CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06c Toelichting

Gemeenteraad 9 april 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Berry Briljant.27.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hoofdstuk 5

74

6.

UITVOERBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan, zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. De gemeente kan hiervan afzien indien:  Het kostenverhaal anderszins is verzekerd;  Het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en  Het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de oprichting van diverse gebouwen mogelijk op het terrein van Aardbeienland en bij de onderzoekscentra. Het plan biedt hiermee mogelijkheden voor een bouwplan in de zin van artikel 6.12 van de Wro, waardoor een verplichting tot kostenverhaal geldt.

Tussen de initiatiefnemers en de gemeente Horst aan de Maas wordt een anterieure overeenkomst gesloten om afspraken te maken over het kostenverhaal en planschade.

6.2 Handhaving De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012 - 2015). Het beleidsplan bevat naast visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt om gegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient.

Hoofdstuk 6

75

De uit deze visie voorvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie. 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat het maatschappelijk veld, met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Voor onderhavige ontwikkeling is een omgevingsdialoog gevoerd met de direct omwonenden van het besluitgebied. Het voornemen is voorgelegd aan de omwonenden en inzichtelijk gemaakt o.a. via tekeningen aan de hand van een presentatie. De omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden op 12 april 2022. De presentatie van de omgevingsdialoog is bijgevoegd als separate bijlage bij dit bestemmingsplan. Er zijn verder geen bijzondere bedenkingen geuit van omwonenden. Er is voornamelijk zeer positief gereageerd op de voorliggende plannen. Tevens heeft op 4 oktober 2022 een voorlichting plaatsgevonden aan de Gemeenteraad van Horst aan de Maas. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. Bij het voorliggende initiatief zal het bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg aan de provincie Limburg en het waterschap Limburg worden voorgelegd. Er zijn geen belangen van het Rijk in het geding, waardoor vooroverleg met de rijksoverheid niet noodzakelijk is.

Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt géén inspraakprocedure gevolgd. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij voor eenieder de mogelijkheid bestaat een zienswijze op het plan in te dienen.

Hoofdstuk 6

76

Zienswijzenprocedure ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wro gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen indienen.

Hoofdstuk 6

77

7.

JURIDISCHE TOELICHTING

7.1 Planstukken Het bestemmingsplan ‘Berry Briljant’ is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regels voldoen tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

7.2 Toelichting op de verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’, ‘Agrarisch met waarden – Agrarisch onderzoekscentrum’, ‘Recreatie – Dagrecreatie’ en ‘Verkeer’ zijn weergegeven. Daarnaast zijn de geldende archeologische dubbelbestemmingen in de conceptversie van de verbeelding overgenomen overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie, te weten ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 6’. De resultaten van het archeologisch onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Indien de gemeente Horst aan de Maas akkoord gaat met de bevindingen van het archeologisch onderzoek en het daarin geformuleerde advies (paragraaf 5.6) kan het plangebied (uitgezonderd van percelen 1745 en 1747) vrij worden gegeven van archeologische dubbelbestemmingen. Voor de gronden grenzend aan de A73 zijn de gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone – weg 1’ (zone 0-50 meter van de weg) en ‘vrijwaringszone – weg 2’ (zone 50-100 van de weg) opgenomen overeenkomstig de vigerende bestemmingsplannen.

Voor het gehele plangebied is daarnaast de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' opgenomen. Tot slot zijn de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – beekdal’ en ‘overige zone – heideontginning’ opgenomen op delen van het plangebied overeenkomstig de vigerende bestemmingsplannen.

7.3 Toelichting op de regels 7.3.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de bij het bestemmingsplan behorende planregels van een nadere toelichting voorzien. De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestem-

Hoofdstuk 7

78

mingen. Deze zijn opgesteld op basis van de Wro, het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), alsmede de gemeentelijke notitie ‘Bestemmingsplannen van de gemeente Horst aan de Maas, uitgangspunten voor bureaus’. De planregels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en waar er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is aangesloten bij de regels van de vigerende bestemmingsplannen in dit plangebied, waaronder het bestemmingsplan ‘Buitengebied van Horst aan de Maas’ en de daarop volgende herziening. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Deze hoofdstukindeling is opgebouwd conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Inleidende regels In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Bestemmingsregels In dit artikel wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld.

Algemene regels In de algemene regels is een aantal artikelen opgenomen die van toepassing zijn op het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelregel, de algemene bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings-, wijzigingsregels en de overige regels. Overgangs- en slotregels In de bepaling ‘overgangsrecht’ zijn de overgangsregels ten aanzien van bebouwing en gebruik opgenomen. De slotregel bevat de titel hoe het plan aangehaald dient te worden. 7.3.2 Artikelsgewijze toelichting planregels Hiernavolgend worden de planregels artikelsgewijs van een nadere toelichting voorzien. Hoofdstuk

regel

toelichting

Inleidende regels

1.

De in de planregels gebezigde begrippen

Begrippen

worden hierin omschreven. 2.

Wijze van meten

Een omschrijving van de wijze waarop het

Bestemmingsre-

3.

Agrarisch met waarden

Deze artikelen bevatten de enkelbestem-

gels

4.

Agrarisch met waarden –

mingen en zijn opgebouwd conform de

Agrarisch onderzoekscen-

richtlijnen uit de SVBP 2012 en de Wet al-

meten dient plaats te vinden.

Hoofdstuk 7

trum

gemene bepalingen omgevingsrecht,

5.

Recreatie – Dagrecreatie

waarin een vaste opzet voor de bestem-

6.

Verkeer

mingsregels is vastgelegd. De opzet voor

79

7.

Wonen

het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid

8.

Waarde – Archeologie 3

Deze artikelen bevatten de dubbelbestem-

9.

Waarde – Archeologie 6

mingen, deze zijn op soortgelijke wijze opgebouwd als de enkelbestemmingen.

Algemene regels

10. Anti-dubbeltelregel

In de anti-dubbeltelregel is vastgelegd dat

11. Algemene bouwregels

grond die eenmaal in aanmerking is geno-

12. Algemene gebruiksregels

men bij het toestaan van een bouwplan

13. Algemene aanduidingsregels waaraan uitvoering is gegeven of alsnog 14. Algemene afwijkingsregels

kan worden gegeven, bij de beoordeling

15. Algemene wijzigingsregels

van latere bouwplannen buiten beschou-

16. Overige regels

wing blijft. In de algemene bouwregels zijn de regels opgenomen omtrent ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen, bestaande afstanden en andere maten, warmte-koudeopslag en bouwen in de buurt van agrarische bedrijven. In de algemene gebruiksregels zijn de algemene regels omtrent het gebruik van de gronden opgenomen, waaronder strijdig gebruik, warmte-koudeopslag, aan huis verbonden beroepen en bed & breakfast. In de algemene aanduidingsregels zijn de regels omtrent gebiedsaanduidingen opgenomen. In de algemene afwijkingsregels zijn algemene regels opgenomen voor geringe afwijkingen, sanering van bijbehorende bouwwerken, buitenopslag en huisvesting van arbeidsmigranten. In de algemene wijzigingsregels zijn de algemene regels opgenomen omtrent het wijzigen van bestemmingen naar Agra-

Hoofdstuk 7

80

risch met waarden, wijzigingen ten behoeve van waterberging, verschuiven van bestemmingsgrenzen en het vergroten van de inhoud van (bedrijfs)woningen. In de overige regels zijn regels omtrent parkeren opgenomen. Overgangs- en

17. Overgangsrecht

Het artikel overgangsrecht bevat de over-

slotregels

18. Slotregel

gangsbepalingen met betrekking tot bebouwing respectievelijk het gebruik van gronden en bouwwerken. De slotregel geeft de titel van de planregels aan.

Hoofdstuk 7

81

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13931666/1