CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06d Motivering

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen30.052 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het bedrijf Driessen zorgt onder andere voor het inzamelen en hergebruik van stoffen en materialen, maar zal zich ook steeds meer toe gaan leggen op het scheiden en opnieuw in de markt brengen van diverse nieuwe afvalstromen, waaronder zon-PV-systemen; hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de landelijke milieudoelstellingen met betrekking tot circulaire economie.

Onderhavig omgevingsplan voor deze locatie op een bedrijfsbestemming binnen bestemmingsplan Klaver 11 maakt geen uitbreiding van het maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk, maar betreft alleen een planologische functiewijziging welke van een zodanige aard en omvang is dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Met name in hoofdstuk 5 van onderhavige motivering zal aan de orde komen waarom c.q. op welke wijze wordt voldaan aan de instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 9

van functies aan locaties.

4.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

4.2.1

Provinciale omgevingsvisie

De Omgevingsvisie (POVI) is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De Omgevingsvisie is op 1 oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Per deellocatie zal worden ingegaan op de relatie met de provinciale omgevingsvisie. Handelstraat 5: De puinbreker verdwijnt en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Dit is geen activiteit die een provinciaal belang raakt.

Dijkerheideweg: De grondverzetactiviteiten worden beëindigd en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Dit is geen nieuwe activiteit die een provinciaal belang raakt.

Hamweg 6: De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één woning (ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning) worden gerealiseerd, omringd door nieuwe natuur welke doorloopt over de Hamweg ong. en aangrenzende percelen ter plaatse van de spuitvrije zone. Hoewel woningbouwontwikkelingen primair in het bebouwd gebied dienen te worden geconcentreerd, moeten ontwikkelingen ook vanuit een brede maatschappelijke context worden bezien. Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming, ook in het buitengebied. Met het stimuleren van natuurinclusief en circulair bouwen en verduurzamingsopgaven vraagt de provincie om gebruik te maken van meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en adaptieve woonomgeving. Aan de Hamweg 6 wordt bijna 1000 m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt en worden alle bedrijfsactiviteiten hier permanent beëindigd. De mogelijkheid voor het oprichten van een bedrijfswoning zal worden gewijzigd in de mogelijkheid tot het oprichten van een burgerwoning op een bestemmingsvlak van 750 m2 waarbij het volume van de woning maximaal 1000 m3 mag bedragen en de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m2. Deze woning zal aan de duurzaamheidseisen anno 2024 voldoen.

Het omzetten van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning in een burgerwoning op een saneringslocatie is niet strijdig met het bepaalde in de provinciale omgevingsvisie. Het niet tot de woonfunctie te bestemmen deel van het perceel aan de Hamweg 6 en aan de overzijde van de Hamweg inclusie de aangrenzende percelen ter plaatse van de spuitvrije zone, zullen de functie natuur krijgen. Hier wordt een ecologische verbindingszone gecreëerd welke natuurgebied de Reulsberg verbindt

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 0

met het dal van de Groote Molenbeek.

Sintelweg 4: Na sloop van alle opstallen zullen op deze locatie nieuwe bedrijven gevestigd kunnen worden, omgeven door een groene inpassing. De agribusiness is een belangrijke economische en innovatieve motor en beheerder van het landelijk gebied. Brightlands Campus Greenport Venlo is de spin in het web voor de agro-innovatie. Hier komen diverse partijen zoals onderwijs, innovators, banken en primaire bedrijven samen. De samenwerkingsverbanden en kruisbestuivingen die hier ontstaan tussen ondernemers, sectoren binnen én buiten de land- en tuinbouw, onderwijs en wetenschap zijn een sterke ontwikkeling voor de toekomst. Klaver 11 heeft betrekking op het gebied tussen de Horsterweg en de A73 waarbinnen ruim 43 ha is bestemd voor agribusiness. De bestaande functies en eigendomsgrenzen zijn bij het opstellen van het bestemmingsplan in 2014 leidend geweest voor het toekennen van de nieuwe bestemmingen Bedrijventerrein - Agribusiness 1, 2 en 3. Dit is de reden waarom de locatie Sintelweg 4 hierin is opgenomen met de bestemmingen Wonen en Agrarisch. Deze locatie krijgt de nieuwe functie 'Bedrijventerrein - Agribusiness 2 '.

Bij de toekenning van de maximaal toegestane categorie bedrijven op deze locatie is rekening gehouden met de ligging van de bedrijfswoning aan de Sintelweg 1 en andere woningen van derden in de omgeving; verder is de categorie-indeling van de vigerende bestemmingen Bedrijventerrein - Agribusiness 2 doorgetrokken tot deze locatie.

Horsterweg ongenummerd: Op deze locatie worden alle bedrijfsactiviteiten van Driessen samengevoegd tot één nieuwe bedrijfslocatie. De bedrijfsactiviteiten richten zich primair op grondwerken en recycling. Recycling van materialen is van groot belang voor de toekomst. In de Omgevingsvisie wordt onderkend dat ook Limburg te maken heeft met mondiale opgaven en transities op het gebied van energie, duurzaamheid, voedsel, gezondheid en digitalisering. Deze transities hangen met elkaar samen en wijzen in de richting van een circulaire economie (een economisch systeem gericht op het maximaliseren van de herbruikbaarheid van producten, onderdelen en grondstoffen. Streven is om waardevernietiging te minimaliseren; Grondstoffen, materialen en componenten blijven zo lang mogelijk en weloverwogen van waarde voor productie en consumptie). Het spaarzaam omgaan met grondstoffen en het hergebruik van grondstoffen en materialen is een grote opgave voor de Limburgse economie. Deze opgave biedt kansen voor innovatie en groei van de Limburgse bedrijvigheid. Echter, het vraagt ook om een sterk adaptief vermogen van ondernemers en ondernemingen. Vooral omdat de Limburgse economie met onder meer haar (maak-)industrie, agrofoodcomplex (zie hoofdstuk Landbouw), logistiek, vrijetijdseconomie en zorg extra gevoelig is voor de grote technologische en digitale veranderingen.

De transitie naar een circulaire economie vraagt hier om ruimte voor de inzameling en opslag van materialen. Om meer in de richting van een circulaire economie te bewegen, zijn onderstaande actielijnen van belang: het goede voorbeeld geven en goede initiatieven faciliteren het verbinden van partijen en ketens het stimuleren van innovatie en vakmanschap het delen van kennis met bedrijfsleven en burgers

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 1

Door de samenvoeging van alle bedrijfstakken van Driessen en het verder uitbouwen van de recyclingactiviteiten, bijvoorbeeld daar waar het e-waste en zon-PV-panelen betreft, wordt de circulaire economie verder gestimuleerd. Door de keuze voor een beschikbare locatie in de Klavers en specifiek Klaver 11, is een nieuwe werklocatie gevonden van waaruit de omgevingseffecten naar gevoelige functies in de omgeving zeer beperkt is en de bedrijfsvoering ook niet wordt belemmerd door specifieke waarden in en vanuit de omgeving.

4.2.2

Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg

Deze omgevingsvisie is een actualisatie van de POVI uit oktober 2021. De hoofdlijnen van de vorige visie gelden nog steeds, maar actualisatie is nodig. Net als het Rijk ziet de provincie dat de grote landelijke opgaven vragen om meer regie in het ruimtelijk domein. Het provinciale onderzoeksrapport ‘Ruimte met regie’ onderstreept dat de druk op de beschikbare ruimte en de kwaliteit van de leefomgeving vraagt om heldere keuzes.

Voor onderhavig initiatief kent het ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg geen relevante beleidswijzigingen.

4.2.3

Instructieregels provincie (omgevingsverordening)

Provinciale Staten kunnen bij omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels). Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening opgesteld die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de op 17 december 2021 vastgestelde Omgevingsverordening Limburg hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Per deellocatie zal worden ingegaan op de relatie met de provinciale omgevingsverordening. Alle locaties bevinden zich binnen de Venloschol. Binnen de boringsvrije zone Venloschol is het verboden zonder omgevingsvergunning dieper dan vijf meter boven NAP grondwater te onttrekken of water te infiltreren of een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen. Alle delen van het plangebied zijn gelegen op een hoogte van ten minste 23 m boven NAP, met als gevolg dat dit verbod niet zal worden overtreden omdat er geen sprake is van dergelijke diepe grondwateronttrekkingen of infiltraties danwel aanleggen van een bodemenergiesysteem.

Handelstraat 5: Gelegen binnen de typering 'bedrijventerrein'. De puinbreker verdwijnt en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Hierop hebben de instructieregels geen effect.

Dijkerheideweg: Gelegen binnen de typering 'buitengebied'. De grondverzetactiviteiten worden beëindigd en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 2

Op het wegbestemmen van een deel van de gebruiksmogelijkheden binnen de vigerende bedrijfsbestemming zien de instructieregels niet.

Hamweg 6: Gelegen binnen de typering 'buitengebied'. De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één nieuwe woning worden gerealiseerd ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning, omringd door nieuwe natuur welke doorloopt over de Hamweg ong. Op de sanering zien de instructieregels niet, echter wel op de toevoeging van een woning. Artikel 12.1 van de omgevingsverordening heeft betrekking op de planvoorraad 'wonen'. Hierin is bepaald dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; e.

realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. De omgevingsvisie bepaalt dat bij planvorming voor uitbreiding van de woningvoorraad de ladder voor duurzame verstedelijking en de voorkeur voor gebruik van leegstaand vastgoed consequent wordt gehanteerd. Toevoegingen aan de Limburgse woningmarkt moeten niet alleen van de juiste soort zijn (voldoen aan de specifieke lokale woningbehoefte) en op de juiste locatie zijn, maar moeten in veel gevallen ook gepaard gaan met sloop, zodat de kwantitatieve verhouding in balans blijft. De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel (artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving) voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals woningbouwplannen. Bij een woningbouwontwikkeling wordt rekening gehouden met de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling. Bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in de behoefte te voorzien. De Ladder heeft betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is.

In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn lijnen uitgezet op basis waarvan bepaald kan worden of een plan voldoende substantieel is. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.

In casu heeft het plan voor het gebiedsdeel Hamweg 6 betrekking op één enkele woning op een herstructureringslocatie (bedrijf wordt geheel beëindigd), ter vervanging van de mogelijkheid

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 3

tot realisatie van een bedrijfswoning. Hiermee neemt het aantal te realiseren woningen per saldo niet toe waarmee geen sprake is van een ladderplichtige ontwikkeling. Tevens is er sprake van bouwen naar reële behoefte en wordt één woningbouwmogelijkheid omgezet van bedrijfs- naar burgerwoning, waarnaar ook daadwerkelijk vraag is, te weten naar een ruime, vrijstaande woning omringd door natuur waar een aantrekkelijk woon- en leefklimaat heerst. De realisatie van de woning is beoogd binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan. Mocht deze termijn niet wordt gehaald dan kan het bevoegd gezag overgaan tot intrekking van de omgevingsvergunning en tot het wijzigen van het omgevingsplan naar een alternatieve passende functie. Voor dit deel van het plangebied zijn er verder geen beperking opgenomen. Het project is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg.

Sintelweg 4: De woning is gelegen binnen de typering 'buitengebied' en de agrarische gronden binnen de typering 'bedrijventerrein'. Na sloop van alle opstallen zullen hier nieuwe bedrijven gevestigd kunnen worden, omgeven door een groene inpassing. Artikel 12.5 van de provinciale omgevingsverordening bepaalt dat een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toelaat, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. Aangezien een groot deel van Klaver 11 de typering 'bedrijventerrein' heeft gekregen en de woning met aanhorigheden hier aan drie zijden door wordt omringd, moet de toevoeging van een bedrijfslocatie, gelegen binnen het bestemmingsplan Klaver 11 waarbinnen alle in ontwikkeling te brengen gronden in 2014 de bestemming 'bedrijventerrein - agribusiness' hebben gekregen, als een passende ontwikkeling worden beschouwd. De bovengrens van een nieuwe bedrijfskavel mag niet meer bedragen dan 5 ha, welke grens in casu niet wordt overschreden.

Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, past deze ontwikkeling binnen de ambities als genoemd in de provinciale omgevingsvisie. In de volgende paragraaf zal worden ingegaan op de Regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg.

Horsterweg ongenummerd: Gelegen binnen de typering 'bedrijventerrein'. Er is op deze locatie al sprake van een bedrijfskavel, echter binnen de bestemmingsomschrijving zijn de activiteiten niet geheel toegestaan; hierdoor dient een andere bedrijfscategorie mogelijk te worden gemaakt. De provinciale omgevingsverordening kent geen instructieregels ten aanzien van het soort bedrijvigheid binnen een bedrijventerrein, waardoor gesteld kan worden dat het vestigen van Driessen Grondwerken BV op het bedrijventerrein Klaver 11 niet in strijd is met de provinciale omgevingsverordening.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 4

4.2.4

Circulaire Economie Limburg 2.0

In het Beleidskader Circulaire Economie 2.0 geeft de provincie Limburg invulling aan de circulaire richting zoals die wordt verwoord in het Collegeprogramma ‘Vernieuwend verbinden’ (2019-2023). Centraal staat de missie om te werken aan een circulaire economie waarin energie, grondstoffen, materialen en componenten (halffabricaten) zo lang mogelijk en weloverwogen van waarde blijven voor productie en consumptie. Er bestaat geen afval maar alleen een tussenfase als nieuwe grondstof. Daarmee is een maatschappelijke transitie uitgangspunt, waarin op mondiale schaal een bewustwording over nut én noodzaak wordt gevraagd van alle geledingen in de maatschappij. De provincie kiest hierbij voor een actieve rol om de beweging in de samenleving mede op gang brengen. Op basis van de ‘circulaire foto van Limburg’ zijn de ambities en uitgangspunten omschreven, resulterend in een uitvoeringsprogramma met vijf actielijnen.

De hoofddoelen zijn: Vermindering van het gebruik van nieuwe grondstoffen en zoveel mogelijk reststoffen hergebruiken als nieuwe grondstof; Het verder terugdringen van CO2-emissies via circulaire productieprocessen; Circulair ondernemerschap en werkgelegenheid steviger verankeren en uitbouwen door het stimuleren van nieuwe circulaire innovaties en toepassingsmogelijkheden in Limburg; Het verankeren van het circulaire kennisniveau in samenwerking met onze Limburgse onderwijs- en kennisinstellingen; Het actief uitdragen van de ‘circulaire boodschap’ naar zowel burgers, gemeenten, bedrijven en intermediaire organisaties, en hen engageren om hier actief werk van te maken en dit zelf vanuit onze voorbeeldrol ook te doen; Het benutten van de nationale en Europese fondsen en agenda’s om de Limburgse en euregionale proposities verder uit te bouwen.

4.2.5

Conclusie

Onderhavig initiatief waarbij de nu nog verspreid liggende bedrijfslocaties van Driessen samengevoegd worden op één locatie (Horsterweg ong.) binnen bedrijventerrein Klaver 11 levert een kwaliteitsverbetering op ter plaatse van de vertreklocaties aan de Handelstraat 5, Hamweg 6 en Hamweg ong. en de Dijkerheideweg, waarbij omliggende functies en de ecologische belangen rondom de Reulsberg gebaat zijn. Ook de omzetting van de locatie aan de Sintelweg 4 van woning met aangrenzende agrarische grond naar de functie 'Bedrijventerrein Agribusiness 2' kan binnen het bedrijventerrein Klaver 11 gezien worden als een passende functietoedeling. Het initiatief is op alle locaties passend binnen het bovengenoemde provinciale planologische beleid en de daarin genoemde provinciale ambities.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 5

4.3

Regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg

De regionale Visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg bevat de ambities, opgaven en principes die de regiogemeente in Noord-Limburg nastreven met betrekking tot bedrijventerreinen. Daarnaast bevat de visie de regionale werkwijze en spelregels, rekening houdend met het door de provincie voorgestelde dynamisch voorraad beheer. Centraal in het dynamisch voorraadbeheer staan drie typen interventies: 1. Herstructurering: Werken aan de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinvoorraad (en aanpak leegstand). Koppelingen van herstructurering van bestaande terreinen met de uitrol van nieuwe terreinen. 2. Sturing op kwaliteit en kwantiteit: Schrappen en transformeren van (harde) plannen die niet de beoogde toevoeging van kwaliteit opleveren. 3. Nieuwe ontwikkeling: Onder voorwaarden ruimte bieden voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad.

Nieuwe ontwikkeling van bedrijventerrein zal nog zeer sporadisch plaats vinden. Vooral om (grote) acquisities van buiten de regio te kunnen faciliteren zal op termijn nog nieuw terrein worden ontwikkeld. De regio wijst daarvoor het Klavertje 4 gebied als (concentratie)locatie aan.

Conclusie: Onderhavige ontwikkelingen binnen het bedrijventerrein Klaver 11 (onderdeel van het Klavertje 4 gebied) zien voor wat betreft de Horsterweg ong. niet op toevoeging van bedrijfsareaal; op deze locatie wordt bedrijvigheid die voornamelijk in het buitengebied is gelegen en aldaar vanuit planologisch oogpunt niet wenselijk is, samengevoegd tot één bedrijf. Dit is geheel passend binnen de regionale visie. Het aan de Sintelweg 4 verruimen van het areaal uitgeefbare grond binnen het bedrijventerrein kan evenmin gezien worden als een nieuwe ontwikkeling vanwege het feit dat deze locatie in het REBIS al is opgenomen als bedrijfslocatie welke op korte termijn beschikbaar is, zoals uit onderstaande afbeelding blijkt:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 6

In de in 2012 vastgestelde Structuurvisie Klavertje 4 is in tabel 4.2 het Kwantitatief programma werklandschap opgenomen. Daarin is voor klavers 11 een programmering opgenomen van bruto 115 hectare en netto 95 hectare. Daarin is inbegrepen de oppervlakte van het deelgebied aan de Sintelweg, zoals ook blijkt uit bovenstaande uitsnede van de bedrijventerreinenmonitor. De ontwikkeling kan hierdoor geacht worden in overeenstemming te zijn met de regionale Visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg.

4.4

Beleid Waterschap

Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. In het waterbeheerprogramma (WBP) en Keur van het Waterschap Limburg staan de regels van het Waterschap Limburg.

4.4.1

Waterbeheerprogramma (WBP)

Met het waterbeheerprogramma (WBP) geeft Waterschap Limburg richting aan het waterbeheer in de periode 2022 - 2027: Programma Waterveiligheid: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas. Het afgekoppelde regenwater zorgt voor minder vervuilende riooloverstorten. Het verbetert de doorstroming en daarmee de kwaliteit van stadswateren. Doordat een groot deel van het water lokaal infiltreert in groenstroken en tuinen, wordt voorkomen dat oppervlakkig afstromend regenwater onderweg vervuild raakt en zo het ontvangende oppervlaktewater

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 7

belast. Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden. Zo zorgt bijvoorbeeld verdamping in de stad voor minder hittestress. Daarmee zijn de sponswerking van de gebouwde omgeving en de kwaliteit van het oppervlaktewater vergroot. Ook op dit gebied moet samengewerkt worden om werk met werk te kunnen maken (efficiency), om instrumenten van derden te benutten teneinde onze eigen opgave te realiseren (zoals omgevingsplannen) en voor de inpassing in de omgeving. Waterkwaliteit en ecologie: het water binnen de gemeente moet schoon zijn en wateren zijn natuurlijk ingericht. We maken een stevig begin met de (bron)aanpak van de problemen met medicijnresten en opkomende stoffen (zoals PFAS en microplastics) in het oppervlaktewater. Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken. Voor het plangebied is vooral klimaatadaptatie van belang. Om de klimaatverandering een stap voor te blijven, is nu het moment om de plannen gereed te hebben en te starten met de uitvoering. Daarom is klimaat adaptief denken en handelen de basis van al het werk van het Waterschap en dat verwacht zij ook van haar partners. De speerpunten zijn: Samen klimaat adaptief inrichten van stad en land; Aanpakken grootste wateroverlastknelpunten; Risico gestuurd peilbeheer en onderhoud; Elke druppel vasthouden en pas afvoeren als het moet.

Bij nieuwbouw is het afkoppelen van regenwater inmiddels vanzelfsprekend. De voorkeursvolgorde bij afkoppelen is vasthouden - bergen - afvoeren, waarbij infiltreren in de bodem voorgaat op lozen op oppervlaktewater. Ook opvangen en gebruiken voor huis en tuin is een duurzame oplossing. Vanzelfsprekend geldt bij afkoppelen en infiltreren dat dit geen overlast elders mag veroorzaken. Ook belangrijk is de kwaliteit van het afgekoppelde regenwater. Alleen met het doorlopen van de trits schoon houden - scheiden - zuiveren is lozen op de bodem of op watergangen acceptabel.

4.4.2

Waterschapsverordening

De Waterschapsverordening is de opvolger van de Keur. De Keur is een verordening met de regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende gemalen, stuwen, sluizen, enz. Nu de Omgevingswet in werking is getreden zijn alle regels die het waterschap binnen haar beheergebied stelt over de fysieke leefomgeving, opgenomen in de Waterschapsverordening.

Op onderstaande uitsnedes uit de legger is te zien welke waterlopen nabij de diverse deelgebieden van dit omgevingsplan liggen:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 8

Figuur 23: uitsnede legger Handelstraat

Figuur 24: uitsnede legger Hamweg en Dijkerheideweg

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 4 9

Figuur 25: uitsnede legger Sintelweg en Horsterweg

De ontwikkeling van afwaardering van planologische mogelijkheden aan de Handelstraat 5, de Dijkerheideweg en de Hamweg hebben geen negatieve danwel uitsluitend positieve effecten voor de waterlopen die zich overigens op ruime afstand van de deelgebieden bevinden. De nieuwe ontwikkeling van een woning aan de Hamweg 6 bevindt zich op een afstand van circa 400 m vanaf de Groote Molenbeek; het is daarom niet aannemelijk dat deze vervangende woonbestemming enig effect heeft op deze waterloop. Waterloop de Sintel eindigt bij het achterste deel van de Sintelweg. De nieuwe bedrijfslocatie bevindt zich aan de andere zijde van de Sintelweg. Er zal vanuit de nieuwe bedrijfslocatie geen hemelwater of afvalwater afgevoerd mogen worden via de Sintel. De Sintel komt uit op de groenvoorziening die de A73 scheidt van het bedrijventerrein Klaver 11. Voor het deelgebied Horsterweg ong. is de situatie dat het plangebied aan de oostzijde grenst aan de Gekkengraaf en de ontsluiting van het plangebied via de noordoostelijke aftakking van de rotonde aan de Horsterweg (ter hoogte van Arco Solutions) zal de Witvelderhei kruisen. De Witvelderhei heeft in het vigerende omgevingsplan (bestemmingsplan Klaver 11) de bestemming 'Water' gekregen. De gronden zijn onder andere bestemd voor oeververbindingen. Hieronder wordt ook een brug of overkluizing begrepen.

De Gekkengraaf heeft, samen met de oevers, eveneens de bestemming 'Water' gekregen. De waterloop zelf heeft een doorsnede van circa 10 m en de beide oevers kennen een vergelijkbare breedte. Door deze afstand van 10 m van de Gekkengraaf tot aan de huidige en nieuwe bedrijfsbestemming, wordt het onderhoud van de waterloop niet belemmerd en kan het waterschap de waterloop te allen tijde bereiken. | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 0

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1

Structuurvisie Klavertje 4-gebied

Zoals gezegd heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Structuurvisie Klavertje-4-gebied vastgesteld op 11 september 2012. Mede door de strategische ligging tussen Randstad en Ruhrgebied en de aanwezigheid van een vrijwel volledige agrarische productiekolom heeft de regio Venlo zich ontwikkeld tot één van de vijf Nederlandse Greenports. Om de kansen voor een verdere economische ontwikkeling optimaal te benutten en verbetering van het landschap (tegengaan versnippering) te bereiken, hebben de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venlo en de provincie Limburg in het Klavertje 4-gebied een duurzaam werklandschap ontwikkeld. Duurzaamheid – geïnspireerd door de Cradle 2 Cradle-principes (C2C) – vormt de leidraad voor de beoogde structuurversterking. Aan de structuurversterking wordt invulling gegeven door het economisch netwerk te versterken; innovatie is één van de sleutelbegrippen. Waardecreatie is het uitgangspunt. Enerzijds door te streven naar (ruimtelijke) kwaliteit, anderzijds door het bieden van een economisch perspectief voor bedrijven en het behalen van maatschappelijk rendement. Het streven is bovendien gericht op optimale kennisontwikkeling, innovatie en gezamenlijk voordeel door samenwerking tussen bedrijven. Om structuurversterking een plek te geven is het Klavertje 4-gebied aangewezen als ontwikkelingsgebied voor de totale agrarische productiekolom.

Hier worden werklandschappen (bedrijventerreinen/glastuinbouw), vastgoed, gebiedsbrede voorzieningen en een hoogwaardig landschap gerealiseerd. De bestaande en toe te voegen bedrijvigheid focust zich op agribusiness, glastuinbouw, (agro)logistiek en hieraan gerelateerde bedrijvigheid en onderzoeks- en onderwijsinstellingen.

Locatiespecifiek: De Dijkerheideweg bevindt zich op onderstaande kaart van het buitengebied binnen het Klavertje 4-gebied in een verwevingszone en de Hamweg in het beekdallandschap.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 1

Figuur 27: Klavertje 4-gebied

Dijkerheideweg: Deze locatie is gelegen in de verwevingszone. Verwevingzones zijn overgangsgebieden in het landschap. Naast natuur en groen komen ook woningen en (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten voor. Vanwege de natuur- en landschapswaarden van het beekdal wordt er in dit 'tussengebied' aan de Dijkerheideweg ingezet op versterking van bestaande waarden. Op deze manier ontstaat een geleidelijke overgang naar het rustige beekdal. Nu de grondverzetactiviteiten worden beëindigd en het perceel binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt zal blijven voor overige bedrijfsactiviteiten, is dit niet strijdig met het bepaalde in de structuurvisie Klavertje 4-gebied. Het heeft minder overlast van stof en geluid tot gevolg en is daarmee beter voor mens en natuur. Hamweg 6: Deze locatie, inclusief de overzijde van de Hamweg 6, is gelegen in het beekdallandschap, welke de Peelgebieden via de Groote Molenbeek verbindt met de Maas. Het kenmerkt zich als natte natuur. De Groote Molenbeek is de structuurdrager. Versterking van aanwezige natuur- en landschapswaarden staat centraal in het beekdallandschap, hetgeen tot uiting komt in de ontwikkeling van robuuste natuur (broekbossen, natte graslanden, poelen en plekken voor wateropvang op piekmomenten).

Door nieuwe economische functies – waaronder verblijfsfuncties – mogelijk te maken in het buitengebied van het Klavertje 4-gebied kan bedrijfsbeëindiging en -verplaatsing worden gefaciliteerd. Deze structuurvisie biedt hier een regeling voor. De regeling beoogt bedrijfsbeëindiging of -verplaatsing van overlastgevende

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 2

bedrijven te stimuleren door het inzetten van compensatiemogelijkheden. De regeling levert maximale winst op voor natuur en landschapsdoelen (bijvoorbeeld het tegengaan versnippering en verrommeling) en bovendien biedt het de ondernemer de mogelijkheid of te stoppen, of de bedrijfsvoering op een andere plek met meer groeipotentie door te zetten. In het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas is hiertoe een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke voor de Hamweg 6 analoog zal wordend toegepast. In voornoemd bestemmingsplan kan de bestemming Bedrijf gewijzigd worden in de bestemming Wonen onder de voorwaarden dat: de bedrijfsuitoefening is beëindigd; de bedrijfsuitoefening wordt aan de Hamweg 6 geheel beëindigd. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven; hiertoe is een ecologisch onderzoek uitgevoerd zoals in paragraaf 5.8 nader aan de orde zal komen en er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waardoor het woonperceel omringd zal worden door bestaande en nieuwe natuur (zie Bijlage 6) de oppervlakte van de woonbestemming maximaal 1.500 m2 bedraagt, de overige gronden dienen te worden gewijzigd in een bestemming zonder bouwmogelijkheden; de woonbestemming zal een oppervlak van 750 m2 krijgen.

door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van een kwaliteitsverbetering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; het inrichtingsplan is opgenomen als Bijlage 6. wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoningen, waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot; het vigerende bestemmingsplan Hamweg 6 kende de mogelijkheid tot realisatie van één bedrijfswoning. Deze mogelijkheid zal worden gewijzigd in de mogelijkheid om één burgerwoning te realiseren. de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; in paragraaf 5.12 zal aan de orde komen dat de woonfunctie buiten de milieuzones komt te liggen van omliggende bedrijven en bedrijfsactiviteiten. Hierdoor worden ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende functies niet aangetast. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden; met het Waterschap Limburg zal vooroverleg worden gepleegd. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 21 van overeenkomstige toepassing zijn. de regels van de bestemming Wonen zullen geheel worden opgenomen in onderhavig omgevingsplan en voor de locatie Hamweg 6 gaan gelden.

Geconcludeerd wordt dat voldaan wordt aan de wijzigingsvoorwaarden die het bevoegd gezag analoog wil toepassen.

De bedrijfsactiviteiten aan de Hamweg 6 en tegenovergelegen perceel worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één woning worden gerealiseerd ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning, omringd door nieuwe natuur welke doorloopt over de Hamweg ong. Van het vervangen van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning in de mogelijkheid tot realisatie van een burgerwoning kan, gelet op de (overspannen) woningmarkt anno 2024, niet gesteld worden dat deze ontwikkeling concurrerend is met woningbouwprojecten elders in Horst aan de Maas. Het beekdallandschap is duidelijk gebaat bij deze ontwikkeling.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 3

De Sintelweg en de Horsterweg ong. bevinden zich op onderstaande kaart van het Klavertje 4-gebied binnen Klaver 11.

Figuur 28: contour Klaver 11

Aansluitend aan het dynamische hart van het Klavertje 4-gebied (klavers 1-8) is ruimte voor vestiging van hoogwaardige productiebedrijven (waaronder agribusiness) en onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Klaver 11 en een deel van klaver 10 bieden ruimte voor agribusinessbedrijven die een ondersteunende, toeleverende en verwerkende functie hebben voor de primaire agrarische productie.

Sintelweg 4: Op deze locatie zullen, na sloop van alle opstallen, nieuwe bedrijven gevestigd kunnen worden, omgeven door een groene inpassing. Deze nieuwe functie is passend binnen de filosofie van de structuurvisie Klavertje 4-gebied voor het deelgebied Klaver 11. Klaver 11 en Klaver 14 zijn binnen de Greenport-regio twee bedrijventerreinen die zich richten op agriactiviteiten. Klaver 11 heeft een 'agri-gerelateerd' profiel, voor Klaver 14 is dit 'maak-agrologistiek'. Op deze terreinen is respectievelijk 21,8 en 7,5 hectare beschikbaar. Uit de inventarisatie door Greenport Venlo komt naar voren dat er in de gemeente Horst aan de Maas vraag is naar in totaal 36 hectare aan bedrijfslocaties. 13 hectare hiervan (36%) komt vanuit 16 bedrijven met een behoefte van minder dan 2 hectare. Dit varieert van kavels van 5.000 m2 tot 15.000 m2, met een gemiddelde van circa 8.000 m2. Voor kleine ruimtevragers wordt er de komende jaren geen nieuw terrein ontwikkeld. Zij moeten het juist hebben van bestaande locaties die vrijkomen. Vandaar dat de uitbreiding van de bedrijfsbestemming binnen Klaver 11 op de locatie Sintelweg passend is binnen de

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 4

structuurvisie. Horsterweg ongenummerd: De gewenste clustering van de bedrijfsactiviteiten van Driessen Grondwerken BV vraagt om een geschikte en ruime bedrijfslocatie op een bedrijventerrein binnen de gemeente Horst aan de Maas, waar deze gezamenlijke activiteiten kunnen landen. De voorraad aan uitgeefbare kavels is op dit moment relatief beperkt. De gemeente Horst aan de Maas heeft ervoor gekozen dat er niet veel nieuwe bedrijventerrein meer ontwikkeld worden. Voor onderhavig project is uitsluitend onderhavige kavel op bedrijventerrein Klaver 11 en gelegen langs de A73 geschikt voor vestiging door Driessen Grondwerken BV, doch het vigerende bestemmingsplan laat hier slechts agribusiness toe. Driessen Grondwerken BV betreft geen agribusiness maar is wel een bedrijf dat van groot maatschappelijk belang is voor de gemeente Horst aan de Maas, omdat hier een deel van het afval dat binnen de gemeente wordt geproduceerd, wordt ingezameld, gescheiden, en waar mogelijk wordt gedemonteerd om op deze wijze zoveel mogelijk van deze afvalstoffen weer te kunnen laten hergebruiken (recycling) en er zo weinig mogelijk afval behoeft te worden verbrand.

In die zin is er wel sprake van een hoogwaardig inzamel- en recyclingbedrijf waarvan gezegd kan worden dat het passend is op deze locatie tegen de A73 aan en (afgezien van de link met de agrarische sector) geheel voldoet aan de uitgangspunten van de structuurvisie waarbij diverse bedrijfsonderdelen samen worden gevoegd, geclusterd en verbonden waardoor de transportbehoefte afneemt; Driessen Grondwerken BV heeft het aspect duurzaamheid hoog in het vaandel staan, waardoor afvalstoffen op diverse manieren kunnen worden hergebruikt. Gelet op de gebruiksmogelijkheden van de kavel, de excentrische ligging ten opzichte van eventuele gevoelige objecten die hinder van Driessen Grondwerken BV zouden kunnen ondervinden, en het feit dat er vanuit de lange zoektocht naar een geschikte locatie geen andere geschikte en haalbare locaties zijn gevonden, is deze locatie gekozen. De locatie heeft bovendien als gevolg van de gebiedskenmerken enkele belemmeringen waardoor de kavel minder courant is voor de categorie Agribusiness. Voor Driessen Grondwerken BV is deze locatie echter wèl geschikt waardoor de projectie van deze activiteit aan de nog vrije bedrijfskavel binnen Klaver 11 gezien moet worden als 'de juiste functie op de juiste plek'.

Met de vestiging van Driessen Grondwerken BV op deze nog beschikbare kavel binnen Klaver 11, waarbij de oorspronkelijke functie Agribusiness wordt behouden, ontstaat er geen belemmering voor of afbreuk aan het overall profiel van het bedrijventerrein Klaver 11. Dit komt mede door de ligging van kavel vanaf de hoofdontsluiting en de zichtbaarheid vanaf de Horsterweg: de locatie is niet zichtbaar en ligt niet aan de entree. Zichtbaarheid vanaf de A73 is er wel; echter het bedrijf wordt zodanig ingepast dat de uitstraling past binnen het na te streven profiel voor dit bedrijventerrein.

Hiermee kan worden gesteld dat met het initiatief voldaan wordt aan het bepaalde in de Structuurvisie Klavertje 4-gebied. De regionale ontwikkelingen uit het Klavertje 4-gebied zijn verankerd als kernonderdeel in de lange-termijnvisie van Horst aan de Maas 2040, waarover meer in de volgende paragraaf.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 5

4.5.2

Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040

De omgevingsvisie, door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2025, is een integrale strategische langetermijnvisie voor hoe de gemeente wil omgaan met de leefomgeving. Hierin stelt de gemeente hoe en waar in Horst aan de Maas over 15 jaar wordt gewoond, gewerkt, ondernomen, ontmoet, gespeeld en gerecreëerd. In 2040 is de gemeente Horst aan de Maas een groene, gezonde woongemeente met een duurzame, schone en innovatieve economie en agrarische sector, een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Gezondheid, veiligheid, groen, economie en wonen zijn belangrijk voor de toekomst van de gemeente. Ze horen bij de plaatselijke cultuur en identiteit, en dragen bij aan de welvaart en kwaliteit van onze woon- en leefomgeving. Twee principes staan centraal bij het creëren van een gezonde leefomgeving: Brede welvaart (kwaliteit van leven bevorderen van de inwoners). Positieve gezondheid (zes dimensies gericht op welbevinden van de mens). In nog op te stellen omgevingsprogramma's werkt de gemeente samen met partijen uit hoe de doelen bereikt kunnen worden. Daarbij wordt goed gekeken naar wat haalbaar en uitvoerbaar is. Voorbeelden van gebiedsgerichte programma's zijn Vitaal platteland of Herstructurering bedrijventerreinen. Voorbeelden van thematisch gerichte programma's zijn het Volkshuisvestingsprogramma of het Energie-en duurzaamheidsprogramma.

De kern van de keuzes in de omgevingsvisie zijn: We ontwikkelen en verbeteren een gezonde leefomgeving, met aandacht voor de verschillen per gebied. We concentreren wonen in en rondom de kernen, zodat die vitaal blijven. We stimuleren kwalitatieve economische groei. We bieden een toekomstperspectief voor agrariërs en daaraan gerelateerde bedrijvigheid. We versterken het profiel van onze vrijetijdseconomie (VTE). We versterken groen-blauwstructuren binnen en buiten de kernen, en vooral rond natuur(gebieden).

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 6

Figuur 26: uitsnede omgevingsvisiekaart

Horst aan de Maas zet in op duurzame en circulaire bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen zijn in 2050 klimaatbestendig en circulair. Zo worden de bedrijventerreinen bijvoorbeeld vergroend en wordt regenwater opgevangen, hergebruikt of op een natuurlijke manier afgevoerd. In de toekomst is het de bedoeling dat de meeste bedrijfsdaken zijn voorzien van zonnepanelen of een groen dak. Ook de openbare ruimte wordt groener, met minder bestrating. Het soort bedrijven dient te passen bij dit groene beeld. Greenport Venlo is een goed voorbeeld van een duurzaam bedrijventerrein. Energie speelt een grote rol. Bedrijven hebben betrouwbare energie nodig en samenwerking is belangrijk om dit goed te regelen. Samen met bedrijven wordt gewerkt aan slimme oplossingen. In de omgevingsvisie is ook veel aandacht voor het landschap. Voordat het landschapsplan is opgesteld, is een ruimtelijke vertaalslag gemaakt van het “Groenplan en indicatief uitvoeringsprogramma” als onderdeel van het Masterplan Klavertje 4 in een landschapstructuurplan. De landschapsstructuur geeft een eerste ruimtelijk wensbeeld voor het gehele plangebied van Klavertje 4/Greenport Venlo. Zo wordt duidelijk dat de oostelijke staander vooral wordt vormgegeven door een stevige structuur van bossen met hiertussen open ruimten.

In de westelijke staander (Groote Molenbeek en omgeving) wordt vooral ingezet op de herkenbaarheid van deze natuurlijke nattere structuurdrager. Het landschapsplan is een integraal plan waarin naast landschappelijke aspecten ook de volgende aspecten zijn meegenomen en tegen elkaar zijn afgewogen: • functionele ecologische eisen, • stedenbouwkundige en infrastructurele ruimtelijke ontwikkelingen, • agrarische en milieukundige aspecten zoals bijvoorbeeld archeologie en cultuurhistorie, • mitigerende en compenserende maatregelen, • afstemming met architectonische specificaties voor kunstwerken (bijvoorbeeld ecoducten), • realisatie rijksdoelstellingen (ecologische hoofdstructuur).

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 7

Figuur 26a: uitsnede omgevingsvisiekaart

De Handelstraat 5 is gesitueerd op het randje van het gebied 'Greenport Venlo'; de overige locaties vallen er geheel binnen. Het wegbestemmen van de puinbreker aan de Handelsstraat 5 leidt niet tot andere activiteiten dan de bedrijfsactiviteiten die nu reeds binnen de typering 'bedrijventerrein' zijn toegestaan. De overige locaties zorgen voor een samenvoeging van bedrijvigheid op een duurzaam en circulair bedrijventerrein als Klaver 11 en de 'vertreklocaties' zullen zodanig worden ingericht dat hiermee de doelstellingen van hte landschapsplan (beter) bereikt worden. Onderhavig initiatief is derhalve niet strijdig met de omgevingsvisie.

4.5.3

Duurzaamheidsprogramma

Op 10 februari 2020 is door de gemeenteraad van Horst aan de Maas het Duurzaamheidsprogramma Horst aan de Maas 2020 - 2050 vastgesteld. Hierin is een hele paragraaf gewijd aan afvalinzameling welke in een circulaire economie met gesloten kringlopen zorgvuldig dient te gebeuren. Het Cradle-to-Cradle gedachtegoed maakt een onderscheid in twee kringlopen. Eén kringloop voor ‘technische’ materialen zoals glas, metaal en plastic. Die worden gerecycled en zijn grondstof voor nieuwe producten. De tweede kringloop is een biologische kringloop voor organische materialen. Daarvoor geldt het motto ‘afval is voedsel’. Nederland maakt nog altijd deel uit van een wegwerpeconomie waarin grondstoffen opraken, maar moet steeds meer ombuigen naar een circulair systeem van productie en consumptie. Nog steeds ontstaat er restafval, maar dankzij recycling wordt dat steeds minder. In Horst aan de Maas wordt meer dan 95% van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld. Afvalinzameling en hergebruik van (huishoudelijk) afval is een thema waarin Horst aan de Maas voorop wil

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 8

blijven lopen. De gemeente kan met haar afvalbeleid ook de circulaire economie stimuleren, door te kiezen voor opties die (regionale) circulaire initiatieven ondersteunen. Bijvoorbeeld door vrijkomende grondstoffen bij de afvalinzameling te communiceren op grondstoffenfora, geïnteresseerden partijen inzage te geven in de samenstelling van het afval, mee te denken over logistiek en bij aanbesteding voor de verwerking van afval alternatieve verwerkingsmethoden een kans te geven. De gemeentelijke doelstelling is, dat er in 2050 een volledig circulaire economie ontstaan is: afval bestaat niet meer. Het einde van het gebruik van een product is de start van een nieuw product. Ophalen van restafval is dan verleden tijd. In plaats daarvan haalt de gemeente alleen nog herbruikbare materiaalstromen op. Daarbij wordt samengewerkt met marktpartijen, waarvan Driessen Grondwerken BV er één is.

Het hoofdproject (Horsterweg ong.) zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze motivering zorgt er mede voor dat de gemeente Horst aan de Maas haar doelstellingen ten aanzien van circulaire economie een stap dichterbij kan brengen en past daarom binnen het Duurzaamheidsprogramma Horst aan de Maas 2020-2050.

4.5.4

Hoofdlijnenakkoord 2022-2026

In het richtinggevende beleidsdocument 'Horst aan de Maas in balans voor deze en toekomstige generaties - Hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026' (door de gemeenteraad vastgesteld op 24 mei 2022) krijgt, naast het algemene uitgangspunt van zorgvuldig ruimtegebruik met de projectie van functies op de juiste locatie, het aspect 'duurzaamheid' nadrukkelijk aandacht. Hierbij gaat het met name om verduurzaming van woningen en accommodaties, energietransitie, hergebruik / recycling en een toekomstbestendige economie waarbij economische groei wenselijk is als dit bijdraagt aan een maatschappelijke opgave. De gemeente enthousiasmeert en ondersteunt inwoners en ondernemers op allerlei manieren om werk te maken van duurzaamheid. Ook is gezondheid voor inwoners een zeer belangrijk uitgangspunt. Door het verplaatsen van niet agrarische bedrijfsmatige activiteiten naar een bedrijventerrein wordt in het buitengebied kwaliteitswinst behaald waardoor overlast door buitengebiedvreemde activiteiten tot een minimum wordt beperkt. Voor omwonenden heeft dit een positief gezondheidseffect. Deze opschoning van het buitengebied zorgt ter plaatse van de Hamweg ook voor mogelijkheden voor nieuwe robuuste groenbuffers tussen werk en wonen en een verbinding tussen de natuur, aansluitend op Natuurnetwerk Nederland.

Transformatie van solitaire bedrijfslocaties in het buitengebied naar wonen en/of natuur wordt gefaciliteerd. Onderhavig initiatief past binnen deze doelstellingen in het hoofdlijnenakkoord omdat de diverse bedrijfslocaties van Driessen zullen worden samengevoegd op een locatie op het bedrijventerrein Klaver 11 waardoor de achterblijvende locaties bedrijfsmatig gezien kunnen worden afgeschaald of beëindigd en hier een functie kan worden toebedeeld welke passender is op betreffende deellocaties. Dit heeft een maatschappelijk belang omdat hierdoor het buitengebied een stukje meer teruggegeven wordt aan de natuur en de impact van de versnipperde bedrijvigheid voor de grondwerken/recycling beëindigd wordt. Verder zien de activiteiten van Driessen op de nieuwe locatie aan de Horsterweg ook op het zoveel mogelijk terugbrengen van (delen van) afgedankte goederen in de goederenkringloop door ze zodanig in te zamelen en te demonteren dat hergebruik mogelijk wordt; ook dit is een vorm van

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 5 9

duurzaamheid welke belangrijk is.

Hiermee past het initiatief in de doelstellingen van de gemeente Horst aan de Maas.

4.5.5

Conclusie

Uit het bovenstaande, met verdere verwijzing naar de toets aan het omgevingsplan zoals opgenomen in paragraaf 1.3 van deze motivering, blijkt dat de voorgenomen activiteiten op de diverse deellocaties niet strijdig zijn met de doelstellingen en het planologisch beleid van de gemeente.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 6 0

Hoofdstuk 5 OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.

5.1

Beschermen van de gezondheid

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?) het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid).

5.1.1

Wettelijk kader

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd, echter ook de aanwezigheid van geitenhouderijen, endotoxinen en spuitzones hebben effect op de gezonde fysieke leefomgeving. Deze aspecten zullen in onderhavige paragraaf aan de orde komen. Tevens zal hierin worden vermeld welke gezondheidseffecten vanuit het project zelf te verwachten zijn.

5.1.2

Geiten

Het aantal geiten is in Limburg is toegenomen van ca. 46.000 in 2016 naar 61.000 dieren in 2018. In 2018 gaat het daarbij om 44.000 melkgeiten (72%). Het aantal gespecialiseerd melkgeitenhouderijen nam toe van 22 in 2016 naar 25 in 2018. Ook Horst en de Maas en omgeving herbergt gespecialiseerde geitenhouderijen. Uit de studies Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden blijkt dat mensen die binnen 1,5 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen. De provincie Limburg heeft gelet op die gezondheidseffecten in mei 2019 een voorbereidingsbesluit genomen op basis waarvan het verboden is om het direct aan de

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 6 1

inwerkingtreding van dat voorbereidingsbesluit voorafgaande bestaande gebruik van bouwwerken of gronden binnen het gehele grondgebied van de provincie Limburg te wijzigen in gebruik ten behoeve van het houden van geiten. Onder wijzigen wordt ook verstaan een uitbreiding van het direct aan de inwerkingtreding van dit voorbereidingsbesluit voorafgaande aanwezige aantal geiten binnen een inrichting. Dit verbod is niet van toepassing op inrichtingen waar minder dan tien geiten zullen worden gehouden.

Plandeelspecifiek: Handelstraat 5: De eventuele aanwezigheid van geitenhouderijen in de omgeving heeft geen enkel effect op het afschalen van de toegestane bedrijfsactiviteiten op deze locatie. Dijkerheideweg: De eventuele aanwezigheid van geitenhouderijen in de omgeving heeft geen enkel effect op de toegestane bedrijfsactiviteiten op deze locatie omdat een bedrijfswoning hier niet toegestaan is. Hamweg 6: De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. De eventuele aanwezigheid van geitenhouderijen in de omgeving heeft heer geen enkel effect op. Er zal hiervoor in de plaats één woning worden gerealiseerd ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning, omringd door nieuwe natuur welke doorloopt over de Hamweg ong. De projectie van een woning op deze locatie is wèl een functie welke effecten kan ondervinden van in de omgeving gelegen geitenhouderijen. De meest nabijgelegen geitenhouderij ligt aan de Losbaan 44 te Grubbenvorst, op een afstand van 2 km ten oosten van de Hamweg 6. Deze afstand is, refererend aan de studies Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden, dus groot genoeg om ervoor te zorgen dat de nieuwe bewoners geen gezondheidsrisico's zullen ondervinden. Sintelweg 4: Na sloop van alle opstallen (waaronder een burgerwoning) zullen hier nieuwe bedrijven gevestigd kunnen worden.

De aanwezigheid van een geitenhouderij op een afstand van 1,2 km van de Sintelweg 4 heeft geen effect op de nieuwe bedrijfsactiviteiten op deze locatie; op deze locatie zal geen nieuwe (bedrijfs)woning mogelijk worden gemaakt. Horsterweg ongenummerd: Op deze locatie zal de bestemming Bedrijventerrein Agribusiness - 2 verruimd worden ten behoeve van de niet-agrarisch gerelateerde bedrijfsactiviteiten. Ook hier zal geen mogelijkheid zijn om een bedrijfswoning toe te voegen. De aanwezigheid van een geitenhouderij op een afstand van 1,4 km van dit plandeel heeft geen effect op de nieuwe bedrijfsactiviteiten op deze locatie.

5.1.3

Endotoxinen

De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, moeten worden betrokken bij besluiten in het kader van ruimtelijke ordening en milieu. Een van de effecten op de volksgezondheid ziet op endotoxinen. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën. Als deze organismen afsterven, komen de endotoxinen vrij. De endotoxinen binden zich aan bacterieresten, stofdeeltjes of waterdeeltjes. Ze kunnen zich gemakkelijk in de omgeving verspreiden. Het inademen van endotoxinen kan leiden tot ontstekingsreacties en luchtwegaandoeningen. Maar endotoxinen kunnen ook beschermende effecten hebben, bijvoorbeeld minder allergie. De Gezondheidsraad hanteert in het rapport ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 6 2 3

vervolgadvies’ (2018) een advieswaarde van 30 EU/m voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel aan endotoxinen kan worden beschermd. Het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (team van provincie Noord-Brabant, de GGD en verschillende Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) hebben de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. Uit bijlage N: 'figuren overschrijdingsafstanden uit modelberekeningen' behorende bij het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodellering’ van WUR (2016) (endotoxinerapport) valt af te lezen dat in de regio Noord-Limburg op een afstand van meer dan 550 meter gemeten vanuit welke intensieve veehouderijtak dan ook, geen overschrijding van de norm voor endotoxinen plaatsvindt. In 2019 is een 'Veehouderij en Gezondheid Omwonenden'-deelstudie uitgevoerd in een nieuw gebied (Gelderland, Utrecht en Overijssel). In dit onderzoek was de specifieke relatie tussen pluimveehouderijen en longontsteking niet zichtbaar. Wel zagen de onderzoekers relatief grote verhogingen van het aantal longontstekingen in plattelandsgemeenten met veel intensieve veehouderijen.

Vanwege de relatief hoge emissie van fijnstof blijven mogelijke gezondheidseffecten in regio’s met veel pluimveehouderijen in vervolgonderzoek een punt van aandacht.

Locatiespecifiek: Handelstraat 5: Endotoxinen hebben geen effect op het wegbestemmen van de puinbreker. Dijkerheideweg: De meest nabijgelegen intensieve veehouderijen bevinden zich aan de Venloseweg 102 en aan de Dijkerheideweg 3 te Horst en liggen op een afstand van ruim 70 m ten noorden respectievelijk ten zuiden van het plangebied aan de Dijkerheideweg. Ook aan de Dijkerheideweg 9 is een intensieve veehouderij gevestigd. Aangezien een bedrijfslocatie zonder bedrijfswoning geen gevoelige functie is, wordt deze nieuwe functie hiermee niet belemmerd. Hamweg 6: De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één woning worden gerealiseerd ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning, omringd door nieuwe natuur welke doorloopt over de Hamweg ong. De nieuwe woonfunctie is gevoelig voor de invloed van endotoxinen. De meest nabijgelegen intensieve veehouderij bevindt zich aan de Venloseweg 102 te Horst en ligt op een afstand van ruim 600 m ten zuidoosten van de Hamweg 6. Binnen een afstand van 550 meter mogen vanuit planologisch oogpunt ook geen nieuwe intensieve veehouderijactiviteiten worden ontplooid, waardoor er geen belemmering te verwachten voor de toevoeging van de nieuwe woonfunctie. De gezondheidseffecten zijn te verwaarlozen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078358/1