CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09d Laddertoets BP Californië 2

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het op 10-11-2020 vastgestelde bestemmingsplan Californië 2.10.221 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LADDERONDERBOUWING CALIFORNIE 2 HORST AAN DE MAAS 19 JULI 2021

LADDERONDERBOUWING CALIFORNIE 2 HORST AAN DE MAAS 19 JULI 2021

Status: Eindrapportage Datum: 19 juli 2021 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Hoge Gouwe 93 2801 LD Gouda 0182 - 689416 www.stedplan.nl info@stedplan.nl Team Werken Annemarie van Hees MSc Bianca Lemm MSc Drs. Frans Wittenberg Ir. Joris Quaedflieg Voor meer informatie: Bianca Lemm MSc, bl@stedplan.nl Review: Ir. Joris Quaedflieg In opdracht van: Grondexploitatiemaatschappij Californië BV

De in dit document verstrekte informatie mag uitsluitend worden gebruikt in het kader van de opdracht waarvoor deze is opgesteld. Elk ander gebruik behoeft de voorafgaande schriftelijke toestemming van Bureau Stedelijke Planning BV©. Projectnummer: 20210101 Referentie: 20210101_De Essentie Venlo Californië LDV 190721

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING

7

BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

8

1

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING................................................................ 9

2

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN ................................................................. 11 2.1 BELEIDSKADER 2.2 AFBAKENING SECTOR EN ONDERZOEKSGEBIED 2.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG 2.4 ONTWIKKELING VAN HET AANBOD 2.5 ACTUELE REGIONALE BEHOEFTE 2.6 MOGELIJKHEDEN IN BESTAAND STEDELIJK GEBIED

3

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN ...................................... 21 3.1 BELEIDSKADER 3.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED EN DEFINITIE 3.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG 3.4 ONTWIKKELING VAN HET AANBOD 3.5 ACTUELE REGIONALE BEHOEFTE 3.6 MOGELIJKHEDEN IN BESTAAND STEDELIJK GEBIED

4

BEHOEFTE GLASTUINBOUW ............................................................................... 30 4.1 BELEIDSKADER 4.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED 4.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG 4.4 ONTWIKKELING VAN HET AANBOD 4.5 ACTUELE REGIONALE BEHOEFTE 4.6 MOGELIJKHEDEN IN BESTAAND STEDELIJK GEBIED

BIJLAGE 1 AFBAKENING AGRI&FOOD BIJLAGE 2 AANBOD BEDRIJVENTERREINEN EN GESCHIKTHEID VOOR AGRI&FOOD

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

INLEIDING

Grondexploitatiemaatschappij Californië BV is voornemens glastuinbouwgebied Californië, gelegen binnen het Klavertje 4 gebied, verder te ontwikkelen. Het deelgebied Californië 2 komt nu tot ontwikkeling, als uitbreiding van het bestaande glastuinbouwgebied Californië 1. In dit onderzoek is de behoefte aan het voorgenomen programma op de locatie onderbouwd in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Deze bestaat uit de volgende functies: • Agrofood gerelateerde bedrijvigheid; • Arbeidsmigrantenhuisvesting; • Glastuinbouw. Het plangebied ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. Een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien is daarom onderdeel van deze onderbouwing. Deze Ladder richt zich op een periode van 10 jaar en heeft daarmee betrekking op de periode 2021-2031.

FIGUUR 1 LIGGING PLANGEBIED CALIFORNIË 2 Bron: ontwerp-bestemmingsplan Californië 2

7

8

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

Dit onderzoek geeft de onderbouwing in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking voor de ontwikkeling van Californië 2. De behoefte aan het programma is in beeld gebracht voor de functies agri&food, arbeidsmigrantenhuisvesting en glastuinbouw. FUNCTIE MAX. PLANOLOGISCH PROGRAMMA

BEHOEFTE TOT 2031

CONCLUSIE

Agri&food bedrijven

•

•

23,4 ha •

In het onderzoeksgebied bestaat

bedrijventerrein voor agri&food op

ha bedrijventerrein.

Californië 2 voldoet aan de eisen van de

De kwalitatieve behoefte aan

Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

bedrijventerrein voor agri&food

•

De ontwikkeling van 23,4 ha

een kwantitatieve behoefte aan 231

•

Ook sluit de ontwikkeling goed aan op de

bedrijven bedraagt 66 ha.

beleidskaders en de vestigingscriteria van

Er bestaat in het onderzoeksgebied

bedrijven in deze sector.

geen alternatief binnen bestaand stedelijk gebied.

Arbeidsmigranten-

•

In het onderzoeksgebied bestaat

•

De ontwikkeling van 300

huisvesting

een kwantitatieve behoefte aan

huisvestingsplekken op Californië 2 voldoet

300 verblijfsplekken

2.645 huisvestingsplekken met een

aan de eisen van de Ladder voor Duurzame

tijdelijk verblijf voor arbeidsmigranten.

•

Verstedelijking.

•

De ontwikkeling sluit goed aan op de

Er bestaat in het onderzoeksgebied

beleidskaders en draagt het bij aan het

geen alternatief binnen bestaand

terugdringen van onveilige informele

stedelijk gebied

woonsituaties door het vergroten van kwalitatief hoogwaardig aanbod.

Glastuinbouw

•

Ca. 40 ha

In het onderzoeksgebied bestaat

•

een behoefte aan ca. 158 ha voor

op Californië 2 voldoet aan de eisen van de

grootschalige glastuinbouw.

•

Glastuinbouw betreft geen

De ontwikkeling van ca. 40 ha glastuinbouw Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

•

De ontwikkeling sluit daarnaast goed aan op

stedelijke functie, een analyse van

de vestigingscriteria en op de beleidskaders,

alternatieven binnen bestaand

waarin wordt ingezet op concentratie van

stedelijk gebied is daarom niet

glastuinbouw op toekomstbestendige

mogelijk.

locaties

OVERZICHT EN CONCLUSIES BEHOEFTE PER FUNCTIE

Het beoogde programma voor Californië 2 past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte die geconstateerd is in de Ladderonderbouwingen voor agri&food bedrijven, arbeidsmigrantenhuisvesting en glastuinbouw.

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

9

1 LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

Locatie Het plangebied ligt aan de Dijkerheideweg-Grubbenvorsterweg in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas. Californië 2 ligt tussen het bestaande projectvestigingsgebied glastuinbouw Californië 1, de St. Jorisweg in Hegelsom en de Dijkerheideweg in Horst in. Het plangebied ligt binnen de Greenport Venlo, één van de 6 Greenports in Nederland. De Greenport Venlo is Nederlands tweede tuinbouwgebied (na Greenport Westland-Oostland) en is in opkomst dankzij haar strategische ligging vlakbij belangrijke afzetgebieden als Duitsland en Midden-Europa. Ook ligt het nabij een belangrijke (inter)nationale transportas, de logistieke hotspot VenloVenray Project Binnen de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venlo wordt het Klavertje 4 gebied ontwikkeld tot een duurzaam werklandschap met ruimte voor onder andere glastuinbouw, (agro)logistieke bedrijven, agribusiness en aanverwante bedrijven, maakindustrie en onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Onderdeel van Klavertje 4 is de realisatie van het glastuinbouwgebied Californië, verdeeld in fase 1 en fase 2. Fase 1 is inmiddels gerealiseerd.

FIGUUR 2 BEGRENZING CALIFORNIË

10

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

Californië 2 bestaat uit circa 68 ha bruto plangebied, waarvan: • 39,8 ha voor agrarisch-glastuinbouw. Op basis van een (maximale) bebouwing van 90% gaan we uit van 35,9 ha voor glastuinbouw. Binnen de bestemming glastuinbouw bestaat er daarnaast een wijzigingsbevoegdheid om glastuinbouw om te zetten naar de bestemming Bedrijf. Dit omvat ca. 11,4 ha. • 12 ha voor agrofood. Daarnaast is er aanvullend 11,4 ha mogelijk voor agrofood door de bovengenoemde wijzigingsbevoegdheid. In totaal wordt er dus 23,4 ha voor agrofood mogelijk gemaakt. • Huisvesting voor maximaal 300 arbeidsmigranten.

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

11

2 BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

In dit hoofdstuk is de ontwikkeling van 23,4 ha aan agri&food bedrijven in Californië 2 onderbouwd.

2.1 BELEIDSKADER BELEIDSDOCUMENT

RELEVANTE ONDERDELEN

Omgevingsvisie • Limburg (ontwerp, 2020)

•

POL2014 (2019)

•

•

Ook in de toekomst wil Limburg een gunstig ondernemersklimaat voor de land- en tuinbouw bieden. Limburg biedt ruimte voor het uitbouwen van de positie als toonaangevende agrarische regio tot een sector die duurzame oplossingen voor maatschappelijke opgaven biedt. Met deze ambitie kiest Limburg, in lijn met het nationale beleid, voor een betekenisvolle transitie in de agrifoodsector. Initiatieven die bijdragen aan versterkende verdienmodellen voor de land- en tuinbouw worden gefaciliteerd, zoals regionale afzet, korte ketens, hightech en gepersonaliseerd voedsel, gericht op een circulair agrofoodsysteem, uitgaande van de potentie in het gebied. De agrofoodsector in deze regio kan zich meten met de wereldtop en heeft een blijvend leidende rol op het gebied van agroproductie, agribusiness en agrologistiek. Er wordt ingezet op versterking van de topsectoren in de regio: tuinbouw en agrofood, logistiek, maakindustrie en hightech-systems.

Limburgse landbouw en agrifoodsector 2020 – 2023

•

De centrale ambitie van het Limburgse landbouw- en agrifoodbeleid is het verder versterken van de positie als toonaangevende agrarische regio die duurzame oplossingen voor maatschappelijke opgaven biedt.

Structuurvisie Klavertje 4-gebied (2012)

•

In Greenport Venlo wordt in de periode tot 2040 ingezet op een sprong van 14.000 naar ca. 27.000 voltijd banen en een toename van het bruto regionaal product van circa € 800 miljoen tot circa € 1 miljard. Dit focust zich op agribusiness, glastuinbouw, (agro)logistiek en hieraan gerelateerde bedrijvigheid en onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Het verbinden van verschillende agro-marktsegmenten, zoals agribusiness, glastuinbouw en (agro)logistiek staat hierbij centraal. Hiervoor hebben de drie gemeenten en de provincie het Klavertje 4gebied aangewezen. Californië 2 ligt hierbinnen.

• •

12

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

Structuurvisie • Horst aan de Maas (2019)

Eén van de speerpunten van het gemeentelijk beleid is het versterken van de concurrentiepositie van duurzame agribusiness, door gebruik te maken van het innovatief vermogen van bedrijven en door in te zetten op de praktische toepassing van wetenschappelijk onderzoek.

Belangrijkste conclusies t.a.v. beleid De ontwikkeling van bedrijventerrein voor agri&food past binnen de beleidskaders. Zo zet de provincie sterk in op de versterking van de agrifoodsector. Ook binnen de Greenport Venlo en de gemeente Horst aan de Maas is dit een belangrijk speerpunt, waarbij het verbinden van verschillende agro-marktsegmenten centraal staat. De combinatie van agrifood en glastuinbouw binnen het ontwikkelgebied Californië 2 sluit hier zeer goed op aan.

2.2 AFBAKENING SECTOR EN ONDERZOEKSGEBIED Afbakening agri&food Agri&food is gericht op de gehele voedselketen, die bestaat uit twee delen: • De primaire productie van (grondstoffen voor) levensmiddelen en de verwerking hiervan in de voedingsmiddelenindustrie. Dit is de kern van Agri&food. Bij de subsector Primaire productie moet met name gedacht worden aan de kleine boerenbedrijven op het gebied van akkerbouw en het fokken en houden van dieren. De verwerking van onder andere vlees, zuivel, suiker, groente en fruit en verschillende halffabricaten behoort tot de subsector Voedingsmiddelenindustrie. • Groot- en detailhandel en ontwikkeling en onderzoek: samen met de kern vormen deze vier schakels de keten van agri&food. Hierbij gaat het om de speciaal voor voedingsmiddelen bestemde logistiek, handel en financiële dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling op het gebied van de landbouw en de voedingsmiddelenindustrie.

FIGUUR 3 AFBAKENING AGRI&FOOD Bron: CBS, Monitor Topsectoren (2018)

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

13

De kwantitatieve behoefte brengen we in beeld aan de hand van de markt voor bedrijventerreinen. De kwalitatieve behoefte richten we op de markt voor agri&food bedrijventerreinen. Bijlage 1 geeft de afbakening van agri&food weer aan de hand van sbi-codes, aansluitend op de afbakening in de Monitor Topsectoren van het CBS. Afbakening onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is vastgesteld op basis van verhuisbewegingen van bedrijven binnen de agri&food. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het merendeel van de bedrijfsmigratie plaatsvindt over korte afstand. 94% van de bedrijven verhuist binnen de eigen regio (Ruimtelijk Planbureau; Pellenbarg en Van Steen). Daarbij zijn bedrijven in de agri&food sector veelal honkvast.1 Door grote investeringen op productielocaties breiden bedrijven sneller uit op bestaande locaties dan verplaatsing, wat kapitaalderving betekent. Wanneer bedrijven wel verplaatsen, is dit meestal over kleine afstand vanwege behoud van personeel. Ook agri&food bedrijven in Horst aan de Maas verhuisden in de periode vanaf 2011 grotendeels binnen de eigen gemeente (67%; Vastgoeddata, 2021). Daarnaast vonden de verhuisbewegingen met name in Noord-Limburg plaats. 90% van alle verhuisbewegingen van agri&food bedrijven in Horst aan de Maas, vonden plaats binnen de regio Noord-Limburg. Wij hanteren Noord-Limburg daarom als onderzoeksgebied (Figuur 4).

Dit betreft de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas, Venray, Peel en Maas, Beesel, Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.

FIGUUR 4 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED NOORD-LIMBURG

1 Visser (2014), Clustering van agribusiness bedrijven in de Greenport Noord-Holland Noord; Ladder-toets Klaver 3

Horst aan de Maas (2018)

14

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

2.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG In dit hoofdstuk is de ontwikkeling van de vraag naar bedrijventerreinen in het onderzoeksgebied geanalyseerd. Ten eerste is dit gedaan voor de markt voor bedrijventerreinen. Daarna is de kwalitatieve vraag naar agri&food in beeld gebracht. KWANTITATIEVE VRAAG

Werkgelegenheidsgroei • In het onderzoeksgebied was in 2019 sprake van ca. 56.250 banen in bedrijventerrein gerelateerde sectoren2. • In de afgelopen tien jaar is de werkgelegenheid in deze sectoren met ca. 1% gegroeid. Met name de groei in de logistiek was fors (+20%, Figuur 5). 60.000 50.000 40.000

31.671

35.450

31.731

20.504

21.291

24.577

2009

2014

2019

30.000 20.000 10.000 0 Logistiek

Overige bedrijventerreinen gerelateerde werkgelegenheid

FIGUUR 5 ONTWIKKELING WERKGELEGENHEID NOORD-LIMBURG 2009-2019 Bron: LISA, bewerking Bureau Stedelijke Planning

Historische uitgifte • In de periode 2011-2020 was de gemiddelde uitgifte van bedrijventerreinen in Noord-Limburg ca. 43 ha per jaar (Figuur 6). In deze periode was zowel sprake van jaren met hoogconjunctuur als jaren met laagconjunctuur. Per saldo geeft de gemiddelde uitgifte over deze periode een representatief beeld van de toekomstige economische ontwikkeling in de regio.

2

Bron: LISA, afbakening: C Industrie, F Bouw, G45 Autohandel, G46 Groothandel, H49 Goederenvervoer, H52 Opslag, J58 Uitgeverijen, N77 Verhuur/Lease roerende goederen, S95 Reparatie

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

15

100 80 60 40 20 0 2011

2012

2013

Beesel

Gennep

2014

2015

Horst aan de Maas

2016

2017

2018

Peel en Maas

2019

Venlo

2020

Venray

FIGUUR 6 HISTORISCHE UITGIFTE BEDRIJVENTERREINEN NOORD-LIMBURG 2010-2019 Bron: Provincie Limburg (2020), bewerking Bureau Stedelijke Planning

Prognose tot 2031 • De ontwikkeling van de werkgelegenheid blijft achter bij de historische uitgifte van bedrijventerreinen in de afgelopen tien jaar. Belangrijke oorzaken hiervoor zijn robotisering en automatisering.3 Dit speelt met name in de logistieke sector, die met 44% een groot aandeel heeft in de totale werkgelegenheid in Noord-Limburg. Deze ontwikkeling leidt ertoe dat het ruimtegebruik sterker toeneemt dan het aantal banen. • Om deze reden geeft het extrapoleren van de historische uitgifte als methode voor het berekenen van de behoefte tot 2031 een beter beeld dan op basis van de werkgelegenheidsgroei. • Extrapolatie van de historische uitgifte naar de toekomst resulteert in een vraag naar bedrijventerreinen van ca. 430 ha tot 2031. De totale vraag naar bedrijventerreinen in Noord-Limburg tot 2031 bedraagt 430 ha. KWALITATIEVE VRAAG NAAR AGRI&FOOD •

• •

In Noord-Limburg bestaan ca. 26.200 banen in de sector agri&food (1.1Bijlage 1). Na 2011 heeft er een flinke afname van het aantal banen plaatsgevonden, maar door een groei die in 2014 is ingezet is de werkgelegenheid nu ongeveer weer op het niveau van 2010 (Figuur 7). In de periode 2010-2020 is de werkgelegenheid met ca. 1% toegenomen. Sinds 2015 was de groei ca. 4,3%. De sector agri&food heeft een substantieel aandeel in de totale bedrijventerreinen gerelateerde werkgelegenheid in Noord-Limburg. De geconstateerde vraag naar bedrijventerreinen richt zich daarom voor een substantieel deel op agri&food bedrijvigheid.

3 Productieprocessen worden geautomatiseerd, gerobotiseerd of gevirtualiseerd, bijvoorbeeld door geautomatiseerde

fabrieken of geavanceerde machines die productieprocessen overnemen. In de logistieke sector zien we dat het ruimtegebruik blijft groeien, maar de werkgelegenheid stijgt niet (evenredig) mee. Om deze reden wordt de werkgelegenheidsontwikkeling veelal niet meer als methodiek gehanteerd om de logistieke behoefte te prognosticeren.

16

•

•

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

De werkgelegenheid in agri&food bedraagt ca. 50% van de totale bedrijventerreinen gerelateerde werkgelegenheid in Noord-Limburg. Daarnaast heeft ca. 68% van de uitgifte op bedrijventerreinen sinds 2010 plaatsgevonden op terreinen die geschikt zijn voor agri&food. Dit betrof echter niet alleen uitgifte voor bedrijven binnen de sector agri&food, maar ook uit andere sectoren zoals de (grootschalige) logistiek. Wij gaan er daarom van uit dat ca. 50% van de geconstateerde vraag tot 2031 zich richt op agri&food.4 Op basis van een vraag naar bedrijventerreinen van 430 ha, bedraagt de vraag naar agri&food in Noord-Limburg ca. 215 ha tot 2031. 26.500 26.000 25.500 25.000 24.500 24.000 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

FIGUUR 7 ONTWIKKELING WERKGELEGENHEID AGRI&FOOD NOORD-LIMBURG 2010-2020 Bron: Etil, Vestigingenregister Limburg

Vestigingscriteria Recente ontwikkelingen zorgen dat de foodindustrie volop in beweging is. Consumenten stellen steeds hogere eisen aan voedselproducten en het belang van de voedselkwaliteit en -veiligheid is toegenomen. Ook wordt er steeds meer waarde gehecht aan duurzaamheid en dierenwelzijn door consumenten, maar tegelijkertijd tegen minimale kosten. Belangrijke vestigingscriteria voor agri&food zijn: • Bereikbaarheid: binnen de agri&food is de bereikbaarheid een van de belangrijkste locatiefactoren. Een locatie dicht bij de snelweg, in het bijzonder de belangrijke logistieke corridors in het land, is doorslaggevend. Californië 2 ligt nabij een van de topcorridors van Nederland: de logistieke hotspot Venlo-Venray.5 • Grote en regelmatige verkaveling: binnen de sector is sprake van schaalvergroting om efficiënter te kunnen produceren. Onder druk van de internationale concurrentie zet schaalvergroting van productie zich voort. Dit heeft geleid tot een vraag naar grotere en vierkante kavels. Een regelmatige kavelstructuur maakt uitbreiding mogelijk. 4 Wij gaan er hierbij van uit dat het ruimtegebruik voor agri&food niet substantieel afwijkt van het gemiddelde

ruimtegebruik in bedrijventerreinen gerelateerde sectoren. Het ruimtegebruik per werknemer voor alle bedrijventerreinen gerelateerde sectoren ligt op ca. 400 m² en voor logistiek ca. 415 tot 425 m² (bron: Rebis Provincie Limburg, bewerking Stec Groep 2018). Aangezien agri&food ook voor een substantieel deel uit logistiek bestaat, is de verwachting dat het ruimtegebruik voor agri&food eerder boven dan onder het gemiddelde ligt. Hiermee is een aandeel van 50% eerder een conservatieve inschatting. 5 https://www.wijlimburg.nl/nieuws-overzicht/venlo-venray-terug-in-top-3-logistieke-hotspots/

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

•

Clustering agri&food: door de ligging in de Greenport Venlo is dit gebied

•

aantrekkelijk voor innovatieve ondernemers in de agri&food. Zo verbindt Brightlands Campus Greenport Venlo bedrijven in de agri&food aan partners in het bedrijfsleven, onderzoeksinstituten, onderwijsinstellingen en de overheid. Hiermee is het voor agri&food bedrijven aantrekkelijk om zich binnen de Greenport Venlo te vestigen. Californië 2 ligt hierbinnen. Battle for talent: de veranderingen in het agrofoodcluster hebben ook gevolgen voor de vaardigheden van werknemers in het cluster en de behoefte aan personeel. Nabijheid van voldoende personeel met de juiste kwaliteiten is daarom van steeds groter belang. Om deze reden is de clustering van internationale werknemers en bedrijven in de agri&food sector binnen deze ontwikkeling van belang.

2.4 ONTWIKKELING VAN HET AANBOD •

•

• •

•

Voor de Ladder dient al het aanbod waarvoor een bestemmingsplan is vastgesteld meegenomen te worden als harde plancapaciteit. Aanbod waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld geldt als zacht. Of en wanneer het zachte aanbod ontwikkeld wordt is onzeker. Op dit moment is er ca. 199 ha aan harde plancapaciteit op bedrijventerreinen (Bijlage 2). Dit betreft direct en niet-direct uitgeefbaar areaal aan bedrijventerreinen dat is vastgesteld in (ontwerp)bestemmingsplannen. Het grootst uitgeefbare areaal bestaat op Trade Port Noord (Sevenum en Venlo) met in beide gemeenten in totaal 77 ha. De harde plancapaciteit is geanalyseerd op basis van geschiktheid voor de agri&food sector (Bijlage 2). De harde plancapaciteit voor agri&food bedraagt ca. 149 ha. Hierbij is echter ook alle plancapaciteit meegerekend van terreinen die meerdere profileringen kennen. Dit geldt met name voor Trade Port Noord, dat gericht is op grootschalige bedrijvigheid in logistiek, agrofood en maakindustrie. In de praktijk blijkt dat een groot deel van dit terrein gericht is op de grootschalige logistiek. Hiermee zal naar verwachting niet al het uitgeefbaar areaal toekomen aan agri&food.

2.5 ACTUELE REGIONALE BEHOEFTE KWANTITATIEVE BEHOEFTE

Op basis van de verwachte vraag en de harde plancapaciteit bestaat er in NoordLimburg tot 2031 een behoefte aan ca. 231 ha bedrijventerrein (Tabel 1).

17

18

Bedrijventerreinen

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

VRAAG

PLANCAPACITEIT

BEHOEFTE

430 ha

199 ha

231 ha

TABEL 1 BEHOEFTE AAN BEDRIJVENTERREINEN

BEHOEFTE AGRI&FOOD

De verwachte vraag en harde plancapaciteit voor agri&food leidt tot een behoefte aan ca. 66 ha bedrijventerrein voor agr&food in Noord-Limburg tot 2031 (Tabel 2).

Agri&food

VRAAG

PLANCAPACITEIT

BEHOEFTE

215 ha

149 ha

66 ha

TABEL 2 BEHOEFTE AAN AGRI&FOOD

Zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht bestaat er voldoende behoefte om de ontwikkeling van 23,4 ha bedrijventerrein in Californië 2 gericht op agri&food te realiseren.

2.6 MOGELIJKHEDEN IN BESTAAND STEDELIJK GEBIED De Ladder vereist dat als er sprake is van een behoefte, geanalyseerd dient te worden in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien in bestaand stedelijk gebied. Wanneer blijkt dat de ontwikkeling hier niet mogelijk is, is het toegestaan op uitleglocaties te bouwen. Binnen het onderzoeksgebied is in het bestaand stedelijk gebied geanalyseerd in hoeverre er locaties beschikbaar zijn met voldoende omvang om te voorzien in de voorgenomen ontwikkeling (23,4 ha). Indien er sprake is van een omvangrijke leegstand of braakliggende kavels op bedrijventerreinen biedt dit mogelijkheden voor nieuwe invulling en/of herstructurering en het opnieuw op de markt brengen van kavels. Het aanbod aan bedrijfsruimten en braakliggende kavels in het onderzoeksgebied is vanuit deze overwegingen geïnventariseerd.6 Hierbij zijn alle bedrijventerreinen meegenomen die geschikt zijn voor agri&food. Overige terreinen kennen een afwijkende profilering, waardoor de vestiging van bedrijven in de agri&food hier niet aansluit op het karakter van het terrein. Op het Agri Business Park en Trade Port Noord (Venlo) bestaat nog braakliggend areaal. Deze kavels zijn echter niet meer beschikbaar: • Op het Agri Business Park betreft dit een kavel van 13,5 ha die reeds is uitgegeven, maar nog onbebouwd is. Hier is een grootschalige mestverwerking voorzien.

De levering is gekoppeld aan een onherroepelijke vergunning die momenteel bij de Raad van State ligt. 6 Bron: Provincie Limburg (2021), Uitgegeven kavels naar benutting 31-12-2020

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

•

•

• •

19

Wanneer deze kavel toch weer beschikbaar zou komen, bestaat met aftrek van dit areaal echter nog voldoende behoefte voor de ontwikkeling van Californië 2. Op Trade Port Noord bestaat ca. 29 ha braakliggend areaal: − Kavel 3c II (ca. 20,3 ha): deze kavel is in 2021 verkocht aan VidaXL (online retailer op het gebied van huis- en tuinartikelen) en wordt momenteel bebouwd. − Kavel 4bc (ca. 5,1 ha): deze kavel is begin 2020 verkocht aan VidaXL. Dit betrof een latere levering aangezien daar nog een onteigening liep waardoor dit deel nog niet bij het reeds bestaande gebouw kon worden getrokken. Ook deze kavel is dus niet meer beschikbaar. − Kavel 2c (ca. 3,8 ha): deze kavel is in 2020 verkocht aan ontwikkelaar Goodman die daar drie bedrijven huisvest. In het onderzoeksgebied bestaat vrijwel geen leegstand van bedrijfspanden op terreinen die geschikt zijn voor agri&food. Alleen op Spikweien bestaat ca. 1.700 m² leegstaand vastgoed. Het is echter lastig om nieuwe eindgebruikers in te passen in een bestaand bedrijfspand, aangezien bedrijfspanden veelal op maat zijn gemaakt voor de eerste eindgebruiker. Dit maakt het pand incourant voor nieuwe eindgebruikers in de agri&food sector. Bovendien is dit ruim onvoldoende om in de behoefte aan agri&food in de regio te voorzien. Overige braakliggende kavels zijn nog niet uitgegeven en zijn daarom al meegenomen in het harde planaanbod.

De huidige leegstand van bedrijfsruimten7 in Noord-Limburg is ca. 6%. Dit ligt op het niveau van de gewenste frictieleegstand8 (5% a 6%) die door invulling verder zou toenemen en daarmee onder de frictieleegstand zou uitkomen.

CONCLUSIE LADDERRUIMTE AGRI&FOOD

In het onderzoeksgebied bestaat een behoefte aan 231 ha aan bedrijventerrein en 66 ha voor agri&food. Hierbij is voor agri&food alle plancapaciteit meegerekend van terreinen die geschikt zijn voor dit segment, maar meerdere profileringen kennen. Een substantieel deel van deze plancapaciteit zal naar verwachting toekomen aan andere segmenten dan agri&food, met name de (grootschalige) logistiek die niet gerelateerd is aan agri&food. Hiermee ligt de plancapaciteit voor agri&food in feite lager. Er bestaat in het onderzoeksgebied geen alternatief voor de voorgenomen ontwikkeling van 23,4 ha binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van bedrijventerrein voor agri&food op Californië 2 voldoet hiermee aan de eisen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Bovendien sluit de ontwikkeling goed 7 Dit betreft zowel leegstaande bedrijfsruimten als braakliggende kavels en gaat om alle bedrijventerreinen in Noord-

Limburg (ook terreinen niet gericht op agri&food). Bron: Werklocaties Limburg 2020 8 Een frictieleegstand van ca. 5% à 6% wordt over het algemeen gezien als een gezonde leegstand die nodig is voor een noodzakelijke investerings- en verhuisdynamiek.

20

BEHOEFTE AGRI&FOOD BEDRIJVEN

aan op de beleidskaders, waarin wordt ingezet op het uitbouwen van de agri&food sector in (Noord-)Limburg. Ook wordt in het Klavertje 4-gebied specifiek ingezet op het verbinden van agri&food en glastuinbouw. Hier sluit de ontwikkeling van Californië 2 naadloos op aan. Tot slot sluit de ontwikkeling goed aan op de vestigingscriteria voor agri&food bedrijven.

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

21

3 BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

In dit hoofdstuk tonen we de behoefte van huisvesting voor arbeidsmigranten aan. Te beginnnen met het voorgenomen concept en het beleidskader. Vervolgens brengen we de vraag, aanbod en de behoefte in beeld. We sluiten af met een analyse van de mogelijke alternatieven in binnenstedelijk gebied.

Kwalitatief hoogwaardige huisvesting voor arbeidsmigranten De beoogde ontwikkeling in Californië 2 bestaat uit huisvesting voor arbeidsmigranten met een tijdelijk verblijf. Het betreft een ontwikkeling met ruimte voor 300 verblijfsplekken voor arbeidsmigranten. In centrale huisvesting zijn woonomstandigheden goed te organsieren met voorzieningen. Een voordeel ten opzichte van huisvesting op andere plekken is dat het toezicht en beheer beter te regelen is. Dit voorkomt onveilige woonsituaties en uitbuiting, die op grote schaal plaatsvinden door de onzichtbaarheid ervan9. Het rapport van Roemer10 roept op om de onveilige situaties tegen te gaan en degelijke huisvesting voor arbeidsmigranten te regelen. Een organisatie zorgt voor het beheer, de veiligheid, een huishoudelijk regelement en de sociale borging. Ook heeft het een keurmerk van Stichting Normering Flexwonen (SNF)- keurmerk. Dit vanuit de noodzaak om huisvesting voor arbeidsmigranten te verbeteren. Deze elementen zorgen voor een goed beheer op de locatie die ten goede komt aan de huisvesting van bewoners en haar omgeving.

3.1 BELEIDSKADER BELEIDSDOCUMENT

RELEVANTE ONDERDELEN

Limburgse Agenda Wonen 2020-2023

•

Limburg heeft te maken met een afname van de beroepsbevolking, hierdoor zijn Nederland en ook Limburg afhankelijk van internationale werknemers. Onderdeel van de provinciale Agenda Wonen is het versneld realiseren van woningen voor internationale werknemers. Als gevolg van het aantrekken van de economie en de vestiging van nieuwe bedrijven heeft een toestroom van internationale werknemers

9 https://nos.nl/artikel/2383190-migranten-in-mensonterende-situatie-aangetroffen-op-boerderij-in-limburg 10 Rapport Geen Tweederangsburger van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (commissie Roemer (2020)

22

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

plaatsgevonden (grotendeels kort verblijvend), waarvoor dringend behoefte is aan (tijdelijke) huisvesting. Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014

•

•

De regionale visies geven een beeld van de actuele en toekomstige kwalitatieve en kwantitatieve vraag van prioritaire doelgroepen en in welke mate de woningvoorraad en woonomgeving hieraan voldoen. Prioritaire doelgroepen betreffen zorgbehoevenden, jongeren, verblijfsgerechtigden en woonurgenten waaronder arbeidsmigranten. Momenteel zijn er grote groepen arbeidsmigranten werkzaam in Nederland en deze groep zal naar verwachting steeds verder groeien. Dit blijkt ook uit cijfers het onderzoek van Decisio naar internationele werknemers in Limburg (2020, in opdracht van provincie Limburg).

Omgevingsverordening • Limburg 2021 (ontwerp)

Wanneer wordt voorzien in een functie die de tijdelijke of permanente huisvesting van internationale werknemers toestaat, houdt het gemeentebestuur rekening met de normenset voor huisvesting van internationale werknemers voor het register van de Stichting Normering Flexwonen.

Provincie Limburg • Beleidsnota huisvesting • arbeidsmigranten 2016

Huisvesting van arbeidsmigranten moet zoveel mogelijk plaatsvinden in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden of dorpen. Nieuwbouw buiten de reguliere woningvoorraad ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten is uitgesloten, tenzij het gaat om transformatie van bestaande bebouwing (sloop en vervolgens nieuwbouw op dezelfde plek). Met uitzondering van huisvesting in woonuntis. Het beleid van de provincie stuurt vooral op huisvesting binnen de reguliere woningvoorraad in of nabij bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen. In een brief van 18 mei 201811, vraagt de provincie echter aandacht voor de short stay huisvesting van internationale werknemers in Limburg. De Provincie vraagt de gemeenten in Limburg om werk te maken van structurele huisvestingsmogelijkheden voor internationale werknemers en wil daarbij ondersteunen. De gemeente is bevoegd gezag voor het planologisch mogelijk maken van huisvestingslocaties.

•

Beleidsnota Arbeidsmigranten Horst aan de Maas 2019

•

•

Er kan voor maximaal twee nieuw te bouwen grootschalige woonvoorzieningen medewerking worden verleend indien deze gelegen zijn op of nabij werkgelegenheidsgebieden (met een maximum van 300 personen per locatie). De beoogde locatie binnen Californië 2 is als één van deze grootschalige woonvoorzieningen aangewezen. Nieuwbouw op bedrijventerreinen is alleen toegestaan als dit direct gelegen is aan de rand en ontsluiting van het terrein. Tevens moet de locatie landschappelijk worden ingepast en gelegen zijn op redelijke afstand van voorzieningen. Parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden.

11 https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.1640.BP20LeuHuisvesting-ON01/b_NL.IMRO.1640.BP20LeuHuisvesting-

ON01_tb1.pdf

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

23

Belangrijkste conclusies t.a.v. beleid Het ontwikkelen van huisvesting voor arbeidsmigranten past binnen het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Californië is aangewezen als ontwikkelgebied voor een nieuw te bouwen grootschalige woonvoorzieningen. Met deze ontwikkeling wordt deels aan de dringende woonbehoefte voldaan.

3.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED EN DEFINITIE Onderzoeksgebied Het primaire onderzoeksgebied betreft de gemeente Horst aan de Maas en het secundaire onderzoeksgebied het COROP gebied Noord-Limburg (Figuur 8). Dit is gebaseerd op het functioneren van de arbeidsmarkt met forenzenstroom als uitgangspunt. Ook kijken we naar de provincie Limburg als geheel om de cijfers in perspectief te plaatsen. Vanwege beschikbaarheid van databronnen heeft deze onderbouwing betrekking op de periode 2021 – 2030. Afbakening arbeidsmigranten Internationale werknemers zijn op te delen in: kenniswerkers en arbeidsmigranten. Dit onderscheid is gemaakt omdat de opgaven voor kenniswerkers en arbeidsmigranten verschillen en om een andere aanpak vragen. Kenniswerkers verdienen meer dan arbeidsmigranten, werken vaak in banen waarvoor een hoger opleidingsniveau vereist is en verblijven gemiddeld voor langere tijd in Nederland. De opgave van arbeidsmigranten is gericht op flexibele en tijdelijke huisvesting. Deze Ladderonderbouwing is gericht op arbeidsmigranten.

FIGUUR 8 PRIMAIR EN SECUNDAIR ONDERZOEKSGEBIED Bron: Bureau Stedelijke Planning

24

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

3.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG Sinds 2007 is het voor werknemers uit acht nieuwe EU lidstaten 12 toegestaan om in Nederland te werken. Sinds de invoering van deze maatregel is de toestroom van internationale werknemers uit EU-landen naar Nederland sterk gestegen. In Nederland groeide het aantal internationale werknemers met 21% per jaar tussen 2010 en 2018. In de provincie Limburg was dit 47%. Het aantal internationale werknemers in Limburg groeit harder dan gemiddeld in Nederland en bestaat in 2018 uit ruim 75.100 personen (Figuur 9).

FIGUUR 9 ONTWIKKELING AANTAL INTERNATIONALE WERKNEMERS WERKZAAM IN LIMBURG Bron: Decisio, op basis van CBS Microdata in opdracht van Stuurgroep Internationale werknemers Limburg , 2020

Het aantal arbeidsmigranten werkzaam in Limburg is sinds 2011 meer dan verdubbeld, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 15 procent (Figuur 10). In Noord-Limburg is het aantal arbeidsmigranten het hoogst en is het aantal ook het snelst gegroeid. Het aantal internationale kenniswerkers werkzaam in Limburg is tussen 2010 en 2018 gegroeid met gemiddeld 10 procent per jaar, meer dan een verdubbeling. Noord-Limburg is de belangrijkste woonregio voor arbeidsmigranten. Voor kenniswerkers is dit Zuid-Limburg.

FIGUUR 10 ONTWIKKELING ARBEIDSMIGRANTEN IN LIMBURG2010 -2018 FIGUUR 11 ONTWIKKELING KENNISWERKERS IN LIMBURG 2010-2018 Bron: Decisio, op basis van CBS Microdata in opdracht van Stuurgroep Internationale werknemers Limburg , 2020

Tabel 3 geeft het berekende aantal arbeidsmigranten dat in Limburg woont weer. 12 Estland, Letland, Litouwen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Polen en Hongarije

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

REGIO

25

SCHATTING AANTAL IN LIMBURG WONENDE ARBEIDSMIGRANTEN

Noord-Limburg

21.700 – 31.300

Midden-Limburg

7.700 – 12.300

Zuid-Limburg

13.200 – 14.700

Totaal Limburg

42.600 – 58.300

TABEL 3 SCHATTING AANTAL WOONACHTIGE ARBIEDSMIGRANTEN NAAR REGIO 2018 Bron: Decisio, op basis van CBS Microdata in opdracht van Stuurgroep Internationale werknemers Limburg , 2020

Verwachte groei tot 2030 De komende jaren groeit het aantal arbeidsmigranten door verminderende (Nederlandse) beroepsbevolking en blijvende groei van werkgelegenheid. Dit leidt tot een verwachte toename van 65.600 arbeidsmigranten in Limburg (Tabel 4). Dit is een verdubbeling ten opzichte van het huidige aantal. In Noord-Limburg is de verwachte groei geraamd op 39.400. REGIO

2018

2030

GROEI TOT 2030

Noord-Limburg

31.300

70.700

+39.400

Limburg

58.300

123.900

+65.600

TABEL 4 PROGNOSE ONTWIKKELING ARBEIDSMIGRANTEN PROVINCIE LIMBURG TOT 2030 Bron: Decisio in opdracht van Stuurgroep Internationale werknemers Limburg , 2020

De verblijfsduur van arbeidsmigranten is verschillend van aard. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen short, mid en long stay13. Arbeidsmigranten weten vaak vooraf niet of hun verblijf in Nederland leidt tot tijdelijke of permanente vestiging. De huisvestingsvragen van arbeidsmigranten lopen dan ook in elkaar over. • In Noord-Limburg is het percentage short stay veruit het hoogst. Voor langof permanent verblijvende arbeidsmigranten is de huisvestingsvraag te kenmerken als een reguliere woningvraag zowel in de huur- als koopsector. Short en midstay zijn beide van tijdelijke aard. • Aan de hand van de verwachte toename van de huisvestingsopgave en de verblijfsduur van arbeidsmigranten is de huisvestingsopgave berekend (Tabel 5). Hierbij is rekening gehouden met elkaar opvolgende arbeidsmigranten: een deel van de arbeidsmigranten die korter dan een half jaar werkt, volgt elkaar op. Hierdoor komt de huisvestingsopgave lager uit dan de totale toename van het aantal arbeidsmigranten. REGIO Noord-Limburg

SHORT-STAY

MID-STAY

LONG-STAY

TOTAAL

+ 13.700

+ 11.200

+ 9.700

+ 34.600

TABEL 5 PROGNOSE HUISVESTINGSOPGAVE VOOR ARBEIDSMIGRANTEN TOT 2030 NAAR TYPE VERBLIJF Bron: Decisio in opdracht van Stuurgroep Internationale werknemers Limburg , 2020 13 Short stay: beperkt tot enkele weken; mid stay: tot drie jaar; long stay; langer dan 3 jaar.

26

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

Verwachte groei in Horst aan de Maas • Om de groei te berekenen naar gemeenteniveau gebruiken we de huidige verdeling van de bevolking in Noord-Limburg als verdeelsleutel. Voor de gemeente Horst aan de Maas komt dit uit op 15%. Met een verwachte toename van 39.400 arbeidsmigranten in Noord-Limburg kan Horst aan de Maas rekenen op een toename van circa 5.910 arbeidsmigranten tot 2030. Dit is een conservatieve inschatting. In de praktijk ligt het waarschijnlijk hoger door de aanwezigheid en de toename van bedrijven met een grote behoefte aan arbeidsmigranten. • Aan de hand van dezelfde verdeelsleutel (15%) bereken we de huisvestingsopgave naar type verblijf in de gemeente Horst aan de Maas (Tabel 6). • De vraag naar tijdelijke huisvesting14 in Horst aan de Maas komt neer op 3.735 plekken tot 2030. REGIO

SHORT-STAY

MID-STAY

tijdelijke huisvesting Horst aan de Maas

+ 2.055

LONG-STAY

TOTAAL

permanent + 1.680

+ 1.455

+ 5.190

TABEL 6 PROGNOSE HUISVESTINGSOPGAVE VOOR ARBEIDSMIGRANTEN TOT 2030 NAAR TYPE VERBLIJF Bron: Bureau Stedelijke Planning (2021) met data van Decisio 2020

3.4 ONTWIKKELING VAN HET AANBOD Wat betreft het aanbod van verblijfsplekken voor EU-arbeidsmigranten is veel onduidelijkheid. Gemeenten tasten in het duister door het gebruik van informele plekken als campings, recreatieparken en boerderijen15. • In Horst aan de Maas lag het aantal vergunde short stay16 verblijfsplekken in 2018 op 3.135 plekken (Figuur 12). In 2020 is het aantal vergunde short stay plekken gestegen naar 4.000 plekken17 (+865 plekken t.o.v. 2018). In de gemeente Horst aan de Maas zijn in 2020 circa 2.000 arbeidsmigranten geregisteerd in het BRP. • In de periode 2019 – 2020 zijn met name kleinschalige locaties vergund. Daarnaast is er een grotere locatie vergund: LH Greenport in Sevenum met 416 plekken. • In 2021 zijn er tot juni vier locaties 18 vergund met in totaal 223 plekken. • Dat maakt dat er in de periode tussen 2018 en juni 2021 ca. 1.090 plekken zijn vergund.

14 Short- en mid stay 15 https://nos.nl/artikel/2383190-migranten-in-mensonterende-situatie-aangetroffen-op-boerderij-in-limburg 16 De gemeente duidt tijdelijke huisvesting aan met short stay plekken. Hier valt midstay onder. 17 Gemeente Horst aan de Maas – RIB Beleid internationale werknemers herzien (08-12-2020) 18 Zwarte Plakweg 48a, Horsterdijk 116, Roothweg 14a en Hosterweg 57b

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

27

FIGUUR 12 VERGUNDE HUISVESTING SHORT-STAY ARBEIDSMIGRANTEN 2012 T/M 2018 Bron: Gemeente Horst aan de Maas (2019)

Toekomstig aanbod • De gemeente Horst aan de Maas behandelt sinds december 2020 geen nieuwe aanvragen meer. De locaties die al in procedure zijn, worden nog afgerond (waaronder de vier bovengenoemde locaties). • Buiten de aanvragenstop om is er wel ruimte voor twee grootschalige locaties, hiervan is Californië 2 er één van. • Er zijn ons verder geen plannen bekend in de gemeente Horst aan de Maas met een harde plantitel.

3.5 ACTUELE REGIONALE BEHOEFTE De behoefte in Horst aan de Maas brengen we in beeld door de toekomstige vraag en aanbod met elkaar te confronteren. • Op basis van de vraag naar de tijdelijke huisvestingsplekken, gerealiseerd aantal huisvestingsplekken (2018 – 2021) en het aanbod is de behoefte aan tijdelijke huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten tot 2030 berekend. • Er blijkt in de gemeente Horst aan de Maas ruim voldoende behoefte voor de ontwikkeling van 300 plekken voor arbeidsmigranten (Tabel 7). • In de gemeente Horst aan de Maas is behoefte aan 2.645 tijdelijke huisvestingsplekken. De 300 plekken in het plan Californie 2 voorzien hier deels in. VRAAG 2018 GEREALISEERD TOEKOMSTIG TOT 2030 2018 T/M 2021 AANBOD Horst aan de Maas

3.735

+1.090

TABEL 7 KWANTITATIEVE BEHOEFTE IN GEMEENTE HORST AAN DE MAAS TOT 2030 Bron: Bureau Stedelijke Planning

0

BEHOEFTE 2.645

28

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

Met de voorgenomen ontwikkeling in Californië 2 kan de gemeente Horst aan de Maas deels voorzien in de behoefte naar huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten met een tijdelijk verblijf. Daarnaast draagt het plan bij aan het terugdringen van onveilige informele woonsituaties door het vergroten van kwalitatief hoogwaardig aanbod.

3.6 MOGELIJKHEDEN IN BESTAAND STEDELIJK GEBIED De Ladder vereist dat als er sprake is van een behoefte, geanalyseerd dient te worden in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien in bestaand stedelijk gebied. Wanneer blijkt dat de ontwikkeling hier niet mogelijk is, is het toegestaan op uitleglocaties te bouwen. Binnen het onderzoeksgebied is in het bestaand stedelijk gebied geanalyseerd in hoeverre er locaties beschikbaar zijn met voldoende omvang om te voorzien in de voorgenomen ontwikkeling. Conform het parapluplan ‘Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’ is huisvesting van arbeidsmigranten op hoofdlijn toegestaan bij agrarische bedrijven, in bestaande vrijkomende agrarische gebouwen nabij werkgelegenheidsgebieden, woningen binnen de kern en woningen in het buitengebied. Californië 2 wordt integraal ontwikkeld. De voorgenomen ontwikkeling is een grootschalige woonvoorziening met 300 huisvestingsplekken in combinatie met beheer voor tijdelijk verblijf van arbeidsmigranten. Reguliere woningen in de kern zijn niet voorhanden door de hoge druk op de woningmarkt. De woningmarktregio Venlo19 kampt in 2021 met een geschat tekort van 5.400 woningen (2,7%). Huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten in reguliere huisvesting is niet haalbaar.

Indien er sprake is van leegstand bij agrarische bedrijven of agrarische gebouwen nabij werkgelegenheid biedt dit mogelijkheden voor nieuwe invulling. Het aanbod leegstaande panden in het primaire onderzoekgebied is vanuit deze overwegingen geïnventariseerd. Vanuit deze inventarisatie komen geen alternatieve panden naar voren die op kunnen worden ingericht voor de huisvesting van arbeidsmigranten met de aard en omvang als beoogd voor de onderhavige ontwikkeling. CONCLUSIE ONTWIKKELING HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN CALIFORNIE 2

In het onderzoekgsgebied bestaat een behoefte aan 2.645 tijdelijke huisvestingsplekken. Er bestaat in het onderzoeksgebied geen alternatief voor de voorgenomen ontwikkeling van 300 huisvestingsplekken binnen het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van de huisvesting voor arbeidsmigranten voldoet hiermee aan de eisen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Bovendien sluit de ontwikkeling goed aan op de beleidskaders, waarin wordt 19 ABF Research (2021)

BEHOEFTE HUISVESTING VOOR ARBEIDSMIGRANTEN

ingezet op het realiseren van woningen voor internationale werknemers. Daarnaast draagt het plan bij aan het terugdringen van onveilige informele woonsituaties door het vergroten van kwalitatief hoogwaardig aanbod voor arbeidsmigranten met een tijdelijk verblijf.

29

30

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

4 BEHOEFTE GLASTUINBOUW

In dit hoofdstuk is de ontwikkeling van 39,8 ha voor agrarisch-glastuinbouw (waarvan maximaal 35,9 ha bebouwd) in Californië 2 onderbouwd aan de Ladder.

4.1 BELEIDSKADER BELEIDSDOCUMENT RELEVANTE ONDERDELEN •

Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt de verplichting een Ladderonderbouwing op te stellen.20 De ontwikkeling van agrarische functies, zoals glastuinbouw, is volgens de Raad van State niet aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling. 21 Ook als de Ladder niet van toepassing is op het plan, is wel een onderbouwing nodig waaruit blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat het plan uitvoerbaar is.22

Provinciaal • Omgevingsplan Limburg 2014 (versie 2019) •

De provincie gaat uit van concentratie van glastuinbouw in de ontwikkelingsgebieden voor glastuinbouw. Nieuwvestiging is alleen hier mogelijk. Buiten de ontwikkelingsgebieden is doorgroei mogelijk in combinatie met sloop van bestaande kassen. De gemeenten Horst aan de Maas, Venlo en Peel en Maas hebben een gemeentelijke glas-voor-glasregeling. Voor elke m² nieuw glas moet elders 2 m² glas worden afgebroken.

Regionale visie Land- • en Tuinbouw NoordLimburg (2019)

De regio wil doorontwikkeling van glastuinbouwbedrijven faciliteren passend in de omgeving. Het behoud van ontwikkelmogelijkheden voor glastuinbouwbedrijven op de juiste plek (‘toekomstbestendige locaties’) staat voorop. De planologische ontwikkelruimte voor glastuinbouw in en buiten ontwikkelgebieden wordt heroverwogen. Voor solitair gelegen glastuinbouw wordt lokaal afgewogen of deze locaties toekomstbestendig zijn en schaalvergroting mogelijk is. Fasering van het aanbod van nieuwe gronden voor glastuinbouw is gewenst om te voorkomen dat tegelijkertijd teveel ruimte op de markt komt.

Rijksbeleid: Ladder voor duurzame verstedelijking

• •

•

Structuurvisie Horst • aan de Maas (2019)

Ten aanzien van glastuinbouw volgt de gemeente het provinciale beleid. Dat betekent dat nieuwvestiging primair

20 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6 lid 2 21 ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2896 22 ABRvS, 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

31

moet plaatsvinden in de gebieden met aanduiding ‘projectvestiging glastuinbouw (Californië)’ en ‘glastuinbouw concentratiegebieden’. Structuurvisie Klavertje 4

•

Deel van de ontwikkeling van Klavertje 4 is de ontwikkeling van klaver 12 (Californië West) met 200 ha glastuinbouw. Californië en klaver 12 zijn aangewezen als projectvestigingslocatie om ruimte te bieden aan de groei en schaalvergroting van de glastuinbouw en verplaatsing van bedrijven uit gevoelige delen in de buitengebieden. Naast kassen zijn ook bijbehorende voorzieningen als water, infrastructuur en landschappelijke inpassing nodig.

Belangrijkste conclusies t.a.v. beleid Het toevoegen van extra mogelijkheden voor vestiging van glastuinbouwbedrijven past binnen het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Californië is aangewezen als ontwikkelgebied glastuinbouw in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014. Nieuwvestiging is alleen binnen ontwikkelgebieden mogelijk. In 2000 is Californië/Siberië door het rijk als een van 10 bundelingslocaties glastuinbouw buiten de kerngebieden aangewezen om ruimte te creëren voor glastuinbouwbedrijven.

4.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED De glastuinbouw in Nederland is geconcentreerd binnen Greenport West-Holland, Greenport Aalsmeer en Greenport Venlo. Deze concentratiegebieden vormen ruimtelijk-economische clusters waarbinnen hechte netwerken bestaan tussen toeleveranciers, tuinders en afnemers. Buiten deze greenports zijn glastuinbouwbedrijven meer verspreid te vinden in landbouwontwikkelingsgebieden en provinciale satellietlocaties. Het onderzoeksgebied bestaat vanwege het bestaande sterke ruimtelijkeeconomische glastuinbouwcluster rondom Greenport Venlo uit de regio NoordLimburg waarin Greenport Venlo en de glastuinbouwlocatie Californië ligt. Circa 8% van het areaal glastuinbouw in Nederland bevindt zich in Limburg. Dit areaal is nagenoeg geheel te vinden in Noord-Limburg.

32

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

FIGUUR 13 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

4.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG Ontwikkeling glastuinbouw in Nederland Het teeltareaal glastuinbouw in Nederland in 2020 ligt net boven de 10.000 ha. Het areaal is afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven. Wel is binnen het areaal dynamiek zichtbaar. Zo worden traditionele glastuinbouwlocaties langzaam kleiner door opheffing of uitplaatsing van bedrijven en transformatie naar andere functies en zijn solitaire glastuinbouwbedrijven in toenemende mate opgeheven of uitgeplaatst naar concentratiegebieden. De landbouwontwikkelingsgebieden die daartoe zijn aangewezen in de Nota Ruimte zijn inmiddels nagenoeg volledig ontwikkeld. Daarnaast speelt binnen de glastuinbouw om concurrerend te blijven schaalvergroting een steeds belangrijkere rol. Door schaalvergroting is het teeltareaal per bedrijf sinds 2010 toegenomen van ca. 1,8 ha naar 2,8 ha in 2020 (Figuur 14). De schaalvergroting vindt in het bijzonder plaats binnen bestaande glastuinbouwgebieden, waar het ten koste gaat van andere bedrijven. Het aantal glastuinbouwbedrijven in Nederland is sinds 2010 afgenomen met ca. 37% tot 3.660 in 2020.23

23 CBS Landbouwtelling (2020)

33

7.000

30.000

6.000

25.000

5.000

20.000

4.000

15.000

3.000

10.000

2.000

5.000

1.000

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

0

2010

0

Areaal / bedrijf (m²)

Aantal bedrijven

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

FIGUUR 14 AANTAL EN GROOTTE GLASTUINBOUWBEDRIJVEN IN NEDERLAND (2010 -2020) Bron: Bureau Stedelijke Planning met data van CBS (2021)

450

35.000

400

30.000

350

25.000

300 250

20.000

200

15.000

150

10.000

100

5.000

50 0

Areaal / bedrijf (m²)

Aantal bedrijven

Ontwikkeling glastuinbouw in Noord-Limburg Circa 8% van het areaal glastuinbouw in Nederland bevindt zich in Limburg. Dit areaal is nagenoeg geheel te vinden in het onderzoeksgebied. Het gaat om circa 760 ha glastuinbouw in 2020. Ook hier is sprake van schaalvergroting van de bedrijven dat gepaard gaat met een afname van het aantal bedrijven.

0 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

FIGUUR 15 AANTAL EN GROOTTE GLASTUINBOUWBEDRIJVEN IN NOORD-LIMBURG (2010-2020) Bron: Bureau Stedelijke Planning met data van CBS (2021)

Typen glastuinbouwbedrijven Het aantal glastuinbouwbedrijven in het onderzoeksgebied bestaat voor meer dan de helft uit glasgroentetelers. Deze bedrijven nemen meer dan 75% van het areaal glastuinbouw in. Een gemiddelde glasgroenteteler in het onderzoeksgebied was in 2020 4,0 ha groot. Fruittelers (0,8 ha), boomkwekers (1,0 ha) en bloemenkwekers (1,6 ha) waren bescheidener qua omvang.

34

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

100%

Glasgroenten

80% Fruit onder glas

60% 40% 20%

Boomkwekerijgewassen en vaste planten

0%

Bloemkwekerijgewassen Aantal bedrijven

Oppervlakte

FIGUUR 16 AANTALLEN BEDRIJVEN EN OPPERVLAKTE GLASTUINBOUW NAAR TYPE Bron: CBS (2021)

Impact van de Coronacrisis In welke mate het Coronavirus en de maatregelen rondom het inperken van het virus invloed hebben gehad op de omzet hangt af van het type tuinbouwbedrijf. • Vooral bij bedrijven die gericht zijn op de export of afzet bij de horeca is tijdens de lockdown in 2020 omzet verloren gegaan. 24 Bedrijven die op de interne markt gericht zijn presteerden beter. Pot- en perkplantbedrijven profiteerden door het thuiswerken tijdens de lockdown en groente- en fruitbedrijven profiteerden door de aandacht voor een gezonder eetpatroon. • Ondanks de omzetdaling in 2020 is het gemiddelde inkomen 25 in 2020 positief. De bedrijven staan er na 2020 gemiddeld beter voor dan voor de kredietcrisis. € 400.000 € 300.000 € 200.000

Glasgroentenbedrijven

€ 100.000

Pot- en perkplantenbedrijven

€0

Snijbloemenbedrijven

-€ 100.000 -€ 200.000 FIGUUR 17 INKOMEN UIT BEDRIJF PER ONBETAALDE ARBEIDSJAAREENHEID Bron: WUR (2021); bewerking Bureau Stedelijke Planning

24 NVM (2021) 25 WUR (2021). Het WUR berekent jaarlijks het gemiddeld inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid met gegevens

uit het Bedrijveninformatienet

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

•

35

Het aantal transacties van bestaande glastuinbouwbedrijven is in 2020 weer toegenomen na vier jaar van afname. Het gaat dan met name om kleine bedrijven die worden opgekocht om schaalvergroting mogelijk te maken. 26

FIGUUR 18 AANTAL VERKOCHTE GLASTUINBOUWBEDRIJVEN Bron: NVM (2021)

VRAAG NAAR GLASTUINBOUW VOOR CALIFORNIË 2

De vraag naar uitbreiding van glastuinbouwbedrijven blijft groot. Voor de komende 10 jaar wordt dit ingegeven door diverse markt- en bedrijfseconomische factoren. Zo is steeds meer aandacht voor een gezond voedingspatroon. Er wordt steeds minder dierlijk en steeds meer plantaardig voedsel geconsumeerd. De consument stelt steeds hogere kwaliteitseisen gesteld aan tuinbouwproducten. Tegelijkertijd groeit de wereldbevolking nog steeds en zijn steeds meer monden te voeden. Door klimaatverandering wordt het steeds lastiger deze productie in de open lucht plaats te laten vinden. Ook spelen bedrijfseconomische omstandigheden een rol: om concurrerend te blijven, kostprijzen te drukken en opbrengsten te verhogen, speelt schaalvergroting een steeds belangrijkere rol. Afgelopen 10 jaar is het aantal bedrijven bijna gehalveerd. De verwachting is dat de schaalvergroting komende 10 jaar verder doorzet. Wel nemen de mogelijkheden voor schaalvergroting binnen de bestaande glastuinbouwgebieden af, omdat veel kleine glastuinbouwcomplexen al plaats hebben gemaakt voor grote complexen. De toekomstige vraag bestaat vooral vanuit bestaande tuinders. Deze zijn voor een deel gevestigd op (verouderde) glastuinbouwlocaties waar functiewijziging is voorzien. In de Greenport Venlo zijn geen ontwikkelgebieden die zijn aangewezen voor functiewijziging.

De glas-voor-glasregeling (voor sloop van 2 m² glas mag 1 m² worden teruggebouwd) is niet van toepassing op nieuw te ontwikkelen glastuinbouw in Californië waardoor geen glasopstanden gesloopt hoeven worden om daar een nieuw glastuinbouwcomplex te vestigen. 26 NVM (2021)

36

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

De vraag naar grootschalige glastuinbouwkavels • De afgelopen 25 jaar zijn in de Greenport Venlo twee moderne toekomstgerichte glastuinbouwgebieden ontwikkeld met grootschalige kavels: Siberië en Californië 1. Op Siberië is tussen 1997 en 2020 in totaal 236 ha uitgegeven voor glastuinbouw, gemiddeld is dit ca. 10 ha per jaar. • Op Californië 1 is ca. 138 ha glastuinbouw uitgegeven in de periode 20072021. In 2021 is nog 18 ha uitgeefbaar. Ook op Californië gaat het hiermee om ca. 10 ha per jaar. • In totaal is hiermee in de afgelopen periode ca. 20 ha per jaar aan grootschalige kavels uitgegeven. Dit bedroeg een grote tijdspanne met hoog- en laagconjunctuur, waardoor wij dit representatief achten voor de komende periode. Voor de komende 10 jaar betekent dit een vraag van ca. 200 ha aan grootschalige kavels. Aansluiting op vestigingscriteria Binnen de glastuinbouw zijn de volgende vestigingsplaatsfactoren van belang: • Concentratie: de vraag richt zich steeds meer op concentratie rond de bestaande Greenports en moderne glastuinbouwclusters met grote kavels. Glastuinbouwbedrijven willen profiteren van de aanwezigheid van andere (glastuinbouw)bedrijven en bestaande infrastructuur. Buiten deze clusters worden steeds meer solitaire glastuinbouwbedrijven getransformeerd om de landschappelijke waarden te herstellen, zoals in ’t Ven Oost bij Venlo.

• Kennisuitwisseling: de glastuinbouwsector zal zich in toenemende mate richten op kennisvalorisatie en innovatie. Aanwezigheid van ondersteunende agribusiness en kennisuitwisseling is daarbij gewenst. Hierdoor groeit de behoefte aan de concentratie van glastuinbouw in de nabijheid van andere glastuinbouw(gerelateerde) bedrijven, en in de nabijheid van voldoende hoogopgeleid personeel. • Nabijheid van logistiek: in toenemende mate is de vraag gericht op concentratie rond logistieke knooppunten: mainports en logistieke bedrijvigheid. Dit komt ondermeer omdat de glastuinbouwsector verschuift van een aanbod- naar een vraaggestuurde markt: de groothandel en consument willen snel en uit een groot aanbod van producten kunnen kiezen. • Uitbreidingsmogelijkheden: Voor glastuinbouwbedrijven is perspectief voor lange termijn van belang. Om economisch gezond te blijven is het noodzakelijk kostprijzen te drukken en opbrengsten te verhogen. Door ruimte in de nabijheid van kassen te reserveren kan perspectief worden geboden. Tuinders bezitten vaak al percelen land naast hun kas om toekomstige groei die nu nog niet rendabel is te faciliteren. Daarbij hoeft niet alleen aan glas gedacht te worden maar ook aan teeltondersteunende voorzieningen als warmtekrachtkoppelingen, regenwaterbassins, opslag, koelruimten die steeds meer ruimte vragen.

• Grote en regelmatige verkaveling: binnen de sector is sprake van schaalvergroting om efficiënter te kunnen produceren. Onder druk van de internationale concurrentie zet schaalvergroting van productie zich voort. Dit heeft geleid tot een vraag naar grotere en vierkante kavels. Een regelmatige kavelstructuur

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

•

•

37

maakt uitbreiding makkelijker. Deze kavels zijn onvoldoende beschikbaar in de bestaande en verouderde glastuinbouwgebieden. Duurzaamheid: glastuinbouwgebieden zijn steeds meer afhankelijk van de beschikbaarheid van (gedeelde) duurzame energiebronnen en het efficiënt en meervoudig gebruiken van ruimte om te kunnen blijven concurreren. Steeds meer glastuinders werken met aardwarmte waarbij kassen verwarmd worden met warmte. Investeringen in aardwarmte zijn alleen rendabel op grotere schaal. Hiermee kan bespaard worden op water-, energie- en CO2 en is een efficiëntere bedrijfsvoering mogelijk. Nabijheid stedelijke afzetmarkt: een groeiende behoefte aan duurzame en regionaal geteelde producten zorgt voor een groeiende vraag naar glastuinbouw nabij de stedelijke afzetmarkten.

De op Californië 2 beoogde glastuinbouwkavels zijn toekomstgericht opgezet in aansluiting op de bestaande concentratie glastuinbouw met bijbehorende infrastructuur in Californië en Siberië. De kavels zijn met een omvang van 5 tot 20 ha grootschalig. Door grote rechthoekige kavels kan schaalvergroting op de langere termijn worden gefaciliteerd. Door de ligging in de Greenport Venlo zijn in de nabijheid veel ondersteunende logistieke, handels- en agribusinessbedrijven te vinden. De nabijheid van de Randstad, het Ruhrgebied en stedelijke concentraties in België zorgt voor een groot afzetpotentieel. Hiermee sluit de ontwikkeling van glastuinbouw in Californië goed aan op de vestigingscriteria van glastuinbouwbedrijven. CONCLUSIE

Door de grotere vraag naar kwalitatief hoogwaardige glastuinbouwproducten en de schaalvergroting ten behoeve van de efficiency in de glastuinbouw neemt de behoefte aan grootschalige kavels (vanaf 5 ha) toe. Vanuit glasgroententelers is vraag naar kavels van nog grotere omvang in de nabijheid van andere glastuinders en gerelateerde bedrijvigheid. De vraag verschuift daardoor naar moderne glastuinbouwconcentratiegebieden met grootschalige kavels. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee goed aan op de vestigingscriteria. Door transformaties (zoals voor de komende periode ook nog voorzien is, zoals in ’t Ven Oost) concentreert het glas zich verder binnen de concentratiegebieden in Greenport Venlo. In het onderzoeksgebied is de komende 10 jaar vraag naar circa 200 ha glastuinbouw.

4.4 ONTWIKKELING VAN HET AANBOD ONTWIKKELLOCATIES GLASTUINBOUW

In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2014 (POL2014) zijn 17 ontwikkellocaties voor glastuinbouw aangewezen. Alleen in deze gebieden is

38

BEHOEFTE GLASTUINBOUW

nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven mogelijk. De concept-Provinciale Omgevingsvisie (Povi) continueert dit beleid en voorziet enkele herbegrenzingen om beter aan te sluiten op de feitelijke situatie. De aanwijzing van deze gebieden in de provinciale structuurvisie betekent niet automatisch dat deze gebieden exclusief bestemd zijn voor glastuinbouw. Vaak zijn ook andere functies aanwezig zoals mestverwerkingsbedrijven, zaadveredelingsbedrijven, onderzoeksbedrijven en intensieve veehouderij. Binnen de ontwikkelgebieden is onderscheid te maken in: • oudere glastuinbouwgebieden die vaak onregelmatig verkaveld zijn met veel stedelijke functies (verkeer, woningen, water), maar ook natuurwaarden en hoogspanningskabels bevatten die bedrijven beperken in uitbreidingsmogelijkheden; • moderne ontwikkelgebieden als Californië en Siberië die meer toekomstgericht zijn verkaveld en weinig stedelijke functies bevatten die uitbreiding belemmeren. GEM. ONTWIKKELLOCATIE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025825/1