06c.4 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Omgevingsvergunning - Ruimtelijke onderbouwing -
Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst Gemeente Horst aan de Maas
OMGEVINGSVERGUNNING - Ruimtelijke onderbouwing -
Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst Gemeente Horst aan de Maas
IDN-nummer:
NL.IMRO.1507.HONIEUWERF-OVV1
Status:
concept
Datum:
13 juli 2021
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doelstelling Ligging besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
5 6 8 9
Hoofdstuk 2 Projectprofiel
11
2.1 2.2 2.3
11 12 13
Gebiedsbeschrijving Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Beleidskader
19
3.1 3.2 3.3 3.4
19 21 27 29
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten
35
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
35 35 36 36 37 38 38 40 40 41 44 45
Milieu algemeen Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid (Brand)veiligheid, beheer en onderhoud Lichtreflectie en schittering Elektromagnetische straling Natuur Archeologie en cultuurhistorie Water
Hoofdstuk 5 Haalbaarheid
49
5.1 5.2 5.3
49 49 49
Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6 Procedure
51
6.1 6.2 6.3
51 51 51
De te volgen procedure Vooroverleg Terinzagelegging ontwerp vergunning
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
3
6.4
Verlening vergunning
51
Ruimtelijke onderbouwing
4
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
Ten zuidoosten van de kern Horst in de gemeente Horst aan de Maas is het glastuinbouwgebied Californië gelegen. Centraal in de ontwikkeling staat de inrichting van het gebied als duurzaam glastuinbouwgebied waar specifieke aandacht is voor landschappelijke inpassing, ontsluiting, waterhuishouding, verkaveling, groen en collectieve voorzieningen. Naast het gebruik van gronden voor tuinbouwkassen, zijn binnen het glastuinbouwgebied (delen van) percelen in gebruik als landbouwgrond, akkerland of grasland. Deze percelen vormen de zogenaamde 'overhoeken' c.q. restpercelen, waarvoor geldt dat deze voor glastuinbouwdoeleinden als gevolg van hun oppervlakte en vorm minder geschikt zijn. Initiatiefnemer Karakter Ontwikkeling B.V. heeft het voornemen om op een viertal restpercelen binnen het glastuinbouwgebied zonnevelden te realiseren. Eén van de vier beoogde restpercelen voor de realisatie van een zonneveld betreft de locatie Nieuw Erf. De locatie Nieuw Erf is gelegen in het noordwestelijk deel van het glastuinbouwgebied Californië I. De locatie beslaat een oppervlak van 6,23 ha en kan naar verwachting in de opwekking van 6,5 MWp voorzien. Op basis van het vigerend bestemmingsplan is binnen een deel van de locatie Nieuw Erf het gebruik van gronden ten behoeve van een zonneveld al toegestaan.
Voor dit deel van de locatie (groen aangeduid op figuur 1) is op 14 oktober 2019 reeds een omgevingsgunning voor bouwen verleend waarmee een zonneveld kan worden gerealiseerd. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk. Tevens is een SDE subsidie toegekend. De wens bestaat om het vergunde zonneveld in noordelijke en westelijke richting uit te breiden. Hiervoor worden twee relatief kleine stukken grond binnen de locatie Nieuw Erf aangewend. Voor de stukken grond die worden beoogd voor de beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld (oranje aangeduid op figuur 1) geldt echter dat de realisatie van een zonneveld op basis van het vigerend bestemmingsplan niet is toegestaan.
Figuur 1: Locatie Nieuw Erf met aanduiding vergund zonneveld (groen) en locatie beoogde uitbreiding zonneveld
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
5
(oranje)
Om ter plaatse van de twee kleinere stukken grond de realisatie van een zonneveld als beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld mogelijk te maken, dient van het vigerend bestemmingsplan te worden afgeweken op de volgende punten: Het realiseren van een zonneveld ter grootte van 6.500 m2 , het realiseren van landschappelijke maatregelen en waterberging ter plaatse van het noordelijk gelegen deel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T, nummer 1314 (gedeeltelijk). Het betreffende deel van het perceel heeft een oppervlakte van ca. 8.350 m2 en is in bovenstaand figuur aangeduid als A; Het realiseren van een zonneveld ter grootte van 7.200 m2 , het realiseren van landschappelijke maatregelen en waterberging, ter plaatse van het westelijk gelegen deel van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T, nummer 1765 (gedeeltelijk). Het betreffende deel van het perceel heeft een oppervlakte van ca. 8.710 m2 en is in bovenstaand figuur aangeduid als B. Daarnaast geldt dat voor de volgende zaken een omgevingsvergunning nodig is op basis van het geldende bestemmingsplan: Het omsluiten van de buitenranden van de zonnevelden door middel van een hekwerk van 2 meter in verband met de noodzakelijke beveiliging.
Het hekwerk is voor fauna passeerbaar door een opening aan de onderzijde ter hoogte van 25 cm; De waterberging op bovengenoemde percelen, door het realiseren infiltratiezone met een capaciteit van 5.800 m3 als onderdeel van de landschappelijk inpassingsplan, waarvoor herprofilering van de bodem noodzakelijk is. Het plan om op genoemde punten van het vigerend bestemmingsplan af te wijken is middels een principeverzoek ter beoordeling voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas. Het college heeft besloten in principe medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van het zonneveld. Onderhavig document voorziet in de vereiste ruimtelijke onderbouwing voor de aanvraag omgevingsvergunning om op voorgestelde punten van het vigerend bestemmingsplan af te wijken. Middels het verlenen van de omgevingsvergunning wordt de beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld op het restperceel Nieuw Erf in combinatie met een gedegen landschappelijke inpassing waarbij specifieke aandacht is voor de waterbergingsopgave planologisch-juridisch gezien mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging besluitgebied
Het besluitgebied maakt deel uit van de locatie Nieuw Erf. De locatie Nieuw Erf is gelegen binnen het glastuinbouwgebied Californië I, ten zuidoosten van de kern Horst in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas. Nieuw Erf wordt aan de west- en zuidzijde begrensd door de watergang Langevense Loop. Aan de noordzijde wordt de locatie begrensd door de tuinen behorend bij de woningen gelegen aan de Venloseweg en Horsterwerg. De oostzijde van het gebied wordt begrensd door agrarische gronden. Vanaf de locatie Nieuw Erf strekt het glastuinbouwgebied Californie zich in zuidelijke/zuidoostelijke richting uit.
6
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Figuur 2: Luchtfoto locatie Nieuw Erf
Het besluitgebied zelf bestaat uit twee stukken grond gelegen binnen de locatie Nieuw Erf: een noordelijk gelegen deel (hierna te noemen Deel A) en een zuidelijk gelegen deel (hierna te noemen Deel B). Deel A is gelegen aan de noordzijde van het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T, nummer 1314. Dit deel heeft een oppervlakte van ca. 8.350 m2 . Deel B is gelegen aan de westzijde van het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T, nummer 1765. Dit deel heeft een oppervlakte van ca. 8.710 m2 .
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
7
Figuur 3: Luchtfoto besluitgebied met aanduiding deelgebieden (rode contour) binnen de locatie Nieuw Erf (witte stippellijn)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het besluitgebied is het bestemmingsplan 'Californië 1' vigerend, dat door de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld op 17 december 2017. Het besluitgebied omvat binnen het vigerend bestemmingsplan de volgende bestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen:
Ter plaatse van deelgebied A: Enkelbestemming 'Agrarisch' Gebiedsaanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' Gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' Ter plaatse van deelgebied B: Enkelbestemming 'Water' in combinatie met de functieaanduiding 'specifieke vorm van water gietwaterbassin' Dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' Gebiedsaanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' Gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol'
8
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Figuur 4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
Binnen de vigerende bestemmingen is de uitbreiding van het zonneveld met bijbehorende maatregelen ten behoeve van de landschappelijke inpassing niet rechtstreeks mogelijk. Door middel van een omgevingsvergunning zal worden afgeweken van het bestemmingsplan. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing gaat nader in op de aspecten die een rol spelen om een goede ruimtelijke ordening te borgen ten behoeve van de planologische verankering van het planvoornemen.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt een beschrijving van het planvoornemen gegeven. Daarna worden de beleidskaders van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente uiteengezet. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de verschillende sectorale aspecten, zoals Wet geluidhinder, luchtkwaliteit, flora en fauna en cultuurhistorie en archeologie. Tenslotte wordt er nader ingegaan op de haalbaarheid en de procedures die onderhavige ruimtelijke onderbouwing doorloopt of doorlopen heeft.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
9
10
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Hoofdstuk 2 2.1
Projectprofiel
Gebiedsbeschrijving
2.1.1 GlastuinbouwgebiedCalifornië Het besluitgebied maakt deel uit van de locatie Nieuw Erf, welke is gelegen binnen het glastuinbouwgebied Californië. Het glastuinbouwgebied Californië ligt ten zuidoosten van de kern Horst in de gemeente Horst aan de Maas. Het gebied bestaat als het ware uit twee delen: Californië I (fase 1: ca. 250 ha) en Californië II (fase 2: ca. 125 ha). Onderhavig besluitgebied is gelegen binnen het gebied Californië I (zie figuur 5).
Figuur 5: Indicatieve begrenzing glastuinbouwgebied Californië 1 met indicatieve aanduiding besluitgebied
De ontwikkelingen van glastuinbouwgebied Californië maken onderdeel uit van Greenport Venlo 'Klavertje 4'. Binnen Klavertje 4 wordt het Cradle-to-Cradle principe toegepast, gericht op een zo duurzaam mogelijke ontwikkeling. Daarnaast spelen thema's als energie, water, groenstructuren en mobiliteit een belangrijke rol bij de ontwikkeling van dit gebied.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
11
2.1.2 Omgeving besluitgebied Het besluitgebied is ten zuiden van de lintbebouwing aan de Horsterweg en Venloseweg gelegen. De Horsterweg loopt vanaf het besluitgebied in noordwestelijke richting richting de kern Horst. De Venloseweg loopt vanaf het besluitgebied in zuidoostelijke richting richting de kern Venlo. Ten westen van het besluitgebied bevindt zich de Langevense Loop. Verder ten westen van deze watergang bevinden zich een aantal (agrarische) bedrijfslocaties welke aan de Dijkerheideweg zijn gelegen. Ten noordwesten van het besluitgebied, ter plaatse van de kruising van de Venloseweg en de Dijkerheideweg, is een kampeerterrein gelegen. Het gebied gelegen ten zuiden van het besluitgebied betreft het glastuinbouwgebied Californië I.
Figuur 6: Luchtfoto wijdere omgeving besluitgebied
2.2
Huidige situatie
De gronden binnen het besluitgebied zijn in gebruik als akkerland of grasland, en vormen in plangebied Californië de zogenaamde 'overhoeken' cq. restpercelen. Het besluitgebied vormt in dit geval de scheiding tussen de zuidelijk gelegen tuinbouwkassen en de bestaande, noordelijk en westelijk gelegen woningen en bedrijfslocaties. Binnen het besluitgebied zelf is geen bebouwing aanwezig.
12
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Figuur 7: Zuidaanzicht besluitgebied
Figuur 8: Tuinbouwkassen gelegen ten zuiden van het besluitgebied
2.3
Voorgenomen ontwikkeling
Onderhavige ontwikkeling maakt onderdeel uit van het voornemen om op een aantal verschillende, verspreid liggende restpercelen binnen het glastuinbouwgebied Californië I vier zonnevelden met pv-panelen te realiseren. De ontwikkeling van de vier zonnevelden met pv-panelen maakt het mogelijk om in totaal circa 12,38 ha zonnepark te realiseren met een vermogen van circa 10,7 MWp (elektrisch). Met deze opwek kunnen circa 3.560 huishoudens, bij een gemiddeld verbruik van circa 3.000 kWh/jaar, worden voorzien. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke en regionale ambities voor verduurzaming.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
13
Figuur 9: Indicatieve aanduiding restpercelen waar de zonnevelden zijn beoogd
Onderhavig besluitgebied maakt deel uit van de locatie Nieuw Erf. Nieuw Erf is één van de vier beoogde restpercelen voor de realisatie van zonnevelden binnen glastuinbouwgebied Californië I. Zoals genoemd is ter plaatse van een deel van de locatie Nieuw Erf reeds een vergunning verleend voor de realisatie van een zonneveld. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op het planologisch-juridisch gezien mogelijk maken van een beperkte uitbreiding van het vergunde zonneveld in noordelijke en westelijke richting. De uitbreiding van het zonneveld gaat gepaard met een gedegen landschappelijke inpassing waarbij specifieke aandacht is voor de waterbergingsopgave. Met de landschappelijke inpassing wordt aangesloten op het landschapsplan dat in het kader van het reeds vergunde zonneveld is ontworpen. 2.3.1 Uitbreiding zonneveld Omvang zonneveld De relatief beperkte uitbreiding van het vergunde zonneveld is voorzien in noordelijke en westelijke richting. Het noordelijk stuk grond waar de uitbreiding is voorzien betreft een deel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T, nummer 1314 (aangeduid als A op figuur 10). Dit deel van het perceel heeft een oppervlakte van ca. 8.350 m2 . Het oppervlak wat voor de realisatie van een zonneveld zal worden aangewend, bedraagt ca. 6.500 m2 .
Het westelijk stuk grond waar de uitbreiding is voorzien betreft een deel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T, nummer 1765 (aangeduid als B op figuur 10). Dit deel van het perceel heeft een oppervlakte van ca. 8.710 m2 . Het oppervlak wat voor de realisatie van een zonneveld zal worden aangewend, bedraagt ca. 7.200 m2 .
14
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Figuur 10: Aanduiding uitbreidingen (rode contour) binnen de locatie Nieuw Erf (witte stippellijn)
Na de beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld in noordelijke en westelijke richting, zal het gehele zonneveld op de locatie Nieuw Erf naar verwachting in de opwekking van 6,5 MWp voorzien. De opgewekte duurzame energie wordt gebruikt in de directe omgeving van het gebied Greenport Venlo. Vanwege het feit dat zonnestroom een vrij speciaal opwekprofiel heeft, wordt de stroom geleverd aan het lokale middenspanningsnet zodat dit ook dienst kan doen als buffer op het moment dat de productie lager is dan het gebruik in de directe omgeving.
Gebruik opgewekte stroom De stroom die in het zonnepark duurzaam wordt opgewekt wordt gebruikt in het verzorgingsgebied rondom het Hoogspanningsstation Californië. In verband met het spanningsniveau en het leveringsprofiel is het nodig om het vermogen aan te sluiten op een HS/MS net in plaats van rechtstreeks te leveren aan bedrijven en/of bewoners. Bedrijven in het gebied krijgen steeds meer de noodzaak om duurzame stroom te kunnen inkopen om aan hun duurzaamheidsvoorwaarden te voldoen die worden opgelegd door hun afnemers. Door het wegvallen van aardwarmte in het gebied is een nieuwe bron van duurzame energie in de totale energiemix van groot belang om een duurzaam glastuinbouwgebied te worden en te blijven. De opwekking van duurzame elektriciteit is dus van groot belang voor de bedrijven in het omliggende tuinbouwgebied en ook voor de bedrijven er om heen.
Technische aspecten
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
15
De beoogde uitbreidingen van het vergunde zonneveld bestaan uit modules van stalen frames waarop de zonnepanelen worden gemonteerd. De zonnepanelen worden onder een hellingshoek van 10 graden geplaatst, waarbij de maximale bouwhoogte 2 meter bedraagt. De zonnepanelen worden in zuid opstelling gerealiseerd. De elektrakabels worden in kabelgoten van ongeveer 60 tot 120 cm diepte in de grond verwerkt en verbinden de modules met omvormers en transformatorhuisjes. De uitbreiding van het vergunde zonneveld bestaat uit de volgende onderdelen en elementen: PV-panelen; Omvormers die onder de panelen worden bevestigd; Transformators; Kabelgoten (circa 60 tot 120 cm diep); Hekwerk met een beveiligingssysteem (camera's, bewegingsdetectie o.i.d.); Inrit en onderhoudspaden; Landschappelijke inpassing aan de randen, de groene zones rondom de zonnevelden, met houtsingels, hagen en akkerrandbeplanting zoals bloemrijke grasmengsels voor insecten, zodat de zonnevelden worden verbonden met de omgeving. Voor een detaillering van de technische installatie en inrichting wordt verwezen naar Bijlage 1.
Aanleg hekwerk Het gehele zonneveld wordt na de uitbreiding rondom voorzien van een circa 2 meter hoog hekwerk dat voor fauna passeerbaar is (25 cm vrij vanaf de onderzijde). Het hekwerk wordt tevens voorzien van een beveiligingssysteem (camera's, bewegingsdetectie, o.i.d.). Het hekwerk met beveiligingssysteem wordt gerealiseerd uit oogpunt van veiligheid en ter voorkoming van vernieling en diefstal. 2.3.2 Landschappelijkeinpassing Integraal onderdeel van het planvoornemen vormt de landschappelijke inpassing. Met de landschappelijke inpassing wordt aangesloten op het landschappelijk inpassingsplan dat ten grondslag ligt voor het reeds vergunde zonneveld. Het doel van de landschappelijke inpassing is middels de inzet van gebiedseigen beplanting het directe zicht op het zonnepark te ontnemen. Daarnaast wordt een infiltratiezone met een oppervlak van ca. 2,07 ha en een bergingscapaciteit van ca. 5.800 m3 gerealiseerd. Om afvloeiing naar gronden buiten het projectgebied te voorkomen, wordt een lage grondwal gerealiseerd. Deze grondwal wordt met een bloemrijk grasland mengsel (inheems) ingezaaid. Dit heeft een 2-ledig doel, te weten 1) het voorkomen van afkalving en 2) het bieden van een ecologische meerwaarde voor flora en fauna (insecten en vogels).
Naast bevordering van de infiltratie van hemelwater in het projectgebied heeft herprofilering een positief effect op creëren van een rustiger landschapsbeeld. Verder geldt dat de zones langs de westelijke rand van het besluitgebied worden ingericht als waterbergingsgebied en omzoomd met groene randen. De reeds aanwezige beekzone langs de Langevensche Loop is namelijk een ideale ruimte voor een robuuste landschappelijke inpassing en ruimte voor de beek. De westelijke rand van het besluitgebied wordt zo ingericht dat ten oosten van de Langevensche Loop het onderhoudspad (ca. 4 m breed) blijft behouden. Vervolgens wordt een verdiepte greppel wordt gerealiseerd (ca. 4 meter breed) waar wilgentenen worden geplant. In afstemming met Waterschap Limburg wordt een overloop gemaakt tussen de Langevensche Loop en de verdiepte strook, zodat deze onder kan lopen als de langevenscheloop gaat stijgen. Tevens kan de verdiepte strook weer leeglopen middels een knijpconstructie op de sloot die in de bosstrook ligt aan de noordzijde. Hierdoor wordt extra waterberging in de verdiepte strook mogelijk gemaakt. Voor beide ingrepen (overloop en knijpconstructie) neemt Waterschap Limburg zelf het iniatief voor de benodigde vergunningsprocedure c.q. -verlening. Ten oosten van de verdiepte greppel wordt een grondwal met struweel gerealiseerd. Het struweel sluit hier goed aan op het bestaand struweel aan
16
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
de noord/noordwestzijde van het besluitgebied. Na de grondwal wordt een hekwek van 2 meter hoog gerealiseerd dat voor fauna passeerbaar is (25 cm vrij vanaf de grond). Middels het voor fauna passeerbare hekwerk dat rondom het zonneveld wordt gerealiseerd, wordt het zonneveld afgesloten voor de omgeving.
Het profiel van de westelijke rand van het besluitgebied is op figuur 11 schematisch weergegeven.
Figuur 11: Profiel westzijde besluitgebied (zie Bijlage 2)
De belangrijkste componenten van het totale landschappelijk inpassingsplan zijn in onderstaande weergave (figuur 12) beschreven. Tevens is het inpassingsplan bijgevoegd als Bijlage 2. Ook het beheerplan is als Bijlage 3 bijgevoegd.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
17
Figuur 12: Schematische weergave inpassingplan
18
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De voor het planvoornemen relevante beleidsdocumenten worden toegelicht.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt, is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. Vooralsnog is het rijksbeleid ook vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze nieuwe structuurvisie vervangt onder andere de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit.
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) speelt in op de volgende ontwikkelingen en uitdagingen: de veranderende behoefte aan wonen en werken; de mobiliteit van personen; economische positie tussen de tien meest concurrerende landen vasthouden voornamelijk in de sectoren logistiek, water, hightech, creatieve industrie, chemie en voedsel en tuinbouw; de bijzondere waarden (compacte steden omringd door open en natuurrijk landelijk gebied, cultuurhistorie en natuur) koesteren en versterken; waterveiligheid en beschikbaarheid van voldoende zoetwater in verband met de klimaatverandering en stedelijke ontwikkeling; aandeel duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie moet worden vergroot; deregulering. Het besluitgebied is gelegen binnen Greenport Venlo. Dit gebied is in de SVIR aangeduid als stedelijke regio met topsectoren op het gebied van agro & food, logistiek en tuinbouw en uitgangsmaterialen. In de SVIR is opgenomen dat het voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren nodig is om te beschikken over een voldoende voorraad (kwalitatief en kwantitatief) woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen. Ook natuur, hoogwaardige landschappen en
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
19
recreatieve voorzieningen horen daarbij, alsmede het bieden van meer ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei, de mogelijkheid om te voorzien in de eigen woningbehoefte en ruimte voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap en meegroei-, mantel- en meergeneratiewoningen. Onderhavig voornemen maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van een aantal zonnevelden binnen het glastuinbouwgebied Californië met een totale grootte van ca. 12,38 ha en een vermogen van ca. 10,7 MWp (elektrisch). Met deze opwek kunnen ca 3.560 huishoudens, bij een gemiddeld verbruik van ca. 3.000 kWh/jaar, worden voorzien. Het voornemen is dan ook mede het gevolg van de veranderende behoefte aan wonen waarbij het aspect duurzaamheid, inclusief de duurzame energieproductie, een steeds belangrijke rol speelt. Wanneer gekeken wordt naar de rijksdoelstellingen speelt onderhavige ontwikkeling in op de veranderende behoefte aan wonen, waarbij duurzaamheid en hernieuwbare energie wordt nagestreefd. De levert een bijdrage aan de vergroting van het aandeel duurzame energiebronnen. Geconcludeerd wordt dat het plan in lijn ligt met de doelen in het SVIR. Vanuit het SVIR gelden derhalve geen consequenties voor het planvoornemen.
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De SVIR (zie paragraaf 2.2.1) bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Met het Barro geeft het Rijk algemene regels voor ruimtelijke plannen. Doel van dit Besluit is bepaalde onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken.
Onderhavige ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de gestelde doelen van het Rijk. Dit houdt in dat voor het planvoornemen geen beperkingen vanuit het Barro gelden. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen een verantwoording te bevatten aan de hand van de zogenoemde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder), die is vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Ingevolge artikel 5.20 Besluit omgevingsrecht moet de Ladder ook worden toegepast bij een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De Ladder verplicht overheden tot het maken van een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij het mogelijk maken van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in planologische besluiten. Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee het voorkomen van (onaanvaardbare) leegstand en onnodig “bouwen in de wei”. De Ladder is daarmee een belangrijk instrument voor een goede ruimtelijke ordening. Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat zonnevelden niet als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro jo.
artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, Bro moeten worden aangemerkt (ABRvS 23 januari 2019, 201804681/1/A1). Gezien deze jurisprudentie moet worden geconcludeerd dat de realisatie van een zonneveld geen “stedelijke ontwikkeling” is als bedoeld in het Bro. Dit betekent dat de ontwikkeling niet Ladderplichtig is. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
20
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
3.1.5 Klimaatakkoord Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale afspraken om klimaatverandering tegen te gaan. Voorbeelden hiervan zijn het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties uit 1992, het Kyoto-Protocol uit 1997 en het VN-Klimaatakkoord van Parijs uit 2016. Het VN-Klimaatakkoord van Parijs heeft tot doel de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad in 2050 door o.a. het gebruik van fossiele brandstoffen sterk te verminderen danwel te beëindigen. Hieruit voortvloeiend is in juli 2019 de Klimaatwet in werking getreden. In de Klimaatwet is vastgelegd dat in Nederland in 2030 49% minder broeikasgassen moeten worden uitgestoten ten opzichte van 1990. In 2050 dient de reductie ten opzichte van 1990 95% te bedragen. Daarnaast dient het (Rijks)vastgoed in 2050 te beschikken over een klimaatneutrale energievoorziening. De inhoudelijke maatregelen om genoemde doelstellingen te behalen, zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord. Met het Klimaatakkoord wordt voortgebouwd op de maatregelen die reeds zijn opgenomen in het eerdere Energieakkoord (d.d. 2013). Eén van de afspraken is dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een goede stap in de richting om tot meer duurzame energieopwekking te komen.
Ook het meervoudige ruimtegebruik van het planvoornemen maakt dat het uitstekend past binnen de afspraken zoals gemaakt in het Klimaatakkoord. Geconcludeerd wordt dat het plan bijdraagt aan de in het Klimaatakkoord geformuleerde doelstellingen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Limburg 2014
Het POL 2014 is vastgesteld op 12 december 2014. De hoofdambitie in het POL betreft het realiseren van een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om er te blijven. Het POL richt zich met name op de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat, waarbij kwaliteit centraal staat. Daarbij zijn er regionale verschillen tussen Noord-, Midden- en Zuid-Limburg, die vragen om een regionaal verschillende beleidsuitwerking. Het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Daarbij worden gemeenten uitgenodigd om een flink aantal vraagstukken in regionaal verband verder uit te werken.
Figuur 13: Uitsnede Omgevingsvisie Limburg 2014
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
21
Vanuit het kaartbeeld 'Landbouw' gelden voor het gehele besluitgebied de aanduidingen 'Buitengebied' en meer specifiek de aanduiding 'Ontwikkelingsgebied glastuinbouw'. De zone 'Buitengebied' omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Het betreft alle gronden in het landelijk gebied, die niet zijn aangewezen als landschaps- of natuurzone. Deze zone biedt de meeste ruimte voor land- en tuinbouw en vrijetijdseconomie. Binnen de zone 'Buitengebied' is de aanduiding 'Ontwikkelingsgebied glastuinbouw' opgenomen voor een verdergaande concentratie en clustering van glastuinbouw met bijbehorende voorzieningen.
Verder geldt dat het besluitgebied niet binnen de bronsgroene landschapszone, zilvergroene natuurzone, goudgroene natuurzone of het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg is gelegen.
Duurzaamheidsbeleid In paragraaf 5.5 Energie en duurzaamheid van de Omgevingsvisie Limburg is de provinciale energie-opgave nader toegelicht. Uitgaande van het energiegebruik in Limburg in 2012 betekent de energietransitie van 14% in 2020 dat de energiebehoefte duurzaam moet worden opgewekt door: Circa 1.200 windturbines (van 3 MW) óf 80 km2 zonnepanelen (een oppervlakte ter grootte van de gemeente Sittard-Geleen) óf Het jaarlijks verbranden van 400 km2 bos (18% van de oppervlakte van Limburg). Er wordt ingezet op een scala aan bronnen van hernieuwbare energie, zoals windenergie, zonne-energie, geothermie en bodemenergie. Voor zon-PV ziet de provincie een grote groeimarkt en de toepassing in de gebouwde omgeving wordt zeer passend geacht. De provincie stimuleert deze toepassing middels een zonatlas waarmee woningeigenaren tegelijkertijd ook van andere potentiële besparingen bewust worden gemaakt. Ook komen zonneparken met de in het Klimaatakkoord voorgestelde salderingsregeling dichterbij. De ontwikkeling van business-modellen en proefprojecten worden ondersteund en, afhankelijk van de uitkomsten, beziet de provincie of zij hierin een rol in moet nemen. Van belang is bij deze vorm van energieopwekking primair in te zetten op multifunctioneel ruimtegebruik.
Verder geldt dat voor de aanpak van de energietransitie regionale energievisies (opgesteld door de regionaal samenwerkende gemeenten en Provincie in samenspraak met marktpartijen) een belangrijke plaats in nemen. De RES Noord- en Midden-Limburg is in paragraaf 3.3.1 nader toegelicht. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Het beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Limburg 2014 is meer geconcretiseerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Ontwikkelingsgebied glastuinbouw Op basis van de kaart 'Intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en zilvergroene natuurzone' wordt vastgesteld dat het besluitgebied is gelegen in het landelijk gebied, specifiek 'ontwikkelingsgebied glastuinbouw'.
22
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Figuur 14: Uitsnede kaart 'Intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en zilvergroene natuurzone' (bron: POL 2014)
Met de aanwijzing van ontwikkelingsgebieden voor glastuinbouw wordt verdergaande concentratie en clustering van glastuinbouw binnen de provincie Limburg nagestreefd. Conform het provinciaal beleid is nieuwvesting van glastuinbouw enkel toegestaan in de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw en is buiten de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw doorgroei enkel onder voorwaarden mogelijk in combinatie met sloop van bestaande kassen. Glastuinbouw kenmerkt zich door zoveel mogelijk aaneengesloten rechthoekige blokken. Dit is de voor glastuinbouw meest economische en efficiënte opzet. In het driehoekige glastuinbouwgebied Californië I betekent dit als vanzelf dat er onherroepelijk ‘overhoeken’ c.q. restpercelen ontstaan. De restpercelen worden gevormd door de overhoeken tussen de rechthoekige kassen en de erven langs de doorgaande wegen langs het glastuinbouwgebied. Deze restpercelen kunnen niet voor de glastuinbouw worden gebruikt en hebben veelal een groene invulling gekregen, bijvoorbeeld als locatie voor landschappelijke inpassing of als waterbergingsgebied. De beperkte uitbreiding van zonneveld Nieuw Erf op een restperceel staat de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied Californië I niet in de weg, immers: wegens de minder gunstige ligging wordt het restperceel niet voor glastuinbouw in gebruik genomen.
Met de beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld op het restperceel worden de gronden optimaal benut en wordt tevens bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van het glastuinbouwgebied. Door ter plaatse van het zonneveld tevens een infiltratiezone voor hemelwater te realiseren, wordt ook invulling gegeven aan het principe van meervoudig ruimtegebruik. Geconcludeerd wordt dat de ligging van het besluitgebied binnen het 'ontwikkelingsgebied glastuinbouw' geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling.
Overige kaders Op grond van de verordening kan op basis van de kaart 'Beschermingszones natuur en landschap' worden vastgesteld dat het besluitgebied niet is gelegen in een beschermingszone natuur en/of beschermingszone landschap.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
23
Figuur 15: Uitsnede kaart 'Beschermingszones natuur en landschap' (bron: POL 2014)
Gezien het feit dat onderhavig besluitgebied niet binnen een beschermde landschapszone of natuurzone valt, is er ten plaatse van het besluitgebied verder geen sprake van een specifiek beschermingsregime voor natuur en landschap. 3.2.3 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Bij de inwerking treding van de Omgevingswet (naar verwachting 1 juli 2022) dient de Provincie Limburg te beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie Limburg richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen en leefomgeving, veiligheid, cultuur, sport en erfgoed, economie, werklocateis, mobiliteit, energie, landbouw, water, natuur, landschap en bodem em ondergrond. De ontwerp-Omgevingsvisie heeft ter inzage gelegen van 7 september tot en met 18 oktober 2020. De vaststelling wordt medio 2021 verwacht.
Energie Er wordt erkend dat mensen vanuit verschillende uitgangspunten en opvattingen meewerken aan een innovatief energietransitie beleid, dat de economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen uit het buitenland, en dat tegelijkertijd de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met biodiversiteit. Er wordt gestreefd naar minder aardgasgebruik in 2050. Voor 2030 wekken de 30 landelijke RES-regio´s 35 TWh elektriciteit op het land op (door middel van zon- en windenergie). Bij het realiseren van de afspraken en nationale ambities rondom de energietransitie baseert de provincie haar handelen op draagvlak. Initiatieven moeten haalbaar en betaalbaar zijn. De provincie Limburg stelt zich op als gelijkwaardige partner bij de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieën (RES). De provincie werkt aan de Provinciale Energiestrategie (PES), waarin keuzes worden gemaakt voor Limburgse sleutelinnovaties en betaalbare energiebesparingsmaatregelen. De Omgevingsvisie zal op dit onderdeel worden aangevuld met de gemaakte keuzes. De provincie past het principe van de ‘trias energetica’ toe in alle sectoren. Dit betekent: het verminderen van het energiegebruik door verspilling tegen te gaan. de energie komt zoveel mogelijk uit niet-fossiele, duurzame bronnen zoals wind, water-, en zonne-energie.
Voor de energiebehoefte die niet met duurzame bronnen kan worden ingevuld kiezen we zo efficiënt en schoon mogelijke fossiele bronnen.
24
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
De trias energetica is leidend voor de inzet van instrrumenten. Ten aanzien van zonne-energie geldt: Voor de ruimtelijke inpassing van zonne-energie hanteren we de Limburgse zonneladder. Het gaat zowel om de juiste locatie als om de juiste ruimtelijke inpassing op die locatie. De zonneladder is als volgt (niet volgtijdelijk): 1. Op daken en gevels van gebouwen; 2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied; 3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur. 4. Gronden in gebruik voor landbouw; 5. Uitsluitingsgebieden (Natura 2000 gebieden en waterwingebieden).
Figuur 16: Limburgse Zonneladder
De Zonneladder gaat ervan uit dat goede landbouwgrond en kwetsbare natuur enkel als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie. Onderhavige ontwikkeling betreft de beperkte uitbreiding van een reeds vergund zonneveld op een restperceel binnen het glastuinbouwgebied Californië I. De ontwikkeling wordt aangemerkt als Trede 4 van de Limburgse zonneladder. Hieruit volgt dat de betreffende gronden enkel mogen worden benut voor de opwek van zonne-energie na een zorgvuldige ruimtelijke afweging. In dit kader wordt gemotiveerd dat de betreffende gronden weliswaar zijn gelegen binnen een ontwikkelingsgebied voor glastuinbouw (landbouwgrond), maar wegens een ongunstige ligging niet voor de glastuinbouw worden benut. Daarnaast geldt dat ter plaatse van de naastgelegen gronden de realisatie van een zonneveld reeds is vergund (datum vergunning 14 oktober 2019 en inmiddels onherroepelijk). De beperkte uitbreiding van het zonneveld sluit daarmee aan op een bestaande ontwikkeling. De Zonneladder is verder verankerd in de (ontwerp) Omgevingsverordening Limburg. Toetsing hieraan vindt plaats in volgende paragraaf 3.2.4). Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan passend is binnen de beleidskaders van de (ontwerp) POVI.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
25
3.2.4 Ontwerp Omgevingsverordening Limburg Op 25 mei 2021 heeft het College van Gedeputeerde Staten de ontwerp-omgevingsverordening vastgesteld. Deze ontwerp-omgevingsverordening ligt vanaf maandag 7 juni 2021 tot en met 19 juli 2021 ter inzage. In de ontwerp-Omgevingsverordening geeft provincie aan hoe het zal toezien op een juiste toepassing van de Limburgse zonneladder en op kwalitatief goede onderbouwingen bij initiatieven voor grondgebonden zonneparken. Het gaat hier dan met name om een goede ruimtelijke afweging, de instandhouding van de landschapsstructuur en bijbehorende kenmerken, het combineren van meerdere functies, aandacht voor lokaal draagvlak en participatie en het doorlopen van zorgvuldige procedures. In de ontwerpOmgevingsverordening zijn de volgende uitsluitingsgebieden voor grondgebonden zonneparken opgenomen: het Natuurnetwerk Limburg (de voormalige goudgroen aangeduide POL-gebieden met inbegrip van de Natura2000 gebieden) en waterwingebieden en bestaande bos- en natuurgebieden gelegen in de groenblauwe mantel. Onderhavig besluitgebied is niet binnen een uitsluitingsgebied gelegen. Verder geldt dat in de Omgevingsverordening is o.a. een motiveringsplicht opgenomen om te motiveren waarom er wordt gekozen voor een bepaalde trede van de zonneladder.
Zo geldt op basis van artikel 13.3 lid 3 dat een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio Midden-Limburg een zonnepark alleen toelaat als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg. Daarbij geldt dat een omgevingsplan geen zonnepark op landbouwgrond toelaat, tenzij (lid 5): a.
een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; Door met de beoogde uitbreiding aan te sluiten op een bestaande ontwikkeling, wordt met een beperkt extra ruimtebeslag voorzien in een substantiële bijdrage in de opwekking van duurzame energie. De gronden die voor de uitbreiding worden benut, betreffen namelijk restpercelen in een glastuinbouwgebied en grenzen direct aan het vergunde zonnepark. In Hoofdstuk 4 is nader onderzocht en onderbouwd dat de uitbreiding van het zonnepark niet tot nadelige milieueffecten voor de omgeving leidt. Ten behoeve van een optimale inrichting van het perceel, is tevens een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden, waarmee is gestreefd naar maximaal draagvlak en participatie (zie ook 5.3). Tot slot geldt dat het planvoornemen invulling geeft aan het principe van meervoudig ruimtegebruik, door te voorzien in extra ruimte voor waterberging en een versterking van de biodiveristieit.
b.
voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; Ten behoeve van de beoogde uitbreiding van het zonnepark is een landschappelijk inpassingsplan ontwikkeld welke voortborduurd op het landschapsplan dat voor het reeds vergunde zonnepark is opgesteld. Het doel van de landschappelijke inpassing is het directe zicht op het zonnepark te ontnemen middels de inzet van gebiedseigen beplanting. Daarnaast worden 1) een infiltratiezone met een bergingscapaciteit van ca. 5.800 m3 , 2) een grondwal met een bloemrijk grasland mengsel (inheems) en 3) een verdiepte greppel met wilgentenen (met mogelijkheden voor extra waterberging) gerealiseerd. Middels een hekwerk van 2 meter hoog, dat rondom het zonneveld wordt gerealiseerd, wordt het zonneveld afgesloten voor de omgeving. Het hekwerk is middels een opening aan de onderzijde (ca. 25 cm) wel passeerbaar voor fauna. Vorenstaande is nader toegelicht in 2.3.2. PM beheerplan wordt toegevoegd
c.
de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit; en De zonnepanelen worden zo opgesteld dat voldoende ruimte tussen de panelen is waardoor licht en regenwater de bodem kunnen bereiken. Verder geldt dat met het planvoornemen een wijziging van de
26
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
bodemgebruik plaatsvindt van een monocultuur met bemesting naar kruiden- en bloemenrijkrijk grasland ter versterking van de biodiversiteit. Dit impliceert dat de bodemkwaliteit zal verbeteren. De zonnepanelen vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bodembedreiging. d.
het omgevingsplan een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark bevat na beëindiging van de activiteit. Dit planvoornemen betreft een uitbreiding van een reeds vergund zonnepark. Het reeds vergunde zonnepark kent geen tijdstip c.q. einddatum waarop de activiteit dient te zijn beëindigd. Gezien het feit dat het reeds vergunde zonnepark geen tijdelijke, maar een permanente functie betreft, wordt bij de uitbreiding hiervan op aangesloten. De uitbreiding van het zonnepark wordt dan ook voor onbepaalde tijd vergund. Indien initiatiefnemer alsnog wenst de activiteiten op de locatie te beëindigen, zal deze zelf zorgdragen voor het in oorspronkelijke staat terugbrengen van het perceel.
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het planvoornemen passend is binnend e kaders van de Omgevingsverordening. 3.2.5 Provinciale Energie Strategie Energie en klimaat zijn belangrijke onderdelen in het collegeprogramma 'Vernieuwend Verbinden'. De Provincie wil op basis van eigen ambitie en door de plannen uit het Klimaatakkoord de energietransitie in Limburg mede vormgeven. De plannen worden beschreven in de Provinciale Energiestrategie (vastgesteld 18 december 2020). In de Provinciale Energie Strategie (PES) formuleert de Provincie Limburg haar ambitie als volgt: De Provincie Limburg werkt samen met haar inwoners, instellingen en bedrijfsleven aan een innovatieve en structuurversterkende energietransitie en passende energiemix en infrastructuur voor Limburg op weg naar 2030, met daarin oog voor leveringszekerheid, draagvlak en eigenaarschap, in een realistisch tempo met betaalbare en haalbare investeringen. In de PES werkt de Provincie deze ambitie verder uit in een vijftal perspectieven richting 2030. Perspectieven voor inwoners, instellingen en bedrijven: 1. 2. 3. 4. 5.
Een energietransitie vanuit een toekomstbestendige infrastructuur; Een energietransitie met volop ruimte voor innovatie, techniek en vakmanschap; Een energietransitie waarin de Limburgse warmte kansen biedt; Een energietransitie die sociaal en eerlijk is door participatie en lokaal profijt; Een energietransitie waarin de Provincie zelf het goede voorbeeld geeft.
De ambities van de PES zijn doorvertaald in de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Energiestrategie (RES) Noord- en Midden-Limburg In de RES wordt door overheden, maatschappelijke organisaties, netbeheerders, en als het mogelijk is ook burgers, gewerkt aan regionaal gedragen keuzes als het gaat om energiebesparing en de duurzame opwekking van elektriciteit en de hiervoor benodigde infrastructuur. De RES wordt op regionaal niveau samengesteld. Gemeente Horst aan de Maas is deel van de RES-regio Noord- en Midden-Limburg. In de RES zijn de ambities van de regio voor de periode van 2030-2050 beschreven. Deze betreffen: Door energie te besparen en energie kleinschalig duurzaam op te wekken in 2030 minimaal 25% minder CO2 uitstoten dan in 2015;
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
27
Met grootschalige duurzame zon- en windprojecten 1.200 gigawattuur (GWh) duurzame energie opwekken in 2030; 100% duurzame warmte in 2050; 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten. Met de uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld wordt bijgedragen aan de regionale doelstelling om voor 2030 1.200 gigawattuur (GWh) op te wekken met grootschalige duurzame zon- en windprojecten. Daarbij wordt gestreefd het doel van minimaal 50% coöperatief eigenaarschap te bewerkstelligen. In dit kader is in overleg met de lokale energie coöperatie onderzocht of er mogelijkheden zijn om via hen obligaties uit te geven voor het gehele project (zijnde het gehele zonnepark Nieuw Erf, inclusief onderhavige uitbreiding). De stand van zaken is dat de betreffende energiecoöperatie heeft aangegeven dat zij op dit moment geen rol voor zichzelf zien weggelegd om te faciliteren in het in de markt zetten van obligatieleningen bij projecten waarbij zij geen (mede)eigenaar zijn. Aangezien onderhavige ontwikkeling een uitbreiding betreft van een bestaand project / bestaande vergunning, is het onmogelijk om mede-eigenaarschap te realiseren (zie ook 3.4.2). Wel worden alsnog door initiatiefnemer mogelijkheden onderzocht om een traject te kunnen opstarten om voor de realisatie van het totale park een obligatiepakket in de markt te zetten.
Op dit moment bestaat de keuze om dit 1) individueel voor dit project te doen of 2) een tender uit te zetten via een nationaal platform waarbij inwoners van de gemeente Horst aan de Maas voorrang hebben op het inschrijven voor een traject met een goed rendement / goede risicoverhouding en een direct volgende kasstroom op deze investering. Op deze wijze wordt geprobeerd om aan de participatie vorm te geven via landelijke platforms waarop lokale bewoners voorrang krijgen op participatie in dit specifieke park. Verder geldt dat met de inrichting van het zonnepark wordt gestreefd naar meervoudig ruimtegebruik en een versterking van de landschappelijke kwaliteiten. Zo wordt middels de inzet van gebiedseigen beplanting het directe zicht op het zonnepark te ontnemen. Daarnaast wordt een infiltratiezone met een oppervlak van ca. 2,07 ha en een bergingscapaciteit van ca. 5.800 m3 gerealiseerd. Verder geldt dat een ecologische meerwaarde voor flora en fauna (insecten en vogels) wordt geboden middels de aanplant van kruiden- en bloemijk grasland. Ook dient in ogenschouw te worden genomen dat dit planvoornemen een uitbreiding van een reeds vergund zonnepark betreft. Door aan te sluiten bij een bestaande ontwikkeling, wordt verdere aantasting van het landschap voorkomen.
Gelet op vorenstaande geldt dat het planvoornemen is afgestemd op de RES en bijdraagt aan de beschreven ambities op het gebied van duurzaamheid en landschappelijke kwaliteit. 3.3.2 Structuurvisie Klavertje 4-gebied Op 11 september 2012 is door de gemeenteraden van de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venlo de structuurvisie 'Klavertje 4-gebied' vastgesteld. In deze intergemeentelijke structuurvisie hebben de drie betrokken gemeenten het ruimtelijke beleid voor dit gebied concreet vastgelegd. Samen met het Rijk en de provincie Limburg hebben de gemeenten de ambitie een duurzame regionale ruimtelijk-economische structuurversterking te realiseren, geïnspireerd door de Cradle2Cradle (C2C)-principes. Hier wordt invulling aan gegeven door een duurzaam en innovatief economisch netwerk te ontwikkelen, dat geografisch is verankerd in het Klavertje 4-gebied. Waardecreatie is het uitgangspunt, door te streven naar kwaliteit (gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde), het bieden van een economisch perspectief voor bedrijven en het behalen van een maatschappelijk rendement. Daarnaast is het streven gericht op optimale kennisontwikkeling, innovatie en het behalen van gezamenlijk (economisch) voordeel door samenwerking tussen bedrijven.
Om het voorgaande een plek te geven is het Klavertje 4-gebied aangewezen als ontwikkelingsgebied voor de agrarische productiekolom, waar werklandschappen, vastgoed, gebiedsbrede voorzieningen en een hoogwaardig landschap worden ontwikkeld. Ten aanzien van het thema 'Energie' geldt dat het streven is een zoveel mogelijk energieneutraal gebied te ontwikkelen. Speerpunten hierbij zijn:
28
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
het realiseren en beheren van gebiedsbrede (nuts)voorzieningen; het realiseren van optimale energiebesparingen; voorzien in de hiervoor benodigde juridische structuren; het realiseren en coördineren van duurzame opwekcapaciteit. In het streven naar een duurzame en rendabele energievoorziening voor het gebied wordt ingezet op 'Energy Savings' en 'Energy Production & Supply'. De eerste prioriteit is het realiseren van significante energiebesparingen. De tweede prioriteit is het ontwikkelen en exploiteren van duurzame opwekcapaciteit. Ten aanzien van het duurzaam opwekken van energie geldt dat het scheppen van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor partijen die hierin wensen te investeren van wezenlijk belang is. Het balanceren van de energievraag binnen het Klavertje 4-gebied is het doel, gericht op maximale uitwisseling van energie tussen bedrijven en het vergroten van de zelfvoorzienendheid. De benodigde partners worden gevonden in de omgeving van energieproductie en -leveringsbedrijven, energie projectontwikkelaars, netwerkbeheerders en de financiële wereld. Het realiseren van kansrijke duurzame opwekcapaciteit kan een besparing van de energievraag opleveren van minimaal 15%.
De beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld ter plaatse van een restperceel binnen het glastuinbouwgebied Californië I draagt bij aan de duurzame energieopwerk binnen het Klavertje 4-gebied. Het plan sluit daarmee aan bij de doelstelling een energieneutraal gebied te ontwikkelen en is passend binnen de structuurvisie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Horst aan de Maas Op 26 november 2019 is door de gemeenteraad van Horst aan de Maas de structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen binnen de gemeente, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de gemeenteraad zich voorstelt dat voorgenomen ruimtelijk beleid te verwezenlijken. Voor het gehele Klavertje 4-gebied (onderdeel van Greenport Venlo) is de intergemeentelijke structuurvisie opgesteld (zie 3.3.2). De gemeenteraad van Horst aan de Maas heeft de structuurvisie Klavertje-4-gebied vastgesteld op 11 september 2012. Het Klavertje 4-gebied valt buiten de scope van de integrale structuurvisie. De structuurvisie Horst aan de Maas is derhalve niet van toepassing op onderhavig planvoornemen. 3.4.2 Kader voor de Opwek van Duurzame Elektriciteit (KODE) De regionale afspraken van de RES zijn lokaal vertaald in KODE: Kader Opwekking Duurzame Elektriciteit. KODE is op 15 december 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. In KODE heeft de gemeente Horst aan de Maas kaders opgesteld over de manier waarop op een wenselijke manier duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. Hierbij gaat het over mogelijke toekomstige plaatsen, koppelkansen, inpassing, hinder en participatie en de voorwaarden hiervoor.
De centrale opgave zoals beschreven in het KODE betreft: "In 2030 wordt 30% (of ongeveer 1.150 TJ) van de energievraag in Horst aan de Maas duurzaam lokaal opgewekt met zon- en windenergie. In 2050 is de energievoorziening van Horst aan de Maas 100% duurzaam."
Er zijn vier sporen waarlangs meer duurzame elektriciteit gaat worden opgewekt van nu tot 2030: Spoor 1: Meervoudig ruimtegebruik, zoals zon-op-dak en reststroken, en kleinschalige zonneweides tot 0,5 hectare. Deze zijn nu al mogelijk en worden ook verder gestimuleerd met voorlichting en advies. Met spoor 1 wordt ongeveer 255 TJ opgewekt;
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
29
Spoor 2: Middelgrote zonneweides. De gemeente wil maximaal zes zonneweides, met een totale grootte van 75 hectare, vergunnen. De grootte van de zonneweides zijn indicatief 5-15 hectare. In verband met de exploitatieperiode van zonneweides en de potentieel tijdelijke rol van zonneweides in het landschap zal een vergunningsperiode van maximaal 25 jaar worden ingebouwd. Bij het toetsen van de plannen worden strikte landschappelijke criteria gesteld en worden eisen gesteld om te waarborgen dat de inwoners, via een energiecoöperatie, kunnen meeprofiteren van de opbrengsten. Met spoor 2 wordt ongeveer 133 TJ opgewekt; Spoor 3: Energielandschappen. De gemeente wil een gebiedsverkenning starten naar de mogelijkheden tot twee grootschalige energieprojecten in de vorm van een energielandschap (wind- en/of zonne-energie). Een onafhankelijke gebiedsverkenner gaat de mogelijkheden hiervoor verkennen. Bij de ontwikkeling van een energielandschap wordt nadrukkelijk ingezet op een bredere gebiedsontwikkeling, waarbij ook wordt ingezet op de transitie in de landbouw, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie. Met spoor 3 wordt ongeveer 713 TJ opgewekt. Dat is 223 TJ aan windenergie (indicatief 7 windturbines) en 275 hectare zonnepanelen; Spoor 4: Innovatie, netwerken en opslag. In dit spoor wordt gefocust op de ontwikkeling van nieuwe technologieën voor energie-opwek en de opslag daarvan.
Daarbij wordt nauw samengewerkt met andere overheden in RES-verband. Beleidskeuzes ten aanzien van zonne-energie betreffen: Meervoudig ruimtegebruik in de bebouwde omgeving geniet de voorkeur. Daarmee wordt bijvoorbeeld bedoeld zonnepanelen op daken of op overkappingen van parkeerplaatsen; Om aan de opgave te voldoen zetten we ook in op zonneweides; Er wordt zoals ook uit de inwonersenquête blijkt, de voorkeur gegeven aan extensieve zonneweides; Zonneweides die koppelkansen bieden met land- en tuinbouw, natuurontwikkeling, biodiversiteit, bodemgesteldheid en klimaatadaptatie genieten de voorkeur; Zonneweides tussen de 0,5 en 5 hectare worden niet toegestaan om versnippering van het landschap te voorkomen; De volgende categorieën zonneweides worden gehanteerd: 1. Klein: tot max 0,5 ha grondoppervlak; 2. Middelgroot: 5 - 15 hectare grondoppervlak; 3. Groot: 15 hectare en groter grondoppervlak. Gevolg ontwikkeling Zoals gezegd betreft onderhavige aanvraag een beperkte uitbreiding (ca. 1,7 ha) van een bestaand zonneveld met onherroepelijke vergunningen (ca. 5,9 ha), welke verleend zijn op basis van het vigerend bestemmingsplan. Er wordt hiermee in totaal een zonnepark van ca. 7,5-8 ha mogelijk gemaakt. Dit betreft een middelgrote zonneweide en valt onder spoor 2.
Gezien het feit dat dit voornemen betrekking heeft op een uitbreiding reeds vergund zonnepark, is hier ook al sprake van aansluitingen op het elektriciteitsnet en lopende realisatietermijnen. Hierdoor is het niet mogelijk om hele nieuwe planningsgedachten en tenderprocedures te introduceren. Van groot belang om te melden is het feit dat het gehele zonnepark voor realisatie € 1.000.000 garantiekapitaal ophaalt in de directe omgeving, waarbij inwoners van Horst aan de Maas voorrang krijgen om in te schrijven. Een speciale lokale promotiecampagne zal hiervoor in het najaar van 2021 worden uitgerold. Tevens is het belangrijk om te melden dat ook voor de uitbreiding een omgevingsdialoog is gevoerd met alle omwonenden met positieve uitkomsten, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn tegen deze realisatie. Dit wordt ook mede veroorzaakt door een goede landschappelijke inpassing nabij de enkele woningen en het in overleg met bewoners werken aan het ontwerp hiervan.
30
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Nieuw Erf, Horst
Geconstateerd wordt dat het projectgebied midden in Greenport Venlo ligt en dat er ook geen sprake is van het opgeven van goede landbouwkundige grond. De gronden waar de uitbreiding van het zonnepark is voorzien betreffen allemaal slecht verkavelde restpercelen met een slechte ontwatering. Deze beoogde uitbreiding heeft dus geen impact op de landschappelijke kwaliteit, integendeel: door de landschappelijke inpassing ontstaat een strak en georganiseerd beeld met een adequaat onderhoudsbeleid. Zoals hierboven reeds gesteld is hier sprake van een reeds bestaande elektraaansluiting waardoor dit deel van het zonneveld geen extra claim legt op de mogelijkheden die Enexis kan bieden aan andere leveranciers van duurzame energie en ook is er geen remming in tijd. Projecten met een nieuwe aansluiting kunnen vanaf 2026 pas gaan leveren (inschatting Enexis) en daar is dus hier geen sprake van. Het betreft hier dus een unieke locatie die snel gerealiseerd kan worden. De doelstellingen die met deze uitbreiding worden gehaald sluiten volledig aan bij de doelstellingen van KODE. Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan aansluit bij het tweede spoor waarmee de gemeente Horst aan de Maas streeft om in 2030 ongeveer 133 TJ zonne-energie op te wekken.
Hierbij geldt dat aan de uitbreiding van het zonnepark geen vergunningsperiode van maximaal 25 jaar wordt gebonden, maar een onbepaalde tijd. Dit vanwege het feit dat het reeds vergunde zonnepark tevens voor onbepaalde tijd vergund is. 3.4.3 Bestemmingsplan Californië I Op basis van het vigerend bestemmingsplan 'Californië I' is het besluitgebied deels bestemd als 'Agrarisch' en 'Water' in combinatie met de functieaanduiding 'specifieke vorm van water - gietwaterbassin'. Op basis van de bestemmingsregels is de uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld ter plaatse van het besluitgebied planologisch-juridisch gezien niet toegestaan. Om deze reden wordt van het bestemmingsplan afgeweken. In dit kader is in voorgaande reeds onderbouwd dat het voornemen past binnen de beleidskaders van verschillende overheden. Ook uit toetsing van de milieu- en omgevingsaspecten (zie Hoofdstuk 4) blijkt dat het plan passend is binnen de omgeving.