CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09d Regels

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN10.530 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de totale oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer dan 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedragen tot een maximale oppervlakte van 100m2. Het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd; b. degene die het aan huis gebonden beroep uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; c. de activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving. d. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; e. detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten. 13.3 Bed & Breakfast In woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een bed & breakfast toegestaan, onder de volgende voorwaarden:

a. het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; b. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; c. het vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast niet meer dan 100 m2 bedraagt.

28

Artikel 14 Algemene aanduidingsregels 14.1 Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden welke zijn opgenomen in de navolgende tabel: Aanduiding overige zone beekdal

overige zone heideontginning

Landschaps- en natuurwaarden • Beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap met (al dan niet rechtlijnig beeklopen. • Doorgaans natte structuur, waardoor de beekdalen functioneren als ecologische verbindingszones. • Hoge natuurwaarde voor: Reulsberg en 't Ham; omgeving Kasteelpark Ter Horst (flora, amfibieën en vogels), en zone Groote Molenbeek. • Specifieke functie voor (strategische) waterberging. • • • • • • • • • •

overige zone kampen

• • • • • • • •

Open landschap met onderverdeling van de openheid door bomenlanen. Overwegend patroon van rechte wegen. Overwegend rechthoekige tot blokvormige verkaveling. Kunstmatig lage grondwaterstanden. Bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. Huidige natuurwaarde is beperkt. Plaatselijk van belang voor vogels (Hooge Heide, Brommer) en amfibieën. Van nature natte, laag gelegen zandgronden in de natte heide ontginningsgebieden. Natuurwaarde is gering in de natte heide ontginningsgebieden, met uitzondering van de weilanden die van waarde zijn voor (weide)vogels. Openheid en landbouwkarakteristiek van het landschap in de natte heideontginningsgebieden behouden en agrarische bebouwing goed verdichten met groen (stevige, strakke erfbelasting). Structuur- en gradiëntrijk landschap. Afwisseling van open, kleinschalige en besloten gebieden. Grillige verkaveling tot blokvormige verkavelingen. Bochtige wegen (onder invloed van het reliëf) en rechte wegen (blokvormige verkaveling). Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm die gehandhaafd moeten blijven en openheid ten zuidoosten van Melderslo. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen. Zichtlijnen over oude akkercomplexen. Grote variatie in landschapselementen, zoals boscomplexen, bomenrijen, houtwallen- en singels en bomengroepen.

Houtwallen inzetten als raamwerk waarbinnen grondgebonden ontwikkelingen mogelijk zijn. 29

• •

Door het structuur- en gradiëntrijke landschapstype herbergt het diverse natuurwaarden. Geprojecteerde verbindingszone tussen Peel, Schadijksche Bosschen en Zuringspeel / Kronenbergerheide.

14.2 Milieuzone - spuitvrije zone

14.2.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ zijn mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. 14.2.2 Gebruiksregel Op de gronden is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. 14.3 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden 14.3.1 Voorwaardelijke verplichting en toetsingsfunctie parkeren Bij: • • •

een feitelijke gebruiksverandering; het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit; het verlenen van een omgevingsvergunning voor de in dit plan opgenomen afwijkingen van de bouwactiviteiten of gebruiksactiviteiten;

dient, indien de omvang of de functie van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen, of andere voertuigen, in voldoende mate ruimte aanwezig te zijn of aangebracht te worden in, op of onder de bij dat gebouw of terrein behorende gronden of bouwwerken, met dien verstande dat: a. daarbij wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals aangegeven in Nota perkeernormen, en indien deze normen gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, de gewijzigde c.q. de vervangende nota; b. de ruimte voor het parkeren van auto's afmetingen moet hebbeen deie zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 meter en 5 meter en ten hoogste 3,25 meter bij 6 meter bedragen; 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte - voorzover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst- ten minste 3,5 meter bij 5 meter bedragen. 14.3.2 Voorwaardelijke verplichting en toetsingsfunctie laden en lossen Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terren dat bij dat gebouw behoort.

30

Artikel 15 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 15.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden ter plaatse van functie 'Agrarisch met waarden (voor zover gelegen buiten bouwvlakken), 'Waarde- Archeologie 3', 'Waarde - Archeologie 6', Waarde- Zone bronsgroene landschapszone', 'Overige zone beekdal', 'Overige zone heideontginningen', 'Overige zone kampen' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de in het schema onder lid 15.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 15.2 Uitzonderingen vergunningsplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s); b. op de gronden gelegen binnen (agrarische) bouwvlakken; c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. d. die betrekking hebben op het herplanten van een houtopstand ten behoeve van fruitteelt of boomteelt op dezelfde locatie. 15.3 Beoordelingsregels De in lid 15.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de onder lid 15.4 opgenomen criteria.

15.4 Schema Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ** Ter plaatse van de functie Agrarisch met waarden (voor zover gelegen buiten bouwvlakken) Waarde- Zone bronsgroene landschapszone Overige zone beekdal Overige zone heideontginningen Overige zone kampen

a

b

c

d

e

f

g

h

a

b

c

d

e

f

g

h

a

b

c c

d

e

f f

a

h g

** de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk). De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houdtopstanden hoger dan 1,5 m;

31

c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energieen telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een ander wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; i. Het aanbrengen van beplantingen, (hout-)gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen met uitzonderingen van landbouwgewassen.

32

4 Overgangs- en slotregels Artikel 16 Overgangsrecht 16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAMomgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ en het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933462/1