CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09d Regels

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN10.530 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w Over de Beek 1a en Kloosterstraat ong. Tienray” Planstatus: vastgesteld Datum: 2026-04-20 Plan identificatie: NL.IMRO.1507.TROVERDEBEEKKLOOST-BPV1 Auteur: Arvalis

1 Inleidende regels ................................................................................................ 4 Artikel 1 Toepassingsbereik .................................................................................. 4 Artikel 2 Begripsbepalingen .................................................................................. 4 Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen ....................................................................... 9 2 Functies en activiteiten .......................................................................................10 Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod ......................................................................10 Artikel 5 Agrarisch met waarden ..........................................................................10 Artikel 6 Wonen .................................................................................................13 Artikel 7 Waarde - Archeologie 3 ..........................................................................16 Artikel 8 Waarde - Archeologie 6 ..........................................................................21 Artikel 9 Waarde - Zone brongsgroene landschapszone ..........................................26 Artikel 10 Gebiedsaanduiding Reconstructiezone - extensiveringsgebied ...................26 3 Algemene regels

................................................................................................27 Artikel 11 Anti-dubbeltelregel ..............................................................................27 Artikel 12 Algemene bouwregels ..........................................................................27 Artikel 13 Algemene gebruiksactiviteiten ..............................................................27 Artikel 14 Algemene aanduidingsregels .................................................................29 Artikel 15 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ................................................................................................31 4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................33 Artikel 16 Overgangsrecht ..................................................................................33

2

Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de (gebieds)ontwikkeling op de locaties Over de Beek 1a en Kloosterstraat ongenummerd te Tienray en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk 22w van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening http://www.ruimtelijkeplannen.nl/ . Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk om dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOPTPOD beschikbaar te stellen. De in dit op http://www.ruimtelijkeplannen.nl/ uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22w van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen, moet na het woord ‘Artikel’, na de spatie en direct vóór het artikelnummer ‘22w’ gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct vóór het nummer van de bijlage ‘22w’ gelezen worden

3

1 Inleidende regels Artikel 1 Toepassingsbereik 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Over de Beek 1a en Kloosterstraat ongenummerd te Tienray, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand NL.IMRO.1507.TROVERDEBEEKKLOOST-BPV1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Begripsbepalingen Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk; 2.2 Aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, therapeutisch, juridisch, (para)medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon/schoonheidssalon, of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, door één van de bewoners van de woning kan worden uitgeoefend, waarbij de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van de woning inclusief bijgebouwen behouden blijft. 2.3 Aan huis verbonden bedrijf Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die maximaal 2 medewerkers in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. De hoofdactiviteit hoeft niet in of bij de woning te worden uitgevoerd.

2.4 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.5 Achtergevelrooilijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van het hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen. 4

2.6 Agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat: • •

maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt; mestbe- en verwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.

2.7 Archeologische waarden De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 2.8 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.9 Bedrijfswoning Een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen. 2.10 Beekdal Een lager gelegen gebied waardoor een beek stroomt. 2.11 Bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 2.12 Boomteelt De teelt van houtige gewassen en/ of vaste planten. 2.13 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.14 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.15 Deskundige Een onafhankelijke erkende persoon of organisatie in het vakgebied / op het werkterrein waarop het advies betrekking heeft en die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties.

2.16 Erf Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een omgevingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

5

2.17 Erfafscheiding De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 2.18 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 2.19 Geurgevoelig object Geurgevoelig object als bedoeld artikel 5.91 van het Besluit kwaliteit leefomgeving 2.20 Gewasbeschermingsmiddelen Gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309); 2.21 Hoofdgebouw Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is. 2.22 Horeca Een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.

2.23 Horeca I Een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde horeca II. 2.24 Horeca II Elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die (nagenoeg) geheel is ingericht of wordt gebruikt voor het dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Daarnaast een inrichting waarin een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend. 2.25 Hoveniersbedrijf Een bedrijf dat is gericht op het aanleggen en onderhouden van tuinen en andere (groen)voorzieningen, al dan niet in combinatie met het kweken en verkopen van planten en siergewassen. 2.26 Inpandige statische opslag Binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals een (seizoen)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke. 2.27 Kas Een gebouw, bestaande uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal dienend tot het kweken of trekken van bomen, vruchten, bloemen of planten. 6

2.28 Landbouwhuisdier Zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken. 2.29 Landschapselement Een element dat samenhangt met de ondergrond en de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap en het oorspronkelijke landgebruik, zoals een bosschage, houtwal, houtsingel of steilrandbeplanting. 2.30 Milieucategorie Indeling van bedrijven opgesteld door VNG op basis van belasting van het milieu. De milieucategorie van een bedrijf hangt af van geur, stof, geluid, gevaar, verkeer of visuele aspecten. De milieucategorie loopt op van lichte bedrijvigheid (categorie 1) tot zware industrie (categorie 6). 2.31 Natuurwaarden De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 2.32 Paardenbak Een onoverdekte, als zodanig herkenbare ruimte, al dan niet omsloten, bedoeld voor het trainen, rijden en berijden van paarden en pony's, met eventueel een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van drainage. 2.33 Peil a. voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van het gebouw; b.

voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 2.34 Permanente bewoning Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf. 2.35 Seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.36 TAM-omgevingsplan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w Over de Beek 1a en Kloosterstraat ong. Tienray met identificatienummer NL.IMRO.1507.TROVERDEBEEKKLOOST-BPV1 van de Gemeente Horst aan de Maas 2.37 Teeltondersteunende voorzieningen Voorzieningen en/of constructies, inclusief containervelden, met als doel het gewas te forceren tot meer groei en/of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel het 7

vervroegen als het verlaten van de teelt ten opzichte van de normale open teelt en/of het beschermen van het gewas tegen weersinvloeden, ziekten en plagen, hetgeen leidt tot een betere kwaliteit van het product. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in: a. Hoge permanente voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en hoger dan 1,5 m zijn; b. Hoge tijdelijke voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die gedurende maximaal 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en hoger dan 1,5 m zijn. c. Lage permanente voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en 1,5 m of lager zijn; d. Lage tijdelijke voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die gedurende maximaal 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en 1,5 m of lager zijn. 2.38 Veehouderij Een agrarisch bedrijf dat gericht is op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en/of pelsdieren. 2.39 Verdieping Een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag, welke is gelegen ter plaatse van de begane grond.

2.40 Volkstuin Een perceel grond, dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop voor particulier gebruik voedings- en siergewassen worden geteeld. 2.41 Volwaardig agrarisch bedrijf een (agrarisch) bedrijf waaruit een zelfstandig en reëel inkomen voortkomt voor minimaal één huishouden; 2.42 Voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 2.43 Voorgevelrooilijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 2.44 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 2.45 Woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

8

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m 2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde van artikel 3.1 tot en met 3.7 3.1 Dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.5 Oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.6 Afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

3.7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

9

2 Functies en activiteiten Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 5 Agrarisch met waarden 5.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Agrarisch met waarden’. 5.2 Functieomschrijving Een als 'Agrarisch met waarden' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. b. c. d.

agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik; agrarisch hobbymatig grondgebruik; wonen in een bedrijfswoning; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten landbouwhuisdieren' is het houden van landbouwhuisdieren uitgesloten; e. ter plaatse van de aanduiding 'hovenier' is tevens een hoveniersbedrijf met een maximum oppervlak van 500m2 toegestaan; f. extensief dagrecreatief medegebruik; g. bescherming van aardkundige waarden; h. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 14.1; met de daarbij behorende: j.

tuinen, erven en terreinen, met dien verstande dat erfverhardingen buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan voor zover bestaand; k. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; l. verkeers- en parkeervoorzieningen; m. voorzieningen van openbaar nut; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins; o. groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen. 5.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 5.3.1 Algemeen a. op de gronden als bedoeld in lid 5.2, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de functie worden gebouwd; b. ter plaatse van een bouwvlak mogen uitsluitend de bij één agrarisch bedrijf behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd;

10

1. In afwijking van lid b mag naast een agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'hoveniersbedrijf' een hoveniersbedrijf worden gevestigd binnen de bestaande bebouwing; c. de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; d. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bouwvlak toegestaan 2. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf e. binnen het plangebied is niet meer dan 6.537 m² aan bedrijfsgebouwen toegestaan. De bedrijfswoning maakt geen onderdeel uit van deze oppervlakte aan bedrijfsgebouwen; f. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken. 5.3.2 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt: Bedrijfsgebouwen min. Goothoogte N.v.t. Bouwhoogte N.v.t. Bedrijfswoning min. Goothoogte N.v.t. Bouwhoogte N.v.t. Afstand tot perceelgrens 3m Inhoud N.v.t. Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en min. carports bij bedrijfswoningen Goothoogte N.v.t. Bouwhoogte N.v.t.

Afstand carports achter de voorgevel van de 0 m carports mogen bedrijfswoning tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de 1m voorgevel van de bedrijfswoning Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de 3m voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het 1m openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende N.v.t. bouwwerken Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij min. bedrijfswoningen Goothoogte N.v.t. Bouwhoogte N.v.t. Afstand carports achter de voorgevel van de 0 m carports mogen bedrijfswoning tot 1 m voor de voorgevel worden 11

max. 7m 11 m max. 7m 11 m N.v.t. 1.000m3 max. 3,5 m 6m N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. 150 m2 max. 3,5 m 6m N.v.t.

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand tot zijdelingse perceelgrens Afstand tot de bedrijfswoning Total gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken

gebouwd 1m

N.v.t.

3m

N.v.t.

2,5 m N.v.t. N.v.t.

N.v.t.

5.3.3 Teeltondersteunende voorzieningen De maatvoering voor teeltondersteunende voorzieningen, is als volgt: Teeltondersteunende voorzieningen min. max. Bouwhoogte permanente teeltondersteunende voorzieningen N.v.t. 12 m binnen het bouwvlak, anders dan kassen of ondersteunend glas Goothoogte kassen of andere permanente teeltondersteunende N.v.t. 7,5 voorzieningen met glas binnen het bouwvlak m Bouwhoogte kassen of andere permanente teeltondersteunende N.v.t. 12 m voorzieningen met glas binnen het bouwvlak Afstand teeltondersteunende voorzieningen tot de zijdelingse 2,5 m N.v.t. perceelgrens Afstand teeltondersteunende voorzieningen tot de woning van 25 m N.v.t. derden. *mits is aangetoond dat er geen sprake is van onevenredige schade/hinder voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven en woningen in die zin dat bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt of bewoners overlast gaan ervaren (licht, schaduw, geluid). Indien dat wel het geval is dient een grotere afstand in acht te worden genomen om de overlast te beperken. 5.3.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde In aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

Bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouw zijnde Mestsilo Sleufsilo Overige silo's en hooibergen Erf- en terreinafscheiding binnen het bouwvlak Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak Erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak

Min

Max.

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t

6m 4m 15 m voor de voorgevelrooilijn: 1 m achter de voorgevelrooilijn: 2 m 8m

N.v.t.

1m

12

5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaand: a. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor buitenopslag; b. het gebruik van gronden voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’. c. het gebruik van gronden en opstallen voor horeca I, horeca II en kleinschalige horeca; d. het gebruik van de gronden voor inpandige statische opslag in kassen; e. het gebruik van de gronden voor verblijfsrecreatie; f. het gebruik van verlichting ten behoeve van bestaande paardenbakken buiten het bouwvlak, met uitzondering van verlichting: 1. waarvan de lichtbundel door afscherming wordt gericht op de paardenbak en richting het aangrenzende bouwvlak of de aangrenzende (eigen) woonfunctie; 2. die uitsluitend wordt gebruikt tussen 7.00 uur en 23.00 uur 3. ten behoeve van paardenbakken die niet zijn gelegen op, dan wel grenzen aan gronden die (mede) zijn bestemd als Bos, Natuur, Waarde Goudgroene zone of Waarde - Zilvergroene zone; g. het gebruik van gronden voor het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen.

Artikel 6 Wonen 6.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'. 6.2 Functieomschrijving Een als 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wonen in een woning; b. aan huis verbonden bedrijf, onder de voorwaarden zoals opgenomen in lid 6.5;

met de daarbij behorende:

c. tuinen, erven en terreinen; d. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen; e. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; f. voorzieningen van openbaar nut; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen. 6.3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 13

6.3.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. op de gronden als bedoeld in lid 6.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de functie worden gebouwd; b. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; c. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot hoofdgebouw te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken. 6.3.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: Hoofdgebouw Goothoogte Bouwhoogte Afstand tot perceelgrens Inhoud Dakhelling ter plaatse van de aanduiding 'dakhelling'

min. n.v.t n.v.t. 2,5 m n.v.t. de ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling' aangegeven dakhelling

max. 3,5 m 11m n.v.t. 1.000m3 de ter plaatse van de aanduiding 'maximum dakhelling' aangegeven dakhelling

6.3.3 Aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken geleden de volgende regels: Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports Goothoogte Bouwhoogte Afstand carports achter de voorgevel van het hoofdgebouw

min.

N.v.t. 3,5 m N.v.t. 6m 0 m carports mogen N.v.t. tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd 1m N.v.t.

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de 3 m voorgevel van het hoofdgebouw in het geval dat het hoofdgebouw meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende N.v.t. bouwwerken Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij N.v.t. het hoofdgebouw Vrijstaande bijbehorende bouwwerken Goothoogte Bouwhoogte

min. N.v.t. N.v.t. 14

max.

N.v.t.

150 m2 per wooneenheid 50%

max. 3,5 m 6m

Afstand carports achter de voorgevel van het hoofdgebouw

0 m carports mogen N.v.t. tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd 1m N.v.t.

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de 3 m voorgevel van het hoofdgebouw in het geval dat het hoofdgebouw meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens 2,5 m Afstand tot hoofdgebouw N.v.t Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende N.v.t. bijgebouwen Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij N.v.t. het hoofdgebouw

N.v.t.

N.v.t 40 m 150 m2 per wooneenheid 50%

6.3.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde In aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: Bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouw zijnde Erf- en terreinafscheidingen

min.

max.

N.v.t

Antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het functievlak

N.v.t

Voor de voorgevelrooilijn: 1m Achter de voorgevelrooilijn: 2m 12 m

N.v.t

3m

6.4 Specifieke functieregels 6.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. bewoning als afhankelijke woonruimte; c. kamerbewoning; d. seksinrichtingen. 6.5 Vergunningsplichtige gebruiksactiviteiten 6.5.1 Aanwijzing vvergunningsplicht aan huis gebonden bedrijf Het is veroden om zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de locatie Wonen een aan huis gebonden bedrijf te exploiteren.

15

6.5.2 Beoordelingsregels aan huis verbonden bedrijf De omgevingsvergunning voor aan huis gebonden bedrijf wordt aleen verleend als wordt voldaan de volgende regels: a. er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu, de maximaal toelaatbare categorie is 2; b. door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen niet zodanig veranderen, dat de woning inclusief bijgebouwen het karakter van een (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk verliest; reclame-uitingen zijn niet toegestaan behoudens beperkte naamsaanduidingen aan of bij de (bedrijfs)wonig; c. de oppervlakte van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt mag 30% van het totale vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100m2; d. degene die het aan huis gebodnen bedrijf uitoefent, is teven één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee mederwerkers mogen worden uitgeoefend; e. er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat in de (bedrijfs)woning; f. de activiteit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; g.

in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terreins, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; h. buitenopslag ten beheove van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan. Stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen met een maximale lengte van 5 meter is toegestaan, tenzij dit leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving; i. er mag geen sprake zijn van een seksinrichting; j. detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.

Artikel 7 Waarde - Archeologie 3 7.1 Omschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 7.2 Bouwactiviteit 7.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 3 7.2.2 Uitzonderingen In afwijking van subsubparagraaf 7.2.1 geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a. de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 500 m²; of 16

c. een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. 7.2.3 Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in ‘Waarde - Archeologie 3' wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: 1. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 3. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. 7.2.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde - Archeologie 3' worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b.

een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. 7.3 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

17

7.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor ‘ Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energieen telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j. het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m.

winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 7.3.2 Uitzonderingen 1. In afwijking van lid 7.3 geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: 1. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; 2. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of 3. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: 1. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 500 m2; of 2. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 7.3.3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in ‘Waarde – Archeologie 3’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: 1. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 18

2. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 3. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. 7.3.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in ‘Waarde - Archeologie 3' worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en ii. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i.

een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt 7.4 Sloopactiviteit 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in 'Waarde - Archeologie 3'. 7.4.2 Uitzonderingen 1.

In afwijking van subsubparagraaf 7.4.1 geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. 19

2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde - Archeologie 3’ als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 500 m2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 7.4.3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 3’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ 7.4.4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde Archeologie 3' worden aanvullend op het bepaalde in subsubparagraaf 7.4.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1.

een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waaruit de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate blijkt; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit. 7.5 Voorschriften aan vergunning 1. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten, als bedoeld in subsubparagraaf 7.2.1 , subsubparagraaf 7.3.1 en subsubparagraaf 7.4.1 in een gebied met ‘Waarde - Archeologie 3' in het belang van de archeologische monumentenzorg, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 20

e. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; i. het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. 2. De voorschriften als bedoeld in het derde lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen.

Artikel 8 Waarde - Archeologie 6

8.1 Omschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 8.2 Bouwactiviteit 8.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 6. 8.2.2 Uitzonderingen In afwijking van subsubparagraaf 8.2.1 geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a. de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 10.000 m²; of c. een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. 8.2.3 Toepassingscriteria 1.

Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in ‘Waarde - Archeologie 6' wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: 1. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 21

3. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. 8.2.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde - Archeologie 6' worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d.

als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. 8.3 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor ‘Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energieen telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; 22

f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j. het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m. winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 8.3.2 Uitzonderingen 1. In afwijking van lid 8.3 geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: 1. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; 2. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of 3. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: 1.

de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10.000 m2; of 2. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 8.3.3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in ‘Waarde Archeologie 6' wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: 1. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 3. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. 8.3.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in ‘Waarde - Archeologie 6' worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en 23

ii. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. 8.4 Sloopactiviteit 8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in 'Waarde - Archeologie 6'. 8.4.2 Uitzonderingen 1. In afwijking van subsubparagraaf 8.4.1 geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde - Archeologie 6' als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10.000 m2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 8.4.3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in 'Waarde - Archeologie 6' wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a.

er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 24

b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ 8.4.4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde Archeologie 6' worden aanvullend op het bepaalde in subsubparagraaf 8.4.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waaruit de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate blijkt; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit. 8.5 Voorschriften aan vergunning 1.

Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten, als bedoeld in subsubparagraaf 8.2.1, subsubparagraaf 8.3.1 en subsubparagraaf 8.4.1 in een gebied met ‘Waarde - Archeologie 6' in het belang van de archeologische monumentenzorg, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; i.

het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. 25

2. De voorschriften als bedoeld in het derde lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen.

Artikel 9 Waarde - Zone brongsgroene landschapszone 9.1 Toepassingsbereik De voor Waarde - Zone brongsgroene landschapszone aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) mede bestemd voor het behoud en bescherming van de landschappelijke waarden, waarbij de kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. 9.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 15 is van toepassing.

Artikel 10 Gebiedsaanduiding Reconstructiezone extensiveringsgebied 10.1 Toepassingsbereik Ter plaatse van de aanduiding 'Gebiedsaanduiding Reconstructiezone extensiveringsgebied' zijn de gronden tevens bestemd als extensiveringsgebied.

26

3 Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 12 Algemene bouwregels 12.1 Bestaande afmetingen en afstanden In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Omgevingswet tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 3 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, uitsluitend conform de bestaande situatie. 12.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw c.q. functiegrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 12.3 Ondergronds bouwen Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. Ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; b. de deipte van de ontdergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5m onder peil.

Artikel 13 Algemene gebruiksactiviteiten 13.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met de functies wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor en/of als: a. het (bedrijfsmatig) vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten en mest; b. het plaatsen van kampeermiddelen; c. het gebruik van gronden als volkstuin; d. het beoefenen van lawaaisporten; e. opslag voor de voorgevelrooilijn; f. detailhandel; g. verkooppunt voor motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg, 27

h. het gebruik van de gronden en opstallen voor een seksinrichting; i. intensief militair gebruik; j. opslag en/of stalling van aan het gebruik onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen, anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig het bestaand gebruik; k. permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken; l. permanente bewoning van recreatiewoningen/verblijfsrecreatieve voorzieningen; m. huisvesting van arbeidsmigranten, anders dan bestaande huisvesting van arbeidsmigranten; n. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; o. geurgevoelig object, indien de afstand minder dan 50 m bedraagt tot: 1. omliggende agrarische bouwpercelen; 2. op het moment van wijziging van het gebruik aanwezige boomteelt boomgaarden; 3. gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de gebruikswijziging boomteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden); 4. een en ander, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de functie gerichte beheer of gebruik van de gronden en behoudens indien het gebruik blijkens de regels is toegestaan. 13.2 Aan huis verbonden beroep In woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933462/1