarlijkse vergoeding van de deelnemers aan de centrumgemeente. Artikel 11 – Agenda-overleg

1. Het portefeuillehoudersoverleg wijst uit zijn midden twee leden aan die tevens

deel uitmaken van het agenda-overleg. Gelijktijdig wordt voor ieder lid een vaste plaatsvervanger aangewezen. 2. Het agenda-overleg bereidt de portefeuillehoudersoverleggen voor en ziet toe op de uitvoering van de in het portefeuillehoudersoverleg gemaakte afspraken. Artikel 12 – Programmateam

1. Het programmateam bestaat uit de programmamanager en de voorzitters van de

ontwikkelgroepen. 2. Het programmateam staat onder voorzitterschap van de programmamanager. 3. De leden van het programmateam zijn in dienst van de centrumgemeente. 4. Het programmateam heeft in ieder geval de volgende taken: a. het aansturen van de ontwikkelgroepen; b. het ten behoeve van de in artikel 10 genoemde taken opstellen van voorstellen voor het portefeuillehoudersoverleg, en;

Samen werken aan een duurzame regio

21

c. het afstemmen van de onder b genoemde voorstellen met de ambtelijke regiegroep. Artikel 13 – Ambtelijke regiegroep

1. De ambtelijke regiegroep bestaat uit de programmamanager, medewerkers van de deelnemers en een medewerker van de netbeheerder(s). 2. De ambtelijke regiegroep staat onder voorzitterschap van de programmamanager. 3. De ambtelijke regiegroep komt minimaal vier maal per jaar in vergadering bijeen en verder zo vaak als de programmamanager dat nodig acht of wanneer een deelnemer van de ambtelijke regiegroep dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoekt. 4. De ambtelijke regiegroep heeft de volgende taken: a) het op strategisch niveau adviseren van het programmateam vanuit het perspectief van de eigen deelnemers; b) het op strategisch niveau adviseren van het portefeuillehoudersoverleg over de uitvoering van de basistaken als bedoeld in artikel 4; b) het onder nader overeen te komen voorwaarden verlenen van bijstand aan de centrumgemeente voor de uitvoering van de basistaken als bedoeld in artikel 4. Artikel 14 – Ontwikkelgroepen

1. De ontwikkelgroepen bestaan uit een voorzitter en terzake deskundige beleidsmedewerkers van de deelnemers. 2. De voorzitter van de ontwikkelgroepen is in dienst van de centrumgemeente. 3. De ontwikkelgroepen hebben de volgende taken: a) het uitvoeren van de basistaken als bedoeld in artikel 4; b) het onder nader overeen te komen voorwaarden verlenen van bijstand aan de centrumgemeente voor de uitvoering van de plustaken als bedoeld in artikel 4. 4. Iedere ontwikkelgroep geeft periodiek, doch minimaal twee keer per jaar, uitleg over de uitgevoerde werkzaamheden aan het programmateam en het portefeuillehoudersoverleg. Hoofdstuk IV – PROGRAMMAMANAGER Artikel 15 – Programmamanager

1. Het portefeuillehoudersoverleg, het agenda-overleg, het programmateam, de

ambtelijke regiegroep en de ontwikkelgroepen worden bijgestaan door de programmamanager. 2. De programmamanager verzorgt tevens het secretariaat van het portefeuillehouders- en agendaoverleg, het programmateam, de ambtelijke regiegroep en de ontwikkelgroepen. 3. De aanstelling, de schorsing en het ontslag van de programmamanager geschiedt door de centrumgemeente, na een daartoe strekkend advies van het portefeuillehoudersoverleg. Hoofdstuk V – PERSONEEL EN FINANCIËN

Samen werken aan een duurzame regio

22

Artikel 16 – Jaarlijkse bijdrage voor uitvoering basistaken 1. De centrumgemeente brengt voor de uitvoering van de basistaken en voor het beschikbaar stellen van voldoende personele capaciteit alsmede dekking van de daarmee gepaard gaande kosten aan de deelnemers een jaarlijkse vergoeding in rekening. 2. De hoogte van deze vergoeding bedraagt: o gemeenten: een jaarlijkse vergoeding van € 2,60,- per inwoner; o provincie en waterschap: of een vergoeding wordt verstrekt en zo ja, hoeveel, wordt jaarlijks, na een verzoek van het portefeuillehoudersoverleg, door de provincie respectievelijk het waterschap vastgesteld, met inachtneming van de begroting RES NML voor het daaropvolgende jaar. 3. De peildatum voor het inwoneraantal is 1 januari 2024 en wordt elke twee jaar geactualiseerd. 4. De in het tweede lid bedoelde gemeentelijke vergoeding wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de Consumenten Prijs Index en kan bovendien na een daartoe strekkend voorstel van de centrumgemeente jaarlijks door de deelnemers worden verhoogd of verlaagd indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 3 en 4 omschreven doelstelling en basistaken. 5. Een eventueel verschil tussen de betaalde vergoeding en de werkelijk verschuldigde vergoeding wordt gereserveerd voor het daaropvolgende jaar. 6.

Indien er bij opheffing van deze centrumregeling of bij uittreding van een deelnemer nog baten over zijn, vindt er door de centrumgemeente een eindafrekening plaats aan de deelnemers naar rato van de betaalde financiële bijdrage. Artikel 17 – Begroting RES NML

1. Het college van de centrumgemeente is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de jaarlijkse begroting. 2. Het college van de centrumgemeente stelt jaarlijks in april, voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt, een ontwerpbegroting RES NML op met de integrale kosten die voor haar voortvloeien uit de dienstverlening op grond van de centrumregeling ten behoeve van de deelnemers. De begroting vermeldt hierbij de kosten voor instandhouding en de kosten voor de taakuitvoering. 3. De begroting wordt, voorafgaand aan de vaststelling daarvan, voor advies voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg. 4. Het bepaalde in dit artikel laat onverlet dat de deelnemers verplicht zijn om jaarlijks binnen hun begroting voldoende middelen te reserveren welke overeenkomen met de in artikel 16 bedoelde jaarlijkse bijdragen. Artikel 18 – Rekening en verantwoording

1. Het college van de centrumgemeente is verantwoordelijk voor het tijdig indienen

van de jaarrekening.

2. Van de inkomsten en uitgaven van de centrumregeling wordt door het college van de centrumgemeente over elk kalenderjaar vóór 1 juli verantwoording afgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg, onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden.

Samen werken aan een duurzame regio

23

Hoofdstuk VI – GESCHILLEN Artikel 19 – Geschillenregeling

1. Geschillen over de inhoud, strekking en uitvoering van de centrumregeling worden eerst voorgelegd in het portefeuillehoudersoverleg met als doel om minnelijk tot een oplossing te komen. 2. Indien het minnelijke overleg niet tot een oplossing leidt, wordt het geschil onderworpen aan de bevoegde rechter van de rechtbank Limburg. Hoofdstuk VII – ARCHIEFBEPALINGEN Artikel 20 – Archivering

1. Het college van de centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling. 2. De programmamanager is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het college van de centrumgemeente stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de centrumgemeente. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de centrumgemeente. 6. De archivaris van de centrumgemeente brengt tweejaarlijks aan het college van de centrumgemeente verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het college van de centrumgemeente brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de centrumgemeente over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling. 8.

De deelnemers stellen tijdig aan het college van de centrumgemeente de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken. Hoofdstuk VIII – WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING Artikel 21 – Toetreding

1. Een college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente kan

toetreden tot de centrumregeling, indien de deelnemers hiermee unaniem instemmen, onverminderd het bepaalde in artikel 73 van de wet. 2. De deelnemers regelen in overleg de rechten, verplichtingen en financiële gevolgen van de toetreding van de nieuwe deelnemer.

Samen werken aan een duurzame regio

24

Artikel 22 – Wijziging

1. De centrumregeling kan worden gewijzigd bij besluit van ten minste twee derde van de deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 73 van de wet. 2. Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door een deelnemer. 3. Het wijzigingsbesluit regelt de datum van inwerkingtreding, onverminderd het bepaalde in artikel 74 en 26 van de wet. Artikel 23 – Uittreding

1. Uittreding kan niet plaatsvinden voor 1 januari 2026. 2. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid kan een deelnemer besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 73 van de wet.

3. De uittredende deelnemer deelt het besluit tot uittreding zo spoedig mogelijk

schriftelijk mee aan het portefeuillehoudersoverleg en de programmamanager. 4. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van twee jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 5. Gedurende de in het vierde lid genoemde termijn is de uittredende deelnemer de jaarlijkse bijdrage nog volledig verschuldigd. Na volledige betaling en ommekomst van deze termijn zijn de uittredende deelnemer en de deelnemers niets meer jegens elkaar verschuldigd. 6. Het bepaalde in het vijfde lid laat onverlet dat de deelnemers bevoegd zijn om te onderzoeken of de uittredende deelnemer personeel en activa overneemt. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 24 – Opheffing

1. Opheffing kan niet plaatsvinden voor 1 januari 2026. 2. De centrumregeling kan met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid

worden opgeheven wanneer alle deelnemers minus één daartoe besluiten. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers, onderscheidenlijk provinciale staten van de provincie en het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college onderscheidenlijk het college van gedeputeerde staten van de provincie en het dagelijks bestuur van het waterschap naar voren te brengen. 3. De centrumgemeente stelt een liquidatieplan vast. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. 4. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen van de opheffing en de daarbij te hanteren verdeelsleutel vraagt de centrumgemeente, na een daartoe strekkend voorstel van het portefeuillehoudersoverleg, het advies van een onafhankelijke adviseur. Het advies van de onafhankelijke adviseur is voor de deelnemers bindend. De kosten van het inschakelen van de adviseur worden gelijkelijk verdeeld over de deelnemers.

Samen werken aan een duurzame regio

25

5. Het is in ieders belang om de liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere deelnemer een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel. 6. Het besluit tot opheffing bepaalt wanneer de opheffing ingaat, onverminderd het bepaalde in artikel 74 jo. 9, derde lid, en artikel 26 van de wet. Hoofdstuk IX – SLOTBEPALINGEN Artikel 25 – Duur van de centrumregeling De centrumregeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 26 – Bekendmaking en evaluatie van de centrumregeling

1. De centrumregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. 2. De inhoud en werking van de centrumregeling zullen één keer per twee jaar

geëvalueerd worden. Het portefeuillehoudersoverleg zal daartoe een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. 3. Het college van de centrumgemeente maakt de centrumregeling overeenkomstig artikel 74 jo. 26 van de wet bekend in het door de centrumgemeente uitgegeven Gemeenteblad. 4. Het bepaalde in het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de centrumregeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. 5. De centrumgemeente is belast met de registratie van de centrumregeling overeenkomstig artikel 74 jo. 26, tweede lid, van de wet. Artikel 27 – Citeerwijze De centrumregeling wordt aangehaald als Centrumregeling RES NML.

Samen werken aan een duurzame regio

26

Memo Aan

Van Plaats/Datum Betreft

De beoogde deelnemers van de centrumregeling RES NML Kwartiermaker Venlo, 2 juni 2023 Toelichting centrumregeling RES NML

Geacht bestuur, Geachte colleges, Hierbij treft u de toelichting aan bij het concept voor een centrumregeling voor de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg ("RES NML"). In deze toelichting zal achtereenvolgens stil worden gestaan bij de volgende onderwerpen: 1) Aard, inhoud en strekking van een centrumregeling; 2) Uitgangspunten van de centrumregeling; 3) Overlegstructuren van de centrumregeling; 4) Artikelsgewijze toelichting. 1. Aard, inhoud en strekking van een centrumregeling Zoals ook volgt uit het Governance-document van de RES NML, hebben alle partners ermee ingestemd dat er een centrumregeling wordt uitgewerkt voor de RES NML. Een centrumregeling is in wezen een overeenkomst waarbij de colleges van B&W, het college van GS en het dagelijks bestuur van het waterschap afspreken dat zij op een bepaald beleidsterrein gaan samenwerken. Een centrumregeling is daarbij een lichte vorm van samenwerking op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, omdat er geen nieuwe organisatie wordt opgericht en er geen bevoegdheden worden overgedragen. Teruggebracht naar de basis, wordt in een centrumregeling dus enkel één gemeente ("de centrumgemeente") aangewezen die voor alle bestuursorganen de taken op het gebied van de energietransitie gaat uitvoeren.

In ruil daarvoor verlenen alle aangesloten bestuursorganen aan het college van de centrumgemeente de vereiste mandaten en voldoen aan de centrumgemeente een gezamenlijk vastgestelde jaarlijkse vergoeding. Belangrijk om te vermelden is, dat het aangaan van een centrumregeling er niet toe leidt dat de deelnemende bestuursorganen hun bevoegdheden kwijt zijn. Alle bestuursorganen blijven namelijk zelf bevoegd om het (energie)beleid vast te stellen

Samen werken aan een duurzame regio

27

en om besluiten te nemen. Ook blijven de deelnemers zelf beschikken over de financiën. Zij laten enkel de uitvoering van de energietransitie over aan de centrumgemeente. De enige verplichting die zij bij deelname hebben, is om de uitvoering van de energietransitie, onder de in de centrumregeling omschreven voorwaarden, bij de centrumgemeente te beleggen en om in de eigen jaarlijkse begroting de overeengekomen jaarlijkse bedragen te reserveren.

Verschillen met een "gewone" overeenkomst

Uit het voorgaande volgt dus dat een centrumregeling veel lijkt op een "gewone" overeenkomst. Wij merken op, dat er echter belangrijke verschillen zijn tussen een gewone overeenkomst en een centrumregeling. Een centrumregeling bevat namelijk de waarborgen van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit brengt onder meer het volgende met zich: • Instemmingsrecht raden: voor het aangaan, wijzigen en beëindigen van de

samenwerking is de voorafgaande instemming van de raden, het algemeen bestuur van het waterschap en provinciale staten van de provincie Limburg nodig; • Inlichtingen en verantwoording: de colleges, gedeputeerde staten van de provincie en het dagelijks bestuur van het waterschap zijn inlichtingen en verantwoording schuldig aan de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur over hetgeen in de centrumregeling gebeurt; • Kaderstellende bevoegdheden: de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur kunnen daarnaast actief kaders blijven stellen voor de taken die in mandaat bij de centrumregeling worden belegd; • Duurzame samenwerking: ook kunnen de afspraken niet eenzijdig worden gewijzigd. Voor een wijziging van de afspraken is een tweederde meerderheid nodig; • Subsidies aanvragen: er kunnen in mandaat namens alle deelnemers subsidies worden aangevraagd, en; • Evenredige verdeling financiële risico's: alle deelnemers lopen tot slot gelijkelijk de financiële risico's bij de uitvoering van de centrumregeling. De financiële afspraken blijven namelijk lopen via de eigen gemeente, het waterschap en de provincie. De voornoemde waarborgen bevat een "gewone" overeenkomst niet.

Nu vanuit de partners RES NML is aangegeven dat men voorstander is van een lichte vorm van samenwerking waarbij: (i) de blijvende betrokkenheid van de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur waar mogelijk moet worden gegarandeerd, (ii) de eigen bevoegdheid om het beleid en de kaders vast te stellen, waar mogelijk moet worden behouden, (iii) de mogelijkheid tot het gezamenlijk aanvragen en voorbereiden van subsidies moet worden gecreëerd, en;

Samen werken aan een duurzame regio

28

(iv) een evenredige verdeling van de financiële risico's moet worden gecreëerd, in plaats van continuering van de huidige situatie waarbij de gemeente Venlo alle financiële risico's loopt, is ervoor gekozen om een concept van een centrumregeling nader uit te werken. 2.

Uitgangspunten van de centrumregeling RES NML

Basistaken die iedereen afneemt

Het uitgangspunt van de centrumregeling RES NML is dat de regionale energiestrategie in Noord- en Midden-Limburg wordt uitgevoerd en dat de deelnemers daarin waar mogelijk worden gefaciliteerd. Met het oog op die doelstelling is het de bedoeling dat de deelnemers aan de centrumregeling gezamenlijk het energiebeleid en de strategische koers en ambities van de regionale energiestrategie in de regio Noord- en Midden-Limburg gaan voorbereiden. Zodra dit beleid door de deelnemers zelf is vastgesteld, zullen de gestelde doelen tevens gezamenlijk worden gemonitord. Uitgangspunt van de centrumregeling is dus gezamenlijke voorbereiding en monitoring van het door de deelnemers zelf vastgestelde beleid. Als gezegd blijven de raden, het algemeen bestuur en provinciale staten het beleid dus uitdrukkelijk zelf vaststellen. De voornoemde taken worden in de centrumregeling aangemerkt als "basistaken". Dat betekent dat alle deelnemers aan de centrumregeling deze bevoegdheden bij de centrumgemeente beleggen.

Plustaken bij twee of meer deelnemers

Zijn er onderwerpen binnen de regionale energiestrategie waarvan twee of meer deelnemers uitspreken dat ze die projectmatig verder willen uitwerken, dan vormt dat een plustaak (of Coalition of the Willing). Een voorbeeld van een plustaak is het onderwerp groen gas. Dat onderwerp wordt nu door een aantal deelnemers gezamenlijk opgepakt en uitgewerkt. Iedereen is vrij om al dan niet aan deze plustaak deel te nemen. Alleen degenen die aan de plustaak deelnemen, betalen voor de daarmee gepaard gaande kosten. Voor elke plustaak wordt een aparte samenwerkingsovereenkomst opgesteld. De basisuitgangspunten van deze overeenkomst zijn: - de deelnemers; - de uitgangspunten voor de samenwerking; - de doelstelling van de samenwerking; - de organisatiestructuur van de samenwerking; - de financiële kaders van de samenwerking, en; - de looptijd van de samenwerking.

Samen werken aan een duurzame regio

29

Het model van de samenwerkingsovereenkomst zal worden voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg. 3. Overlegstructuren van de centrumregeling De overlegstructuur van de centrumregeling bestaat uit: a. Het portefeuillehoudersoverleg, bestaande uit de portefeuillehouders van de deelnemers; b. Het agenda-overleg, bestaande uit twee leden van het portefeuillehoudersoverleg; c. Het programmateam, in ieder geval bestaande uit de programmamanager en de voorzitters van de ontwikkelgroepen; d. De ambtelijke regiegroep, bestaande uit de programmamanager, medewerkers van de deelnemers en een medewerker van de netbeheerder(s), en; e. De ontwikkelgroepen, bestaande uit een voorzitter en terzake deskundige beleidsmedewerkers van de deelnemers. Deze overlegstructuur sluit aan bij het Governance-document van de RES NML en in zoverre is daar in de centrumregeling ook aansluiting gezocht. Op deze plek is van belang om op te merken dat géén van deze overlegstructuren bevoegdheden heeft om besluiten te nemen. Alle overlegstructuren zijn voorbereidend en gericht op het bereiken van consensus over de regionale energiestrategie. Moeten er echter besluiten worden genomen, dan gebeurt dat door de colleges, raden, GS, PS, DB 'sof AB's zelf. Hét kenmerk van een centrumregeling is namelijk dat er geen aparte organisatie wordt opgericht.

Van een bevoegdheidsoverdracht of het nemen van besluiten met externe werking kan en mag daarom geen sprake zijn. Het voorgaande brengt ook met zich mee dat het portefeuillehoudersoverleg geen bevoegdheden heeft over de jaarlijkse begroting of jaarrekening. De begroting en jaarrekening van de RES NML maakt namelijk integraal onderdeel uit van de begroting en jaarrekening van de gemeente Venlo, als zijnde de centrumgemeente. Een instemmingsrecht kan het portefeuillehoudersoverleg daarom niet hebben. Om er echter wel voor te zorgen dat de begroting en jaarrekening van RES NML door alle portefeuillehouders wordt gedragen, is in de centrumregeling wel een adviesbevoegdheid opgenomen. Op die wijze wordt tevens volledige transparantie bewerkstelligd.

4. Artikelsgewijze toelichting Hierna volgt een artikelsgewijze toelichting op de centrumregeling. Om herhalingen te voorkomen, wordt daarin ook verwezen naar het voorgaande.

Aanhef en considerans

Samen werken aan een duurzame regio

30

Hieruit volgt dat er sprake is van een regeling van de colleges van B&W, het college van GS en het dagelijks bestuur van het Waterschap. Daarmee zijn enkel collegetaken bij de centrumregeling belegd. Het gaat dus niet om kaderstellende of verordenende taken die bij de raden, het algemeen bestuur of gedeputeerde staten liggen.

Artikel 1 Definities

In dit artikel zijn enkele termen gedefinieerd die vaker in de regeling terugkomen.

Artikel 2 Algemene bepalingen

De centrumregeling wordt ingeleid met een voor gemeenschappelijke regelingen gebruikelijk artikel, te weten dat er een centrumregeling is en waar die gevestigd is.

Artikel 3 Belang en doelstelling

Op grond van artikel 10 van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de regeling het belang vermelden ter behartiging waarvan zij is getroffen. Aan die verplichting is in artikel 3 gehoor gegeven. Hieruit volgt dat de regeling is getroffen in het belang van de uitvoering van het Nationaal Klimaatakkoord.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van de centrumregeling vallen uiteen in zogenaamde basistaken die iedere deelnemer afneemt en plustaken, welke alleen worden afgenomen als een deelnemer daartoe ook besluit.

Basistaken

De basistaken van de regeling zijn opgesomd in artikel 4 lid 2. Hieruit volgt in hoofdzaak dat de deelnemers aan de centrumregeling gezamenlijk het energiebeleid en de strategische koers en ambities van de regionale energiestrategie in de regio Noord- en Midden-Limburg gaan voorbereiden. Zodra dit beleid door de deelnemers zelf is vastgesteld, zullen de gestelde doelen tevens gezamenlijk worden gemonitord. Tevens kan er op die onderwerpen kennisdeling plaatsvinden en kunnen er subsidies worden aangevraagd, voorbereid en verantwoord. Denk daarbij aan specifieke landelijke, provinciale en ook Europese subsidies. Uitgangspunt van de centrumregeling is dus gezamenlijke voorbereiding en monitoring. De raden, het algemeen bestuur en provinciale staten blijven het beleid namelijk wel zelf vaststellen. Die bevoegdheid houden ze dus zelf, waardoor zij zelf aan zet zijn en blijven voor de onderwerpen die gezamenlijk worden opgepakt.

Plustaken bij twee of meer deelnemers

Zijn er onderwerpen binnen de regionale energiestrategie waarvan twee of meer deelnemers uitspreken dat ze die projectmatig verder willen uitwerken, dan vormt dat een plustaak (of Coalition of the Willing). Een voorbeeld van een plustaak is het onderwerp groen gas. Dat onderwerp wordt nu door een aantal deelnemers gezamenlijk opgepakt en uitgewerkt. Iedereen is vrij om al dan niet aan deze plustaak

Samen werken aan een duurzame regio

31

deel te nemen. Alleen degenen die aan de plustaak deelnemen, betalen voor de daarmee gepaard gaande kosten.

Artikel 5 Mandaat, volmacht en machtiging voor uitvoering basistaken

Ter uitvoering van de basistaken wordt er door iedere deelnemer mandaat, volmacht en machtiging verleend aan het college van de centrumgemeente. Er is niet voor gekozen om de mandatering op te nemen in de tekst van de centrumregeling, omdat dan bij iedere wijziging van de te mandateren bevoegdheden een wijziging van de centrumregeling nodig is. Dat is een bewerkelijk en tijdsintensief proces. Om de vereiste flexibiliteit te behouden, is er daarom voor gekozen om een aparte mandaatregeling op te stellen, waar de centrumregeling naar verwijst. De mandaatregeling is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

Artikel 6 Samenwerkingsovereenkomst voor uitvoering basistaken

Voor elke plustaak wordt een aparte samenwerkingsovereenkomst opgesteld. De basisuitgangspunten van deze overeenkomst zijn: - de deelnemers; - de uitgangspunten voor de samenwerking; - de doelstelling van de samenwerking; - de organisatiestructuur van de samenwerking; - de financiële kaders van de samenwerking, en; - de looptijd van de samenwerking.

Artikel 7 Informatieverstrekking

In artikel 7 is vastgelegd dat het college van de centrumgemeente de deelnemers zowel uit eigen beweging als op hun verzoek van informatie moet voorzien. Controle en kaderstelling blijft zo mogelijk door de raden, PS en het algemeen bestuur van het waterschap.

Artikel 8 t/m 15 Regionale overlegstructuur

De overlegstructuur van de centrumregeling bestaat uit: a. Het portefeuillehoudersoverleg, bestaande uit de portefeuillehouders van de deelnemers; b. Het agenda-overleg, bestaande uit twee leden van het portefeuillehoudersoverleg; c. Het programmateam, in ieder geval bestaande uit de programmamanager en de voorzitters van de ontwikkelgroepen; d. De ambtelijke regiegroep, bestaande uit de programmamanager, medewerkers van de deelnemers en een medewerker van de netbeheerder(s), en; e. De ontwikkelgroepen, bestaande uit een voorzitter en terzake deskundige beleidsmedewerkers van de deelnemers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13195884/1