CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

08f Inspraaknota Geurverordening met geurgebiedsvisie

Gemeenteraad 8 oktober 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Geurverordening met geurgebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur.10.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

9D

10 10A

Het onderzoek dat heeft geleid tot de GGDadvieswaarden is gedateerd en niet gevalideerd in andere regio’s. Hoe gaat de gemeente om met bedrijven die voldoen aan de norm van 14 Ou, maar na aanscherping van de norm niet meer?

Zie het antwoord bij 8C. Zie het antwoord bij 8F.

Is er een mogelijkheid om af te wijken van de 50% regeling? De documenten die ter inzage zijn gelegd zijn Zie het antwoord bij 8G. moeilijk vindbaar en moeilijk raadpleegbaar. Alleen via de website van officiële bekendmakingen raadpleegbaar. LLTB, nagekomen reactie brief 21 mei 2024 Als belangenbehartiger De LLTB is actief geïnformeerd over de voorgenomen aanpassing. Dit is in zijn we niet actief diverse vormen en op diverse momenten gebeurd: betrokken of gehoord De geurverordening met gebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke nog in kennis gesteld ontwikkelingen en geur zijn actief naar de LLTB gestuurd; van de voorgenomen In een bilateraal gesprek met de LLTB is uitleg gegeven over de aanpassing van de conceptgeurverordening. In dit overleg en later ook telefonisch is door geurverordening. de LLTB erkend dat zij zijn geïnformeerd over de actualisatie van het Daarom maken we via geurbeleid maar door personeelswisseling niet hebben gereageerd; deze brief ons De LLTB maakt onderdeel uit van de klankbordgroep veehouderij standpunt kenbaar bij Horst aan de Maas en de actualisatie van het geurbeleid (waaronder de raad en het college ook het proces en planning) is diverse keren aan de orde geweest en uitvoerig besproken. Dit zowel voor als na de personeelswisseling bij de LLTB. Deze nagezonden reactie is zeer ruim buiten de inspraaktermijn ontvangen.

In de formele inspraaktermijn hebben diverse omwonenden, agrarische bedrijven en adviesbureaus gereageerd en er zijn ook belangenpartijen of stakeholders die dat niet deden. Toch is de nagezonden reactie van de LLTB nog meegenomen in deze inspraaknota en van antwoorden voorzien.

Inspraaknota conceptgeurverordening met geurgebiedsvisie 10B

10C

10D

De aanleiding voor de aanpassing van de geurverordening volgt niet uit de stukken

Het was beter geweest om te wachten op de resultaten van reeds ingezette landelijke, regionale en lokale beleidslijnen, zoals de LBV/LBV+ regeling en de aanpak van de latente ruimte. Deze beleidssporen zullen mogelijk een oplossing bieden voor knelpunten

De noodzaak voor aanpassing van de geurnormen is onvoldoende beschreven. De belangen van de agrarische bedrijven zijn onvoldoende meegenomen

De geurgebiedsvisie start met een samenvatting. In de inleidende paragraaf van deze samenvatting is een tekstpassage opgenomen met de titel “Aanleiding voor actualisatie van geurnormen en het geurbeleid”. In de geurgebiedsvisie is verder op diverse plaatsen ingegaan op overwegingen en keuzen die zijn verwerkt in de ontwerp geurverordening en ontwerp beleidsregel die ter inzage is gelegd. In het kader van de geurgebiedsvisie is onderzoek verricht naar de mogelijke ontwikkeling van de geurbelasting. Op basis van de ontwikkeling in de periode 2018-2022 en de voorziene krimp van het aantal dieren en het aantal veehouderij-locaties, is een afname van de geurbelasting door veehouderijen te verwachten (zie hoofdstuk 3 van de geurgebiedsvisie). De resultaten van het uitgevoerde onderzoek laten echter zien dat er ook bij een combinatie van stoppende veehouderij-locaties (krimp) en modernisering van stallen op locaties van blijvende (intensieve) veehouderijen, overschrijdingen van de GGD-advieswaarden t.a.v. de voor- en achtergrondbelasting resteren. Daarom kiest de gemeente voor strengere voorgrond geurnormen. Een aanscherping van de geurnormen is een van de instrumenten om de bestaande en resterende overschrijdingen te beperken c.q. terug te dringen.

Naast andere instrumenten, zoals een adequate uitvoering van VTH taken, actualisatie van vergunningen (IPPC-bedrijven), het intrekken van latente ruimte (om ongewenste opvulling te voorkomen en om ongewenste blokkades voor de blijvers te verminderen) en een specifieke aanpak voor de zwaarste geuroverschrijdingen. Over de aanleiding en onderbouwing van de aanpassing van de normen: zie het antwoord bij 10B en 10C Bij ontwikkelplannen van veehouderijen wil de gemeente rekening gehouden met de (on)mogelijkheden om de geurbelasting te beperken. Een aanscherping van de (voorgrond)norm betekent niet dat die norm op korte termijn gehaald moet of kan worden. De gemeente wil die mogelijkheid van de 50% regeling blijven bieden voor de normoverschrijding tussen de voorgestelde aangescherpte norm en de huidige (standaard) wettelijke norm. Veehouderijen die de geurnorm overschrijden zullen bij ontwikkeling inspanningen moeten leveren om de geurbelasting op geurgevoelige objecten te verminderen. Dat kan door middel van inzet van emissie reducerende stallen en technieken zoals emissiearme stallen en luchtwassers, maar ook door het verplaatsen van het uitstroompunt, verhogen van de uitstroomhoogte en/of verhogen van de uitstroomsnelheid.

Veel veehouderijen hebben op deze wijze nog mogelijkheden om de geurbelasting verder te verlagen en kunnen bij een overschrijding van de norm nog steeds ontwikkelen, maar zullen daarvoor de geurbelasting wel verder moeten beperken. Zie verder de beantwoording bij 8D, 8F en 9A

10E

Het voorgenomen geurbeleid leidt tot een verslechtering van de leefomgevingskwaliteit,

De stelling of suggestie dat er in Noord-Brabant sprake is van een verslechtering van de leefomgevingskwaliteit vanwege geurbelasting omdat de geurnormen is Noord-Brabant strenger zijn, is in deze inspraakreactie niet onderbouwd of in het vorm van verwijzingen naar onderzoeken nader geduid.

Inspraaknota conceptgeurverordening met geurgebiedsvisie zoals in Noord-Brabant het geval is

Onderzoek van Pouderoyen Tonnaer in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Water naar de geurbelasting in de concentratiegebied in o.a. Noord-Brabant en Limburg laat zien dat de geurbelasting in Noord-Brabant gemiddeld genomen beperkter is dan in Limburg. Situaties met een hoge geurbelasting op woningen t.g.v. geur uit stallen komt in Limburg procentueel meer voor dan in Noord-Brabant. Zie onderstaande bewerking van gegevens uit dat dat onderzoek

Zie verder https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/02/29/kamerbriefgeurhinder-en-veehouderij-onderzoek-geurbelasting-in-concentratiegebieden 10F

Er is onvoldoende onderbouwd dat er sprake is of kan zijn van hinder door geur uit stallen in Horst aan de Maas. Ook de relatie tussen geurbelasting en de kans op hinder (frequentie en de mate van hinder) is onvoldoende onderbouwd. De gezondheidskundige advieswaarden van de GGD zijn onvoldoende onderbouwd terwijl de gemeente haar beleid hier wel op baseert

In o.a paragraaf 2.4 van de geurgebiedsvisie (geur en gezondheid) is hier, in tegenstelling tot hetgeen in de zienswijze over wordt gesteld, aandacht aan besteed Het onderzoek dat in de geurgebiedsvisie is genoemd is in 2014 uitgevoerd in Noord- en Middel Limburg en in Oost-Brabant, dus de regio waarin Horst aan de Maas is gelegen. Het onderzoeksrapport Geurbelasting en geurhinder van veehouderijen (uit november 2023) bevestigt de uitkomst van het onderzoek uit 2014-2015. Er treedt veel meer geurhinder op dan verwacht volgens de Handreiking wet geurhinder en veehouderij. Het onderzoek “geurbelasting en geurhinder van veehouderijen (november 2023) ” werd uitgevoerd door de GGD’en Brabant en de Universiteit Utrecht. Zie de website van de Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving (AWGL). https://awgl.nl/projecten/geur-van-de-veehouderij In de zienswijzen is geen nader onderbouwing gegevens waarom de standaard wettelijke normen voor de concentratiegebied v.w.b. de relatie tussen de berekende geurbelasting en de kans op hinder beter onderbouwd zouden zijn dan de door de GGD geadviseerde waarden. De uitgevoerde onderzoeken wijzen juist op het tegenovergestelde. Zie verder de geurgebiedsvisie, hoofdstuk 2, paragraven 2.4, 2.5 en 2.6

10G

Het is onvoldoende duidelijk hoe de gemeente geurgevoelige objecten heeft aangewezen in het kader van het

Zie paragraaf 2.1 en paragraaf 4.5 van de geurgebiedsvisie Deze geurverordening is nog onder het “oude” recht voorbereid (met o.a. de definitie van een geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij, nu opgenomen in de rijkregels die onderdeel zijn van het tijdelijk omgevingsplan). Onder een ‘geurgevoelig object’ wordt onder de Wet geurhinder en

Inspraaknota conceptgeurverordening met geurgebiedsvisie Besluit Kwaliteit Leefomgeving, als onderdeel van de Omgevingswet

veehouderij verstaan: een gebouw, bestemd voor en volgens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of verblijf en die daarvoor permanent of regelmatig wordt gebruikt. In de uitvoeringsregels van de Omgevingswet is opgenomen welke geurgevoelige objecten, zoals woningen, scholen en ziekenhuizen, altijd geurgevoelig zijn. Onder een geurgevoelig gebouw wordt ook verstaan een gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning mag worden gerealiseerd. Een gemeentelijk omgevingsplan kan andere geurgevoelige gebouwen of gedeelten van gebouwen aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Dat zal onderdeel (moeten) zijn van besluitvorming over het nieuwe deel van het gemeentelijk omgevingsplan. Tot dan blijft de definitie van een geurgevoelig object zoals die onder de Wet geurhinder en veehouderij is opgenomen, van toepassing.

10H

De strengere normen leiden tot beperkingen m.b.t. functieveranderingen, zoals de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning

Zie het antwoord bij 8E Het onverkort overnemen van de GGD-adviezen m.b.t. de maximale achtergrondbelasting leidt tot een ongewenste blokkade van nieuwe ontwikkelingen in de kernen en minder mogelijkheden voor functieveranderingen in het buitengebied. De gemeente stuurt daarom op vermindering van geurbelasting en het voorkomen van nieuwe voor geur overbelaste situaties (overschrijding voorgrondbelasting) door de GGDadvieswaarden ten aanzien van de voorgrondbelasting als belangrijk uitgangspunt te hanteren. Door in de vergunningverlening voor veehouderijen de nieuwe aangescherpte normen als toetsingswaarde te hanteren, moet de vergunde geurbelasting bij een overschrijding van die waarde worden verminderd, in de richting van de GGD-advieswaarde. Zo wordt er bij de blijvende veehouderijen die ontwikkeling gestuurd op het verminderen van overbelaste situaties en worden nieuwe overschrijdingen van de GGDadvieswaarde voorkomen. Ook bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van veehouderijen zal er rekening moeten worden gehouden met deze aangescherpte normen. Zo worden nieuwe knelpunten t.a.v. een te hoge geurbelasting voorkomen. As de geurbelasting uit stallen afneemt, zullen beperkingen voor functieveranderingen door een te hoge achtergrondbelasting, kleiner worden.

10I

10J

Strengere normen beperken de ontwikkeling van veehouderijen en kunnen een kostprijsverhogende werking hebben. Er is sprake van rechtsongelijkheid omdat de vaste afstanden voor Grandorse worden verkleind terwijl dit niet voor andere bedrijven met een vaste afstand wordt gedaan

Zie het antwoord bij 8D en 10D

Zie het antwoord bij 1M Grandorse is een hippisch complex. Op de hippische kavels in het gebied Grandorse wonen of verblijven/overnachten alleen mensen die een binding hebben met de hippische bedrijven en hippische activiteiten in het gebied. Een verkleining van de minimale vaste afstand tussen stallen op hippische kavels en gebouwen met een logiesfunctie ten dienste van de hippische bedrijven, biedt meer flexibiliteit bij de onderlinge ruimtelijke inpassing van de hippische

Inspraaknota conceptgeurverordening met geurgebiedsvisie kavels en wordt vanwege de specifieke functie van Grandorse aanvaardbaar geacht.

10K

Dit beleid biedt geen duidelijkheid voor de ondernemer

In het overig deel van het buitengebied is de situatie zoals die aan de orde is / kan zijn bij Grandorse, niet aan de orde In de zienswijze is niet onderbouwd waarom de ontwerp geurverordening onduidelijker is dan de huidige geurverordening. Dat geldt ook voor de beleidsregel met eerder verleende vergunningen: bij overschrijdingen van de geurnorm hoeft de geurbelasting na ontwikkeling niet onder die norm te liggen maar tussen de norm en de vergunde geurbelasting in. Dat opvullen wordt echter beperkt tot maximaal de standaard wettelijke waarden die gelden sinds 1-1-2007. Uit meerdere rechterlijke uitspraken blijkt dat het onverkort toepassen van de 50% regeling leidt tot juridische knelpunten omdat het belang van het beperken van een te hoge geurbelasting bij een standaard toepassing van de 50% regeling onvoldoende is onderbouwd. Met de voorgestelde aangepaste toepassing wordt hier juist wel helderheid over gegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14526585/1