CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06d Motivering

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen30.052 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Pagina | 8 6

bedrijfsterrein) van de onderzoekslocatie. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat bij eventuele (toekomstige) afvoer van grond van de onderzoekslocatie (bijvoorbeeld bij de inrichting als bedrijfsterrein) de grond buiten de onderzoekslocatie niet vrij toepasbaar. Of de milieuhygiënische bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de voorgenomen grondtransactie is afhankelijk van hetgeen de partijen overeenkomen. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren.' Het bodemonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 17. Horsterweg ongenummerd: Op deze locatie worden alle bedrijfsactiviteiten van Driessen samengevoegd tot één nieuwe bedrijfslocatie. Het bedrijfsgebouw betreft ingevolge artikelen 5.89g en h van het Bkl een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie omdat personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Hiertoe heeft op 18 juni 2024 een onderzoek plaatsgevonden naar de kwaliteit van de bodem, waarin het volgende is geconstateerd: 'In de bovengrond zijn plaatselijk verhoogde gehalten cadmium en PCB aangetoond en in het grondwater zijn lichte tot sterke verontreinigingen met barium en lichte verontreinigingen met koper en molybdeen aangetoond. In de bovengrond is PFAS niet aangetoond in verhoogde gehalten boven de normwaarden landbouw/natuur.

Wel zijn verspreid over de gehele onderzoekslocatie individuele PFAS aangetoond in verhoogde gehalten boven de rapportagegrenzen. Ter plaatse van de deellocaties 1, 2A, 2B, 3A en 3C is geen asbest(houdend materiaal) aangetroffen/aangetoond. Ter plaatse van deellocatie 3B is in de fijne fractie (<20 mm) asbest aangetoond in een gehalte boven de rapportagegrens. Het gehalte asbest overschrijdt de helft van de interventiewaarde niet, derhalve is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. Voor de plaatselijk verhoogde gehalten cadmium en PCB in de bovengrond zijn geen duidelijke oorzaken of bronnen aan het licht gekomen. Voor de licht tot sterk verhoogde gehalten barium en de licht verhoogde gehalten koper en molybdeen in het grondwater zijn eveneens geen duidelijke oorzaken of bronnen ter plaatse van de onderzoeklocatie aan het licht gekomen. De oorzaak moet waarschijnlijk gezocht worden in regionale omstandigheden. Het aantreffen van zware metalen in het grondwater is een bekend verschijnsel in de regio Noord-Limburg. De verhoogde gehalten barium koper en molybdeen worden derhalve gezien als verhoogde achtergrondgehalten.

De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering of beperking voor het huidige gebruik als landbouwgrond en het toekomstige (bedrijfsmatig) gebruik van de onderzoekslocatie en derhalve de voorgenomen onroerende zaak transactie (verkoop). Met het voorliggend bodemonderzoek is voor het geplande grondverzet- en recyclingbedrijf de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit in voldoende mate vastgelegd.

Aanbevelingen De kwaliteit van de bodem is in voldoende mate vastgesteld. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren. Vanwege het aantreffen van een sterk verhoogd gehalte barium in het grondwater dient

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 8 7

rekening te worden gehouden met enkele gebruiksbeperkingen ten aanzien van het gebruik van het (freatisch) grondwater. De aanwezigheid van metalen in verhoogde gehalten in het (freatisch) grondwater maakt dit minder geschikt om het op te pompen en te gebruiken voor het besproeien van consumptiegewassen of voor het drenken van vee dan wel voor menselijke consumptie. Het is dan ook aan te bevelen het (freatisch) grondwater niet zelf op te pompen en voor een van de genoemde of daarop gelijkende doelen te gebruiken. Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij grond verlangd worden. Bij afvoer van grond van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten.' Het bodemonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 16.

5.5.3

Conclusie

Vanuit het aspect bodem is er geen sprake van een belemmering.

5.6

Parkeren en verkeer

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect parkeren en verkeer.

5.6.1

(Wettelijk) kader

Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. De activiteit dient getoetst te worden aan het gemeentelijk beleid. Op basis van de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2019 kan berekend worden hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Op deze wijze kan worden aangetoond dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of gerealiseerd kan worden.

5.6.2

Onderzoek

Handelstraat 5: De puinbreker verdwijnt en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Hiervoor behoeft niet te worden voorzien in extra parkeergelegenheid. Evenmin heeft het wegbestemmen van deze activiteit geen verkeersaantrekkende werking. Dijkerheideweg: De grondverzetactiviteiten worden beëindigd en het perceel mag binnen de bedrijfsbestemming bebouwd en gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Onderhavige wijziging van het omgevingsplan maakt het echter mogelijk om een ander bedrijf (zonder bedrijfsbebouwing) in de milieucategorie 1 of 2 te realiseren. Bij de nieuwe functie zal,

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 8 8

evenals in de huidige situatie, voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is echter zeer beperkt omdat er op locatie geen bebouwing kan worden gerealiseerd waarbinnen mensen werkzaam zijn. De ontsluiting van het bedrijf/de bedrijven zal via de Dijkerheideweg/Venloseweg, Meldersloseweg richting A73 plaatsvinden. Hamweg 6: De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één woning ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning worden gerealiseerd, omringd door nieuwe natuur. Per woning dient voorzien te worden in parkeergelegenheid voor ten minste 2 voertuigen. Op de volgende afbeelding is te zien waar deze parkeerplaatsen gesitueerd zouden kunnen worden. Echter, elke andere situering op eigen perceel voldoen ook aan de norm, mits de breedte minimaal 2,5 m bedraagt en de lengte minimaal 6 m en beide parkeerplaatsen afzonderlijk van elkaar gebruikt kunnen worden.

Figuur 33: parkeergelegenheid bij Hamweg 6

Het perceel ontsluit op de Hamweg en zal via de Venloseweg in noordelijke richting verspreid worden naar de Stationsstraat of de Meldersloseweg en de A73. De verkeersgeneratie per woning wordt door het CROW op 9 bewegingen per etmaal geraamd. Dit zijn minder bewegingen dan op basis van de huidige bedrijfsbestemming te verwachten zijn en zullen tevens nagenoeg geheel betrekking hebben op personenauto's terwijl op basis van de vigerende bestemming voornamelijk vrachtverkeer de locatie aandoet. Als gevolg van de functiewijziging naar 'wonen'

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 8 9

zal de verkeersintensiteit afnemen; het wegennet zal derhalve niet extra worden belast. Hamweg ong.: Aan het wijzigen van de agrarische functie in de functie 'natuur' is geen noodzaak voor het aanleggen van parkeerplaatsen gerelateerd. Evenmin heeft deze wijziging een negatief effect op de verkeersgeneratie. Sintelweg 4: Na sloop van alle opstallen zal hier een nieuw bedrijf gevestigd kunnen worden, omgeven door een groene inpassing. Bij de nieuwe bedrijfsfunctie zal voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Hiertoe zullen regels worden gesteld zodat bij het verlenen van de omgevingsvergunning het benodigde aantal parkeerplaatsen voor betreffend bedrijf als voorschrift aan de vergunning kunnen worden gekoppeld. De ontsluiting van het bedrijf zal via de Horsterweg/Venloseweg, Meldersloseweg richting A73 plaatsvinden. Onderstaand is de ontsluiting van de locatie weergegeven:

Figuur 34: ontsluitingbedrijfskavels Sintelweg

Uit het in augustus 2018 door Royal Haskoning/DHV uitgevoerde verkeerskundig onderzoek naar de vraag of het wegennet (Venloseweg-Horsterweg) en het buurtschap Californië het verkeer aan kan, blijkt dat op de Horsterweg in 2030 circa 4.600 mvt/etmaal worden voorzien. Deze intensiteit is laag voor een gebiedsontsluitingsweg (1x2, 80 km/u). Wel is het aandeel vrachtverkeer met circa 17% (ofwel 800 vrachtwagens per etmaal) relatief hoog, hetgeen niet verwonderlijk is gelet op de bedrijven die ontsluiten op deze wegen. Hieruit blijkt dat de toename van het aantal verkeersbewegingen niet leidt tot een overbelaste situatie of verkeersgevaarlijke situaties.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 0

Horsterweg ongenummerd: Op deze locatie worden alle bedrijfsactiviteiten van Driessen samengevoegd tot één nieuwe bedrijfslocatie. Bij de nieuwe bedrijfsfunctie dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden gerealiseerd. Hierin dient het volgende onderscheid te worden gemaakt: parkeren van personeel parkeren eigen voertuigen parkeren bezoekers Voor de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij onderstaande parkeernormen van de gemeente Horst aan de Maas, uitgaande van 'buiten bebouwde kom'.

Op eigen terrein dienen derhalve 79 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Nabij het kantoor zijn 48 parkeerplaatsen voorzien waarvan 7 parkeerplaatsen met een laadpaal voor het laden van elektrische voertuigen. Verder zijn er nog 2 parkeerplaatsen voorzien bij de opslaghal voor circulaire bouwmaterialen. Op de grasbetontegels aan de noordoostzijde van het langgerekte waterbassin is ruimte voor 31 overloopparkeerplaatsen. De ervaring leert dat een groot deel van het personeel met de fiets naar het werk komt. Er wordt dus ook voorzien in een fietsenstalling nabij het kantoor, inclusief mogelijkheid om elektrische fietsen op te laden.

Voor de eigen voertuigen zijn plekken ingericht welke op de inrichtingstekening zijn aangeduid met 'wagenpark'. Bijkomend voordeel van het samenvoegen van de diverse bedrijfslocaties is dat er geen voertuigbewegingen meer noodzakelijk zijn tussen de eigen locaties. De ontsluiting van het bedrijf zal via de Horsterweg/Venloseweg, Meldersloseweg richting A73 plaatsvinden, of via de Horsterweg, Venrayseweg richting A73. Op onderstaande afbeelding is de ontsluiting weergegeven:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 1

Figuur 35: ontsluitingplangebied Horsterweg

Zoals al opgemerkt bij de Sintelweg blijkt uit het in 2019 uitgevoerde verkeerskundig onderzoek dat de toename van het aantal verkeersbewegingen niet leidt tot een overbelaste situatie of verkeersgevaarlijke situaties aan de Horsterweg-Venloseweg.

5.6.3

Conclusie

Vanuit het aspect verkeer en parkeren is er geen sprake van een belemmering.

5.7

Omgevingsveiligheid

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, explosies, gifwolken en dergelijke. Bij risicovolle activiteiten uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aandachtsgebieden aan. Het bevoegd gezag dient binnen de aandachtsgebieden bij de vergunningverlening rekening te houden met het groepsrisico; indien sprake is van een verhoogd risico dan gelden aanvullende bouwkundige eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De norm van het plaatsgebonden risico (PR) blijft gelijk en daarmee ook het basisbeschermingsniveau.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 2

5.7.1

Wettelijk kader

De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Aandachtsgebieden (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl) gelden van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen.

In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). In het Bkl staan instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl). Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl)

5.7.2

Onderzoek

Handelstraat 5: De puinbreker verdwijnt en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Dit is geen activiteit die belemmerd wordt door het aspect omgevingsveiligheid, noch effect heeft op de omgevingsveiligheid ten opzichte van omliggende functies. Dijkerheideweg: De grondverzetactiviteiten worden beëindigd en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten in de milieucategorie 1 en 2. Dit is geen activiteit die effect heeft op de omgevingsveiligheid ten opzichte van omliggende functies. Volgens de Signaleringskaart ligt in de directe omgeving van dit deel van het plangebied (straal van circa 500 m) géén risicovolle inrichting. Wel vindt er in de omgeving vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, te weten over de A73 die op korte afstand van dit deel van het plangebied loopt. Dit deel van het plangebied is deels gelegen binnen het explosieaandachtsgebied en

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 3

gifwolkaandachtsgebied langs deze weg, zoals op de volgende uitsnede uit de signaleringskaart is te zien.

Afbeelding 35a: uitsnede signaleringskaart

Een explosieaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar een ongewoon voorval leidt tot: a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE) de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is; of b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. Omdat er geen bebouwing mag worden opgericht, is het verblijf van personen aan de Dijkerheideweg zeer beperkt in aantal en frequentie, waardoor er geen sprake is van een toenemend groepsrisico. Dit nieuwe planologische mogelijkheden zijn qua kwetsbaarheid identiek aan de vigerende planologische mogelijkheden. Hamweg 6: De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één woning ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning worden gerealiseerd. Een woning is een kwetsbaar gebouw en is dus gevoelig voor het aspect omgevingsveiligheid. Volgens de Signaleringskaart ligt in de directe omgeving van het plangebied (straal van 1 km) géén risicovolle inrichtingen. Wel vindt er in de omgeving vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, te weten over de A73 die op een afstand van circa 350 m buiten dit deel van het plangebied loopt. Dit deel van het plangebied is niet gelegen binnen of | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 4

in de omgeving van enige risicocontour of aandachtsgebied, zoals op de volgende uitsnede uit de signaleringskaart is te zien.

Afbeelding 36: uitsnede signaleringskaart

Hamweg ong.: De agrarische functie wordt gewijzigd in de functie 'natuur'. Dit is geen functie die belemmerd wordt door het aspect omgevingsveiligheid, noch effect heeft op de omgevingsveiligheid ten opzichte van omliggende functies. Sintelweg 4: Na sloop van alle opstallen zal hier een nieuw bedrijf gevestigd kunnen worden. Het nieuwe bedrijf dat een industriefunctie zal krijgen betreft een beperkt kwetsbaar object. Ditzelfde geldt voor de Horsterweg ongenummerd. Op deze locatie worden alle bedrijfsactiviteiten van Driessen samengevoegd tot één nieuwe bedrijfslocatie, waarbij sprake is van een beperkt kwetsbaar object. Volgens de Signaleringskaart ligt in de directe omgeving van deze delen van het plangebied (straal van circa 300 respectievelijk 450 m) géén risicovolle inrichtingen. Wel vindt er in de omgeving vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, te weten over de A73 die op korte afstand van beide delen van het plangebied loopt. Deze delen van het plangebied zijn deels gelegen binnen het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied langs deze weg, zoals op de volgende uitsnede uit de signaleringskaart is te zien.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 5

Afbeelding 37: uitsnede signaleringskaart

Een explosieaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar een ongewoon voorval leidt tot: a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE) de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is; of b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. Voor de verantwoording van het groepsrisico is op 22 april 2024 onderzoek verricht door Kragten. Hierin wordt geconcludeerd dat de personendichtheid in het gebied niet significant toeneemt. Geadviseerd wordt om het plangebied goed bereikbaar te maken en houden voor de hulpverleningsdiensten en wel via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen conform de Handreiking bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019” van Brandweer Nederland. Verder wordt in het onderzoeksrapport beschreven hoe gehandeld dient te worden ingeval van een explosie en een toxische wolk. De zelfredzaamheid van aanwezige personen kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid.

Hierbij zijn het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de bedrijfshulpverlening inrichten en oefenen op de beschreven scenario’s interne maatregelen die de zelfredzaamheid verhogen.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 6

De rapportage inhoudende de verantwoording van het groepsrisico is als bijlage 2 toegevoegd.

5.7.3

Conclusie

Vanuit het aspect externe veiligheid is er geen sprake van een belemmering.

5.8

Natuur

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie.

5.8.1

Wettelijk kader

Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

5.8.1.1 Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 7

In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten.

5.8.1.1.1 Onderzoek De delen van het plangebied maken geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op de volgende afbeelding is de ligging van de plandelen te zien ten opzichte van het NNN (groene vlakken).

Afbeelding 38: natuurnetwerk Nederland

Tevens zijn de Natura 2000-gebieden in de wijde omgeving van het plangebied in beeld gebracht:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 8

Afbeelding 39: Natura 2000-gebieden

Het plangebied ligt tussen natura 2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel en de Maasduinen (op een afstand van circa 5 resp. 10 km). Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten. Er dient te worden aangetoond dat met het beoogde plan geen negatieve effecten worden voorzien op de omliggende Natura 2000-gebieden. Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Wanneer het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd en is nader aanvullend onderzoek noodzakelijk. De vergunning kan alleen worden verleend indien de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan; tijdens de (sloop- en) aanlegfase zijn de emissies te relateren aan bouwverkeer, draaiuren van (niet elektrische) werktuigen en machines.

Handelstraat 5: Het fysiek en planologisch verwijderen van de puinbreker leidt tot een afname van uitstoot en dus van deposities van stikstof op in de omgeving gelegen Natura 2000-gebieden. | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9 9

Dijkerheideweg: De grondverzetactiviteiten worden beëindigd en dit leidt tot een afname van uitstoot en dus van deposities van stikstof op in de omgeving gelegen Natura 2000-gebieden. De resterende planologische gebruiksmogelijkheden zijn gelijk aan de gebruiksmogelijkheden zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, waardoor er geen enkel negatief effect op de stikstofdepositie behoeft te worden verwacht. Hamweg 6: De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één woning ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning worden gerealiseerd. Het slopen van alle bedrijfsbebouwing en de realisatie en het gebruik van de woning leiden tot extra stikstofdeposities; het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten heeft echter ook een afname van depositie tot gevolg. Uit de uitgevoerde aeriusberekening blijkt dat er per saldo geen sprake is van een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De aeriusberekening is bijgevoegd als Bijlage 11. Hamweg ong. Het omzetten van de agrarische functie naar de functie 'natuur' heeft geen danwel uitsluitend positieve invloed op de stikstofdeposities. Het uitvoeren van een aeriusberekening is derhalve niet noodzakelijk. Sintelweg 4: Na sloop van alle opstallen zal hier een nieuw bedrijf gevestigd kunnen worden.

Het slopen van alle bebouwing en de realisatie en het gebruik van een nieuw bedrijf leiden tot extra stikstofdeposities. Uit de uitgevoerde (en als bijlage 12 bijgevoegde) aeriusberekening is gebleken dat er per saldo geen sprake is van een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Horsterweg ongenummerd: Op deze locatie worden alle bedrijfsactiviteiten van Driessen samengevoegd tot één nieuwe bedrijfslocatie. Het slopen van alle bebouwing en de realisatie en het gebruik van een nieuw bedrijf leiden tot extra stikstofdeposities. Voor onderhavig project is derhalve bij de provincie Limburg een omgevingsvergunning aangevraagd voor deze flora en fauna-activiteit. Primair zal onderzocht worden of middels saldering van stikstofrechten die op de vertreklocaties en op onderhavige locatie rusten, een sluitende stikstofberekening te krijgen is. Indien dit niet mogelijk is zal voor de omgevingsvergunning gebruik worden gemaakt van de depositiebank van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, waarin nog ruim voldoende rechten aanwezig zijn om tot een sluitende berekening en dus vergunning te komen.

Additionaliteitsvereiste ontwikkeling Horsterweg ong. Hierna wordt getoetst aan het additionaliteitsvereiste , waarbij invulling wordt gegeven aan de vergewisplicht zoals deze volgt uit de uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:193 (Pasgeld West). Ten behoeve van deze ontwikkeling is rekening gehouden met de volgende salderingsmaatregelen (extern salderen): saldo uit de depositiebank Greenport Venlo voor zover het betreft de specifiek in te zetten depositieruimte (hierna: 'de depositiebank'); de gehele beëindiging van de bedrijfsactiviteiten aan de Hamweg 6 en Hamweg ong. te Horst en de gedeeltelijke beëindiging van de bedrijfsactiviteiten aan de Handelsstraat 5 en Dijkerheideweg ong. te Horst. De te beëindigen bedrijfsactiviteiten op laatstgenoemde locaties betreffen respectievelijk het verwijderen van een puinbreker en het beëindigen van de zandopslag.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078358/1