CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06f Bijlage A2 Zienswijzennotitie BPVR Toverland - Geanonimiseerd

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan verbrede reikwijdte Toverland.36.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In aanvulling hierop is van belang dat op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden en dat op grond van die wet gemeenten voor 1 januari 2032 voor haar hele grondgebied een omgevingsplan moet hebben vastgesteld gebaseerd op de vereisten die de Omgevingswet daar aan stelt. Dat betekent dat ook onderhavig plan dan in het omgevingsplan zal moeten zijn opgenomen. De juridische mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, zullen daarbij uitgangspunt zijn. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de toelichting op bladzijde 7 met de beschrijving over een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte wordt aangepast en aangevuld. 7. Het opvallende ontbreken van vermeldingen van inwoners in de onderzoeken roept vragen op over de mate waarin de belangen en zorgen van de inwoners zijn meegenomen. De gemeenteraad dient juist het algemene belang van haar inwoners en dient inwoners te beschermen tegen overlast. Is draagvlak getoetst in de informatiebijeenkomsten en wat is er met de input van omwonenden gedaan? Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder 5b.

In aanvulling op de formele inspreekmogelijkheden vanuit het bevoegd gezag heeft de initiatiefnemer (Toverland) gedurende het hele planproces een uitgebreid participatieproces doorlopen waarin met verschillende belanghebbenden gesproken is, zowel omwonenden als belangengroeperingen. Zie hiervoor ook paragraaf 6.2.1 van de toelichting van het bestemmingsplan met Verbrede Reikwijdte, waarin is ingegaan op het participatieproces dat is doorlopen. Daarnaast is het inderdaad zo dat de gemeente de belangen van haar inwoners moet dienen, echter geldt dat ook voor de in de gemeente aanwezige bedrijven. Daarbij dient een optimum gevonden te worden tussen ondernemers en bewoners. 74

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 8. Hoe is duurzaam energieverbruik en natuurinclusief bouwen geborgd? a. In het MER-rapport (blz. 20) staat: "Zowel de gemeente als Toverland streven naar duurzame ontwikkelingen, mits deze in het bedrijfsconcept van Toverland passen.” indiener maakt zich hier zorgen over en vraagt zich af wanneer Toverland zegt dat zonnepanelen niet haalbaar zijn, dat de gemeenteraad hier dan zomaar mee akkoord gaat? Wat zijn, met de voorgestelde ontwikkelingen en uitbreiding, de implicaties voor de energietransitie van de gemeente? Is het mogelijk voor Toverland om uit te breiden en tegelijkertijd minder energie te verbruiken om aan de duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen? Of wordt het extra energieverbruik alleen maar gecompenseerd met door Toverland zelf opgewekte energie, en is dit voldoende? Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder 14b en zienswijze H onder 15. Voor wat betreft de algehele gevolgen op de energietransitie van de gemeente wordt opgemerkt dat dit geen zaak is van het bestemmingsplan. De gemeente maakt eigen plannen voor de verduurzaming en de energietransitie. Ze zal samen met grote spelers in de gemeente afspraken maken over verduurzaming. Ook Toverland wordt daarbij betrokken.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Toverland wil naast de uitbreiding van het attractiepark 800 hotelkamers realiseren, 710 overige verblijfsaccomodaties en een aantal camperplaatsen. Hoe wordt geborgd dat al deze verblijfsaccomodaties natuurinclusief en duurzaam gebouwd gaan worden? Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van deze zienswijze onder 8a. Voor het bouwen van de beschreven voorzieningen gelden geen andere regels. Er zijn wettelijke bepalingen zoals het gasloos bouwen. Daar zal ook Toverland aan moeten voldoen. Alle overige maatregelen die getroffen worden zijn niet verplicht maar worden zeker gewaardeerd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 9. Indiener vraagt zich af of het treffen van maatregelen wel een goed uitgangspunt is om negatieve effecten op beschermde diersoorten te voorkomen. Kun je geen vraagtekens stellen bij het plan als je voor zoveel soorten maatregelen moet treffen zodat het plan aan de wet voldoet? Immers, deze maatregelen dienen ook voor de langere termijn [planologisch] geborgd te worden [inclusief toezicht en handhaving].

Beantwoording Voor het plangebied en de omgeving ervan is een uitgebreid ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. De resultaten daarvan zijn weergegeven in bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Daarin is aangegeven dat 75

met mitigerende en/of compenserende maatregelen voor soorten negatieve effecten kunnen worden voorkomen of tegengegaan. Het treffen van deze maatregelen komt voort uit de mogelijkheden die wetgeving biedt om plant- en diersoorten te beschermen. De maatregelen kunnen inhouden dat een terrein waarop de ontwikkelingen plaatsvinden (al dan niet tijdelijk) minder geschikt gemaakt worden voor het verblijven of foerageren van soorten. Het gaat er daarbij om dat de beschermde soorten een ander leef- en/of foerageergebied krijgen (compensatie) juist om te voorkomen dat de ontwikkelingen negatieve effecten hebben op de soorten. In sommige gevallen kan bijvoorbeeld na de bouwactiviteit de soort weer terugkeren. In een aantal gevallen zal de maatregel wel een langduriger karakter hebben juist om ook voor die soorten de bescherming ook in de toekomst zeker te kunnen stellen. Eventuele maatregelen voor de langere termijn dienen inderdaad planologisch of in een overeenkomst geborgd te worden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 10. Verstoring door geluid a. In de rapportage wordt gekeken naar de meest ‘verstorende’ ontwikkelingen, namelijk oppervlakteverlies, versnippering, verdroging/vernatting, geluid, licht en optische verstoring.

Er wordt niet beargumenteerd waarom voor deze verstoringsfactoren is gekozen en waarom bijvoorbeeld verstoring door trilling, beweging, verzuring en vermesting niet is meegenomen. Beantwoording Om de effecten op omliggende Natura 2000-gebieden in de omgeving in kaart te brengen, is een voortoets opgesteld waarin alle relevante verstoringsfactoren zijn langsgelopen. Deze voortoets is als onderdeel van de aanvulling op het MER geactualiseerd en de nieuwe versie is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Daarnaast is een natuurtoets uitgevoerd waarin onder andere is ingegaan op (de kans op) het voorkomen van beschermde plant en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied. In de natuurtoets is beschreven wat de effecten zijn op deze soorten. Op basis van de mogelijk optredende effecten als gevolg van de toegestane activiteiten binnen het plangebied en gezien de aanwezige biotopen in en in de directe omgeving van het plangebied en de daar voorkomende soorten is door een ter zake kundig ecoloog aangegeven welke volgende storingsfactoren daarbij relevant zijn: oppervlakteverlies, versnippering, verdroging/vernatting, geluid, licht en optische verstoring. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de geactualiseerde voortoets aan het bestemmingsplan wordt toegevoegd. b.

Kragten geeft in paragraaf 5.1.1.4 aan dat er weinig onderzoek is gedaan naar de effecten van geluid op beschermde soorten en gaat uit van onderzoeken van Rijnen et al. Van 1991, 1992 en 1995. Dit zijn wel hele oude onderzoeken; er hebben sindsdien diverse studies plaatsgevonden naar de effecten van geluid op diersoorten. In bijlage 1 beschrijven we diverse wetenschappelijke onderzoeken naar de negatieve effecten van geluid op dieren. Volgens de NMF Limburg wordt de impact van geluid op dieren sterk onderschat in de rapporten van Kragten. 76

Beantwoording De gebruikte rapportages zijn inderdaad al diverse jaren geleden gepubliceerd. Dit maakt ze echter niet minder bruikbaar. De door inspreker gedeelde rapportages zijn doorgenomen. Deze rapportages benadrukken, zoals dat tevens al werd gedaan in de onderzoeken van Van Rijnen et al., dat soorten gevoelig zijn voor geluidsverstoring en dat dit gevolgen heeft voor het gedrag van soorten. De aangeleverde rapportages bieden echter geen drempelwaarden of andere meetbare gegevens die voor een beoordeling gebruikt kunnen worden, anders dan enkel het benadrukken dat er sprake is van een effect op soorten. Om die reden zijn de drempelwaarden, zoals die in van Rijnen et al. geformuleerd zijn, gebruikt om kwantitatief inzicht te geven in de impact van geluidsverstoring. Daarnaast leidt het gebruik van deze bronnen overigens niet tot de argumentatie dat geluid geen negatief effect heeft op beschermde soorten in de omgeving van Toverland. In zowel de afzonderlijke variantbeoordelingen, de samenvatting van effecten en de conclusie wordt benoemd dat een effect als gevolg van geluidsverstoring niet op voorhand is uitgesloten. Hiervoor dient bij een concreet voorgenomen ontwikkeling nader getoetst te worden in hoeverre deze ontwikkeling in de aanleg- en gebruiksfase leidt tot een effect als gevolg van geluid op beschermde soorten.

De impact van geluid op dieren wordt dus niet onderschat maar juist erkend. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Het geluid van schreeuwende en gillende mensen is niet meegenomen. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder 12. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d. Daarnaast geeft Kragten aan dat het geluid van muziek en attracties binnen de geluidsnormen vallen. Kragten constateert echter wel dat er geluidshinder plaatsvindt voor dieren wanneer er vuurwerk wordt afgestoken. Maar dat ook andere piekgeluiden een schrikreactie kunnen veroorzaken. De uiteindelijke conclusie van Kragten is wel dat de toename aan verstoord gebied dermate groot is dat een nadere effectbeoordeling, toegespitst op de concreet te ondernemen activiteit in de toekomst, noodzakelijk is om te kunnen beoordelen hoe effecten op beschermde soorten voorkomen kunnen worden. Gaat de gemeente deze aanbeveling ter harte nemen? Beantwoording Ten alle tijden geldt dat voor alle activiteiten die worden uitgevoerd Toverland moet beschikken over de hiervoor benodigde vergunningen. Naast het BPVR geldt ook het algemene stelsel van de Omgevingswet.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 77

e. Gezien het overvloedige empirische bewijs, zoals genoemd in bijlage 1, zouden wetgevende instanties een robuust wettelijk kader moeten ontwikkelen om soorten effectief te beschermen tegen toenemend door de mens veroorzaakt geluid (Kune en Schmidt, 2019). Is de gemeenteraad bereid om een voorbeeldfunctie hierin te nemen door in dit bestemmingsplan kaders op te stellen waarbij de dieren geen geluidshinder ervaren door Toverland? Daarnaast vragen we ons af of de gemeenteraad het onderzoek opnieuw wil laten uitvoeren door deze keer ook de effecten van schreeuwende mensen in de attracties mee te nemen. Beantwoording Er geldt nationale wetgeving voor het beschermen van dier- en plantsoorten en hoe die bescherming bij ruimtelijke projecten vorm moet krijgen. De gemeenteraad volgt deze wetgeving. Er is voor de gemeente geen aanleiding om voor Toverland andere richtlijnen aan te houden of een bepaalde voorbeeldfunctie in te nemen. De gemeente heeft die bevoegdheid ook niet met dit bestemmingsplan. In aanvulling hierop wordt verwezen naar de beantwoording onder b van deze zienswijze. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 11. Verstoring door licht a.

Uit onderzoek blijkt dat de lichtuitstraling bij een worst case benadering op een aantal punten langs de rand van het plangebied het drempelniveau van 0,1 lux overschrijdt. Door beperkte maatregelen kan de lichtuitstraling naar verwachting worden teruggebracht tot enkel het attractiepark zelf. Uit recent onderzoek is echter gebleken dat zelfs lichten op de grond met een lage intensiteit het gedrag van overvliegende trekvogels beïnvloeden (www.eoswetenschap.eu/natuurmilieu/lichtvervuiling-beinvloedt-trekvogels). In bijlage 2 worden diverse wetenschappelijke studies aangehaald, die negatieve effecten op dieren beschrijven. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat het licht vanuit Toverland geen verstorende effecten op vogels en andere dieren heeft? Beantwoording Voor het plangebied zijn uitgebreide lichtmetingen en modelberekeningen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat zelfs als alle verlichting in Toverland aan staat, er nauwelijks lichtuitstraling buiten het terrein van Toverland plaatsvindt. Lichthinder voor diersoorten in de bossen in de omgeving wordt daarom niet verwacht. In het lichtonderzoek is aangegeven dat de beperkte lichtuitstraling die was gemeten, werd veroorzaakt door verkeerd afgestelde spots die eenvoudig verdraaid konden worden.

Als het attractiepark gesloten is, is nagenoeg alle verlichting gedoofd en zal er geen verstoring vanuit Toverland voor overvliegende trekvogels zijn. In de avondperiode als de verlichting bij Toverland aan is, zijn er diverse andere lichtbronnen (denk aan infrastructuur, bebouwing, glastuinbouw etc.) in de omgeving die voor afleiding zorgen, waardoor niet verwacht wordt dat de verlichting van Toverland tot significant verstorend effecten voor overvliegende trekvogels zal leiden. Het plangebied fungeert niet als specifieke route voor bepaalde trekvogelsoorten. Verder is het goed te realiseren wat de eenheid precies betekent. 1 lux staat gelijk aan het lichtniveau van 1 kaars op een afstand van 1 meter. 0,25 lux staat gelijk aan het lichtniveau van 1 kaars op een afstand van 2 meter. 78

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 12. Verstoring door vuurwerk a. Volgens Kragten worden negatieve effecten op broedende vogels voorkomen door vuurwerk niet af te steken tijdens het broedseizoen. En dat het afsteken van vuurwerk redelijkerwijs niet zal leiden tot een significant negatief effect op de aanwezige soorten. In bijlage 3 staan diverse wetenschappelijke onderzoeken beschreven, die negatieve effecten van vuurwerk beschrijven. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder punt 10. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven in de beantwoording van zienswijze D onder 10. b. Waarom staat de gemeente nog steeds, het steeds meer omstreden afsteken van vuurwerk toe? Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze H onder punt 12a Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 13. Op het erf van Schorfvenweg 10 bevinden zich jaarrond beschermde nesten van boerenzwaluwen en huismussen. Dit perceel zal worden omgevormd naar camperplaats waarvoor de aanwezige bebouwing verwijderd wordt en de aanwezige nesten verloren gaan.

Daarnaast geeft Kragten aan dat dit erf in de toekomst mogelijk een nestplaats gaat bieden voor de kerkuil en de steenuil [beiden eveneens jaarrond beschermd]. Waarom vraagt de gemeente niet - gezien het belang van deze locatie voor een aantal vogels met jaarrond beschermde nesten - dat de camperplaats elders gelokaliseerd wordt om de sloop van de hier aanwezige gebouwen te voorkomen? Beantwoording Het is nog niet bekend waar de verschillende ontwikkelingen van Toverland zullen plaatsvinden. Toverland is nog bezig daarvoor haar visie te bepalen en dat is ook grotendeels afhankelijk van de marktontwikkelingen. Daarbij zullen ook de belangen van onder andere natuur meegewogen worden. Wanneer de plannen verder uitgewerkt zijn, zal ook opnieuw gekeken worden naar de aanwezige jaarrond beschermde nesten en of deze nesten ook werkelijk gebruikt worden. Als dat aan de orde is worden de wettelijk voorgeschreven acties doorlopen. In aanvulling hierop wordt verwezen naar de vergunningplicht zoals beschreven bij de beantwoording van onderdeel 10d van deze zienswijze. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 79

14. In de directe omgeving van Toverland vinden nog andere grootschalige ontwikkelingen plaats, zoals de uitbreiding van Grandorse aan de noordzijde van Toverland, waardoor de das zeer waarschijnlijk te maken krijgt met cumulatieve effecten. Beantwoording Het leefgebied van de das is dynamisch. Bij toekomstige ontwikkelingen binnen het plangebied zal een actuele ecologische beoordeling gemaakt moeten worden in hoeverre er sprake is van een aantasting van het leefgebied van de das. Hierbij dienen cumulatieve effecten, zoals mogelijk die vanuit Grandorse, meegenomen moeten worden. Aan de hand van de beoordeling worden, indien noodzakelijk, passende maatregelen genomen. Het plangebied biedt daar op dit moment voldoende ruimte voor. In aanvulling hierop wordt verwezen naar de vergunningplicht zoals beschreven bij de beantwoording van onderdeel 10d van deze zienswijze. Het voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in een gebied kan in de loop der tijd veranderen. Daarom kent een natuuronderzoek in het algemeen een beperkte ‘houdbaarheidsdatum’. Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan is het natuuronderzoek geactualiseerd. De nieuwe versie wordt bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan bijgevoegd. Daarnaast geldt in het algemeen een wettelijke zorgplicht om zorgvuldig met eventueel aangetroffen soorten om te gaan.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat het geactualiseerde soortenonderzoek is bijgevoegd aan het bestemmingsplan en de toelichting naar aanleiding hiervan is aangepast. 15. De NMF Limburg vindt dat gezien de klimaat- en biodiversiteitscrisis en de waarde van bestaande bomen, uiterst terughoudend omgegaan moet worden met de kap van bomen. Gaat de gemeente aandringen op mogelijkheden om de houtopstanden in het plangebied zoveel mogelijk te behouden? Beantwoording Met houtkap moet altijd terughoudend worden omgesprongen. De plannen voor uitbreiding van Toverland gaan niet uit van de kap van bomen. Aan de randen van het plangebied is een aantal waardevolle bomen aanwezig (Helenaveenseweg en Heesbredeweg). Voor de bescherming van deze bomen is een regeling opgenomen die voorkomt dat de bomen schade ondervinden van de ontwikkeling van Toverland en de werkzaamheden die samengaan met het uitvoeren van de ontwikkelplannen. Verder is een landschapsplan opgesteld waarin bestaande groenopstanden zijn ondergebracht en aan elkaar worden verbonden zodat een robuuster systeem ontstaat dan in de huidige situatie het geval is. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.

80

16. Negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland a. In een ambtelijk overleg is afgesproken dat de provincie het bosperceel uit de GGN zal halen bij de eerstvolgende POL-herziening. Uit de huidige verbeelding van het POL2014 te raadplegen via de Atlas Limburg blijkt dat dit nog niet aangepast is. Kragten concludeert dat er binnen het plangebied geen sprake is van een directe aantasting van de GGN, maar dat is alleen zo als het bosperceel uit de GGN is gehaald en deze oppervlakte elders aangewezen is als GGN. Kan de gemeente aangeven of dit is gebeurd? Als het bosperceel namelijk nog steeds GGN is, geldt op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 dat externe effecten zoals geluid- en lichtverstoring wel degelijk beschouwd moeten worden en indirecte effecten kunnen leiden tot een beperking van de voorgenomen activiteiten of een compensatie opgave in het kader van provinciaal beschermde gebieden. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze H onder 12. Aanvullend hierop is in het POL van 2021 de aanpassing van de NNN verwerkt. Dit plan is te raadplegen op het omgevingsloket. Die aanpassing betreft een uitwisseling van NNN binnen en buiten de inrichtingsgrens van Toverland. Op de gronden van Toverland is daarmee geen NNN meer aanwezig en dat is op een aangrenzend perceel gecompenseerd.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Aangezien voor veranderingen in waterstanden een aanvullende vergunning nodig is, zijn negatieve effecten als gevolg van verdroging of vernatting volgens Kragten uitgesloten. Dat er een vergunning nodig is, betekent echter niet dat er geen negatieve gevolgen zijn voor grondwater. Hier is ook een cumulatief effect van toepassing: een op zichzelf staande ontwikkeling heeft misschien geen invloed op het grondwater, maar allerlei ontwikkelingen samen wellicht wel. Beantwoording Als aanvulling op het milieueffectrapport is een nadere onderbouwing van de effecten van grondwateronttrekkingen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgewerkt. De grondwater onttrekkingen van Toverland vinden zowel in de huidige als de toekomstige situatie plaats in het diepere watervoerend pakket. Om dat plaatselijk een kleilaag in de bodem aanwezig is, veroorzaken deze diepere grondwateronttrekkingen geen hydrologische effecten ter plaatse van omliggende Natura 2000-gebieden. Vanuit Grandorse vinden enkel zeer geringe onttrekkingen uit het ondiepe pakket plaats. Daardoor zal er geen sprake zijn van cumulatie van geohydrologische effecten tussen beide initiatieven.

Wanneer een aanvullende omgevingsvergunning benodigd is vanwege een mogelijk effect op het grondwater zal de waterbeheerder de beoordeling daarvoor uitvoeren. Zij zijn daarvoor het bevoegd gezag en hebben de specifieke kennis over de lokale situatie. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de aanvullende notitie over effecten van grondwateronttrekkingen op Natura 2000-gebieden wordt bijgevoegd. 81

c. De effecten als gevolg van licht zouden niet optreden als de in het lichtonderzoek beschreven maatregelen om lichtverstoring buiten het plangebied te voorkomen getroffen worden. Beantwoording Bovenstaande opmerking is correct. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder punt 11a. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d. Volgens Kragten valt niet uit te sluiten dat er een toename aan geluidsverstoring optreedt: het aspect geluid heeft een indirect negatief effect op de omliggende GGN. Beantwoording Bovenstaande opmerking is correct. Het provinciaal beleid van Limburg kent echter geen externe werking. Dit betekent dat indirecte verstoring van Goudgroene natuurzone (GGN, thans Natuurnetwerk Limburg), onder andere door geluid, niet leidt tot een verplichting tot het uitvoeren van natuurcompensatie. Dat is enkel het geval als er sprake zou zijn van oppervlakteverlies, maar in voorliggend initiatief is dat niet aan de orde. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e. Als mensen meerdere dagen in een dergelijke accommodatie verblijven, is het naïef te veronderstellen dat deze mensen alleen het attractiepark zullen bezoeken en niet de omliggende natuur intrekken.

Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat de gewenste 3,74 miljoen bezoekers per jaar geen negatieve effecten hebben op het omliggende Natuurnetwerk Nederland en de overige natuur? Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze E onder 3. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 17. In de ogen van indiener worden de mogelijke gevolgen voor de leefbaarheid van de inwoners van Kronenberg, Sevenum en Evertsoord maar met name voor de flora en fauna onvoldoende belicht. Beantwoording In diverse specialistische onderzoeken zijn de effecten voor de omgeving in kaart gebracht, en waar nodig zijn naar aanleiding daarvan normen gesteld die als regels in het bestemmingsplan zijn opgenomen of als voorwaarde zijn verbonden aan de vergunningplicht. De onderzoeken voldoen aan de wettelijke normen en daarmee zijn de gevolgen voor de leefbaarheid voor de omgeving geborgd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 82

18. Er is geen Maatschappelijke Kosten Baten Analyse [MKBA] uitgevoerd. Dit is een methodologie die wordt gebruikt om de voordelen van een beslissing of project af te wegen tegen de kosten ervan. Wij vragen jullie om inzichtelijk te maken of de maatschappelijke waarden voor de uitbreiding van Toverland in verhouding staan tot de hinder voor de omgeving en de milieuoverlast? Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze H onder 5. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 19. Ondanks de geruststellende bevindingen van Bureau Kragten, werpen wij een kritische blik op fijnstof en luchtkwaliteit. Hoewel hun onderzoek aangeeft dat fijnstof op zichzelf geen groot probleem wordt, gaat er wel een toename van fijnstof plaatsvinden in een van de regio's die door de GGD erkend wordt als regio met een zorgelijke luchtkwaliteit. De GGD roept op tot actie in lijn met het Schone Lucht Akkoord, dat de Gemeente Horst aan de Maas op 8 juli 2020 ondertekende. Hierin dienen de advieswaarden van de World Health Organization [WHO] als leidraad. Nederland staat achter het onlangs gelanceerde Zero Pollution Action Plan van de Europese Commissie in 2021, waarin ook de WHO-advieswaarden centraal staan.

Het is zeer aannemelijk dat in de nabije toekomst de WHO-normen overgenomen zijn in de Nederlandse wet milieubeheer [zeker in de tijdsperiode dat Toverland wil gaan uitbreiden). Als we de gehanteerde waarden van Kragten naast de WHO-advieswaarden leggen, zien we een aanzienlijke overschrijding aan fijnstof. Overweegt de Gemeente Horst aan de Maas, ondanks het vooruitzicht van strengere normen in de toekomst en het feit dat haar inwoners zich reeds bevinden in een van de meest vervuilde gebieden, nog steeds om haar medewerking te verlenen aan een plan dat de adviezen van de World Health Organization negeert, evenals haar toewijding aan het Schone Lucht Akkoord? Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze H onder 10. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 20. In het rapport staat dat lichtstraling vanuit Toverland op een groot aantal punten langs de rand van het plangebied niet wordt overschreden. Ook wordt benoemd dat planologisch hoge attracties gebouwd zouden mogen worden en dat dit wel voor een overschrijding kan zorgen. Daarnaast verwachten wij dat de negatieve effecten van lichtvervuiling bij een potentiële uitbreiding zullen toenemen, omdat er wordt uitgebreid dichterbij natuurgebied. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder 11a.

Verder zal de uitbreiding van Toverland niet vanzelfsprekend dichter bij natuurgebied plaatsvinden. In het vigerende bestemmingsplan heeft Toverland al uitbreidingsruimte aan de noordzijde en westzijde van het huidige park. Deze uitbreidingsruimte blijft. Deze 83

ontwikkelgronden zijn het dichtst bij bestaande bosgebieden gelegen. Daarnaast is met onderhavig plan extra ruimte geboden aan de westzijde van het bestaande park. De ontwikkelingen komen hier verder van de bestaande bossen tussen het park en Kronenberg. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 21. In het bestemmingsplan worden geen duidelijke richtlijnen opgenomen over het gebruik van licht door Toverland. Daarom vragen wij of de gemeenteraad er alles aan wil doen om lichtvervuiling random Toverland te beperken door regels vast te leggen in het bestemmingsplan? Het instellen van beleid om lichten op bepaalde tijden te dimmen of uit te schakelen kan bijvoorbeeld helpen om de negatieve effecten te verminderen. Ook houdt dit bijvoorbeeld in dat reclameborden in de omgeving het beste niet meer verlicht kunnen worden wanneer het donker is. Tot slot kan in het bestemmingsplan worden opgenomen dat er geen hoge attracties geplaatst worden zodat lichtvervuiling wordt beperkt. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder 11a en zienswijze H onder 24. Uit het uitgevoerde lichtonderzoek (zie bijlage 13 bij de toelichting van het bestemmingsplan) is gebleken dat de kans op het optreden lichthinder naar de omgeving als zeer klein wordt ingeschat.

Enkel bij hoge attracties zou volgens dit onderzoek als deze worden voorzien van verlichting mogelijk uitstraling naar de omgeving kunnen ontstaan. In het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte zijn in artikel 3.2.3 daarom specifieke regels opgenomen om de hinder/uitstraling als gevolg van licht naar (natuurwaarden in) de omgeving te voorkomen. In de aanvulling op het MER wordt in nader op ingegaan. Zoals eerder bij de beantwoording van zienswijze H onder 24 is aangegeven is in aanvulling op het bovenstaande aanvullend geregeld dat bij verlichting op een hoogte van meer dan 40 meter een vergunningplicht van toepassing is. Dit is tevens toegevoegd aan de regels van het vast te stellen bestemmingsplan. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat bovengenoemde vergunningplicht aan de regels wordt toegevoegd. 22. Verkeersopstoppingen a. Het verkeersonderzoek bij het bestemmingsplan Grandorse suggereert dat verkeersproblemen kunnen ontstaan, vooral bij meerdere evenementen. Een zorgwekkende observatie in het bestemmingsplan is dat de huidige verkeersstroom nu al tot files op de A67 en de Middenpeelweg naar Toverland leidt.

Met de plannen van zowel Toverland als Grandorse om fors uit te breiden, maar ook alle andere uitbreidingen zoals van recreatiepark De Schatberg en de ontwikkeling van 60Seven, is het niet adequaat om de verkeersproblematiek van alle activiteiten in De Peelbergen afzonderlijk te bekijken. Is de gemeenteraad bereid om een nieuw verkeersonderzoek te laten uitvoeren voor alle ontwikkelingen die momenteel spelen in de regio? Ook Rijkswaterstaat Zuid-Nederland heeft aangegeven dat de verschillende plannen en hun verkeerseffecten meer in samenhang beschouwd moeten worden. 84

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze A onder 2 en zienswijze D onder 2. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven bij de beantwoording van zienswijze A onder 2 en zienswijze D onder 2. b. Ook vragen wij de gemeenteraad om in overweging te nemen of het beoogde bezoekersaantal van 3.74 miljoen per jaar voor Toverland, naast alle andere geplande ontwikkelingen, niet een vergelijkbare situatie zou kunnen creëren als bij de Efteling. Zouden we ons zorgen moeten maken dat mensen ontmoedigd worden om de regio te bezoeken vanwege onhoudbare verkeersopstoppingen, waardoor ze eerder geneigd zijn om thuis te blijven? Ook Rijkswaterstaat Zuid-Nederland maakt zich zorgen dat de ontwikkelingen in De Peelbergen leiden tot doorstromingsproblemen op (de aansluiting van de N277] op de A67. Beantwoording Pieken in de aantallen auto’s zullen blijven optreden. Dat is ook geen probleem. Algemeen wordt aanvaard dat 15 keer per jaar voor een bepaalde duur het verkeer vastloopt. Dit hoort bij de wijze waarop de wegen zijn ontworpen. Daarbij wordt gezorgd dat de weg een voldoende grote capaciteit heeft maar niet overgedimensioneerd is, zodat buiten de piekmomenten de infrastructuur niet passend is voor het verkeer dat het moet afwikkelen.

Het is echter wel de bedoeling de echte verkeersproblemen voor te blijven. Samen met de provincie en Rijkswaterstaat zal daarom regelmatig afstemming plaatsvinden over de verkeerssituatie en de afweging worden gemaakt of maatregelen nodig zijn en welke dan. Hiertoe is een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Zie hiervoor zienswijze E onder 1a Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 23. In het onderzoek met betrekking tot vuurwerk wordt aangegeven dat de mate waarin Toverland vuurwerk gaat gebruiken, behalve geluid geen problemen zal veroorzaken voor mens en dier. Indiener trekt deze uitspraak zwaar in twijfel en uit hun bezorgdheid over het toestaan van vuurwerk. Bijlage 3 geeft aan de hand van wetenschappelijk onderzoek weer wat de lange en korte termijneffecten zijn van vuurwerk op onze leefomgeving. De NMF Limburg vraagt de gemeenteraad of zij het in een tijd van milieubewustzijn nog wel maatschappelijk verantwoord vindt dat Toverland vuurwerk afsteekt? En of de gemeenteraad Toverland niet kan voorzien van alternatieven dat ook tijdens de jaarwisseling steeds meer een onderwerp wordt? Beantwoording Voor Toverland is het houden van vuurwerkshows als afsluiting van speciale evenementen een wezenlijk onderdeel van de totaalbeleving.

De effecten van deze shows op de omgeving zijn in een apart onderzoek in kaart gebracht. Naar aanleiding van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie mer is een aanvullende notitie effectanalyse vuurwerk opgesteld. Deze aanvullende notitie is verwerkt in de aanvulling op het MER en toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan.

85

Om de gevolgen voor de omgeving te beperken zijn in het bestemmingsplan regels opgenomen voor wat betreft het aantal shows, de duur en de omvang ervan. Met deze regels is in de aanvullende notitie vuurwerk geconcludeerd dat het redelijkerwijs niet te verwachten is dat het afsteken van vuurwerk op de voorgeschreven wijze leidt tot significant negatief effect op de aanwezige soorten. In aanvulling hierop wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze C onder 2. Waarin is gemotiveerd dat Toverland in de toekomst in principe open staat voor alternatieven voor vuurwerkshows mits deze voor een gelijkwaardige parkbeleving zorgen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. Het geactualiseerde achtergrondrapport vuurwerk wordt aan het bestemmingsplan toegevoegd en de resultaten daarvan worden voor zover relevant doorvertaald in het MER het bestemmingsplan. 24. Delta Rhine Corridor a. In de stukken van Kragten staat kort wat vermeld over de Delta Rhine Corridor, dat Toverland in gesprek is met het consortium en dat de afwijkingsregels voor bouw- en aanlegactiviteiten binnen het buisleidingentracé intact worden gelaten. Het Barro biedt die ruimte echter niet. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze A onder 1.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven bij de beantwoording van zienswijze A onder 1. b. Wat zijn de gevolgen voor de veiligheid van de bezoekers en de effecten op de omgeving wanneer Toverland uitbreidt terwijl daar ook de buisleidingen gerealiseerd moeten worden? Gaat de gemeente het bestemmingsplan op dit punt aanpassen? Beantwoording Er is nog niet bekend voor welke stoffen er in de reserveringszone buisleidingen worden ondergebracht. Daarmee kunnen ook de gevolgen voor de veiligheid nog niet volledig worden bepaald. Een van de projecten die in de reserveringszone zal landen betreft de Delta Rhine Corridor (zie onder), maar in de toekomst kunnen mogelijk ook andere stoffen in deze zone worden vervoerd. Wel is er een richtlijn voor veiligheid opgenomen in het Barro. Het gaat om een veiligheidszone aan weerszijden van de corridor. Binnen die veiligheidszone zijn bepaalde functies en gebouwen niet toegestaan. Deze vereisten zijn in het bestemmingsplan overgenomen. Wanneer concreet bekend is welke leidingen er in de reserveringszone uit de structuurvisie buisleidingen worden aangelegd, kan meer exact worden weergegeven welke gevolgen er zijn voor de veiligheid.

Voor wat betreft de Delta Rhine Corridor is het externe veiligheidsonderzoek geactualiseerd op basis van de laatste stand van zaken van de planontwikkeling. In december 2024 (nadat het ontwerp bestemmingsplan voor Toverland is gepubliceerd) is namelijk besloten dat het transport 86

van ammoniak vooralsnog niet meer tot de scope behoort en de focus voor de korte termijn (verwachte realisatieperiode 2032-2033) ligt op het realiseren van waterstof en koolstofdioxide. In de aanvulling op het MER is op basis van de meest actuele inzichten over de planontwikkeling en de te vervoeren stoffen door van de Delta Rhine Corridor een nieuwe berekening uitgevoerd naar het groepsrisico en de gevolgen voor de plannen van Toverland. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat in een aanvulling op het MER de laatste inzichten over de planontwikkeling van de Delta Rhine Corridor in een nieuwe externe veiligheidsberekening zijn doorgerekend. Resultaten daarvan zijn verwerkt in de aanvulling op het MER en het BPVR. 25. Stikstof a. Voor Toverland wordt intern gesaldeerd met de stikstofruimte in de Wnb-vergunning voor het agrarisch bedrijf aan de Schorfvenweg 10. Er is reden te twijfelen tot wanneer de agrarische activiteiten nog feitelijk plaatsvonden en of daarmee wordt voldaan aan de vereiste dat reeds beëindigde activiteiten ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan niet mogen worden meegenomen in het kader van de interne saldering. Uit de stukken valt hier niets over af te leiden maar vanuit de omgeving is bekend dat de activiteiten al geruime tijd gestaakt zijn.

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze B onder 4. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Voor het uitvoeren van de stikstofberekeningen zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd. Het is niet herleidbaar voor derden welke berekeningen ten grondslag liggen aan de schattingen van aardgas- en propaanverbruik en draaiuren van mobiele werktuigen. Daarvoor is het van belang te weten hoe het verbruik nu is en welke extrapolatie gemaakt is. Daarnaast is het voor de controleerbaarheid van de berekeningen nodig inzicht te krijgen in de achterliggende documentatie van de expert judgement voor wat betreft de bouwwerkzaamheden, specifiek de onderbouwing van de bouwwerktuigen (aantallen en soorten). Het aantal werktuigen lijkt in verhouding tot de ambitieuze plannen erg laag. Beantwoording De stikstofdepositieberekening is geactualiseerd ten behoeve van de aanvulling op het MER en de gewijzigde vaststelling van het BPVR. In de geactualiseerde rapportage van de voortoets zijn de resultaten van de geactualiseerde stikstofdepositieberekening opgenomen. In hoofdstuk 6 van deze voortoets is een nadere onderbouwing opgenomen van de gebruikte modeluitgangspunten. Hierin is onder andere ingegaan op het aardgas- en propaanverbruik en het aantal draaiuren in de aanlegfase.

87

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de geactualiseerde voortoets met daarin een nieuwe stikstofdepositieberekening en nadere toelichting op de modeluitgangspunten is toegevoegd en verwerkt in het bestemmingsplan en de aanvulling op het MER. c. Voor wat betreft de verkeersbewegingen wordt gesteld dat “om invulling te geven aan de maximale planologische situatie vanwege de indelingsvrijheid (de varianten) die het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte biedt, ervoor gekozen is om al het verkeer worstcase middels een lijnbron tot het uiterste deel van het plangebied te beschouwen. Hiermee is de gemiddelde afgelegde weg van het verkeer gemaximeerd en is een worst-case situatie inzichtelijk gemaakt”. Gezien de uitbreidingsplannen van Toverland in combinatie met de overige uitbreidingsactiviteiten in de omgeving voorziet reclamant op piekmomenten filevorming tot ver buiten het plangebied en beschouwen we de huidige Aerius modellering niet als worst-case. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze A onder 2. Conform de invoerinstructie gegevensinvoer AERIUS Calculator wordt het verkeer meegenomen tot het zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en is opgenomen in het heersend verkeersbeeld.

In de stikstofonderzoek dat ten behoeve van het ontwerp-bestemmingsplan is opgesteld, is gerekend tot aan de A67. In aanvulling hierop is op basis van de nieuwe verkeerscijfers van het geactualiseerde verkeersonderzoek een nieuwe doorrekening met het meest recente AERIUS-rekenprogramma uitgevoerd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de stikstofberekening is geactualiseerd op basis van het aangepaste verkeersonderzoek. 26. Watertoets a. Referentiesituatie. Er wordt verondersteld dat de ontwikkelingen van 60Seven, Heerlijkheid Sevenum en Grandorse geen invloed hebben op de wateraspecten in relatie tot Toverland. Individueel lijken de wateronttrekkingen minimaal, cumulatief kunnen wel degelijk effecten ontstaan op de Natura2000-gebieden. Zeker als de onttrekkingen toenemen bij de uitbreidingen. Hoe wordt dit geëvalueerd? Beantwoording In hoofdstuk 17 van het MER is een aanzet voor het evaluatieprogramma opgenomen. Zoals in dit hoofdstuk is aangegeven, zal dit programma nadat de besluitvorming over het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden nader worden uitgewerkt. In tabel 17.1 is voor het onderdeel beïnvloeding van grondwaterstanden voorgesteld om een monitoringssysteem met peilbuizen te plaatsen en deze continue uit lezen.

In een aanvulling op het MER is nader ingegaan op de gevolgen van grondwateronttrekkingen op omliggende Natura 2000-gebieden. Hierin is ook ingegaan op cumulatie met Grandorse, en is gemotiveerd dat geen sprake is van cumulatie van milieueffecten omdat de 88

grondwateronttrekkingen van Toverland uit de diepere bodemlagen plaatsvinden die middels een kleilaag worden afgescheiden van de ondiepe winningen. Zie hiervoor ook de beantwoording van zienswijze L onder 16b. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de aanvullende notitie over de effecten van grondwateronttrekkingen op Natura 2000-gebieden worden toegevoegd en verwerkt. b. Verhard oppervlak. Er wordt een schatting gemaakt van de toename van het verhard oppervlak in percentages. Deze kunnen in werkelijkheid afwijken. Hoe wordt dit geverifieerd, in acht genomen of achteraf gecontroleerd en gehandhaafd? Beantwoording Om te borgen dat er voldoende waterberging wordt gerealiseerd, zijn hier in de regels van het ontwerp-bestemmingsplan (zie artikel 3.2.4) specifieke voorwaarden voor opgenomen: “Bij het toevoegen van verhard oppervlak dient te worden voorzien in hemelwaterbergende voorzieningen c.q. infiltratievoorzieningen, gedimensioneerd op minimaal 100 mm per vierkante meter toegevoegd verhard oppervlak, waarbij de voorzieningen binnen 24 uur weer beschikbaar dienen te zijn". De gemeente kan hier bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning door Toverland aan toetsen.

Op het moment dat Toverland een concreet bouwplan wil realiseren zal ze daarvoor een aanvraag voor omgevingsvergunning indienen en daarbij dan meer concrete informatie hierover moeten overleggen. De vergunning zal pas worden verleend als voldaan is aan de regels ten aanzien van de waterberging. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Verleggen Wertemer en Steegbergheide. Momenteel hebben de tracés weinig ecologische waarde. Bij het verleggen moeten de biodiversiteit en ecologische waarden worden meegenomen en niet alleen de berging en grondwaterstanden. Er moet voldoende ruimte en meandering aan de rivier worden meegegeven voor ecologische ontwikkeling (manifest ‘Ruimte voor levende rivier’). Ziet de gemeenteraad kansen om dit bij de verlegging toe te passen? Beantwoording In dit stadium is nog niet bekend of de te verleggen beken zullen gaan meanderen, maar dit zou zeker een mogelijkheid kunnen zijn. De plannen worden nog verder uitgewerkt. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.

89

d. Afvoer vuilwater. Toverland heeft als doelstelling het proceswater van de attracties niet te lozen als afvalwater. Daarom is er ook niet gerekend met een hoeveelheid afvalwater van de bedrijfsprocessen. Deze doelstelling is juridisch niet vastgelegd. Wat als de doelstelling niet gehaald wordt of het niet nastreeft? Het niet meenemen van dit afvalwater geeft een vertekend beeld. Het belang van bufferputten wordt als mogelijke oplossing genoemd maar ook deze zijn niet geborgd of verankerd in de plannen. Beantwoording Normen over lozingen van afvalwater van bedrijfsprocessen worden niet geregeld in een bestemmingsplan maar in de omgevingsvergunning. Voor wat betreft de bufferputten wordt verwezen naar de beantwoording onder 26b van deze zienswijze. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e. Analyse modellen. i. Het verleggen van de watergangen heeft een negatief effect op de grondwaterstanden. Bij overmatige neerslag stroomt opgeslagen oppervlaktewater het terrein in en loopt over in de Wertemer. Wat zijn de ecologische gevolgen hiervan? Beantwoording In de huidige situatie stroomt bij extreme regenval ook al hemelwater in de Wertemer. Hemelwater is in het algemeen aangemerkt als schoon water.

In de Wertemer zijn geen bijzondere ecologische waarden aangetroffen (zie natuuronderzoek) op basis waarvan kan worden geconstateerd dat het toevoegen van hemelwater aan de Wertemer naar verwachting niet leidt tot significante ecologische gevolgen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. ii.

De vijvers in het park staan in verbinding met het grondwater, waarin een verhoogde concentratie zware metalen aanwezig is. Dat geldt ook voor het leidingentrace, wat een negatief effect heeft op hemelwater. Doordat geen infiltratie of bergingsvoorzieningen mogen worden aangelegd, wordt de ruimte voor het opvangen en infiltreren van hemelwater beperkt door de aanwezigheid van de leidingstrook.

Beantwoording Het is correct dat ter plaatse van de leidingenstrook geen infiltratie en/of bergingsvoorzieningen mogen worden aangelegd, maar het totale plangebied is dusdanig groot dat ondanks de aanwezigheid van deze leidingenstrook binnen het plangebied voldoende alternatieve mogelijkheden zijn om hemelwater te bergen en te infiltreren.

90

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. iii.

De bluswatervoorzieningen worden apart behandeld in de modellen, die negatieve gevolgen hebben voor de grondwaterkwaliteit en de oppervlaktewaterkwaliteit. Er wordt echter niet gesproken over of aanbevolen om opvangbekkens voor bluswater te voorzien. Waarom?

Beantwoording Zowel in de overdekte attracties als in het hotel en andere verblijfsruimten kunnen veel mensen gelijktijdig aanwezig zijn. Conform de richtlijnen van de Brandweer Limburg Noord (Regionaal modelbeleid bluswater en bereikbaarheid) dienen primaire bluswatervoorzieningen aanwezig te zijn bestaande uit een brandkraan aangesloten op een waterleidingnet of een gesloten geboorde put. Deze voorzieningen kunnen zelfstandig worden opgebouwd en gebruikt door de eerste brandweereenheden. Hierdoor is de continuïteit van de blussing gegarandeerd. Open water valt onder de secundaire bluswatervoorzieningen en kunnen binnen 30 minuten worden opgebouwd en gebruikt worden. De afstand mag niet meer dan 200 m van een object bedragen en het waterpeil dient minimaal 0,5 m te bedragen. De afstand van 200 m kan niet overal worden gehaald en tijdens zeer droge perioden kan het minimale waterpeil mogelijk een risico vormen. Om de continuïteit te kunnen garanderen en het risico te beperken is ervoor gekozen om aan te sluiten bij het bestaande blussysteem, bestaande uit gesloten geboorde putten.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. iv.

Bij de toekomstige inrichting van het park worden de percentages verharding van het huidige park aangehouden, hoewel dit in de praktijk sterk kan afwijken.

Beantwoording In dit stadium van de planontwikkeling is nog niet exact bekend hoeveel verhard oppervlak er in de nog te ontwikkelen deelgebieden uiteindelijk zal worden gerealiseerd. De gehanteerde normen worden vooralsnog als realistisch ingeschat. Zie verder de beantwoording onder 26b van deze zienswijze. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.

91

v.

Bij de uitbreiding wordt de vraag naar meer waterattracties duidelijk belicht. Voor deze attracties wordt grondwater onttrokken en gebruikt. Zijn er geen alternatieven beschikbaar?

Beantwoording Op dit moment wordt grondwater als meest reële waterleverancier voor de waterattracties gezien. Het gebruik van drinkwater is niet alleen veel duurder maar heeft ook veel meer impact voor het milieu en de mensen. Immers de verwachting is dat de komende jaren tekorten gaan ontstaan in drinkwater. Indien in de toekomst nieuwe alternatieve technieken beschikbaar zijn om andere watervormen toe te passen, kan dat zeker bezien worden en bijdragen aan de duurzaamheidsambities die Toverland zelf ook heeft. Hierbij prevaleren uiteraard wel de gezondheidseisen die aan waterkwaliteit worden gesteld. In aanvulling hierop wordt opgemerkt dat voor grondwateronttrekkingen ter plaatse van Natura2000-gebieden een specifieke omgevingsvergunning Natura2000-activiteiten (voorheen Wnb-vergunning) benodigd is. Deze wordt alleen vergund indien is aangetoond dat het niet leidt tot hydrologische effecten ter plaatse van Natura 2000-gebieden (zie ook zienswijze D onder 15b. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. vi.

De onttrekkingen mogen in geen geval plaatsvinden in de bufferzones van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Beantwoording Als aanvulling op het MER is een nadere notitie opgesteld over de effecten van grondwater onttrekkingen bij Toverland op omliggende natura 2000-gebieden. Daarin is gemotiveerd dat de onttrekkingen door Toverland plaatsvinden in het diepe grondwaterpakket dat middels een kleilaag wordt afgeschermd van de ondiepere lagen die relevant zijn voor de natuurkwaliteit in de Natura 2000-gebieden. Bij concrete deelplanuitwerkingen waarbij eventueel grondwater benodigd is, kan aanvullend hydrologisch onderzoek aan de orde zijn en zal de initiatiefnemer een vergunning moeten aanvragen. Een dergelijke onttrekkingsvergunning zal enkel worden verleend indien wordt aangetoond dat het niet leidt tot schadelijke gevolgen voor Natura 2000gebieden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de aanvullende notitie omtrent de effecten van grondwateronttrekkingen op Natura 2000 aan de stukken wordt toegevoegd en verwerkt. vii.

92

Zijn er mogelijkheden voor waterzuivering en hergebruik op de locatie zelf? Wordt hier rekening mee gehouden bij de beoogde uitbreiding?

Beantwoording Beperking en hergebruik van water zijn opties die Toverland in haar duurzaamheidsbeleid al nastreeft. Zo zijn er bijvoorbeeld waterloze urinoirs aanwezig. Een eigen waterzuiveringsinstallatie op het terrein van Toverland maakt geen onderdeel uit van de scope van dit project. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. f.

Grondwater. i. Voor bepaalde ontwikkelingen is een verhoging van het maaiveld vereist in deelgebied 3. Reclamant vindt grondwaterverlaging echter in geen geval acceptabel, vooral niet in de nabijheid van de bufferzones van Natura 2000gebieden.

Beantwoording Verwezen wordt naar de eerdere beantwoording in deze zienswijze onder vii. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. ii.

De grondwaterstand en stromingsrichting worden in elk model negatief beïnvloed.

Beantwoording De stromingsrichting van het grondwater verandert niet, maar de standen wel. Dit is in de watertoets ook omschreven. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. iii.

Afval- en proceswater scoren in ieder model negatief.

Beantwoording Het is logisch dat een grote uitbreiding tot grotere afvalwaterstromen leidt. Zoals in paragraaf 8.3.4 van het MER is aangegeven wil Toverland het proceswater van toekomstige attracties niet afvoeren als afvalwater door er geen chemicaliën aan toe te voegen en te werken met tijdelijke buffers. Hierdoor wordt het gemeentelijk riool pas in de nachtperiode belast en blijft het negatieve effect op de capaciteit van het gemeentelijk riool beperkt. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. iv.

93

Klimaatadaptatie scoort in alle modellen positief. Toch is dit sterk afhankelijk van hoe Toverland de plannen uitvoert. De beoordeling is zeer subjectief, aangezien de plannen nergens zijn vastgelegd.

Beantwoording Zoals in paragraaf 13.4.2 van het MER is aangegeven, is dit criterium geformuleerd als “mogelijkheden voor klimaatadaptatie”. Het klopt dat de plannen nog niet concreet zijn uitgewerkt, maar in alle modellen zijn volop mogelijkheden voor klimaatadaptieve ontwikkeling. Het groene casco zal sowieso worden gerealiseerd. Dat leidt tot een vermindering van de kans op hittestress (beschaduwing) maar ook voor het opvangen van fijnstof. Dat geldt ook bij de realisatie van oppervlaktewater bij of als onderdeel van de attracties. De realisatie van het groene casco is geborgd in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. v.

De conclusie dat alle grondwaterputten binnen Toverland geen negatieve effecten veroorzaken in het waterafvoerend pakket en het freatisch pakket, en dat er dus geen negatieve effecten zijn op de omgeving lijkt voorbarig. Deze conclusie geldt alleen voor de B-modellen waar de uitbreiding kleiner is en geeft een zeer vertekend beeld.

Beantwoording Als aanvulling op het MER is een aanvullende notitie opgesteld waarin is ingegaan op de effecten van de grondwateronttrekkingen op omliggende natuurgebieden. Hierin is nader onderbouwd dat door Toverland enkel grondwater uit de diepere lagen (uit de Formatie van Breda) wordt onttrokken en deze hydrologisch zijn gescheiden van de hogere lagen (formaties van Beegden en Boxtel). Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de nadere onderbouwing van de effecten van grondwateronttrekkingen op omliggende natuurgebieden aan de stukken wordt toegevoegd. vi.

Het verlagen van het grondwater baart reclamant grote zorgen. Wordt dat onderschreven?

Beantwoording Verwezen wordt naar de eerdere beantwoording in deze zienswijze onder vii. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. g. Hotel Area. i. De bouw zal plaatsvinden met materialen die geen uitloging veroorzaken en dus geen negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Dit wordt als aanname gepresenteerd en niet als een bestaand feit. Hoe wordt dit gecontroleerd?

94

Beantwoording Er zijn geen rijksregels die het gebruik van uitloogbare materialen verbiedt. Gemeenten en waterschappen mogen in het omgevingsplan of de waterschapsverordening eisen stellen aan de kwaliteit van afstromend hemelwater dat in contact komt met uitlogende materialen. De verordening van waterschap Limburg heeft het volgende vastgelegd: • Lozingen van afvloeiend hemelwater van bijvoorbeeld daken en wegen op oppervlaktewater vergunningplichtig zijn. • Bij activiteiten zoals reiniging, conservering of onderhoud van objecten nabij water, kunnen maatwerkvoorschriften worden opgelegd om uitloging te beperken. • Er geldt een zorgplicht: iedereen moet schade aan het oppervlaktewater voorkomen, ook als er geen vergunning nodig is. Dus bij de aanvraag van de watervergunning wordt hieraan getoetst en mogelijk extra eisen aan gesteld. De bevoegdheid hiervoor ligt bij het waterschap. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. ii.

Bij de hotelarea wordt de grondwaterstand en het proceswater negatief beoordeeld. Ophoging is hier de oplossing, echter dat is nergens formeel vastgelegd en blijft dus onzeker.

Beantwoording Ophoging van het terrein is een optie, maar in deze planfase is hierover nog niets bekend. Het doel van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is om binnen kaders nog flexibiliteit in de planuitwerking te houden. Wij achten het niet noodzakelijk dit thans verplichtend op te leggen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. h. Camping, camp resort, camperplaatsen en vakantiepark. Hiervoor gelden vergelijkbare zorgen als bij de Hotel area. Het huidige rioolsysteem zal naar verwachting niet in staat zijn om de extra waterafvoer te verwerken. Het is essentieel hierover in overleg te gaan met de gemeente, omdat er een risico bestaat op overstort. Het is zorgwekkend dat dit aspect nergens in kaart is gebracht. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze H onder 14. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.

95

i.

Parkeren. i. De resultaten zijn deels niet zichtbaar. Wat is hier de verklaring voor?

Beantwoording Bij het anonimiseren van de documenten is abusievelijk een zwart vlak over tabel 24 van het hydrologisch onderzoek (bijlage 19 bij de toelichting van het bestemmingsplan) gelegd. Dit was niet de bedoeling en zal worden aangepast. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat tabel 24 in paragraaf 5.8.6 van het hydrologisch onderzoek (Bijlage 19 bij de toelichting van he bestemmingsplan) zal worden aangepast. ii.

Voor de grondwaterkwaliteit bij parkeren zijn er negatieve effecten zichtbaar. Voor de grondwaterstand mogelijk ook.

Beantwoording Er zijn geen specifieke risico's aanwezig, maar als er meer auto's geparkeerd staan op een terrein, neemt statistisch gezien de kans toe dat er ooit een voertuig olie f benzine lekt. Daarom is een beperkt negatief effect toegekend. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. j.

Logistiek. Grondwaterstand, kwaliteit en proceswater scoren in de meerderheid van de modellen negatief en daar zijn geen oplossingen voor geboden.

Beantwoording Het feit dat er een toename van verharding of hoeveelheid afvalwater is, is weliswaar als licht negatief effect aangemerkt, maar dat wil niet zeggen dat dat niet acceptabel zou zijn en tot problemen leidt. De toename van verharding leidt tot een waterbergingsopgave (deels oppervlaktewater) die in het gebied moet worden opgelost. Verwezen wordt naar de beantwoording eerder in deze zienswijze. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. k. Mer-beoordeling. i. Grondwaterstanden. Over het algemeen laten de modellen een negatieve beoordeling zien van de grondwaterstanden, waarbij een daling wordt waargenomen. Dat is verontrustend omdat juist een verhoging van de grondwaterstanden nodig is in de Natura 2000gebieden in de Peel. Deze tegenstelling lijkt te worden geminimaliseerd door nuances in de modellen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16278462/1