07c Bp Luisch Hof Toelichting
Tekst van het document
Luisch Hof Broekhuizen &HQWUXP+RUVW
Ruimtelijke onderbouwing Bestemmingsplan 7 juni 2013 NL.IMRO.1507.BHLUISCHHOF-BPV1
Bestemmingsplan “Luisch Hof Broekhuizen”(NL.IMRO.1507.BHLUISCHHOF-BPV1) Toelichting
Afbeelding globaal
Project: 31 woningen. Rapportnummer:
2020-05
Datum:
2 februari 2021
Opdrachtgever/initiatiefnemer: HVG Real Estate te Roermond, dhr. B. Boonen Behandelaar Apeladvies:
H.J.W. Engelen
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg (Apeladvies), Gasthuisstraat 69, 5961GA Horst, tel. 077-4003922-0642617410, info@apeladvies.nl
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ...............................................................................................................4
1.1 Aanleiding en doel van het project ................................................................................................4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................6 1.3 Vigerend Bestemmingsplan ..........................................................................................................7 1.4 Leeswijzer .....................................................................................................................................8
2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ..............................................................9
2.1 Algemeen ......................................................................................................................................9 2.2 Ruimtelijke structuur .....................................................................................................................9 2.3 Functionele structuur ....................................................................................................................9 2.4 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie .................................................................................10
3. BELEID...................................................................................................................11
3.1 Inleiding .......................................................................................................................................11 3.2 Rijksbeleid en Ladder van duurzame verstedelijking ..................................................................11 3.3 Provinciaal beleid ........................................................................................................................14 3.4 Regionaal beleid .........................................................................................................................15 Structuurvisie Wonen-Limburg..........................................................................................................15 3.5 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................17 3.6 Conclusie ....................................................................................................................................18
4 PLANBESCHRIJVING ............................................................................................19
4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan ..........................................................................19 4.2 Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten...................................................................................19 4.3 Landschappelijke inpassing ........................................................................................................19
5 SECTORALE ASPECTEN ......................................................................................20
5.1 Inleiding.......................................................................................................................................20 5.2 Milieuaspecten ............................................................................................................................20 5.2.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit................................................................................................20 5.2.2 Geluid.......................................................................................................................................21 5.2.3 Luchtkwaliteit ...........................................................................................................................23 5.2.4 Bedrijven en milieuzoneringen .................................................................................................24 5.2.5 Externe veiligheid.....................................................................................................................24 5.2.6 Milieueffectrapportage .............................................................................................................26 5.3 Waterparagraaf ...........................................................................................................................26 5.4 Kabels en
leidingen.....................................................................................................................31 5.5 Wet natuurbescherming ..............................................................................................................31 5.6 Flora en fauna .............................................................................................................................35 5.7 Archeologie en cultuurhistorische waarden ................................................................................36 5.8 Verkeer en parkeren ...................................................................................................................38 5.9 Duurzaamheid.............................................................................................................................39
6 UITVOERBAARHEID ..............................................................................................40
6.1 Economische uitvoerbaarheid.....................................................................................................40 6.2 Handhaving .................................................................................................................................40 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................................................................41 6.4 Bijlagen bij de toelichting ............................................................................................................41
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 2 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
7 JURIDISCHE TOELICHTING .................................................................................42
7.1 Planstukken ................................................................................................................................42 7.2 Toelichting op de verbeelding .....................................................................................................42 7.3 Toelichting op de regels ..............................................................................................................42
P.S. Voorzover de foto’s en afbeeldingen afkomstig zijn van pdok en/of materiaal aan Apeladvies ter beschikking gesteld door betrokken partijen is de bron niet bij de afbeeldingen vermeld.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 3 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het project De voorliggende toelichting heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend gemeente Broekhuizen, sectie F nummers 582, plaatselijk bekend als ‘Luisch Hof’. De oppervlakte is circa 1 hectare en 59 centiare. Toegevoegd is een aangrenzend perceel sectie F nummer 670 met een oppervlakte van circa 185 m2. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van 10.244 m2.
Afbeelding 1: Plangebied situatie Op 9 februari 2009 werd door burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas een ‘reguliere bouwvergunning’ verleend onder nummer 2007/0305RB voor het oprichten van 18 woningen op bovengenoemd perceel sectie F1-582. Het perceel was verkaveld naar 21 kavels, waarbij voor 18 kavels een bouwvergunning werd verleend, Het betrof 10 vrijstaand-geschakelde woningen en 8 woningen type twee-onder-een-kap. Deze bouwvergunning kon worden verleend op basis van een uitwerkingsplan ex artikel 11 WRO gebaseerd op het indertijd vigerende bestemmingsplan ‘Kernen 1992’. Vooraf werd als eis gesteld dat middels bodemonderzoek diende te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Vanwege het feit dat de locatie in een gebied met een hoge verwachtingswaarde ligt, was tevens een archeologisch onderzoek vereist. Deze onderzoeken werden uitgevoerd.
Afbeelding 2: Geldend (bouw)plan uit 2009.
Bovengenoemd plan werd nog niet gerealiseerd. Wel bleef de ‘bouwvergunning’ geldig. Het doel van initiatiefnemer is om het perceel opnieuw te ontwikkelen door het bouwplan aan te passen naar de huidige maatstaven en wensen vanuit de markt. Daardoor is er nu sprake van het oprichten van 31 woningen. Het betreft dan woningen van het type levensloopbestendig, twee-onder-eenkap en rijtjes woningen, onder meer voor starters. Hierna zijn illustraties opgenomen van deze opzet.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 4 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Afbeelding 3: Boven patiobungalows en onder twee-onder-een-kap en rijtjes woningen als voorbeeld. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 5 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ‘Luisch Hof’ ligt nabij de Sef van Megenlaan, de Helmissenstraat en de Mr. Bergerstraat te Broekhuizen. Rondom het perceel liggen aan de noord- en oostzijde meerdere burgerwoningen.
Afbeelding 4: Boven: Broekhuizen gelegen langs de Maas. Onder: De begrenzing van het plangebied. Het dorp Broekhuizen ligt in het noordoosten van de gemeente Horst aan de Maas, op de westoever van de Maas.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 6 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
1.3 Vigerend Bestemmingsplan De gronden van het plangebied liggen in het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” (vastgesteld op 19 december 2017) en hebben de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie4’.
Afbeelding 5: Verbeelding van vigerend bestemmingsplan. Gronden met de bestemming ‘agrarisch’ zijn bestemd voor agrarisch hobbymatig of bedrijfsmatig grondgebruik en grondgeboden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen. Op deze gronden mogen alleen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Het bestemmingsplan kent geen binnenplanse mogelijkheid om daarvan af te wijken. Ten zuidoosten aan de Meester Bergerstraat overlapt het plangebied (afbeelding 5) de plangrens van het bestemmingsplan Maaskernen over een relatief smalle strook, hetgeen zorgt voor een goede aansluiting op de bestaande infrastructuur.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 7 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
1.4 Leeswijzer Bij het bestemmingsplan “Luisch Hof Broekhuizen” is een digitale verbeelding toegevoegd inclusief de daarbij behorende regels met betrekking tot het plangebied. In de toelichting op het plan is aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De digitale versie van het bestemmingsplan is juridisch bindend. Hierna volgt een beschrijving van de ligging van het plan, het beleidskader, de planbeschrijving en een toelichting op de sectorale aspecten, zoals de milieuhygiënische aspecten en tenslotte wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en de juridische toelichting.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 8 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving. Tevens worden de huidige landschaps- en cultuurhistorische waarden van het plangebied beschreven.
2.2 Ruimtelijke structuur
Broekhuizen ligt ongeveer 14 kilometer ten noorden van de gemeente Venlo op de westoever van de Maas (Zie afbeelding 4) en is een van de vele dorpen die deel uitmaakt van de gemeente Horst aan de Maas. De meest nabijgelegen dorpen zijn Broekhuizenvorst, Swolgen, Melderslo en Lottum. Het plangebied ligt aan de zuid-westzijde van het dorp Broekhuizen. Aan drie zijden grenst het plangebied aan het bestemmingsplan ‘Maaskernen’. Daardoor is een agrarische bestemming niet de meest passende bestemming voor dit perceel (zie afbeelding 6) Net zoals alle naoorlogse uitbreidingen van Broekhuizen ligt ook dit plan aan de westzijde en maakt het deel uit van de gronden die liggen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’. Met het voorliggend plan wordt de begrenzing van het dorp Broekhuizen afgerond aan de Sef van Megenlaan, de Helmissenstraat en de Mr. Bergerstraat. Afbeelding 6: het plangebied en Broekhuizen.
2.3 Functionele structuur In de directe omgeving van het plangebied grenzen aan twee zijden van het plangebied uitsluitend reguliere woonfuncties. Aan de zuidzijde zowel agrarisch met landschappelijke en natuurwaarde als wonen. Ter westzijde is een agrarische bestemming aan de gronden toegekend net zoals aan het plangebied zelf. Het plangebied ligt al jaren braak in afwachting van de realisatie van het eerder vergunde bouwplan.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 9 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Afbeelding 7: plangebied
In hoofdstuk 1.3 is reeds ingegaan op het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” en de agrarische bestemming. Op grond van de vigerende bestemming is het plan dat voorziet in de realisatie van 31 woningen niet haalbaar. Om de gewenste ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken moet een procedure voor een bestemmingsplanherziening worden doorlopen. Het plan sluit aan bij het plangebied van Broekhuizen alwaar het bestemmingsplan “Maaskernen” uit 2009 vigerend is. Dat plan zal als uitgangspunt dienen terwijl maatwerk mogelijk is. Hierdoor zullen de plannen goed op elkaar aansluiten.
2.4 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie Broekhuizen is een oud dorp waarvan de geschiedenis ver terug gaat. De beeldbepalende (historische) panden van Broekhuizen stammen uit de 18e en 19e eeuw. De kerk en het Brouwershuis zijn Rijksmonumenten. Het plangebied ligt aan de zuidwestzijde van het dorp. Na de oorlog vonden in dit gebied de uitbreidingen plaats van woningbouw. In het plangebied is blijkens de historische kaarten nooit gebouwd. Het betreft ‘Bouwland’. De dichtst bij het plangebied gelegen woningen zijn allen van na 1962. In de directe omgeving liggen geen cultuurhistorische gebouwen en/of -waarden.
Afbeelding 8: Uitsneden uit de topografische kaart van 1980 en de kaart met monumenten (rode stippen). De gele cirkel geeft de ligging van het plangebied aan.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 10 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
3. BELEID 3.1 Inleiding Hierna wordt ingegaan op de randvoorwaarden en het vigerend ruimtelijk beleid op verschillende niveaus voorzover dat voor dit plan van belang is.
3.2 Rijksbeleid en Ladder van duurzame verstedelijking SVIR Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Deze hoofddoelen zijn: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen zijn onderwerpen van nationaal belang genoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevant voor het voorliggend plan is het verbeteren van de milieukwaliteit, de waterhuishouding, bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. Met de beoogde ontwikkeling worden de stedenbouwkundige randvoorwaarden niet aangetast. Voor zover van belang voor dit plan worden de specifieke onderwerpen in deze toelichting aan de orde gesteld. Ladder duurzame ontwikkeling Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Daarbij is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) verplicht voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, als bedoeld in artikel 1.1.1. van het Bro. De Ladder heeft zorgvuldig ruimtegebruik als doel en geeft invulling aan het zorgvuldig en transparant afwegen van besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. De voorgenomen stedelijke ontwikkeling is echter niet geheel nieuw. Het planologische ruimtebeslag is vrijwel gelijk aan het uitwerkingsplan ex. artikel 11 WRO gebaseerd op het indertijd vigerende bestemmingsplan ‘Kernen 1992’ voor 21 kavels voor woningbouw. Op 9 februari 2009 werd een reguliere bouwvergunning verleend voor 18 woningen; 10 type vrijstaand geschakeld en 8 twee onder een kap. De overige 3 kavels betroffen vrije kavels waarvoor nog geen
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 11 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
bouwvergunningen zijn aangevraagd. Met het voorliggende plan wordt het planologische ruimtegebruik niet gewijzigd maar wel het aantal kavels dat toeneemt met 10 kavels zodat in totaal 31 woningen kunnen worden gerealiseerd. Aan deze uitbreiding bestaat behoefte gelet op de huidige schaarste op de woningmarkt en de behoefte aan betaalbare nieuwbouwwoningen. Direct naast de locatie staan aan twee kanten vrijstaande en aaneen gebouwde woningen. Aan de west- en zuidkant liggen agrarische percelen. Omdat voor de betreffende locatie in het verleden reeds een planologisch plan werd vastgesteld en bouwvergunningen werden verleend, is het binnen het beschikbare gebied door een nieuwe verkaveling mogelijk gemaakt meer woningen te realiseren die voorzien in een bestaande behoefte. Er vonden rechtstreekse gesprekken plaats met de dorpsraden van Broekhuizen en het aangrenzende Broekhuizenvorst waarbij de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte concreet werden gepeild en daaruit bleek dat het plan optimaal is afgestemd op de behoefte uit de actuele woningmarkt.. Door de omvang van de uitbreiding, het uitwerkingsplan artikel 11 WRO en de reeds verleende reguliere bouwvergunningen hoeft het voornemen niet beschouwd te worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder.
Afbeelding 9: Links de plankaart voor de 21 kavels uit 2009 en rechts het huidige plan. Barro en Rarro In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: 1. rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; 2. rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; 3. rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; 4. op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; 5. de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; 6. primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; 7. in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; 8. het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; 9. rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 12 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro. Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.
Afbeelding 10: Linksboven: Verleende bouwvergunning voor 18 van de 21 kavels uit het Uitwerkingsplan ex. Artikel 11 WRO (Bron: Atlas Limburg) Rechtsboven: Ruimtelijke opzet plan Onder: De twee plannen over elkaar gelegd, (uitbreiding van) ruimtelijk beslag op omgeving
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 13 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
3.3 Provinciaal beleid POL2014 Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) met bijbehorend Plan m.e.r., de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma vastgesteld. Allemaal als onderdeel van één integrale omgevingsvisie. Het plan ligt in de zone ‘Buitengebied’.
Afbeelding 11: Uitsnede kaart ‘Zonering Limburg’, POL2014
Het plangebied ligt volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van het POL2014 (zie afbeelding 11) als landelijk gebied op gronden in het buitengebied van de Regio Noord - Limburg. Dit is in het algemeen agrarische grond met ruimte voor agrarische bedrijven, verblijfsrecreatieve terreinen en stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing. Burgerwoningen worden in beginsel niet toegestaan in het buitengebied, maar in bebouwd gebied. De precieze begrenzing tussen bestaand bebouwd gebied gebeurt op gemeentelijk niveau mede op basis van regionale visies en afspraken. De voorliggende locatie ligt buiten de contour stedelijk gebied waardoor in principe geen nieuwe woningbouw mogelijk is. In het hierna volgende hoofdstuk is onderbouwd waarom de gewenste ontwikkeling toch mogelijk is. Ten aanzien van wonen in het algemeen streeft de provincie naar een voortreffelijk woon- en leefklimaat, waar mensen zich prettig voelen. De Limburgse woningmarkt biedt voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De woningvoorraad biedt voldoende mogelijkheden voor doorstromingen, is toekomstbestendig en kan flexibel inspelen op (veranderende) woonwensen. In NoordLimburg is nog sprake van een groei van de woningbehoefte tot 2030. In Horst aan de Maas vindt een transformatie plaats van de bestaande woningvoorraad omdat er slechts een beperkte bevolkingsgroei is.
Het plan voorziet slechts ten dele in de toevoeging van nieuwe woningen omdat op de locatie al bestaande bouwrechten van toepassing zijn. De nieuwe woningen zullen voldoen aan de eisen en wensen van de huidige tijd. Zoals al in hoofdstuk 3.2 van deze onderbouwing is aangegeven is dit plan vanwege de beperkte omvang en ligging niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. In de Omgevingsverordening Limburg is provinciaal beleid nader uitgewerkt in regels. Verder blijkt uit de omgevingsverordening dat bij de toevoeging van woningen aan de bestaande (plan)voorraad woningen, gehandeld moet worden zoals in de door de gemeenteraad vastgestelde Regionale Structuur-
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 14 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
visie Wonen Noord-Limburg is beschreven. In de toelichting bij het bestemmingsplan moet een verantwoording zijn opgenomen waaruit blijkt op welke wijze een bijdrage wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Hierna komt deze structuurvisie aan de orde in het hoofdstuk gemeentelijke beleid. De overige regels van het hoofdstuk Ruimte in de Omgevingsverordening Limburg 2014 leveren op het plan geen beperking. Hiermee is het plan niet in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
3.4 Regionaal beleid Structuurvisie Wonen-Limburg In deze structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld 'Wonen' in de acht gemeenten in de regio Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas Venlo en Venray) vastgelegd. De structuurvisie geeft richting aan de kwalitatieve en kwantitatieve opgave waar de acht gemeenten in de regio Noord-Limburg zich de komende jaren voor gesteld zien ten aanzien van volkshuisvesting. Daarnaast geeft de structuurvisie richting aan de wijze waarop het aantal woningbouwplannen wordt afgestemd op de (toekomstige) woningbehoefte. Dit betekent onder meer dat beleidsmatig is vastgelegd hoe de planvoorraad voor woningen in de gemeenten in de regio Noord-Limburg in overeenstemming wordt gebracht met de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Daarbij is niet uit te sluiten dat binnen de planperiode van de structuurvisie (2030) de in de bestemmingsplannen opgenomen directe bouwmogelijkheden moeten komen te vervallen. Ook is niet uit te sluiten dat door de gemeente gesloten privaatrechtelijke overeenkomsten om woningbouw mogelijk te maken, zullen worden opengebroken. De structuurvisie heeft overigens geen directe rechtsgevolgen; bestemmingsplannen hebben dat wel.
Samen met alle woonpartners zijn de volgende vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van deze visie. De pijlers rusten idealiter op een stevig fundament: krachtige gemeenten en een sterke regio. • Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte. Dat betekent in deze regio concreet het terugbrengen van plancapaciteit én alleen plannen toevoegen die echt kwaliteit toevoegen en passen bij de woonbehoefte van de afzonderlijke gemeenten in de regio: bouwen naar reële behoefte. Gezamenlijk heldere afspraken over de omvang en termijn van afbouwen plancapaciteit; • De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer. In deze visie een afwegingskader dat regionaal en lokaal het instrument vormt om tot een heldere prioritering en onderbouwing van nieuwbouwplannen te komen. De werkwijze sluit aan bij de principes van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking; • Goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor bepaalde doelgroepen, zoals studenten; • Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal. Werken aan de kwaliteit en de geschiktheid van de bestaande voorraad. Vooral in de meer stedelijke wijken vraagt dit aandacht. Daar is vernieuwing nodig (slopen, verdunnen, renoveren). Stedelijke herverkaveling kan hierbij een instrument zijn, net zoals de mogelijkheden van een transitiefonds; • Een levensloopvriendelijke en duurzame regio.
Door de vergrijzing neemt het aantal senioren fors toe, in de kleine kernen gaat dit proces nog sneller. Dit extra aandacht geven in lokaal woonbeleid; Wat lokaal is, kan lokaal blijven. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk en zelf aanspreekbaar. Wonen volgt nu vanuit het perspectief dat aantrekkelijke woonmilieus met de juiste woning op de juiste
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 15 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
plek randvoorwaarde zijn voor en afgeleide zijn van de regionale potentie. In de visie is een afwegingskader c.q. instrument opgenomen dat regionaal en lokaal een heldere prioritering en onderbouwing geeft voor nieuwbouwplannen. In voorliggend plan zijn 31 woningen opgenomen, terwijl er in de ‘harde afspraken’ van het woningbouwprogramma alleen met de reeds vergunde 18 woningen rekening is gehouden. In het plan was sprake van 21 kavels. De in 2019 herziene Structuurvisie vermeld indicatief voor dit plan 20-25 woningen en houdt dus rekening met een uitbreiding van het aantal te realiseren woningen. Omdat het voorliggende bestemmingsplan 31 woningen betreft is er sprake van een verdere uitbreiding van het aantal woningen met 6 tot 11 woningen ten opzichte van de herziene structuurvisie uit 2019. In beginsel worden de door het ‘Etil ruimtelijke economie & vastgoed’ verstrekte informatie als uitgangspunt gehanteerd voor het bepalen van het mogelijke aantal woningen in het gebied. Ook zijn gegevens beschikbaar uit de Woonmonitor 2019, een instrument om voor woonbeleid relevante informatie gebaseerd op feiten en harde gegevens inzichtelijk te maken op de aspecten demografie, woningvoorraad en plancapaciteit. Het heeft betrekking op de Limburgse Woningmarkt waaronder de regio Noord-Limburg. Het aantal inwoners in Limburg is heel licht dalende.
Het aantal huishoudens neemt niettemin toe vanwege een toename van eenpersoonshuishoudens en de vergrijzing. Tot 2031, zo laat de publicatie van Centraal Bureau voor de Statistiek / Planbureau voor de Leefomgeving zien, groeit het aantal huishoudens met circa 15000 huishoudens. Deze ontwikkeling doet zich ook voor in de regio NoordLimburg. Tot 2024 wordt een groei met 4000 huishoudens verwacht in Limburg. Voor de regio NoordLimburg is de prognose dat het aantal huishoudens op 1-1-2019 (124.677) groeit naar een piek in 2032 (130.003) en aldus ontstaat een opgave van 5.326 huishoudens. De diverse beschikbare prognoses laten grote verschillen zien, waardoor het van belang is om de feitelijke bevolkings- en huishoudensontwikkeling nauwlettend te blijven monitoren. Op basis van het vigerende Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL) wordt via jaarlijkse monitoring de kwantitatieve voortgang bewaakt en per woonregio berekend. De opgave is overigens kwantitatief en gaat niet in op de kwalitatieve opgave, zoals de behoefte naar type woning of woonomgeving. Uit regionale woningmarktonderzoeken blijkt dat er in de regio Noord-Limburg sprake is van een vernieuwingsopgave. Tot circa 2030 is er sprake van een tekort, gevolgd door een relatief klein overschot. Noord-Limburg heeft in Limburg de minste leegstand en er is zelfs sprake van een lichte stijging.
In 2018 is de planvoorraad met name afgenomen door de realisatie van plannen en niet door reductie van plannen. In Horst aan de Maas vindt nu een transformatie plaats van de bestaande woningvoorraad omdat er slechts nog een beperkte bevolkingsgroei is. Ten aanzien van de huishoudens valt de prognose van Etil lager uit. Zoals boven reeds opgemerkt laten de prognoses grote verschillen zien en is het vooral van belang om maatwerk te kiezen. De Etil prognoses zijn op de schaal van Broekhuizen onvoldoende betrouwbaar en sterk afhankelijk van individuele keuzes en individuele verhuisbewegingen. Daarnaast geeft deze prognose onvoldoende houvast om te beargumenteren hoeveel woningen zijn toe te voegen in Broekhuizen. Het is van belang om op een zorgvuldige wijze na te gaan hoe groot de behoefte is aan de toevoeging van nieuwe woningen en welk soort woningen c.q. voor welke doelgroepen. Immers kan door de juiste woning op de juiste plek tot een aantrekkelijk woonmilieu leiden. De behoefte aan nieuwe woningen wordt primair bepaald door demografische trends. Het gaat daarbij niet zozeer om de bevolkingsgroei, maar wel om de huishoudensgroei. Immers, huishoudens dienen
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 16 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
onderdak te hebben. De bevolkingsprognoses laten, op basis van demografische ontwikkelingen en algemene migratietrends een lichte stijging zien voor Broekhuizen. Omwille van de zorgvuldigheid is gekozen voor rechtstreekse gesprekken met de dorpsraden van Broekhuizen en het aangrenzende Broekhuizenvorst (verenigd in WIBB) over de gewenste ontwikkeling. Zodoende kon de behoefte concreet worden gepeild, zowel kwantitatief als kwalitatief en rekening houdende met de doelgroep. Het aantal woningen is optimaal afgestemd op de behoefte uit de actuele woningmarkt. De 31 woningen betreffen patiobungalows, twee-onder-een-kap en rijtjes woningen. Uit de meerdere gesprekken is gebleken dat er behoefte is aan deze nieuwbouw woningen. Er staan er momenteel geen te koop en ook bestaande woningen zijn schaars voor de verkoop voorhanden. De meeste woningen in het plan zijn al eerder vergund en die zijn derhalve ook reeds meegenomen in de bevolkingsprognose. Maar door middel van voorliggend bestemmingsplan worden de woningen optimaal afgestemd op de behoefte uit de actuele woningmarkt. Door een eventuele gefaseerde uitvoering van het plan blijft de mogelijkheid bestaan ook tussentijds hierop bij te sturen.
Gezien de kwantitatieve en ook kwalitatieve behoefte in Broekhuizen en omgeving is tussen de gemeente Horst aan de Maas en de ontwikkelende partij (HVG) afgesproken dat er maximaal 31 woningen in het plangebied gerealiseerd kunnen worden. Dit aantal is tot stand gekomen als gevolg van de demografische ontwikkelingen en de huidige inzichten. Een en ander is gebaseerd op de regionale afspraken die in de Regionale Structuurvisie Wonen Limburg zijn vastgesteld.
3.5 Gemeentelijk beleid Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn gemeenten verplicht om, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, een structuurvisie vast te stellen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Een structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van een gebied, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid. De gemeente Horst aan de Maas heeft op 26 november 2019 de herziening Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld met een beleidskader en een uitvoeringsparagraaf, met daarin vier onderdelen: - ontwikkelingen die moeten kunnen plaatsvinden omdat ze voorzien in de basisinrichtingen van de gemeente (PLICHT); - ontwikkelingen die de gemeente graag zou willen om daarmee bepaalde doelen te bereiken waarvoor de gemeente dus eigen initiatieven ontplooit (AMBITIE); - ontwikkelingen die zich voordoen waarop de gemeente wil kunnen anticiperen (KANS); - ontwikkelingen die de gemeente wil voorkomen (BEDREIGING); De vier onderdelen zijn afgezet tegen de prioritaire beleidsvelden ‘Wonen’, ‘Voorzieningen’, ‘Werken’, ‘Omgevingskwaliteit en Mobiliteit’. De uitwerking op structuurniveau is in een aanvullende structuurvisie voor het buitengebied in het kader van het kwaliteitsmenu opgenomen.
De structuurvisie maakt het mogelijk om naast de gemeentelijke uitbreidingsplannen woningen toe te voegen in de kernen. Broekhuizen is volgens de structuurvisie een ‘plattelandskern wonen’. Met het plan Luisch Hof is als ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden. Het project vermeld hier 20 tot 25 woningen. Hoewel er een relatief beperkte overschrijding van het aantal woningen is, is het plan niet strijdig met de structuurvisie.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 17 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Masterplan Wonen (lokale woonvisie) 2016-2021 Met dit Masterplan Wonen streeft de gemeente naar een evenwichtige woningvoorraad zowel kwantitatief als kwalitatief. De behoefte staat onder invloed van demografische ontwikkelingen maar ook het economische klimaat waarin we verkeren. Met de ‘Herziening Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas 2019” (vastgesteld 10 september 2019) is het mogelijk om een plan te beoordelen het toevoegen van een of meerdere woningen gezien wordt als een gewenste ontwikkeling. De volgende onderdelen zijn bepalend: 1. Er moet sprake zijn van een goed stedenbouwkundig plan; 2. Wanneer een plan in een klimaatgevoelig gebied ligt, kan het uitsluitend worden gerealiseerd wanneer er compenserende maatregelen worden genomen; 3. Het plan wordt getoetst aan het lokaal afwegingskader; 4. Het plan wordt getoetst aan de kwantitatieve woningbehoefte in de kern. Een initiatief kan bestaan uit een of meerdere woningen. Er moet voldoende parkeergelegenheid zijn op eigen terrein. Er is een ruimtelijk kader opgesteld waarmee een afweging kan worden gemaakt of er in het kader van het Masterplan sprake is van een woningtype waaraan behoefte is. Het is een puntensysteem op basis van een aantal in het kader opgesomde criteria. Een score van 8 punten is voldoende om te kunnen spreken van een kwalitatieve behoefte binnen de betreffende kern.
De kern Broekhuizen waarin voorliggend plan ligt maakt geen deel uit van een groeikern waar de regeling van toepassing is. Toetsing van het plan aan bedoeld afwegingskader geeft als resultaat dat aan het beleid wordt voldaan.
3.6 Conclusie De toevoeging van de woningen geschiedt geheel in lijn met het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. De juiste woning op de juiste plaats en geschikt voor de toekomst.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 18 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
4 PLANBESCHRIJVING 4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Uitgangspunt is dat de bestemming wordt aangepast voor een plangebied waarin reeds 18 woningen mogen worden gerealiseerd op grond van een in 2009 verleende bouw(omgevings)vergunning. In dit plangebied kunnen meer woningen worden ingepast, mits dit past in het vigerend beleid, de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening. Waar noodzakelijk is het plan specifiek toegesneden op de feitelijk bestaande en/of gewenste situatie.
4.2 Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten De Luisch Hof ligt in de bebouwde kom van Broekhuizen en het betreft een braakliggend terrein dat grenst aan het bebouwde gebied van het dorp Broekhuizen. In de directe omgeving van het plangebied liggen alleen burgerwoningen. De gekozen opzet van het plan past in het stedenbouwkundige beeld van Broekhuizen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het buitengebied van Broekhuizen. Omdat in het plangebied nu sprake is van een braakliggend terrein, veelal gebruikt door de jeugd als trapveldje, tast het plan het karakter, noch de groenstructuur in het buitengebied aan. Overigens zijn in het plangebied reeds 18 woningen vergund. Voorliggend bestemmingsplan wijzigt de vigerende agrarische bestemming naar de passende bestemming ‘Wonen’. De 31 woningen liggen in hetzelfde plangebied waar de 18 woningen werden vergund. Stedenbouwkundig en ruimtelijk is dit acceptabel.
4.3 Landschappelijke inpassing In het plangebied is voorzien in voldoende kwaliteitsgroen. Er zullen verspreid in het gebied langs de wegen een aantal bomen worden geplant en voorzien worden in plantsoenen. Ook daar waar de infiltratievoorziening voor het hemelwater wordt aangelegd zal in ruime mate in groene aanplant worden voorzien.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 19 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
5 SECTORALE ASPECTEN 5.1 Inleiding Hierna wordt ingegaan op een aantal (milieu)aspecten voor zover relevant voor het plan.
5.2 Milieuaspecten 5.2.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Daarmee is het aspect bodemkwaliteit ook van invloed op de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijziging. In opdracht van HVG Real Estate BV heeft BKK Bodemadvies bv te Meijel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied te Broekhuizen. Als bijlage bij dit bestemmingsplan is het rapport toegevoegd: ‘Verkennend bodemonderzoek, Sef van Megenlaan (ong.) te Broekhuizen 200230.BKK’. Met verwijzing naar de bijlage volgt hierna een beknopte weergave van de bevindingen: Voor het opstellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de resultaten uit het vooronderzoek waarbij er vooralsnog geen aanleiding is om te veronderstellen dat binnen de onderzoekslocatie bodemverontreinigingen aanwezig zouden zijn. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt als onverdacht beschouwd, ook voor asbest.
De uitvoering van het bodemonderzoek is gebaseerd op het onderzoeksprotocol zoals vermeld in de NEN 5740/A1 “Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek en in de NEN 5707 “Onderzoek asbest in bodem”. De veldwerkzaamheden zijn op 26 maart 2020 conform de BRL-SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018, uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen waarnemingen gedaan die leiden tot een asbestverdachte locatie. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn ook geen asbestverdachte (plaat)materialen in het opgeboorde materiaal aangetroffen. De samenstelling van de grondmengmonsters heeft conform de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 in het laboratorium plaatsgevonden. De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond bestaande uit de volgende parameters: • Organisch stof-, droge stof- en lutumgehalte; • Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; • Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); • Minerale olie (GC); •Polychloorbifenylen (PCB); Grondwater: De grondwatermonsters zijn geanalyseerd op het standaard analysepakket voor grondwater bestaande uit de volgende parameters: • Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink;
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 20 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
• Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXSN); • Vluchtige chlooralifaten; •Minerale olie. Conclusie •Boven- en ondergrond: In de bovengrond is plaatselijk een lichte verontreiniging met cadmium aangetoond. Voor het overige zijn er in de boven- en ondergrond geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit wordt voor de boven- en ondergrond indicatief voldaan aan de klasse Achtergrondwaarde. Grondwater: In het grondwater is een lichte verontreiniging met cadmium aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de bodem als “onverdacht” kan worden beschouwd, wordt op basis van de analyseresultaten aanvaard. De aangetoonde verontreinigingen met cadmium in bovengrond en grondwater zijn van dien aard dat deze geen beperkingen opleveren voor het (toekomstig) gebruik van de onderzoekslocatie. Vanuit dat oogpunt bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de nieuwbouwplannen.
5.2.2 Geluid Per 1 januari 2007 is de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer en railverkeer, maar ook als gevolg van industrielawaai. Omdat het aantal woningen op de onderzoekslocatie zal toenemen, dient aangetoond te worden dat er in de beoogde situatie sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het deelaspect geluid is daarbij in eerste instantie de Wet geluidhinder (Wgh) van belang. Hierin worden zogenoemde ‘geluidgevoelige bestemmingen’ zoals woningen scholen en ziekenhuizen beschermd tegen geluidhinder van alle volgens de wet zoneplichtige geluidbronnen (bepaalde wegen, spoorwegen, industrieterreinen en eventueel door de Minister aangewezen ‘overige zones’). Ook in situaties waarin de Wgh niet van toepassing is zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening een akoestische beschouwing gegeven moeten worden. Het betreft bijvoorbeeld functies die volgens de Wgh niet als geluidgevoelig gelden, maar toch een bepaalde mate van bescherming tegen geluid behoeven (zoals bijvoorbeeld kantoren of vakantiewoningen).
Maar ook bij het realiseren van gevoelige functies in de nabijheid van geluidbronnen die buiten de zoneringsplicht van de Wgh vallen zal het deelaspect geluid getoetst moeten worden (zoals bijvoorbeeld 30 km-wegen of bedrijven die niet zijn gelegen op gezoneerde industrieterreinen). Op grond van het Bouwbesluit dient de uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht een karakteristieke geluidwering (GA;k) te hebben van minimaal 20 dB(A). Daarnaast mag de geluidbelasting binnen een verblijfgebied niet meer bedragen dan 33 dB, en binnen een verblijfsruimte niet meer dan 35 dB. Indien de ongecorrigeerde totale geluidbelasting op de gevel dus hoger is dan 33 + 20 = 53 dB, dient middels berekening te worden aangetoond welke maatregelen noodzakelijk zijn opdat aan de in het Bouwbesluit genoemde eisen met betrekking tot de gevelgeluidwering wordt voldaan. Dit kan bij de aanvraag omgevingsvergunning worden beoordeeld.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 21 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Industrielawaai: In de omgeving bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Verdere beoordeling van industrielawaai is daarom niet aan de orde. Railverkeerslawaai: De locatie ligt niet binnen de zone van een spoorweg. De spoorlijn, Venlo-Oostrum bevindt zich op een afstand van circa 5 km ten westen van het plangebied. Beoordeling is niet aan de orde. Andere geluidzones: De onderzoekslocatie ligt niet binnen een gebied waarvoor bij algemene maatregel van bestuur een geluidzone is aangewezen. Verdere beoordeling is daarom niet aan de orde. Wegverkeerslawaai: Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). Op de wegen die relevant zijn voor het plan, te weten de Mr. Bergerstraat, Helmissenstraat en Sef van Megenlaan bedraagt de maximaal toegestane snelheid 30 km/uur. Er is derhalve geen sprake van een geluidzone.
In het kader van de Wro is in kaart gebracht welke geluidbelastende functies van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie. Hierbij is gekeken naar alle relevante geluidbronnen zoals omliggende bedrijven, wegen en spoorwegen. Het betreft zowel zoneplichtige als nietzoneplichtige bronnen. De geldende richtafstanden tot omliggende bedrijven en inrichtingen zijn ontleend aan de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’ Afbeelding 12: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied met in paarse kleur de bedrijfsbestemmingen in het buitengebied. Het dichtbij gelegen bedrijf betreft een agro & industrie bouw van agrarische en industriële panden. De afstand tot dit bedrijf vanaf de grens van het plangebied is 136 m. In het kader van bovengenoemde brochure is de richtafstand 50 meter. De verderop gelegen bedrijfspercelen betreft agrarische hulpbedrijven op 420 meter afstand en zijn op die afstand niet van invloed op het plangebied. De bedrijven in het buitengebied vormen derhalve geen belemmering voor het plan. In het dorp liggen vooral aan de Genenberg diverse bedrijven zoals administratieve bedrijfjes, een bakkerij (Genenberg 12), Groenteteelt (Genenberg 16a) en een supermarkt (Genenberg 12). Verder
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 22 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
liggen aan de Hoogstraat een kerk en horeca. Deze locaties liggen op minimaal 100 meter afstand, terwijl de richtafstanden tussen 0 - 30 meter bedragen. Bovendien liggen tussen deze locaties en het plangebied reeds een relatief groot aantal woningen, zodat ook in deze situaties geen belemmeringen ontstaan voor het plan. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat voor de woningen in het plangebied. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is op grond van bovenstaande niet noodzakelijk.
5.2.3 Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). De luchtkwaliteit wordt bepaald door de aanwezige stoffen in de achtergrondconcentratie, de bijdrage vanwege industriële en agrarische activiteiten en de bijdrage vanwege emissies van het verkeer. Als een project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM – ministeriële regeling) bijdraagt aan de luchtverontreiniging vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitvoeren van een project. Een project van niet meer dan 1500 woningen met 1 ontsluitingsweg is aangemerkt als zijnde ‘niet in betekenende mate’. Het voorliggend project voorziet in de realisering van 31 woningen op een perceel en is daarmede dusdanig kleinschalig van aard dat de genoemde regeling op het project van toepassing is. De luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor het project. Er is in het voorliggend plan geen sprake van de toevoeging van een gevoelige bestemming. Desondanks dienen de achtergrondconcentraties voor NO2 en PM10 geen belemmering te vormen voor de toevoeging van de 31 woningen. Overschrijdingen van deze luchtkwaliteitsnormen komen soms nog voor dicht langs drukke snelwegen, bij veel zware industrie of concentraties intensieve veehouderijen.
Het kan daarom uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening toch onaanvaardbaar zijn om een project te realiseren op een bepaalde locatie waar de luchtkwaliteit slecht is, bijv. in de nabijheid van een (snel)weg. Afbeelding 13: Uitsnedes kaarten Atlas Leefomgeving ten aanzien van concentraties stikstofdioxide en fijnstof.
Boven actueel NO2: 5-10 ug/m3 Onder 2017: 16-18 ug/m3
Boven actueel:20-25 ug pm10/m3 Onder 2017: 17-18 ug pm10/m3
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Boven actueel: niet voorhanden Onder 2017: 11-12 ug pm 2,5/m3
Pagina 23 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De getoonde afbeelding 13 toont de stikstofdioxideconcentratie en fijnstof concentratie op onderhavige locatie. Het betreft de gemiddelde concentratie over het jaar 2017 en de actuele waarden, uitgedrukt in microgram per kubieke meter. Op grond van deze kaarten kan geconcludeerd worden dat de wettelijke grenswaarden niet worden overschreden. De snelweg A73 ligt op een afstand van circa 7 kilometer. Gelet ook op deze afstand is geen gezondheidseffecten te verwachten vanwege de luchtkwaliteit door het wegverkeer op deze in deze omgeving liggende drukste weg.
5.2.4 Bedrijven en milieuzoneringen Voorkomen moet worden dat nieuwe ontwikkelingen voor gevaar of hinder zorgen. Daarom moeten de afstanden voldoende zijn tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. De gevoelige functie zoals een woning mag geen hinder ondervinden van de milieubelastende activiteit zoals een bedrijf. De afstanden die in beginsel in acht moeten worden genomen om gevaar en hinder te voorkomen zijn gepubliceerd in de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen (agrarische) bedrijven die geur- of stankoverlast veroorzaken. De mogelijk relevante bedrijven/inrichtingen in de directe omgeving zijn reeds getoetst en toegelicht in hoofdstuk 5.2.2. Daaruit bleek dat de milieuzonering geen belemmering vormt voor het plan.
5.2.5 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Het plaatsgebonden risico wordt aangeduid door middel van een contour. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording. Dit is geen harde norm.
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 24 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Indien sprake is van ligging binnen invloedsgebieden van inrichtingen die onder het Bevi vallen, dient voor elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied verantwoording te worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Indien sprake is van de ligging binnen het invloedsgebied vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en vaarwegen, is het Besluit externe veiligheid transportinrichtingen (Bevt) van toepassing. Zelfredzaamheid Hiermee wordt aangegeven in welke mate in het plangebied aanwezige personen in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Voorzieningen en maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid leiden er toe dat mensen tijdig het gebied kunnen ontvluchten om zo zichzelf te redden of de ernst van hun verwondingen kunnen beperken. Zelfredzaamheid beïnvloedt hiermee het resteffect. Modelmatig zal dit effect niet altijd kunnen worden gekwantificeerd. Beheersbaarheid De beheersbaarheid heeft betrekking op de vraag in hoeverre de hulpverleningsdiensten in staat zijn hun taken goed uit te voeren en verdere escalatie kunnen voorkomen.
Met maatregelen en voorzieningen op het gebied van beheersbaarheid kan escalatie van een incident worden voorkomen. Hierdoor wordt het groepsrisico in positieve zin beïnvloedt, neemt de zelfredzaamheid van personen toe en zal het resteffect ook lager uit kunnen vallen. Vervoer gevaarlijke stoffen De 31 geprojecteerde woningen betreffen elk afzonderlijk een ‘kwetsbaar object’. Uit de risicokaart van de provincie Limburg blijkt dat het plangebied niet in de directe omgeving van een risicovolle inrichting ligt. Dergelijke inrichtingen liggen op meer dan 1 kilometer afstand van het plangebied. Voor wat betreft het transport van gevaarlijke stoffen zijn wegen, water en spoor relevant. Voor wat betreft de wegen zijn de A73 en de N271 van belang, doch deze liggen op een dusdanige afstand van het plangebied dat zij geen invloed kunnen hebben op de gewenste ontwikkeling. Verder is het water van belang, dus de rivier de Maas die op een afstand van ruim 300 meter van het plangebied ligt. Uit de Risicoatlas Hoofdvaarwegen Nederland blijkt dat: - Het plaatsgebonden risico de waarde van 10-6 per jaar op de oever alleen langs de Westerschelde, langs het Lekkanaal, langs een gedeelte van het Amsterdam Rijnkanaal en een klein gedeelte van de Oude Maas overschrijdt.
- De oriënterende waarde van het groepsrisico alleen wordt overschreden in het centrum van Rotterdam en wellicht ter plaatse van enkele woonkernen langs de Westerschelde. Vanuit het aspect vervoer gevaarlijke stoffen bestaat geen belemmering voor het plan. Ondergrondse buisleidingen, zones andere leidingen, luchtvaart, telecom en hoogspanningsleidingen. Voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen zijn veiligheidsafstanden bepaald en opgenomen in het Bevb. Er gelden normen voor het plaatsgebonden risico en de verantwoordingsplicht in het kader van het groepsrisico. Uit de risicokaart blijkt geen gebied aanwezig voor buisleidingen of andere leidingen,
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 25 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
zones en/of luchtvaart en straalpaden. Ook de Netkaart van het RIVM laat geen obstakel zien dat relevant is. Er is geen belemmering voor het plan.
5.2.6 Milieueffectrapportage In het plangebied wordt de nieuwbouw van 31 woningen mogelijk gemaakt. Deze activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Ook is een m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk aangezien de gewenste ontwikkeling onder de drempelwaarden blijft genoemd in onderdeel D. Omdat het plan 31 woningen omvat is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zodat ook geen milieueffectrapport noodzakelijk is, noch hoeft er een vormvrije m.e.r. beoordeling te worden doorlopen.
5.3 Waterparagraaf Sinds 1 november 2013 bestaat de verplichting een watertoets uit te voeren. Het Rijk heeft haar beleid voor waterbeheer vastgelegd in het Nationaal Waterplan. De provincie deed dat in het POL2014. Hoofddoelstelling van beleid is 'het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land en het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd'. Voor de verschillende watersystemen is specifiek beleid ontwikkeld. Goede waterkwaliteit, afkoppelen van hemelwater van de riolering en het bevorderen van infiltratie van water in de bodem zijn belangrijke uitgangspunten, ook op grond van gemeentelijk beleid. In of nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plan ligt in het werkgebied van Waterschap Limburg. Oppervlaktewater In het plangebied ligt geen oppervlaktewater. Het dichtstbij zijn gelegen de rivier de Maas op ruim 300 meter en de Broekhuizer Molenbeek op ruim 310 meter afstand van het plangebied dat uitmondt in de rivier de Maas.
Afbeelding 14: Uitsnede Beleidslijn Grote Rivieren
Apeladvies/Bestemmingsplan Luisch Hof / dinsdag 2 februari 2021
Pagina 26 van 44
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg www.apeladvies.nl
Afbeelding 15: POL2014 kaart 8 Maasvallei (Uitsnede) Het plangebied ligt voor ongeveer de helft in het gebied dat door de provincie Limburg is aangeduid als Maasvallei. De Limburgse Maasvallei is een aantrekkelijk woon-, werk- en leefgebied met een hoogwaterbescherming die voldoet aan de wettelijke eisen, ook op de lange termijn, rekening houdend met klimaatverandering en mogelijke herijking van normen voor hoogwaterveiligheid. Dit deel van het gebied is in 2014 als zodanig aangeduid, maar het betreft in feite bebouwd gebied omdat in 2009 een bouwvergunning werd verleend voor 18 woningen. De aanleiding voor voorliggend bestemmingsplan is het feit dat er nu 31 woningen zullen worden gebouwd rekening houdende met de woningmarkt en de locale behoefte. De Maasvallei is gemarkeerd vanwege de noodzaak om te komen tot integrale gebiedsgerichte oplossingen voor de veranderende hoogwateropgave voor de Maas. Bij gebiedsontwikkelingen in de Maasvallei moet rekening gehouden worden met de hoofdfuncties van de rivier (afvoer van water en ijs, scheepvaart, drinkwatervoorziening, waterrecreatie en aquatisch ecologie) en ook de hoofdfuncties van het gebied (agrarisch, natuur, wonen, werken, oeverrecreatie e.d.). Belangrijk is om bij deze aanpak ook de volgende ontwikkelingen te betrekken: •