CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

07c Toelichting

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Bernadettelaan 12 te Tienray.13.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Antea Group

29

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

grondwaterstand zich bevindt op 2,25 m – mv. Aangenomen wordt dat de grondwaterstand in het plangebied zich ongeveer ook op deze hoogte bevindt. De bodemsamenstelling van het terrein bestaat globaal uit zand. Het plangebied bevindt zich op dezelfde hoogte als gronden in de directe omgeving van het plangebied. Op enige afstand ten oosten en westen zijn lager gelegen gronden aanwezig, namelijk de Groote Molenbeek en de Rijnbroekerloop.

Figuur 5.3: Hoogtekaart omgeving met in het wit omcirkeld de globale ligging van het plangebied (bron: AHN.nl)

5.7.4 Ligging plangebied in relatie tot waterbelangen Het plangebied ligt volgens de Omgevingsverordening Limburg 2014 niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Tevens zijn geen watergangen in het plangebied aanwezig. Op enige afstand zijn ten oosten en westen van het plangebied respectievelijk de Groote Molenbeek en Rijnbroekerloop gelegen. 5.7.5 Waterhuishoudkundige aspecten Initiatief en uitgangspunten Middels het bestemmingsplan worden maximaal 11 extra woningen gerealiseerd in de kern Tienray. De voormalige basisschool ‘De Mariaschool’ wordt geamoveerd en maakt plaats voor woningbouw. Waterkwantiteit Het gehele plangebied is in de huidige situatie verhard. Dit komt neer op een verhardingsoppervlakte van circa 1.900 m2. In de toekomstige situatie wordt de bestaande bebouwing en fietsenstalling geamoveerd, daarvoor in de plaats worden maximaal 11 nieuwe woningen gerealiseerd. De toekomstige verharding is, door het ontbreken van een concreet verkavelingsplan, nog niet bekend, echter kan gesteld worden dat het gehele plangebied in de huidige situatie verhard is, de

Antea Group

30

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

hoeveelheid verharding afneemt. Bij nieuwe ontwikkelingen is voor het Waterschap Limburg echter het streven om alles zoveel mogelijk klimaatadaptief aan te leggen. Voor de nieuwe situatie wordt gestreefd naar afkoppeling van regenwater en infiltratie op het eigen perceel (eis 100 mm per etmaal). In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 50%. Het plangebied heeft een oppervlakte van 1.900 m2. Er van uitgaande dat het toekomst verhard oppervlakte maximaal 50% bedraagt (950 m2) bedraagt, zal de capaciteit van de infiltratievoorzieningen (950 x 0,100) 95 m3 bedragen. De voorzieningen die geschikt zijn als infiltratievoorzieningen zijn: − wadi, greppel, infiltratievijver; − infiltratiekratten, -koffers, -sleuf, -riool; − infiltratie door waterpasserende verharding; − diepte-infiltratie. De voorkeur van zowel de gemeente Horst aan de Maas als het waterschap Limburg gaat uit naar een open bovengrondse infiltratievoorziening. In deze voorzieningen worden eventuele verontreinigingen in de bovengrond gebonden. Volgens de k-waarden kaart van het waterschap geldt voor het plangebied een vrij goede doorlatendheid. De gronden zijn derhalve geschikt voor infiltratie van hemelwater en hiermee geschikt voor hemelwaterinfiltratie, mits de grondwaterstand voldoende laag is (> 1,0 meter – mv).

Het feit dat de GHG hier ligt 2,25 – mv, biedt infiltratiemogelijkheden om het hemelwater op eigen terrein op te vangen. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, uitsluitend wordt verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in voldoende berging en infiltratie van het hemelwater. Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te waarborgen wordt geen gebruik gemaakt van uitloogbare materialen, zoals zink, lood of koper of bitumineuze dakbedekking waarbij teer of PAK’s kunnen vrijkomen. Gecoate materialen kunnen wel worden toegepast. Voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater zal aangesloten worden op de gemeentelijke riolering. 5.7.6 Wateradvies Dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg conform 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan Waterschap Limburg. Het waterschap heeft in haar vooroverlegreactie laten weten dat het waterschap bij nieuwe ontwikkeling een norm van 100 mm in 24 uur hanteert en dat bij nieuwe

Antea Group

31

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

ontwikkelingen het streven is om alles zoveel mogelijk klimaat adaptief aan te leggen. De waterparagraaf is op basis van de vooroverlegreactie aangepast.

5.8 Kabels en leidingen In (of in de directe omgeving van) het plangebied komen geen leidingen of kabels met een dusdanige planologisch-juridische beschermingszone voor dat deze gevolgen hebben voor dit bestemmingsplan.

5.9 Flora & fauna 5.9.1 Algemeen Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Wet natuurbescherming. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving 5.9.2 Onderzoek Gebiedsbescherming Er bevindt zich geen Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er is van directe aantasting van het NNN dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel NNN-gebieden. Het meest dichtbijgelegen NNN-gebied is op ruim 300 meter ten noordwesten van het plangebied gelegen. De ontwikkeling in het plangebied heeft, gezien de ligging, geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Daardoor zijn significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebieden is het Natura 2000 gebied Maasduinen. Het plangebied ligt op circa. 4,5 kilometer westelijk van dit gebied.

Vanwege de afstand en de relatief beperkte omvang van de ontwikkeling van het plangebied worden geen directe effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in een Natura 2000-gebied verwacht. In het Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ is voor stikstofdepositie echter sprake van een overbelaste situatie doordat op verschillende habitats de achtergronddepositie hoger is dan de kritische depositiewaarde (KDW) van dat habitat. Hiermee kunnen indirecte effecten door stikstofdepositie niet worden uitgesloten. In dit kader heeft Antea Group een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in de memo stikstofdepositie (d.d. 4 mei 2021). De memo is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hierna komen de conclusies aan bod.

Antea Group

32

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Op basis van de gehanteerde uitgangspunten berekent Aerius calculator 2020 voor de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Recentelijk heeft de Raad van State een tussenuitspraak gedaan over de rekenwijze in AERIUS Calculator met betrekking tot wegverkeer. In AERIUS Calculator worden de eventuele bijdragen aan de stikstofdepositie van het wegverkeer op een afstand van meer dan 5 kilometer vanaf de weg niet bij het rekenresultaat betrokken. De Raad van State heeft nu aangegeven dat daardoor mogelijk geen goede beoordeling plaats kan vinden van mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. In verband hiermee is een aantal rekenpunten tussen de ontwikkeling en de verschillende Natura 2000-gebieden toegevoegd op 4,9 kilometer afstand van het meest verafgelegen wegvak dat bij het onderzoek is betrokken. Elk toegevoegd rekenpunt is zodanig gekozen dat alle wegvakken die bij de berekening zijn betrokken binnen een straal van 5 kilometer van dat rekenpunt liggen. Op de toegevoegde rekenpunten wordt geen bijdrage aan stikstofdepositie berekend van meer dan 0,00 mol/ha/jaar.

Doordat op elk van deze rekenpunten de stikstofdepositiebijdrage al niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie, kan logischerwijs geconcludeerd worden dat er op een afstand van meer dan 5 kilometer vanaf een wegbron ook geen sprake zal zijn van een toename van stikstofdepositie, omdat de depositie naar gelang de afstand tot de bron toeneemt steeds lager wordt. Op basis van bovenstaande rekenresultaat kunnen significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg. Soortenbescherming Door Faunaconsult is in september 2018 een flora- en fauna-inspectie uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De conclusie van de flora- en fauna-inspectie is hierna beschreven. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk enkele algemene zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen.

Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): deze Zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten tijdens het werk worden aangetroffen dieren zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen Het hoofdgebouw bevat mogelijk vleermuisverblijven (maar geen massawinterverblijven). Het slopen van dit gebouw kan daarom leiden tot verstoring of

Antea Group

33

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017) te worden onderzocht. Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 4 onderzoeksronden (met telkens 2 personen) nodig: − 2 ronden (2 avonden) onderzoek met batdetectors in de kraamtijd (periode 15 mei – 15 juli, waarbij er minimaal 30 dagen zit tussen de twee bezoeken); − 2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de paartijd (15 augustus – 1 oktober, waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken). Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt (zodat er geen vleermuizen worden gedood) en dat er nieuwe vleermuisverblijven gecreëerd moeten worden. Om vertraging te voorkomen, is het verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuizenonderzoek alvast vleermuiskasten in een straal van minder dan 200 meter rondom het plangebied op te hangen. Algemeen voorkomende vogels In de te verwijderen vegetatie komen in het broedseizoen mogelijk vogelnesten voor.

Doden en vernielen van broedvogels/eieren/jongen kan worden voorkomen door de hogere vegetatie te verwijderen buiten de periode 15 maart – 15 juli. Door naleving van deze aangepaste werkwijze worden ten aanzien van algemene vogels geen overtredingen van de Wnb begaan. 5.9.3 Nader onderzoek Door BRO is een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd, met als doel om verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in het rapport ‘Protocollair veldonderzoek vleermuizen Bernadettelaan 12 te Tienray’ d.d. 7 december 2019. Dit rapport is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hierna wordt ingegaan op de conclusies en aanbevelingen uit het rapport. Vleermuizen In het gebouw is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Bij de sloop van het gebouw gaat de aangetroffen verblijfplaats verloren. Verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn beschermd onder artikel 3.5 lid 4 van de Wet natuurbescherming. Daarnaast zal het individu mogelijk verstoord worden door de werkzaamheden (ongeschikt maken). Verstoren van de gewone dwergvleermuis is verboden onder artikel 3.5 lid 2 van de Wet natuurbescherming. Alvorens met de sloop kan worden gestart dient een ontheffing te worden verkregen voor de genoemde verbodsbepalingen via de provincie Limburg.

De aanvraag dient onderbouwd te worden met een activiteitenplan. Een activiteitenplan dient onder andere compenserende en

Antea Group

34

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

mitigerende maatregelen, alternatievenafwegingen en een onderbouwing van het wettelijk belang te bevatten. Eén van de compenserende maatregelen is het realiseren van tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen. Voor een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis betekent dit dat er 4 alternatieve vleermuiskasten in de directe omgeving moeten worden gerealiseerd, welke minimaal 6 maanden voor de start van het paarseizoen moeten zijn opgehangen. Op 4 maart 2021 zijn er 5 vleermuiskasten in de directe omgeving van het plangebied opgehangen. Inmiddels is in februari 2022 het gebouw gesloopt. Permanente verblijfsplaatsen in de toekomstige situatie In het nader onderzoek naar vleermuizen is geconcludeerd dat in het gebouw één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen. In dit kader zijn er 5 (tijdelijke) alternatieve verblijfsplaatsen gerealiseerd in de directe omgeving van het plangebied door het ophangen van uitwendige vleermuiskasten. Deze uitwendige vleermuiskasten zijn echter niet geschikt als permante voorziening. Omdat er met het nader onderzoek een verblijfsplaats is aangetroffen, moeten er bij de bouw van de nieuwe woningen permanente voorzieningen worden gerealiseerd. Deze permanente voorzieningen moeten voor een vergelijkbaar aantal inwendig in gebouwen worden gerealiseerd.

Uitgaande van één verblijfsplaats dienen er minimaal 4 permanente voorzieningen te worden gerealiseerd. Deze permanente voorzieningen dienen allen inwendig in het gebouw gerealiseerd, of een combinatie van inwendig en uitwendig. Voor permanente inpandige vervanging van verblijfsplaatsen kan gedacht worden aan verblijfplaatsen realiseren in spouwmuren, achter gevelbetimmering, achter boeiboorden of sierlijsten, bij dakconstructies of in muren door middel van inmetselkasten. Om te waarborgen dat er daadwerkelijk minimaal vier permanente voorzieningen worden gerealiseerd bij de woningbouw, is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee het realiseren en in stand houden van ten minste vier inmetselkasten noodzakelijk is om de betreffende gronden en bouwwerken in gebruik te mogen nemen. In voorliggende situatie is er voor gekozen om te kiezen voor inmetselkasten als permanente inpandige vervanging van verblijfsplaatsen. De andere genoemde mogelijkheden zijn ook toegestaan, maar worden niet aan de voorwaardelijke verplichting gekoppeld. Bij de beoordeling van het bouwplan en de locaties van de inmetselkasten moet worden afgestemd met een deskundig ecoloog. Overige soorten Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht.

Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst

Antea Group

35

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.10.1 Archeologie Door RAAP is een archeologisch bureau- en veldonderzoek (d.d. 18 mei 2021) uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan bijgevoegd. Hierna worden de conclusies weergegeven. Uit het plangebied zijn geen archeologische resten bekend, maar de gespecificeerde archeologische verwachting is hoog voor vindplaatsen uit de vroege prehistorie (paleolithicum en mesolithicum) en (middel)hoog voor vindplaatsen uit de late prehistorie (neolithicum) t/m de nieuwe tijd A/B. De bodemopbouw in het plangebied is zodanig intact dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is. De natuurlijke bodem is weliswaar onthoofd, maar dit beperkt zich vermoedelijk tot een geringe diepte. De invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten is onbekend, omdat de exacte inrichtingsplannen nog niet bekend zijn. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.

Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek. Door RAAP is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven (d.d. 14 april 2022) uitgevoerd. Het rapport is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. Hierna wordt ingegaan op de conclusies van het onderzoek. Verspreid over de proefsleuven zijn archeologische resten aangetroffen onder het cultuurdek. Op basis van de waardering van de aangetroffen resten kan worden geconcludeerd dat het niet gaat om een behoudenswaardige vindplaats. De gespecificeerde archeologische verwachting kan niet worden bevestigd.

Antea Group

36

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied niet van archeologische waarde is. Het selectieadvies in het onderzoek luidt dan ook om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

5.10.2 Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen op de splitsing tussen de Bernadettelaan en Johan Hofmanstraat. Beide straten zijn al zichtbaar op historische kaarten uit 1895 (topotijdreis.nl) en kennen, ondanks de vele nieuwe bebouwing, een zekere cultuurhistorische waarden. Ten westen van het plangebied is het St. Josephklooster en de bijbehorende kloostertuin gelegen. Alhoewel het klooster niet is aangemerkt aan gemeentelijk- of rijksmonument of als cultuurhistorisch waardevol kent het complex een bepaalde waarde. Met de geplande ontwikkeling aan de Bernadettelaan wordt geen afbreuk gedaan aan de bestaande straten en het nabijgelegen St. Josephklooster. Tevens kan, door het ontbreken van cultuurhistorische waarden, geconcludeerd worden dat er in het plangebied geen cultuurhistorische waarden verloren gaan. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

5.11 Verkeer en parkeren 5.11.1 Parkeren Parkeernormen Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Er bestaan zeven hoofdcategorieën, waarvan ‘Wonen’ in dit plan van toepassing is. In de Nota Parkeernormen is voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen. Voor de woningen geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, waarbij minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein dient te worden gerealiseerd. Bij de omgevingsvergunning aanvraag voor het bouwen wordt het bouwplan getoetst of voorzien wordt in voldoende parkeermogelijkheden. In de regels, behorende bij dit bestemmingsplan zijn in de overige regels, bepalingen ten aanzien van de parkeerbehoefte opgenomen. Deze bepaling stelt dat het bouwen van bouwwerken en het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken, verboden is indien niet wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen, zoals opgenomen in de ‘Nota parkeernormen Horst aan de Maas’. Door het opnemen van deze bepaling, wordt geborgd dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd.

Antea Group

37

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

5.11.2 Verkeersaantrekkende werking De realisatie van de woningen binnen het plangebied zullen een bepaalde verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. Zowel de Bernadettelaan als Johan Hofmanstraat zullen de ontsluiting van het plangebied gaan vormen. Gezien de aard van de weg zijn geen problemen met de ontsluiting te verwachten. Vergelijkend met de huidige situatie (basisschool) kan gesproken worden over een verbetering van de verkeerssituatie ter plaatse.

5.12 Besluit milieueffectrapportage 5.12.1 Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht.

Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’ gehanteerd.

5.12.2 Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:

Antea Group

38

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

1° 2° 3°

Gemeente Horst aan de Maas

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Het plan voorziet in maximaal 11 woningen. Het plangebied heeft een grootte van 0,19 hectare. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht.

5.12.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: − belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; − belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: − kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; − plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; − kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

5.12.4 Toetsing Kenmerken van het project Het plan aan de Bernadettelaan voorziet in de herontwikkeling van de locatie van basisschool ‘De Mariaschool’ in de kern Tienray met in totaal 11 woningen. Op dit perceel worden in de toekomstige situatie 11 grondgebonden woningen gerealiseerd. Tevens is ruimte gereserveerd voor tuinen en parkeerplaatsen. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten en de ontwikkeling heeft geen gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen. Er wordt bijvoorbeeld geen grondwater onttrokken of grondstoffen in de omgeving gedolven. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan regulier huishoudelijk afval.

Antea Group

39

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Plaats van het project Het project wordt uitgevoerd op de locatie van de basisschool ‘De Mariaschool’ in Tienray. De locatie is gelegen op de splitsing van de Bernadettelaan en de Johan Hofmanstraat. De locatie ligt in het bestaand bebouwd gebied van Tienray. De omgeving bestaat uit grondgebonden woningen in het oosten en zuiden, dienstencentrum Zonnehof in het noorden en het parochiehuis en jongerensoos Gaellus in het westen. Binnen het plangebied is geen sprake van bijzondere landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden die de ontwikkeling van het woningbouwproject in de weg staan. Kenmerken van het potentiële effect De effecten van het project blijven, zoals ook blijkt uit de voorgaande, beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan. Het plangebied zelf wordt ontwikkeld naar maximaal 11 grondgebonden woningen. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling van het woningbouwproject aan de Bernadettelaan stuit niet op bezwaren (zie de voorgaande aspecten). Er is zeker geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten.

5.12.5 Conclusie In het kader van het bestemmingsplan is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkelingen. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.

Antea Group

40

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

HOOFDSTUK 6 – UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de te doorlopen procedures weergegeven.

6.1 Economische Uitvoerbaarheid Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het kostenverhaal van de voorgenomen ontwikkeling is in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Horst aan de Maas en de initiatiefnemer gewaarborgd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’ wordt conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. De Provincie Limburg en het Waterschap Limburg hebben een vooroverlegreactie ingediend. De provincie heeft is haar reactie laten weten geen inhoudelijke opmerkingen te hebben. Het waterschap Limburg heeft in haar reactie laten weten niet akkoord te zijn met de waterparagraaf. De opmerkingen van het waterschap hebben geleid tot aanpassingen van de toelichting (de waterparagraaf) en de regels van het ontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’. Na het vooroverleg heeft het bestemmingsplan de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. Op 27 januari 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Wel heeft het bevoegd gezag het noodzakelijk geacht om ambtshalve een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan toe te voegen waarmee het realiseren en in stand houden van ten minste vier inmetselkasten noodzakelijk is om de betreffende gronden en bouwwerken in gebruik te mogen nemen. Tijdens de sloop van het gebouw is een verblijfsplaats van een gewone dwergvleermuis verloren gegaan.

De inmetselkasten dienen als permanente vervanging van de verblijfsplaatsen voor vleermuizen.

Antea Group

41

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

HOOFDSTUK 7 – JURIDISCHE TOELICHTING

7.1 Planstukken Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: − plantoelichting; − planregels; − verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: − Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; − PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; − Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

7.2

Toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen opgenomen zijn. Deze aanduidingen hebben juridische betekenis indien en voor zover deze daaraan in de planregels wordt gegeven. Een aantal aanduidingen heeft geen juridische betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid, zoals kadastrale en topografische gegevens.

7.3 Toelichting op de regels 7.3.1 Inleidende regels Deze regels omvatten begripsbepalingen om onduidelijkheid over gehanteerde begrippen door interpretatieverschillen te voorkomen. Ook over de bepaling van afstanden, hoogtes en oppervlaktes kunnen interpretatieverschillen ontstaan. Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtes en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven hoe dient te worden gemeten.

Antea Group

42

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

7.3.2

Gemeente Horst aan de Maas

Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de in het plangebied aanwezige bestemming. Woongebied (artikel 3) De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en aan huis verbonden beroepen. Daarnaast ook voor tuinen en erven, groenvoorzieningen en voorzieningen van openbaar nut toegestaan. Eveneens is het realiseren van ontsluitingswegen en parkeervoorzieningen binnen de bestemming mogelijk. Ook water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn binnen de bestemming toegestaan. In de regels zijn onder andere regels gesteld omtrent het bouwen van hoofgebouwen en bijbehorende bouwwerken

7.3.3 Algemene, slot- en overgangsregels Deze artikelen bevatten de bepalingen die op het hele plangebied betrekking hebben en burgemeester en wethouders de mogelijkheid bieden flexibiliteit in het plangebied te betrachten.

Antea Group

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11765594/1