CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

08c Bestemmingsplan Toelichting

Gemeenteraad 10 mei 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Stationsstraat 140, Hegelsom.14.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32

Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan. 5.2.5 Spuitzone Hoewel er voor het gebruik en de introductie van gewasbeschermingsmiddelen diverse wetten, besluiten en regels van toepassing zijn, zijn er geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht wordt gekweekt en nabijgelegen gevoelige functies, waaronder woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van boom- en fruitteelt wordt meestal een afstand van 50 meter aangehouden tussen boomen fruitteelt en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van een inrichting waar mogelijk sprake kan zijn van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het aan het plangebied grenzende perceel is in eigendom bij de initiatiefneemster. Gezien de afstanden en het volledige eigendom van de naastgelegen percelen van initiatiefneemster nabij de te bouwen woning van initiatiefneemster is de conclusie gerechtvaardigd dat de zowel gewenste woonbestemming aan de Asdonckerweg ong.

alsmede de woning aan de Stationsstraat 140 voldoende afstand kent tot de nabijgelegen functies en deze toereikend is voor een goed woon- en leefklimaat m.b.t. dit aspect. 5.2.6 Geur veehouderijen Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de per 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en Veehouderij (Wgv). Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (gebouwen voor menselijk wonen en menselijk verblijf). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mogen de omliggende veehouderijen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Gemeenten hebben onder de Wgv de bevoegdheid gekregen om binnen de kaders die deze wet stelt eigen normen te stellen. Deze kunnen worden vastgelegd in een geurverordening. De normstelling in de geurverordening dient te worden gemotiveerd aan de hand van een gebiedsvisie geurhinder en veehouderij. De gemeente Horst aan de Maas beschikt over een geurverordening. Voor het bepalen van de toe te passen normen Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

33

is het eveneens van belang of het gebied is gelegen binnen een concentratiegebied als bedoeld in bijlage l van de Meststoffenwet, hetgeen voor de gemeente Horst aan de Maas van toepassing is. De verordening geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas kent en aantal gebieden waar afwijkende geurnormen van toepassing zijn. De planlocatie is niet gelegen binnen deze gebieden. Dit betekent dat de onderstaande wettelijke normen en afstanden van toepassing zijn: 1. de norm van 3 ouE/m3 voor de maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten gelegen in de bebouwde kom; 2. de norm van 14 ouE/m3 voor de maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen het buitengebied; 3. een vaste afstand van 100 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten gelegen in de bebouwde kom; 4. een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten gelegen in het buitengebied. Toetsing Aangezien het in de voorgenomen ontwikkeling gaat om (burger)woningen is er sprake van nieuwe geurgevoelige objecten.

Afbeelding 10, uitsnede kaart A locaties veehouderijen. Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

34

Binnen een afstand van 50 meter, die geldt voor vaste afstandsdieren, zijn geen geurbelastende functies aanwezig. Bovendien zijn er binnen 450 m geen veehouderijen met geurcontouren in de directe omgeving aanwezig, die een negatief effect op de voorgenomen ontwikkeling kunnen hebben. Een en ander wordt bevestigd door de resultaten uit de geurgebiedsvisie 2020 zoals deze door de gemeente Horst aan de Maas is opgesteld.

Afbeelding 11, uitsnede kaart B achtergrondbelasting geurgebiedsvisie.

Op basis van bovenstaande uitsnede van kaart B Achtergrondbelasting blijkt dat het leefklimaat op de locatie Stationsstraat 140 en de nieuw te realiseren woning aan de Asdonckerweg, op basis van de indicatieve achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder als ‘redelijk goed’ beoordeeld is. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de omgeving van de locatie een indicatieve achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder als ‘goed’ beoordeeld is. Naar aanleiding van de onderhavige bestemmingsplanprocedure zal de veehouderij, gevestigd aan de Stationsstraat 140 beëindigd worden. Hierdoor zal de indicatieve achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder wijzigen in de directe omgeving van de locatie Stationsstraat 140. Het is op basis van bovenstaande kaart en onderstaande geurcontourenkaart te verwachten dat de indicatieve achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder voor zowel de locatie

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

35

Stationsstraat 140 als de nieuw te realiseren woning op de locatie Asdonckerweg ong. beoordeeld zal worden als de omliggende omgeving, te weten ‘goed’.

Afbeelding 12, uitsnede geurcontourenkaart kaart C geurgebiedsvisie.

Op het gebied van geur bestaan er dus geen belemmeringen . 5.2.7 Gezondheid In de onderhavige situatie is sprake van een nieuw te bouwen woning aan de Asdonckerweg. De beoogde aanpassing van de bestemming van agrarisch naar wonen heeft geen invloed op de endotoxine belasting. Horst aan de Maas kent 3 veehouderijbedrijven die in of nabij de gemeentegrenzen gelegen zijn waar geiten worden gehouden. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen veehouderijbedrijven gelegen waar geiten gehouden worden. De dichtstbijzijnde geitenhouderij bevindt zich op 4 km van de locatie. Het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III, longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014-2016’ van september 2018. In dit onderzoek wordt een correlatie bevestigd tussen het wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en een Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

36

verhoogd risico op longontsteking. Om dit risico per direct te beperken voor de inwoners van Limburg is ervoor gekozen om hiervoor rechtstreeks werkende regels in te stellen. Uit het onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen. Uitkomsten worden in 2024 verwacht. Aangezien het plan niet in de directe omgeving van een geitenhouderij is gelegen vormt dit geen belemmering voor de bestemmingswijziging. Gezondheid vormt hiermee geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. 5.2.8 Bedrijven en milieuzonering Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieu wet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Indien woningbouw wordt gerealiseerd in de directe omgeving waar bedrijven zijn toegelaten, dan dient rekening gehouden te worden met de bestaande rechten van deze bedrijven. Rondom het plangebied liggen enkele woningen.

De omgeving wordt verder gekenmerkt door de aanwezigheid van diverse bedrijfsbestemmingen bestemd als: specifieke vorm van bedrijf – elektrotechnische industrie (Stationsstraat 142) en specifieke vorm van bedrijf – installatiebedrijf (Stationsstraat 136) alsmede bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ ( Asdonckerweg 1) en ‘Agrarisch met waarden’ , functieaanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – champignonkwekerij’ (Stationsstraat 126). Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Aan deze bedrijven wordt een milieucategorie toegekend met een bijbehorende richtafstand. In onderstaande tabel zijn de milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

37

Milieucategorie

Richtafstand tot

Richtafstand tot

omgevingstype

omgevingstype

rustige woonwijk,

gemengd gebied

rustig buitengebied 1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Tabel 2, milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening vindt afstemming van bestaande en nieuwe functies plaats door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (2009). De richtafstanden in de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals rustig buitengebied. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied. In dat geval kunnen de richtafstanden, blijkens de toelichting op de systematiek, zonder dat dit ten kosten gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype ‘gemengd gebied’. Toets plangebied De om te zetten woning is een milieugevoelige functie die beschermd dient te worden tegen milieuhinder vanuit omliggende (agrarische) bedrijven of instellingen en anderzijds mogen die bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. De omliggende bedrijven gelegen aan respectievelijk; Stationsstraat 142 ( 45 m), Stationsstraat 136 (36 m), Stationsstraat 126 (160 m) en Asdonckerstraat 1 (15 m), behoren tot Milieucategorie 2. Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

38

Aangezien de locatie gelegen is in een omgeving die gekenmerkt wordt als gemengd gebied, dient de afstand tot het naastgelegen bedrijf 10 meter te bedragen. Aan deze afstand kan in allen bovengenoemde locaties worden voldaan. De woning kan voldoen aan de richtafstanden die gelden en vormt dan ook geen belemmering voor de omliggende bedrijven en anderzijds is in de woningen sprake van een goed woon- en leefklimaat. 5.2.9 Externe veiligheid

Locatie

Afbeelding 13, uitsnede risicokaart (Risicokaart.nl).

Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg liggen er in de directe omgeving geen inrichtingen die onder het Bevi vallen en liggen er ook geen kwetsbare objecten. Risicovol transport kan plaatsvinden over de Stationsstraat. De mate van risicovol transport is echter dusdanig laag dat de weg niet is voorzien van een plaatsgebonden risicocontour.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

39

Buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen liggen op ca. 300 meter afstand van het plangebied. De veiligheidscontour voor de betreffende buisleiding bevindt zich ruimschoots buiten het plangebied. Groepsrisico: Op de locatie worden geen activiteiten verricht die een toename van groepsrisico met zich meebrengen. Plaatsgebonden risico De locatie is niet gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour. Advies veiligheidsregio Om dat het plan gebied gelegen is binnen het invloedsgebied van de Provinciale weg N556 en de spoorlijn Eindhoven-Venlo, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Is advies gevraagd aan de veiligheidsregio Limburg-noord. Het advies van de veiligheidsregio is toegevoegd in bijlage 6. De veiligheidsregio Limburg-noord ziet geen beperkingen voor onderhavig plangebied. Gelet op het voorgaande en de omvang van het plan vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.

5.3 Waterparagraaf Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Een achttal wetten is samengevoegd tot één wet, de Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan de vermindering van regels, vergunningenstelsels en administratieve lasten. De provincie Limburg heeft dit beleid vertaald in het provinciaal waterplan. 5.3.1 Provinciaal Waterplan Limburg Op 11 december 2015 heeft Provinciale Staten het Provinciaal Waterplan Limburg 2016 – 2021 vastgesteld als opvolger van het Provinciaal Waterplan 2010 -2015.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

40

Het Provinciaal Waterplan 2016-2021 heeft de status van een regionaal waterplan, zoals omschreven in de Waterwet én een op zichzelf staande structuurvisie op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat specifieke ambities en beleidsregels gericht op de doorwerking en uitvoering van waterbeleid. Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2016-2021 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. Het is een uitwerking en nadere detaillering van het regionaal waterbeleid in het POL 2014. Water en ruimtelijke ordening Op grond van de Waterwet legt de provincie Limburg de belangrijkste functies van de oppervlaktewatersystemen vast. Zij onderscheidt hoofd- en nevenfuncties, waarbij in geval van functiecombinaties de eisen die aan het watersysteem vanuit de hoofdfunctie gesteld worden bepalend zijn en de eisen vanuit overige functies ondergeschikt. Als hoofdfuncties onderscheidt de provincie Limburg de natuurfunctie voor de natuurbeken en de (grond)waterafhankelijke natuur en de algemeen ecologische functie voor de overige waterlopen, daarnaast de mensgerichte functies drinkwaterwinning en agrarisch water. Naast regelgeving hanteert de provincie een ontwikkelingsgerichte strategie. Het ordenend principe van water vormt daarbij een essentiële bouwsteen voor het provinciale omgevingsbeleid.

Zo is de positionering, de huidige en potentiële ecologische kwaliteit, de kwetsbaarheid en herstelmogelijkheden van, maar ook de veiligheid vanuit de watersystemen voor haar een belangrijk uitgangspunt en stimuleert ze de kansen die water biedt om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten. De watertoets gebruikt ze hierbij als afwegingskader bij ruimtelijke ingrepen. Modern waterbeheer volgt daarmee niet langer uitsluitend mensgerichte functies en grondgebruik; kennis over watersystemen en de wateropgaven worden zo mede sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. 5.3.2 Watertoets Sinds 1 november 2003 zijn overheden wettelijk verplicht om de watertoetsprocedure toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is een instrument waarmee waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen in de belangenafweging. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder zo vroeg Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

41

mogelijk met elkaar in gesprek brengt. Alle ruimtelijke plannen die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding worden voor advies voorgelegd aan de waterbeheerders. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. De waterhuishoudkundige aspecten die in de watertoetsprocedure worden betrokken zijn de veiligheid, wateroverlast, watervoorziening, verdroging en riolering. Er wordt aandacht besteed aan zowel grondwater als oppervlaktewater en aan zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het watertoetsproces loopt van de locatiekeuze tot en met de inrichting en is van toepassing zowel in de stad als in landelijk gebied. De watertoetsprocedure is verplicht voor alle bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten, inclusief uitwerkings- en wijzigingsplannen (zie het Besluit ruimtelijke ordening artikel 3.1.1). Voor plannen waarbij door de aard of omvang van het plan geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn, hoeft geen (pre)wateradvies te worden aangevraagd bij het watertoetsloket en bepaalt de gemeente zelf aan welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden het plan moet voldoen. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het toevoegen van één woning en het bestemmen tot burgerwoning van een agrarische bedrijfswoning.

Er zal een infiltratievoorziening worden gerealiseerd op eigen terrein welke aan de voorwaarden voldoet (berging van 100 mm neerslag). Uitgaande van een nieuw te bouwen woning van 150 m2 en een overige erfverharding van 100 m2 is er binnen de grenzen van het perceel meer als voldoende ruimte voor het realiseren van voorzieningen ten behoeve van de infiltratie. Deze voorziening dient in ieder geval een inhoud van 25 m 3 te hebben. De gemeente Horst aan de Maas streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de initiatiefnemer wordt verwacht, voor zover relevant, geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen. Aan bovenstaande zal invulling worden gegeven op het moment dat een definitieve ontwerptekening van de woning beschikbaar is. Voor wat betreft het vuilwater wordt te zijner tijd een aansluiting op de bestaande riolering aangevraagd via de gemeentelijke website.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

42

5.4 Kabels en leidingen In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen, die ten behoeve van het gebruik en/of de veiligheid planologische beschermd moeten worden. Kabels en leidingen vormen daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5 Ecologie Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. Deze vervangt drie wetten, de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora - en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden en; 3. vereenvoudiging van regels. Vanaf 1 januari bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. De provincie is primair verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen.

Gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen alle bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken. Verder gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd, landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee en tenslotte alle 164 aangewezen Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. In de nieuwe Wet natuurbescherming blijft de bescherming van Natura 2000gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is wel komen te vervallen.

Provincies kunnen ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

43

beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het NNN of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. Beoordeeld moet worden of de uitbreiding en/of wijziging van de inrichting significante gevolgen heeft voor natuurgebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming beschermd moeten worden. In de navolgende afbeelding zijn de meest nabijgelegen gebieden ten opzichte van de locatie aangegeven.

Afbeelding 14, nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Binnen een straal van 15 kilometer bevinden zich enkele Natura 2000-gebieden, waarvan de Deurnsche Peel & Mariapeel zich het dichtst bij de locatie bevindt (Deurnsche Peel & Mariapeel – 7,5km, Maasduinen 9 km Boschhuizerbergen - 12 km AERIUS Calculator 2020 is het rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie door een project of andere handeling. Met AERIUS Calculator 2020 kan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

44

Per 1 juli 2021 geldt een vrijstelling voor bouw- aanleg- en sloopactiviteiten (aanlegfase) waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Hierdoor is een berekening met AERIUS CALCULATOR 2020 voor de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op de Natura2000-gebieden voor de bouw- aanleg- en sloopactiviteiten met betrekking tot onderhavig plan niet van toepassing. Bovendien wordt, als onderdeel van aanpassing, de milieuvergunning en de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) ingetrokken, waardoor stikstof emissie zakt. Op basis van bovenstaande gegevens is te concluderen dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve bijdrage heeft op de te beschermen gebieden en daarmee geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 5.5.1 Soortenbescherming Zowel in de oude Flora- en faunawet als in de nieuwe Wet natuurbescherming staan verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden. Verboden activiteiten wijzigen nauwelijks. Wel zijn enkele definities aangepast. Zo is onopzettelijk verstoren niet meer strafbaar en is opzettelijk verstoren van vogels in sommige situaties toegestaan. Maar verstoren zonder dat tevoren goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd, blijft strafbaar. Met de nieuwe wet wijzigt wel de lijst van beschermde soorten.

Waar de Flora- en faunawet uitgaat van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming beschermde soorten in twee groepen: Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. De bescherming van vaatplanten uit tabel 1 en tabel 2 is vervallen. Onder de Wet natuurbescherming worden nog 75 soorten vaatplanten beschermd, waaronder soorten die niet eerder werden beschermd. De bescherming van mieren vervalt. Vrijwel alle zoogdieren blijven beschermd. Meer soorten libellen en vlinders worden beschermd. Bij een ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet wordt nog steeds getoetst aan drie criteria: •

Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk?

•

Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen?

•

Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort ?

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

45

Toetsing Voor de locatie is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door M&A Omgeving BV. Het onderzoek is als bijlage 2 aan deze toelichting gevoegd. Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in juli 2021 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen, Gierzwaluwen, uilen en vleermuissoorten). Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dag- en avondperiode op 1 juli 2021, is binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen.

De kieren en openingen in de te slopen bebouwing zijn onderzocht met een camera (Novascope) en hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones en waardevolle natuurgebieden zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op deze gebieden. Door de sloop van de bebouwing, de ruimtelijke procedure voor de realisatie van de woon bestemming en de realisatie van een nieuwe woning op het perceel, wordt het karakter van het gebied in positieve wijze beïnvloed. Het open karakter in de omgeving wordt versterkt door de plannen. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

46

inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden. 5.5.2 Natura2000 notitie De bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten behorende bij de nieuw te realiseren woning en de voorgenomen sloop van de bijgebouwen en erfverharding zijn per 1 juli 2021 vrijgesteld van een eventuele vergunningplicht. Voor de gebruiksfase geldt deze vrijstelling niet en dient gekeken te worden naar de structurele stikstofemissie s en -depositie tijdens de Gebruiksfase van het woningbouwproject. In onderstaande tabel uit de handreiking Woningbouw en Aerius wordt duidelijk dat de emissies in de gebruiksfase bij woningbouwprojecten tot 50 woningen en op een afstand van 7 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied (Deurnsche Peel & Mariapeel – 7,5 km) 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.

Tabel 3, Indicatieve depositie Handreiking Woningbouw en Aerius.

Uitgaande van de emissiewaarden uit de tabel emissiewaarden (vrijstaande nieuwbouwwoning 3,03 kg NOx/jaar, Vrijstaande oudere woning 3,59 kg NOx/jaar) Geeft ook deze invoer in de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.

5.6 Archeologie en Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan haar grote schat aan cultuurhistorie. Daarom heeft de Provincie het initiatief genomen om het archeologisch, bouwhistorisch, en de historische geografie te inventariseren, en voor de hele provincie Limburg te presenteren.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

47

De inventarisatie gegevens van de Cultuur Historische Waardenkaart hebben een informatieve en signaleringsfunctie, en maken de informatie zichtbaar die momenteel voorhanden is over de Limburgse cultuurhistorie. Ze vormen zo de startdocumenten om te komen tot een integrale cultuurhistorische waardenkaart voor de provincie Limburg. Zij kunnen er toe bijdragen om de cultuurhistorische dimensie te betrekken bij ruimtelijke, toeristische en culturele ontwikkelingen en voornemens. Het is daarom de bedoeling om de gegevens verder te actualiseren en te complementeren. Materiële erfenissen die in de bodem bewaard zijn gebleven kunnen vertellen hoe de mensen vroeger leefden. Om deze erfenissen veilig te stellen heeft de gemeente Horst aan de Maas archeologisch beleid opgesteld. De gemeenteraad heeft op 26 mei 2015 dit beleid vastgesteld.

Afbeelding 15, uitsnede Archeologische beleidskaart.

Het archeologisch beleid is door vertaald in de regels van het Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas. In gebieden met een archeologische verwachting dient archeologisch onderzoek plaats te vinden indien het terrein voor een oppervlakte van 100 m 2 dieper dan 0,3 m verstoord wordt. In gebieden met een hoge archeologische verwachting dient archeologisch onderzoek plaats te vinden indien het terrein voor een oppervlakte van 500 m 2 dieper dan 0,5 m verstoord wordt. Er is door Archeopro een onderzoek naar de archeologische waarden in het gebied uitgevoerd middels een verkennend booronderzoek (IVO-O) (bijlage 4): Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

48

Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 23 boringen gezet in een dichtheid van twintig boringen per hectare. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden?Het verloren gaan van de oorspronkelijke bodemopbouw op het overgrote deel van het plangebied betekent dat de kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten binnen het grootse deel van plangebied bijzonder klein is.Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval?Het plangebied lijkt uit een opgehoogde en vergraven zone te bestaan die van nature waarschijnlijk lager lag dan nu het geval is. Hiervan getuigt de van nature slechte ontwatering en de plaatselijke aanwezigheid van veenrestanten. Alleen langs de noordoostrand van het plangebied en op vier andere boorpunten, bleek de bodem relatief ondiep verstoord te zijn en ligt de top van de C-horizont relatief hoog. Het op deze boorpunten naboren met een megaboor en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, heeft echter geen indicatoren opgeleverd. -Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om de verwachte resten op te sporen? Om zekerheid te verkrijgen omtrent de aan- of afwezigheid van archeologische resten, is een proefsleuvenonderzoek een doeltreffende methode.

Omdat de bodem op het overgrote deel van het plangebied tot diep in de C-horizont verstoord is, van nature niet goed is ontwaterd en het naboren met een megaboor binnen het plangebied geen relevante archeologische indicatoren heeft opgeleverd, geven de resultaten van het onderzoek echter geen aanleiding om dergelijk onderzoek te adviseren. Gezien het bovenstaande geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden Op basis van bovenstaand onderzoek vormt archeologie geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

49

5.7 Verkeer en parkeren De nieuwe ontwikkeling maakt gebruik van de bestaande infrastructuur. Daardoor wijzigt de verkeerssituatie ter plaatse nauwelijks. De nieuwe woning wordt ontsloten door de Asdonckerweg welke hiervoor voldoende capaciteit heeft. Op 3 juli 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld. Op grond van deze nota is de parkeernorm bij een nieuwe woning in het buitengebied 2 parkeerplaatsen. Voor zowel de bestaande (bedrijfs)woning alsmede de nieuw te realiseren woning zal gelden dat parkeren zal plaatsvinden op het eigen terrein, zoals ook in de vigerende situatie het geval is. Aangezien de locatie zich buiten de bebouwde kom bevindt zijn zowel voor de locatie Stationsstraat 140 alsmede de Asdonckerweg ong. 2 parkeerplaatsen benodigd. Hiervoor is voor beide locaties voldoende ruimte op eigen terrein.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

50

6 UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening is daarbij de verplichting ontstaan om, indien er sprake is van een ontwikkeling waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze kosten op de initiatiefneemster te verhalen. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De uitvoering van het plan is in particuliere handen. Het plan heeft dan ook geen gevolgen voor de gemeentelijke financiën. Hoewel het niet is te verwachten dat derden schade leiden door de gevraagde ontwikkeling, heeft de initiatiefneemster een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten met de gemeente. Eventuele planschade komt hierdoor niet voor rekening van de gemeente. De kosten met betrekking tot het ambtelijk apparaat zijn afgedekt door de leges.

6.2 Handhaving Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Horst aan de Maas samen met de gemeente Venray als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering, maar ook alle juridische, administratieve en beleidsmatige ondersteuning. In 2017 is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. De besturen

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

51

van de gemeenten streven naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3.1 Omgevingsdialoog De omgevingsdialoog is er op gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden zodat deze reacties bij de uitwerking kunnen worden betrokken. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd begrip, maar is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving. Initiatiefnemer heeft contact gezocht met de direct omwonenden en deze op de hoogte gesteld van de plannen. Doormiddel van het ondertekenen van een formulier met daarop de voorgenomen plannen hebben omwonenden aangegeven op de hoogte te zijn van de plannen. Op dit initiatief zijn door de omwonenden geen opmerkingen gemaakt. Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. 6.3.2 Wettelijk vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan de daartoe in aanmerking komende instanties. Van de provincie Limburg is op 30 november 2021 een reactie ontvangen waarin is aangegeven dat de beoordeling van het plan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen.

6.3.3 Zienswijzenprocedure Het ontwerp bestemmingsplan is op 9 december 2021 gepubliceerd en heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn, zijn bij de gemeente, geen zienswijzen tegen het plan ingediend.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

52

6.3.4 Procedure bestemmingsplan De wettelijke procedure voor de vaststelling van een bestemmingsplan start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: •

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan;

•

Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten;

•

Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht;

•

Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend;

•

Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling;

•

Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;

•

Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

53

7 JURIDISCHE TOELICHTING Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500 waarop de specifieke bestemmingen zijn weergegeven. Aan het bouwperceel is een woonbestemming en een bouwrecht toegekend. Aan de percelen waar de tegenprestatie plaatsvindt is de bestemming ‘Natuur’ toegekend. Uitgangspunt is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’. Toelichting op de regels: Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en conform de systematiek van het bestemmingsplan buitengebied 2009. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1:

Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten

Hoofdstuk 2:

Wijzigingsregels.;

Hoofdstuk 3:

Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels;

Hoofdstuk 4:

Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen

Bestemmingsplan ‘Stationsstraat 140, Asdonckerweg ong. Hegelsom’ gemeente Horst aan de Maas

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11391690/1