CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06c Toelichting

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Verplaatsing woningbouwtitel Konijnenweg naar Klassenweg.18.816 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ‘Verplaatsing woningbouwtitel Konijnenweg naar Klassenweg’ Gemeente Horst aan de Maas Vastgesteld

Bestemmingsplan ‘Verplaatsing woningbouwtitel Konijnenweg naar Klassenweg’ Gemeente Horst aan de Maas Vastgesteld

Rapportnummer:

P01304

Idn nr.

NL.IMRO.1507.BPSNKLASSEGUSSE-BPV1

Datum:

30 juni 2022

Opdrachtgever:

Ruimte voor Ruimte Limburg CV

Projectleider BRO:

SDr, DAd

Trefwoorden:

Bestemmingsplan, bouwkavel, vrijstaande woning, woningbouwtitel, Klassenweg, Sevenum, Konijnenweg, Melderlso, gemeente Horst aan de Maas

Bron foto kaft:

Hollandse Hoogte 3

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren van een bouwkavel voor een vrijstaande woning aan de Klassenweg in Sevenum. Tevens wordt hierbij een bestaande woningbouwtittel aan de Konijnenweg in Melderslo wegbestemd; dit perceel krijgt een agrarische bestemming.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

TOELICHTING

2

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5 7

2.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur 2.3 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie

8 8 9 10

2.3.1 Historische ontwikkeling 2.3.2 Cultuurhistorie

3.

4.

10 11

BELEID 3.1 Inleiding 3.2 (Europees) en Rijksbeleid

12 12 12

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.2.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.2.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) 3.2.5 Wet milieubeheer 3.3 Provinciaal beleid

12 13 13 14 14 15

3.3.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.4 Regionaal beleid

15 17 18 18

3.4.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 3.5 Gemeentelijk beleid

18 19

3.5.1 Structuurvisie ‘Horst aan de Maas’ 3.5.2 Ontwerp Omgevingsvisie Horst aan de Maas 3.5.3 Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021-2025 3.5.4 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ en partiële herziening 3.5.5 Bestemmingsplan ‘De Krouwel’ 3.5.6 Bestemmingsplan ‘Ruimte-voor-ruimte woning Konijnenweg te Melderslo’ 3.6 Conclusie

19 21 22 23 24 24 24

PLANBESCHRIJVING 4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan 4.2 Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten 4.3 Landschappelijke inpassing

25 25 26 27

Inhoudsopgave

1

5.

SECTORALE ASPECTEN 5.1 Inleiding 5.2 Milieuaspecten

29 29 29

5.2.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit 5.2.2 Geluid 5.2.3 Luchtkwaliteit 5.2.4 Geur 5.2.5 Bedrijven en milieuzonering 5.2.6 Externe veiligheid 5.2.7 Milieueffectrapportage 5.2.8 Gezondheid 5.3 Waterparagraaf 5.4 Kabels en leidingen 5.5 Ecologie

29 30 30 32 33 35 38 39 39 43 43

5.5.1 Beleid 5.5.2 Toetsing 5.5.3 Conclusie 5.6 Archeologie en cultuurhistorie 5.7 Verkeer en parkeren 5.8 Duurzaamheid

43 44 46 46 47 48

6.

UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Handhaving 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49 49 50

7.

JURIDISCHE TOELICHTING 7.1 Planstukken 7.2 Toelichting op de verbeelding 7.3 Toelichting op de regels

51 51 51 51

7.3.1 Algemeen 7.3.2 Artikelsgewijze toelichting planregels

Inhoudsopgave

51 52

2

SEPARATE BIJLAGEN: 1. Aeres Milieu, Verkennend bodemonderzoek Klassenweg (ong.) te Sevenum, projectnummer AM19307, 5 september 2019 2. K+ Adviesgroep, Akoestisch onderzoek geluiduitstraling agrarisch bedrijf Raedts, Klassenweg 31/33 te Sevenum, gemeente Horst aan de Maas, projectnummer M17 629.401.1, 2 juli 2018 3. Aeres Milieu, Infiltratieonderzoek Klassenweg te Sevenum, projectnummer AM19703, 8 oktober 2019 4. BRO, Quickscan flora en fauna ‘Klassenweg’ te Sevenum, projectnummer P01304, 23 juli 2019 5. Aeres Milieu, Programma van Eisen Klassenweg (ong.) te Sevenum, projectnummer AM19307, 25 maart 2021 6. Aeres Milieu, Archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven Klassenweg te Sevenum (gemeente Horst aan de Maas), projectnummer AM19307-2, 3 februari 2022

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Het voornemen bestaat om aan de Klassenweg in Sevenum, tussen de huisnummers 27 en 31, één bouwkavel voor de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte woning te realiseren. Dit plan is op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ niet rechtstreeks mogelijk. De beoogde kavel is in dit bestemmingsplan namelijk grotendeels bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. Binnen deze bestemming mogen geen reguliere woningen worden gebouwd. Om de woningbouwkavel mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van een bestaande woningbouwtitel, die op een perceel aan de Konijnenweg in Melderslo rust. Op dit perceel is feitelijk geen woning aanwezig. De woningbouwtitel op deze locatie wordt wegbestemd vanwege de ligging nabij een bovengrondse hoogspanningsverbinding, en verplaatst naar de locatie aan de Klassenweg in Sevenum. De locatie aan de Konijnenweg krijgt een agrarische bestemming. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

Topografische kaart met globale ligging plangebied locatie Klassenweg, Sevenum (rood omcirkeld)

Hoofdstuk 1

4

Topografische kaart met globale ligging plangebied locatie Konijnenweg, Melderslo (rood omcirkeld)

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Het eerste deelgebied is gelegen aan de Klassenweg, aan de zuidoostzijde van de kern Sevenum. Dit gebied bestaat uit delen van de percelen, kadastraal bekend als Sevenum, sectie S, nummers 433 en 813. De locatie grenst aan de oostzijde aan het agrarische bedrijf aan de Klassenweg 31/33 en aan de zuidzijde aan de Klassenweg. Aan de overzijde van deze weg liggen voornamelijk agrarische gronden en burgerwoningen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de burgerwoning aan de Klassenweg 27. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan woningbouwkavels die deel uitmaken van de woningbouwlocatie De Krouwel. Het tweede deelgebied is gelegen aan de noordzijde van de Konijnenweg, aansluitend aan het woongebied Gussekuulke, aan de zuidwestzijde van Melderslo. Dit gebied bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als Horst, sectie B, nummers 8557 en 8558. De locatie grenst aan de noordzijde aan een agrarisch perceel en aan de oostzijde aan het woongebied Gussekuulke. De westelijke plangrens wordt gevormd door een onverharde weg, die aan de zuidzijde aansluit op de Konijnenweg. Aan de overzijde van deze weg, ten westen van dit deelgebied, ligt een grondgebonden agrarisch bedrijf

1.3 Vigerende bestemmingsplannen Deelgebied Klassenweg, Sevenum Het merendeel van het deelgebied aan de Klassenweg is juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’, dat op 19 december 2017 door de raad

Hoofdstuk 1

5

van de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld. Dit bestemmingsplan is op onderdelen herzien in het op 8 september 2020 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020’. Deze herziening heeft voor het plangebied aan de Klassenweg uitsluitend enkele wijzigingen in de regels tot gevolg. In de geldende bestemmingsplannen is de locatie bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. Op het meest oostelijke deel ligt een deel van het bouwvlak van het naastgelegen agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming is de realisatie van een burgerwoning niet toegelaten. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ ligt op het gehele plangebied. Deze gronden zijn op de eerste plaats bestemd voor de bescherming van het aanwezige archeologische bodemarchief. In paragraaf 5.7 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie. Tot slot ligt de gebiedsaanduiding ‘overige zone – velden’ op dit gehele deelgebied. De gronden zijn op basis van deze aanUitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de duiding tevens bestemd voor het Maas', met ligging plangebied (rood omlijnd) behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden.

Het meest noordwestelijke deel van het deelgebied is juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan ‘De Krouwel’, dat op 7 december 2009 door de raad van de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld. Dit deel van het plangebied is bestemd tot ‘Wonen’, waardoor het gebruik voor een woonfunctie hier in principe al mogelijk is. Het realiseren van een nieuwe woning is echter niet mogelijk, mede vanwege het ontbreken van een bouwvlak. Deelgebied Konijnenweg, Melderslo Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘De Krouwel’, Op het deelgebied aan de Konijnenweg in Mel- met ligging plangebied (rood omlijnd) derslo is het vigerende bestemmingsplan ‘Ruimte-voor-ruimte woning Konijnenweg te Melderslo’ van toepassing, dat op 3 november 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd tot ‘Wonen. Binnen deze bestemming is een bouwvlak aanwezig,

Hoofdstuk 1

6

waarbinnen één woning mag worden gebouwd. Feitelijk is echter nog geen woning gerealiseerd. Het meest westelijke deel van het plangebied heeft daarnaast de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’, ten behoeve van de ten westen van het plangebied gelegen bovengrondse hoogspanningsverbinding.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Ruimte-voor-ruimte woning Konijnenweg te Melderslo’ met ligging plangebied (rood omlijnd)

1.4 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In het volgende hoofdstuk vindt een beschrijving van het plangebied plaats. In hoofdstuk 3 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de gewenste ruimtelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling. Hoofdstuk 5 bevat een verantwoording van de diverse sectorale aspecten. In hoofdstuk 6 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. In hoofdstuk 7 is tot slot de wijze van bestemmen opgenomen.

Hoofdstuk 1

7

2.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED

2.1 Ruimtelijke structuur Deelgebied klassenweg, Sevenum De voorliggende locatie maakt deel uit van een bebouwingslint, dat is gelegen aan de Klassenweg, aan de zuidoostzijde van de kern Sevenum. Het plangebied ligt aan de rand van Sevenum. Ten noorden van het plangebied is het woongebied De Krouwel in ontwikkeling. Hier worden in totaal 39 Ruimte voor Ruimte woningen ontwikkeld, waarvan reeds een deel is gerealiseerd.

Luchtfoto plangebied Klassenweg (rood omlijnd) en omgeving

De Klassenweg vormt in westelijke richting de verbinding met de kern Sevenum. In oostelijk richting leidt de Klassenweg via de Zeesweg naar de doorgaande Venloseweg, die de verbinding vormt tussen Sevenum in het noordwesten en het industrieterrein Trade Port en de A67 in zuidoostelijke richting. Deelgebied Konijnenweg, Melderslo De locatie aan de Konijnenweg is aansluitend gelegen aan het woongebied Gussekuulke, aan de zuidwestelijke rand van de kern Melderslo. Direct ten westen van het plangebied is een onverhard pad gelegen, dat in zuidelijke richting aansluit op de Konijnenweg. De Konijnenweg

Hoofdstuk 2

8

vormt in oostelijke richting de verbinding met de dorpskern van Melderslo en leidt in westelijke richting naar het omliggende landelijke gebied.

Luchtfoto plangebied Konijnenweg (rood omlijnd) en omgeving

2.2 Functionele structuur Deelgebied klassenweg, Sevenum Het plangebied maakt in de huidige situatie deel uit van het agrarisch bedrijf aan de Klassenweg 31/33. Er is geen bebouwing aanwezig en de locatie is grotendeels begroeid met gras en enkele bomen en struiken. Ten noorden van het plangebied liggen percelen die deel uitmaken van de ontwikkelingslocatie De Krouwel, waar de nieuwbouw van woningen is voorzien. Enkele van deze percelen zijn momenteel nog in gebruik als agrarisch grasland. Daarnaast zijn op een aantal percelen reeds woningen gerealiseerd. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan het grondgebonden agrarische bedrijf aan de Klassenweg 31/33 en aan de westzijde aan de burgerwoning aan de Klassenweg 27. De locatie maakt tevens deel uit van het bebouwingslint aan de Klassenweg, dat hoofdzakelijk bestaat uit burgerwoningen, met hier tussenin agrarische percelen. In zuidelijke en oostelijke richting ligt het landelijk gebied, met hoofdzakelijk een agrarische functie en verspreid gelegen woningen. Verder richting het noorden en westen liggen woonwijken die deel uitmaken van de kern Sevenum.

Hoofdstuk 2

9

Deelgebied Konijnenweg, Melderslo De locatie grenst aan het bestaande, en deels nog in ontwikkeling zijnde woongebied Gussekuulke. Het plangebied zelf is weliswaar bestemd tot ‘Wonen’ in het vigerende bestemmingsplan, maar in werkelijkheid is op deze locatie nog geen woning gerealiseerd. Het perceel kent een agrarisch gebruik en is begroeid met gras. De locatie grenst aan de noordzijde aan een agrarisch perceel en aan de oostzijde aan het woongebied Gussekuulke. De westelijke plangrens wordt gevormd door een onverharde weg, die aan de zuidzijde aansluit op de Konijnenweg. Aan de overzijde van deze weg, ten westen van dit deelgebied, ligt een grondgebonden agrarisch bedrijf. In westelijke en zuidelijke richting is het landelijk gebied gelegen, met een hoofdzakelijk agrarisch gebruik met verspreid gelegen bebouwing, zoals woningen en (agrarische) bedrijven). In noordelijke en oostelijke richting is de dorpskern Melderslo gelegen. Het gebruik ter plaatse bestaat voornamelijk uit woningen met tuinen.

2.3 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie 2.3.1 Historische ontwikkeling Deelgebied klassenweg, Sevenum Van oudsher is Sevenum een agrarisch dorp (esdorp). Al in het bronzen en ijzeren tijdperk was er sprake van enige bewoning, wat blijkt uit een aantal vondsten uit die periode. Het oudste document waarin Sevenum wordt genoemd is een aflaatbrief uit 1317. In 1674 werd Sevenum een zelfstandige heerlijkheid, die behoorde bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het gebied door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits, tot de komst van de Franse troepen in 1794. In deze Franse tijd werd Sevenum bij Horst gevoegd (1800). Bij Koninklijk Besluit van Leopold I van België in 1836 werd Sevenum weer afgesplitst van Horst als een zelfstandige gemeente. Tot eind 2009 was Sevenum een zelfstandige gemeente, bestaande uit de dorpen Sevenum, Kronenberg en Evertsoord. Deze gemeente telde 7609 inwoners (2006) en had een oppervlakte van 45,62 km². Op 1 januari 2010 is de gemeente Sevenum samengegaan met Horst aan de Maas in de nieuwe gemeente Horst aan de Maas. Volgens divers historisch kaartmateriaal (bron: topotijdreis.nl) was de omgeving van het plangebied tot de jaren ’90 van de vorige eeuw in agrarisch gebruik.

Tot de jaren ’30 was er ook weinig bebouwing in de omgeving aanwezig. Het plangebied zelf heeft sinds het eind van de 19e eeuw tot op heden deel uitgemaakt van het agrarische bedrijf aan de Klassenweg 31/33. Vanaf ongeveer 2010 is het woongebied De Krouwel, ten noorden van het plangebied, in ontwikkeling. Deelgebied Konijnenweg, Melderslo De oudst bekende schriftelijke vermelding van Melderslo dateert van 1394, toen in de administratie van de stad Keulen het Meldersloervelde genoemd werd. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de feitelijke bewoning een paar eeuwen ouder is: aan het ontginningsveld

Hoofdstuk 2

10

Eikelenbos zijn vondsten aangetroffen daterend uit circa 1200. Melderslo is ontstaan uit drie ontginningsvelden in een bos: Meldersveld, Lochtsveld en Eikelenbosserveld. Waarschijnlijk was de bewoning in Melderslo in de middeleeuwen gekoppeld aan de vestiging van mensen in het gehucht Berkel (het latere dorp Horst, gelegen op circa 3 kilometer afstand) en het kasteel Ter Horst (op circa 1 kilometer afstand). Na de oprichting van een school in 1917 en een kerk in 1921 is Melderslo een echt dorp geworden en is het inwoneraantal gegroeid van 500 inwoners in 1900 naar circa 2.000 inwoners heden. Op basis van historisch kaartmateriaal (bron: topotijdreis.nl) was de nabije omgeving van het plangebied tot omstreeks 2000 onbebouwd. Verder in oostelijke richting, langs de Vlasvenstraat, waren eind 19e eeuw reeds verspreid gelegen boerderijen aanwezig. De wegenstructuur rond het plangebied is ook al zichtbaar op kaarten uit circa 1890 en is sindsdien vrijwel onveranderd. Vanaf de jaren ’70 is lintbebouwing opgericht langs de omliggende wegen. Het plangebied zelf is voor zover bekend nooit bebouwd geweest en kende een agrarisch gebruik. Het naastgelegen woongebied Gussekuulke is omstreeks 2010 gerealiseerd.

2.3.2 Cultuurhistorie Binnen beide deelgebieden zijn, mede op basis van de kaarten van de provincie Limburg en de Atlas van de Leefomgeving geen monumenten of aangewezen karakteristieke c.q. beeldbepalende elementen aanwezig. De woning (voormalige boerderij) ten zuidwesten van de locatie aan de Klassenweg, op huisnummer 22, is geïnventariseerd in het kader van de Monument Inventarisatie Project (MIP). Middels de voorliggende ontwikkeling wordt echter geen invloed uitgeoefend op deze woning. Voor het overige zijn er in de directe omgeving geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig, waarop het bestemmingsplan van invloed zou kunnen zijn. Cultuurhistorische waarden worden door het initiatief dan ook niet aangetast.

Hoofdstuk 2

11

3.

BELEID

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (respectievelijk § 3.2, § 3.3, § 3.4 en § 3.5). Bij het rijksbeleid wordt ingegaan op de Nationale Omgevingsvisie. Voor het provinciaal beleid wordt onder andere gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, een overkoepelend beleidsstuk. In het kader van het gemeentelijk beleid wordt onder andere ingegaan op het geldende bestemmingsplan

3.2 (Europees) en Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Dit streven naar integraliteit valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop

Hoofdstuk 3

12

het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor het voorliggende project zijn als volgt:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Afweging Voor het plangebied geldt dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en integrale besluitvorming bij ruimtelijke plannen. Nieuwe (ruimtelijke) projecten dienen daarom in lijn te zijn met het beleid zoals dat is opgesteld in de NOVI. Het voorliggende planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling, waarbij geen belangen uit de NOVI in het geding zijn. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen.

Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam, de uitoefening van defensietaken, veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Afweging Op dit bestemmingsplan werken geen van de genoemde rijksbelangen rechtstreeks door. In het plangebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het plan is dan ook in lijn met het Barro. 3.2.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro.

In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van deze regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Horst aan de Maas. Aangezien het bestemmingsplan echter geen windturbines of andere bouwwerken hoger dan 114 meter toestaat vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied.

Hoofdstuk 3

13

3.2.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: ‘De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit de jurisprudentie1 komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’ (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Afweging In het voorliggende geval is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat in lijn met de uitspraak2 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 18 december 2013, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Het bouwen van één Ruimte voor Ruimte woning wordt door de AbRS niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing. Bovendien wordt deze woning mogelijk gemaakt door een woningbouwtitel elders te schrappen, waardoor er per saldo geen sprake is van de toevoeging van een extra woningbouwtitel.

3.2.5 Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. Die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. Ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op 1

2

o.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319) Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 18-12-2013, Zaaknummer 201302867/1/R.

Hoofdstuk 3

14

grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten, maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: ‘op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben’. De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plicht van dit bestemmingsplan is opgenomen in paragraaf 5.2.7.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is er een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ‘Omgevingsverordening Limburg 2021’ wordt besproken in paragraaf 3.3.2 ‘Omgevingsverordening Limburg 2021’.

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

Hoofdstuk 3

15

Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen;  Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad.

Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Afweging Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van één bouwkavel voor een vrijstaande nieuwbouwwoning binnen het bebouwd gebied van de kern Sevenum aan de Klassenweg. Bovendien is hierbij sprake van de verplaatsing van een bestaande woningbouwtitel, waardoor er per saldo geen sprake is van de toename van het aantal woningen. Verder past de woning stedenbouwkundig gezien in de omgeving en wordt voorzien in een kwalitatief wenselijke woning. Het plan past daarmee in Provinciale Omgevingsvisie Limburg. De locatie aan de Konijnenweg ligt in het buitengebied. Deze gronden zijn niet direct bestemd voor woningbouw.

Bovendien ligt het woningbouwperceel aan de Konijnenweg binnen de indicatieve magneetveldzone van een hoogspanningsverbinding (zie voor meer informatie par. 5.4), waardoor deze locatie ook minder geschikt is voor de bouw van een woning. Het verplaatsen van de woningbouwtitel van dit perceel aan de Konijnenweg (buitengebied) naar de Klassenweg (bestaand stedelijk gebied) zorgt ervoor dat de woningbouwtitel op een locatie komt te liggen die beter geschikt is voor woningbouw. Het perceel aan de Konijnenweg krijgt in het voorliggende bestemmingsplan een agrarische bestemming, hetgeen passend is gezien de ligging net buiten het bebouwd gebied.

Hoofdstuk 3

16

3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding zal gelijk zijn aan het in werking treden van de Omgevingswet. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied aan de Klassenweg binnen het gebied ‘Landelijke kernen’. De locatie aan de Konijnenweg ligt binnen het gebied ‘Buitengebied’. Op beide locaties zijn de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen van toepassing. Conform artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: a.

Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Afweging In de planvorming is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12.1 van de Omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit de paragraaf ‘Provinciale omgevingsvisie (POVI) Limburg’ past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van de verplaatsing van een bestaande woningbouwtitel, waardoor het aantal woningen per saldo niet toeneemt. Hierdoor is verdere regionale afstemming ook niet noodzakelijk.

Bovendien wordt de bouwtitel verplaatst van een perceel dat volgens de Omgevingsverordening binnen het buitengebied is gelegen, naar een perceel dat deel uitmaakt van een landelijke kern, en daarmee van het bestaand stedelijk gebied. De woningbouwtitel aan de Konijnenweg wordt wegbestemd en deze gronden worden voorzien van een agrarische bestemming. De ontwikkeling is hiermee in lijn met de algemene zonering zoals voorgesteld in het provinciale beleid. Met de bouw van de woning aan de Klassenweg wordt spoedig een aanvang

Hoofdstuk 3

17

gemaakt, ten minste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. Vanuit de Omgevingsverordening Limburg bestaan kortom geen belemmeringen voor het beoogde planvoornemen. 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het voormalige POL2014 juridische binding te geven. Tot de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening blijven deze regels uit de verordening uit 2014 in werking. Afweging Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied (beide deelgebieden) niet ligt binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Het deelgebied aan de Konijnenweg ligt wel binnen de boringsvrije zone ‘Venloschol’. Het is in de boringsvrije zone Venloschol verboden om beneden 5 meter boven NAP een boorput of een gesloten bodemenergiesysteem te maken of hebben of de grond te roeren. Daarnaast is het verboden om beneden 5 meter boven NAP werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten.

Aangezien geen grondboringen van een dergelijke diepte voorzien zijn, vormt de ligging in de Venloschol geen belemmering. Wel zijn de regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 vertaald in dit bestemmingsplan middels de aanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ die van toepassing is verklaard op dit deelgebied. In artikel 2.2.2 is de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing verklaard op ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Daarnaast dienen de mogelijkheden voor de herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen te worden onderzocht. Met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.2.4. Het onderdeel herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen is bij het voorliggende bestemmingsplan niet aan de orde, aangezien sprake is van een locatiegebonden ontwikkeling. Gezien het bovenstaande is de voorgenomen ontwikkeling passend binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 In de Regionale woonvisie geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Daarover staat aangegeven:  Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien

Hoofdstuk 3

18

kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten:  Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen;  Gekeken dient te worden naar koppelkansen;  Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot;  Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte;  De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na;  Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd:  Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.  Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.  Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.  Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk.

Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Afweging De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één woningbouwkavel. Deze is gelegen op een open plek in een bebouwingslint, aansluitend op de kern Sevenum. Bij dit initiatief wordt de bestaande woningbouwtitel op het perceel aan de Konijnenweg in Melderslo verplaatst naar de locatie aan de Klassenweg. Hierdoor is er per saldo geen sprake van de toevoeging van een woning aan de bestaande voorraad. De realisatie van de nieuwbouw is hiermee niet strijdig met de visie van de gemeenten binnen de regio Noord-Limburg. Vanuit het regionaal beleid bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling

3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Structuurvisie ‘Horst aan de Maas’ Op 9 april 2013 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de structuurvisie ‘Horst aan de Maas’ vastgesteld. In deze integrale op uitvoering gerichte structuurvisie heeft de gemeente haar ruimtelijk beleid gebundeld. Volgens de bij de structuurvisie behorende visiekaart ligt het plangebied aan de Klassenweg binnen gebied 3C ‘Agrarisch gebied Sevenum-Zuid en MeterikNoord’. De locatie aan de Konijnenweg ligt binnen gebied 3B ‘Agrarisch gebied ten oosten van Horst en A73’. De gemeente streeft ernaar om de omgevingskwaliteiten te behouden en te ontwikkelen conform nationaal en provinciaal beleid. Voor de drie beleidsmatige speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas (agribusiness, toerisme & recreatie en leefbaarheid) is het landschap (de

Hoofdstuk 3

19

omgevingskwaliteit) een belangrijke factor. Het vormt namelijk de productieruimte voor de agrarische sector, het verblijfsgebied voor toeristen en recreanten en de woonomgeving voor de inwoners. Om de speerpunten tot een succes te maken, is het van belang dat de aantrekkelijkheid van het landschap (de omgevingskwaliteit) gewaarborgd blijft en zoveel mogelijk versterkt wordt. Bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen (Gemeentelijk kwaliteitsmenu) De gemeente Horst aan de Maas is voornemens investeringen te doen die bijdragen aan een algemene verbetering van de woon-, leef-, en werkkwaliteiten van deze gemeente. Deze investeringen hebben daarmee een positieve uitwerking op de waardeontwikkeling van bestaand alsook nieuw te realiseren onroerend goed. De gemeente vindt het daarom gerechtvaardigd om bij het aangaan van een overeenkomst inzake de grondexploitatie waar nodig en mogelijk ook een kwaliteitsbijdrage te vragen ten behoeve van deze gemeentelijke investeringen. Het Gemeentelijk Kwaliteits Menu is van toepassing indien de ontwikkeling mogelijk moet worden gemaakt middels een bestemmingsplanwijziging. De locatie van de beoogde ontwikkeling is bepalend voor de planologische toelaatbaarheid en de manier waarop kwaliteitsverbeterende maatregelen ingezet kunnen worden. Per type ontwikkeling is aangegeven in hoeverre deze past binnen het betreffende deelgebied.

Er zijn vier mogelijkheden: a. De gemeente heeft een positieve grondhouding (ja) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; b. De gemeente heeft een meedenkende grondhouding (ja, mits) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; c. De gemeente heeft een voorwaardelijke grondhouding (nee, tenzij) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; d. De gemeente heeft een negatieve grondhouding (nee) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied. Enkel via maatwerk is medewerking aan het initiatief denkbaar. Het plangebied aan de Klassenweg maakt deel uit van het ‘Agrarisch gebied Sevenum-Zuid en Meterik-Noord’, deelgebied 3C. Daarbinnen heeft de gemeente een voorwaardelijke grondhouding (nee, tenzij) ten opzichte van nieuwe (solitaire) woningbouw. Bij een voorwaardelijke grondhouding kan het initiatief enkel doorgang vinden, wanneer voldaan wordt aan strikte voorwaarden die het initiatief alsnog acceptabel maken. Aan de locatie aan de Konijnenweg wordt in het voorliggende bestemmingsplan een agrarische bestemming toegekend, zonder bebouwingsmogelijkheden. Voor deze bestemmingswijziging zijn in de structuurvisie geen voorwaarden gesteld omtrent de planologische toelaatbaarheid en zijn ook geen kwaliteitsverbeterende maatregelen noodzakelijk.

Afweging In dit geval vindt de ontwikkeling van één woningbouwkavel plaats binnen een bestaand bebouwingslint, aansluitend op de kern Sevenum. In dit lint aan de Klassenweg zijn reeds diverse burgerwoningen gelegen, bijvoorbeeld direct ten westen van de beoogde bouwkavel en schuin tegenover de kavel. Het plangebied vormt in de huidige situatie een open plek in het bebouwingslint, gelegen tussen het agrarische bedrijf op huisnummer 31/33 en de woning op huisnummer 27. Direct ten noorden van het plangebied is bovendien het woningbouwgebied ‘De Krouwel’ in ontwikkeling. Bovendien maakt het plangebied op basis van de Omgevingsverordening Limburg

Hoofdstuk 3

20

(2021) en vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Sevenum deel uit van het bestaand bebouwd gebied. Gezien deze ligging te midden van bestaande (en in ontwikkeling zijnde) woningen, is de realisatie van een nieuwbouwwoning in het plangebied een logische opvulling van deze open plek in het bebouwingslint. Bovendien is per saldo geen sprake van de toevoeging van een woning aan de bestaande planvoorraad, omdat de woningbouwtitel aan de Konijnenweg wordt verplaatst naar de locatie aan de Klassenweg. Volgens bijlage 2 bij de evaluatie van de structuurvisie is de ontwikkeling van woningen in het buitengebied van Horst aan de Maas onder andere mogelijk door gebruik te maken van de Ruimte voor Ruimte regeling. In dit geval wordt van deze regeling gebruik gemaakt, waardoor de bouwkavel ter plaatse mogelijk is. De ontwikkeling past kortom binnen de structuurvisie Horst aan de Maas. 3.5.2 Ontwerp Omgevingsvisie Horst aan de Maas De gemeente Horst aan de Maas heeft van 29 oktober 2021 tot en met 10 december 2021 het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie Horst aan de Maas ter inzage gelegd. In het kader van de Omgevingswet dient elke gemeente een omgevingsvisie op te stellen, als opvolger van de huidige structuurvisie.

In deze omgevingsvisie staat beschreven welke ambities en opgaven de gemeente Horst aan de Maas heeft voor de langere termijn, tot 2040, voor het hele grondgebied van de gemeente. De omgevingsvisie bestaat uit:  Een beleids- en ruimtelijke analyse van de kenmerken en kwaliteiten van de gemeente;  De visie voor een gezond, leefbaar, ondernemend en groen Horst aan de Maas;  Een omschrijving van de uitvoering: hoe werkt de visie en hoe maken we samen een toekomstbestendig Horst aan de Maas? Hoewel de omgevingsvisie nog niet is vastgesteld en daarmee op dit moment nog geen formele status heeft, wordt de voorliggende ontwikkeling in deze paragraaf wel al aan deze ontwerp omgevingsvisie getoetst. Afweging Met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling is met name het thema ‘Thuis is waar we samen zijn’ relevant. Wat betreft wonen is de doelstelling om de woningmarkt in balans te brengen, om zodoende geschikte woonruimte te kunnen bieden aan al onze huidige en toekomstige bewoners. De ambitie hierbij is om 1.000 woningen te vergunnen in de periode van september 2020 tot 2025. Deze woningbouw dient bij voorkeur plaats te vinden op inbreidings- en herontwikkelingslocaties, in bestaande plannen en binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Het voorliggende initiatief sluit aan bij deze doelstelling en uitgangspunten.

In dit geval vindt de ontwikkeling van één woningbouwkavel plaats binnen een bestaand bebouwingslint, aansluitend op de kern Sevenum en gelegen binnen het bestaand bebouwd gebied van de kern Sevenum. Aangezien wonen de belangrijkste functie is in het omringende gebied, is de realisatie van een nieuwbouwwoning in het plangebied een logische opvulling van deze open plek in het bebouwingslint. Bovendien is per saldo geen sprake van de toevoeging van een woning aan de

Hoofdstuk 3

21

bestaande planvoorraad, omdat de woningbouwtitel aan de Konijnenweg wordt verplaatst naar de locatie aan de Klassenweg. Deze bouwtitel aan de Konijnenweg ligt op een minder passende locatie voor woningbouw, weliswaar aansluitend aan de kern Melderslo, maar wel binnen het buitengebied. Bovendien ligt het woningbouwperceel aan de Konijnenweg binnen de indicatieve magneetveldzone van een hoogspanningsverbinding (zie voor meer informatie par. 5.4), waardoor deze locatie ook minder geschikt is voor de bouw van een woning. De verplaatsing van de woningbouwtitel en het herbestemmen van deze gronden naar een agrarische bestemming is in lijn met zorgvuldig ruimtegebruik. Vanuit de ontwerp Omgevingsvisie Horst aan de Maas bestaan er hiermee geen belemmeringen voor dit planvoornemen. 3.5.3 Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021-2025 Het Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021-2025 is op 20 april 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas. Volgens de actuele huishoudensprognose zal het aantal huishoudens in de gemeente de komende tien jaar met 1.200 tot 1.400 huishoudens groeien. Aangezien de woningmarkt in Horst aan de Maas momenteel al onder druk staat, ziet de gemeente nieuwbouw als oplossing om deze huishoudensgroei op te vangen. De ambitie van Horst aan de Maas is om in de periode tot 31 december 2025 de nieuwbouw van 1.000 woningen te vergunnen.

Het bouwen naar behoeften is daarbij de centrale opgave. De doelgroepen met de grootste vraag naar woonruimte zijn starters op de woningmarkt, mensen met een laag inkomen en senioren. Deze behoeften wil de gemeente middels nieuwbouw faciliteren. De gemeente wil op de onderstaande manier invulling geven aan bovenstaande beleidsopgaven:  Kaders als basis voor mogelijkheden; Door verwachtingen en eisen aan de voorkant helder te hebben, weten ontwikkelaars, corporaties en inwoners waar ze aan toe zijn. Dit zorgt voor enthousiasme, een gedeelde visie en een snellere doorloop.  Zicht op de (veranderende) vraag en voortgang; We kennen de woonvragen en -behoeften van onze inwoners: nu, morgen en volgend jaar – op zowel gemeenteniveau als in de individuele kernen. We weten op elk moment in het jaar of we nog op koers liggen.  Maatwerk per kern; Elke kern heeft zijn eigen karakter. Die eigenheid moet doorklinken in de woningopgave en de invulling ervan.  Samenwerken met ontwikkelaars op basis van vertrouwen; Partijen die onze gemeente goed kennen, zich vereenzelvigen met onze ambitie en hier ook aantoonbaar naar handelen, hebben een streepje voor. Zij krijgen de ruimte en het vertrouwen om samen met ons Horst aan de Maas aantrekkelijker te maken.  Minder regels, snelle doorloop van processen; Zorgvuldigheid en snelheid/voortgang kunnen prima naast elkaar bestaan.

We verminderen de regeldruk waar mogelijk, organiseren parallelle processen en houden initiatiefnemers aangehaakt.  Participatie & communicatie; Inwoners voelen zich gehoord, betrokken bij de ambitie en zijn trots. Dat dragen ze ook uit. Plannen voor nieuwbouwenwoningen worden getoetst aan het volgende afwegingskader:  Het plan voorziet, kwalitatief en kwantitatief, in de behoefte van inwoners. Dit betekent concreet dat: o De type woningen en bijbehorende aantallen aansluiten bij de opgave zoals omschreven in dit Masterplan én bij de lokale wensen en behoeften van.

Hoofdstuk 3

22

o 

  

  

Ontwikkelaars/corporaties met inwoners en samen met de gemeentegesprekken hebben gevoerd en de lokale woonwensen als uitgangspunt hebben genomen. Een programma met 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop waarbij maatwerk mogelijk is bij kleine locaties of een aangetoonde andere behoefte aan sociale huur. Nieuwe woningen voldoen aan de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Nieuwe woningen en woonwijken worden klimaat adaptief gebouwd zodat geen nieuwe knelpunten wateroverlast en hittestress ontstaan. Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk, uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig. Ontwikkelen in het buitengebied heeft niet onze voorkeur; woningbouw op industrieterreinen is niet toegestaan. Kwalitatief goede, tijdelijke woonconcepten worden omarmd. Deze wordt, indien geschikt, ingezet om snel voor extra aanbod te zorgen. In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving. Elk initiatief wordt getoetst op basis van gemeentelijk beleid (onder andere Structuurvisie Horst aan de Maas), bestemmingsplannen, stedenbouwkundige visies, het bouwbesluit en financiële haalbaarheid.

Afweging Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van een Ruimte voor Ruimte kavel voor één vrijstaande woning, in een bebouwingslint binnen de bebouwde kom van de kern Sevenum. De bestaande woningbouwtitel voor één Ruimte voor Ruimte woning aan de Konijnenweg in Melderslo wordt verplaatst om woningbouw op de nieuwe locatie mogelijk te maken. Deze locatie ligt op de rand van het buitengebied, waardoor deze vanuit het Masterplan minder geschikt is voor woningbouw. Door de verplaatsing van de bouwtitel naar een locatie binnen bebouwd gebied, kan de woningbouw op een beter geschikte plek plaatsvinden. Tot slot zal een kwalitatief goede woning worden gerealiseerd, die past in zijn omgeving en voldoet aan de geldende duurzaamheidsvereisten. Het plan is hierdoor passend binnen het Masterplan Wonen. 3.5.4 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ en partiële herziening Op 19 december 2017 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan is op onderdelen herzien in het op 8 september 2020 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020’. Deze herziening heeft voor het plangebied aan de Klassenweg uitsluitend enkele wijzigingen in de regels tot gevolg.

Volgens dit vigerende bestemmingsplan is het plangebied aan de Klassenweg grotendeels bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig grondgebruik en grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen. Daarnaast zijn onder andere wonen in een bedrijfswoning, nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf en extensief recreatief medegebruik toegestaan. De beoogde ontwikkeling van een burgerwoning is binnen deze bestemming niet toegestaan.

Hoofdstuk 3

23

Omdat de beoogde ontwikkeling van een bouwkavel voor een burgerwoning niet is toegestaan binnen de geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is voorliggend bestemmingsplan opgesteld om de bouwkavel juridisch-planologisch mogelijk te maken. 3.5.5 Bestemmingsplan ‘De Krouwel’ Het meest noordwestelijke deel van het plangebied aan de Klassenweg is juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan ‘De Krouwel’, dat op 7 december 2009 door de raad van de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld. Dit deel van het plangebied is bestemd tot ‘Wonen’, waardoor het gebruik voor een woonfunctie hier in principe al mogelijk is. Het realiseren van een nieuwe woning is echter niet mogelijk, mede vanwege het ontbreken van een bouwvlak. Het voorliggende bestemmingsplan is daarom opgesteld om de woningbouwkavel juridisch-planologisch mogelijk te maken. 3.5.6 Bestemmingsplan ‘Ruimte-voor-ruimte woning Konijnenweg te Melderslo’ Het deelgebied aan de Konijnenweg is juridisch-planologisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan ‘Ruimte-voor-ruimte woning Konijnenweg te Melderslo’, dat op 3 november 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd tot ‘Wonen. Binnen deze bestemming is een bouwvlak aanwezig, waarbinnen één woning mag worden gebouwd. Feitelijk is echter nog geen woning gerealiseerd.

Het meest westelijke deel van het plangebied heeft daarnaast de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’, ten behoeve van de ten westen van het plangebied gelegen bovengrondse hoogspanningsverbinding. Omdat de woningbouwtitel die op dit deelgebied rust, wordt verplaatst, dient deze in het voorliggende bestemmingsplan te worden wegbestemd op deze locatie. De gronden krijgen in dit nieuwe bestemmingsplan een agrarische bestemming, overeenkomstig het bestaande gebruik van de gronden en overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan voor deze locatie.

3.6 Conclusie Uit het vorenstaande blijkt dat het initiatief past binnen beleid en regelgeving van rijk, provincie, regio en gemeente.

Hoofdstuk 3

24

4.

PLANBESCHRIJVING

4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de realisatie van één Ruimte voor Ruimte kavel mogelijk gemaakt aan de Klassenweg in Sevenum, waarop een vrijstaande nieuwbouwwoning gerealiseerd mag worden. Hiertoe wordt de bestaande woningbouwtitel op het perceel aan de Konijnenweg in Melderslo verplaatst naar de locatie aan de Klassenweg, waardoor per saldo geen sprake is van de toevoeging van een woning aan de (plan)voorraad. Het deelgebied aan de Klassenweg wordt in dit bestemmingsplan bestemd tot ‘Wonen’ en er wordt een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woning gerealiseerd mag worden. Wat betreft de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ en vergelijkbare bestemmingsplanen voor Ruimte voor Ruimte woningen in Horst aan de Maas.

Verbeelding deelgebied Klassenweg, Sevenum

De nieuwe woning zal qua typologie, situering en maatvoering aansluiten bij de omliggende woningen aan de Klassenweg. Binnen het bouwvlak mag maximaal één woning worden gebouwd.

Hoofdstuk 4

25

De voorgevel van de woning sluit aan op de voorgevel van de naastgelegen woning op huisnummer 27. De goothoogte van de woning mag maximaal 7 meter bedragen en de bouwhoogte maximaal 11 meter. Voor bijbehorende bouwwerken geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 en 6 meter. Het bouwperceel mag voor maximaal 50% worden bebouwd. De Ruimte voor Ruimte kavel zal worden ontsloten op de aanliggende Klassenweg. Het parkeren bij de woning zal plaatsvinden op eigen terrein. Gezien de omvang van het perceel is hiervoor voldoende ruimte aanwezig. De locatie aan de Konijnenweg wordt overeenkomstig het huidige gebruik en het voorheen geldende bestemmingsplan bestemd tot ‘Agrarisch’ zonder bebouwingsmogelijkheden. Binnen deze bestemming is de bouw van een woning niet meer mogelijk. Wat betreft de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor dit perceel wordt aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan ‘Maaskernen’ voor onbebouwde agrarische gronden.

Verbeelding deelgebied Konijnenweg, Melderslo

4.2 Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten Functioneel en stedenbouwkundig gezien past Ruimte voor Ruimte kavel voor een vrijstaande woning aan de Klassenweg goed in de omgeving, aangezien in het omliggende gebied uitsluitend vrijstaande woningen zijn gelegen. Het ten noorden van het plangebied gelegen en nog in ontwikkeling zijnde woningbouwgebied ‘De Krouwel’ omvat 39 Ruimte voor Ruimte woningen. De voorliggende Ruimte voor Ruimte woning sluit hierop aan.

Hoofdstuk 4

26

Daarnaast is de nieuwe bouwkavel gelegen op een open plek in het bebouwingslint aan de Klassenweg. Dit lint bestaat hoofdzakelijk uit burgerwoningen en enkele agrarische bedrijven. Met de nieuwe woning wordt deze open plek op een passende manier ingevuld. De woning zal qua situering en maatvoering ook aansluiten op de omliggende woningen in het bebouwingslint. Hiermee is de bouwkavel vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt passend in de omgeving. De realisatie van het plan heeft, zowel op korte als op (middel)lange termijn, geen negatieve ruimtelijke effecten tot gevolg op de omgeving. Het wegbestemmen van de woningbouwtitel aan de Konijnenweg en het bestemmen van dit perceel tot ‘Agrarisch’ heeft evenmin negatieve ruimtelijke effecten tot gevolg op de omgeving. De gronden zijn in de huidige situatie namelijk reeds in gebruik als (agrarisch) grasland en krijgen overeenkomstig dit bestaande gebruik een agrarische bestemming.

4.3 Landschappelijke inpassing Op basis van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen die middels een bestemmingsplanherziening mogelijk gemaakt worden een verplichting tot landschappelijke inpassing. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is daarom een landschappelijk inpassingsplan3 opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11765578/1