CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

07c Bp Luisch Hof Toelichting

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Luisch Hof, Broekhuizen.14.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

tijdig inspelen en anticiperen op overstromingsrisicobeheer (overstromingsrisico’s worden in beeld gebracht via het project ‘Veiligheid Nederland in Kaart’ van het Rijk);

•

het RWS-project Vervangingsopgave Natte Kunstwerken, waarbij de vervanging van met name de stuwen medio jaren ’30 van deze eeuw aan de orde is;

•

de beleidsprocessen ten aanzien van de (nationale en regionale) waterbeleids- en beheerplannen en die van de Kaderrichtlijn Water.

We wonen, werken én leven in de Maasvallei. Een rivierdal met een unieke karakteristiek, waar een scherpe grens tussen rivier en omgeving niet aanwezig is. Hoogwaterveiligheid vinden wij essentieel, maar we koesteren tegelijkertijd de kwaliteit en karakteristiek van onze Maasvallei, ook voor de generaties na ons. De kaart uit het POL is van 2014. Sedertdien werden en worden diverse maatregelen en projecten uitgevoerd in het kader van de rivierverruiming en het bergend vermogen om het overstromingsrisico zoveel als mogelijk te beperken. Volgens de risicokaart moet het gebied nu als volgt worden beoordeeld als het gaat om het overstromingsrisico:

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 27 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Grote kans op overstroming

Middelgrote kans op overstroming

Kleine kans op overstroming

Afbeelding 16: Uitsnede kaart GBO Provincies 2018 - Risicokaart Het risico op overstroming wordt aldus de kaart op klein ingeschat. Het plan ligt verder geheel aan de westelijke zijde van Broekhuizen, met de bestaande bebouwing ten noorden en ten oosten ervan. Met het lopende programma ‘Zandmaas’ wordt de hoogwaterveiligheid verbeterd omdat de rivier meer ruimte krijgt om water te bergen en af te voeren. Op verschillende plaatsen is inmiddels het zomerbed verdiept. Tevens zijn er hoogwatergeuzen aangelegd die voor lagere waterstanden zorgen en de kans op overstromingen in het bewoonde achterland verkleint. De veiligheidsdoelstellingen die daarmee samenhangen zijn inmiddels behaald. In sommige situaties zorgen de aanleg en verhoging van kaden en dijken voor een betere bescherming tegen hoogwater. Vanwege de inmiddels gerealiseerde projecten en nog te realiseren projecten bestaat er geen belemmering voor het voorliggend plan. Hemelwater Het Waterschap Limburg hanteert een aantal toetsingspunten voor de waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving.

Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen.Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 28 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. 9. Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan. Zie notitie ‘Water in ruimtelijke plannen’

Afbeelding 17: Tekening met kavels en infrastructuur, groen en infiltratie van het hemelwater

Infiltratieonderzoek (Zie bijlage rapportage 200230.BKK/BV en afbeelding 17) Voor de realisatie van een infiltratievoorziening in de bodem, die het hemelwater bergt en in de bodem ter plaatse infiltreert, dient de waterdoorlatendheid van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie te worden bepaald. Voor het vaststellen van de infiltratiecapaciteit van de ondergrond is de in situ doorlaatbaarheid vastgesteld op 2 locaties, middels het bepalen van de k-waarden in de ondergrond, in het traject vanaf 2 m-mv ter hoogte van een toekomstig aan te leggen riool en in het traject vanaf 1 m-mv ter hoogte van een aan te leggen wadi. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld is gebruik gemaakt van de Constant head-methode. De metingen werden uitgevoerd volgens de nieuwe leidraad van Rioned, met behulp van de Aardvark permeameter. Voor de keuze van het infiltratietraject dient het bodemprofiel geschikt te zijn, waarbij er geen sprake is van visueel verontreinigde bodemlagen. Daarnaast wordt als regel aangehouden dat een infiltratievoorziening normaliter wordt aangelegd in de bodemlaag die zich 0,5 meter boven de grondwaterspiegel bevindt. Freatisch grondwater wordt binnen de onderzoekslocatie binnen de diepte van 1,7 m-mv, onder de aanwezige kleilaag aangetroffen, waardoor de infiltratiemetingen zijn afgestemd op een diepte van circa 0,5 meter boven de grondwaterstand.

Afhankelijk van de infiltratiecapaciteit van het hemelwater in de huidige ondergrond zal de toekomstige voorziening hier op worden afgestemd.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 29 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Uit de boorprofielen wordt afgeleid dat het infiltratietraject op een diepte van 1 m-mv bestaat uit een pakket sterk zandige leem en van 1 tot 2 m-mv uit zwak zandige leem. Het grondwater wordt aangetroffen op een diepte van circa 1,7 m-mv, waardoor de infiltratiemeting is aangepast naar de bodemlaag van 1,2 m-mv. De waterdoorlatendheid is onder andere afhankelijk van de bodemgesteldheid (het bodemtype, en aanwezigheid en de hoeveelheid van holten, scheuren en/of gangen in de grond) van de locatie. Tevens is het niveau van het grondwater van belang. Uit de literatuur blijkt dat er verschillende methodieken en diverse interpretatiemogelijkheden zijn om de doorlatendheid van een bodem te bepalen. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld wordt gebruik gemaakt van de Constant head-methode. Aan de hand van de meetresultaten zijn de horizontale k-waarden voor de onverzadigde zone berekend. Uit de in situ meetresultaten blijkt dat op basis van de classificatie in de doorlatendheid dat de bodemlagen in de ondergrond op 1 à 1,2 m-mv als overwegend vrij goed tot slecht doorlatend worden beoordeeld. Zeer waarschijnlijk heeft de aanwezige kleilaag in de ondergrond een negatieve invloed op de k-waarde en dient hier met de aanleg van de infiltratievoorzieningen rekening mee te worden gehouden.

Uitgaande van een K-waarde van 0.6 kan worden volstaan met een dynamische berging van 400m3. Deze bergingscapaciteit zal worden bereikt door de aanleg van een wadi (zie afbeelding 16) van 300 m3 en het vullen van de sleuf van het infiltratieriool met drainagezand, waardoor een berging van 100 m3 kan worden gerealiseerd, totaal 400 m3. Omdat de berging niet snel genoeg leeg loopt om de volgende dag weer regenwater te kunnen bergen is 75 m3 extra berging nodig. Dat zal worden gerealiseerd door het aanbrengen van infiltratiekratten onder de parkeerplaats. Het project is te kleinschalig om het hergebruik van het hemelwater te realiseren. Het vuilwater wordt afgevoerd naar het gemeentelijk riool onder vrij-verval. Voor de bouw van de woningen zullen duurzame, niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast. De aspecten rondom de waterhuishouding vormen derhalve geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling. Advies Waterschap Limburg Het Waterschap Limburg hanteert als uitgangspunt dat plannen met een verhard oppervlakte vanaf 2000 m2 door haar worden voorzien van een advies. Gelet op de omvang van het plan is vooroverleg met het Waterschap noodzakelijk.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 30 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

5.4 Kabels en leidingen Overeenkomstig de wettelijke regels zal indien noodzakelijk een KLIC-melding worden gedaan. Indien de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen.

5.5 Wet natuurbescherming In de voorliggende ontwikkeling is sprake van de realisatie van 31 woningen op Luisch Hof te Broekhuizen. Ter plaatse bestaat de tuin uit gras, een pad en een trapveldje.

Afbeelding 18: Plangebied op 12 april 2020 Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze wet is gericht op: 1) Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden. 2) Het doelmatig uitvoeren van het beheer. 3) Samenhang brengen in het beleid. In de Wet natuurbescherming wordt wat flora en fauna betreft onderscheid gemaakt tussen vogels, soorten die voorkomen op de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn en overige soorten, laatstgenoemde groep is te vergelijken met de huidige zogenaamde “Tabel 2-soorten”. Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kan er sprake zijn van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden. Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Nationaal Natuurnetwerk werd vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het natuurnetwerk is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur.

De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland blijft de belangrijkste basis van het natuurbeleid, dat bijdraagt aan het behoud en de ontwikkeling van internationale natuurwaarden. Zoals afgesproken hebben de provincies de toenmalige EHS herzien en de focus verlegd naar de internationale natuurverplichtingen. Dit moet leiden tot een steviger en effectiever natuurnetwerk, waarin natuurgebieden onderling verbonden

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 31 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

zijn. Tot 2027 gaan de provincies minimaal 80.000 hectare natuur inrichten om dit natuurnetwerk te versterken.

Afbeelding 19: Natuurwaarden rondom plangebied (rode markering), met in groene kleur het natuurnetwerk en in paars raster het dichtstbij gelegen Natura2000 gebied. In blauw/grijs de bronsgroene landschapszone en in groen de goudgroene natuurzone.

Voor het in stand houden van de voor ons land kenmerkende natuurwaarden is en blijft het tot stand brengen van een robuust nationaal natuurnetwerk - het Limburgse deel wordt gevormd door de goudgroene natuurzones - van cruciaal belang. Het realiseren van een ecologisch functionerend netwerk is en blijft een centraal onderdeel van het nationale natuurbeleid. Doel is in de eerste plaats om de Natura2000-gebieden te versterken, goed in te richten en te vrijwaren van negatieve invloeden van buitenaf. Ook het pro-actief beschermen van soorten ten behoeve van behoud van de biodiversiteit is hierbij essentieel. Daarnaast blijft ook verbetering van de onderlinge samenhang en verbinding van gebieden

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 32 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

belangrijk door middel van verbeterde inrichting, aanpassing van de waterhuishouding, verbetering van de waterkwaliteit en vermindering van de stikstofdepositie. Zoals uit de afbeelding 19 blijkt liggen er in c.q. in de directe omgeving van het plangebied geen beschermde natuurgebieden of -waarden. Op circa 300 meter ligt het dichtstbij gelegen bronsgroene landschapszone en op circa 700 respectievelijk 500 meter de goudgroene en zilvergroene natuurzones. De goudgroene natuurzone omvat bestaande bos- en natuurgebieden, gebieden die de komende jaren zullen worden omgevormd tot natuurgebied. De planologische bescherming van de goudgroene natuurzones krijgt vorm door een nee-tenzijbescherming in de Omgevingsverordening van de provincie Limburg. De overige gebieden krijgen op bestemmingsplanniveau geen natuurbestemming, gemeenten hebben hier de ruimte om maatwerk te leveren. De bestaande functies liggen vast in gemeentelijke bestemmingsplannen. POL of verordening hebben pas consequenties bij een ruimtelijke ontwikkeling die niet past binnen het vigerende bestemmingsplan. In de zilvergroene natuurzone staat het benutten van kansen voor natuur centraal.

Gelet op de afstand tussen het plangebied en de natuur- en landschapszones en het feit dat er sprake is van een uitbreiding van het bebouwd gebied waar reeds eerder bouwvergunningen voor zijn verleend, is er geen sprake van een aantasting of negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat, waardoor mitigatie en compensatie van natuurwaarden hier niet van toepassing is. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht. Natura2000 Het plan is niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Maasduinen’, bevindt zich op circa 2 kilometer afstand ten noordoosten van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is niet gelegen in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als beschermd natuurmonument. Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet is in de Natuurbeschermingswet 1998 een verplichting voor de Provincie opgenomen om passende maatregelen te treffen ten aanzien van alle activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken en mogelijk negatieve effecten sorteren op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 -gebieden. Op dit moment is de stikstofdepositie in Limburg hoog. Dit staat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 -gebieden in de weg.

Het nemen van passende maatregelen is derhalve onvermijdelijk. Bij de huidige stikstofdepositie op Natura2000 -gebieden in Limburg kan niet worden gegarandeerd dat op lange termijn de instandhoudingsdoelstellingen niet verslechteren in omvang of kwaliteit. De depositieafname die nodig is om achteruitgang van de instandhoudingsdoelstellingen te voorkomen kan vanwege de omvang niet via individuele projecten worden bereikt, maar zal bereikt moeten worden door een generieke emissiedaling. Niet ieder Natura 2000-gebied is van belang voor de beoordeling van de stikstofdepositie. De toetsing is alleen noodzakelijk op Natura 2000-gebieden waarin voor stikstof gevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten voorkomen (Raad van State 11032020, ECLI:NL:RVS:2020:731) als er sprake is van een overbelasting of een nadere overbelasting van de stikstofdepositie vanaf 70 mol per hectare, per jaar onder de kritische depositiewaarde. De kritische depositiewaarde (KDW) geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 33 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. De toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet daarom gezien de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden worden voorkomen. Nieuwe activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken moeten daarom ook worden beoordeeld op de kritische depositiewaarde. Als die wordt overschreden bestaat de mogelijkheid van een aantasting van het Natura2000 gebied. Omdat significante gevolgen van een nieuwe activiteit (die stikstofdepositie veroorzaakt) dan niet kan worden uitgesloten is er voor die nieuwe activiteit een natuurvergunning vereist. Ten behoeve van die natuurvergunning moet een passende beoordeling worden opgesteld. Daaruit kan worden afgeleid of de natuurlijke kenmerken van het gebied door de nieuwe activiteit wordt aangetast. Een toename van stikstofdepositie op een aantal habitattypen terwijl de KDW al wordt overschreden betekent niet zonder meer dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000gebied worden aangetast (Raad van State 11032020, ECLI:NL:RVS:2020:741). Dus een overschrijding van de kritische depositiewaarde wil niet zeggen dat er geen toename van de stikstofdepositie kan worden vergund.

Van belang is of die toename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied al dan niet aantast. Bestemmingsplannen moeten worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Met de AERIUS Calculator kan berekent worden of het plan zorgt voor extra stikstofneerslag. Als er geen extra neerslag is hoeft er ook geen vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd te worden bij de provincie. Bij bestemmingsplannen moet onderzoek gedaan worden naar eventueel optredende significant negatieve effecten. Indien daar mogelijk sprake van is dient tevens een passende beoordeling worden uitgevoerd, hetgeen altijd gepaard gaat met een m.e.r. -procedure. Als bijlage is een AERIUS berekening toegevoegd. Uit de berekening blijkt dat de depositie op de Maasduinen 0,02 mol/ha/j bedraagt. Als de uitkomst is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/ jaar, dan is er geen natuurvergunning nodig. In dit geval is er echter wel sprake van een toename van stikstofdepositie. Omdat er sprake is van een zeer geringe toename, is het mogelijk dat significante negatieve effecten via een ecologische voortoets kunnen worden uitgesloten. Voor nieuwe projecten waarvoor via een voortoets significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten is geen natuurvergunning nodig.

Volgens de berekening vindt de hoogste depositietoename niet plaats op een hexagoon met een (naderende) stikstofoverbelasting, zodat van een aantasting geen sprake is. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen zijn vanwege de aard van de plannen en de afstand van circa 2 kilometer tot het Natura 2000-gebied niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 is niet noodzakelijk.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 34 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

5.6 Flora en fauna De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van de soortbescherming, uitgewerkt in de Flora- en faunawet. Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten te beschermen en in stand te houden. Voor de Flora- en faunawet geldt dat vaste rust- en verblijfplaatsen van bepaalde soorten zijn beschermd. Indien redelijkerwijs aan te nemen is dat er beschermde soorten kunnen voorkomen is een onderzoek noodzakelijk.

Afbeelding 20: Luchtfoto plangebied en kaart met inventarisatie flora en fauna

Zoals op de luchtfoto is te zien, staan er geen gebouwen of andere bouwwerken op het perceel. Er komt ook geen struikgewas voor, maar alleen een onverhard pad, gras dat gemaaid wordt, een voetbalveldje met een goal voor de jeugd, een zitbank en een speeltoestel. Aan de westzijde van het perceel, buiten het plangebied, staat wel struikgewas. Het perceel is geen geschikte biotoop voor van planten en dieren. Via de kaart van de provincie Limburg is het voorkomen van broedvogels en vegetatie onderzocht. Algemeen voorkomende soorten als de zwarte kraai, de ekster en de putter zijn buiten het plangebied als de meest dichtbij aangetroffen soorten genoemd. In het plangebied zelf is tot nu toe niets aangetroffen volgens de laatste gegevens. Er komen geen nesten voor van jaarrond beschermde broedvogels als de buizerd, sperwer en ransuil; deze zijn niet aangetroffen. Door het ontbreken van struiken, heggen en coniferen zijn op de onderzoekslocatie geen geschikte nestlocaties aanwezig voor algemene vogels als merel, heggenmus, winterkoning, roodborst en houtduif. Wel in de struikgewas buiten de bouwlocatie kan dit niet worden uitgesloten, maar deze biotoop wordt niet aangetast. Verstoring ten opzichte van algemene broedvogels, als gevolg van de voorgenomen plannen, is dan ook niet aan de orde.

De onderzoekslocatie zal incidenteel gebruikt kunnen worden door eventueel in de omgeving verblijvende vleermuizen als ruige dwergvleermuis en laatvlieger om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in tegenstelling tot het plangebied. De onderzoekslocatie vormt nauwelijks een geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren, mede gelet op het maaien en de spelende kinderen. Het gaat daarbij om algemene soorten als egel,

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 35 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

haas, konijn, mol en verschillende muizensoorten. De das komt hier niet voor. Hier ontbreken reliëf en/ of schuilmogelijkheden zodat de locatie ongeschikt is als vaste rust- en verblijfplaats. Aangezien de (bouw)locatie vooral bestaat uit gras, is het niet te verwachten dat er beschermde of zeldzame plantensoorten op de locatie te vinden zijn. De aanwezigheid van water, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Vanwege de specifieke eisen die de meeste beschermde soorten stellen aan de groeiomstandigheden zijn beschermde vaatplanten op de onderzoekslocatie niet te verwachten, althans voor zover het de bouwlocatie betreft. Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. De nesten mogen echter wel worden aangetast wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. Als gevolg van werkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Voor de te verwachten soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling van de wet, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd.

Overtredingen van de huidige en nieuwe wet ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens de bovengegeven toelichting, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde. Uit bovenstaande volgt dat voorliggend plan uitvoerbaar is en een aanvraag om een vergunning noch een vervolgonderzoek aan de orde is.

5.7 Archeologie en cultuurhistorische waarden Monumentenwet De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Monumentenwet 1988. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. De Monumentenwet 1988 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de ‘verstoorder’ betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 36 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Afbeelding 21: Uitsnede Archeologische Maatregelenkaart 2014 en Maatregelcategoriën.

De bouwlocatie ligt in een gebied dat volgens de kaart categorie 3 betreft, te weten ‘Hoge archeologische verwachting’. Het maximale verstoringsoppervlakte is 500 m2 en de diepte 50 cm. De oppervlakte van de locatie is groter dan 500 m2, zodat verder onderzoek noodzakelijk is. Op 20 september 2007 werd door Synthegra Archeologie het rapport P0502326 overgelegd, dat als bijlage is toegevoegd. Hierbij is opgemerkt dat dit rapport in 2007-2009 werd bijgevoegd aan de aanvraag om vrijstelling ex artikel 19 lid 2 WRO en aan de provincie werd voorgelegd. Uit het feit dat de bouwvergunning werd verleend impliceert dat het onderzoek werd goedgekeurd. Daar het grondverzet niet heeft plaatsgevonden en nu alsnog de bestemming wordt gewijzigd gevolgd door grondverzet, is de rapportage opnieuw toegevoegd. Uit het rapport zijn de volgende passages ontleend en verder wordt verwezen naar het volledige rapport. Het onderzoek betreft een ‘Inventariserend Veldonderzoek, deel karterend’ Sef van Megenlaan te Broekhuizen. Vanwege geplande woningbouw kan het gepande grondverzet een bedreiging vormen voor de mogelijk aanwezige archeologische resten. Het onderzoek, bestaande uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek, is uitgevoerd conform de richtlijnen ‘Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 2006 versie 3.1)’.

Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er een lage archeologische trefkans was voor nederzettingen en begraafplaatsen uit alle periodes. Er werden geen archeologische indicatoren of resten aangetroffen. Wel werd recent antropogeen materiaal in het eidek en de A1-horizont aangetroffen. Het betreft recent kolenslik, kolengruis, sporen en brokjes baksteen en wat houtskool. Er werd eveneens jong bemestingsaardewerk aangetroffen. Omwille van de lage ligging en het uitblijven van archeologische indicatoren, worden archeologische vindplaatsen niet meer verwacht binnen het plangebied. Aanbeveling. Op basis van het bureauonderzoek en karterend inventariserend veldonderzoek wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht voor het plangebied. De archeologische verwachting is laag op basis van het uitblijven van archeologische indicatoren en door de ligging in een vochtige laagte. Indien er bij de uitvoering van de graafwerkzaamheden toch archeologische resten of sporen worden aangetroffen, dient dit conform de Monumentenwet 1988 per direct gemeld te worden bij het bevoegd gezag.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 37 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Cultuurhistorische waarden Volgens het Besluit ruimtelijke ordening 2012 dienen bij ruimtelijke plannen alle cultuurhistorische waarden te worden meegewogen. Er moet rekening worden gehouden met aanwezige cultuur-historische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken. In de hoofdstuk 2.4 is aandacht gegeven aan de cultuurhistorische waarden.

5.8 Verkeer en parkeren Volgens gemeentelijk beleid (Parapluplan Parkeren Horst aan de Maas) blijft grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. In voorliggend plan is sprake van een plangebied waarvoor in 2009 een bouwvergunning is verleend voor de realisatie van 18 woningen. Hieraan kan nog uitvoering worden gegeven. Het plangebied blijft in voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd, echter is nu sprake van de realisatie van 31 woningen. Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen.Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. In voorliggend plan is er aldus sprake van de toevoeging van 13 woningen ten opzichte van het eerder toegestane gebruik c.q. bouwplan. Parkeernormen Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012).

Er bestaan zeven hoofdcategorieën, waarvan ‘Wonen’ in dit plan van toepassing is. In de Nota Parkeernormen is voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen. Een bouwinitiatief moet op eigen terrein kunnen voldoen aan de parkeervraag. Voor de functie wonen bestaat de parkeernorm uit een bewoners- en bezoekersgedeelte. Het aandeel bezoekersplaatsen per appartement/woning is altijd 0,3 parkeerplaats per woning. Zowel het bewoners- als bezoekersaandeel parkeerplaatsen wordt op eigen terrein aangelegd. Bij grootschalige woningbouwontwikkelingen (vanaf tien woningen) moeten de bezoekersparkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn en mogen deze zich niet in een afgesloten parkeervoorziening bevinden. Voor een woning met oprit/parkeerplaats is het berekeningsaantal 1,0 p.p. op eigen terrein.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 38 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

In voorliggend plan is sprake van nieuwbouw. In het geval van nieuwbouw is de Nota Parkeernormen van toepassing op de totale ontwikkeling. De parkeerbehoefte per (nieuwe) functie wordt bepaald door middel van het aantal eenheden per functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. De parkeernorm bedraagt 2.0 en er is sprake van 31 woningen en 62 parkeervakken. Hier wordt verwezen naar afbeelding 17 voor de detaillering en ligging. Door de voorgenomen activiteiten zal er extra verkeer naar de locatie komen. Het plangebied wordt ontsloten via de Meester Bergerstraat en de Helmissenstraat. Deze straten maken deel uit van een gebied waarvoor een maximale snelheid geldt van 30 kilometer per uur, zo ook in het plangebied. Er is sprake van een rustige buurt, te meer omdat deze straten niet voor doorgaand verkeer worden gebruikt, er geen winkels of andere objecten liggen die verkeer aantrekken en dus vooral worden gebruikt door bestemmingsverkeer. Door het extra verkeer dat ook alleen bestemmingsverkeer betreft zullen er geen belemmeringen optreden in de verkeersafwikkeling. De wegen terplaatse kunnen dit goed verwerken, gelet op de breedte en conditie.

5.9 Duurzaamheid In de gemeente Horst aan de Maas wordt gestreefd naar duurzame bouw, waarbij het energieverbruik zoveel mogelijk wordt teruggedrongen en zoveel mogelijk duurzame bouwmaterialen worden gebruikt. Bij eventuele verbouwingswerkzaamheden (in beginsel niet voorzien) dient te worden voldaan aan de eisen op grond van het Bouwbesluit, Bouwverordening en aan alle verplichte maatregelen van de basislijst Duurzaam Bouwen. De woningen zijn gasloos en voorzien van zonnepanelen en warmtepompinstallatie, waardoor deze nagenoeg energieneutraal zijn.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 39 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

6 UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Dit bestemmingsplan is nodig om te voorzien in de woningbehoefte. Er wordt een nieuw bestemmingsplan vastgesteld om meer woningen mogelijk te maken. De initiatiefnemer heeft met de 2 grondeigenaren afspraken gemaakt over de herziening van de bestemming, het bouwplan en de grondverwerving. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten inzake het kostenverhaal ten aanzien van de voorgestane ontwikkeling. In artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening is gesteld dat als de kosten anderszins verzekerd zijn er geen exploitatieplan opgesteld hoeft te worden. De financieel-economische uitvoerbaarheid is derhalve gewaarborgd zodat het plan kan worden gerealiseerd. In de overeenkomst zijn eveneens afspraken vastgelegd inzake een planschadeverhaal zoals bedoeld in artikel 6.4a Wro. Eventueel te vergoeden planschade komt daardoor voor rekening van de initiatiefnemer. Het bestemmingsplan is daarmee economisch uitvoerbaar.

6.2 Handhaving Jaarlijks stelt het college van burgemeester en wethouders een Uitvoeringsprogramma (UP) voor de taken op het gebied van Verguningverlening-Toezicht-Handhaving vast. Het aantal toezichts- en handhavingstaken is zo omvangrijk, dat er keuzes gemaakt moeten worden wat wel en wat niet wordt opgepakt. Om de risico’s in beeld te krijgen is de (RUD-)probleemanalyse toegepast. De prioritering is gebaseerd op deze probleem- en risico-inventarisatie. Op grond van de kwaliteitscriteria is het college verplicht elk jaar een uitvoeringsprogramma vast te stellen voor de uitvoering van de VTH-taken op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De RUD LN coördineert de uitvoering van de basistaken. De coördinatie omvat de regionale programmering en monitoring en de zorg voor het kwaliteitsniveau van de medewerkers en de inhoudelijke werkzaamheden. Om de coördinatietaken goed te kunnen uitvoeren is bundeling van de uitvoeringsprogramma’s van alle partners noodzakelijk. Alle toezichts- en handhavingstaken uitvoeren is onmogelijk. Daarom is in RUD-verband een regionale probleemanalyse vastgesteld. In de probleemanalyse worden taken ingedeeld op basis van risico’s. De probleemanalyse wordt bij alle partners toegepast. Dit levert in de RUD-regio eenzelfde manier van prioriteren op. Dit bevordert de mogelijkheden van uitwisseling van personeel.

De gemeenten Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar en Venray werken sinds 2018 samen op het gebied van de thuistaken, in het samenwerkingsverband Noordelijk Noord-Limburg (NNL). Deze keuze is gemaakt omdat de thuistaken zich veel meer lenen voor een eigen gemeentelijke prioritering en aanpak. Dit is vooral van belang op het ruimtelijk vlak. Voor de thuistaken wordt een apart UP ter besluitvorming voorgelegd. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatie-

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 40 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

voorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. Bij handhaving staat de nalevingsstategie centraal. Hierin is opgenomen welke activiteiten worden ondernomen om te komen tot naleving van de regels. Naast bestuursrechtelijk aanpakken van overtreders kan het soms ook de voorkeur hebben om een overtreder strafrechtelijk aan te pakken. Op deze manier kunnen de vaak langdurende juridische procedures die gemoeid zijn met de bestuursrechtelijk aanpak ontlopen worden. Bij strafrechtelijke aanpak moet gedacht worden aan bestuurlijke strafbeschikking en een proces-verbaal. Wanneer er een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is aangegaan kan ook voor de privaatrechtelijke weg worden gekozen. Hierbij gaat, wanneer het mogelijk is, de bestuursrechtelijke aanpak wel voor. Ten slotte kan er voor een gedoogbeschikking gekozen worden. Dit gebeurt uitsluitend voor gevallen die veroorzaakt zijn door onvoorziene omstandigheden of overgangssituaties.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Wettelijk overleg heeft plaatsgevonden ex. artikel 3.1.1. Bro. Tevens heeft inspraak plaatsgevonden per email voor de overlegpartners. Geen van de overlegpartners heeft aangegeven overwegende bezwaren te hebben tegen de in dit plan geregelde ruimtelijke ontwikkeling. Conform de Verordening dorpsraden van de gemeente is advies gevraagd aan de dorpsraden over het bestemmingsplan “Luisch Hof” te Broekhuizen. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 11 december 2020 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen.

6.4 Bijlagen bij de toelichting • BKK Bodemadvies bv te Meijel: verkennend bodemonderzoek • een AERIUS berekening • Synthegra Archeologie: rapport P0502326

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 41 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

7 JURIDISCHE TOELICHTING

7.1 Planstukken Dit plan is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels met bijlages. Het bindt de burgers rechtstreeks. De regels en verbeelding vormen een geheel en kunnen niet los van elkaar worden gezien. Op basis van dit bestemmingsplan zal de beoogde ontwikkeling zonder verdere uitwerking van de bestemmingen of andere planologisch-juridische procedures kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vervult het plan, na realisatie, een belangrijke beheer- en gebruiksfunctie. Iedere functie in het plangebied is voorzien van een daarop toegesneden bestemmingsregeling. Ten behoeve van de beoogde inrichting is de nodige flexibiliteit in het plan ingebracht door middel van de opname van algemene afwijkingsen wijzigingsregels. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn gevallen aangewezen waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist. Eerst wordt ingegaan op de verbeelding. Daarna wordt aangegeven op welke wijze de regels in algemene zin zijn opgebouwd en de bestemmingsartikelen in het bijzonder.

7.2 Toelichting op de verbeelding In de digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Op de verbeelding zijn (voorzover van toepassing) aangegeven: • de grens van het plangebied; • de bestemming van de in het plangebied gelegen gronden; • dubbelbestemmingen; • bouwvlakken en bouwaanduiding ‘bijgebouwen'; • overige aanduidingen waarnaar in de regels wordt verwezen. De gronden gelegen binnen de grens van het plangebied zijn geregeld binnen dit bestemmingsplan.

7.3 Toelichting op de regels De in voorliggend bestemmingsplan gebruikte bestemmingen zijn hier nader toegelicht evenals de indeling van de regels. Algemeen De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hiermee worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld;

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 42 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Hoofdstuk 3: Algemene regels, waarin onder andere zijn opgenomen de antidubbeltelregel, algemene bouwregels, gebruiks-, afwijkings- en wijzigingsregels en procedureregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de bestemming aan te geven. Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels; • Nadere eisen; • Specifieke gebruiksregels; • Afwijken van de gebruiksregels; • Afwijken van de bouwregels; Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemming nader toegelicht.

Begrippen Het zijn bepalingen (begrippen) die in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Een aantal begrippen is standaard voorgeschreven in de SVBP2012. Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden. Groen De bestemming ‘Groen’ is overeenkomstig het plan gelegd op verschillende plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten binnen het plangebied, die kunnen worden aangemerkt als structureel groen. Binnen de bestemming zijn geen gebouwen en bouwwerken voor speelvoorzieningen toegestaan. Wel toegestaan worden bouwwerken zoals lichtmasten. Verkeer De op de plankaart voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, wandelen fietspaden met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 43 van 44

Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl

Wonen De op de verbeelding voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en beroep aan huis, met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, tuinen en erven, parkeer- en groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de bestemde gronden mogen gebouwen, daarbij behorende bijgebouwen en daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Met de bouwregels worden regels van toepassing ten aanzien van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Onder voorwaarden is een afwijking van de gebruiks- en bouwregels mogelijk door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen In de regels zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 4’ en ‘Waarde - Archeologie 6’ opgenomen, evenals de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied’, ’milieuzone grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ en ‘overige zone - rivierdal’. Dubbelbestemmingen zijn toegekend aan gronden waar naast de feitelijke bestemming een specifiek belang geldt. Bij de regels is als bijlage de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ gevoegd.

Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021

Pagina 44 van 44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9822307/1