09d Regels bp Beerendonckerweg Broekhuizenvorst
Tekst van het document
De ligging van de eventuele zonnepanelen wordt afgestemd op de ritmiek van de gevel en de kleur van de dakpannen. Daken met rode dakpannen hebben de zonnepanelen gesitueerd richting de achtertuin of het achtererf. Hemelwaterafvoeren als goten en pijpen zijn beeldbepalend voor de gevel. Het is typerend en karakteristiek voor de woningen in het dorp. Uitgangspunt is een mastgoot en ronde regenpijp in zink. Integratie buiteninstallaties Bij het toepassen van warmtepompen en dergelijke dient een in de architectuur geïntegreerde oplossing te worden voorzien. - in aansluiting op de context domineert baksteen in roodbruin tot bruine kleur; - binnen de plantontwikkeling is een witte woning incidenteel toegestaan, maximaal 10%; - elk woningblok wordt als één massa ontworpen, zowel in kleur als gevelindeling; - binnen het woonerf dient minimaal 50% van de vrijstaande woningen in hout te worden uitgevoerd.
sommige woningen worden voorzien van een smetrand
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
23
referentie bakstenen
referentie volumes langs lint - diversiteit in goothoogte
referentie verspringing volumes onderling
referentie af en toe een wit accent in het ritme
referentie volume in hout referentie alzijdigheid richting groene zone
referentie lage goot vrijstaande woningen
referentie houten accent
bijgebouwen in natuurlijke materialen parkeerschuur
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
25
natuurlijke overgang gemarkeert door een lage beukenhaag of gemixte boerenhaag aangevuld door bomen en heesters
hagen aan de straat- voorzijde zijn 70cm hoog
erfafscheidingen
zij- en achterkanten zijn 180cm hoog, dit kan een haag zijn of een begroeid hekwerk met klimop en kamperfoelie of bosrank
erf & overgang privé en openbaar
Huisboom De streek kenmerkt zich door haar groene erven. Door het toepassen van streekeigen beplanting (potentieel natuurlijk vegetatie PNV), kan het plan en bijdrage leveren vaan het behoud van de karakteristieke uitstraling van erven en groene voortuinen. Het traditionele erf kent een eenvoudige inrichting. Op het erf staan inheemse boomsoorten. Vaak betreft het solitaire bomen. Ze staan vaak op markante plekken op het erf, als sierelement en om schaduw te geven en voedsel. Om al in een vroeg stadium een groen beeld te verkrijgen, wordt voorgesteld om de grotere kavels (vrijstaande woningen en hoekwoningen) te voorzien van een huisboom. Hierbij is het belangrijk een mix aan te bieden, passend bij de afmeting van de kavel. Kleine kavels kunnen kiezen uit een krentenboompje of Kornoelje de grotere kavels lenen zich beter voor fruitbomen waaronder de appel. Erfafscheidingen In het plangebied zijn een aantal overgangen te duiden tussen privé en openbaar gebied. In totaal wordt er onderscheid gemaakt in drie verschillende types: 1 Hagen aan de voorzijde van de tuin (bij een ondiepe voortuin 0,5m. is er een geveltuintje); 2 Een hoge haag of hekwerk met begroeiing aan de achterzijde (richting de achtererven); 3 Natuurlijke overgangen met gemixte haag voor de vrijstaande woningen. Beheer: Onderhoudsplicht contractueel vastgelegd bij toekomstige bewoners.
Gebouwde erfafscheidingen (steen, hout of een combinatie van hekwerk met doek) zijn niet toegestaan!
liguster
veldesdoorn
beukenhaag
kamperfoelie
bosrank
dubbele staafmat met hedera
Erfafscheidingen zoals hierboven benoemd zijn onderdeel van de projectontwikkeling en worden vóór de verkoop aangeplant/gerealiseerd. De erfgrenzen aan de voorzijde van de kavel worden voorzien van hagen. Binnen het plangebied wordt ongeacht plek een divers sortiment voorsteld, een mix van hagen die past binnen de potentieel natuurlijke vegetatie. De mix bestaat uit liguster, veldesdoorn en haagbeuk. De tuinen en overhoekse gevels hebben contact met de publieke ruimte, hiertoe zijn de hagen ca. 70 cm hoog. Hiertoe worden ook de hoekkavels die grenzen aan de openbare ruimte voorzien van een lage haag. De haag blijft laag tot en met de helft van de zijgevel, de overige hagen van de zijdelingse perceelsgrenzen hebben een hoogte van ca. 180cm. Deze hoogte garandeerd een zekere privacy voor de tuinen. Advies is om tussen twee aangrenzende kavels ook een haag aan te bevelen. Op de erfovergang kan een hekwerk worden geplaatst. Dit geldt zowel voor de erfgrenzen aan de zijkant van de tuin, alsook aan de achterkanten van de tuin waar die grenzen aan de openbare parkeervoorzieningen. Met name voor de achterkant van de tuinen is het van belang dat eventuele bouwkundige onderdelen zoals schuurtjes en poorten op een hoogwaardige manier, zowel qua architectuur als materiaalgebruik, worden uitgevoerd. BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
27
Ambitie is om van de planontwikkeling een duurzame gebiedsontwikkeling te maken. In de uitwerking van het plan is naast aandacht voor de openbare ruimte ook uitwerking van duurzame ingrepen voor de bebouwde omgeving. Ter bevordering van de biodiversiteit is er ook binnen de architectuur aandacht voor natuur inclusief bouwen. Hierbij valt onder andere te denken aan het integreren van ingemetselde nestkasten voor vogels en gevleugelde dieren en insecten. De oriëntatie van de gevel bepaald in grote mate de geschiktheid voor een doelgroep. De oostgevels, hebben een koeler oppervlak voor de ochtendzon, dit maak deze gevelvlakken geschikt voor geïntegreerde nestvoorzieningen voor vogels. Hierbij dient er aandacht te zijn voor de grootte en de hoogte van de nestvoorzieningen. De dakvlakken van de woningen bieden ruimte zonnepwekking. De bijgebouwen en garages bieden ruimte voor het opvangen, vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater. In de openbare ruimte is ruimte voor waterretentie in de vorm van greppels en laagtes. Deze gradiënten in de openbare ruimte zorgen voor een divers groen beeld. De openbare ruimte biedt met haar beplanting naast dekking, ook voedsel in de vorm van vruchtdragende heesters. Het divers sortiment trekt ook insecten aan ter bestuiving en dienen eveneens als voedselbron voor de vogels.
Hierdoor ontstaat er een symbiose tussen bebouwde en onbebouwde omgeving.
duurzaamheid
vruchtdragend waterberging
groene luwe structuren
waterinfiltratie
gemixte haag
biodivers
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
29
rijloper in gebakken keiformaat roodbruin, parkeervakken langs het lint geduid in een donkerdere steen. trottoirs in 30x30 betontegels
parkeervakken buiten het lint worden uitgevoerd in grasbetonstenen
rijloper
halfverhard pad
parkeervak verhard
wandelpad
halfverharding erf
parkeervak open verharding
verhardingen
wandelpaden langs en tussen het erf en wooncluster worden uitgevoerd in halfverharding
openbare ruimte - verhardingen
Verhardingen In het stedenbouwkundig schetsontwerp is de basis meegegeven voor de principes van de openbare ruimte, die omschrijft de ruimtelijke structuren waaronder wegen en padenstructuren. Deze landen binnen de ruimtelijke structuur van het groen, een contramal waarin de bebouwing een plek krijgt. De verharding is in basis ondergeschikt aan het groene karakter van de wijk. Enige uitzondering is het lint welke de woonsferen aan elkaar verbindt. Het lint is dorps en kent overwegend meer verharding dan groen. Dit is ook helder terug te zien in de kern van Broekhuizenvorst. Linten en pleinen zijn stenig en voorzien van solitaire bomen of bomenrijen. De verhardingen van de rijloper kennen een eenduidig karakter in gebakken materiaal. Op deze wijze ontstaat een dorps karakter. Parkeren langs het lint vindt incidenteel plaats op de daarvoor gemarkeerde plekken (zie richtbeeld). Het lint kent geen verhoogde trottoirband maar een band met een schuin profiel die overrijdbaar is. De verharding op de achtererven en het woonerf zijn anders van karakter. Hier is meer ruimte voor waterinfiltratie, Waterdoorlatende verharding waaronder split en grasbetonstenen geven deze ruimtes een ander beeld dat het dorpse lint. Voor vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen is ruimte voor minimaal twee opstelplaatsen voor auto’s (inclusief garage).
De oprit is maximaal 4 meter breed en bevindt zich naast het hoofdvolume. Bij tweekappers kan een oprit worden gedeeld. De opritten worden bij voorkeur onverhard of met open verharding uitgevoerd. Voor de vrijstaande woning is het verplicht om een onverharde oprit te realiseren (karrespoor, halfverharding of soortgelijk). Hiermee wordt een groen beeld bewerkstelligt. Voor de afvalinzameling geldt dat dit gebeurd langs doorgaande wegen, in dit geval het lint. Hiervoor worden langs het lint afvalverzamelplekken geduid langs het lint middels een tegel met beeltenis (containeropstelplaats). Doordat het lint grotendeels vrij blijft van geparkeerde auto’s is binnen de planvorming voldoende ruimte voor containers van zowel de woningen langs het lint als het wooncluster en woonerf.
het achterf (voorbij de parkeerkoffer) wordt uitgevoerd in halfverharding, split of vergelijkbaar. Hier is ruimte voor informele erfbeplanting en een solitaire boom
De structuurelementen worden onderscheiden door: Verharding rijwegen: klinkers rood-bruin in keiformaat; Trottoirs/voetpaden en achterpaden: betontegel 30x30 cm of 20x20 cm grijs; Parkeerplaatsen: betonklinkers met uitstapstrook; Recreatieve wandelpaden langs het landschap: gestabiliseerde halfverharding, kleur geel-bruin; Erf: Halfverhard door split of vergelijkbaar.
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
31
sfeer groen
natuurlijk laagte met her en der een boom(groepje)
openbare ruimte - groenstructuren
Groen/beplanting De beplanting binnen de planontwikkeling is enerzijds gericht op het toepassen van soorten die geschikt zijn voor de diverse gradaties binnen het gebied als ook het vergoten van de biodiversiteit. De tweedeling in het plan richt zich op een natuurlijke laagte met waterminnende beplanting en een hoogte, het dorpsbosje, met heesters/houtwallen en bomen. De beide gebieden worden aan elkaar geregen door een eigentijds lint. Hier wordt gestuurd op het creëren van eenheid maar wel op een eigentijdse wijze. Binnen de laan is het de bedoeling dat diverse soorten van de Linde worden aangeplant om de weerstand en robuustheid van de laan te versterken. De grasvlakken, zowel laagte als hoger gelegen grond worden extensief beheerd (bloemenweides) met op sommige plekken intensiever gemaaide delen voor speelplekken/trapveldjes en (een halve meter) langs de halfverharde paden. Hierbij gelden soorten als berk, els, wilg, eik, hazelaar en linde. Ook het toepassen van notenbomen zoals walnoot, hazelaar is op sommige plekken mogelijk, dat ook gebruikt kan worden als ‘pluk’ vruchten voor de wijkbewoners. Juist dit soort beplantingen zijn goed mogelijk, gezien de ‘rijkere’ grondsoort (enkeerdgrond). Op de volgende spread worden de doelsoorten per structuurdrager toegelicht.
Wadi’s De groene openbare ruimtes zijn rijk voorzien van wadi’s, zowel langs het lint als in de laagte, voor de berging en infiltratie van regenwater. Deze wadi’s hebben een natuurlijke uitstraling, dus niet strakgetrokken maar met een landschappelijke vormgeving. De taluds van de wadi’s dienen gemaaid te kunnen worden en hebben een helling van minimaal 1:3. Doordat verschillende soorten planten vragen om andere waterdieptes kan er ook gevarieerd worden met de dieptes van de wadi’s. De wadi’s worden ingezaaid met een bloemenmengsel (gericht op een iets rijkere grondsoort) en dienen extensief gemaaid/onderhouden te worden. De wadi’s zijn onderling gescheiden door dammetjes (met duikers), waarover ook de dwarsverbindingen voor voetgangers gelegen zijn. In de dammetjes kunnen overstorten worden opgenomen, indien bij zware regenval de berging niet voldoende mocht zijn en er een afvoer richting het lager gelegen zuidelijk deel van de woonwijk nodig mocht zijn .
principe wat afwatering langs het lint. De groene zone tussen het wooncluster en woonerf dient als groen-blauwe goot richting de laagte BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
33
zoom en laagte
Zoom De zoom is natuurlijk van karakter en zal in dichtheid verschillen. De begrenzing met de loodsen en de omkadering van het woonerf aan de noordoostzijde is wat dichter in aanplant dan de groene wig tussen woonerf- en cluster en de begrenzing richting het lint 70% bosplantsoen/ 30% veren, soorten uit PNV vochtig Berken-Zomereikenbos: zomereik, ruwe en zachte berk, vuilboom, lijsterbes, geoorde en grauwe wilg, krent, hulst omkaderd het wooncluster en woonerf. Laagte De laagte bestaat uit bloemrijk grasland passend bij de vochtige ondergrond. Solitaire bomen en kleine groepjes staan her en der in de laagte, zodoende dat er genoeg ruimte over is voor een natuurlijke spelaanleiding en doorzichten vanuit en richting de (nieuwe) dorpsrand. Alnus glutinosa zwarte els, Betula nigra zwarte berk en Salix alba (‘Limpde’) schietwilg
lint (achter)erven
Het Lint Langs het lint wordt een rij bomen aangeplant. Hierbij wordt een eigentijdse rij lindebomen aangeplant. Hierbij worden verschillende soorten van dezelfde ‘familie’ aangeplant om de weerstand tegen ziektes te vergroten. Het gaat om vier soorten Tilia (Lindes); Tilia platyphyllos ‘orebro’, Tilia americana ‘Redmond’, Tilia henryana Tilia cordata ‘Böhlje’. De Tilia cordata ‘Böhlje’ is met name geschikt voor parkeervakken (heeft minder last van bladluis). Langs de Beerendonckerweg en op het woonerf wordt gekozen voor de Quercus robur (Eik). Voorzien van voldoende groeiruimte, geven de bomen maat en schaal aan het lint en erf. De parkeerkoffers De parkeerkoffers worden voorzien van bomen met een transparante kroon. Geschikte soort is de Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’ (Valse Christusdoorn). BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
35
stapstenen als natuurlijk speelelement natuurlijk speelelement (balk)
natuurlijke laagte (duiker)
klauteren en ontdekken
elementen, meubilair en verlichting
Openbare verlichting De armaturen lang het lint en in de overige openbare ruimte zijn van hetzelfde type. Het betreft een armatuur welke wordt geplaatst op een subtiele conische mast van 4,5 meter hoog in de neutrale en ingetogen kleur. Speelvoorzieningen en meubilair Het karakter van de planontwikkeling wordt in grote mate bepaald door de woningen en het groene beeld waarin zij een plaats krijgen. Ook de inrichtingselementen zijn onderschikt aan de natuur. Wens is om naast het groene en verharde beeld eenduidig te zijn. Meubilair en speelelementen zijn natuurlijk en van hout. Daarnaast is het de wens om terughoudend te zijn in bebordingen. Ondanks de verscheidenheid aan elementen ontstaat er rust en samenhang in het straatbeeld. De speelvoorzieningen en meubilair hebben een robuuste, natuurlijke uitstraling en/of natuurlijke materialen, zoals hout (gecombineerd met verzinkt staal waar nodig), boomstammen en stapstenen/ keien deze voorzieningen kunnen random verdeeld worden in en langs de wadi’s. In de natuurlijke laagte komt een speelplek met voorzieningen kinderen met ruimte voor natuurlijk en uitdagend spelen.
natuurlijk speelelement (balk)
natuurlijke speelplek
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG
37
Broekhuizenvorst
BEERENDONCKERWEG beeldkwaliteitsplan
3581.01 juni 2023 MTD landschapsarchitecten - HVG Real Estatee
Bijlage 2 Natuurinclusieve maatregelen
Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)
43
3.1 Huismussen: • • • • •
Plaats meerdere nestkasten bij elkaar op een hoogte van minimaal 3 meter boven het maaiveld. Houd een minimale tussenruimte van 50 cm tussen de nestkasten. Zorg voor een vrije aanvliegroute van 2 meter. Plaats de nestkasten bij voorkeur in de noord/oost gevels. Zorg voor een invliegopening van 3,5 cm en een minimale nestruimte van 15x8 cm.
3.2 Gierzwaluwen: •
• •
•
Plaats meerdere nestkasten bij elkaar op een hoogte van minimaal 4 meter boven het maaiveld. Houd een minimale tussenruimte van 50 cm tussen de nestkasten. Vermijd direct zonlicht op de nestkasten en plaats ze in de noord/oost gevels of in de schaduw van een dakgoot. Zorg voor een invliegopening van 3,5 cm en een minimale nestruimte van 350 cm².
3.3 Huiszwaluwen: • • • •
Plaats meerdere nestkasten bij elkaar op een hoogte van minimaal 4 meter boven het maaiveld. Houd een minimale tussenruimte van 50 cm tussen de nestkasten. Plaats de nestkasten in de noordgevels of in de schaduw van een dakgoot. Zorg voor een invliegopening van 3,5 cm en een minimale nestruimte van 350 cm².
3
3.4 Vleermuizen: •
•
•
Installeer geprefabriceerde neststenen aan de oostzijde van gebouwen, waar ze 's ochtends kunnen opwarmen. Zorg voor invliegopeningen minimaal 3 meter boven de grond, donker genoeg en vrij van obstakels binnen 2 meter. Vermijd invliegopeningen vlak boven of naast ramen en deuren.
3.5 Bijensteen: • •
Plaats deze inmetselsteen op 2 meter hoogte of lager op een zuidgevel. Zorg voor een bloemrijke omgeving. Rosse metselbijen vliegen op heel veel verschillende planten en zijn belangrijk voor de bestuiving van fruitbomen.
4. Aanbevelingen voor Implementatie Dit rapport dient als leidraad voor het nemen van doeltreffende maatregelen ter bevordering van biodiversiteit binnen de planontwikkeling van Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst. Per woning dient 1 van bovengenoemde maatregelen genoemd onder 3 meegenomen te worden in het ontwerp- en bouwproces van de planontwikkeling en geïntegreerd te worden in de woning. De aangebrachte natuurinclusieve maatregel dient door de bewoners te worden gehandhaafd.
4