CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06c.4 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bij rv Zonneparken Californië.16.905 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hekwerk Ook voor het oprichten van een voor fauna passeerbaar hekwerk ter hoogte van 2 meter rondom het zonneveld dient van het vigerend bestemmingsplan te worden afgeweken. In het bestemminsgplan is namelijk bepaald dat ter plaatse van de gronden die bestemd zijn als 'Agrarisch' en 'Agrarisch - Projectvestiging glastuinbouwgebied' de hoogte van terrein- en erfafscheiding voor de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 1 meter. Er kan voor het realiseren van terreinafscheidingen worden afgeweken van het bestemmingsplan voor het toestaan van een grotere hoogte met gebruikmaking van art. 4, lid 4.4, onder a van het bestemmingsplan, mits: 1. 2.

Deze hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, noodzakelijk zijn voor een goede bedrijfsvoering; Geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de in de directe omgeving gesitueerde percelen plaatsvindt.

Met betrekking tot de eerste voorwaarde kan gesteld worden dat een hogere terreinafscheiding noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering. Voor een deugdelijke afscheiding om te voorkomen dat onbevoegden het terrein betreden is een afscheiding van 2 meter hoog van wezenlijk belang. Een zonneveld betreft een kostbare installatie welke beschermd moet worden tegen diefstal en beschadiging (vernieling). Daarnaast is in het kader van veiligheid een terreinafscheiding van 2 meter noodzakelijk in verband met de aanwezigheid van transformatoren. Daarnaast geldt dat een terreinafscheiding van 2 meter vereist is om het zonnepanelenveld te kunnen verzekeren. Met betrekking tot de tweede voorwaarde geldt dat de buurpercelen in gebruik zijn als grasland en akkerland. Het gebruik van deze percelen ondervindt geen beperkingen als gevolg van het hogere hekwerk. Het betreft

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

31

immers een hekwerk binnen de eigen perceelsgrenzen.

Herprofilering van de bodem en Langevense Loop Als onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan wordt binnen het besluitgebied waterbergingsvoorziening gerealiseerd en het profiel van de Langevense Loop aangepast.

een

Voor de waterbergingsvoorziening wordt een infiltratiezone ter grootte van ca. 2,07 ha aangelegd met een bergingscapacitieit van ca. 5.800 m3 . Voor de aanleg van de waterbergingsvoorziening en het verbeteren van de natuurlijke infiltratie is herprofilering van de bodem noodzakelijk. Het besluitgebied kent namelijk een hoogteverloop van zuid naar noord(west) van circa 40 à 50 cm. Door herprofilering en egaliseren zal 100% van het hemelwater dat op de panelen valt afstromen naar het onverharde maaiveld onder de panelen. Natuurlijke afvloeiing van hemelwater wordt bevorderd en gereguleerd, waarbij willekeurige afstroming(en) en plasvorming(en) worden voorkomen. Het neerslagoverschot dat ter plaatse niet infiltreert, zal oppervlakkig afstromen naar het laagst gelegen deel van het besluitgebied waar het tijdelijk wordt opgevangen en ter plaatse kan infiltreren. Ten oosten van de Langevense Loop en het onderhoudspad wordt over een lengte van ca. 220 meter een strook van ca. 0,6 meter diep en 4 meter breed afgegraven. Ter plaatse van deze strook worden (als onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan) wilgentenen aangeplant. Ten oosten van de strook wilgentenen wordt op een grondwal ter hoogte van ca. 1,3 m hoog en 2,5 m breed gerealiseerd.

De grondwal wordt beplant met struweel en sluit aan op het bestaande struweel aan de noordelijke/noordwestelijke zijde van het projectgebied. De voorgenomen ingrepen zijn voorzien ter plaatse van de gronden bestemd als 'Agrarisch', 'Water' en 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'.

Agrarisch Op basis van de artikel 3.7.1van het vigerend bestemmingsplan is herprofilering ter plaatse van de 'Agrarisch', 'Water' en 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' bestemde gronden niet toegestaan zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de herprofilering ter plaatse van als 'Agrarisch' bestemde gronden betreffen: 1.

Aangetoond wordt dat de werkzaamheid noodzakelijk is in het kader van de agrarische bedrijfsexploitatie dan wel in het kader van natuur en/of landschapsbeheer; Doel van de herprofilering is het verbeteren van de natuurlijke infiltratie en het voorkomen van ongewenste afstroming van overtollig hemelwater op naastgelegen percelen. Naast bevordering van de infiltratie van hemelwater in het besluitgebied heeft herprofilering een positief effect op creëren van een rustiger landschapsbeeld.

2.

De cultuurhistorische verkaveling mag niet onevenredig worden aangetast; De herprofilering vindt plaats binnen de huidige kadastrale grenzen. De cultuurhistorische verkaveling wordt dan ook niet onevenredig aangetast.

3.

De potentiële waterbergingsfunctie van het beekdal wordt niet onevenredig aangetast; Door herprofilering van de bodem wordt natuurlijke infiltratie op het terrein geoptimaliseerd. Er vindt geen verharding van het oppervlak plaats. De potentiële waterbergingsfunctie van het beekdal wordt niet onevenredig aangetast.

4.

32

De doelstellingen van het Nieuw Limburgs Peil niet aangetast worden;

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

Door herprofilering wordt de natuurlijke laagte in het noord(westen) van het plangebied benadrukt en zal de capaciteit om tijdelijk water te bufferen worden vergroot. Dit is conform de doelstellingen van het Nieuw Limburgs Peil. 5.

Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden; Naast bevordering van de infiltratie van hemelwater in het besluitgebied, heeft de beoogde herprofilering een positief effect op creëren van een rustiger landschapsbeeld en blijft het roeren van de grond beperkt tot de huidige bouwvoor, waardoor mogelijke archeologische waarden worden gerespecteerd. Om afvloeiing naar gronden buiten het besluitgebied te voorkomen, wordt tevens een lage grondwal gerealiseerd. Deze grondwal wordt met een bloemrijk grasland mengsel (inheems) ingezaaid. Dit heeft een 2-ledig doel, te weten 1) voorkomen van afkalving en 2) biedt een ecologische meerwaarde voor flora en fauna (insecten en vogels). De aanwezige landschaps- en natuurwaarden worden dan ook niet aangetast ten gevolge van de herprofilering. Verder wordt met de aanplant van wilgentenen in de verdiepte greppel ten oosten van de Langevense Loop een gewenst robuust landschapsbeeld gecreëerd. Met de realisatie van een grondwal met struweel gerealiseerd wordt tevens aangesloten op het bestaand struweel aan de noord/noordwestzijde van het besluitgebied.

6.

Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de waterhuishouding; Na de uitbreiding van het zonneveld is sprake van afstromend hemelwater dat vanaf de zonnepanelen valt op de onverharde ondergrond, waar het conform de huidige situatie kan infiltreren. De natuurlijke infiltratie verbetert door de herprofilering. Als gevolg van de ontwikkeling is verder geen sprake van afvalwater en er wordt geen grondwater onttrokken. Er vindt derhalve geen onevenredige aantasting van de waterhuishouding plaats.

Water Ter plaatse van de als 'Water' bestemde gronden is herprofilering van de bodem toegestaan indien hierdoor de betreffende werken/ werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken/werkzaamheden niet leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal. In paragraaf 4.11.1 is aan de hand van een archeologisch onderzoek toegelicht dat binnen het plangebied geen archeologische waarden te verwachten zijn. Waterstaat - Beschermingszone watergang Aan de westelijke en zuidelijke rand van het besluitgebied is een deel van de gronden bestemd als 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'. Een deel van de landschappelijke inpassing (zoals de realisatie van de greppel met wilgentenen en de aanleg van een grondwal met struweel) is voorzien ter plaatse van deze gronden. Het is verboden om op of in de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d.

het aanbrengen van gesloten verhardingen; het aanbrengen, vellen en/of rooien van beplantingen en/of bomen; het wijzigen van waterlopen en het uitvoeren van afgravings- en ontgrondingswerkzaamheden anders dan normaal spitwerk, dieper dan 0,30 m; het ophogen van gronden.

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

33

Bovengenoemde werken en/of werkzaamheden zijn enkel toelaatbaar indien hierdoor geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de watergang. Hiertoe wordt eerst advies ingewonnen bij de beheersinstantie van de watergang (in dit geval Waterschap Limburg), alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend. In dit geval geldt dat het bestaande onderhoudspad langs de watergang blijft behouden. Binnen de strook 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' vinden geen ingrepen plaats. Hierover heeft reeds afstemming plaatsgevonden met Waterschap Limburg.

Conclusie Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling voldoet aan de criteria op basis waarvan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de herprofilering kan worden verleend.

34

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Milieu algemeen

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Voor de toetsing kan onder meer gebruik worden gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' waarin voor de onderscheiden bedrijfsactiviteiten generieke afstandsnormen zijn opgenomen. Dit betreffen conform jurisprudentie richtafstanden. Bij de toetsing van concrete situaties kan maatwerk nodig zijn. Afwijking van de generieke richtafstanden uit de VNG publicatie is hierbij mogelijk, mits dit goed kan worden gemotiveerd.

Hindergevoelige functie Een zonneveld wordt niet aangemerkt als hindergevoelige functie. Milieubelasting uit de omgeving hoeft om deze reden niet te worden beoordeeld. Daarnaast geldt dat de realisatie van het zonneveld ook niet leidt tot belemmeringen voor omliggende functies. Ook hier geldt dat met de realisatie van een zonneveld geen sprake is van een hindergevoelige functie en dat er daarom geen beperkingen optreden ten aanzien van de duurzame ontwikkeling van omliggende hinderveroorzakende functies.

Hinderveroorzakende functie Een zonneveld vormt geen milieuhinderlijke bedrijfsactiviteit in termen van milieuzonering. Eventuele geluidhinder zou door transformatoren kunnen ontstaan. Het betreft transformatoren die vergelijkbaar zijn aan die in woonwijken. Voor transformatorstations geldt een te hanteren afstand van 30 m. Voor de op te richten transformatorstation wordt deze minimale afstand gehanteerd tot de meest dichtbij gelegen gevoelige bestemmingen. Onderhavige ontwikkeling leidt daarmee niet tot een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies.

Melding Activiteitenbesluit Het zonnepark is een zelfstandige installatie die geen onderdeel uitmaakt van een (deel) van een bedrijf. Een zonnepark is voor wat betreft milieu een zogenaamd type A bedrijf. Type A bedrijven zijn niet melding- of vergunningplichtig. Het betreft hier bedrijven die minder milieubelastende activiteiten uitvoeren. Wel vallen deze bedrijven van rechtswege onder het Activiteitenbesluit en gelden de voorschriften uit hoofdstuk 3 of 4 en de algemene voorschriften voor lucht uit afdeling 2.3 van het Besluit. Aan deze voorschriften dient te worden voldaan.

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

35

Middels het doorlopen van de AIM-module is voor het zonnepark gecontroleerd aan welke voorschriften dient te worden voldaan. Een overzicht hiervan is toegevoegd als Bijlage.

Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuzonering de ontwikkeling niet in de weg staat.

4.3

Bodem

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Voor bestemmingsplan 'Californië 1' is door Arcadis in 2012 een aanvullend vooronderzoek uitgevoerd voor de periode 2005 tot 2012. Om inzichtelijk te krijgen of in de periode tussen 2012 en juni 2019 eventueel bodembedreigende en/of, bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden die van invloed zijn op de bodemkwaliteit of dat relevante bodemonderzoeken zijn uitgevoerd, is door Aelmans Eco een actualiserend historisch bodemonderzoek uitgevoerd (d.d. 20 juni 2019, rapportnr. E198639.002, tevens toegevoegd als Bijlage). Uit voornoemd onderzoek blijkt dat ter plaatse van het geplande zonepark Nieuw Erf te Horst in augustus 2016 een verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd. Dit onderzoek is, net als het aanvullend vooronderzoek uitgevoerd door Arcadis in 2012, integraal aan het historisch bodemonderzoek uitgevoerd door Aelmans Eco toegevoegd.

Conclusie Belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn dat in het grondwater slechts verhoogde gehaltes aan enige zware metalen gemeten worden, die als gebiedseigen kunnen worden beschouwd. Er worden geen bodemverontreinigingen verwacht die veroorzaakt zijn door een additionele puntbron. De onderzoeksresultaten van de eerder uitgevoerde onderzoeken zijn nog steeds representatief voor de huidige situatie. Aangezien een zonneveld met alle componenten geen bodemgevoelige functie betreft, is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.4

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder onderzocht te worden of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer of bedrijven. Bij een zonnepanelenweide produceren transformatoren geluid. Het gaat hier om een licht zoemend geluid, maar dit is geen relevante geluidsbelasting. Het betreft hierbij transformatoren die vergelijkbaar zijn aan die in woonwijken. Dit wordt door jurisprudentie bevestigd (201809430/1/A1). Voor transformatorstations geldt conform de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzoneringen' een te hanteren afstand van 30 meter ten aanzien van het aspect geluid. De situering van de transformatorstations wordt zorgvuldig gekozen zodat deze minimale afstand tot de meest dichtbij gelegen gevoelige bestemmingen gehanteerd wordt. Dat wil zeggen: er worden geen transformatorstations opgericht binnen een afstand van 30 meter tot het bouwvlak van omliggende gevoelige bestemmingen (zoals woningen). Zoals te zien op de inrichtingstekening (Bijlage 1) bevinden de transformatorstations zich op een afstand van >100 m tot aan de meest nabijgelegen woonbestemming. Daarnaast vormt het zonnepanelenpark op zichzelf geen geluidgevoelig object. Onderhavige ontwikkeling

36

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

voorziet dan ook niet in het toevoegen van een geluidsgevoelig object. Het aspect geluid vormt derhalve op basis van het voorgaande geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.5

Luchtkwaliteit

Op basis van de Wet luchtkwaliteit, welke onderdeel uitmaakt (hoofdstuk 5) van de Wet Milieubeheer, gelden milieukwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn door middel van grenswaarden vastgelegd voor de luchtverontreinigingcomponenten stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (PM10 of fijnstof), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO). De grenswaarden gelden overal in de buitenlucht. Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die „Niet in betekenende mate" (NIBM) en „In betekenende mate" (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Als een ontwikkeling strekt tot het realiseren of wijzigen van bronnen van luchtverontreiniging, die leiden tot een toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging, dan moet onderzoek naar de exacte gevolgen voor de luchtkwaliteit uitgevoerd worden. In de Regeling NIBM zijn categorieën van gevallen aangewezen die worden aangemerkt als NIBM projecten. Voor plannen die niet bestaan uit louter kantoren en/of woningen, de zogenoemde gemengde programma's met bijv. winkels en (agrarisch)bedrijven, biedt de wet (art.

5.16 Wm, eerste lid, onder c) de mogelijkheid om het aannemelijk te maken dat die plannen in niet-betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Het project gaat in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele)brandstoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. In de gebruiksfase vindt incidenteel verkeer plaats die samenhangt met het beheer en onderhoud van de zonnepanelenweide. Luchtverontreinigende stoffen zijn daardoor niet aan de orde.

Voor de beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld dient dus aannemelijk te worden gemaakt dat deze NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Dit wordt gedaan aan de hand van de zogeheten NIBM-tool. Uit de NIBM-tool blijkt dat tot een verkeersgeneratie van 1.055 voertuigbewegingen per etmaal, waarvan het aandeel vrachtverkeer 5% bedraagt, een ontwikkeling NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

37

Figuur 17: Weergave NIBM-tool

Het voornemen leidt tot een aanzienlijk kleinere toename aan verkeersbewegingen. Het plan kan derhalve worden aangemerkt als NIBM. Het aspect luchtkwaliteit staat de realisatie van het plan dan ook niet in de weg

4.6

Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van industriële activiteiten met opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat er te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Burgers mogen voor de veiligheid van hun omgeving rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron.

BEVI De risiconormen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in het BEVI. In dit besluit zijn milieukwaliteitseisen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Het BEVI verplicht het bevoegd gezag op basis van de Wet milieubeheer om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. In het besluit zijn gevoelige objecten gedefinieerd als kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

Bevt Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Nieuwbouw van (beperkt) kwetsbare objecten is niet toegestaan binnen de afstanden van het plaatsgebonden risico.

Conclusie Een zonnepanelenweide is geen kwetsbaar of bekend kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Besluit externe veiligheid transportroutes (er zijn geen personen aanwezig). Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.7

(Brand)veiligheid, beheer en onderhoud

Vanuit veiligheidsoverwegingen worden, mede in overleg met de brandweer, de pv-panelen in vakken van maximaal 2.500 m² in een oost-westopstelling opgesteld. Tussen deze vakken worden brandgangen c.q. onderhoudspaden van circa 2,5 meter breedte aangelegd. Daarnaast is tussen de onderlinge rijen van pv-panelen een tussenruimte van 0,1 meter voorzien (zie ook bijlage 1). De 10 trafo's worden in het centraal gelegen, nog aan te leggen circa 4 à 5 meter brede onderhoudspad (oost-west) gepositioneerd. Vooralsnog wordt bij brand in het zonnepark uitgegaan van gecontroleerd 'uitbranden' van een pv-vak. Bij de definitieve detailuitwerking wordt op basis van de installatie beoordeeld of een alternatief voor uitbranden

38

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

wordt toegepast. Bij de afweging wordt rekening gehouden met de veiligheidsaspecten en aandachtspunten die de veiligheidsregio/ brandweer heeft meegegeven voor brand in de panelen, de omvormers, de trafo's en de groenvoorzieningen. Deze aandachtspunten worden ook meegenomen bij de inrichting en het beheer van de groenstroken rondom het park. De afschakelvoorzieningen zijn hierbij in het bijzonder van belang. Ook wordt rekening gehouden met het realiseren van blusvoorzieningen. Dit wordt gedaan door het maken van goede opstelplaatsen voor de brandweer op locatie zodat ze ongehinderd water uit een aan te leggen put kunnen pompen (> 60 m³ / uur ). Beheer en onderhoud van de panelen vindt handmatig dan wel machinaal van bovenaf plaats. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door werkplateaus die over de panelen heen kunnen rijden, vergelijkbaar met dak-wassers over glastuinbouwbedrijven. Dit is mogelijk in verband met de oost-westopstelling van de panelen. Daarnaast worden de panelen op frames gemonteerd, die minimaal 1,3 meter boven maaiveld staan. Beheer en onderhoud van groen-stroken dan wel bestrijding van ongedierte vindt handmatig onder de panelen plaats. Bovendien zal onder de panelen in verband met de beperkte lichtinval nauwelijks beheer nodig zijn. De installatietekeningen met maatvoering worden in het kader van de omgevingsvergunning bouwen aangereikt.

Overleg brandweer Naar aanleiding van de opmerkingen vanuit de veiligheidsregio is overleg gevoerd met de regionale Brandweer (d.d. 29 april 2021). Hierbij is uitleg gegeven over het project en zijn op basis van het gesprek een aantal zaken aangepast. Hoofdzakelijk gaat het om: Alle stations (transformatoren en inkoopstations) worden goed bereikbaar ogpesteld, aan een weg (puinverharding). De wegen zijn bereikbaar met zwaar materieel, zoals ook bluswagens; De omvormers staan verspreid door het veld en niet samen gegroepeerd; Noodschakelaars op inkoopstation/trafo's/omvormers zijn niet wenselijk in verband met vandalisme en aanvullend brandrisico door de schakelaars zelf. Bij de ingang van het terrein wordt daarom duidelijk vermeld via welk nummer de netbeheerder kan worden bereikt. Zij kunnen op afstand het gehele systeem afschakelen. Op dat moment blijven alleen de DC-delen onder spanning staan, maar dit is onvermijdelijk; De transformatoren bevinden zich in containers. Deze 30 minuten WBDBO maken is in de praktijk niet haalbaar gezien de ventilatiebehoefte van de trafo's. Wel wordt gezorgd voor tenminste 1,50 m vrije ruimte rondom de container, waar bovendien geen begroeiing aanwezig is (puinverharding). Trafo's staan in alle gevallen ver weg van andere (brandbare) apparatuur; De tussenafstanden tussen de verschillende 'tafels' variëren tussen de 1 - 2 meter.

Hier tussenin groeit langzaamgroeiend gras, dat altijd kort wordt gehouden. Dit tezamen met de praktisch onbrandbare glas-glas zonnepanelen maakt brandoverslag tussen tafels vrijwel onmogelijk; Er wordt voorzien in vlamdovende bekabeling tussen de vakken, aangezien kabels steeds ondergronds oversteken tussen tafels, met een dekking van tenminste 50cm; Bluswatervoorziening: er wordt een put geslagen met voldoende bluswatervoorziening. De aanpassingen zijn in de inrichtingstekening opgenomen (zie ook Bijlage 1) en verzonden aan de regionale Brandweer, die vervolgens zijn akkoord heeft gegeven.

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

39

4.8

Lichtreflectie en schittering

Het glazen oppervlak van zonnepanelen kan zorgen voor reflectie en daarmee voor hinder voor de omwonenden of gebruikers van de openbare ruimte. De hinder hangt af van de locatie (stand en hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon (de tijd en de tijd van het jaar). De hinder hangt af van de hoek van de invallende lichtstraal en daarmee van de hoek van de uitvallende lichtstraal. Hoe steiler de helling van de panelen, hoe groter de kans op hinder. Bij onderhavige uitbreiding van het zonneveld gaat het om een relatief lage maaiveldopstelling. Door de gekozen opstelling is de hellingshoek in onderhavige situatie maximaal circa 10 graden. Hinder door reflectie in de voorziene maaiveldopstelling is derhalve niet tot nauwelijks te verwachten. Daarnaast wordt gekozen voor zwarte panelen welke minder zonreflectie tot gevolg hebben. Tegenwoordig wordt ook gebruik gemaakt van hoogwaardige panelen die voorzien zijn van een anti-reflectieglas (gecoat glas). Dit heeft als voordeel dat de opgevangen energie zoveel mogelijk geabsorbeerd wordt en zodoende een hoog rendement oplevert. Gelet op bovenstaande zal van hinder in de omgeving door lichtreflectie, spiegeling of schittering nauwelijks sprake zijn, zelfs niet in de wintermaanden wanneer bomen en struiken winterkaal zijn. Verder zal het zonneveld door de voorgenomen inpassingsmaatregelen beperkt zichtbaar zijn.

Hierdoor wordt zal de mogelijkheid dat lichtschittering hinder oplevert beperkt.

4.9

Elektromagnetische straling

Het elektromagnetisch veld dat de pv-panelen zelf opwekken is erg zwak. Om de laagspanning van zonnepanelen geschikt te maken voor het elektriciteitsnet, zijn omvormers nodig. De omvormers bij zonnepanelen worden zowel in grootschalige zonnepanelen velden alsook op daken van woningen gebruikt en moeten zijn gecertificeerd. Magnetische velden van gecertificeerde omvormers liggen ruim onder de blootstellinglimiet ter voorkoming van nu bekende nadelige effecten voor de gezondheid ('state of the art'). In de blootstellingslimieten is rekening gehouden met de onzekerheden die in het wetenschappelijk onderzoek zitten door veiligheidsmarges op te nemen in de gecertificeerde toegestane limieten De internationale commissie International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) heeft blootstellingslimieten opgesteld voor elektromagnetische velden, die regelmatig worden geverifieerd. De limieten zijn gebaseerd op wetenschappelijk vastgestelde effecten die tijdens of kort na blootstelling kunnen optreden. De Europese Unie heeft alle lidstaten aanbevolen om de blootstellingslimieten van de ICNIRP na te leven ter bescherming van de bevolking. Deze limieten vormen ook een onderdeel voor de productveiligheidseisen voor apparatuur die in de handel worden gebracht.

De aanbevolen blootstellingslimiet voor magnetische velden van elektrische apparaten in en om het huis is 100 microtesla. Dat geldt ook voor elektriciteitsnetwerken (o.a. hoogspanningslijnen) in de buurt van woningen. Deze velden hebben een extreem lage frequentie van 50 hertz. De waarde van 100 microtesla wordt in Nederland op voor het publiek toegankelijke plaatsen bij het elektriciteitsnetwerk nergens overschreden. Daarnaast geven leveranciers van de gebruikte omvormers en transformatoren aan dat het elektromagnetisch veld binnen enkele tientallen meters in alle gevallen lager is dan 0,4 microtesla. Dit betekent dat dit elektromagnetisch veld in de buurt bij de omliggende gevoelige bestemmingen (woningen) reeds lang verdwenen is en ook niet meer meetbaar is. Het is lastig om standaardwaarden bij de diverse componenten te noteren omdat het elektromagnetisch veld niet alleen door de trafo en de omvormen wordt bepaald, maar ook door de plaatsing en de directe omgeving. Met de hierboven aangehaalde getallen is echter gebleken dat door het uitbreiden van het zonneveld op geen enkele wijze is te verwachten dat het elektromagnetisch veld tot problemen zou kunnen leiden. De dichtbij zijnde woningen zijn namelijk minimaal 300 meter van de transformator gelegen en zelfs voor de veel kleinere omvormers zal deze afstand circa 50 meter bedragen.

Aangetoond is dat van hinder voor omwonenden door elektromagnetische straling geen sprake zal zijn.

40

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

4.10

Natuur

In deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.10.1

Gebiedsbescherming

4.10.1.1 Natuurgebieden Het besluitgebied ligt op ca. 6 km afstand tot Natur 2000-gebied Maasduinen. Gezien deze relatief grote afstanden en de lokale aard van de voorgenomen ontwikkeling is het redelijkerwijs uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op dit Natura 2000-gebied als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Dit betekent dat directe aantasting van Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouwwerkzaamheden (storingsfactoren; oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering en mechanische verstoring, verstoring door geluid, licht, trillingen en visuele hinder) en het gebruik van het besluitgebied op voorhand kan worden uitgesloten. Hierdoor kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Daarnaast maakt het besluitgebied ook geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en ligt op circa 220 meter van het meest nabijgelegen deel van het NNN. Ten aanzien van het NNN hebben de voorgenomen plannen geen (significant) negatief effect tot gevolg op de kernkwaliteiten van het NNN. Naast gebieden uit het NNN zijn in het provinciaal omgevingsplan 2014 (POL) nog andere gebieden met landschappelijke- en natuurwaarden aangewezen; zilvergroene en bronsgroene zones. In de zilvergroene natuurzone worden projecten gestimuleerd en ondersteund die de ecologische waarden verbeteren en cultuurhistorische waarden behouden en ontwikkelen.

In de bronsgroene landschapszone worden watergangen en omliggende terreinen behouden, beheerd en ontwikkeld. De afstand tot de zilvergroene natuurzone bedraagt ca. 1,25 km en de afstand tot de bronsgroene landschapszone ca. 220 meter. 4.10.1.2 Toets vergunningplicht Wnb De voorgenomen bouw- en gebruiksactiviteiten voor het zonnepark kunnen leiden tot een toename in stikstofdepositie op beschermde Natura2000-gebieden, bijvoorbeeld door NOx-emissies afkomstig van verkeersbewegingen en mobiele werktuigen. Omdat natuurgebieden vaak gevoelig zijn voor stikstofdepositie en de stikstofbelasting nu al (te) hoog is, geldt een strikt beschermingsregime. Vanwege de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 dient vooraf te worden beoordeeld of door de realisatie van het zonnepark van circa 5,3 ha, in een plangebied van circa 6 ha, sprake is van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en of dat een natuurvergunning is vereist. Hiertoe is door Pouderoyen Tonnaer (d.d. 3 mei 2021) een voortoets c.q. beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof uitgevoerd. De voortoets c.q. beoordeling stikstof (inclusief toelichting) is als Bijlage 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Op basis van de voortoets c.q.

beoordeling stikstof blijkt dat negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstof-depositie (NOx en NH3 ) met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Ook andere negatieve effecten, zoals bijvoorbeeld verstoring, verdroging etc., zijn vanwege de afstand tot Natura 2000-gebieden met zekerheid uit te sluiten. De Wet natuurbescherming staat de ontwikkeling van het zonnepark dan ook niet in de weg. 4.10.2 Soortenbescherming Voor het planvoornemen is door Staro Natuur en Buitengebied een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Bijlage 7). Hierin is het volgt geconcludeerd: In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Het voorkomen van beschermde soorten uit de soortengroepen flora, vlinders, libellen, kevers, weekdieren, reptielen en vissen in het plangebied is uitgesloten. Een overzicht van mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied is samengevat in

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

41

onderstaande. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar het rapport van Staro (Bijlage 7).

Soort(groep) Vogels

Beschermi Functie ng plangebied §3.1 Wnb Foerageergebied

Grondbroedende §3.1 Wnb vogels

Broedgebied

Mogelijk effect Mogelijk

Mogelijk

Teunisbloem-pij §3.2 Wnb lstaart

Mogelijk Ja voortplantingsgeb ied en Voortplantingsha Ja bitat en land- en winter-habitat

Amfibiën §3.2 (bijv 3.3 kamsalamander, Wnb poelkikker, vinpoot-salaman der, alpen-watersala mander) Vleermuizen §3.2 Wnb

Algemene amfibieën

§3.3 Wnb

Levendbarende hagedis en hazelworm

§3.3 Wnb

Algemene §3.3 Wnb (spits)muizen, egel, konijn en haas Steenmarter §3.3 Wnb

42

Foerageergebied en vliegroutes

Mogelijk

Voortplantingsha Mogelijk bitat en land- en winter-habitat Leefgebied en Mogelijk migratieroute

Foerageergebied en verblijfplaatsen

Mogelijk

Leefgebied, migratieroute

Nee

Ontheffing nodig Nee

Maatregelen

Er kan gekozen worden voor inzaaien Nee, mits Akkers maatregelen bouwrijp genomen maken buiten worden broedseizoen en wanneer geen broedgeval aanwezig i s Mogelijk Nader onderzoek, tenzij.. Mogelijk Nader onderzoek, tenzij..

Nee, mits De laanbomen maatregelen en genomen akkerranden worden behouden en er kan gekozen worden voor inzaaien Nee, algehele vrijstelling Nee, mits Werken in buiten de periode kwetsbare 15 augustus periode wordt tot en met gewerkt september. Nee, algehele vrijstelling

-

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

-

Bunzing, hermelijn wezel

§3.3 Wnb en

Leefgebied, migratieroute

Mogelijk

Nee, algehele vrijstelling

Uit het onderzoek volgt dat zowel verplichte als ook aanvullende (optionele) maatregelen aan de orde zijn. De in het rapport genoemde maatregelen zijn genuanceerd voor het geplande zonneveld Nieuw Erf. Ter voorkoming van overtreding van de Wnb moeten de volgende maatregelen worden genomen: Het bouwrijp maken van de akkers dient te gebeuren buiten het broedseizoen van vogels en wanneer zeker geen broedgeval aanwezig is; Mogelijk komt teunisbloempijlstaart voor in de akkerranden. Als de akkerranden met teunisbloem worden vernietigd bij de voorgenomen plannen, dient nader onderzoek plaats te vinden naar de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd door het zoeken naar rupsen op de waardplanten in de periode juni - september. Ook wordt geadviseerd om de randen van het zonnepark in te zaaien met o.a. teunisbloem; De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonneveld, waarbij de bestaande akkerranden worden gevrijwaard van pv-panelen. De akkerranden worden behouden en daar waar nodig vanuit landschappelijke inpassing versterkt. Daarmee bestaat géén noodzaak tot nader onderzoek en ontheffing voor dit besluitgebied.

Voor vleermuizen zijn de laanbomen mogelijk onderdeel van vliegroutes, indien de bomen aan de rand van het plangebied worden gekapt is nader onderzoek nodig en mogelijk moet een ontheffing worden aangevraagd; Voor kamsalamander, vinpootsalamander, Alpenwatersalamander en poelkikker is het plangebied mogelijk geschikt als voortplantingshabitat en land- en overwinteringshabitat. Als werkzaamheden plaatsvinden aan het kanaal in het noorden van het plangebied en indien de structuurrijke akkerranden niet behouden blijven, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd. Uit het nader onderzoek blijkt wat de effecten van de werkzaamheden zijn en of een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd; De watergang Langevense Loop inclusief de daaraan grenzende akkerranden worden gevrijwaard van pv-panelen. De akkerranden worden behouden en daar waar nodig vanuit landschappelijke inpassing versterkt. In en nabij de watergang zijn geen werkzaamheden/bouwwerken voorzien. Daarmee bestaat géén noodzaak tot nader onderzoek en ontheffing voor dit plangebied. Voor alle soorten in het besluitgebied geldt de Algemene zorgplicht, bij uitvoering van handelingen moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan worden gemaakt.

Bij het verwijderen van vegetatie dient rekening gehouden te worden met kleine zoogdieren en amfibieën die daar mogelijk verblijven. Op basis van voorgaande wordt gesteld dat in het besluitgebied mogelijk verschillende soorten voorkomen die zijn beschermd onder paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Om mogelijke effecten te voorkomen zijn maatregelen voorgesteld die moeten worden gerespecteerd in het project en de aanvraag: Werkzaamheden i.c. bouwrijp maken, moeten buiten het broedseizoen worden uitgevoerd; De laanbomen en akkerranden worden behouden en ingezaaid om de ecologische functie te versterken; De watergangen en de akkerranden worden gevrijwaard van pv-panelen en uitvoeringswerkzaamheden. Hierdoor bestaat géén noodzaak tot nader onderzoek en mogelijke ontheffing. Tot slot geldt dat voor alle soorten binnen het besluitgebied de Algemene zorgplicht geldt. Bij uitvoering van handelingen moeten negatieve gevolgen daarom zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan worden gemaakt. Bij het verwijderen van vegetatie dient rekening gehouden te worden met kleine zoogdieren en amfibieën die daar mogelijk verblijven.

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

43

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat ten aanzien van het aspect soortenbescherming geen belemmeringen zijn te verwachten op voorwaarde dat genoemde maatregelen in acht worden genomen bij de uitvoeringswerkzaamheden van het zonnepark.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

4.11.1 Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Dit vloeit voort uit het Europese Verdrag van Valetta (1992) inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed. Hieruit volgt dat bekende archeologische monumenten niet aangetast mogen worden en moet bij voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is - door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. De gemeente Horst aan de Maas beschikt over archeologisch beleid. Op basis hiervan wordt bepaald of voor een nieuwe ontwikkeling archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Met dit onderzoek wordt dan bepaald of in een gebied de archeologische resten aanwezig zijn die beschermd moeten worden.

Figuur 18: Uitsnede archeologische beleidskaart Horst aan de Maas (2014)

Het besluitgebied is gelegen in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde. Ten tijde van de uitwerking van bestemmingsplan 'Californië I' is in 2004/2005 reeds door RAAP een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8). Het inventariserend onderzoek heeft binnen het plangebied 'Californië I' 14 vindplaatsen opgeleverd, die hoofdzakelijk vuurstenen werktuigen uit de Steentijd betreffen (Laat Paleolithicum, Mesolithicum en/of Neolithicum). Deze werktuigen zijn waarschijnlijk achtergebleven in het onderzoeksgebied tijdens de jacht en het verzamelen van voedsel. Derhalve representeren ze hoogstwaarschijnlijk geen archeologische vindplaatsen zoals kampementen, met uitzondering van één locatie, waar twee vuurstenen werktuigen tezamen zijn aangetroffen (vindplaats 9). Daarnaast zijn twee aardewerk fragmenten uit de Late Middeleeuwen aangetroffen. Deze kunnen hoogstwaarschijnlijk als bemestingsaardewerk geïnterpreteerd worden, dat via huisvuil op de akkers is terecht gekomen. Het aardewerk duidt dan niet op bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen. Archeologische indicatoren uit de

44

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

archeologische perioden sinds de Steentijd tot en met de Vroege Middeleeuwen zijn niet gevonden. De archeologische vindplaatsen zijn onderzocht in relatie tot het bodemprofiel. Landbouw activiteiten zoals ploegen en egalisatiewerkzaamheden hebben de bodemprofielen bij alle archeologische vindplaatsen matig tot sterk verstoord. Derhalve zijn alle archeologische vindplaatsen gedeeltelijk aangetast of volledig vernietigd. Daarbij komt dat de vindplaatsen buiten het besluitgebied liggen. Op basis van het archeologisch onderzoek is geconcludeerd dat ten aanzien van verstoorde gebieden met alleen vuursteen vindplaatsen en gebieden die duidelijke buiten de archeologische vindplaatsen liggen, geen restricties gelden ten aanzien van planvorming. Daarom wordt voor de realisatie van het zonneveld Nieuw Erf géén archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Er gelden voor deze locatie ook geen restricties ten aanzien van planvorming. Om bovenstaande te verifiëren heeft KSP Archeologie een kort advies uitgebracht in relatie tot het bestaande archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd voor de ontwikkeling van Californië.

Aangegeven wordt dat, ondanks de wijzigingen in de onderzoeksopzet voor karterend onderzoek (2006, 2012), het onderhavige gebied voldoende is onderzocht door oppervlaktekartering Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van het besluitgebied tijdens het onderzoek in 2004/2005 geen archeologische waarden zijn aangetroffen. Het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek biedt, mede in relatie tot de realisatie van een zonnepark, geen meerwaarde. Het aspect 'Archeologie' vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.11.2 Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in Werking getreden. Als gevolg van de MoMo wijzigt het Bro (artikel 3.6.1, lid 2). Wat eerst alleen voor archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed. Dit is inmiddels ook doorvertaald in de Erfgoedwet. In een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het bevoegd gezag is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

Binnen het plangebied zijn geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten aanwezig. Verder is het besluitgebied niet aangewezen als beschermd dorps- danwel stadsgezicht en is het besluitgebied niet gelegen nabij historische kernen en gehuchten. De ruimtelijke impact van het planvoornemen is beperkt door de landschappelijke inpassing. Het aspect cultuurhistorische vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.12

Water

4.12.1 Beleid en regelgeving waterschap Limburg Het besluitgebied valt onder het beheer van Waterschap Limburg. Het beleid van het waterschap is gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebiedseigen water, gecombineerd met het zoveel mogelijk scheiden van schoon en verontreinigd water. Het beleid van het waterschap is opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021. Het waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van het waterschap binnen de planperiode. In het geval van een toename van het verhard oppervlak moet worden voldaan aan de regels die het waterschap hieraan stelt. Ten aanzien van initiatieven waarbij het verhard oppervlak toeneemt dient een zogenaamde watertoets te worden uitgevoerd.

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

45

4.12.2 Watertoets Omvang ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling voorziet in een beperkte uitbreiding van een reeds vergund zonneveld Nieuw Erf. Het reeds vergund oppervlak aan zonnepanelen bedraagt ca. 4,1 ha. Het oppervlak aan zonnepanelen dat met onderhavige uitbreiding voorzien is bedraagt ca. 6.500 m2 aan de noordzijde van het gebied en ca. 7.200 m2 aan de westzijde van het gebied. Na de uitbreiding bedraagt het totale oppervlakte aan zonnepanelen ter plaatse van het zonneveld Nieuw Erf ca. 5, 47 ha. Hoewel sprake is van afstromend hemelwater dat valt op de onverharde ondergrond, waar het conform de huidige situatie kan infiltreren in de bodem, is een waterplan opgesteld. Het waterplan bouwt voort op waterplan dat in het kader van het reeds vergunde zonneveld is ontworpen. Middels het aangepaste waterplan wordt een integrale oplossing geboden voor de waterbergingsopgave ten gevolge van de totaalontwikkeling van het zonneveld Nieuw Erf. Het waterplan is toegevoegd als Bijlage. Als gevolg van onderhavige ontwikkeling is geen sprake van afvalwater. Het waterplan gaat dan ook enkel in op de wijze van opvang en afhandeling van het hemelwater ter voorkoming na afstroming naar naastgelegen percelen/cq buiten het projectgebied/

Opvang hemelwater binnen projectgebied Voor de berekening van de waterberging is uitgegaan van: Waterberging t.b.v. een bui van 100 mm in 24 uur. Voor het project geldt derhalve bij een bui van 100 mm in 24 uur dat sprake is van 5.470 m³ regenwater; Op basis van een k-waarde van 0,45 – 0,75 m/dag zal het regenwater deels ter plekke naast en onder de panelen infiltreren. Daarnaast zal ook sprake zijn van plasvorming en mogelijke oppervlakkige afstroming; De mogelijkheid om een waterkolom van 0,3 m1 te realiseren op basis van het aanwezige gradiënt; Regenwater valt conform de huidige situatie op het onverharde maaiveld waar het infiltreert in de bodem. Water dat oppervlakkig afstroomt naar de natuurlijke aanwezige laagte, wordt daar vastgehouden en infiltreert ter plekke.

Het plan voorziet in de volgende maatregelen om het hemelwater dat valt binnen het projectgebied binnen de projectgrenzen op te vangen en te laten infiltreren conform de huidige situatie: Natuurlijke infiltratie op gehele veld tussen de panelen op het onverharde maaiveld; Verbetering van de natuurlijke infiltratie door: - Herprofilering van het maaiveld ter bevordering van de infiltratie ter plekke naast en onder de panelen; - Natuurlijke afvloeiing van hemelwater bevorderen en reguleren, waarbij willekeurige afstroming(en) en plasvorming(en) worden voorkomen; - Het neerslagoverschot dat ter plaatse niet infiltreert, zal oppervlakkig afstromen naar het laagst gelegen deel van het projectgebied waar het tijdelijk wordt opgevangen en ter plaatse kan infiltreren; - Om afvloeiing naar gronden buiten het projectgebied te voorkomen, wordt een lage grondwal gerealiseerd. Deze grondwal wordt met een bloemrijk grasland mengsel (inheems) ingezaaid. Dit heeft een 2-ledig doel, te weten 1) voorkomen van afkalving en 2) biedt een ecologische meerwaarde voor flora en fauna (insecten en vogels); Naast bevordering van de infiltratie van hemelwater in het projectgebied heeft herprofilering een positief effect op creëren van een rustiger landschapsbeeld en blijft het roeren van de grond beperkt tot de huidige bouwvoor, waardoor mogelijke archeologische waarden worden gerespecteerd.

46

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

Figuur 19: Weergave landschapsplan met aanduiding infiltratiezone (zie ook Bijlage 2 voor vergrote weergave)

Maatregelen t.b.v. extra waterberging gebiedsopgave Als maatregel ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het zonneveld, wordt ten oosten van de Langevense Loop over een lengte van ca. 220 meter een laagte gecreëerd waar wilgentenen worden aangeplant. De strook wilgentenen is vanuit landschappelijk oogpunt gewenst, omdat deze zorgt voor een geleidelijke overgang van het zicht vanaf het buitengebied op het zonnepark. De strook heeft echter niet alleen landschappelijke waarde, maar heeft ook een positief effect op de waterhuishouding. Door de 4 meter brede strook met wilgentenen verdiept (ca. 0,6 m beneden maaiveld) aan te brengen, wordt namelijk ook het waterbergend vermogen van de Langevense Loop verhoogd. In afstemming met Waterschap Limburg wordt een overloop gemaakt tussen de Langevensche Loop en de verdiepte strook, zodat deze onder kan lopen als de Langevensche Loop gaat stijgen. Tevens kan de verdiepte strook weer leeglopen middels een knijpconstructie op de sloot die in de bosstrook ligt aan de noordzijde. Hierdoor wordt extra waterberging in de verdiepte strook mogelijk gemaakt. Voor beide ingrepen (overloop en knijpconstructie) neemt Waterschap Limburg zelf het iniatief voor de benodigde vergunningsprocedure c.q. -verlening.

4.12.3 Conclusie Door herprofilering van het maaiveld en het realiseren van een lage grondwal in de noordwesthoek die aansluit op de westelijk grondwal, ontstaat een afgedamde laagte in het projectgebied. In deze laagte van circa 2,07 ha wordt het hemelwater, dat oppervlakkig over de panelen afstroomt, tijdelijk vastgehouden, zodat het hier kan infiltreren in de bodem. De capaciteit van deze infiltratiezone bedraagt circa 5.800 m³. Dit is ruim voldoende om de hemelwatertoevoer bij een bui van 100 mm in 24 uur te bergen. De herprofilering van de Langevense Loop heeft geen negatieve gevolgen voor de afvoercapaciteit en de

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

47

ontwateringsfunctie van het betreffende oppervlaktewater. Daarnaast is rekening gehouden met onderhoudspaden in de nieuwe situatie. Dit met het oog op het doelmatig kunnen voeren van onderhoud aan de watergang. De geplande ingrepen zijn reeds afgestemd met het waterschap en worden middels een separate watervergunning aangevraagd. Vanuit het aspect 'Water' worden geen belemmeringen verwacht.

48

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

Hoofdstuk 5 5.1

Haalbaarheid

Inleiding

Naast het toetsen van de ontwikkeling aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient de uitvoerbaarheid van het project ook beoordeeld te worden. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publiekrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1 Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan (of zoals in dit geval een omgevingsvergunning) waarop het betrekking heeft. In welke gevallen kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan is eveneens vastgelegd in de Wro c.q. het Bro. Van het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verplichte kostenverhaal anderszins is verzekerd. Daaraan wordt voldaan wanneer tussen de gemeente en de initiatiefnemer een zogenoemde anterieure overeenkomst wordt gesloten waarin het in kostenverhaal wordt voorzien. Het gaat bij dit planvoornemen om een private ontwikkeling waarbij het risico geheel wordt gedragen door de initiatiefnemer. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Daarin wordt tevens een planschadeovereenkomst opgenomen. Er zijn voor de gemeente Horst aan de Maas geen kosten aan het planvoornemen verbonden. De kosten zijn daarmee in voldoende mater anderszins verzekerd.

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Naast de financiële uitvoerbaarheid is het ook belangrijk dat het plan maatschappelijk uitvoerbaar is. Van enige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de directe omgeving van het besluitgebied is door de optimale landschappelijke inpassing geen sprake. Daarnaast is actief ingezet op het creëren van draagvlak binnen de lokale gemeenschap. Onderhavige ontwikkeling betreft een relatief kleine uitbreiding van een reeds bestaande vergunning voor het realiseren van een zonneweide op de locatie Nieuw Erf in glastuinbouwgebied Californië I te Horst. Ten tijde van de verlening van deze eerste vergunning (2019) is reeds een start gemaakt met de omgevingsdialoog. Hiertoe is bilateraal contact geweest met alle direct omwonenden aan de Venloseweg, Horsterweg en Dijkerheideweg. Algemene trend in de meningen van deze personen was dat zij een voorkeur hebben voor een zonneweide vergeleken met alternatieve bestemmingen zoals glastuinbouw, logistiek, opslag of andere activiteiten omdat de impact op hun leefomgeving minimaal is. In deze dialoog is met name de landschappelijke inpassing uitgebreid aan bod geweest, met als resultaat dat de zonneweide voor de omwonenden uit het zicht onttrokken wordt door aan de randen van de zonneweide te voorzien in een robuuste landschappelijke inpassing (breed en vol).

De beoogde uitbreiding van het zonnepark ligt geheel binnen de landschappelijke inpassing van het reeds vergunde deel inclusief de reeds vergunde landschappelijke inpassing. Met de uitbreidingsplannen is met direct omwonenden opnieuw uitgebreid omgevingsdialoog gevoerd om hen te betrekken bij de gedetailleerde uitwerking van deze landschappelijke inpassing. Daarnaast denkt initiatiefnemer ook mee met een aantal omwonenden om ook de ideeën die zij hebben op hun eigen percelen te verwezenlijken. Verder geldt dat met dit planvoornemen, ondanks dat het een uitbreiding op een bestaande onherroepelijke vergunning betreft, toch de mogelijkheid wordt geboden om een substantieel bedrag van € 1.000.000 euro als garantiekapitaal uit te zetten bij burgers, waarbij inwoners van de gemeente Horst aan de Maas voorrang

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

49

krijgen bij het intekenen. Dit is niet alleen voor de uitbreiding, maar een zeer substantieel deel van het gehele park dat reeds vergund is. Door de afstemming die met alle direct omwonenden en de gemeente heeft plaatsgevonden, wordt niet verwacht dat er bezwaren zijn. De onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt ook conform de wettelijke procedure die voor het verkrijgen van de vereiste omgevingsvergunning moet worden doorlopen, ter inzage gelegd. Gedurende die termijn kan een ieder wederom formeel reageren op het planvoornemen en zijn zienswijze geven en later eventueel bezwaar en vervolgens beroep instellen.

50

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

De te volgen procedure

Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld als onderdeel van de noodzakelijke omgevingsvergunningaanvraag. Er is omgevingsvergunning vereist voor de activiteit bouwen en voor de afwijking van het geldende bestemmingsplan. De omgevingsvergunning voor het RO-deel kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wabo bevat twee procedures voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, te weten de reguliere en de uitgebreide procedure. In het onderhavige geval, waarbij afgeweken wordt van het vigerende bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 Wabo, dient de uitgebreide procedure te worden gevolgd.

6.2

Vooroverleg

Conform artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht en 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening vindt er voorafgaand aan de procedure vooroverleg plaats met ondermeer Provincie, het Waterschap en de Veiligheidsregio. In dit kader heeft Provincie Limbug op 6 april 2021 kenbaar gemaakt geen aanleiding te zien om in de verdere procedure van de vergunning een zienswijze in te dienen, mits een aantal aandachtspunten adequaat wordt verwerkt. Het gaat hierbij om een beschrijving hoe het planvoornemen zich verhoudt tot de nog vast te stellen Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (beide bevinden zich nu nog in ontwerp-fase) en een toetsing aan de Limburgse Zonneladder. Ook is gevraagd een passage op te nemen waar het gaat om de afstemming met, en een akkoord van de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden Limburg en hoe dit initiatief binnen de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg past. Daarnaast is gevraagd beleid dat niet vigerend is te schrappen uit de onderbouwing. Naar aanleiding hiervan is onderhavige ruimtelijke onderbouwing aangepast. Waterschap Limburg heeft op 22 maart 2021 kenbaar gemaakt met het planvoornemen akkoord te zijn, omdat het hemelwater in het projectgebied wordt opgevangen en geïnfiltreerd. Veiligheidsregio Noord-Limburg heeft op 23 maart 2021 kenbaar gemaakt aanvullende maatregelen ten aanzien van de brandveiligheid noodzakelijk te achten.

Hiertoe is nader overleg geweest met Brandweer Limburg-Noord. De aanvullende maatregelen zijn afgestemd met en akkoord bevonden door Brandweer Limburg-Noord. De hieruit volgende wijzigingen zijn in de inrichtingsschets en onderhavige ruimtelijke onderbouwing verwerkt.

6.3

Terinzagelegging ontwerp vergunning

De omgevingsvergunning wordt, inclusief deze ruimtelijke onderbouwing, conform de uitgebreide procedure (zie schema) gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijze indienen.

6.4

Verlening vergunning

PM

omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10454791/1