CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06c Toelichting

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Kogelstraat 74 Hegelsom.22.913 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Huismussen hebben de tijd nodig om aan nieuwe nestplaatsen te wennen. Gedurende deze gewenningsperiode moeten zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw aangebrachte vervangende voorzieningen beide aanwezig zijn (minimaal 3 maanden voor de start van de sloopwerkzaamheden). Dit dient te gebeuren onder begeleiding van een deskundige. Om schade aan jongen en eieren van de huismus te voorkomen, dient de woning met de 3 huismusnesten buiten de periode 1 maart – 1 oktober te worden gesloopt. Om permanente vervanging van huismusnesten te realiseren, is het aan te raden om in de nieuwbouw integraal huismusnestkasten in te bouwen; een veelvoud van het gevonden aantal huismusnesten, dus minstens 6 huismusnestkasten. Door de vegetatie te verwijderen, verliest het plangebied tijdelijk een klein deel van het functioneel leefgebied van de huismus. Omdat er in de omgeving veel groen is en omdat de hagen, de notenboom blijven staan en er een hoogstamweitje wordt gerealiseerd, is er op de langere termijn voldoende foerageergebied voor de huismus aanwezig. Daar komt bij dat er netto minder verharding komt en tuinen zullen worden gerealiseerd. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd.

Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht; deze houdt in dat nadelig gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. 5.5.2 Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel, ligt op circa 7 km van het plangebied. In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is. Over een afstand van 7 km of meer 4

Faunaconsult, Flora- en fauna-inspectie Kogelstraat 74 te Hegelsom, 7 december 2020

Ontwerp

46

zijn negatieve effecten vanuit het plangebied op de Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting. Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NOx of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. Voor ieder habitattype binnen een Natura2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden als gevolg een initiatief berekend. In het kader van dit initiatief is gekeken naar de Handreiking woningbouw en AERIUS die is opgesteld door de Rijksoverheid. Met behulp van de handreiking kan een beeld worden gegeven van de totale stikstofdepositie in zowel de gebruiksfase als de aanlegfase. In de handreiking wordt voor 50 woningen op een afstand van minimaal 7 km van een Natura2000-gebied uitgegaan van een indicatieve depositie van 0,00 mol/ha/jaar.

Omdat er in dit geval slechts twee woningen wordt gerealiseerd, op een afstand van 7 km of meer van de Natura2000-gebieden kan worden aangenomen dat negatieve effecten vanuit het plangebied op Natura2000-gebieden in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn uit te sluiten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. In de Wsn wordt een programma van maatregelen opgesteld om stikstofreductie te bereiken en eveneens natuurverbetering mogelijk te maken. In de Wsn zijn drie resultaatsverplichtingen opgenomen: 1. In 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde Natura2000gebieden een gezond stikstofniveau hebben; 2. In 2030 moet minimaal 50% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde Natura2000gebieden een gezond stikstofniveau hebben; 3. In 2035 moet minimaal 74% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde Natura2000gebieden een gezond stikstofniveau hebben. De Wsn wordt verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn), waaronder de bouwvrijstelling. De bouwvrijstelling betreft een vrijstelling van de natuurvergunningplicht van het aspect stikstofdepositie voor tijdelijke (bouw)werkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten, waar tijdelijke emissies voorkomen.

Derhalve is het enkel nog noodzakelijk om de stikstofdepositie tijdens de nieuwe, beoogde, situatie (gebruiksfase) te bepalen. Als uit de AERIUS Calculator blijkt dat er geen stikstofdepositie door de gebruiksfase van het project of plan op de Natura2000-gebieden plaatsvindt, hoeft geen vervolgonderzoek plaats te vinden en is geen vergunning nodig. Als er wél een toename van stikstofdepositie plaatsvindt is vervolgonderzoek nodig om te beoordelen of een vergunning verleend kan worden. De gebruiksfase is daarom ingevoerd in AERIUS Calculator. Hiervoor is een vergelijking gemaakt van de huidige situatie als zijnde een veehouderij (vergunde ammoniakemissie 374 kg NH3 kg/jaar) en de nieuwe situatie met twee woningen. Volgens AERIUS Calculator leidt de realisatie van een vrijstaande woning tot een emissie NOx van 3,0 kg/jaar. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie in de nieuwe situatie is gebruik gemaakt van de CROWpublicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Er is uitgegaan van de volgende gegevens: ▪ Functie: vrijstaande koopwoning ▪ Gebiedstype: buitengebied in niet stedelijk gebied

Ontwerp

47

Op basis van de kencijfers genereert een dergelijke woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering voor twee woningen genereert het initiatief dagelijks 17,2 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,6 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen). Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden, er is zelfs sprake van een afname van stikstofdepositie. Het initiatief leidt derhalve niet tot extra verzuring of vermesting in Natura2000-gebieden, maar juist tot een verbetering.

5.6

Archeologie en cultuurhistorie

5.6.1 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In het POL2014 is derhalve aangegeven dat gestreefd wordt naar het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie zoals dit in het POL2014 is weergegeven, is gestoeld op de Nota Belvédère. Het POL2014 schrijft dan ook voor een beschrijving in het bestemmingsplan mee te nemen, betreffende de omgang met de cultuurhistorische elementen in relatie tot de hiervoor geldende wettelijke bepalingen. Volgende de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er in de nabijheid van het plangebied twee cultuurhistorische elementen. Het betreft de volgende elementen: ▪ Langgevelboerderij ‘de Kogel’, aan de Kogelstraat 70; ▪ Een kruis, ter hoogte van de splitsing Kogelstraat / Hillenweg. De naastgelegen langgevelboerderij ‘de Kogel’ is opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) van de provincie Limburg. De uit 1850 stammende langgevelboerderij is daarin beschreven als een project in de bouwstijl traditionalisme dat van belang is omdat het een specimen van een bouwtraditie betreft.

De beoogde woning aan de Kogelstraat 74 wordt in een soortgelijk langgevelvolume met kenmerkende detailleringen gerealiseerd. Daarbij wordt deze in de lengterichting parallel aan de Kogelstraat gepositioneerd, als verwijzing naar de originele ligging van de langgevelboerderij. De sanering van het bedrijf en het toevoegen van twee woningen heeft geen nadelige gevolgen op de (belevings-) waarde van de omgeving. Met de landschappelijke inpassing van de locatie wordt aangesloten bij de landschappelijke kenmerken van de omgeving. Daarnaast wordt met de herbouw van de bedrijfswoning aangesloten op de bouwkundige elementen van de historische langgevelboerderij ‘de Kogel’. Dit karakteristieke en cultuurhistorische landschap blijft daarmee behouden en waar mogelijk versterkt, waardoor met de bouw van de woning geen landschappelijke of cultuurhistorische elementen verloren gaan.

Ontwerp

48

5.6.2 Archeologie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Horst aan de Maas heeft voor haar grondgebied een Archeologische Maatregelenkaart ontwikkeld welke op 26 mei 2015 is vastgesteld. Conform deze kaart is het plangebied gelegen in een gebied met een hoge (aan de achterzijde) archeologische verwachting. Conform het vastgestelde bestemmingsplan is aan het plangebied dan ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ toegekend. In gebieden met een hoge archeologische verwachting hoeft pas archeologisch onderzoek plaats te vinden indien het terrein voor een oppervlakte van 500 m² dieper dan 0,5 m verstoord wordt.

Afbeelding 17. Uitsnede archeologische waardenkaart Horst aan de Maas

Met onderhavig initiatief worden deze ondergrenzen overschreden. Derhalve is er een archeologisch onderzoek5 uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek gold een lage verwachting voor alle archeologische perioden, gezien de ligging in een laagte in het dekzandgebied. Vanwege de hoge verwachting op de gemeentelijke beleidsadvieskaart is de verwachting uit het bureauonderzoek in het veld getoetst door middel van een verkennend booronderzoek.

5

Econsultancy, Archeologisch onderzoek Kogelstraat 74 te Horst, 7 april 2021, rapportnummer: 15008.001

Ontwerp

49

Tijdens het veldonderzoek is het dekzand aangetroffen op 80 à 170 cm -mv (24,0 à 24,6 m NAP). Binnen het dekzand zijn geen resten van een podzolbodem aangetroffen. Boven het dekzand bevond zich overwegend donkergrijs, vlekkerig zand, dat is geïnterpreteerd is al omgewerkt zand, gerelateerd aan erfinrichting in de 20 e eeuw en opvulling van een poel in het zuidwesten van het plangebied. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bevestigd. Tijdens eerdere booronderzoeken is dekzand direct ten noorden en zuidoosten op 24,9 à 25,8 m NAP aangetroffen. Verwacht wordt daarom dat binnen het plangebied minstens 30 cm van de C-horizont reeds verloren is gegaan. Dit gegeven, aangevuld met de ligging in een dekzandlaagte, leidt tot de conclusie dat geen archeologische waarden meer verwacht worden. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven.

5.7

Verkeer en parkeren

De woning, ter vervanging van de bedrijfswoning, blijft ontsloten via de Kogelstraat. De nieuwe woning wordt ontsloten via de Bemmelstraat. Door het saneren van de veehouderij en daarmee het vervallen van de transportbewegingen van en naar deze locatie en daarvoor in de plaat het realiseren van twee nieuwe woningen (waarvan één ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning) is er geen sprake van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen op de Kogelstraat en Bemmelstraat. Via de beide wegen is het plangebied uitstekend bereikbaar. Parkeren zal plaatsvinden op eigen terrein, hiervoor is meer dan voldoende plaats voorhanden. Bij beide woningen dienen op de oprit minimaal twee parkeerplaatsen gerealiseerd. De woningen voldoen daarmee aan de parkeernorm die in de “Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2019” is opgenomen.

5.8

Spuitzones gewasbescherming

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient er ook rekening te worden gehouden met spuitzones ten behoeve van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hoewel er voor het gebruik en de introductie van gewasbeschermingsmiddelen diverse wetten, besluiten en regels van toepassing zijn, zijn er geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt en nabijgelegen gevoelige functies, waaronder woningen. In de praktijk is een vuistregel ontstaan die aangeeft dat er ten minste een afstand van 50 meter tussen een (fruit)boomkwekerij en een gevoelig object in acht moet worden genomen. Deze afstand van 50 meter rondom (fruit)boomgaarden is een indicatieve afstand. Op basis van specifieke omstandigheden kan gemotiveerd van deze 50 meter worden afgeweken. De afstand tot een (fruit)boomkwekerij wordt bepaald door de driftblootstelling aan de gewasbeschermingsmiddelen. Deze driftblootstelling is afhankelijk van de toxiciteit van het gewasbeschermingsmiddel, de toegepaste spuittechnieken, kale of volle bladsituatie van de (fruit)bomen, een (gedeeltelijke) windhaag rondom het perceel en de overheersende windrichting.

Ontwerp

50

Rondom het plangebied bevinden zich geen (fruit)boomgaarden. Wel bevinden zich rondom het plangebied allerlei landbouwpercelen. Zoals gezegd wordt op deze landbouwpercelen geen (fruit)boomgaard geëxploiteerd. Het is ook niet waarschijnlijk dat in de directe omgeving (fruit)boomgaarden worden opgericht. Spuitzones vormen daarmee geen belemmering voor het initiatief.

Ontwerp

51

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

In de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat het kostenverhaal van de gemeente verplicht gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan verzekerd moet zijn. Op grond van artikel 6.12 lid 1 in samenhang met artikel 6.12 lid 4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad verplicht voor het verhaal van kosten een exploitatieplan op te stellen en vast te stellen gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan, indien er in dat bestemmingsplan een aangewezen bouwplan mogelijk wordt gemaakt. De plicht tot het vaststellen van een exploitatieplan geldt niet als het kostenverhaal anderszins is geregeld, bijvoorbeeld middels een anterieure overeenkomst. In dit geval wordt er voor vaststelling van het bestemmingsplan een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemer, waarbij kosten en eventuele planschade voor rekening en risico komen van initiatiefnemer waardoor kostenverhaal voor de gemeente volledig anderszins is verzekerd. Hierdoor is in onderhavig geval géén plicht tot vaststelling van een exploitatieplan.

6.2

Handhaving

Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Horst aan de Maas samen met de gemeente Venray als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering, maar ook alle juridische, administratieve en beleidsmatige ondersteuning. In 2012 is het eerste integraal handhavingsbeleid in werking getreden. Inmiddels is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. In dit integrale handhavingsbeleid is één van de speerpunten hoe in de economische situatie van de afgelopen jaren met minder middelen net zo veel of meer aan handhaving gedaan kan worden.

In dit kader zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid; 2. preventie gaat boven repressie; 3. draagvlak creëren; 4. servicegericht handelen, en 5. alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. 1. “Appelleren aan eigen verantwoordelijkheid” wil zeggen dat de verantwoordelijkheid bij de burgers, bedrijven en instellingen terecht komt, dit is ten slotte ook waar hij thuishoort. Dit vergt wel een bepaald vertrouwen van de gemeente over de burgers, bedrijven en instellingen binnen hun gemeente. Wordt dit vertrouwen geschaad dan treedt de gemeente consequent hard op. Er kan nu meer op risicogroepen of

Ontwerp

52

2.

3.

4.

5.

zwakke schakels ingezet worden, de capaciteit van de handhaving is dus beter in te delen en kan efficiënter gebruikt worden. ''Preventie gaat boven repressie'' wil zeggen dat meer aandacht besteedt wordt aan het voorkomen van overtredingen dan het aanpakken van bestaande overtredingen. Hierdoor hoeven er niet zoveel tijdrovende en geldverslindende, bestuursrechtelijke procedures doorlopen te worden. Er wordt dus met zo min mogelijk inzet zoveel mogelijk resultaat behaald. Verder is “draagvlak creëren” een van de uitgangspunten. Dit houdt in dat er duidelijk over handhaving wordt gecommuniceerd en dat er ook daadwerkelijk gedaan wordt wat er gezegd wordt. Belangrijk is ook om dingen die spelen bij burgers, ondernemers, instellingen, scholen en verenigingen mee te nemen in het uitvoeringsprogramma en dat rechtsgelijkheid wordt nagestreefd. Het vierde uitgangspunt is “servicegericht handelen”. Dit houdt in dat de overheid zich dienstbaar opstelt. De gemeente denkt mee en speelt in op ongewenste situaties. Ook is de gemeente 24 uur per dag bereikbaar. Zo wordt een gevoel van veiligheid en een leefbare omgeving gecreëerd. Er is dus meer aandacht nodig voor de aanpak van overlastfeiten in de openbare ruimte. Het laatste uitgangspunt is “alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen”.

Er worden dus alleen besluiten genomen en regels ingesteld die ook daadwerkelijk handhaafbaar zijn. Overbodige regels worden geschrapt om alles overzichtelijk te houden en er wordt zorg gedragen voor voldoende deskundige capaciteit, op deze manier kan gedogen geminimaliseerd worden.

Bij handhaving staat de nalevingsstrategie centraal. Hierin is opgenomen welke activiteiten worden ondernomen om te komen tot naleving van de regels. De nalevingsstrategie kan op zijn beurt worden onderverdeeld in de volgende strategieën: 1. preventiestrategie; 2. toezichtstrategie; 3. sanctiestrategie, en 4. gedoogstrategie. Vaak wordt er gekozen voor een combinatie van deze strategieën om het resultaat te vergroten. Bij deze strategieën passen verschillende handhavingsinstrumenten. Onder de preventieve handhavingsinstrumenten vallen onder andere deregulering, kritisch zijn op het formuleren van regels, handhaafbaarheid van de regels en communicatie en voorlichting. De regels moeten bekend zijn bij de doelgroep, er dient dus duidelijk gecommuniceerd te worden over handhavingsactiviteiten en de gemeentelijke prioriteiten. Naast de preventieve handhavingsinstrumenten zijn er ook nog de repressieve handhavingsinstrumenten. Dit zijn onder andere het betalen van een dwangsom, bestuursdwang en intrekking van begunstigde beschikking. Bij een dwangsom wordt er een geldbedrag per overtreding of tijdseenheid dat de overtreding voortduurt betaald aan de gemeente. Bestuursdwang houdt in dat een overtreding op kosten van de overtreder ongedaan gemaakt wordt. Als laatste kan een begunstigde beschikking worden ingetrokken, op deze manier wordt een activiteit juridisch onmogelijk gemaakt.

Het kan hierbij ook gaan om een gedeeltelijke ontheffing. Vaak volgt op het intrekken van een begunstigde beschikking nog het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. Naast bestuursrechtelijk aanpakken van overtreders kan het soms ook de voorkeur hebben om een overtreder strafrechtelijk aan te pakken. Op deze manier kunnen de vaak langdurende juridische procedures die gemoeid zijn met de bestuursrechtelijk aanpak ontlopen worden. Bij strafrechtelijke aanpak moet gedacht worden aan bestuurlijke strafbeschikking en een proces-verbaal. Wanneer er een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is aangegaan kan ook voor de privaatrechtelijke worden gekozen. Hierbij gaat, wanneer het mogelijk is, de bestuursrechtelijke aanpak wel voor. Ten slotte kan er voor een gedoogbeschikking gekozen worden. Dit gebeurt uitsluitend voor gevallen die veroorzaakt zijn door onvoorziene omstandigheden of overgangssituaties.

Ontwerp

53

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft voorafgaand aan de feitelijke bestemmingsplanprocedure een gezamenlijke informatieavond georganiseerd voor de directe betrokken omwonenden, met als doel de buurt te informeren over de plannen en de in voorbereiding zijnde bestemmingswijziging. De omwonenden hebben het verhaal tot zich kunnen nemen en hierop kunnen reageren. Alle omwonenden hebben aangegeven op het eerste gezicht geen bezwaren te hebben tegen de gepresenteerde wijzigingen van het bestemmingsplan en kunnen zich positief vinden in de plannen. Indien het bestemmingsplan als zodanig wordt voortgezet verwachten de omwonenden dan ook niet bezwaar en/of beroep aan te tekenen gedurende de procedure van het bestemmingsplan.

Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties. PM Zienswijzen PM

6.4

Procedure

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;

Ontwerp

54

▪

Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ontwerp

55

7. JURIDISCHE TOELICHTING

7.1

Planstukken

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: ▪ toelichting ▪ planregels ▪ verbeelding Met het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aangesloten bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: ▪ Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; ▪ PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; ▪ Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012. Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Horst aan de Maas voldoet het bestemmingsplan qua systematiek aan het vastgestelde bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas.

7.2

Toelichting op de verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken en aanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen zijn in de vorm van een vlak weergegeven. Deze aanduiding is digitaal altijd aan te klikken en zal dan oplichten, waardoor duidelijk is wat de grens van het aanduidingsvlak is. Op www.ruimtelijkeplannen.nl is hiervoor ‘het verrekijkertje’ voor de opgesomde aanduiding aan te klikken. Het vlak zal dan rood oplichten. Op de papieren kaart zijn functieaanduidingen en bouwaanduidingen begrensd door een ‘haaientandlijn’ en worden maatvoeringsaanduidingen weergegeven door een onderbroken lijn. Bij onduidelijkheid of een tegenstrijdigheid is de digitale weergave van doorslaggevende betekenis. Anders gezegd, de papieren kaart heeft hierin geen betekenis meer.

7.3

Toelichting op de planregels

De regels zijn standaard als volgt opgebouwd: ▪ Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en een bepaling over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. ▪ Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. ▪ Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelbepaling, de procedurebepaling en algemene regels ten aanzien van omgevingsvergunningen.

Ontwerp

56

▪

Hoofdstuk 4 tenslotte bevat het overgangsrecht en de slotregels met daarin de titel van het bestemmingsplan.

De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Vervolgens wordt in de bouwregels aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid is een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht. Om bepaalde ontwikkelingen te sturen, respectievelijk in de hand te houden, is bij sommige bestemmingen tevens gekozen voor het opnemen van omgevingsvergunnings- en wijzigingsbepalingen. Na het doorlopen van een in het bestemmingsplan nader uiteengezette procedure, kan aan deze ‘flexibliteitsbepalingen’ medewerking worden verleend. Om te voorkomen dat bestemmingen gefrustreerd worden, zijn diverse bestemmingen voorzien van een stelsel van omgevingsvergunningen voor werken en werkzaamheden. Hierin is geregeld dat een aantal werken en werkzaamheden verboden is, tenzij het bevoegd gezag hiervoor een omgevingsvergunning heeft afgegeven.

Ontwerp

57

Gegenereerd op: 15-10-2021

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: effecten Reysenbeckstraat 32 151 Gemaakt op: 2021-10-15 14:09:21 Rekentijd: 0:00:18 Naam van het bedrijf: effecten Reysenbeckstraat 32 Berekende ruwheid: 0,354 m

Brongegevens: Volgnr. BronID 1

Reysenbeckstraat 32

X-coord. 200 512

Y-coord. 383 846

EP Hoogte 6,0

EP Diam. 0,5

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

2

Bemmelstraat 1

200 432

384 151

14,0

0,0

3

Bemmelstraat 2

200 456

384 160

14,0

0,0

4

Bemmelstraat 3

200 464

384 130

14,0

0,0

5

Bemmelstraat 4

200 444

384 122

14,0

0,0

6

Kogelstraat 1

200 403

384 131

14,0

0,0

7

Kogelstraat 2

200 465

384 117

14,0

0,0

8

Kogelstraat 3

200 472

384 101

14,0

0,0

9

Kogelstraat 4

200 397

384 106

14,0

0,0

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 4,00

129

Geb. Hoogte 6,0

Gegenereerd op: 15-10-2021

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

Gegenereerd op: 15-10-2021

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: effecten Bemmelstraat 9a 1510202 Gemaakt op: 2021-10-15 14:07:24 Rekentijd: 0:00:22 Naam van het bedrijf: effecten Bemmelstraat 9a Berekende ruwheid: 0,532 m

Brongegevens: Volgnr. BronID 1

Bemmelstraat 9a

X-coord. 200 831

Y-coord. 384 212

EP Hoogte 6,0

EP Diam. 0,5

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

2

Bemmelstraat 1

200 432

384 151

14,0

0,1

3

Bemmelstraat 2

200 456

384 160

14,0

0,1

4

Bemmelstraat 3

200 464

384 130

14,0

0,1

5

Bemmelstraat 4

200 444

384 122

14,0

0,1

6

Kogelstraat 1

200 403

384 131

14,0

0,1

7

Kogelstraat 2

200 465

384 117

14,0

0,1

8

Kogelstraat 3

200 472

384 101

14,0

0,1

9

Kogelstraat 4

200 397

384 106

14,0

0,1

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 4,00

1 950

Geb. Hoogte 6,0

Gegenereerd op: 15-10-2021

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Veehouderij en Woningen Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 1/15

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Bureau Leefomgeving

Kogelstraat 74, 5963 AP Hegelsom

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Twee woningen Kogelstraat Hegelsom

Rg3ir9ER98CD

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

15 oktober 2021, 15:00

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

-

7,56 kg/j

7,56 kg/j

NH3

374,00 kg/j

< 1 kg/j

-373,86 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Verschilberekening gebruiksfase

Resultaten

Veehouderij Woningen

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 2/15

Resultaten

Locatie Veehouderij

Emissie Veehouderij

Bron Sector

Hinderwetvergunning Landbouw | Stalemissies

Resultaten

Veehouderij Woningen

Emissie NH3

Emissie NOx

374,00 kg/j

-

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 3/15

Resultaten

Locatie Woningen

Emissie Woningen

Resultaten

Bron Sector

Veehouderij Woningen

Emissie NH3

Emissie NOx

Woning Kogelstraat Plan | Plan

-

3,03 kg/j

Woning Bemmelstraat Plan | Plan

-

3,03 kg/j

Verkeer richting Hegelsom Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Verkeer richting Horst Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 4/15

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Groote Peel

0,01

0,00

0,00

Leudal

0,01

0,00

0,00

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

0,01

0,00

0,00

Meinweg

0,01

0,00

0,00

Sint Jansberg

0,01

0,00

- 0,01

Strabrechtse Heide & Beuven

0,01

0,00

- 0,01

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,01

0,00

- 0,01

Sarsven en De Banen

0,01

0,00

- 0,01

Zeldersche Driessen

0,01

0,00

- 0,01

Roerdal

0,01

0,00

- 0,01

Swalmdal

0,01

0,00

- 0,01

Maasduinen

0,01

0,00

- 0,01

Boschhuizerbergen

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

-0,01

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Veehouderij Woningen

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 5/15

Resultaten

Resultaten per habitattype

Groote Peel Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

Lg04 Zuur ven

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Leudal Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,00

0,00

ZGH9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)

0,01

0,00

- 0,01

H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)

0,01

0,00

- 0,01

Veehouderij Woningen

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-0,01

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 6/15

Resultaten

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

L4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg09 Droog struisgrasland

0,01

0,00

0,00

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

- 0,01

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

- 0,01

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,01

0,00

- 0,01

ZGH91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

- 0,01

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

- 0,01

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

- 0,01

Veehouderij Woningen

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 7/15

Resultaten

Meinweg Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

0,00

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

- 0,01

Lg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop

0,01

0,00

- 0,01

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,00

- 0,01

H3160 Zure vennen

0,01

0,00

- 0,01

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,01

0,00

- 0,01

ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

- 0,01

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

- 0,01

Veehouderij Woningen

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 8/15

Resultaten

Sint Jansberg Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

- 0,01

L91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,00

- 0,01

H7210 Galigaanmoerassen

0,01

0,00

- 0,01

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,00

- 0,01

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Strabrechtse Heide & Beuven Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H3160 Zure vennen

0,01

0,00

- 0,01

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

- 0,01

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

- 0,01

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,00

- 0,01

Lg03 Zwakgebufferde sloot

0,01

0,00

- 0,01

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,00

- 0,01

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,00

- 0,01

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

- 0,01

Veehouderij Woningen

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 9/15

Resultaten

Deurnsche Peel & Mariapeel Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

- 0,01

Lg04 Zuur ven

0,01

0,00

- 0,01

ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

- 0,01

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

- 0,01

H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)

0,03

0,00

- 0,03

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Sarsven en De Banen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H3110 Zeer zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

- 0,01

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

- 0,01

H3140hz Kranswierwateren, op hogere zandgronden

0,01

0,00

- 0,01

Veehouderij Woningen

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 10/15

Resultaten

Zeldersche Driessen Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

- 0,01

H91F0 Droge hardhoutooibossen

0,01

0,00

- 0,01

H6120 Stroomdalgraslanden

0,01

0,00

- 0,01

H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Roerdal Habitattype

Lg03 Zwakgebufferde sloot

0,01

0,00

- 0,01

Lg06 Dotterbloemgrasland van beekdalen

0,01

0,00

- 0,01

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,01

0,00

- 0,01

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,00

- 0,01

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Veehouderij Woningen

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 11/15

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Veehouderij

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3

Dier

Resultaten

RAV code

Omschrijving

A 3.100

overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)

Veehouderij Woningen

Hinderwetvergunning 200455, 384117 1,5 m 0,7 ha 2,5 m 0,000 MW 374,00 kg/j Aantal Stof dieren

Emissiefactor (kg/dier/j)

Emissie

85 NH3

4,400

374,00 kg/j

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 12/15

Resultaten

Emissie (per bron)

Woning Kogelstraat 200428, 384110 3,03 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Woningen

NOx

Sector

Categorie

Omschrijving

Eenheden Stof

Emissie

Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning

Woning Kogelstraat

1,0 NOx

3,03 kg/j

Naam

Woning Bemmelstraat 200448, 384145 3,03 kg/j

Locatie (X,Y) NOx

Sector

Categorie

Omschrijving

Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning

Woning Bemmelstraat

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Veehouderij Woningen

Eenheden Stof

Emissie

1,0 NOx

3,03 kg/j

Verkeer richting Hegelsom 200160, 383149 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

4,3 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 13/15

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Veehouderij Woningen

Verkeer richting Horst 200813, 384786 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

4,3 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 14/15

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Veehouderij Woningen

Rg3ir9ER98CD (15 oktober 2021) pagina 15/15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025654/1