CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

07c Toelichting

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Bernadettelaan 12 te Tienray.13.386 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN

Bernadettelaan 12 Tienray Gemeente Horst aan de Maas

Bestemmingsplan Bernadettelaan 12 Tienray Gemeente Horst aan de Maas

Toelichting Bijlagen

Regels Bijlage

Verbeelding Schaal 1:1000

Datum: 5 juli 2022

Projectgegevens: TOE03-0466712-01A REG03-0466712-01A TEK03-0466712-01A

Identificatienummer: NL.IMRO.1507.TRBERNADETTE12-BPV1

Datum

Opsteller(s)

Projectleider

Vrijgave

05-07-2022

T. Peelen

M. Brienissen-Sterkenburg

A. Hatzman

Vontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Inhoud HOOFDSTUK 1 – INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

1 1 1 1 2

HOOFDSTUK 2 – BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Algemeen 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 2.3 Korte historische schets

3 3 3 5

HOOFDSTUK 3 – BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

6 6 8 11 14

HOOFDSTUK 4 – PLANBESCHRIJVING 4.1 Toekomstige situatie

20 20

HOOFDSTUK 5 – SECTORALE ASPECTEN 5.1 Bodem 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Geur 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Externe veiligheid 5.7 Water 5.8 Kabels en leidingen 5.9 Flora & fauna 5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.11 Verkeer en parkeren 5.12 Besluit milieueffectrapportage

21 21 21 23 25 25 27 28 32 32 36 37 38

HOOFDSTUK 6 – UITVOERBAARHEID 6.1 Economische Uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41 41

HOOFDSTUK 7 – JURIDISCHE TOELICHTING 7.1 Planstukken 7.2 Toelichting op de verbeelding 7.3 Toelichting op de regels

42 42 42 42

CroonenBuro5

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

BIJLAGEN − Historisch bodemonderzoek, Antea Group, 25 juli 2018 − Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, CroonenBuro5, 8 augustus 2018 − Flora- en fauna-inspectie, Faunaconsult, 19 september 2018 − Protocollair veldonderzoek vleermuizen, BRO, 7 december 2019 − Memo stikstofdepositie, Antea Group, 4 mei 2021 − Archeologisch bureau- en veldonderzoek, RAAP, 18 mei 2021 − Archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven, RAAP, 14 april 2022

CroonenBuro5

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Figuur 1.1: Globale ligging plangebied (bron: Globespotter)

Figuur 1.2: Luchtfoto plangebied (bron: Globespotter)

CroonenBuro5

Gemeente Horst aan de Maas

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

HOOFDSTUK 1 – INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Door dalende leerlingenaantallen en een overschot aan leslokalen bij de basisscholen ‘De Mariaschool’ te Tienray en ‘De Klimboom’ te Swolgen is besloten beide scholen te laten fuseren. Tijdens de raadsvergadering van 19 december 2017 is besloten een nieuwe basisschool te realiseren bij het sportcomplex MFA Kerkebos tussen Tienray en Swolgen. De huidige locatie van De Mariaschool aan de Bernadettelaan komt daarmee leeg te staan. Om verval en verloedering te voorkomen is besloten de bestaande school te amoveren en hiervoor in de plaats nieuwbouwwoningen te realiseren. De herontwikkeling van het plangebied naar een woningbouwlocatie is op basis van het huidige bestemmingsplan ‘Kern Tienray’ niet mogelijk. Het voorliggende bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken betreft de noodzakelijke bestemmingswijziging van het plangebied.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van de kern Tienray in de gemeente Horst aan de Maas. Het plangebied is gelegen op de splitsing van de Bernadettelaan en Johan Hofmanstraat. Ten noorden van het plangebied is dienstencentrum Zonnehof gelegen, ten westen en zuiden bestaande woonbebouwing en ten oosten jongerensoos Gaellus.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Kern Tienray’ van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 18 april 2005. In paragraaf 3.4.3. wordt verder ingegaan op het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige initiatief is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’ voorziet in de motivatie om te komen tot een adequate planologische-juridische regeling voor het project.

Antea Group

1

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

1.4 Leeswijzer De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het vigerend beleid (rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid). Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 inzicht in de sectorale aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 7.

Antea Group

2

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

HOOFDSTUK 2 – BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED

2.1 Algemeen Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Tienray in de gemeente Horst aan de Maas. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit de locatie van bassischool ‘De Mariaschool’ op de splitsing van de Bernadettelaan en de Johan Hofmanstraat.

2.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied is gelegen op de splitsing van de Bernadettelaan en de Johan Hofmanstraat. De bestaande schoolbebouwing is in het midden van het perceel gelegen met aan weerszijden van het gebouw een schoolplein. Het schoolgebouw bestaat uit een laag met een hoogte van circa 4,5 meter en is gebouwd rond het jaar 1960. De stijl van de bebouwing is dan ook typerend voor scholen van deze periode. Op de grens van het plangebied met de woning Bernadettelaan 14 is een fietsenstalling aanwezig. Deze fietsenstalling is te bereiken via een ontsluiting op de Bernadettelaan. Het perceel is geheel verhard met bestrating. Verspreid over het plangebied zijn een aantal bomen gesitueerd. De schoolpleinen zijn afgeschermd met hagen. Aan de westzijde van het plangebied, nabij de splitsing van de twee eerder genoemde wegen is de haag slechts circa één meter hoog, waardoor een open beeld gecreëerd is. De ingang van de school is gesitueerd aan de zijde van de Bernadettelaan. Aan deze zijde zijn ook de parkeerplaatsen gelegen.

Antea Group

3

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Figuur 2.1: Bestaande situatie – ingang van De Mariaschool gezien vanaf de Bernadettelaan (bron: Globespotter)

Figuur 2.2: Bestaande situatie – Splitsing Bernadettelaan (links) en Johan Hofmanstraat (rechts) (bron: Globespotter)

Antea Group

4

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

2.3 Korte historische schets Op de Tranchotkaart uit 1890 van de Historische atlas Limburg is te zien dat de bebouwing van Tienray zich hoofdzakelijk concentreerde rond de kerk en de vijfsprong (ten zuidwesten van het plangebied). De kaart vermeldt verder de aanwezigheid van de tolpost en het voormalige spoorwegstation Meerlo-Tienray aan de huidige Spoorstraat. Na het ontstaan van de twee steenfabrieken achter de lintbebouwing langs de Spoorstraat, heeft Tienray deze industriële signatuur behouden als gevolg van de toenemende industrialisatie aan weerzijden van Nehobolaan in de jaren zeventig. De betekenis van beide steenfabrieken nam in de loop der tijd af en rond 1980 werd de steenfabriek van Dael zelfs geheel gesloopt. De ontwikkeling van Tienray heeft in de loop der tijden een organische groei doorgemaakt, waarbij aan het eind van de jaren ’70 de grootste groei werd doorgemaakt. De Mariaschool en de bestaande wegenstructuur is op de historische kaarten goed te onderscheiden.

Figuur 2.3: Tienray rond 1900 en 1965 (bron: Topotijdreis.nl)

Antea Group

5

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

HOOFDSTUK 3 – BELEID De voorgenomen ontwikkeling moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkeling zijn verschillende beleidsstukken relevant. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen uit het beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het plangebied hierop inspeelt.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt, wordt momenteel de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het Rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief wordt hierin de langetermijnvisie (voor 2050) in beeld gebracht. Het Rijk wilt (net als nu) sturen en richting geven op de nationale belangen. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: − ruimte voor klimaatadaptatie. − duurzaam economisch groeipotentieel. − sterke en gezonde steden en regio's. − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: − combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. − kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. − afwentelen wordt voorkomen. Vooralsnog is totdat de NOVI van kracht wordt, het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 12 maart 2012 is de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om zelf oplossingen te creëren.

Het Rijk richt zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk streeft wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Milieu worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): − het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de Nederlandse ruimtelijk-economische structuur;

Antea Group

6

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

− −

Gemeente Horst aan de Maas

het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van voldoende ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, het behouden van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur en ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. De SVIR bevat een kaart waarop de nationale ruimtelijke hoofdstructuur is weergegeven. De kaart bevat een samenvatting van de nationale belangen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is. Op de kaart is op hoofdlijnen aangegeven welke gebieden en structuren van nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen rond concurrentiekracht, bereikbaarheid en leefbaarheid en veiligheid. Voor wat betreft de ontwikkeling van het plangebied is sprake van een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen uit de Structuurvisie direct in het geding zijn.

3.1.3 Besluit en regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd. Het Besluit en de Regeling bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Het plangebied valt volgens de kaarten van de Rarro in het radarverstoringsgebied van de radarinstallatie op vliegbasis Volkel. Het plangebied ligt niet binnen de kern van het radarverstoringsgebied, maar binnen de daaromheen liggende ring. In die ring gelden uitsluitend bouwhoogtebeperkingen voor windmolens. Het radarverstoringsgebied legt daarom geen beperkingen op aan bebouwing binnen het plangebied. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is geïntroduceerd in de SVIR en is vastgelegd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd.

Antea Group

7

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening luidt, na de wetswijziging van 1 juli 2017, als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Dat betekent: eerst bepalen of een nieuwe ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, vervolgens kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, en daarna analyseren of het bestaande stedelijk gebied of de bestaande bebouwing kan worden hergebruikt. Relevantie voor plangebied In 2009 is door de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum het bestemmingsplan ‘Kloosterterrein Tienray’ vastgesteld. Besloten is de kloostertuin niet te ontwikkelen, maar juist vrijkomende inbreidingslocaties te ontwikkelen. De locatie Bernadettelaan is één van deze inbreidingslocaties. Het onderhavige initiatief kan gebouwd worden op basis van de bestaande bouwtitels. Tevens is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling ingevolge jurisprudentie sprake vanaf de ontwikkeling van 12 woningen. Voorliggend bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van maximaal 11 woningen mogelijk.

Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet aan de orde.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 vastgesteld. Het POL2014 geeft een visie op de ontwikkeling van de Limburgse omgeving en de regio's Noord-, Midden- en Zuid-Limburg in de komende 10 tot 15 jaar. In het POL zijn ambities, opgaven en een aanpak voor belangrijke thema's geformuleerd. De ambitie van het POL2014 is het realiseren van een voortreffelijk, grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg. Het POL is een omgevingsplan dat focust op de fysieke aspecten van het leef- en vestigingsklimaat. Belangrijke uitdagingen voor de provincie Limburg zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op klimaatverandering. Kwaliteit staat centraal en dit komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg (onder het motto ‘meer stad, meer land’) in het bieden van ruimte voor

Antea Group

8

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen, sluiten hierop aan. Op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen, kantoren en winkels liggen grote kwalitatieve opgaven. De uitdaging is om een omslag te maken van kwantiteit naar kwaliteit. De sleutel daarvoor ligt in dynamisch voorraadbeheer. Per regio zijn visies gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijzen worden uitgewerkt. Voor sommige thema's gaat het ook om gezamenlijke programmering. Als basis hiervoor bevat het POL uitgewerkte regiovisies voor Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Hierna wordt nader ingegaan op de, voor het planvoornemen, relevante aspecten. Visie Noord-Limburg De regio Noord-Limburg laat zich in ruimtelijk, economisch en maatschappelijk opzicht het beste karakteriseren door twee dominante, voor iedereen herkenbare assen: een snelle, hoog-dynamische oost-west-as en een meer op (be)leefkwaliteit gerichte Noord-Zuid-as. De ruimtelijke as die de meeste mensen kennen is de harde, dynamische, economisch georiënteerde oost-west-as. De regio kent ook een ander gezicht met een beduidend lager tempo.

Een wereld van rust, ruimte en schoonheid, met de Maas als herkenbare kwaliteitsas. Het Maasdal met zijn terrassenlandschap is niet de enige kwaliteit. Het landschap is afwisselend met maasmeanders, natuur- en bosgebieden, peelvenen en ontginningsgebieden en gevarieerde landbouwactiviteiten. Deze afwisseling van landschappen maakt Noord-Limburg prettig divers. Visie Wonen In hoofdstuk 6 van het POL 2014 is de provinciale visie voor wonen opgenomen. De doelstelling is het creëren van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat waar mensen zich prettig voelen. De Limburgse woningmarkt dient hiervoor voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek te bieden. De woningvoorraad biedt daarnaast voldoende mogelijkheden voor doorstromingen, is toekomstbestendig en is flexibel om in te spelen op (veranderende) woonwensen. Om deze doelstelling te bereiken moet de Limburgse woningmarkt zowel kwantitatief als kwalitatief getransformeerd worden. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. De groei eindigt maar niet in de hele provincie gelijktijdig en op dezelfde manier. De kwalitatieve opgave is mogelijk nog uitdagender en vraagt om een omslag in denken. Allereerst gaat het daarbij om het toekomstbestendig houden en maken van de bestaande woningvoorraad. Deze

Antea Group

9

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

kwalitatieve opgave moet, gezien de afnemende kwantitatieve vraag, vooral gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad, waarbij nieuwbouw (in de vorm van uitbreiding dan wel vervanging) vooral moet worden ingezet om te voorzien in de vraag naar datgene waaraan ook op langere termijn het meest behoefte bestaat. De verschillen binnen de woningmarkt in de regio’s vragen om een regiospecifieke uitwerking in regionale (structuur)visies. Wat geldt als optimale verhouding tussen landelijk en stedelijk gebied verschilt per regio, maar is steeds gebaseerd op de POL-visie op verstedelijking en dynamisch voorraadbeheer. Voor Noord-Limburg dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden om het aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts beperkte uitbreiding in de nabijheid van kleine kernen. Uitbreiding via uitleggebieden is slechts mogelijk in zeer uitzonderlijke gevallen, met als uitgangspunt bouwen voor eigen behoefte. Relevantie voor plangebied Het plangebied is in POL2014 gelegen binnen de zone ‘overig bebouwd gebied’. Het ‘overig bebouwd gebied’ betreft gemengde woon-/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter.

De provinciale beleidsaccenten binnen deze zone zijn gericht op de transformatie van de regionale woningvoorraad, bereikbaarheid, een balans in voorzieningen en detailhandel, stedelijk groen en water en de kwaliteit van de leefomgeving. Horst aan de Maas is een aantrekkelijke woongemeente met over het algemeen een goede leefbaarheid. De bevolking in de gemeente zal in de loop der jaren groeien, huishoudens worden kleiner, er is dus behoefte aan uitbreiding van de woningvoorraad. Het planvoornemen sluit derhalve aan op de provinciale doelstellingen ten aanzien van de kwalitatieve en kwantitatieve opgave voor Noord-Limburg.

3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Naast het POL2014 is ook de Omgevingsverordening Limburg 2014 op 12 december 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening en deze is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014.

Antea Group

10

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en de Verordening Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) vrijwel ongewijzigd opgenomen. In aanvulling op de bestaande omgevingsverordening zijn in 2016 en 2017 meerdere wijzigingsverordeningen vastgesteld. Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied niet binnen beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap of (milieu)beschermingsgebieden ligt. In de Omgevingsverordening is met betrekking tot de beoogde ontwikkeling van belang dat bij woningbouwontwikkelingen gekeken moet worden naar de ladder voor duurzame ontwikkeling. In paragraaf 3.1.3 van deze toelichting is het beoogd plan getoetst aan de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeleid van het Waterschap Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas is vertaald in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 ‘Water in beweging’. In 2017 zijn deze twee waterschappen gefuseerd in Waterschap Limburg. Met dit waterbeheerplan zet het waterschap koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe het waterschap invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In dit plan is vastgelegd hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde willen brengen en houden. Ze beschrijven voor welke thema’s ze aan de lat staan, hun strategie hiervoor, welke maatregelen ze gaan uitvoeren, wie hun partners daarin zijn en hoe ze dit monitoren om waar nodig bij te sturen. Ook staat hierin welke bijdrage de waterschappen leveren aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit. De wateraspecten van de beoogde ontwikkeling zijn uiteengezet in paragraaf 5.7 (Waterparagraaf). De ontwikkeling is in overeenstemming met het beleid van Waterschap Limburg.

Antea Group

11

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

3.3.2

Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024, vastgesteld op 25 september 2020. De regionale woonvisie voor Noord-Limburg is door de raad van de gemeente Horst aan de Maas vastgesteld en op 24 september 2020 bekend gemaakt. De regionale structuurvisie Wonen Noord-Limburg van 5 april 2016 is daarbij ingetrokken. De woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. De woonvisie besteedt aandacht aan de huishoudensontwikkeling als onderlegger voor het woonbeleid en geeft prognoses zodat op de toekomst ingespeeld kan worden op basis van aantallen en samenstelling van de bevolking. Op basis daarvan kan ook de bestaande woningvoorraad worden aangepast. In de woonvisie is tevens een uitvoeringsprogramma opgenomen met de voorgestane acties. De huidige kwaliteitsvragen zijn gericht op levensloopbestendigheid en duurzaamheid. En de juiste woning, op de juiste plek en voor de juiste doelgroep. In de regionale structuurvisie van 2016 was een actieprogramma opgenomen met als pijler ‘woningmarkt in balans’, het terugdringen van een overcapaciteit aan plannen. In principe zijn de gemeente in de regio in de opzet geslaagd. Momenteel worden woningen sneller verkocht en nieuwbouwprojecten komen weer van de grond. De demografische ontwikkeling blijft daarbij van belang, met name de vergrijzing en een halt aan de huishoudensgroei.

De komende jaren (tot 2038) neemt het aantal particuliere huishoudens in Horst aan de Maas nog toe, waarbij de groep ouderen een relatief groot aandeel hebben. Er ontstaat een overschot aan niet-levensloopbestendige woningen en woningen uit het dure koopsegment. Er is regionaal een sterke behoefte aan meer nul-tredenwoningen. Er is weinig behoefte aan kleine koopappartementen die ver van de voorzieningen liggen en die niet van een lift zijn voorzien. Door veranderingen in de zorg blijven ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. In het kader van het Klimaatakkoord worden mogelijkheden voor collectieve of individuele maatregelen voor warmtevoorzieningen onderzocht en benut. De samenstelling van huishoudens verandert waardoor de vraag naar nultredenwoningen en appartementen toeneemt. Bij nieuwbouw dient niet ingezet te worden op niet-levensloopbestendige woningen. Het toevoegen van woningen dient in principe alleen in de kernen plaats te vinden. Dichtbij voorzieningen. Het realiseren van woningen geeft kansen voor het oplossen van leegstand en andere knelpunten. Het bevordert de kwaliteit van de leefomgeving. Het type woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte, zoals de levensloopbestendigheid, de duurzaamheid en de kansen om de aantrekkelijkheid van een wijk te vergroten. Een goede woonomgeving is toegankelijk voor alle doelgroepen.

De openbare ruimte en toegankelijkheid van woningen, de veiligheid etc. verdienen meer aandacht. Een gedifferentieerd woningaanbod en beschikbaarheid van voorzieningen spelen een belangrijke rol in

Antea Group

12

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

de leefbaarheid op wijkniveau. De sterke vergrijzing kan de leefbaarheid beïnvloeden. Op kleine schaal woningbouw toevoegen blijft mogelijk. Initiatieven groter dan 10 woningen worden regionaal afgestemd. Aandacht gaat daarbij uit naar de kwalitatieve woonbehoefte. Levensloopbestendigheid en duurzaamheid is de inzet voor de komende jaren, evenals de bevordering van de leefbaarheid thuis, op straat, in de buurt en de wijk. De gemeente Horst aan de Maas blijft medewerking geven aan plannen die passen in de Woonvisie. De beoogde ontwikkeling bestaat uit 11 grondgebonden woningen, bestaande uit negen aaneengesloten woningen en twee twee-onderéén kapwoningen. De woningen betreffen woningen op niet te grote percelen en daarmee geschikt voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen. De woningen zijn koopwoningen die passen bij de kwaliteit woningen in de omgeving. Aan dergelijke woningen is behoefte in de bestaande, krappe woningmarkt. Het plan past in de Woonvisie. Het voornemen betreft het verplaatsen van bouwtitels in Tienray. Hiermee is geen sprake van het toevoegen van bouwtitels. Regionale afstemming is hiermee niet noodzakelijk.

Antea Group

13

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Integrale structuurvisie Horst aan de Maas Binnen de Integrale Structuurvisie ‘Horst aan de Maas’ van de gemeente Horst aan de Maas, zoals vastgesteld door de raadsvergadering van d.d. 9 april 2013, is het volgende over het realiseren van een (burger)woning beschreven. Op de themakaart ‘Wonen en woonomgeving’ is in de kern Tienray rekening gehouden met de invulling van de kloostertuin met 49 woningen. De ontwikkeling van de kloostertuin vindt echter geen doorgaan, daarvoor in de plaats worden de vrijkomende inbreidingslocaties in de kern Tienray herontwikkeld. Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen aan de Bernadettelaan. De locatie aan de Bernadettelaan is een van deze vrijkomende inbreidingslocaties.

Figuur 3.3: Themakaart ‘Wonen en woonomgeving’

Onderhavig plan is passend binnen de integrale Structuurvisie ‘Horst aan de Maas’.

Antea Group

14

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

3.4.2 Herziening Structuurvisie Horst aan de Maas 2019 Op 10 september 2019 stelde de raad de ‘Herziening Structuurvisie Horst aan de Maas 2019: Het toevoegen van een woning in de kern’ vast. Met het Masterplan Wonen (zie hierna) streeft de gemeente naar een evenwichtige woningvoorraad zowel kwantitatief als kwalitatief. De behoefte staat onder invloed van demografische ontwikkelingen maar ook het economische klimaat waarin we verkeren. Met de herziening wordt een verdieping gemaakt. Een plan dat woningen toevoegt en gezien wordt als een gewenste ontwikkeling dient aan enkele criteria te voldoen: 1. er moet sprake zijn van een goed stedenbouwkundig plan. Wanneer een solitaire woning niet in een bestaande voorgevelrooilijn gebouwd wordt, wordt het plan ter beoordeling voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor de stedenbouwkundige toets. Er dient voldoende parkeergelegenheid te zijn op eigen terrein; 2. wanneer een plan in een klimaatgevoelig gebied ligt, kan het uitsluitend worden gerealiseerd wanneer er compenserende maatregelen worden genomen. Gehanteerd wordt de Klimaatatlas WPN om na te gaan of het gebied in een gevoelig gebied ligt. In dat geval dienen compenserende maatregelen te worden genomen. Het betreft de onderdelen ‘Hitte’ en ‘Stedelijke wateroverlast’; 3. het plan wordt getoetst aan het lokaal Afwegingskader.

Met het afwegingskader wordt bepaald of het woningtype voorziet in een behoefte op grond van het Masterplan Wonen. Op ruimtelijke en volkshuisvestelijke criteria worden punten gescoord en bij voldoende punten is er sprake van een juiste woning op de juiste plek en voldoet het aan de kwalitatieve behoefte; 4. het plan wordt getoetst aan de kwantitatieve woningbehoefte van de kern. Behoefte aan kwantitatieve groei bestaat in aangewezen kernen, waaronder Horst. Gehanteerd worden de E’til cijfers en de reeds aanwezige bouwplannen met een positief principestandpunt. Ad 1: De beoogde ontwikkeling voldoet aan de eisen van een goed stedenbouwkundig plan. De woningen worden gerealiseerd achter de bestaande voorgevelrooilijn van de Bernadettelaan en de Johan Hofmanstraat. Op eigen terrein zal voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn. Regenwater zal op eigen perceel geïnfiltreerd worden conform de voorschriften van het Waterschap Limburg. De woningen zullen verder gebouwd worden conform alle op dat moment geldende bouwvoorschriften. Ad 2: Om te bepalen of het plangebied in een klimaatgevoelig gebied ligt, wordt getoetst op de volgende onderdelen: 1. Kaart Hitte: in gebieden aangewezen als ‘aanzienlijk warmer’ mag de hittestress niet toenemen.

Antea Group

15

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Volgens de ‘Kaart Hitte’ ligt het plangebied deels in een ‘warmer’ gebied. Compenserende maatregelen, zoals het aanleggen van een sedumdak, zijn uitsluitend noodzakelijk als een gebied als ‘aanzienlijk warmer’ is aangeduid. In deze gebieden mag de hittestress niet toenemen. Op basis van deze kaart zijn voor het plangebied geen compenserende maatregelen nodig.

Figuur 3.4: Kaart hittestress (WPN klimaatatlas)

2. Kaart Stedelijke wateroverlast: indien de locatie is gelegen in een gebied aangeduid als ‘water op straat, stedelijk gebied’ zijn compenserende maatregelen van toepassing. Volgens de ‘Kaart Stedelijke wateroverlast’ komt in het plangebied bij een bui van T=100 (100 mm) tussen de 0 en de 31 mm water te staan. Op basis daarvan zijn compenserende maatregelen benodigd. Het gehele plangebied is in de huidige situatie verhard. Dit komt neer op een verhardingsoppervlakte van circa 1.900 m2. De bestaande bebouwing, fietsenstalling en de erfverharding wordt verwijderd. Hiervoor in de plaats komen 11 grondgebonden woningen met tuinen. Het toekomstig verhard oppervlakte neemt, ten opzichte van de bestaande situatie, af. De woningen worden zo gebouwd dat het water dat op de daken valt op eigen perceel kan infiltreren. Door de afname van verhard oppervlak verbetert de waterhuishoudkundige situatie en zijn nadere watercompenserende maatregelen niet benodigd.

Antea Group

16

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Figuur 3.5: Kaart wateroverlast

Ad 3: Toetsing aan het lokaal afwegingskader is voor de voorgenomen ontwikkeling niet noodzakelijk. Het voornemen betreft het verplaatsen van bouwtitels, waardoor er geen kwaliteitsbijdrage betaald moet worden. Tevens sluiten de nieuwe woningen qua woningtype beter aan op de huidige vraag dan de bouwtitels die worden weg bestemd in het bestemmingsplan ‘Kloosterterrein Tienray’. Ad 4: Het plan dient te voldoen aan de kwantitatieve woningbehoefte in de betreffende kern. In de kern Tienray is een woningbouwopgave van 30 huishoudens in de periode 2015 – 2030. Voor de periode 2015 – 2035 geldt er zelfs een opgave van 55 huishoudens. Hiermee wordt voldaan aan de kwantitatieve woningbehoefte. De ontwikkeling betreft tevens het verplaatsen van de bouwtitels van het de ontwikkeling aan de Kloostertuin naar onderhavig plangebied. De bouwtitels zijn reeds opgenomen in de harde plancapaciteit van de gemeente Horst aan de Maas.

3.4.3

Masterplan Wonen Horst aan de Maas, goed wonen voor iedereen!

De gemeenteraad heeft op 20 april 2021 het ‘Masterplan Wonen 2021-2025; voor iedereen iets te kiezen’ vastgesteld. Het masterplan geeft een visie voor de komende 5 jaren. De woningmarkt in Horst aan de Maas staat onder druk en is onvoldoende in balans: de vraag naar woningen is vele malen groter dan het aanbod. Om deze balans het herstellen heeft de gemeente Horst aan de Maas de beleidsambitie om 1000 woningen tussen 2021 en 2025 te realiseren. Deze ambitie vraagt om een aanpak die pragmatisch en voortvarend is en waarbij de

Antea Group

17

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

gemeente altijd in dialoog is met inwoners en samenwerkingspartners. In het Masterplan Wonen is een actieprogramma met 6 speerpunten opgenomen voor de realisatie van 1000 woningen in 5 jaar: 1. duidelijke kaders als basis voor mogelijkheden; 2. zicht op de (veranderende) vraag en voortgang; 3. maatwerk per kern; 4. samenwerken met ontwikkelaars op basis van vertrouwen; 5. minder regels, snelle doorloop van processen; 6. participatie en communicatie. Naast deze zes speerpunten bevat het masterplan ambities voor de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Het betreft hier de realisatie van een kwaliteitsverbetering gericht op het verduurzamen van de woningvoorraad en het geschikt maken van woningen voor (mantel)zorg. Tenslotte bevat het masterplan belangrijke beleidsuitspraken over de realisatie van huisvesting in de gemeente Horst aan de Maas voor specifieke doelgroepen, zoals statushouders, begeleid wonen en internationale werknemers. Conform het Masterplan Wonen Horst aan de Maas wordt het planvoornemen samengesteld ter verbetering van de kwaliteit van het woningaanbod en de omgeving. De locatie van, de op termijn vertrekkende, basisschool leent zich uitstekend als herontwikkelingslocatie. Op deze manier moet het dorp een impuls krijgen die ook in het kader van behoud van leefbaarheid en draagvlak voor voorzieningen en verenigingsleven is gewenst.

Daarnaast worden met de ontwikkeling gebruik gemaakt van niet ingevulde bouwtitels bij de locatie Kloostertuin. 3.4.4

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan Kern Tienray Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Kern Tienray’, zoals dat door de raad van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum 18 april 2005 is vastgesteld. Binnen het plangebied vigeert de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden M’. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor religieuze, onderzoek- en welzijnsdoeleinden. Binnen deze bestemming is de gewenste invulling niet rechtstreeks toegestaan. Ook zijn er geen afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen, waarmee de gewenste woningbouw mogelijk kan worden gemaakt. Daarom is het besluit genomen om het voorliggende bestemmingsplan op te stellen.

Antea Group

18

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Figuur 3.4: Uitsnede bestemmingsplan ‘Kern Tienray’

Paraplubestemmingsplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021 Voor het plangebied is op 20 april 2021 het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’ vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan heeft tot doel om het beleid short- en long-stay arbeidsmigranten 2019 planologisch-juridisch te verankeren en onwenselijke ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. De relevante regels uit het paraplubestemmingsplan zijn in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Paraplubestemmingsplan Parkeren Voor het plangebied is op 30 januari 2021 het ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ ter inzage gelegd. Dit paraplubestemmingsplan heeft tot doel om de ‘Nota parkeernormen Horst aan de Maas’ van toepassing te laten verklaren op alle ruimtelijke plannen binnen het grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. De relevante regels uit het paraplubestemmingsplan zijn in voorliggend bestemmingsplan overgenomen.

Antea Group

19

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

HOOFDSTUK 4 – PLANBESCHRIJVING

4.1 Toekomstige situatie Voor een mogelijke indeling van het perceel is een schetsontwerp opgesteld. Het uitgangspunt voor de toekomstige situatie is maximaal 11 grondgebonden woningen, bestaande uit negen aaneengesloten woningen en twee twee-onderéén kapwoningen. De woningen bestaan uit tweebouwlagen met een kap. Met de positionering en de bouwhoogte van de woningen in het schetsontwerp wordt de bestaande structuur van de Bernadettelaan en de Johan Hofmanstraat voortgezet. Aan de Bernadettelaan wordt dit gedaan door middel van een rij van vijf woningen, waarbij de hoekwoningen voorzien zijn van een eigen oprit. Aan de Johan Hofmanstraat komt een rij van vier woningen, waarbij de hoekwoningen ook zijn voorzien van een eigen oprit. De twee-onder-één kapwoningen worden voorzien op de kruising BernadettelaanJohan Hofmanstraat, waarbij deze woningen gedraaid worden ten opzichte van de aaneengesloten woningen. Het groene veld voor deze woningen zorgt voor een ruimtelijk effect en zijn de verbinding voor het groen van de kloostertuin en het groen aan de Pastoor Dinckelsstraat.

Figuur 4.1: Schetsontwerp

Antea Group

20

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

HOOFDSTUK 5 – SECTORALE ASPECTEN In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op planologische en milieuhygiënische aspecten die van belang zijn bij de realisatie van de woningen. In het kader van het initiatief zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd, waarop hier wordt ingegaan. De onderzoeksrapporten zijn tevens als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.

5.1 Bodem 5.1.1 Algemeen De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Bij een bestemmingswijziging wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een ‘strengere’ bodemgebruiksvorm inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, wordt de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. 5.1.2 Onderzoek Aangezien voorliggend bestemmingsplan een planologische herbestemming van een basisschool naar een woongebied mogelijk maakt is besloten een historisch vooronderzoek naar de bodemkwaliteit te verrichten. Dit onderzoek is in juli 2018 door Antea Group uitgevoerd. De conclusies uit het rapport zijn hierna weergegeven. De volledige rapportage is als bijlage opgenomen. Uit de resultaten van het historisch vooronderzoek blijkt dat op het perceel sectie C, nr. 1850 geen verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodemkwaliteit mogelijk negatief hebben beïnvloed. 5.1.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.

5.2 Geluid 5.2.1 Algemeen Geluidhinder kan ontstaan als gevolg van verschillende activiteiten. De Wet geluidhinder (verder Wgh) vormt het wettelijk kader voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en geluid afkomstig van geluidgezoneerde bedrijventerreinen. 5.2.2 Onderzoek Voor het voorliggend bestemmingsplan is enkel het aspect wegverkeerslawaai relevant. Door CroonenBuro5 is een akoestisch onderzoek (d.d. 08 augustus 2018) verricht. Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan bijgevoegd. Hierna worden de conclusies weergegeven.

Antea Group

21

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Conform de Wet geluidhinder heeft iedere weg een zone. Uitzonderingen daarop zijn wegen die in een 30 km-zone zijn opgenomen en wegen die als woonerf bestemd zijn. De onderzoekzone van de Kloosterstraat en Swolgenseweg is 200 meter aan weerszijde van de weg. De te projecteren woningen worden gesitueerd binnen deze onderzoekzone. Conform de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek opgesteld. Het akoestisch onderzoek heeft tot doel de geluidbelasting op de gevels van de te projecteren geluidgevoelige bebouwing te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden die in de Wet geluidhinder (artikel 76 en 77 Wgh) zijn gesteld. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat, conform de Wet geluidhinder, de woningen vanwege de Kloosterstraat en Swolgenseweg voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er zijn derhalve geen akoestische belemmeringen voor de bouw van de woningen. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening zijn de 30 km-wegen, ter toetsing aan het woon- en leefklimaat, beschouwd. Als beoordelingscriterium worden daarbij de waarden uit de Wet geluidhinder gehanteerd. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de woningen vanwege de Johan Hofmanstraat voldoen aan de grenswaarde van 48 dB. Uit de resultaten vanwege de Bernadettelaan blijkt dat de woningen niet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en daarmede ook niet aan grens van de geluidwering gevels.

Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de woningen langs de Bernadettelaan met de waarneempunten 03, 06 en 09 (zie figuur 5.1) een gevelbelasting hebben van meer dan 48 dB.

Figuur 5.1: waarneempunten

Antea Group

22

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Indien de woningen aan de vereisten uit de Wet geluidhinder dienden te voldoen, zou een hogere waarden kunnen worden verleend. Dit is echter niet aan de orde omdat de geluidsbelasting wordt veroorzaakt door een 30 km-weg. De betreffende woningen hebben aan de achterzijde wel een geluidsluwe gevel waaraan geluidgevoelige ruimten kunnen worden gesitueerd en een geluidsluwe buitenruimte. Deze geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte zijn in de regels opgenomen als voorwaardelijke verplichting voor het in gebruik nemen van de woningen. Daarmee kan worden gesteld dat er in voldoende mate sprake is van een goed woon- en leefklimaat en derhalve van en goede ruimtelijke ordening. 5.2.3 Conclusie Het aspect akoestiek vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.3 Luchtkwaliteit 5.3.1 Algemeen In de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.

Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’.

Antea Group

23

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

5.3.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de toevoeging van maximaal elf woningen in de kern Tienray. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (en de beoordeling of sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden), is aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Hierbij vormen fijnstof en stikstofdioxide de belangrijkste verontreinigende stoffen. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Kloosterstraat aan de westzijde van het plangebied. Het rekenpunt aan de Kloosterstaat is opgenomen in figuur 5.2.

Figuur 5.2: Uitsnede NSL-monitoringstool

Voor stikstofdioxide geldt een jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3. Ter plaatse van het rekenpunt aan de Kloosterstaat is de concentratie voor fijnstof van 14,5 μg/m3 berekend. Voor fijnstof geldt een jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3. Voor fijnstof geldt een advieswaarde van 20 μg/m3. Ter plaatse van het rekenpunt aan de Kloosterstaat is de concentratie voor fijnstof van 20,6 μg/m3 berekend. Voor zowel stikstofdioxide als fijnstof bevinden de achtergrondconcentraties zich ruim onder de grenswaarden. Van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden is geen sprake. 5.3.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het bepaalde in de Wet milieubeheer. Er bestaan voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen.

Antea Group

24

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

5.4 Geur 5.4.1 Algemeen In de Wet geurhinder en veehouderij zijn normen opgenomen die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een milieuvergunning aan een agrarisch bedrijf waarin vee wordt gehouden. Echter ook in de omgekeerde situatie, waarbij in de omgeving van agrarische bedrijven een nieuw geurgevoelig object wordt gesitueerd of uitgebreid, dient aan de wet te worden getoetst (de zogenoemde ‘omgekeerde werking’). 5.4.2 Onderzoek en conclusie In de omgeving van het plangebied zijn geen agrarische bedrijven gelegen die in hun functioneren zouden kunnen worden belemmerd door de voorgenomen woningbouw. Tevens zal er bij de toekomstige woningen geen sprake zijn van hinder als gevolg van omliggende agrarische bedrijven. Nader onderzoek naar geurhinder als gevolg van agrarische bedrijvigheid is dan ook niet noodzakelijk.

5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.5.1 Algemeen Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNGbrochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: − door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; − door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar.

Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend.

Antea Group

25

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). De indicatieve afstanden zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het omgevingstype van de woningen in de omgeving van het plangebied kan worden getypeerd als rustige woonwijk, waardoor de indicatieve afstanden niet kunnen worden gecorrigeerd. 5.5.2 Onderzoek Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van de kern Tienray en bestaat in de huidige situatie uit de locatie van basisschool ‘De Mariaschool’. In de toekomstige situatie wordt de school geamoveerd en herontwikkeld tot woningbouwlocatie. Op de locatie worden maximaal elf woningen gerealiseerd. In het plangebied worden milieugevoelige objecten mogelijk gemaakt.

Het plangebied wordt omgeven door dienstencentrum Zonnehof in het noorden, bestaande woningen in het oosten en zuiden en parochiehuis en jongerensoos Gaellus in het westen. Hinder van omliggende woningen en dienstencentrum Zonnehof zijn niet te verwachten. Het parochiehuis en de jongensoos behoren, conform de VNG-brochure, tot de categorie ‘buurt- en clubhuizen’. Voor deze categorie geldt voor het aspect geluid een indicatieve richtafstand van 30 meter. Voor de overige aspecten (geur, stof en gevaar) zijn geen richtafstanden opgenomen. De afstand tussen de jeugdsoos en de toekomstige woningen bedraagt meer dan 30 meter. Doordat er sprake is van een dergelijke afstand kan gesteld worden dat de toekomstige woningen geen hinder ondervinden van het parochiehuis en de jongensoos. Naast het parochiehuis en de jongensoos zijn in de directe nabijheid geen bedrijven en hinder veroorzakende functies gelegen. Ook de aanwezige functies en woningen ondervinden geen belemmering vanwege het toevoegen van de woningen.

5.5.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering voor het voorliggende initiatief geen belemmeringen oplevert.

Antea Group

26

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

5.6 Externe veiligheid 5.6.1 Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): − het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR risicocontouren; − het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.

Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). 5.6.2 Onderzoek Risicovolle inrichtingen In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Door het ontbreken van risicovolle inrichtingen kan gesteld worden dat dit geen belemmeringen oplevert voor het voorgenomen initiatief.

Vervoer van gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied liggen geen wegen die deel uitmaken van het basisnet weg. Over de wegen in en rond het plangebied kunnen incidenteel

Antea Group

27

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Gezien de lage vervoersintensiteit levert dit geen relevante risico's op. Buisleidingen In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. Door de afwezigheid van buisleidingen kan gesteld worden dat dit geen belemmering oplevert voor het voorgenomen initiatief. 5.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.

5.7 Water 5.7.1 Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. 5.7.2

Beleidskader

Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is in december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt pro-actief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: − Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; − Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; − Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; − Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; − Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke

Antea Group

28

Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bernadettelaan 12 Tienray’

Gemeente Horst aan de Maas

rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Waterschap Limburg: Waterbeheerplan 2016-2021 Sinds 2017 zijn de verschillende waterschappen in Limburg gefuseerd in ‘Waterschap Limburg’. De besturen van de Limburgse waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei hebben in een gezamenlijke vergadering een visie op waterbeheer in 2020 vastgesteld. Zij schetsen in het document welke (water)opgaven Limburg wachten en wat dit vraagt van het waterbeheer. Het waterschapswerk in 2020 draait nog steeds om de kerntaken van het integraal waterbeheer, namelijk veilige dijken, droge voeten, schoon water en voldoende water, zowel in de grond als in de beken en rivieren.

De belangrijkste doelstellingen zijn: − hoogwaterbescherming Maas op orde: door primaire waterkeringen te versterken; − bescherming tegen wateroverlast vanuit het regionale systeem, grote wateroverlastproblemen oplossen en risico’s beheersen; − voldoende grond- en oppervlaktewater door een robuuster watersysteem te realiseren; − natuurlijk watersysteem: door maatregelen aan emissies, riooloverstorten en rwzi’s en beekherstel goede ecologische toestand realiseren; − duurzaam stedelijk waterbeheer: door stedelijk gebied gefaseerd waterrobuust in te richten, groen in te zetten tegen hittestress en het scheiden van waterstromen; − optimalisatie van de waterketen: door energieverbruik van rwzi’s te reduceren tot energieneutraal en het effluent te verminderen. Het waterschap heeft vier instrumenten waarmee het behalen van de doelstellingen kan worden gewaarborgd: keur, legger, beleidsregels en algemene regels. De keur is het belangrijkste instrument van het waterschap. Hierin staat welke geboden en verboden er gelden voor in de legger opgenomen waterstaatswerken. Van een verbodsbepaling kan enkel worden afgeweken met een vergunning. Op de legger is aangegeven voor welke (primaire) oppervlaktewateren en keringen de keur van toepassing is. De beleidsregels zorgen ervoor dat er een consequente en zorgvuldige afweging van belangen plaatsvindt.

De algemene regels zijn opgesteld om de regeldruk voor bedrijven en bewoners te verminderen. Veel activiteiten zijn doordoor niet meer vergunningplichtig. 5.7.3 Situatie plangebied Het plangebied is gelegen op maaiveldniveau van circa 19,5 m + NAP (AHN.nl). Uit onderzoek in de nabijheid van het plangebied blijkt dat de gemiddelde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11765594/1