09c Toelichting nieuw
Tekst van het document
De bezettingsgraad met de extra parkeerbehoefte is niet hoger dan de voorgeschreven 85%. In het volledige onderzoeksgebied is ruim voldoende parkeergelegenheid om aan de vraag te kunnen voldoen. Geconcludeerd kan worden dat er in de directe nabijheid van plan voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor realisering van de woningbouw. Het volledige rapport is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Verkeersgeneratie De beoogde ontwikkeling zorgt op basis van de CROW-publicatie nr. 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ voor een verkeersgeneratie van circa 59 mvt / etmaal op een gemiddelde weekdag. Aansluiting is gezocht bij de hoofdgroep ‘wonen’, type ‘Huur, appartement, midden/goedkoop’ en het aantal van ’16 appartementen’. De ligging betreft het ‘centrum‘ en typering ‘niet stedelijk’. De Wilhelminastraat (straat waarop het parkeerterrein wordt ontsloten) en omliggende wegen kunnen dit aantal verkeersbewegingen zonder problemen verwerken. Omdat slechts sprake is van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen, zal er geen sprake zijn van een toename van geluidhinder op omliggende bestaande woningen. Het omliggende gebied blijft 11
Econsultancy, Parkeeronderzoek cruising Kloosterstraat/Wilhelminastraat te Grubbenvorst, rapportnr.: 15882.001, d.d. 7 mei 2021.
Hoofdstuk 5
51
goed ontsloten voor langzaam verkeer. Vanuit verkeerskundige aspecten zijn er dan ook geen belemmeringen voor de beoogde woningbouw.
5.8 Duurzaamheid Duurzaam bouwen en wonen betekent dat woningen, gebouwen en andere bouwwerken ontwikkeld en gebruikt worden met respect voor mens en milieu. Duurzaam bouwen is meer dan alleen energiebesparing. Duurzame woningen en gebouwen zijn vaak gezonder voor bewoners en gebruikers. Ook zijn ze energiezuiniger en beter voor het milieu dan traditionele woningen. Duurzaam bouwen bespaart ook grondstoffen. Het gaat bij duurzaam bouwen niet alleen om energiebesparing in huizen en gebouwen, maar bijvoorbeeld ook om: Gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers; Een gezond binnenmilieu bijvoorbeeld door goede ventilatie om vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen te voorkomen; prettige en leefbare huizen, gebouwen, wijken en steden; Duurzaam slopen, om de materialen die vrijkomen bij de sloop opnieuw te kunnen gebruiken (hergebruik en recycling); Verantwoord watergebruik; Voorkomen dat grondstoffen voor bouwmaterialen uitgeput raken. Bij de bouw van onderhavige appartementen zullen in ieder geval de wettelijke duurzaamheidseisen worden toegepast. Daarnaast worden de appartementencomplexen voorzien van een sedum dak en groene kopgevels.
Hoofdstuk 5
52
6.
UITVOERBAARHEID
6.1 Economische uitvoerbaarheid In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan, zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. De gemeente kan hiervan afzien indien: Het kostenverhaal anderszins is verzekerd; Het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en Het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. Het voorliggende initiatief heeft betrekking op de realisatie van 16 appartementen en is hiermee een bouwplan in de zin van artikel 6.12 van de Wro. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van initiatiefnemer. De gemeente zal met initiatiefnemer een anterieure grondexploitatieovereenkomst sluiten, zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro.
Daarnaast zal er een planschadeverhaalsovereenkomst worden afgesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Horst aan de Maas. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Handhaving De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012 - 2015). Het beleidsplan bevat naast visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt om gegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden
Hoofdstuk 6
53
vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. De uit deze visie voorvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie. 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat het maatschappelijk veld, met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg ex artikel 3.1.1. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. Voorliggend initiatief is voorgelegd aan de provincie en het waterschap. De provincie zag geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het advies van het Waterschap Limburg is besproken in paragraaf 5.3. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer HVG Real Estate zal een omgevingsdialoog voeren over het planvoornemen. Daartoe zal initiatiefnemer een brief met een inrichtingstekening van het plangebied toezenden aan alle directe omwonenden. Daarbij zal aan de omwonenden de mogelijkheid geboden worden om vragen te stellen, informatie in te winnen en bezwaren kenbaar te maken ten aanzien van het project. Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt géén inspraakprocedure gevolgd. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij voor eenieder de mogelijkheid bestaat een zienswijze op het plan in te dienen.
Hoofdstuk 6
54
Zienswijzenprocedure ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wro gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
Hoofdstuk 6
55
7.
JURIDISCHE TOELICHTING
7.1 Planstukken Het bestemmingsplan ‘Kloosterstraat (ong.) te Grubbenvorst’ is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regels voldoen tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
7.2 Toelichting op de verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De bestemmingen ‘Groen’ en ‘Wonen’ zijn weergegeven. Binnen de bestemming ‘Groen’ ligt de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – verharding uitgesloten’, waarbinnen geen verharding is toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de appartementen gerealiseerd mogen worden. Binnen het bouwvlak zijn twee bouwhoogtes opgenomen in de vorm van 7,5 meter en 6,5 meter. Daarnaast is een dubbelbestemming opgenomen in de vorm van ‘Waarde – Archeologie’. Tot slot is een gebiedsaanduiding opgenomen in de vorm van ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol'.
7.3 Toelichting op de regels 7.3.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de bij het bestemmingsplan behorende planregels van een nadere toelichting voorzien. De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Deze zijn opgesteld op basis van de Wro, het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), alsmede de gemeentelijke notitie ‘Bestemmingsplannen van de gemeente Horst aan de Maas, uitgangspunten voor bureaus’. De planregels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en waar er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is aangesloten bij de regels uit het moederplan ‘Buitengebied gemeente Horst aan de Maas’.
Hoofdstuk 7
56
De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Deze hoofdstukindeling is opgebouwd conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Inleidende regels In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Bestemmingsregels In dit artikel wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Algemene regels In de algemene regels is een aantal artikelen opgenomen die van toepassing zijn op het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelregel, de algemene bouw-, gebruiks-, aanduidings-, wijzigings- en afwijkingsregels en de overige regels. Overgangs- en slotregels In de bepaling ‘overgangsrecht’ zijn de overgangsregels ten aanzien van bebouwing en gebruik opgenomen. De slotregel bevat de titel hoe het plan aangehaald dient te worden. 7.3.2 Artikelsgewijze toelichting planregels Hiernavolgend worden de planregels artikelsgewijs van een nadere toelichting voorzien. Hoofdstuk
Regel
Toelichting
Inleidende regels
1.
De in de planregels gebezigde begrippen
Begrippen (Art. 1)
worden hierin omschreven. 2.
Wijze van meten (Art. 2)
Een omschrijving van de wijze waarop het meten dient plaats te vinden.
Bestemmingsregels
3.
Groen (Art. 3)
Artikel 3 bevat een van de hoofdbestemmingen, namelijk de bestemming ‘Groen’. Deze is opgebouwd conform de richtlijnen uit de SVBP 2012 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarin een vaste opzet voor de bestemmingsregels is vastgelegd. De opzet voor het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels
Hoofdstuk 7
57
Hoofdstuk
Regel
Toelichting Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid
4.
Wonen (Art. 4)
Artikelen 4 bevat de hoofdbestemming ‘Wonen’. Deze is eveneens opgebouwd conform de richtlijnen uit de SVBP 2012 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarin een vaste opzet voor de bestemmingsregels is vastgelegd.
Algemene regels
5.
Anti-dubbeltelregel (Art. 5)
In de anti-dubbeltelregel (art. 5) is vastge-
6.
Algemene bouwregels (Art.
legd dat grond die eenmaal in aanmerking
6)
is genomen bij het toestaan van een
Algemene gebruiksregels
bouwplan waaraan uitvoering is gegeven
(Art. 7)
of alsnog kan worden gegeven, bij de be-
7. 8. 9.
Algemene aanduidingsregels oordeling van latere bouwplannen buiten (Art. 8)
beschouwing blijft.
Algemene afwijkingsregels
In de algemene bouwregels (art. 6) zijn de
(Art. 9)
regels omtrent ondergronds bouwen en
10. Algemene wijzigingsregels (Art. 10) 11. Overige regels (Art. 11)
bestaande afstanden en andere maten opgenomen. In de algemene gebruiksregels zijn de algemene regels omtrent het gebruik van de gronden opgenomen (art. 7) In de algemene aanduidingsregels (art. 8) zijn de regels omtrent gebiedsaanduidingen opgenomen. In de algemene afwijkingsregels (art. 9) zijn algemene regels opgenomen voor geringe afwijkingen. In de algemene wijzigingsregels (art. 10) zijn de algemene regels omtrent het verschuiven van bestemmingsgrenzen opgenomen. In de overige regels (art. 11) zijn regels omtrent parkeren opgenomen.
Overgangs- en
12. Overgangsrecht (Art. 12)
Artikel 12 bevat de overgangsbepalingen
slotregels
13. Slotregel (Art. 13)
met betrekking tot bebouwing respectievelijk het gebruik van gronden en bouwwerken. De slotregel in artikel 13 geeft de titel van de planregels aan.
Hoofdstuk 7
58
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl