CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

08c Bijlage 1 Verkenning Horst aan de Maas 15-11-2021

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot de Gebiedsverkenning voor energielandschappen te richten op het zoekgebied Mariapeel en op het aangepaste zoekgebied A73/Maaslijn.15.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkenning

Grootschalige Energieprojecten

1

Verkenning Verkenning Grootschalige Energieprojecten

Grootschalige Energieprojecten

Gemeente Horst aan de Maas Publicatiedatum: november 2021 Looptijd verkenning: maart 2021 tot en met oktober 2021

1 2

3

WELKOM Als gemeenschap van Horst aan de Maas staan we voor een enorme opgave. De gevolgen van klimaatverandering lijken steeds zichtbaarder te worden, ook dicht bij huis. De recente overstromingen in Limburg en in de aangrenzende gebieden in Duitsland en België hebben geleid tot dodelijke slachtoffers en veel schade. Zoveel water midden in de zomer heeft ons allemaal verrast. Op 9 augustus 2021 verscheen de hoofdconclusie van het nieuwste stand-van-zakenrapport over het klimaat, dat door het Intergouvernementele Werkgroep voor Klimaatverandering (IPCC) is opgesteld en goedgekeurd door 195 landen. Het rapport concludeert dat geen plek op de wereld meer ontkomt aan de gevolgen van klimaatverandering. Of het nu in de vorm van meer hittegolven is, langer aanhoudende droogte, een toename van zware orkanen dan wel meer en heftigere neerslag. In elke regio op aarde wordt inmiddels wel een van die trends, of een combinatie ervan, gemeten. En die trends zullen in de toekomst sterker worden. De gemiddelde temperatuur van de aarde is in de afgelopen 130 jaar met 1,1 °C gestegen. In Nederland met zelfs 1,7 °C. Het groei- en bloeiseizoen begint al vroeger. Leefgebieden van dieren en planten veranderen, bijvoorbeeld door hogere temperaturen. Daardoor sterven steeds meer dieren en plantensoorten uit of vertrekken zij uit hun leefgebied.

Het IPCC wijst de mens in nóg sterkere bewoordingen aan als hoofdschuldige van de opwarming. Met name door gebruik van fossiele brandstoffen worden extra broeikasgassen uitgestoten die zich in de atmosfeer opstapelen en als het ware een dikkere deken om de aarde vormen. Daardoor warmt de aarde aan zijn oppervlak steeds verder op. Behalve dat de veranderingen wijdverspreid zijn, gaan ze ‘ongekend’ snel, schrijft het IPCC. In de afgelopen jaren is er op alle niveaus klimaatbeleid gemaakt, zoals het Parijs Akkoord, Klimaatwet EU, Nederlandse Klimaatakkoord 2019 en de Regionale Energie Strategie Noord- en Midden-Limburg. Ook de gemeente Horst aan de Maast heeft niet stil gezeten. In 2019 heeft de gemeenteraad de Energievisie Noord-Limburg vastgesteld en op 15 december 2020 het Kader Opwekking Duurzame Elektriciteit (KODE). Met het vaststellen van KODE heeft de gemeenteraad aan het college van B&W de opdracht gegeven een verkenning uit te voeren naar één van de vier sporen, namelijk spoor drie: grootschalige energieprojecten in de vorm van energielandschappen in de zoekgebieden Mariapeel en A73/ Maaslijn. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd. Een windpark of zonneweide heeft grote impact op onze leefomgeving. Veel mensen vinden ze niet mooi en windmolens maken geluid en geven (bewegende of flitsende) schaduw.

Sommigen maken zich grote zorgen over de gezondheidseffecten, omdat er nog onzekerheden en kennislacunes zijn over bijvoorbeeld de impact van windmolens. Er zijn ook ecologische bezwaren. Tegelijkertijd zijn we bekend met de voordelen, zoals de mogelijkheden die wind- of zonne-energie bieden om op een onafhankelijke en duurzame manier energie op te wekken, met als doel verdere negatieve klimaatveranderingen tegen te gaan. De open benadering van deze verkenning is nieuw en een belangrijke leerschool gebleken. Vanwege de coronapandemie hebben we een breed pakket aan communicatiekanalen ingezet. Zoals digitale informatiebijeenkomsten, kleinschalige fysieke bijeenkomsten, projectwebsite, nieuwsbrieven, 2 4

5

vragenlijst, berichten via dorpskrantjes, gesprekken aan de keukentafel en een-op-een contact via telefoon en email. Toch bleek het lastig mensen altijd op elk moment goed te informeren. Sommige zaken hadden ook beter en sneller gekund. Gelukkig was het vanaf mei 2021 mogelijk om binnen de coronamaatregelen, (kleinschalige) fysieke bijeenkomsten te organiseren. Dit heeft de communicatie sterk verbeterd. Tijdens diverse bijeenkomsten hebben we samen met deelnemers ook geconcludeerd dat met name 50+ers aanwezig waren. De jonge generatie die straks te maken krijgt met de gevolgen van klimaatverandering, was beperkt aanwezig. Aan het einde van de verkenning kunnen we concluderen dat veel inwoners zich realiseren dat klimaatsverandering vraagt om concrete maatregelen. De ambitie om met name in te zetten op energiebesparing door bijvoorbeeld het isoleren van huizen, wordt breed gedragen. Ook de ambitie om een deel van het resterende energieverbruik (30%) lokaal op te wekken. De vraag leeft echter op welke wijze en hoe snel dit gerealiseerd kan worden en welke impact dit heeft op de leefomgeving van inwoners.

De klimaatsverandering is urgent en diverse partijen willen nu concreet aan de slag. Bovendien staan ontwikkelingen met betrekking tot bijvoorbeeld de landbouwtransitie, stikstofproblematiek en waterbeheer, niet stil. Daarom adviseren we om waar relevant over te gaan tot strategische grondaankoop of het vestigen van een voorkeursrecht. Ook dient de mogelijke rol van de gemeente als mede-ontwikkelaar van energieprojecten concreet uitgewerkt te worden. Een belangrijk resultaat van de verkenning is dat intensief gesproken is met inwoners, grondeigenaren, bedrijven en andere stakeholders in de twee zoekgebieden. In deze rapportage doen we uitgebreid verslag hiervan. Bij deze wil ik iedereen bedanken die heeft geparticipeerd in deze verkenning. Het is nu aan de gemeenteraad om te bepalen wat de vervolgstappen gaan zijn. Thijs Kuipers Wethouder

De meerderheid van de inwoners waarmee gesproken is tijdens de gebiedsverkenning, hebben bezwaren tegen de komst van een windpark en/ of grootschalige zonneweides. Zij hebben oprechte zorgen over de mogelijke negatieve impact op hun gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Er zijn daarentegen ook inwoners en grondeigenaren die mogelijkheden en kansen zien. In veel gesprekken is naar voren gekomen dat in zowel het zoekgebied de Mariapeel als de A73/ Maaslijn er diverse andere uitdagingen spelen. Zoals leefbaarheid, wateroverlast en verdroging, stikstof reductie, agrariërs die willen stoppen of juist verder willen, natuurontwikkeling en natuurinclusieve landbouw, kansen voor recreatie, toerisme en paardensport, et cetera. We concluderen dat de mogelijke ontwikkeling van grotere zonneweides en -daken in het zoekgebied de Mariapeel bij voorkeur wordt gerealiseerd als onderdeel van een bredere integrale gebiedsontwikkeling, op basis van een gebiedsvisie. Het is belangrijk een gebiedsvisie te maken, omdat zonneweides een claim leggen op de beschikbare ruimte. Bij het opstellen van de visie zal bepaald worden welke locaties het beste geschikt zijn voor landbouw, paardensport, zonneweides, natuurontwikkeling, recreatie en toerisme, etc. Voor de gebiedsontwikkeling dient ook een uitvoeringsprogramma met projecten en een businesscase uitgewerkt te worden.

De ontwikkeling van een eventueel windpark in het zoekgebied A73/ Maaslijn kan ook het beste gerealiseerd worden via een gebiedsontwikkeling waarin verschillende opgaven worden opgepakt. Een mogelijk windpark heeft weinig gevolgen voor de ruimte die beschikbaar is voor bijvoorbeeld landbouw of natuur. De gebiedsvisie die voor dit gebied wordt opgesteld, kent daardoor een ander detailniveau en ander vervolgproces dan voor Mariapeel. Door bij deze gebiedsvisie de verschillende opgaven parallel aan elkaar te laten lopen, wordt geborgd dat koppelkansen worden gerealiseerd. Leefbaarheid is daarbij een van de opgaven. Het ontwikkelgebied voor deze aanpak bestaat uit de gebieden Hoogheide en Witveldweg, uitgebreid met de strook gelegen ten westen van de autosnelweg A73 (Klaver 11) en de strook bos- en natuurgebieden gelegen ten oosten van Hoogheide en Witveldweg. Het noordelijke deel van het zoekgebied A73/ Maaslijn (nabij de Babelsche Loop) valt vooralsnog af omdat dit gebied minder geschikt is voor de realisatie van een mogelijk windpark. Aanbevolen wordt dat de gemeente opdracht geeft aan Reindonk Energie & Co om de mogelijkheden van een coöperatief windpark verder te onderzoeken samen met grondeigenaren, omwonenden en bedrijven uit het gebied. 3

4

6

7

INHOUD 1 2 3 4 5 6 7 8

Welkom De opgave De verkenning Uitgangspunten en kaders Mariapeel A73/ Maaslijn Conclusies en aanbevelingen Bijlage Literatuurlijst

5 8

9

1

DE OPGAVE

Kader voor Opwekking van Duurzame Elektriciteit (KODE) Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas het Kader Opwekking Duurzame Elektriciteit (KODE) vastgesteld. KODE bouwt voort op de doelstelling uit de Energievisie Noord-Limburg en de RES Noord- en Midden-Limburg die respectievelijk op 15 januari 2019 en 1 juni 2021 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. In hoofdstuk 3 van KODE ‘De opgave: besparen en lokaal duurzaam opwekken’ is de ambitie van Horst aan de Maas beschreven (pagina 24). Samengevat is de ambitie: • In 2030 wordt 35% (of ongeveer 2.747 TJ) energie bespaard ten opzichte van peildatum 2017. In 2017 (peildatum) was de totale energievraag 7.848 TJ (warmte, mobiliteit en elektriciteit). • In 2030 wordt 30% (of ongeveer 1.530 TJ) lokaal duurzaam opgewekt waarvan 25% duurzame warmte (380 TJ) en 75% duurzame elektriciteit (1.150 TJ). • Reeds lokaal opgewekte energie in 2017 was circa 100 TJ • Tussen 2017 en 2030 worden projecten ontwikkelen die samen ongeveer 1.050 TJ (1150 TJ 100 TJ) aan duurzame elektriciteit opwekken. Hiervan is 75% zon en 25% wind. • In 2030 wordt lokaal duurzame elektriciteit opwekt met: • Spoor 1: Meervoudig ruimtegebruik: zon-op-dak, reststroken en kleinschalige zonneweides tot 0,5 hectare (ongeveer 212 TJ). • Spoor 2: Middelgrote zonneweides: maximaal zes zonneweides met een totale grootte van 75 hectare (ongeveer 133 TJ).

• Spoor 3: Energielandschappen: grootschalige energieprojecten in de vorm van energielandschappen met wind- en/ of zonne-energie met een totale grootte van ongeveer 275 hectare zonneweide en circa 7 windmolens (ongeveer 715 TJ). • Spoor 4: Innovatie en netwerkopslag: ontwikkeling van nieuwe technologieën voor energie-opwek en opslag ervan. • De vier genoemde sporen zullen parallel aan elkaar worden uitgevoerd. Het is belangrijk dat we ons realiseren dat de vraag naar energie (in het bijzonder elektriciteit) blijft stijgen. Gelukkig heeft Horst aan Maas inmiddels flinke slagen gemaakt in besparing, bijvoorbeeld door de omslag naar ledverlichting en energiezuinige woningbouw. Om te komen tot 35% besparing, stimuleert de gemeenten momenteel het isoleren van bestaande woningen, helpt ze bedrijven om te verduurzamen, wordt gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed energieneutraal gemaakt en realiseert zij ongeveer 750 laadpalen voor 2030. Voor het ontwikkelen van grootschalige energieprojecten (spoor 3) zijn in KODE twee zoekgebieden aangewezen op basis van met name landschappelijke kenmerken. De analyse en verantwoording voor deze keuze is uitgebreid beschreven in KODE Hoofdstuk 5 Landschappelijke keuzes (p.37). De twee zoekgebieden zijn Mariapeel en A73/ Maaslijn.

In het zoekgebied Mariapeel ligt de focus op de mogelijkheden voor zonneweides, in het zoekgebied A73/ Maaslijn ligt de focus op de mogelijkheden voor een windpark. 6 10

11

Een belangrijk uitgangspunt in KODE is dat bij de ontwikkeling van grootschalige energieprojecten er een koppeling wordt gemaakt met andere ontwikkelingen, ambities of problemen in het gebied. Denk hierbij aan de transitie in de landbouw waarbij agrariërs willen stoppen of overstappen naar circulaire, biologische of natuur-inclusieve landbouw. Maar ook het verminderen van de uitstoot van stikstof dicht bij natuurgebieden, natuurontwikkeling, wateropgaves gericht op verdroging of juist vernatting en het versterken van recreatie, toerisme en paardensport. Kortom, een belangrijk uitgangspunt is dat energieprojecten niet alleen elektriciteit opwekken, maar ook een ontwikkeling op gang brengen die de kwaliteit van de leefomgeving in het gebied versterken. In KODE wordt dit koppelkansen genoemd. Windmolens vergen, in vergelijking met zonneweides, nauwelijks ruimtebeslag. Ook zijn de maatschappelijke kosten en de continuïteit van windenergie aanmerkelijk gunstiger dan zonneenergie. Windmolens hebben echter een aanzienlijke landschappelijke impact en het aantal feitelijke plaatsingsmogelijkheden is beperkt. In KODE is aangegeven dat de verhouding tussen wind en zon (7 windmolens versus 275 hectares zonneweide) nadrukkelijk indicatief is en dit kan dus wijzigen. Een turbine van 3 megawatt levert voor gemiddeld 2.500 huishoudens elektriciteit.

Ter vergelijking; om deze hoeveelheid energie met zonnepanelen op te wekken, is een oppervlakte nodig van zo'n 16 voetbalvelden. Met het vaststellen van KODE heeft de gemeenteraad aan het college van B&W de opdracht gegeven een verkenning uit te voeren naar spoor 3 grootschalige energieprojecten (energielandschappen) in de zoekgebieden Mariapeel en A73/ Maaslijn.

Verdrag van Parijs, EU Klimaatwet, Klimaatakkoord en Regionale Energiestrategie (RES) De ambities van de gemeente Horst aan de Maas, zoals beschreven in KODE, past binnen het klimaatbeleid dat de afgelopen jaren op verschillende niveaus is vastgesteld. De belangrijkste is het Verdrag van Parijs dat in december 2015 tijdens een VN-klimaattop is vastgesteld met daarin bindende afspraken om klimaatverandering tegen te gaan. In dit internationale klimaatakkoord staat dat de opwarming van de aarde tot 2100 beneden de 2,0°C moet blijven. Het streven is zelfs de opwarming te beperken tot 1,5 °C om zoveel mogelijk mensen, dieren en natuur te beschermen. We zitten nu gemiddeld op 1,1 °C. Op 28 juni 2021 is door de Europese Unie de klimaatwet vastgesteld. Hiermee zijn de klimaatdoelstellingen voor de komende 30 jaar in Europese wetgeving verankerd. Om de broeikasgasemissie tot in 2050 tot nul terug te brengen, wil de Europese Unie in 2030 55% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. De klimaatwet geeft de Europese burgers en bedrijven de juridische zekerheid en voorspelbaarheid die nodig is om deze transitie voor te bereiden. In het Klimaatakkoord van 2019 heeft de Nederlandse regering aangegeven de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49% terug te willen dringen ten opzichte van 1990.

Het is aan het nieuwe kabinet of Nederland de huidige doelstelling van 49% zal verhogen naar 55% minder broeikasgas in 2030, zoals de Europese Unie wil. Ook wil Nederland in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen opwekken. Dat gebeurt met windmolens op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Op 1 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Regionale Energiestrategie Noorden Midden-Limburg vastgesteld. In de RES doet de regio Noord- en Midden-Limburg een bod aan het Rijk om 1.200 GWh (= 4.320 TJ) aan duurzame energie op te wekken. Hierbij gaat het om concrete projecten die eind 2025 een vergunning van de overheid hebben ontvangen. De focus in de RES ligt op de gebouwde omgeving en elektriciteit. In de opgave van Horst aan de Maas wordt uitgegaan van het totale energieverbruik, dus ook van landbouw, industrie en mobiliteit. Deze worden in de RES niet meegeteld, daarvoor zijn naast de RES aparte opgaven geformuleerd. Ook is de verdeling in de RES-opgave niet evenredig naar de gemeenten toe. De ene gemeente heeft meer mogelijkheden voor duurzame energieopwekking dan de andere gemeente.

Kaart 1: A73/ Maaslijn (links)

Kaart 2: Mariapeel (rechts)

7

8

12

13

VERKENNING

3

Communicatie Om inwoners en grondeigenaren te bereiken en te betrekken gedurende de verkenning, zijn diverse communicatiemiddelen ingezet. Vanwege de coronamaatregelen zijn er aan het begin van de verkenning enkele digitale bijeenkomsten georganiseerd. Zodra de coronamaatregelen dit toelieten, is de voorkeur gegeven aan fysieke bijeenkomsten en één-op-één gesprekken in plaats van digitale bijeenkomsten. De volgende communicatiemiddelen zijn ingezet: • • • • • • • • • • •

Website; inwoners voorzien van informatie en aanmelden van o.a. bijeenkomsten. Digitale informatieavonden; grondeigenaren en inwoners informeren bij de start van de verkenning. Fysieke bijeenkomsten; in gesprek gaan met grondeigenaren, directe omwonenden en overige inwoners. Een-op-een gesprekken; gesprekken met inwoners, grondeigenaren, ondernemers en andere stakeholders over concrete mogelijkheden en belemmeringen. Vragenlijst; waar inwoners hun input konden geven. Mail; inwoners kunnen vragen stellen en contact opnemen met het verkenningsteam. Telefoon; inwoners en grondeigenaren kunnen telefonisch contact opnemen. Flyer als uitnodiging voor de digitale informatiebijeenkomsten. Nieuwsbrief (ongeveer één per twee maanden). Briefuitnodigingen voor bijeenkomsten. Facebook.

Het is niet altijd eenvoudig om met elkaar in gesprek te gaan over een mogelijk windpark of zonneweide. In diverse gebieden in Nederland heeft dit geleid tot maatschappelijke onrust waar veel emoties, onbegrip en verdeeldheid binnen de gemeenschap ontstond. Dit maakt de communicatie richting inwoners, grondeigenaren, omwonenden en bedrijven, complex. We hebben ervaren dat ieders belangen zeer verschillend zijn. De verschillende doelgroepen hebben we benaderd via diverse communicatiemiddelen die we op verschillende momenten in het proces hebben ingezet. We zijn ons er ter degen van bewust dat dit niet overal is goed gegaan en dat het niet altijd heeft voldaan aan de verwachtingen van mensen. De volgende bijeenkomsten hebben plaatsgevonden: Digitale informatiebijeenkomsten: Start van de verkenning • Donderdag 11 maart 2021: grondeigenaren A73/ Maaslijn • Maandag 15 maart 2021: grondeigenaren Mariapeel • Woensdag 17 maart 2021: inwoners A73/Maaslijn • Maandag 22 maart 2021: inwoners Mariapeel • Woensdag 21 april 2021: dorpsplatform Tienray

9 14

15

Bijeenkomsten en gesprekken Mariapeel • Vrijdag 19 maart 2021: vertegenwoordigers grondeigenaren Dorperpeelweg • Vrijdag 9 april 2021: vertegenwoordigers grondeigenaren Dorperpeelweg • Donderdag 29 april 2021: vertegenwoordigers grondeigenaren Dorperpeelweg samen met commerciële zonontwikkelaar • Donderdag 29 april 2021: grondeigenaar Driekooienweg • Maandag 10 mei 2021: dorpsplatform Evertsoord • Mei/ Juni 2021: diverse een-op-een gesprekken met grondeigenaren en inwoners Dorperpeelweg • Augustus/ September 2021: diverse een-op-een gesprekken grondeigenaren en inwoners Driekooienweg • Donderdag 2 september 2021: vertegenwoordigers inwoners Evertsoord • Woensdag 28 september 2021: inwoners en geïnteresseerden Evertsoord • Donderdag 29 september 2021: inwoners en geïnteresseerden Kronenberg • Maandag 4 oktober 2021: inwoners en geïnteresseerden America Bijeenkomsten en gesprekken A73/ Maaslijn • Dinsdag 8 juni 2021: grondeigenaren Babelsche Loop • Woensdag 9 juni 2021: grondeigenaren Hoogheide • Donderdag 10 juni 2021: grondeigenaren Witveldweg • Dinsdag 29 juni 2021: omwonenden Babelsche Loop • Donderdag 15 juli 2021: omwonenden Hoogheide & Witveldweg • September/ Oktober 2021: diverse een-op-een gesprekken met grondeigenaren en omwonenden • Maandag 11 oktober 2021: inwoners en geïnteresseerden Melderslo • Dinsdag 12 oktober 2021: inwoners en geïnteresseerden Grubbenvorst •

Maandag 25 oktober 2021: tweetal bewoners gebied Witveldweg Klankbordgroep A73/ Maaslijn • Woensdag 10 februari 2021 • Woensdag 3 maart 2021 • Woensdag 24 maart 2021 • Woensdag 14 april 2021 • Woensdag 26 mei 2021 • Maandag 21 juni 2021 • Dinsdag 20 juli 2021 • Woensdag 8 september 2021

• • •

Donderdag 24 juni 2021 Maandag 19 juli 2021 Maandag 6 september 2021

Gemeenteraad Horst aan de Maas • Dinsdag 28 september 2021: themabijeenkomst gemeenteraad

Organisatie De verkenning is in maart 2021 gestart met digitale bijeenkomsten voor grondeigenaren en inwoners in de zoekgebieden Mariapeel en A73/ Maaslijn. In de maanden ervoor is de organisatie opgezet en de communicatie vormgegeven. Voor elk zoekgebied is een klankbordgroep ingericht bestaande uit inwoners uit het betreffende gebied, vertegenwoordiger van Reindonk Energie & Co, beleidsmedewerkers van de gemeente en leden van het verkenningsteam. De inwoners die zitting hebben in de klankbordgroepen doen dit op persoonlijke titel. De klankbordgroep adviseert het verkenningsteam gevraagd en ongevraagd. Het verkenningsteam bestaat uit Frank van Bussel, Irene Peeters, Theo Cox, Angelique Franssen en Stijn van Dijck. Zij rapporteren aan een stuurgroep bestaande uit Wethouder Thijs Kuipers en vertegenwoordigers van Reindonk Energie & Co. Samengevat bestaat de organisatie uit: • •

•

Stuurgroep; de wethouder, vertegenwoordigers Reindonk Energie & Co en leden van het verkenningsteam. Klankbordgroepen Mariapeel en A73/ Maaslijn; actieve inwoners uit het gebied, vertegenwoordigers Reindonk Energie & Co, beleidsmedewerker gemeente en leden verkenningsteam. Verkenningsteam; Frank van Bussel, Irene Peeters, Theo Cox, Angelique Franssen en Stijn van Dijck.

Reacties van inwoners op de vragenlijst van de website Via de website konden inwoners een vragenlijst invullen over de wenselijkheid van mogelijke zonneweides en een windpark. In totaal hebben zo’n 165 mensen de vragenlijst ingevuld. De resultaten zijn in onderstaande figuren samengevat en zijn openbaar toegankelijk op de website www.energielandschaphorstaandemaas.nl We concluderen dat de meerderheid van de mensen die de vragenlijst heeft ingevuld geen voorstander is van grootschalige energieprojecten. Zij vinden dat allereerst alle beschikbare daken moeten worden vol gelegd met zonnepanelen. Ook moet gekeken worden naar andere innovaties. Er zijn ook mensen die voorstander zijn. Zij denken dat het noodzakelijk is, gezien de toenemende vraag naar elektriciteit. Er wordt veel belang gehecht aan een goede verdeling van de lusten en lasten, inpassing in het landschap en minimale impact op de leefomgeving en leefbaarheid. Een aantal mensen is van mening dat er in het buitengebied voldoende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Genoeg, is genoeg. Zij hebben weinig vertrouwen in de overheden en de politiek.

Klankbordgroep Mariapeel • Woensdag 24 februari 2021 • Donderdag 25 maart 2021 • Dinsdag 13 april 2021 • Donderdag 24 april 2021 • Donderdag 20 mei 2021 10

11

16

17

12

13

18

19

4

UITGANGSPUNTEN EN KADERS

Inwoners hebben veel vragen Tijdens de verkenning hebben vele gesprekken en bijeenkomsten plaatsgevonden. Inwoners hadden veel vragen en er is behoefte aan informatie. Regelmatig werd de vraag gesteld hoe de gemeente garandeert dat vanaf het begin het eigenaarschap van energieprojecten ligt bij de inwoners van Horst aan de Maas. In plaats van (buitenlandse) commerciële partijen, zoals bij het windpark in Venlo het geval is. Maar ook hoe het precies zit met de regelgeving voor geluid en slagschaduw van windmolens, de gezondheidseffecten, de inpassing van zonneweides in het landschap, ecologie, etc. In dit hoofdstuk staan we stil bij een aantal van deze vragen.

Elektriciteitsnetwerk Tijdens de verkenning is regelmatig de vraag gesteld waarom de gemeente een verkenning uitvoert, terwijl er op dit moment geen nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnetwerk gerealiseerd kunnen worden. Echter, Tennet en Enexis gaan de komende jaren het elektriciteitsnetwerk flink uitbreiden. Omdat de ontwikkeling van een zonneweide en windpark minimaal vier jaren duurt, is de verwachting dat aansluiting op termijn mogelijk is. Tennet en Enexis willen nu weten waar grootschalige opwek mogelijk gaat plaatsvinden, zodat zij het elektriciteitsnet daar op kunnen aanpassen.

Lokaal eigenaarschap energieprojecten Er bestaat brede consensus in Nederland dat de lusten en lasten van de energietransitie eerlijk gedeeld en verdeeld moeten worden binnen de omgeving. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over lokaal eigenaarschap. Dat betekent dat er sprake moet zijn van “een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).” Echter, wie zijn die burgers en bedrijven? En hoe zorgen we ervoor dat vergoedingen en mogelijke revenuen op een rechtvaardige wijze worden verdeeld. Welke grondeigenaren krijgen welke vergoeding en wat krijgen inwoners die op iets verdere afstand wonen van een wind- of zonnepark? Komt er een omgevingsfonds? Op dit moment worden op diverse locaties in Nederland volgens nieuwe eigendoms- en participatiemodellen gewerkt. Van deze leerervaringen kan gebruik gemaakt worden. In hoofdstuk 6 Participatie van KODE (pagina 43) heeft de gemeente een aantal kaders meegegeven voor participatie en lokaal eigenaarschap. Een belangrijk onderdeel hiervan is dat de gemeente initiatiefnemers stimuleert om lokaal coöperatief eigendom mogelijk te maken. Lokaal coöperatief eigendom is gedefinieerd als een energiecoöperatie van inwoners waarvan iedereen lid kan worden.

Een coöperatie van een beperkt aantal inwoners of ondernemers wordt niet gezien als lokaal coöperatief eigendom. De energiecoöperatie kan verschillende vormen van financiële participatie/ deelneming bieden wat voorkomt dat slechts enkele kapitaalkrachtige inwoners te groot ‘instappen’ in een project en anderen het nakijken hebben. Naast dat de gemeente ruimte biedt aan verschillende initiatiefnemers, heeft zij met Reindonk Energie & Co de intentie uitgesproken dat waar mogelijk zij gezamenlijk risicodragend energieprojecten willen ontwikkelen. Waarbij ruimte wordt geboden aan grondeigenaren, inwoners 14 20

21

en andere partijen om te participeren. Voor de gemeente geldt dat mede-eigenaarschap geen doel op zich is, maar een (tijdelijke) (mogelijke) manier om te borgen dat revenuen maximaal lokaal landen. Het is van belang dat de gemeente Horst aan de Maas ook stilstaat en nadenkt over de uitgangspunten van lokaal eigendom in relatie tot de bovengenoemde uitgangspunten. Deze uitgangspunten/ spelregels zullen namelijk de toekomstige randvoorwaarden zijn voor energieprojecten. Projecten kunnen worden getoetst aan de uitgangspunten bij het afgeven van vergunningen en bestemmingsplanwijzigingen. De spelregels zijn ook van belang voor draagvlak onder omwonenden en inwoners van de gemeente. Het is cruciaal dat voorafgaand aan het proces deze spelregels voor iedereen duidelijk zijn om verrassingen achteraf te voorkomen.

Samen met Reindonk Energie & Co is er een mogelijke set van uitgangspunten voor toekomstige projecten samengesteld: Uitgangspunten rond ontwikkeling van een windpark: • Grondeigenaren, omwonenden en Reindonk Energie & Co zijn vanaf het begin (initiatieffase) betrokken bij de ontwikkeling van een windpark; • (Minimaal) 50% eigendom en zeggenschap voor de lokale coöperatie(s), zo wenselijk aangevuld met lokaal eigenaarschap anderszins; • Indien gewenst, zal de gemeente de rol innemen van samenwerkende mede-eigenaar van het windpark; • Het plan past binnen de door de gemeente gestelde beleidskaders; • Landschappelijke inpassing en bevordering biodiversiteit zijn bovengemiddeld; • Grond- en omgevingsvergoedingen zijn gesocialiseerd en redelijk; • In samenspraak wordt gekeken naar de inrichting van een omgevingsfonds; • Koppelkansen worden in beginsel gezocht met de actoren in het projectgebied; • We volgen als basis de Gedragscode Windenergie op Land. Uitgangspunten rond ontwikkeling van zonneweides: • Grondeigenaren, omwonenden en Reindonk Energie & Co zijn vanaf het begin (initiatieffase) betrokken bij de ontwikkeling van de zonneweide; • (Minimaal) 50% eigendom en zeggenschap voor de lokale coöperatie(s), zo wenselijk aangevuld met lokaal eigenaarschap anderszins; • Indien gewenst zal de gemeente de rol innemen van samenwerkende mede-eigenaar van de zonneweide.

• Het plan past binnen de door de gemeente gestelde beleidskaders; • Intentie is om geen enkelvoudige zonneweide te ontwikkelen, maar uit te gaan van meervoudig ruimtegebruik, bij voorkeur in samenwerking met agrarische activiteiten, natuurontwikkeling en inbreng van opslag/ omslag van energie; • Landschappelijke inpassing en bevordering biodiversiteit zijn bovengemiddeld; • Pachtvergoedingen (of eventueel koop) zijn redelijk (iets hoger dan de waarde van landbouwgrond), maar mogen niet leiden tot een ‘uitgekleed’ plan en mogelijke prijsopdrijving van de grondprijs in de directe omgeving; • In samenspraak wordt gekeken naar de inrichting van een omgevingsfonds. • We volgen als basis de gedragscode Zon op Land

Effecten op mens en milieu van zonneweides Inpassing zonneweides in het landschap Aansluitend op de zonneladder van de Provincie Limburg, gaat de voorkeur uit naar zoveel mogelijk opwek van zonne-energie op daken en andere vormen van meervoudig ruimtegebruik in de bebouwde omgeving (spoor 1 KODE). Door hier voorkeur aan te geven worden landbouw en natuur zoveel mogelijk ontzien. Maar om de ambitie te behalen, wordt ook gekozen voor de ontwikkeling van zonneweides. Naast de impact op het landschap is de zonneweide ook van invloed op biodiversiteit en de bodem. Hoe groot deze invloed is, hangt af van de exacte invulling en inrichting van de zonneweide. Als een perceel grotendeels met zonnepanelen wordt “afgesloten” van licht, lucht en water (bijvoorbeeld een intensieve oost-west opstelling) is er geen combinatie mogelijk met extensieve teelten, beweiding of natuurontwikkeling. Wanneer er meer ruimte tussen de zonnepanelen wordt gelaten, krijgt de bodem voldoende licht, lucht en water en bestaat er wel mogelijk ruimte voor extensieve teelt, beweiding en/ of natuurontwikkeling. We geven de voorkeur aan extensieve en/ of natuurinclusieve zonnevelden. Op 1 juli 2021 heeft de werkgroep landschap van RES Noord- en Midden-Limburg de Handreiking Landschap gepubliceerd.

In deze handreiking worden acceptabele mogelijkheden voor grootschalige ontwikkelingen zon-op-land vanuit landschap onderbouwd. De volgende afwegingsprincipes en uitgangspunten worden genoemd. Afwegingsprincipes: 1 Voorkeur voor grootschalige clustering. 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.

15

16

22

23

3

Afwentelen naar tijd wordt voorkomen.

Ontwerpprincipes zonneweides

Uitgangspunten: 1 Zuinig en zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik. 2 Combineren van opgaven en investeren met andere opgaven. 3 Vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar organiseren. 4 Aansluiten bij gebied specifieke kenmerken. De aard van het landschap in relatie tot de omvang van het initiatief en de nodige landschappelijke ingrepen bepalen samen de geschiktheid voor grotere zonneweides.

Geschiktheid landschap voor zonneweides

Gezondheid in relatie tot zonneweides Het RIVM stelt dat zonne-energie nagenoeg geen effecten heeft op de gezondheid. Het veroorzaakt geen luchtverontreiniging of geluid. De omvormers die de door het zonnepaneel geleverde gelijkstroom omzetten in een wisselstroom genereren weliswaar elektromagnetische velden (EMV), maar de veldsterkte waaraan men kan worden blootgesteld ligt onder de door de overheid gehanteerde blootstellingslimiet. Omdat mensen gewoonlijk niet langdurig bij de omvormer verblijven, zal de feitelijke blootstelling zeer laag zijn. Omvormers kunnen door trillingen een bromtoon veroorzaken (laagfrequent geluid). Een andere oorzaak van een brommend of zoemend geluid is de ventilator. Door de omvormer in een ruimte te plaatsen waar men niet vaak verblijft en de omvormer op de juiste manier te plaatsen, kan hinder door bromtonen worden vermeden of beperkt. Een andere oplossing is een micro-omvormer te gebruiken. Deze produceert geen laagfrequent geluid.

Effecten op natuur en milieu van zonneweides Door slijtage, beschadiging en weerseffecten, in het bijzonder hagel en onweer, kunnen stoffen uit de panelen, draagconstructies en fundering vrijkomen en vervolgens in de bodem en het grondwater komen. Dat geldt ook voor stoffen afkomstig van reiniging, onkruidbestrijding en reparaties. Het gaat om metaalverbindingen (onder andere lood, zilver, koper en zink) en organische stoffen die schadelijk kunnen zijn voor het ecosysteem. Hoewel de levensduur van zonnepanelen 20 tot 30 jaar bedraagt, waardoor ophoping in de bodem kan ontstaan, gaat het om zeer lokale, vermoedelijk 17

18

24

25

beperkte risico’s. Belangrijk is om de effecten in bodem en grondwater door monitoring goed in de gaten te houden, onder meer met het oog op bescherming van waterwingebieden. Een ander effect is de invloed op de flora en fauna in/ op en nabij de bodem doordat zonnepanelen zonlicht wegnemen. In zonneparken op grasland worden vaak schapen ingezet om het gras onder de zonnepanelen te ‘maaien’, zodat dit niet te hoog kan worden en voor schaduw kan zorgen.

hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan laagfrequent geluid. Het aantal bronnen dat laagfrequent geluid produceert (zoals mechanische ventilatie, warmtepompen, koelsystemen en verkeer) lijkt toe te nemen. Het is mogelijk dat ook het aantal gehinderden en meldingen hierdoor zal stijgen. Met geluidwerende maatregelen is het makkelijker om hoge tonen te dempen, waardoor het resterende laagfrequent geluid meer kan opvallen.

Effecten op mens en milieu van windmolens

WHO-richtlijnen geluid windmolens

Geluid windmolens Windmolens maken geluid. Sommigen mensen vinden dat ze veel geluid maken, anderen vinden dat het wel meevalt. Maar het geluid wordt al bij lagere niveaus, meer dan bij verkeers- en industriegeluid, snel als zeer hinderlijk ervaren. De draaiende rotorbladen maken het geluid. Dit geluid is niet constant, het varieert als een rotorblad de mast passeert. Meer nog dan het geluidsniveau, is het vooral deze variatie (het zoeven) die als hinderlijk wordt ervaren. Bij oudere windmolens maken de bewegende delen in de gondel ook geluid. Bij moderne turbines is dit geluid echter zo gering dat het in de ervaren hinder geen rol meer speelt. Het Activiteitenbesluit milieubeheer stelt regels voor de maximale geluidbelasting van woningen en andere verblijfsruimtes. De geluidsbelasting mag niet hoger zijn dan 47 dB. Aanvullend geldt dat het geluidsniveau ’s-nachts niet hoger mag zijn dan 41 dB. Dit geluidsniveau is vergelijkbaar met het geluid van bijvoorbeeld een kantoorruimte of een koelkast. Het geluid verspreidt zich in de omgeving, waarbij het geluidsniveau wordt beïnvloed door de positie van de windmolen, de bodem, de weerkaatsing van geluid en de windrichting.

De World Health Organization (WHO) heeft in 2018 richtlijnen voor geluid ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaronder windmolengeluid maar ook voor andere geluidsbronnen. Deze richtlijnen zijn niet bindend, maar betreffen een advies. De WHO geeft in het rapport een zogenaamd geconditioneerd advies om de blootstelling van geluidniveaus van windmolens te beperken tot een gemiddelde van 45 dB overdag (Lden). Dit geconditioneerd advies is gebaseerd op een aantal studies die erop wijzen dat 10 procent van de populatie sterk gehinderd is bij een blootstelling aan een geluidniveau van 45 dB overdag of hoger. De WHO geeft een zogeheten voorwaardelijke aanbeveling omdat het beschikbare bewijs voor de relatie tussen windmolengeluid, hinder en gezondheid volgens de WHO van lage kwaliteit is. Uit het rapport van de WHO komt ook naar voren dat er geen statistische significante relatie is gevonden tussen blootstelling aan windmolengeluid en hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. Tot slot geeft het rapport aan dat contextuele factoren (zoals de opvatting t.o.v. windmolens, direct zicht, economisch profijt) een belangrijke rol spelen in de effecten en de ervaring van windmolengeluid.

Concreet betekent dit dat iemand die zich elke dag ergert aan het verlies aan uitzicht door een windpark, of gebrek aan vertrouwen heeft in instanties, zich ook meer gaat storen aan het geluid.

Slagschaduw en obstakelverlichting windmolens Hoge molens vangen veel wind. Maar ze geven ook lange schaduwen. De frequentie en duur van de slagschaduw worden beïnvloed door de seizoenen en de stand van de zon. De schaduwlengte is relatief het langst in de winter gedurende de ochtend en avond. Omdat slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren, geldt hiervoor een wettelijke norm van 5 uur en 40 minuten per jaar. Deze norm geldt voor gevoelige gebouwen (bijvoorbeeld woningen of scholen) binnen een straal van 12 maal de rotordiameter van de windmolen. Als deze norm overschreden wordt, dan moet de turbine automatisch worden stilgezet. Daardoor levert de turbine uiteraard minder op, maar veel is dat niet. In de praktijk gaat het meestal maar over een paar keer per jaar.

Laagfrequent geluid windmolens Het aantal meldingen en klachten over het horen van een bromtoon is de afgelopen jaren toegenomen. Sommige mensen ervaren zeer veel hinder. Het meten van laagfrequent geluid is moeilijk en het lukt niet altijd om de bron van het geluid te vinden. Als er wel een bron gevonden wordt, is er ook niet altijd een oplossing voor. Het is mogelijk dat (ook) andere factoren een rol spelen bij het ontstaan van de klachten. Bepaalde medische aandoeningen, zoals tinnitus, kunnen dezelfde klachten veroorzaken. Er is nog veel onbekend over de gezondheidseffecten die kunnen optreden bij blootstelling aan laagfrequent geluid. Anders dan bij geluid in het algemeen, zijn alleen 19

20

26

27

onderbouwd moeten worden met een milieubeoordeling. De huidige wettelijke normen voor geluidsniveaus zijn 47 dB overdag (Lden) en 41 dB ‘s nachts (Lnight). De beslissing van de Raad van State komt voort uit een arrest van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg rond een windpark in het Belgische Nevele, in 2020. Toen oordeelde de Europese rechter dat een milieu-oordeel noodzakelijk is. De Nederlandse overheid heeft zo’n beoordeling nooit gemaakt, terwijl dat wel vereist is volgens Europees recht. Het gevolg van de uitspraak is dat besluiten over nieuwe windparken blijven liggen tot deze milieubeoordeling klaar is. Als deze milieubeoordeling gereed is, wordt dit opgenomen in de regelgeving (Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling). Daarna verleent men pas vergunningen aan windparken. Er is een andere route waardoor niet alle plannen op pauze hoeven te komen staan. Een gemeente of provincie kan, gebruik makende van een bestemmings- of inpassingsplan, ook eigen normen stellen aan het betreffende park.

Bevoegd gezag windparken en zonneweides Bij windmolens met een hogere tiphoogte dan 150 meter is het verplicht obstakelverlichting te plaatsen, zodat vliegtuigen ze beter kunnen zien. Dit kan knipperende of continu brandende verlichting zijn. Obstakelverlichting kan voor omwonenden hinderlijk zijn. Er zijn experimenten om deze hinder weg te nemen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van grondradar of simpeler het afschermen van de verlichting.

Effecten op natuur en milieu van windmolens Een negatief effect van windturbines betreft vogelsterfte door botsingen met windturbines. Naast de aantallen vogels die hier het slachtoffer van zijn, is het percentage van een vogelsoort dat wordt getroffen van belang. Ook een relatief klein percentage kan negatief doorwerken op de omvang van een soort. Volgens MilieuCentraal sterven naar schatting jaarlijks ongeveer 50.000 vogels door botsingen met windturbines. Dit is overigens veel minder dan het aantal vogels dat sterft in het verkeer (ongeveer 2 miljoen) of door contact met hoogspanningslijnen (ongeveer 1 miljoen). Ook vleermuizen kunnen het slachtoffer zijn van een botsing met een windturbine. Een ander nadelig effect is de verstoring van voedsel-, rust- en broedgebieden van sommige vogelsoorten.

Provincies zijn bevoegd gezag voor windparken of windmolens met een opgesteld vermogen van meer dan 5 megawatt. De provincie kan op grond van artikel 9f lid 6 van de Elektriciteitswet bepalen dat zij de bevoegdheid voor windparken met een groter vermogen van 5 megawatt overdraagt aan de gemeente. Zowel gemeenten (bestemmingsplan) als provincies (inpassingsplan) hebben de bevoegdheid om een windpark ruimtelijk in te passen. In KODE wordt uitgegaan van een windpark met ongeveer 7 windmolens van ieder 3 tot 4 megawatt. Het vermogen van het windpark zou dus ongeveer 21 megawatt zijn en daarmee is de provincie Limburg het bevoegd gezag. Gemeenten zijn bevoegd gezag voor zonneweides van minder dan 50 megawatt. Daarboven is de rijksoverheid het bevoegd gezag. Kader Tijdens de verkenning konden inwoners hun mening geven over de wenselijkheid van zonneweides en een windpark. In totaal zijn 165 reacties ontvangen, waaronder de onderstaande vier: •

Wat zou u vinden van een grootschalig energieproject in de gemeente Horst aan de Maas? “Goed initiatief, echter moet het zorgvuldig aangelopen worden. Draagvlak en integratie in het bestaande landschap is belangrijk.”

•

Wat zou u vinden van een grootschalig energieproject in de gemeente Horst aan de Maas? “Leg de blokkendozen op Californië, Klavertje en Floriade en veilinghallen maar vol met zonnepanelen. Geen windmolenpark rondom Grubbenvorst. We hebben al genoeg te verduren van alle grote projecten zoals zandwinning A73 en A67, veiling en megastallen. Geef subsidies aan inwoners opdat zij hun daken vol panelen leggen en zo grotendeels zelfvoorziening worden.”

•

Wat vindt u belangrijk voor de bewoners uit de gemeente Horst aan de Maas/ direct omwonenden? “Belangrijk voor de bewoners is dat ze zeggenschap krijgen in het wel of niet plaatsen van dusdanige projecten die een giga impact hebben op de leefomgeving van mens en dier.”

•

Wat zou u vinden van een grootschalig energieproject in de gemeente Horst aan de Maas? “Ik denk dat we wel moeten als grote plattelandsgemeente.”

Veiligheid Voor de locatiekeuze van windmolens is het belangrijk de (externe) veiligheidsrisico’s in de omgeving in kaart te brengen en de risico’s te beoordelen. Het Handboek Risicozonering Windmolens (HRW) geeft rekenregels voor de (externe) veiligheidsrisico’s van windmolens. De rekenregels geven aan hoe de kans moet worden berekend dat er een (stuk van een) blad van de windmolen afvalt, een gondel valt of een mast breekt, en tot op welke afstand dit invloed kan hebben op de veiligheid. Er gelden minimale afstanden tot windmolens voor verschillende gebouwen en objecten om de risico’s te beperken. Ligt een gebouw of object buiten deze afstand, dan is er voor de plaatsing van windmolens in principe geen belemmering vanuit het oogpunt van veiligheid. Ligt het binnen deze afstand dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden.

Uitspraak Raad van State over windmolens – Nevele Arrest Windmolens zijn de afgelopen maanden veel in het nieuws geweest. In de media wordt veel gesproken over de gevolgen die windmolens hebben voor de omgeving. In juni 2021 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan dat de normen voor bijvoorbeeld geluid en slagschaduw 21

22

28

29

5

MARIAPEEL

Kenmerken zoekgebied Mariapeel Het zoekgebied de Mariapeel is een langwerpig, open en uitgestrekt gebied ten oosten van het Natura-2000 gebied Mariapeel en ten westen van de Midden Peelweg. In het gebied is veel akkerbouw en veehouderij, de grote rechthoekige kavels zijn hier namelijk goed geschikt voor. In de noordelijke punt van dit gebied ligt de Dorperpeelweg. Ten noordwesten van dit zoekgebied liggen twee grote vakantieparken van Center Parcs. In het middelste gedeelte, ten zuiden van de spoorlijn, begint de lintbebouwing aan de Zwarte Plakweg en de Driekooienweg. In het zuidelijke gedeelte bevinden zich toeristische activiteiten, zoals het attractiepark Toverland en De Schatberg. Er zijn twee golfbanen: de Golfhorst en de Peelse Golf. In de afgelopen jaren is de hippische zone Grandorse ontwikkeld. Een unieke zone waarin het topsegment van de paardenbranche, ondernemers en overheid samenwerken om topsport en de breedtesport te faciliteren en te ontwikkelen. Het zoekgebied is interessant om te verkennen voor zonneweides vanwege de rationele grootschalige verkaveling van het landschap (grote rechthoekige kavels), het beperkte aantal direct omwonenden en interessante koppelkansen met waterbeheer, natuurontwikkeling, landbouwtransitie, stikstofproblematiek en toeristische en paardensportontwikkelingen.

De analyse en verantwoording voor deze keuze is uitgebreid beschreven in KODE Hoofdstuk 5 Landschappelijke keuzes (p.37).

In het gebied zien we de volgende ontwikkelingen: • Landbouwtransitie Het zoekgebied is voornamelijk een agrarisch gebied met intensieve veehouderij, melkveehouderij, akkerbouw en tuinbouw. We zien dat de landbouw in een veranderingsproces zit. Maar de richting waarin die verandering opgaat, is nog altijd divers. Zo kun je denken aan vertical farming met volop inzet van innovatieve technologie, aan een natuurinclusieve landbouw die intensief gebruik maakt van ecosystemen, of aan 23 30

31

•

•

•

•

kringlooplandbouw waar circulaire principes essentieel zijn. Uit gesprekken met agrariërs in het gebied concluderen we dat de sector als het ware ‘in beweging’ is. Sommige agrariërs willen verder ontwikkelen en zijn op zoek naar een passend duurzaam verdienmodel. Andere overwegen om te gaan stoppen. Het is belangrijk dat de overheid dit transitieproces faciliteert, bijvoorbeeld door kavelruil, strategische grondaankoop maar ook het stimuleren van innovaties zoals de combinatie tuinbouw en zonneweides (zie https://ap.lc/saKXy). Hierdoor kan de agrarische structuur in het gebied versterkt en toekomstbestendig worden gemaakt. Stikstof depositie in het Natura 2000-gebied Mariapeel Een van de crises die Nederland op dit moment in de houdgreep heeft, is de stikstofcrisis. Het stikstofprobleem bestaat al langer. Echter, recent heeft de Raad van State besloten dat de hoge depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden, waaronder de Mariapeel, een van belangrijkste bedreigingen is voor deze gebieden. De depositie van stikstof zal fors naar beneden moeten om te voldoen aan de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Dit kan door het verminderen van de veestapel en door technische maatregelen rond deze gebieden. Het kabinet heeft recent substantiële financiële middelen vrijgemaakt om agrariërs te compenseren wanneer zij stoppen.

De provincie Limburg heeft een Aanvalsplan Stikstof opgesteld met concrete maatregelen voor de 21 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in Limburg. Naar verwachting zal het aantal agrariërs en dieren in het zoekgebied de komende jaren afnemen. Waterbeheer Het waterbeheer in het zoekgebied is complex. Het natuurgebied Mariapeel is een hoogveengebied dat vraagt om een hoge stabiele waterstand. Het omliggende landbouwgebied ligt veel lager. Een aantal agrariërs in met name het noordelijke deel van het zoekgebied hebben veel last van kwelwater. Al enkele jaren heeft dit geleid tot veel gewasschade. Natuurontwikkeling Het natuurgebied Mariapeel vormt samen met de Deurnsche Peel en Nationaal Park Groote Peel een van de grootste veenmoerassen onder de rivieren. De afgelopen decennia is veel geïnvesteerd in natuurontwikkeling met als doel regeneratie van het hoogveen en de kwaliteit van de flora en fauna te versterken. Dit wordt onder andere gedaan via het Integrale Gebiedsprogramma Peelvenen. Landschap Het gebied is een veenontginningsgebied met een grootschalig open karakter. In de landschappelijke en cultuurhistorische ontwikkelingen van de Peel zijn twee periodes te onderscheiden; de periode voor 1850 en de periode na 1850. Aanvankelijk werd voor 1850 in de Mariapeel op kleinschalige wijze turf gewonnen. Na 1850 werd de veenontginning grootschalig, zelfs industrieel aangepakt.

Voor de huisvesting van de vele veenarbeiders werden de dorpen Helenaveen en Griendtsveen gesticht. Sterke ontwatering en het ontgraven van het veen leidde tot ruimte voor landbouwkundige ontwikkelingen. De recessie in de jaren dertig, het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de maatschappelijke veranderingen in het denken en doen over natuur en milieu vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw, heeft het restant van het oorspronkelijke Peelgebied gevrijwaard van verdere ontginning. Het gebied is omringd door een goed verkaveld, intensief en open landbouwgebied. De dorpen Helenaveen en Griendtsveen hebben de

•

•

status van beschermd dorpsgezicht gekregen vanwege de bijzondere cultuurhistorische betekenis. Recreatie & Toerisme Het gebied kent vele recreatieve en toeristische voorzieningen, zoals Toverland, De Schatberg, Meerdal en de Limburgse Peel (Center Parcs), Blauwenbessenland, Peelmuseum en de golfbanen Golfhorst en Peelse Golf. Mensen gaan er graag fietsen en wandelen, zowel in de Mariapeel als in de gebieden eromheen. Naar verwachting zal het belang van recreatie en toerisme verder toenemen. Toverland heeft bijvoorbeeld de ambitie en de ruimte om verder te groeien. Paardensport Grandorse is geïnitieerd door een samenwerking van de paardenbranche met overheden en investeerders. Door de hoge kwaliteit van de faciliteiten, de aanwezige paardensporters en de uitstekende vestigingsmogelijkheden, is er volop interesse vanuit de paardenbranche uit de hele wereld om zich in Grandorse en omgeving te vestigen. Het centrum van Grandorse is Equestrian Centre de Peelbergen (ECP), een accommodatie waar vele hippische evenementen worden georganiseerd. Grandorse heeft de ambitie om de komende jaren verder te groeien als unieke vestigingslocatie voor de paardensport.

24

25

32

33

Dorperpeelweg (noord) In april 2021 hebben de grondeigenaren aan de Dorperpeelweg contact opgenomen met het verkenningsteam. De ongeveer tien agrariërs hebben circa 200 hectaren grond in bezit. Het gebied heeft last van veranderingen van het grondwatersysteem zoals kwelwater. Al een aantal malen heeft het gebied onder water gestaan en zijn oogsten mislukt. Ten aanzien van het waterbeheer is er de afgelopen 10 tot 15 jaar veel onrust en onzekerheid. Er lopen momenteel diverse rechtszaken en mediationtrajecten met de waterschappen Limburg en Aa en Maas. Op 18 mei 2021 heeft in de voormalige kerk van Evertsoord een bijeenkomst plaatsgevonden met de agrariërs en de overige inwoners aan de Dorperpeelweg. Tijdens het gesprek kwam duidelijk naar voren dat er veel speelt in het gebied, zoals waterbeheer, landbouwtransitie, recreatie & toerisme en de aanleg van zonneweides. Vervolgens is een kansen- en belemmeringenkaart gemaakt en zijn een-op-een gesprekken gevoerd met de agrariërs en inwoners. Uit deze gesprekken blijkt dat een aantal agrariërs wil stoppen en een aantal doorgaan. Op de gronden die last hebben van vernatting is landbouw steeds lastiger. De eigenaren van deze gronden overwegen de aanleg van zonneweides. Dit willen zij graag coöperatief doen, eventueel samen met een commerciële zonontwikkelaar.

Een vrijwillige kavelruil zou de bedrijfsvoering van de agrariërs en recreatieondernemers die willen doorgaan, kunnen verbeteren. Ook is gesproken met Center Parcs. Zij hebben aangegeven geen problemen te hebben met de ontwikkeling van zonneweides.

Evertsoord (midden) Ruimte voor Ruimte Al enige tijd is het ontwikkelbedrijf Ruimte voor Ruimte van de provincie Limburg actief in Evertsoord. Zes grondeigenaren hebben een overeenkomst afgesloten met Ruimte voor Ruimte voor de ontwikkeling van zonneweides. Het voorstel is om doormiddel van een vrijwillige kavelruil te komen tot één of meerdere zonneweides. Het initiatief van Ruimte voor Ruimte heeft tot onrust geleid bij de inwoners van Evertsoord. Door de activiteiten van Ruimte voor Ruimte en de gebiedsverkenning, is bij de inwoners van Evertsoord het beeld ontstaan dat er een zonneweide komt van meer dan 200 hectares in Evertoord. De vrees bestaat dat een dergelijke ontwikkeling de leefomgeving en leefbaarheid ingrijpend zal veranderen. Ook is men verrast dat een ontwikkelbedrijf van de overheid een dergelijk initiatief neemt, zonder open en transparant te communiceren met alle inwoners uit het gebied.

Wat vinden inwoners, grondeigenaren en pachters van het zoekgebied Het zoekgebied Mariapeel is een groot zoekgebied. Uit praktische overwegingen is tijdens de verkenning het gebied in de volgende drie deelgebieden opgedeeld: 1. Dorperpeelweg (noord) 2. Evertsoord (midden) 3. De Schatberg en Toverland (zuid)

In juni 2021 hebben een tweetal bestuurlijke overleggen plaatsgevonden tussen de gemeente Horst aan de Maas en de provincie Limburg. De provincie steunt het initiatief van de gemeente om een brede verkenning uit te voeren en te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een integrale gebiedsontwikkeling en de realisatie van zonneweides. Met de provincie is afgesproken dat de overeenkomsten tussen de grondeigenaren en Ruimte voor Ruimte niet worden verbroken zolang de verkenning loopt. Op basis van de resultaten van de verkenning zal bepaald worden wat de vervolgstappen zullen zijn. Het verkenningsteam heeft gesproken met de zes agrariërs die een overeenkomst hebben afgesloten met Ruimte voor Ruimte. Om verschillende redenen zijn zij op zoek naar een andere

26

27

34

35

bestemming voor hun grond. Het voorstel van Ruimte voor Ruimte wordt gezien als financieel interessant.

De Schatberg en Toverland (zuid)

Inwoners en grondeigenaren van Evertsoord Na de start van de verkenning heeft het dorpsplatform Evertsoord contact opgenomen met het verkenningsteam. Op 10 mei 2021 heeft het dorpsplatform een bijeenkomst georganiseerd in de voormalige kerk van Evertsoord waar wethouder Kuipers en het verkenningsteam aanwezig waren. Het pleidooi van de inwoners en het dorpsplatform was dat de overgrote meerderheid van de inwoners van Evertsoord de komst van een grootschalige zonneweide niet ziet zitten. De wethouder en het verkenningsteam hebben aangegeven dat de gemeente ervoor kiest vanuit een open dialoog met inwoners en grondeigenaren te verkennen wat de mogelijkheden en de wenselijkheid is van zonneweides en mogelijke koppelkansen. Inwoners hebben ook aangegeven weinig vertrouwen te hebben in de overheid en de politiek. Ze zien steeds meer ontwikkelingen hun kant opkomen en maken zich zorgen over de impact op de leefomgeving en leefbaarheid. Ze hebben het gevoel dat Evertsoord niet serieus wordt genomen door de overheid. Naar aanleiding van de bijeenkomst hebben vervolggesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van Evertsoord. Zij geven aan tegen de komst van zonneweides te zijn, maar realiseren zich ook dat een aantal grondeigenaren wil stoppen en overeenkomsten heeft afgesloten met Ruimte voor Ruimte en commerciële zonontwikkelaars.

Tegelijkertijd zijn er agrariërs die verder willen met hun bedrijfsactiviteiten. Als verdere stappen genomen worden, willen zij graag actief betrokken worden in een toekomstig proces.

In mei 2021 is gesproken met vertegenwoordigers van De Schatberg en Toverland. Zij geven aan dat de recreatieondernemers in het gebied grote bezwaren hebben tegen de ontwikkeling van een windpark. Aan de ontwikkeling van zonneweides daarentegen, willen ze meewerken en zien ze ook mogelijkheden. Recreatieondernemers geven aan dat één grote zonneweide van 200 of 300 hectare niet de voorkeur heeft. Dit roept veel weerstand op bij inwoners en heeft een te grote impact op het landschap en de leefbaarheid van het gebied. De voorkeur gaat uit naar kleinere zonneweides die samen een groter geheel vormen. Dit zou kunnen door in het gehele zoekgebied van noord naar zuid een kabel aan te leggen en daaraan verschillende zonneweides en -daken aan te haken. Hierdoor ontstaat een lint van kleine, middelgrote en grote zonneweides. Ook kan gedacht worden aan het plaatsen van zonnepanelen boven parkeerplaatsen bij Toverland, De Schatberg of de Peelbergen. Of andere innovaties zoals blauwebessenteelt onder zonnepanelen en verplaatsbare zonneweides als onderdeel van het teeltplan van akkerbouwers. Tegelijkertijd kunnen grote stroomgebruikers, zoals De Schatberg, Toverland en Center Parcs stroom afnemen. Waarschijnlijk zal een lint van middelgrote zonneweides minder rendabel zijn dan één of meerdere grote zonneweides. Echter het maatschappelijk draagvlak zal groter zijn.

Bij het verkenningsteam hebben zich een tweetal varkenshouders gemeld uit Evertsoord. Eén varkenshouder wil graag een zonneweide van 25 hectare ontwikkelen en de andere zou graag zijn bedrijf verplaatsen naar een andere locatie. Het verplaatsen van het bedrijf zou een bijdrage kunnen leveren aan de vermindering van de uitstoot van stikstof en de verdere ontwikkeling van Grandorse.

28

29

36

37

mogelijke negatieve impact die dit heeft op de leefomgeving en leefbaarheid. Tegelijkertijd heeft men begrip voor de voorgestelde ontwikkelstrategie.

Conclusies en ontwikkelstrategie Conclusies In de afgelopen maanden zijn vele bijeenkomsten en gesprekken gevoerd met grondeigenaren, inwoners, ondernemers en andere stakeholders van het zoekgebied de Mariapeel. We concluderen het volgende: •

•

•

•

•

Veel inwoners hebben bezwaren tegen de komst van zonneweides. Zij uiten hun zorgen over de negatieve impact van een dergelijk project op hun leefomgeving. Het beeld van een aaneengesloten zonneweide van 200 of 300 ha in Evertsoord heeft veel weerstand opgeroepen. Dit beeld is ontstaan door het initiatief van Ruimte voor Ruimte en versterkt door de ingezette gebiedsverkenning. Voor het draagvlak voor toekomstige projecten is het van belang om goed het gesprek met de inwoners te blijven voeren. En hen actief te betrekken in een mogelijk vervolg. Inwoners van Evertoord hebben het gevoel dat veel ontwikkelingen hun kant op komen en dat men onvoldoende gehoord wordt. Men is bezorgd over de gecombineerde impact van al deze ontwikkelingen op de leefomgeving en leefbaarheid van Evertsoord. Er is weinig tot geen vertrouwen in de overheid en de politiek. De recreatieondernemers hebben grote bezwaren tegen een windpark. Indien goed ingepast in het landschap zijn zonneweides acceptabel. Ook het overkappen van parkeerplaatsen met zonnedaken wordt overwogen. Verschillende grondeigenaren aan de Dorperpeelweg en in Evertsoord hebben interesse in zonneweides. Een aantal van hen heeft een overeenkomst met een (commerciële) zonontwikkelaar afgesloten. In het zoekgebied zijn diverse ontwikkelingen gaande.

Het gebied is ‘in beweging’ waarbij sommige agrariërs willen stoppen en andere willen doorgaan. Een aantal agrariërs overweegt de aanleg van zonneweides, eventueel gecombineerd met blauwe bessenteelt. Ook spelen er diverse ontwikkelingen rondom de uitbreiding van Toverland en Grandorse, waterbeheer, verminderen van de uitstoot van stikstof en natuurontwikkeling.

Ontwikkelstrategie Een belangrijk uitgangspunt in KODE is dat bij de ontwikkeling van grootschalige energieprojecten er een koppeling wordt gemaakt met andere ontwikkelingen, ambities of problemen in het gebied. Uit alle gesprekken die gevoerd zijn, is een beeld ontstaan dat de basis vormt voor een mogelijke ontwikkelstrategie.

Op 29 en 30 september en 4 oktober 2021 heeft het verkenningsteam de conclusies van de verkenning gepresenteerd aan de inwoners van respectievelijk Evertoord, Kronenberg en America. De meerderheid van de aanwezigen inwoners hebben bezwaren tegen de komst van zonneweides. Zij hebben nogmaals hun zorgen uitgesproken over de aanleg van grootschalige zonneweides en de

Zoals we al concludeerden is er in het zoekgebied veel gaande. Vandaar het voorstel om de ontwikkeling van eventuele zonneweides te realiseren als onderdeel van een integrale gebiedsontwikkeling. Via deze aanpak kunnen kansen en oplossingen worden gecreëerd voor zonneweides en -daken, de landbouwtransitie, innovatieve teelten in combinatie met zonnepanelen, recreatie & toerisme, paardensport (Grandorse), waterbeheer, vermindering van de uitstoot van stikstof en natuur- en landschapsontwikkeling.

30

31

38

39

Wat vinden inwoners van America, Kronenberg en Evertsoord

Binnen deze integrale gebiedsontwikkeling zou voor het ontwikkelen van zonprojecten, een stroomkabel parallel aan de Midden Peelweg aangelegd kunnen worden waaraan diverse zonneweides en -daken worden aangehaakt. Hierdoor ontstaat een ‘lint’ van verschillende zonneweides en -daken lopend van zuid naar noord. Eventueel kan een dergelijk lint worden doorgetrokken richting het aangrenzende Venray, Deurne en Peel en Maas. In de omgeving van Ysselsteyn wordt momenteel door een lokale energiecoöperatie de mogelijkheden van zonneweides onderzocht. Eventueel gecombineerd met de productie van waterstof. Ook in Deurne liggen concrete plannen voor zonneweides. Daarnaast dient aandacht gegeven te worden aan de ontwikkeling van grote zonnedaken op bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen van agrariërs/ ondernemers en parkeerplaatsen van recreatieondernemers (De Schatberg, Toverland, Peelbergen en Center Parcs). Onderdeel van de ontwikkelstrategie moet zijn een set van uitganspunten zodat lokaal eigendom van zonneweides geborgd is en de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden. Het met elkaar coöperatief ontwikkelen heeft daarbij de voorkeur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10849299/1