CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06e Regels

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen15.503 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplanHoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg

Titel:

Hoofdstuk 22k "Driessen Grondwerken Horsterweg ong. Grubbenvorst"

Codering:

NL.IMRO.1507.GRHORSTERWEG-VG01

Definitief :

7 juli 2026

© 2026 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

Pagina | 2

Inhoudsopgave Regels

4

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Toepassing begripsbepalingen Toepassingsbereik Aanvullende begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Aanvraagvereisten Zorgplicht

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Bedrijf Bedrijventerrein - Agribusiness 2 Bedrijventerrein Groen Leiding - Hoogspanningsverbinding Natuur Wonen

5 5 6 7 14 15 16

17 17 19 23 26 27 28 31

Hoofdstuk 3 Beschermen van waarden

37

Artikel 14 Waarde - Archeologie Artikel 15 Waarde - Archeologie 3

37 42

Hoofdstuk 4 Algemene regels Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19

Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

47 47 49 52 53

Hoofdstuk 5 Overgangsregels

54

Artikel 20 Overgangsrecht

54

Bijlagen Bijlage 1

Lijst Beroepen aan huis

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 3

Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 4

Nota Parkeernormen

Bijlage 5

Landschappelijke inpassing Hamweg 6

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4

Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locaties Handelstraat 5, Dijkerheideweg ong., Hamweg 6 en Hamweg ong., Sintelweg 4 en Horsterweg ong. in de gemeente Horst aan de Maas en is als nieuw hoofdstuk 22k opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22k van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22k' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22k' gelezen worden.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

Artikel 1

Toepassing begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 6

Artikel 2

Toepassingsbereik

a. De regels in afdeling 22 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk; b. De regels in dit hoofdstuk (H22k) zijn van toepassing op de locaties Handelstraat 5, Dijkerheideweg ong., Hamweg 6 en Hamweg ong., Sintelweg 4 en Horsterweg ong. in de gemeente Horst aan de Maas, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1507.GRHORSTERWEG-VG01 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 7

Artikel 3

Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op het bepaalde in artikel 2 de volgende begripsbepalingen: 3.1 plan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg 3.2 omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas met identificatienummer 'NL.IMRO.1507.GRHORSTERWEG-VG01' ; 3.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 3.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 3.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 3.6 aan huis gebonden bedrijf/kleine economie Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die maximaal 2 medewerkers in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. De hoofdactiviteit hoeft niet in of bij de woning te worden uitgevoerd. 3.7 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, therapeutisch, juridisch, (para)medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon/schoonheidssalon, of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, door één van de bewoners van de woning kan worden uitgeoefend, waarbij de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van de woning inclusief bijgebouwen behouden blijft. In Bijlage 1 is een niet-limitatieve lijst opgenomen wat onder andere als aan huis gebonden beroep wordt aangemerkt. 3.8 afvalbrengstation Een locatie die specifiek bestemd is voor: a. aanvoer, opslag en overslag van los gestorte bouwstoffen zoals zand, grond, grind en (puin)granulaat en daarmee vergelijkbare stoffen; b.

aanvoer, opslag, be- en verwerking van materialen die vrijkomen bij de bouw en sloop van gebouwen en terreinen zoals puin, asfalt, hout, glas, asbest, groenresten en daarmee vergelijkbare stoffen;

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 8

c. het verwerken en opwaarderen van ingenomen bouw- en grondstoffen als genoemd onder a. en b., maar niet beperkt tot het breken van puin en asfalt; d. het reinigen en verwerken van bijvoorbeeld plastics en daarmee vergelijkbare activiteiten en de opslag en overslag van aldus geproduceerde nieuwe producten en nieuwe grondstoffen; e. de inname van afval en te recycleren producten en materialen van particulieren en bedrijven; f. voorzieningen voor het be- en verwerken van de onder a en b genoemde producten ten bate van het hergebruik hiervan of van onderdelen hiervan; g. stalling, opslag en beheer van materiaal en materieel benodigd voor het (incidenten)beheer van wegen zoals gladheidbestrijding maar ook calamiteitenvoorkoming en -bestrijding; h. stalling, opslag en beheer van eigen materiaal en eigen materieel benodigd voor de uitvoering van infrastructurele, bouw, cultuur- en civieltechnische werken; i. voorzieningen voor het onderhoud, stalling, reparatie en beheer van bij bovengenoemde activiteiten noodzakelijke machines, vervoersmiddelen en installaties. 3.9 agrarisch toeleveringsbedrijf een niet op industriële basis opgezet bedrijf, waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht gericht op de levering van producten en/of diensten, welke rechtstreeks ten dienste staan aan een agrarisch bedrijf.

3.10 agribusiness 2 bedrijfsmatige activiteiten die een ondersteunende, toeleverende, verwerkende of dienstverlenende functie hebben voor agrarische bedrijvigheid. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om bedrijven die zich bezighouden met vervaardiging en verwerking van agrarische grondstoffen, halffabricaten en reststromen, industriële bedrijven in de machinebouw en metaalconstructie. 3.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 3.12 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen 3.13 bedrijfsgebonden kantoorvoorziening een gebouw of ruimte ten behoeve van administratieve werkzaamheden voor een binnen het plangebied gevestigd bedrijf. 3.14 bedrijfsvloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van een gebouw met inbegrip van magazijnen en overige dienstruimten. 3.15 bedrijfswoning een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9

3.16 bestaand bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. 3.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 3.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 3.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond dat aan één bedrijf toebehoort. 3.20 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 3.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 3.22 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 3.23 bouwwerk geen gebouw zijnde een bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is. Hieronder worden ook zeecontainers zonder afdekking begrepen die geplaatst worden voor opslag en inzameling van goederen in afwachting van afvoer.

Containers die voor opslag en overslag van afval en bulkgoederen worden gebruikt, worden gezien de kortdurende plaatsing uitgezonderd van een omgevingsvergunningplicht, mits de betreffende opslagmogelijkheid inherent is aan de bedrijfsactiviteiten. 3.24 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 3.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop of te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 0

3.26 driftgevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, zoals wonen, tuin, sport- en speelveldjes, picknickplekken, ligweides. Parkeervoorzieningen, verbindingswegen en -paden worden niet als driftgevoelige functie aangemerkt. 3.27 erfafscheiding de afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 3.28 extensief recreatief medegebruik die vormen van dagrecreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. 3.29 functiegrens de grens van een functievlak. 3.30 functievlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie. 3.31 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Hieronder worden ook overdekte zeecontainers begrepen die geplaatst worden voor opslag en inzameling van goederen in afwachting van afvoer. Zeecontainers die voor opslag en overslag van afval en bulkgoederen worden gebruikt, worden gezien de kortdurende plaatsing uitgezonderd van een omgevingsvergunningplicht, mits de betreffende opslagmogelijkheid inherent is aan de bedrijfsactiviteiten.

3.32 geluidszoneringsplichtige inrichting een inrichting bij welke ingevolge de het Besluit kwaliteit leefomgeving rondom het terrein van vestiging in een omgevingsplan een geluidszone als bedoeld in dat Besluit moet worden vastgesteld. 3.33 gewasbeschermingsmiddelen gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309). 3.34 groepsrisico de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. 3.35 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 1

3.36 huishouden een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep. 3.37 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een tourcaravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voorzover de onder a en b bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 3.38 kantoor een voorziening gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 3.39 maaiveld de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het “aangrenzende maaiveld” wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw.

3.40 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 3.41 Nota parkeernormen De parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld op 3 juli 2019, die als bijlage 4 bij deze regels is toegevoegd, dan wel, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, de wijziging hiervan. 3.42 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 3.43 opslag het bedrijfsmatig opslaan, verpakken en verhandelen van goederen. 3.44 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 3.45 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 2

3.46 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 3.47 parkeervoorziening een al of niet overdekte, op straat aanwezige dan wel met een straat in open verbinding staande ruimte, die gelet op de ligging en de ontsluiting geschikt is om te worden gebruikt voor het parkeren van (motor)voertuigen. 3.48 peil voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van het bouwperceel. 3.49 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.

3.50 perifere detailhandel detailhandel op terreinen of locaties buiten de bebouwde kom, die vanwege de aard van het gevoerde assortiment, de benodigde oppervlakte voor uitstalling van het assortiment, de verkeersaantrekkende werking (waaronder begrepen intensieve dagelijkse bevoorrading), niet inpasbaar zijn in bestaande winkelgebieden of de onmiddellijk daaraan grenzende gebieden, waaronder begrepen detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair, woninginrichting en -stoffering, bouwmarkten, boten, campers, caravans en kampeer- en outdoorartikelen, auto's en automaterialen en tuin- en dierbenodigdheden. 3.51 plaatsgebonden risico de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. 3.52 productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gekweekt, gerepareerd en/of toegepast worden in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 3.53 puinbreker een machine (vast danwel mobiel) die wordt gebruikt om steenachtig bouw- en sloopafval te verkleinen tot puingranulaat.

Dit granulaat kan vervolgens als bouwstof, bijvoorbeeld voor beton of in diverse funderingen, worden hergebruikt. 3.54 risicovolle milieubelastende activiteit activiteiten met gevaarlijke stoffen, met vuurwerk, met ontplofbare stoffen voor militair of civiel gebruik en om windturbines.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 3

3.55 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 3.56 Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten 1 die van deze regels deel uitmaakt. 3.57 Veiligheidsregio De Veiligheidsregio Limburg-Noord als samenwerkingsverband tussen onder andere brandweer, politie en geneeskundige hulpverlening in deze regio, of een daarvoor in de plaats komende instantie. 3.58 verantwoording groepsrisico uitspraak van het bevoegd gezag bij de ruimtelijke besluitvorming over de aanvaardbaarheid van het risico dat na alle maatregelen resteert. 3.59

verkoopvloeroppervlakte

de voor publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte, gebruikt en bedoeld voor de uitstalling en verkoop van detailhandelsartikelen. 3.60 voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van het hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen. 3.61 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het net aangesloten nutsvoorziening, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties en gemaal gebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van de energieopwekking en -levering, voorzieningen ten behoeve van waterzuivering, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, geluidswerende voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, niet zijnde parkeervoorzieningen. 3.62 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers, voorzieningen voor infiltratie, buffering en afvoer van water, voorzieningen ten behoeve van biologische waterzuivering en (secundaire en/of tertiaire) bluswatervoorzieningen. 3.63 woning een (gedeelte van een) gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van één huishouden.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 4

Artikel 4

Meet- en rekenbepalingen

Bij toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:

4.1 Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; b. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; c. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; d. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, liftschachten, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; f. afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel, niet de voor- en achterzijde van het bouwperceel zijnde, en het eigendom van derden, waar de afstand het kortste is.

4.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,75 m bedraagt.

4.3 Maatvoering Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m²); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); d. voor verhoudingen in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (º).

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 5

Artikel 5

Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van de Omgevingswet, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 6

Artikel 6

Zorgplicht

Een ieder draagt bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit plan voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving en het voorkomen van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden beperkt, die activiteit zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 7

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten Artikel 7 7.1

Bedrijf

Functieomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven behorend tot categorie 1 en 2, zoals opgenomen in Bijlage 3 Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten; b. gebouwen ten behoeve van de openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; e. voorzieningen van openbaar nut; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.

7.2

Beoordelingsregels

7.2.1

Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden als bedoeld in lid 7.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak. 7.2.2

Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt: Bedrijfsgebouwen

min.

max.

Goothoogte

n.v.t.

7 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte', waarvoor geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven

Bouwhoogte

n.v.t.

11 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte', waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven

Totale oppervlakte bedrijfsgebouwen

n.v.t .

bestaand, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oppervlakte (m2)' waarvoor geldt dat de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven

7.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 8

Bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde

min.

max.

Erf- en terreinafscheidingen

n.v.t.

voor de voorgevelrooilijn: 1 m achter de voorgevelrooilijn: 2 m

Antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn

n.v.t.

12 m

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

n.v.t.

6m

7.3

Specifieke gebruiksregels

7.3.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik voor woondoeleinden.

7.3.2

Parkeren

Ten aanzien van het parkeren dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 16.3 van deze planregels.

7.4

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 ten behoeve van bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met het bestaande bedrijf, onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. de verkeersveiligheid.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 9

Artikel 8 8.1

Bedrijventerrein - Agribusiness 2

Functieomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein - Agribusiness 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. uitsluitend agribusinessbedrijven – zoals beschreven in 'agribusiness – 2' in artikel 1 - met dien verstande dat deze bedrijven moeten passen binnen ten hoogste de hoogst toegestane milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven tot en met categorie 2 van de Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten 2; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1': bedrijven tot en met categorie 3.1 van de Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten 2; 3. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2': bedrijven tot en met categorie 3.2 van de Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten 2; 4. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2': bedrijven tot en met categorie 4.2 van de Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten 2; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein Agribusiness 2 -afvalbrengstation' een afvalbrengstation; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein Agribusiness 2 - puinbreker' een inpandige puinbreker; alsmede voor: d. groenvoorzieningen, zoals bermen en grondwallen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. voorzieningen voor zuivering van water; g.

voorzieningen van algemeen nut; h. (ontsluitings)wegen en paden; i. parkeervoorzieningen; j. laad- en losvoorzieningen; met dien verstande dat: k. bedrijfswoningen niet zijn toegestaan; l. geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan; m. risicovolle milieubelastende activiteiten zijn niet toegestaan; n. kwetsbare objecten uitsluitend zijn toegestaan indien deze deel uitmaken van een bedrijf zoals bedoeld onder a en b.

8.2

Beoordelingsregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

8.2.1 Algemeen a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1 (sba - 1)' is bebouwing uitsluitend in de vorm van erfafscheidingen en lichtmasten toegestaan.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 0

8.2.2 Slopen a. Het is verboden bestaande gebouwen zonder omgevingsvergunning te slopen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor slopen als bedoeld onder a. verlenen indien door aanvrager ter beoordeling van het bevoegd gezag, een rapport is overgelegd waarin: a. de resultaten van onderzoek zijn opgenomen naar het daadwerkelijk voorkomen van vleermuizen en vogels binnen de bebouwing, en b. eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van soorten zijn aangegeven, en/of c. afschriften zijn bijgevoegd van, op grond van het onderzoek als bedoeld onder 1, eventueel noodzakelijk gebleken, omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna op grond van de Omgevingswet. 8.2.3 Gebouwen en overkappingen a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. het bebouwingspercentage voor gebouwen en overkappingen per perceel bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage; d. de afstand van gebouwen en overkappingen bedraagt ten minste 5 m tot: 1. de aanduidingsgrens van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'; 2.

openbare wegen in de bestemming Bedrijventerrein - Agribusiness 2. 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a. bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen en lichtmasten, worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2,5 m, met uitzondering van erfafscheidingen welke zijn bedoeld om de opslag van stoffen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - Agribusiness 2 -afvalbrengstation' aan het oog te onttrekken, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 m mag bedragen. c. de bouwhoogte van lichtmasten, vlaggenmasten en daarmee vergelijkbare masten bedraagt ten hoogste 9 m; d. reclamemasten zijn niet toegestaan; e. de bouwhoogte van hijsinstallaties en andere voor de bedrijfsactiviteiten noodzakelijke installaties bedraagt ten hoogste 5 m boven de ter plaatse toegestane bouwhoogte zoals bedoeld in lid 8.2.3 onder b; f. de bouwhoogte van bassins ten behoeve van de wateropvang bedraagt ten hoogste 5 m; g. de hoogte van windturbines bedraagt ten hoogste 25 m; h. de bouwhoogte van een warmte-koude-opslag (WKO) voorziening en andere bouwwerken ten behoeve van de energieopwekking bedraagt ten hoogste de toegestane bouwhoogte zoals bepaald in lid 8.2.3 onder b; i.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' gelden in afwijking van het bepaalde in dit lid de volgende regels: 1. bouwwerken geen gebouwen zijnde, anders dan erfafscheidingen en vlaggenmasten,

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 1

zijn uitsluitend toegestaan achter de voorgevellijn van hoofdgebouwen; 2. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m. 8.2.5

Voorwaardelijke verplichting

Voor de stedenbouwkundige vormgeving en landschappelijke inpassing geldt dat moet worden voldaan aan de kaders zoals gesteld in het beeldkwaliteitsplan overeenkomstig Bijlage 2;

8.3 Maatwerkvoorschriften a. Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van: 1. de stedenbouwkundige vormgeving en landschappelijke inpassing waarbij geldt dat moet worden voldaan aan de kaders zoals gesteld in het beeldkwaliteitsplan overeenkomstig Bijlage 2; 2. de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding; 3. de waarborging van de brandveiligheid, rampenbestrijding en zelfredzaamheid van personen; 4. aan de situering en omvang van de bebouwing ter waarborging van voldoende parkeerplaatsen en laad- en losmogelijkheden; 5. externe veiligheid in het algemeen, bijvoorbeeld ten aanzien van de oriëntatie van gebouwen en toegang en vluchtwegen, de bereikbaarheid van het perceel en bouwkundige maatregelen ter beperking van de effecten van bijvoorbeeld een ongeval met gevaarlijke stoffen, alsmede ter voorkoming van hoge personendichtheden. b. Burgemeester en wethouders stellen de Veiligheidsregio in de gelegenheid om advies uit te brengen over de nadere eis(en) die aan een omgevingsvergunning wordt gekoppeld, zoals bedoeld onder a sub 1 en a sub 4.

8.4

Afwijken van de beoordelingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. lid 8.2.3 onder c om een hoger bebouwingspercentage toe te staan, tot een hoogte van maximaal 60%, mits wordt aangetoond dat dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering; b. lid 8.2.4 onder b om maximale bouwhoogte van 4 m voor erfafscheidingen toe te staan, mits wordt aangetoond dat die noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering of verzekeringstechnische redenen.

8.5

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebonden kantoorvoorzieningen zijn toegestaan tot ten hoogste 1.500 m² bedrijfsvloeroppervlak per bedrijfsvestiging; b. ondersteunende horecavoorzieningen zijn toegestaan tot ten hoogste 10% van het totale bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 300 m² per bedrijf; c. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van: 1. productiegebonden en ondergeschikte detailhandel tot een verkoopvloeroppervlakte

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 2

van ten hoogste 300 m² per bedrijf; 2. detailhandel waarbij de verkoop uitsluitend via elektronische weg plaatsvindt en ter plaatse geen goederen worden uitgestald en aan particulieren worden afgeleverd; d. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; e. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan; f. ten aanzien van buitenopslag gelden de volgende regels: 1. opslag is, conform het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen als Bijlage 2, toegestaan tot een hoogte van maximaal 5 m; 2. opslag is niet toegestaan op de gronden binnen 5 m afstand van openbare wegen in de bestemming Bedrijventerrein - Agribusiness - 2; g. het verwijderen van vegetatie is uitsluitend toegestaan indien uit aanvullend ecologisch onderzoek is gebleken dat er geen beschermde soorten worden verstoord en dit onderzoek is geakkordeerd door het bevoegd gezag.

8.6

Afwijken van de gebruiksregels

8.6.1 Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.1 onder a ten behoeve van bedrijfsactiviteiten die niet in de Bijlage 3 Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn vermeld, of ten behoeve van activiteiten die in ten hoogste één hogere categorie zijn ingedeeld, mits de bedrijfsactiviteiten passen binnen de definitie van agribusiness. b. Een omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend, indien de betreffende bedrijfsactiviteit naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de milieu-uitstraling van bedrijfsactiviteiten die ter plaatse krachtens lid 8.1 onder a zijn toegestaan. 8.6.2 Afwijken van de regels ten aanzien van opslag a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 8.5 onder f sub 1 om opslag van goederen toe te staan tot een hoogte van 15 m, met dien verstande dat dit vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk is. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 8.5 onder f sub 2 om opslag op een kortere afstand toe te staan tot de perceelsgrens die niet grenst aan een weg, mits dit vanuit het oogpunt van brandveiligheid aanvaardbaar is en vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk. Voorafgaande aan het verlenen van de vergunning wordt advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 3

Artikel 9 9.1

Bedrijventerrein

Functieomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven van categorie 3.1 tot en met categorie 3.2, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij deze regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten, met uitzondering van: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' zijn tevens bedrijven van categorie 4.1 en 4.2 toegestaan, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij deze regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2' zijn tevens bedrijven van categorie 2 toegestaan, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij deze regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten; c. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; d. risicovolle milieubelastende activiteiten; met daaraan ondergeschikt: a. parkeer-, laad- en losvoorzieningen, in een zodanige omvang, dat op eigen terrein in de behoefte van het bedrijf kan worden voorzien; b. met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen.

9.2

Beoordelingsregels

9.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen, uitgezonderd een bedrijfswoning, gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. het bouwperceel mag voor 80% worden bebouwd; c. de voorgevel van gebouwen is gericht op de wegenstructuur; d. indien bouwvlak meerdere bouwpercelen omvat dient de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen van de afzonderlijke bouwpercelen, ten minste 5,00 meter te bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'minimum afstand tot zijdelingse perceelsgrens (m)' de aangeduide maat als minimale afstand geldt; e. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 12,00 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de aangeduide maat als maximale bouwhoogte geldt. 9.2.2

Bedrijfswoning

Het bouwen van een bedrijfswoning is niet toegestaan.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 4

9.3

Afwijken van de beoordelingsregels

9.3.1

Vergroten van het bebouwingspercentage

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1 onder b ten behoeve van het vergroten van het bebouwingspercentage, mits wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 9.3.3.

9.3.2

Vergroten van de goot- en bouwhoogte

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 onder e ten behoeve van het vergroten van de bouwhoogte, mits wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 9.3.3 en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 15,00 meter.

9.3.3

Voorwaarden afwijkingsbevoegdheden

Van de in deze regels opgenomen afwijkingsbevoegdheden kan slechts gebruik worden gemaakt indien, naast de aan de betreffende afwijkingsbevoegdheden verbonden specifieke voorwaarden, wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: a. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het woon- en leefmilieu; b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid mag niet in het geding zijn; e. de brandveiligheid moet zijn gewaarborgd; f. het straat- en bebouwingsbeeld mag niet in negatieve zin worden beïnvloed; g. de bestaande rechten van omliggende bedrijven mogen niet worden ingeperkt.

9.4

Specifieke gebruiksregels

9.4.1

Strijdig gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. horeca; b. detailhandel, uitgezonderd productiegebonden detailhandel waarbij de totale verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 10% van het bruto-verkoopvloeroppervlakte, met een maximum van 500 m2; c. groothandel; d. buitenopslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik, tot en hoogte van maximaal 3,00 meter en ruimtelijk afgestemd op de aanwezige omgevingskwaliteiten (landschappelijke inpassing, eventueel stedenbouwkundig ontwerp en cultuurhistorische aspecten). Buitenopslag voor de voorgevelrooilijn is in zijn geheel niet toegestaan; e. zelfstandig kantoor.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 5

9.5

Afwijken van de gebruiksregels

9.5.1

Uitoefening van bedrijven met een lagere milieucategorie

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1 ten behoeve van de uitoefening van bedrijven met een lagere milieucategorie mits het betreft: a. bedrijven van milieucategorie 1 in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij deze regels), en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten, voor zover het betreft: b. de vestiging en uitoefening van agrotechnische bedrijvigheid; c. de vestiging en uitoefening van industriële, ambachtelijke (verzorgend), dienstverlenende en groothandelsbedrijven; onder de voorwaarden dat: d. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu in de directe omgeving of het bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; e. het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen betreft; f. het geen risicovolle milieubelastende activiteiten betreft. 9.5.2

Perifere detailhandel

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.4.1 onder b ten behoeve van perifere detailhandel, mits: a. er in de kern geen geschikte locatie aanwezig is voor de nieuwvestiging van perifere detailhandel; b. het niet betreft bedrijfsmatige verkoop van meubelen en artikelen ten behoeve van de inrichting van een woning en van daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals woninginrichting, sanitair en keukens; c. er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is; d. er voldoende ruimte op eigen terrein aanwezig is ten behoeve van het laden en lossen.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 6

Artikel 10 Groen 10.1

Functieomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een grondwal met een hoogte van ten minste 2 m oplopend tot 4 m over de gehele lengte van de bestemming langs de A73 en een breedte van tenminste 2 m; b. landschappelijke inpassing. alsmede voor: c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. voorzieningen voor zuivering van water; e. voorzieningen van algemeen nut. met daaraan ondergeschikt: f. straatmeubilair; g. noodzakelijke wegverbindingen in verband met het voorkomen en bestrijden van calamiteiten en de daarbij behorende voorzieningen.

10.2

Beoordelingsregels

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 9 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 7

Artikel 11 Leiding - Hoogspanningsverbinding 11.1

Functieomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 150 kV.

11.2

Beoordelingsregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 11.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

11.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoog opgroeiende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 11.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 11.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 11.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 11.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 8

Artikel 12 Natuur 12.1

Functieomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 17; b. bescherming van aardkundige waarden; c. extensief dagrecreatief medegebruik.

12.2

Beoordelingsregels

12.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden als bedoeld in lid 12.1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, in de vorm van: 1. bankjes, picknicktafels, afvalemmers, bewegwijzering en dergelijke; 2. open afrasteringen; 3. voederbergingen of voederruiven voor wild; 4. hoogzitten. 12.2.2 Slopen b. Het is verboden bestaande gebouwen zonder omgevingsvergunning te slopen. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor slopen als bedoeld onder a. verlenen indien door aanvrager ter beoordeling van het bevoegd gezag, een rapport is overgelegd waarin: 1. de resultaten van onderzoek zijn opgenomen naar het daadwerkelijk voorkomen van vleermuizen en vogels binnen de bebouwing, en 2. eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van soorten zijn aangegeven, en/of 3. afschriften zijn bijgevoegd van, op grond van het onderzoek als bedoeld onder 1, eventueel noodzakelijk gebleken, omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna op grond van de Omgevingswet. 12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt: Bouwhoogte/volume bouwwerk, geen gebouwen zijnde

min.

max.

hoogzit

n.v.t.

3,5 m

erf- en terreinafscheidingen

n.v.t.

1m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

n.v.t.

2m

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 9

inhoud voederberging of voerruif voor wild

12.3

n.v.t.

3 m³

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2 ten behoeve van gebouwen in verband met het extensief recreatief medegebruik, met dien verstande dat: a. de inhoud niet meer bedraagt dan 50 m3; b. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden zoals bedoeld in lid 12.1.

12.4

Specifieke gebruiksregels

12.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van gronden voor agrarische doeleinden, tenzij voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden; b. het verwijderen van vegetatie is uitsluitend toegestaan indien uit aanvullend ecologisch onderzoek is gebleken dat er geen beschermde soorten worden verstoord en dit onderzoek is geakkordeerd door het bevoegd gezag.

12.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan middels een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van het bepaalde in lid 12.1 ten behoeve van nieuwe parkeer- en verkeersvoorzieningen, met dien verstande dat: a. er geen onevenredige of significante aantasting plaatsvindt van de in de omgeving aanwezige natuurwaarden; b. er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de provincie.

12.6 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: c. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap;

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 0

g. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen h. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage.

12.7

Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.6 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); b. op de gronden gelegen binnen bouwvlakken dan wel binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen Bedrijf of Wonen binnen dit bestemmingsvlak geen bouwvlak is opgenomen; c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.

12.8

Afwegingskader

Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.6 alleen indien door de in lid 12.6 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 1

Artikel 13 Wonen 13.1

Functieomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; b. aan huis verbonden beroepen, onder de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 13.4.1; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen; e. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; f. voorzieningen van openbaar nut; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.

13.2

Beoordelingsregels

13.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. op de gronden als bedoeld in lid 13.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. er is niet meer dan 1 woning per bestemmingsvlak toegestaan; c. indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mag het hoofdgebouw uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak; d. een omgevingsvergunningaanvraag voor de realisatie van een woning dient vergezeld te gaan van een aanvullend bodemonderzoek waaruit blijkt dat de kwaliteit van de bodem niet aan de vergunningverlening in de weg staat; e. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot hoofdgebouw te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken. 13.2.2 Slopen a. Het is verboden bestaande gebouwen zonder omgevingsvergunning te slopen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor slopen als bedoeld onder a. verlenen indien door aanvrager ter beoordeling van het bevoegd gezag, een rapport is overgelegd waarin: 1. de resultaten van onderzoek zijn opgenomen naar het daadwerkelijk voorkomen van vleermuizen en vogels binnen de bebouwing, en 2.

eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van soorten zijn aangegeven, en/of 3. afschriften zijn bijgevoegd van, op grond van het onderzoek als bedoeld onder 1, eventueel noodzakelijk gebleken, omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna op grond van de Omgevingswet.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 2

13.2.3 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt: Hoofdgebouw

min.

max.

Goothoogte

n.v.t.

4m

Bouwhoogte

n.v.t.

10 m

Afstand tot perceelgrens

2,5 m

n.v.t.

Inhoud

n.v.t.

750 m³

dakhelling

35o

65o

Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports

min.

max.

Goothoogte

n.v.t.

3,5 m

Bouwhoogte

n.v.t.

6m

Afstand carports achter de voorgevel van 0 m het hoofdgebouw carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd

n.v.t.

Afstand overige bijbehorende 1m bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw

n.v.t.

Afstand overige bijbehorende 3m bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw in het geval dat het hoofdgebouw meerdere naar de weg gekeerde gevels kent

n.v.t.

Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie

1m

n.v.t.

Totale gezamenlijke oppervlakte van alle n.v.t. bijbehorende bouwwerken

150 m²

Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij het hoofdgebouw

n.v.t.

50%

Vrijstaande bijbehorende bouwwerken

min.

max.

Goothoogte

n.v.t.

3,5 m

Bouwhoogte

n.v.t.

6m

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 3

Afstand carports achter de voorgevel van 0 m het hoofdgebouw carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd

n.v.t.

Afstand overige bijbehorende 1m bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw

n.v.t.

Afstand tot zijdelingse perceelgrens

2,5 m

n.v.t.

Afstand tot hoofdgebouw

n.v.t.

40 m

Totale gezamenlijke oppervlakte van alle n.v.t. bijbehorende bouwwerken

150 m²

Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij het hoofdgebouw

50%

n.v.t.

13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt: bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde

min.

max.

erf- en terreinafscheidingen

n.v.t.

voor de voorgevelrooilijn: 1 m achter de voorgevelrooilijn: 2 m

antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn

n.v.t.

12 m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak

n.v.t.

3m

13.2.5 Voorwaardelijke verplichting c. Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van het perceel conform de functieomschrijving is toegestaan mits voldaan wordt aan de voorwaarde dat het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage onderdeel uitmaakt van dit omgevingsplan wordt uitgevoerd; binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de nieuwe woning dient de landschappelijke inpassing te zijn uitgevoerd. De omvang van de landschappelijke inpassing is opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat is toegevoegd als Bijlage 5 bij de planregels. d. Het verwijderen van vegetatie is uitsluitend toegestaan indien uit aanvullend ecologisch onderzoek is gebleken dat er geen beschermde soorten worden verstoord en dit onderzoek is geakkordeerd door het bevoegd gezag.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 4

13.3

Afwijken van de beoordelingsregels

13.3.1 Verhogen goot- en bouwhoogte hoofdgebouwen Het bevoegd gezag kan een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 13.2 ten behoeve van een grotere goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen, onder de volgende voorwaarden: a. de hoogte mag met maximaal 20% worden verhoogd; b. de cultuurhistorische en architectonische waarden moeten behouden blijven; c. de landschappelijke en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

13.4

Afwijken van de gebruiksregels

13.4.1

Aan huis verbonden bedrijf/kleine economie

Het bevoegd gezag kan door middel van een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van het bepaalde in lid 13.1 ten behoeve van een huis verbonden bedrijf/kleine economie indien dat bedrijf gezien de aard, omvang en intensiteit passend is binnen de woonfunctie. Van een dergelijk aan huis verbonden bedrijf is sprake indien de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Dat is het geval indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu, de maximaal toelaatbare categorie is 2; b. Door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen niet zodanig veranderen, dat de woning inclusief bijgebouwen het karakter van een (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk verliest; reclame-uitingen zijn niet toegestaan behoudens beperkte naamsaanduidingen aan of bij de woning; c. de oppervlakte van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt mag 30% van het totale vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2. Het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd; d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078359/1