CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09d Regels bp Beerendonckerweg Broekhuizenvorst

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN Bestemmingsplan Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst11.491 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 9

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

10

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Groen Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

10 11 12 15 17 19

Hoofdstuk 3

Algemene regels

21

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

21 22 23 24 25 26

Hoofdstuk 4

Overgangs- en Slotregels

27

Artikel 15 Artikel 16

Overgangsrecht Slotregel

27 28

2

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Regels

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

Het bestemmingsplan 'Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst', met identificatienummer NL.IMRO.1507.BPBEERENDONCKERWEG-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3

aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aan huis verbonden bedrijf

Het hoofdzakelijk door de gebruik(st)er van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten of uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door handwerk) in een woning en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.6

aan huis verbonden beroep

Een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.7

archeologische waarde

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.8

bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

1.9

bebouwingspercentage

Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.10

begane grond

De natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.11

bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.12

bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13

bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.14

bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15

bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.16

bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.17

bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel. 1.18

bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

5

1.20

detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.21

driftgevoelige functies

Voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, zoals wonen, tuin, sport- en speelveldjes, picknickplekken, ligweides. Parkeervoorzieningen, wegen en -paden worden niet als driftgevoelige functie aangemerkt. 1.22

erfafscheiding

De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 1.23

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.24

geluidscherm

Een akoestische afscherming. 1.25

gestapelde woning

Een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat en/of woningen boven een andere functie op de begane grond en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd. 1.26

gewasbeschermingmiddel

Bestrijdingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt voor het beschermen van een gewas. Bijvoorbeeld door het bestrijden van schimmels, insecten en onkruiden. Gewasbeschermingsmiddelen worden ook buiten de landbouw gebruikt in bijvoorbeeld tuinen. 1.27

hoofdgebouw

Een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken. 1.28

huishouden

Een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep. 1.29

internationale werknemers

Tijdelijke arbeider die het hoofdverblijf elders heeft.

6

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

1.30

levensloopbestendige woning

Een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rolstoeltoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet) zich op de begane grond moeten bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn. 1.31

maaiveld

De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het “aangrenzende maaiveld” wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1.32

natuurinclusieve maatregelen

Maatregelen welke negatieve impact op beschermde soorten te voorkomen, zoals vereist door de Wet natuurbescherming, maar ook proactief bij te dragen aan de natuur en de leefkwaliteit in stedelijke gebieden. 1.33

peil

a. Voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van de woning; b. Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.34

prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.35

seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.36

speel- en sporttoestel

Inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt en toestellen die speciaal zijn ontworpen en geproduceerd mensen te laten bewegen en specifieke spiergroepen te laten trainen. Deze inrichting bevindt zich op een onverharde ondergrond. 1.37

spuitvrije zone

Een zone waarbinnen er geen gewasbeschermingsmiddelen gespoten mogen worden.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

7

1.38

tuinscherm

Een akoestische afscherming tussen woningen. 1.39

voorgevel

De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die gezien de ligging als de meest logische voorgevel kan worden aangemerkt. 1.40

voorgevelrooilijn

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.41

voorzieningen van algemeen nut

Voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals een transformatorhuisje, gasreduceerstation, schakelhuisje, duiker, bemalingsinstallatie, gemaalgebouwtje, voorziening ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.42

waterhuishoudkundige voorziening

Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.43

weg

Een voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.44

woning

Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.45

woningsplitsing

Het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden.

8

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten. 2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:

tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is. 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

de diepte van een gebouw:

horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels gemeten van de voorgevel tot de achtergevel en 1 meter boven peil en waarbij de grootste maat (gemeten evenwijdig aan één van de zijgevels) bepalend is. 2.4

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, hondentoilet, bermen en beplanting; b. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', tevens voor geluidsschermen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. wandel- en fietspaden; e. openbare speel- en sporttoestellen; met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.

3.2.2

Overige bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 8 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter; c. in afwijking van artikel 3.2.2 lid b. bedraagt de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', 4 meter.

10

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer; b. parkeer-, groenvoorzieningen; c. voorzieningen van algemeen nut; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; e. openbare speel- en sporttoestellen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter. 4.2.2

Bouwwerken

Voor het bouwen van gebouwen, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 15 m2.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

11

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen en -bedrijven, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.4.4; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tuinscherm', tevens voor tuinschermen; met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i. j. k. l.

wegen en paden; verblijfsgebied; groenvoorzieningen; water; tuinen en erven; parkeervoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut; voorzieningen voor de waterhuishouding; speel- en sporttoestellen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Op en in de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. overige bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden opgericht in de gevellijn of maximaal 3 meter achter de gevellijn; b. de diepte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 15 meter; c. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen en gestapelde woningen minimaal 2,5 meter aan beide zijden; 2. bij twee-aaneengebouwde woningen minimaal 2,5 meter aan één zijde per woning; d. bij aaneengebouwde en levensloopbestendige woningen aan beide zijden 0 meter; e. de goothoogte en bouwhoogte mogen niet meer dan 6,2 meter respectievelijk 10 meter bedragen; f. vóór de voorgevel van het hoofdgebouw is een erker toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. de horizontale diepte van de erker bedraagt maximaal 1 meter; 2. de breedte van de erker bedraagt maximaal de helft van de voorgevel van het hoofdgebouw; 3. aan de geldende geluidseisen; 4. de goothoogte van de erker bedraagt maximaal 3,5 meter. 5.2.3

Overige bijbehorende bouwwerken

Voor overige bijbehorende bouwwerken zijnde gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 150 m² bedragen, met dien verstande dat het bouwperceel voor maximaal 50% mag worden bebouwd;

12

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

b. de maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter; c. de maximale bouwhoogte bedraagt 6 meter; d. de bijbehorende bouwwerken worden gebouwd op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw en/of het verlengde daarvan. 5.2.4

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter mag bedragen; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 meter; c. in afwijking van artikel 5.2.4 lid b. bedraagt de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tuinscherm', minimaal 1,8 meter; d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in arikel 5.2.2, lid a, voor het bouwen van een gebouw tot maximaal 2 meter voor de op de verbeelding aangegeven gevellijn, met dien verstande dat kan worden voldaan aan de geldende geluidseisen. 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Algemene gebruiksregels

a. het aantal woningen binnen de bestemming 'Wonen' bedraagt maximaal 81; b. van het totaal aantal woningen betreft minstens 30% sociale huur, 10% markthuur en 60% koopwoningen; c. per bouwperceel is maximaal één woning toegestaan; d. uitsluitend de volgende woningtypen mogen worden gebouwd: 1. vrijstaande woningen; 2. twee-aaneengebouwde woningen; 3. aaneengebouwde woningen; 4. levensloopbestendige woningen; e. in afwijking van het onder c. en d. bepaalde mogen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' ook gestapelde woningen worden gebouwd; f. het bouwvolume van een vrijstaande woning bedraagt maximaal 750 m3. 5.4.2

Voorwaardelijke verplichting geluidscherm

Het gebruik van geluidsgevoelige objecten op de gronden met de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien: a. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', een geluidscherm met een hoogte van 4 meter en een lengte van 65 meter is gerealiseerd, en in stand wordt gehouden. Tevens dient dit scherm aan beide kanten absorberend uitgevoerd te worden en een minimale massa van 10 kg/m3 te hebben; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tuinscherm', een tuinscherm met een hoogte van 1,8 meter is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Tevens dient dit scherm aan beide kanten absorberend uitgevoerd te worden en een minimale massa van 10 kg/m3 te hebben. 5.4.3

Voorwaardelijke verplichting natuurinclusieve maatregelen

Op basis van de maatregelen opgenomen in bijlage 2 dient bij de bouw van iedere woning tenminste 1 natuurinclusieve maatregel te worden genomen en in stand te worden gehouden.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

13

5.4.4

Aan huis verbonden beroepen of -bedrijven

Een aan huis verbonden beroep of -bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep of -bedrijf mag worden uitgeoefend in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken; b. de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep of -bedrijf mag niet meer bedragen dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 75 m²; c. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er vindt geen buitenopslag en buitenstalling plaats; e. degene die het aan huis verbonden beroep of -bedrijf uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; f. door de beroeps- of bedrijfsuitoefening ontstaat geen onevenredige overlast of hinder voor de woonomgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, dan wel de parkeerbehoefte kan in de directe omgeving worden opgevangen; h. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van aan het aan huis verbonden beroep of -bedrijf inherente en ondergeschikte detailhandel.

14

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor ’Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in artikel 6.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 30 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 100 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 6.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; e. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen;

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

15

f.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; h. het aanbrengen van beplantingen, (hout-)gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen, met uitzondering van landbouwgewassen. 6.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. op een kleinere diepte dan 30 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 100 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 6.4.3

Afwegingskader

Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 alleen indien door de in artikel 6.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

6.4.4

Procedure

De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 6.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

16

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor ’Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 7.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in artikel 7.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 7.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; e. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen;

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

17

f.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; h. het aanbrengen van beplantingen, (hout-)gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen, met uitzondering van landbouwgewassen. 7.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 7.4.3

Afwegingskader

Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 alleen indien door de in artikel 7.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

7.4.4

Procedure

De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 7.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

18

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor ’Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 8.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in artikel 8.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 8.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; e. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen;

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

19

f.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; h. het aanbrengen van beplantingen, (hout-)gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen, met uitzondering van landbouwgewassen. 8.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 8.4.3

Afwegingskader

Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 alleen indien door de in artikel 8.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

8.4.4

Procedure

De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 8.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

20

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

21

Artikel 10 10.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

Ten aanzien van ondergeschikte bouwdelen zoals erkers, luifels, balkons en dergelijke geldt dat de bouwgrens mag worden overschreden. 10.2

Voorwaarde bouwen toets beeldkwaliteit

Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt alleen verleend onder de voorwaarde, dat het initiatief, voldoet aan het beeldkwaliteitsplan Beerendonckerweg uit bijlage 1.

22

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Artikel 11 11.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f.

huisvesting van internationale werknemers, anders dan bepaald onder hoofdstuk 3; woningsplitsing; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan ter plaatse van een parkeervoorziening; g. horeca; h. prostitutie; i. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; j. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van vrachtwagens; k. verkoop van motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg. 11.2

Voorwaardelijke verplichting gevelweringonderzoek

Van de bestemming 'Wonen' kan uitsluitend gebruik worden gemaakt indien in het kader van de aanvraag hogere waarde bij de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen middels een gevelonderzoek is aangetoond dat de binnenwaarde voor de geluidgevoelige ruimten binnen de woningen niet meer dan 33 dB bedraagt.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

23

Artikel 12 12.1

Algemene aanduidingsregels

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol

12.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. 12.1.2 Ondergrondse werken en werkzaamheden Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' is het zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, verboden werken of werkzaamheden uit te voeren, dieper dan 5 meter + N.A.P. De voorwaarden zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg zijn hierbij van toepassing. 12.2

milieuzone - spuitvrije zone

12.2.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' zijn mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. 12.2.2 Gebruiksregel Op de gronden is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen niet toegstaan. Toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen moet worden beëindigd en beëindigd blijven.

24

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Artikel 13 13.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken, worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 m; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, geen reclame zijnde, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het dakoppervlak van het betreffende gebouw zal bedragen; 2.

de totale bouwhoogte, inclusief de plaatselijke verhogingen, maximaal 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte voor het betreffende gebouw zal bedragen; 13.2

Voorwaarden afwijkingsbevoegdheden

Van de in deze regels opgenomen afwijkingsbevoegdheden kan slechts gebruik worden gemaakt indien, naast de aan de betreffende afwijkingsbevoegdheden verbonden specifieke voorwaarden, wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: a. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het woon- en leefmilieu; b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid mag niet in het geding zijn; e. de brandveiligheid moet zijn gewaarborgd; f. het straat- en bebouwingsbeeld mag niet in negatieve zin worden beïnvloed; g. de bestaande rechten van omliggende bedrijven mogen niet worden ingeperkt.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

25

Artikel 14 14.1

Overige regels

Nadere eisen

14.1.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b. c. d.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.

14.1.2 Toepassingscriteria De in artikel 14.1.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

het stedenbouwkundig beeld; de verkeersveiligheid; een goede parkeerbalans; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

14.2

Verwijzing naar andere wettelijke regelingen

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan. 14.3

Parkeerregels

14.3.1 Parkeernorm a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden. b. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen zoals opgenomen in het beleidsdocument 'Nota Parkeernormen Horst aan de Maas' dat is vastgesteld op 3 juli 2019. Hierbij wordt de norm berekend over het nieuw te bouwen of te wijzigen gedeelte. c. Indien het beleidsdocument als bedoeld onder b gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met de wijziging. 14.3.2 Gebruikswijziging a. Het is verboden om de gebruiksfunctie van gronden en/of gebouwen te wijzigen in een andere gebruiksfunctie passend binnen de bestemming indien daardoor een toename van de parkeerbehoefte ontstaat. b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid a van dit artikel indien er sprake is van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 14.3.1.

26

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1

Overgangs- en Slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is eveneens niet van toepassing op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone'.

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

27

Artikel 16

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst'.

28

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

Bijlage bij regels

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

4

Bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" (vastgesteld)

BEELDKWALITEITSPLAN

BEERENDONCKERWEG - BROEKHUIZENVORST

Broekhuizenvorst

BEERENDONCKERWEG beeldkwaliteitsplan

3581.01 oktober 2023 MTD landschapsarchitecten - HVG Real Estatee

inhoud 1 inleiding

06

2 inspiratie uit de omgeving

08

3 ruimtelijke karakteristiek en identiteit

12

4 beeldkwaliteit

16

< locatie plangebied binnen Broekhuizenvorst

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

5

Ooijen

Maas

Zeelberg Legert

Broekhuizenvorst

1 inleiding

Gezien de beeldbepalende ligging van de locatie van de Beerendonckerweg als entree van Broekhuizenvorst is gekozen om de ontwikkeling gebiedskenmerken mee te geven die passend zijn voor de locatie. Het betreft hier niet louter een dorpssuitbreiding maar een concept dat is gebaseerd op de landschappelijke identiteit en ruimtelijke karakteristiek van de plek. De sfeer van de erven en Maasdorpen vormen een vanzelfsprekende inspiratiebron voor zowel architectuur, structuur en uitstraling. Gekozen is om een stedenbouwkundige en architectonische gebiedskenmerken mee te geven die recht doen aan de locatie. Het betreft niet een dorp in de letterlijke zin, maar een aantal structuurelementen krijgen een hedendaagse interpretatie. Zo ontstaat er een duidelijk eenheid, zowel stedenbouwkundig en ruimtelijk maar ook in architectonisch perspectief, maar met kleine subtiele verschillen in sfeer en verschijningsvorm. De samenhang wordt bepaald door de ingetogen uitstraling van de architectuur, woningen met een overwegend lage goot en langskap. Het groen bepaald het beeld van de nieuwe uitbreiding, de architectuur is daaraan ondergeschikt. Her en der is ruimte voor een kleine verbijzondering, dit is met name terug te zien in een bijzondere kap, bijzondere hoek of lage goot die een expressieve kap mogelijk maakt.

In deze zin laat de uitbreiding zich lezen als een geheel en sluit daarmee naadloos aan op de bestaande context.

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

7

dakvlakken verspringen alzijdig karakter richting openbaar gebied lage goothoogte eenvoudige gevelindeling

11 inspiratie uit de omgeving

verdraaiing binnen de kap dakkapellen en lage goot smetrand en eenvoudig metselverband

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

9

dakkapel doorbreekt goot verstaffeling in rooilijn en verspringingen alternerend principe van kapvormen

gemixte hagen en huisbomen lage volumes met een steilere klap

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

11

erf

wooncluster

bebouwing oriënteert zich aan een lint

lint

erven en woonclusters in het groen

111 ruimtelijke karakteristiek en identiteit

volumes kennen een varitieit aan kapvorm en richting, ook is er sprake van een overwegend lage gootlijn

Het ontwerp houdt de tweeledigheid in sfeer aan, te weten een dorpsbos met erven en een lint met natuurlijke laagte. Beide erven worden omzoomt door groen, in de vorm van een dorpsbosje. Voorwaarde is dat de erven een alzijdig karakter hebben, met een gezicht richting het groen. Een van de erven leent zich voor CPO en zelfbouwkavels. Via twee inprikkers worden de erven ontsloten en kunnen bezoekers en bewoners parkeren op de achter terreinen/erven. Het centrale lint blijft hierbij grotendeels vrij van parkerende auto’s. Het lint takt aan op de Beerendonckerweg (westzijde) en de Ooijnseweg (oostzijde). De grillige randen van het plangebied worden benut als parkeerkoffers. Het micro reliëf binnen het plangebied wordt aangegrepen om twee sferen in hoogte en bijbehorende beplantingen te realiseren. De laagte wordt extra aangezet. Vrijkomende gronden kunnen worden gebruikt om beide erven in het dorpsbosje op te hogen. Dit zorgt ook voor een gesloten grondbalans en een laagte met genoeg ruimte voor waterinfiltratie en bergend vermogen. Het bebouwde beeld laat zich inspireren door een dorps beeld van een lage goot en langskappen. Dit beeld zien we ook grotendeels terug in de Maasdorpen. Verbijzonderingen in het dakvlak en de goothoogte kunnen incidenteel gerealiseerd worden om een aangename en verassende afwisseling in het bebouwde beeld te realiseren.

rooilijnen hebben een kleine verspringing

een verdraaiing van de kap binnen de rij zorgt voor een aangename onderbreking - samengesteld volume & volumes kennen een alzijdige oriëntatie

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

13

IV BEELDKWALITEIT

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

15

vrijstaande woning

twee-onder-een-kapwoning

rijwoning / levensloopvestendig

kappenplan en verbijzondering in de kap en hoekpunten

Typologie, morfologie en kappenplan

Het kappenplan wordt gedomineerd door langskappen met her en der een uitzondering. De basishoogte van de nokhoogte binnen de ontwikkeling is gesteld op 9.30 meter. Ongeacht typologie (vrijstaande woningen of twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen) ontstaat er de mogelijkheid tot het toepassen van steile kappen. De goothoogte is hierbij flexibel maar overwegend laag. Op deze wijze ontstaat een dorpse maat en schaal. Hierop zijn enkele uitzonderingen om incidenteel een ander (straat)beeld te bewerkstelligen. Voor de vrijstaande woningen geld een maximale goothoogte van 4.5 meter. Voor de rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen geldt een variabele goothoogte tussen de 4.0 en 6 meter.

max. 2 laags goothoogte min. 1 laag

twee-onder-een-kapwoning en rijtjes

max. 55o min. 30o

vrijstaande woningen

De variatie is goot- en kaphoogte en kapvorm wordt ook bepaald door de toe te passen kleur dakpannen. Binnen de omgeving kenmerken de dorpen zich door een verscheidenheid aan kleurgebruik in het dakvlak. Deze variëteit wordt ook teruggebracht binnen de planontwikkeling. Voorgesteld wordt om een mix aan kleurgebruik in dakpannen (rood en antraciet) toe te passen binnen het plan. Grijze dakpannen zijn in de meerderheid, rode dakpannen worden toegepast om accenten aan te brengen in het straatbeeld. Doordat rode dakpannen zich minder goed lenen voor onder andere zonnepanelen is het denkbaar dat volumes met rode dakpannen meer georiënteerd zijn langs het lint. Deze volumes grenzen met de gunstige dakvlakken (voor bezonning) richting het binnengebied of achtererf. Hierdoor ontstaat geen rommelig beeld van onderbroken dakvlakken door de toepassing van zonnepanelen. - Voor de rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen geldt een variatie tussen de een tot twee lagen met een maximale nokhoogte van 9.30.

De variabele goothoogte is een middel om de kap of dakrand expressief vorm te geven; - rijtjes van drie beuken hebben altijd een lage goothoogte van maximaal 4.5 meter en een nokhoogte van 9.30 meter, hierdoor ontstaat een bewoonbare kap met expressieve dakkapel; - vrijstaande woningen kennen altijd een lage goothoogte van maximaal 4.5 meter, de nokhoogte is daarbij variabel tot 9.30 meter; - daken zijn met schuine kappen met een hoek tussen de 30 en 55 graden.

richtlijn voor de dakhelling

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

17

overhoekse elementen - hoekramen

attractieve zijgevel met entree

verbijzondering hoek

communicatieve gevels en blik richting landschap

verbijzondering kap

kappenplan en verbijzondering in de kap en hoekpunten

verdraaiing en verbijzondering in de kap vormt aanduiding tussen woningen

Typologie, morfologie en kappenplan een variabel daklandschap kan bewerkstelligt worden voor de diverse types door...

Om een kleine korrel te benadrukken zijn de bloklengtes van rijwoningen niet langer dan 6 beuken. Bij rijen langer dan 5 woningen wordt een onderbreking in het dakvlak/goothoogte toegepast en waar mogelijk een kleine verspringing in de gevel (10 cm), dit om het gevelvlak van het ensemble te breken. Deze onderbreking kan worden bewerkstelligd door een bijzonder verband of lichte verspringing in het metselwerk. Deze onderbreking van het dakvlak zorgt voor een prettige onderbreking en zorgt ook voor een dorpse maat en schaal. Voor drie-onder-een-kapwoningen geld altijd een verbijzondering in het dakvlak. Op deze wijze lijkt het volume op een ouderwetse samengestelde dorpse woning die langs het lint in Broekhuizenvorst staan.

rijtjes langer dan 4 beuken hebben een onderbreking of verfraaiing in het dakvlak door een...

kleine verspringing in gevel - markante hoek en zijgevel - een dakkapel

De volgende naast getoonde schetsen tonen een toolbox waarmee een variabel gevelbeeld en dakvlak kan worden bewerkstelligd voor de diverse typologieën in het plangebied. Op linke pagina wordt middels een aantal richtbeelden een (hedendaagse) inspiratie gegeven. - rijtjes van vier beuken kennen een zadeldak zonder verbijzondering in het dakvlak; - rijtjes langer dan vier beuken kennen een onderbreking of verfraaiing in het dakvlak; - rijtjes van drie beuken hebben altijd een verbijzondering in het dakvlak; - twee-onder-een-kappers kennen een variatie aan kapvormen zoals naast getoonde tools laat zien. De verdeling binnen het plan is 40-30-30 (zadeldak, markante dwarskap en bijzondere dakkapel); - vrijstaande woningen kennen een zadeldak met mogelijk een dakkapel; - garages zijn onderdeel van het hoofdvolume. Ze liggen niet in dezelfde lijn als de voorgevel van de woning maar maken ruimte voor een oprit. Losse garages, met uitzondering van de vrijstaande woningen, zijn niet toegestaan! De garages worden bij voorkeur tussen twee woningen gesitueerd, op deze manier worden bijzondere hoeken niet vertroebeld.

twee-onder-een-kapwoningen kunnen bestaan uit een variatie aan zadeldaken, een markante kap richting de straat of een tuitgevel met verbijzondering in het dakvlak door een dakkapel

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

19

verdraaiing van woonblokken voor een speelse opzet langs het lint

bouwmassa staan in een licht verspringende rooilijn

verspringen van de rooilijn

een verspringing binnen het bouwblok met ondiepe voortuinen of een geveltuin

bouwgrenzen en rooilijnen

De bouwvelden binnen de ontwikkeling streven een compact dorps woonmilieu na. Hierin is een duidelijke vertaling te zien in her en der twee-onder-een-kappers, rijwoningen en her en der vrijstaande woningen. De volumes kenmerken zich door eenduidige volumes met een tot twee bouwlagen met aan kap, en dwarskappen als accenten. Door de mix ontstaat een eigentijdse vertaling van de dorpse karakteristieke, zoals die zich kenmerkt in de dorpen rondom Broekhuizenvorst. De bouwvolumes hebben ten aanzien van elkaar een kleine verspringing passend bij het kleinschalige karakter van een lint en buurtschap. Hierdoor ontstaan soms diepere voortuinen die het groene karakter van de openbare ruimte versterkt en repetitie in het verticale beeld voorkomt. De maat die hierbij gehanteerd dient te worden bij het lint is minimaal 0,5 meter en maximaal 3 meter verspringing van de rooilijn tussen de onderlinge woningen/woonblokken. Vuistregel is dat maximaal twee volumes in dezelfde rooilijn staan en dat het eerstvolgende volume een verspringing maakt. Indien er sprake is van parkeren op eigen terrein dient rekening gehouden te worden met een opstelruimte van een auto zodat hij niet op openbaar gebied komt te staan.

- voortuinen van het lint zijn minimaal 0,5 meter en maximaal 3,0 meter; - maximaal twee volumes in dezelfde rooilijn, eerstvolgende volume maakt een sprong; - voortuinen van de woonclusters zijn minimaal 2 meter diep.

diversiteit in tuindieptes - Ooijenseweg

BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG

21

aliteit beeldkwaliteit

l kleur en materiaal Afgestemd op de doelgroepAfgestemd en de markt op de ziendoelgroep we de en de markt zien

succesvolle mix van architectuur succesvolle uit het Stadhouderspark mix van architectuur uit het Stadhoude terug in het Isabellaveld. Deterug woningen in hetkenmerken Isabellaveld. zich De woningen kenmerk

door variatie in bakstenen en door metselwerk variatie inalsook bakstenen door en metselwerk alsoo

BASIS

bijzondere elementen als erkers bijzondere en ornamenten. elementen als erkers en ornamenten

Passend bij de ruige vegetatie Passend wordt bij natuur-inclusief de ruige vegetatie wordt natuur-in bouwen gestimuleerd, bijvoorbeeld bouwen gestimuleerd, met nestkastjes bijvoorbeeld met nest voor vogels en vleermuizen.voor vogels en vleermuizen.

van roodbruin...

accenten

baksteen roodbruin...

van roodbruin...

daken

tselwerkleine zowel nuances in kleurinals metselwerk structuur zowel in kleur als structuur

tot bruin...

...tot bruin

wit geschilderd

...tot keimwerk bruin

hout

keimwerk

... tot diep bruin

kleur, materiaal en detaillering

Gevelindeling Gevels hebben een ‘ordentelijke’ uitstraling: een regelmatige geometrie in raam en deurpatronen, met een voorkeur voor symmetrie. Straatgevels hebben ook een relatief gesloten beeld, glas is dus niet dominant aan de gevels.

een smetrand zorgt voor eenheid in een rijtje dit kan gekaleid zijn, geschilderd of middels een bijzonder metselverband

Materiaalgebruik Voor het kleurgebruik is inspiratie gehaald uit de omgeving van Broekhuizenvorst. De meeste dorpen kenmerken zich door een soortgelijk materiaalgebruik en een ingetogen detaillering. In aansluiting op de omgeving en karakteristiek van de streek domineert in het stedenbouwkundig plan het bouwmateriaal baksteen. De basis voor alle woningen wordt gevormd door een handvorm baksteen in rood tot roodbruine tint. Dit geldt voor veranda’s, pergola’s, schuurtjes/bergingen en eventuele uitbouwen. Hierbij dient gekozen te worden voor een hoogwaardig materiaal dat mooi veroudert, zoals hout of staal. Bijgebouwen direct aansluitend op het hoofdgebouw kunnen hetzelfde materiaalgebruik krijgen. Als verbijzondering kunnen enkele woningen in het plangebied wit geshilderd worden. Het is niet toegestaan om op een later moment de gevelstenen te schilderen. Om voor eenheid te zorgen in het plan wordt gebruik gemaakt van een terugkerende kleurcombinatie. De kleur wit en donkergroen. Dit zie je terug in de vorm van de kozijnwerken waarin een kleursamenstelling wordt voorgesteld van witte kozijnen met roedes bij de raam- en deuropeningen gecombineerd met een secundaire donkergroen tot zwart. Het dakmateriaal bestaat uit antracietgrijze en rode keramische pannen. Zonnepanelen op het dak houden aan de randen overal evenveel afstand tot de dakrand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15847771/1