06c.17 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Omgevingsvergunning - Ruimtelijke onderbouwing -
Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst Gemeente Horst aan de Maas
OMGEVINGSVERGUNNING - Ruimtelijke onderbouwing -
Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst Gemeente Horst aan de Maas
IDN-nummer:
NL.IMRO.1507.PM-0001
Status:
ontwerp
Datum:
13 juli 2021
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doelstelling Ligging projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
5 6 8 9
Hoofdstuk 2 Projectprofiel
11
2.1 2.2 2.3
11 13 15
Gebiedsbeschrijving Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Beleidskader
19
3.1 3.2 3.3 3.4
19 21 28 29
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten
37
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
37 37 38 39 40 41 41 43 43 44 47 48
Milieu algemeen Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid (Brand)veiligheid, beheer en onderhoud Lichtreflectie en schittering Elektromagnetische straling Natuur Archeologie en cultuurhistorie Water
Hoofdstuk 5 Haalbaarheid
53
5.1 5.2 5.3
53 53 53
Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6 Procedure
55
6.1 6.2 6.3
55 55 55
De te volgen procedure Vooroverleg Terinzagelegging ontwerp vergunning
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
3
6.4
Verlening vergunning
Ruimtelijke onderbouwing
4
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
55
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
Op 13 maart 2020 is de vergunning verleend voor de ontwikkeling van een zonnepark in het zuidoosten van het glastuinbouwgebied Californië I, gelegen aan de Vinkenpeelweg te Grubbenvorst. Het betreft een zonnepark ter grootte van ca. 12,7 ha waarbinnen zonnepanelen in een oost-westopstelling kunnen worden gerealiseerd. Initiatiefnemer Karakter Two Energie B.V. heeft inmiddels het voornemen om dit reeds vergunde zonnepark uit te breiden in oostelijke en zuidelijke richting. Hiervoor worden o.a. drie restpercelen aangewend waarvan geldt dat in het verleden reeds principe medewerking is verkregen voor de ontwikkeling van een zonnepark op die percelen. Het gaat om de restpercelen: Restperceel Horsterweg Noord I bestaat uit de percelen c.q. delen van de percelen kadastraal bekend als gemeente Grubbenvorst, sectie L, nummers 797, 936 en 1004; Restperceel Horsterweg Zuid bestaat uit een gedeelte van het perceel kadastraal bekend als gemeente Grubbenvorst, sectie L, nummer 939; Restperceel Sevenumseweg bestaat uit een gedeelte van het perceel kadastraal bekend als gemeente Grubbenvorst, sectie M, nummer 587.
Figuur 1: Begrenzing beoogde uitbreiding zonnepark ten opzichte van reeds vergund zonnepark Vinkenpeelweg
De drie genoemde restpercelen en de gronden die tussen het reeds vergund zonnepark en de restpercelen zijn
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
5
gelegen, vormen het projectgebied waarbinnen de uitbreiding van het zonnepark dient plaats te vinden. De gronden die beoogd zijn voor de uitbreiding beslaan een oppervlak van ca. 10,8 ha. Hierbinnen kan ca. 6,8 ha aan extra zonnepanelen worden gerealiseerd. De beoogde uitbreiding maakt het mogelijk om aan de Vinkenpeelweg een zonnepark met een totaal oppervlak van ca. 23,5 ha (waarvan ca. 19,5 ha aan zonnepanelen) te realiseren en met een vermogen van ca. 28 MWp (elektrisch). Met deze opwek kunnen ca. 9.333 huishoudens, bij een gemiddeld verbruik van ca. 3.000 kWh/jaar, worden voorzien. Hiermee wordt mede invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities voor verduurzaming. De uitbreiding van het zonneveld gaat gepaard met een gedegen landschappelijke inpassing en aandacht voor de waterbergingsopgave. Met de landschappelijke inpassing en het oplossen van de waterbergingsopgave wordt aangesloten op het landschapsplan en het waterplan die in het kader van het reeds vergunde zonneveld zijn ontworpen. Tevens geldt dat middels een aparte omgevingsvergunningprocedure het verleggen van de Achterste Vlinkenpeel en het herprofileren van een deel van de Gekkengraaf is aangevraagd in het kader van het optimaliseren en effectiever realiseren van de bestaande vergunning voor een zonnepark.
Voor de stukken grond waarop de uitbreiding van het vergunde zonnepark is voorzien (rood omkaderd op bovenstaand figuur) geldt dat de realisatie van een zonnepark op basis van het huidige bestemmingsplan niet is toegestaan. Om de uitbreiding van het vergunde zonneveld Vinkenpeelweg mogelijk te maken, dient daarom van het huidige bestemmingsplan te worden afgeweken. Om de reden is een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan in combinatie met bouwen aangevraagd die voorziet in: Het realiseren van zonnepalenenvelden aansluitend op een vergund zonnepanelenveld; Het (gedeeltelijk) omsluiten van de buitenranden van het zonnepark door middel van een hekwerk van 2 meter in verband met de noodzakelijke beveiliging; Het oprichten van bouwwerken binnen de bebouwingsvrijezone die in verband met de aanwezige hoogspanningsverbinding door het projectgebied loopt. Daarnaast is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden aangevraagd die voorziet in: De berging en infiltratie van hemelwater binnen het zonnepark, waarvoor herprofilering van de bodem noodzakelijk is.
Hierin worden ook de grondwerkzaamheden ten behoeve van de verlegging van de Achterste Vlinkenpeel en de herprofilering van een deel van de Gekkengraaf meegenomen; Het aanbrengen van beplanting ter plaatse van de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden t.b.v. de realisatie c.q. versterking van een dassenmigratieroute. Onderhavig document voorziet in de vereiste ruimtelijke onderbouwing voor de aanvraag omgevingsvergunning om voor de uitbreiding van het zonnepark en voorgestelde punten van het vigerend bestemmingsplan af te wijken of werkzaamheden uit te voeren. Middels het verlenen van de omgevingsvergunning wordt de uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld Vinkenpeelweg planologisch-juridisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging projectgebied
Onderhavig projectgebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas. Het is ten zuidoosten van de kern Horst gelegen, ten westen van de kern Grubbenvorst en ten oosten van de kern Sevenum. Het projectgebied maakt deel uit van glastuinbouwgebied Californië I.
6
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Figuur 2: Globale ligging projectgebied
Meer concreet geldt dat het projectgebied is gelegen binnen het gebied dat wordt omsloten door de Vinkenpeelweg in het westen, de Horsterweg in het oosten en de Sevenumseweg in het zuiden. Het projectgebied wordt gevormd door een aantal percelen grenzend ten noorden, oosten en zuiden aan het reeds vergunde zonnepark Vinkenpeelweg. Specifiek gaat het om de percelen c.q. delen van percelen kadastraal bekend als gemeente Grubbenvorst, sectie L, nummers 744, 797, 903, 936, 939 en 1004 en sectie M nummers 587 en 590. Figuur 3 geeft de ligging van zowel het reeds vergunde zonnepark Vinkenpeelweg als de beoogde locatie voor de uitbreiding weer. Hierbij geldt dat enkel de locatie van de beoogde uitbreiding wordt aangemerkt als projectgebied. Het reeds vergunde zonnepark valt hier dus buiten.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
7
Figuur 3: Begrenzing projectgebied (rood omkaderd) ten opzichte van reeds vergund zonnepark Vinkenpeelweg (wit)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het projectgebied is het bestemmingsplan 'Californië 1' vigerend, dat door de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld op 17 december 2017. Het projectgebied omvat binnen het vigerend bestemmingsplan de volgende bestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen: Enkelbestemming 'Agrarisch - Projectvestiging glastuinbouw' Enkelbestemming 'Agrarisch' Enkelbestemming 'Water', deels in combinatie met de functieaanduiding 'specifieke vorm van water gietwaterbassin' Enkelbestemming 'Wonen' Dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' Dubbelbestemming 'Leiding' in combinate met de functieaanduiding 'specifieke vorm van leiding hoogspanningsverbinding en bebouwingsvrije zone Gebiedsaanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' Gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol'
8
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Figuur 4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
Binnen de vigerende bestemmingen is de realisatie van het zonnepark niet rechtstreeks mogelijk. Door middel van een omgevingsvergunning zal worden afgeweken van het bestemmingsplan. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing gaat nader in op de aspecten die een rol spelen om een goede ruimtelijke ordening te borgen ten behoeve van de planologische verankering van het planvoornemen.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt een beschrijving van de ontwikkeling gegeven. Daarna worden de beleidskaders van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente uiteengezet. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de verschillende sectorale aspecten, zoals Wet geluidhinder, luchtkwaliteit, flora en fauna en cultuurhistorie en archeologie. Tenslotte wordt er nader ingegaan op de haalbaarheid en de procedures die onderhavige ruimtelijke onderbouwing doorloopt of doorlopen heeft.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
9
10
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Hoofdstuk 2 2.1
Projectprofiel
Gebiedsbeschrijving
2.1.1 GlastuinbouwgebiedCalifornië Ten zuidoosten van de kern Horst in de gemeente Horst aan de Maas is het glastuinbouwgebied Californië gelegen. Het gebied bestaat als het ware uit twee delen: Californië I (fase 1: ca. 250 ha) en Californië II (fase 2: ca. 125 ha). Onderhavig projectgebied is gelegen binnen het gebied Californië I (zie figuur 5).
Figuur 5: Indicatieve begrenzing glastuinbouwgebied Californië 1 met aanduiding projectgebied
Centraal in de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied staat de inrichting van het gebied als duurzaam glastuinbouwgebied waar specifieke aandacht is voor landschappelijke inpassing, ontsluiting, waterhuishouding, verkaveling, groen en collectieve voorzieningen. Naast het gebruik van gronden voor tuinbouwkassen, zijn binnen het glastuinbouwgebied (delen van) percelen in gebruik als landbouwgrond, akkerland of grasland. Deze percelen vormen de zogenaamde 'overhoeken' c.q. restpercelen, waarvoor geldt dat deze voor glastuinbouwdoeleinden als gevolg van hun oppervlakte en vorm minder geschikt zijn. In het verleden is reeds het plan ontstaan en als principeverzoek bij de gemeente Horst aan de Maas ingediend om op een aantal verschillende, verspreid liggende restpercelen binnen het glastuinbouwgebied Californië I vier zonnevelden met pv-panelen te realiseren. De ontwikkeling van de zonnevelden met
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
11
pv-panelen zou het mogelijk maken om in totaal circa 12,38 ha zonnepark te realiseren met een vermogen van circa 10,7 MWp (elektrisch). Met deze opwek konden circa 3.560 huishoudens, bij een gemiddeld verbruik van circa 3.000 kWh/jaar, worden voorzien.
Figuur 6: Topografische kaart met rood omlijnd de percelen waar in het verleden reeds zonnevelden zijn beoogd en zwart omlijnd het glastuinbouwgebied Californië 1
De ontwikkeling van zonneparken ter plaatse van de restpercelen Horsterweg Noord, Horsterweg Zuid en Sevenumseweg is in het plan voorzien. Inmiddels bestaat het concrete voornemen de zonneparken op genoemde restpercelen te realiseren als uitbreiding van het reeds vergunde zonnepark Vinkenpeelweg. Hierbij worden ook de gronden ten noorden van restperceel Horsterweg Noord meegenomen; e.e.a. zoals beschreven in deze ruimtelijke onderbouwing. 2.1.2 Omgeving projectgebied Het projectgebied wordt omsloten door de Sevenumseweg, de Horsterweg en de Vinkenpeelweg. Direct ten (zuid)oosten van het projectgebied is een camping (Camping Californië) gelegen waar kleinschalig kamperen mogelijk is. Verder ten oosten is het gehucht Califonië gelegen. Dit gehucht bestaat uit enkele woningen waarvan een aantal bedrijfswoningen van agrarische bedrijven. Naast deze geclusterde woningen, bevinden zich een aantal woningen aan de Horsterweg en de Sevenumseweg. Aan de oostzijde van het projectgebied is een 150 kV-station gelegen en door het projectgebied heen loopt een hoogspanningsleiding. Verder ten noorden, aan de overzijde van de Horsterweg, zijn een aantal bedrijfslocaties voor agribusiness gelegen. Ten westen van het projectgebied is de bedrijfslocatie van een groentebedrijf gelegen. Hier is een groot aantal tuinbouwkassen aanwezig.
In westelijke richting strekt de hoeveelheid tuinbouwkassen zich verder uit. Ten zuiden van het projectgebied, aan de overzijde van de Sevenumseweg, is bedrijventerrein Trade Port Noord gelegen.
12
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Figuur 7: Ligging projectgebied (rood omkaderd) in omgeving
2.2
Huidige situatie
De gronden binnen het projectgebied zijn in gebruik als akkerland of grasland, en vormen in glastuinbouwgebied Californië de zogenaamde 'overhoeken' cq. restpercelen. Het projectgebied vormt in dit geval de scheiding tussen de westelijk gelegen tuinbouwkassen en de bestaande, (noord)oostelijk en zuidelijk gelegen woningen en bedrijfslocaties.
Figuur 8: Bedrijfslocatie met tuinbouwkassen gelegen ten westen van het projectgebied
Binnen het projectgebied zelf is geen bebouwing aanwezig, met uitzondering van een aantal
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
13
hoogspanningsmasten ten behoeve van de aanwezige hoogspanningsverbinding. De hoogspanningsverbinding sluit aan op het 150 kV-station dat ten oosten van het projectgebied is gelegen.
Figuur 9: Aanzicht projectgebied vanaf Sevenumseweg
De aanwezige primaire watergang 'Achterste Vlinkenpeel' wordt verplaatst om het perceel waarop het vergund zonnepark wordt gerealiseerd, efficiënter te kunnen inrichten en benutten voor dit zonnepark. Concreet betekent dit dat de watergang Achterste Vinkenpeel in zuidelijke richting wordt verplaatst in combinatie met het herprofileren van een deel van de Gekkengraaf. Hierover is eerder al met het waterschap Limburg afgestemd en een omgevingsvergunning voor aangevraagd. Op 2 februari 2021 is door het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg het ontwerpbesluit genomen om een watervergunning te verlenen de de legger te wijzigen (zie ook Bijlage 1 en Bijlage 2). In figuur 10 is de vergunde situatie (ontwerpbesluit) weergegeven.
14
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Figuur 10: Verlegde Achterste Vlinkenpeel en herprofilering Gekkengraaf
Fgiuur 11: Aanzicht projectgebied en te dempen watergang vanaf Vinkenpeelweg
2.3
Voorgenomen ontwikkeling
Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op het planologisch-juridisch mogelijk maken van een uitbreiding van het vergunde zonneveld Vinkenpeelweg. De uitbreiding van het zonneveld gaat gepaard met een gedegen landschappelijke inpassing en aandacht voor de waterbergingsopgave. Met de landschappelijke inpassing en het oplossen van de waterbergingsopgave wordt aangesloten op het landschapsplan en het waterplan die in het kader van het reeds vergunde zonneveld zijn ontworpen. 2.3.1 Uitbreiding zonneveld Omvang zonneveld De uitbreiding van het reeds vergunde zonnepark Vinkenpeelweg vindt in (noord)oostelijke en zuidelijke
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
15
richting plaats. Het oppervlak van de uitbreiding bedraagt ca. 10,8 ha en hierbinnen kan een oppervlak van ca. 6,8 ha aan pv-panelen gerealiseerd worden. Na de uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld, zal het gehele zonneveld van ca. 23,5 ha. op de locatie Vinkenpeelweg naar verwachting in de opwekking van 28 MWp voorzien. De opgewekte duurzame energie wordt gebruikt in de directe omgeving van het gebied Greenport Venlo. Vanwege het feit dat zonnestroom een vrij speciaal opwekprofiel heeft, wordt de stroom geleverd aan het lokale middenspanningsnet zodat dit ook dienst kan doen als buffer op het moment dat de productie lager is dan het gebruik in de directe omgeving.
Gebruik opgewekte stroom De stroom die in het zonnepark duurzaam wordt opgewekt wordt gebruikt in het verzorgingsgebied rondom het Hoogspanningsstation Californië. In verband met het spanningsniveau en het leveringsprofiel is het nodig om het vermogen aan te sluiten op een HS/MS net in plaats van rechtstreeks te leveren aan bedrijven en/of bewoners. Bedrijven in het gebied krijgen steeds meer de noodzaak om duurzame stroom te kunnen inkopen om aan hun duurzaamheidsvoorwaarden te voldoen die worden opgelegd door hun afnemers. Door het wegvallen van aardwarmte in het gebied is een nieuwe bron van duurzame energie in de totale energiemix van groot belang om een duurzaam glastuinbouwgebied te worden en te blijven. De opwekking van duurzame elektriciteit is dus van groot belang voor de bedrijven in het omliggende tuinbouwgebied en ook voor de bedrijven er om heen.
Technische aspecten De beoogde uitbreidingen van het vergunde zonneveld bestaan uit modules van stalen frames waarop de zonnepanelen worden gemonteerd. De zonnepanelen worden onder een hellingshoek van 10 graden geplaatst, waarbij de maximale bouwhoogte 2 meter bedraagt. De zonnepanelen worden in zuid opstelling gerealiseerd. De elektrakabels worden in kabelgoten van ongeveer 60 tot 120 cm diepte in de grond verwerkt en verbinden de modules met omvormers en transformatorhuisjes. De uitbreiding van het vergunde zonneveld bestaat uit de volgende onderdelen en elementen: PV-panelen; Omvormers die onder de panelen worden bevestigd; Transformators; Kabelgoten (circa 60 tot 120 cm diep); Hekwerk met een beveiligingssysteem (camera's, bewegingsdetectie o.i.d.); Inrit en onderhoudspaden; Landschappelijke inpassing aan de randen, de groene zones rondom de zonnevelden, met houtsingels, hagen en akkerrandbeplanting zoals bloemrijke grasmengsels voor insecten, zodat de zonnevelden worden verbonden met de omgeving. Voor een detaillering van de technische installatie wordt verwezen naar Bijlage 5.
Afsluiting zonneveld Het gehele zonneveld wordt na de uitbreiding voor de omgeving afgesloten. De noordoostelijke, oostelijke en zuidelijke randen van het zonnepark worden voor de omgeving afgeschermd door middel van houtsingels en heggen. Hierbij geldt dat de houtsingel parallel aan de Horsterweg ca. 10 meter breed is en 3 à 4 meter hoog. De westelijke rand van het zonnepark wordt gevormd door de Gekkengraaf voor de omgeving afgeschermd door laag struweel en een circa 2 meter hoog hekwerk dat voor fauna passeerbaar is (25 cm vrij vanaf de
16
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
onderzijde). Het hekwerk wordt voorzien van een beveiligingssysteem (camera's, bewegingsdetectie, o.i.d.). Het hekwerk met beveiligingssysteem wordt gerealiseerd uit oogpunt van veiligheid en ter voorkoming van vernieling en diefstal. In Bijlage 3 zijn door middel van dwarsdoorsneden c.q. profielen van de randen van het zonnepark de voorziene terreinafscheidingen weergegeven. 2.3.2 Landschappelijkeinpassing Integraal onderdeel van het planvoornemen vormt de landschappelijke inpassing. Met de landschappelijke inpassing wordt aangesloten op het landschappelijk inpassingsplan dat ten grondslag ligt voor het reeds vergunde zonneveld. Het doel van de landschappelijke inpassing is middels de inzet van gebiedseigen beplanting het directe zicht op het zonnepark te ontnemen. Zo wordt o.a. ter plaatse van de gronden parallel aan de Horsterweg een houtsingel van 10 meter breed en 3 à 4 meter hoog geplant. Verder geldt dat binnen het projectgebied de berging en infiltratie van hemelwater onder de panelen is voorzien. Tevens wordt binnen het projectgebied kruidenrijk grasland geplant ten behoeve van de versterkig van de biodiversiteit. Binnen het projectgebied graast een kudde schapen. Daarnaast wordt het projectgebied machinaal onderhouden met onder andere bosmaaiers.
In het landschapsplan is rekening gehouden met de verlegging van de watergang Achterste Vlinkenpeel en de herprofilering van de Gekkengraaf (zie ook paragraaf 4.12). De oostelijke oever van de Gekkengraaf wordt tevens ingericht als dassenmigratieroute (aansluitend op de dassenmigratieroute in het noorden). Door Natuurbalans - Limes Divergens BV zijn de mogelijkheden voor een dassenmigratieroute hier onderzocht (zie ook Bijlage 6). Er wordt voorgesteld de oostelijke oever van de Gekkengraaf zo in te richten dat er een strook van ca. 3 meter breed wordt aangelegd als grasland. Vervolgens wordt over een strook van 3 meter breed struweel met afgewisseld fruitbomen geplant. Het struweel biedt de dassen een beschutte looproute. Achter het struweel wordt een hekwerk gerealiseerd dat voor de dassen (en overige kleine fauna) passeerbaar is. Hierdoor hebben de dassen toegang tot het zonnepark. De vegetatie binnen het zonnepark bestaat uit een kruidenrijk grasland. Omdat de schapen het gras kort houden, kunnen de dassen gemakkelijk regenwormen uit de grond halen, wat hun belangrijkste voedselbron vormt. Door het grasland te bemesten zijn er jaarrond altijd voldoende regenwormen beschikbaar. De belangrijkste componenten van het landschappelijk inpassingsplan zijn in onderstaande weergave beschreven. Tevens is het inpassingsplan bijgevoegd als Bijlage 3.
Ook is het beheerplan als Bijlage 4 bijgevoegd.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
17
Figuur 12: Schematische weergave inpassingplan
18
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De voor het planvoornemen relevante beleidsdocumenten worden toegelicht.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt, is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. Vooralsnog is het rijksbeleid ook vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze nieuwe structuurvisie vervangt onder andere de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit.
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) speelt in op de volgende ontwikkelingen en uitdagingen: de veranderende behoefte aan wonen en werken; de mobiliteit van personen; economische positie tussen de tien meest concurrerende landen vasthouden voornamelijk in de sectoren logistiek, water, hightech, creatieve industrie, chemie en voedsel en tuinbouw; de bijzondere waarden (compacte steden omringd door open en natuurrijk landelijk gebied, cultuurhistorie en natuur) koesteren en versterken; waterveiligheid en beschikbaarheid van voldoende zoetwater in verband met de klimaatverandering en stedelijke ontwikkeling; aandeel duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie moet worden vergroot; deregulering. Het projectgebied is gelegen binnen Greenport Venlo. Dit gebied is in de SVIR aangeduid als stedelijke regio met topsectoren op het gebied van agro & food, logistiek en tuinbouw en uitgangsmaterialen. In de SVIR is opgenomen dat het voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren nodig is om te beschikken over een voldoende voorraad (kwalitatief en kwantitatief) woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen. Ook natuur, hoogwaardige landschappen en
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
19
recreatieve voorzieningen horen daarbij, alsmede het bieden van meer ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei, de mogelijkheid om te voorzien in de eigen woningbehoefte en ruimte voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap en meegroei-, mantel- en meergeneratiewoningen. Onderhavig voornemen maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van een zonneveld met een verwachte opwek van 28 MWp. Met deze opwek kunnen circa 9.333 huishoudens, bij een gemiddeld verbruik van circa 3.000 kWh/jaar, van duurzame energie worden voorzien. Wanneer gekeken wordt naar de rijksdoelstellingen speelt onderhavige ontwikkeling in op de veranderende behoefte aan wonen, waarbij duurzaamheid en hernieuwbare energie wordt nagestreefd. De ontwikkeling levert een bijdrage aan de vergroting van het aandeel duurzame energiebronnen. Geconcludeerd wordt dat het plan in lijn ligt met de doelen in het SVIR. Vanuit het SVIR gelden derhalve geen consequenties voor het planvoornemen. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De SVIR (zie paragraaf 2.2.1) bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
Met het Barro geeft het Rijk algemene regels voor ruimtelijke plannen. Doel van dit Besluit is bepaalde onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken. Onderhavige ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de gestelde doelen van het Rijk. Dit houdt in dat voor het planvoornemen geen beperkingen vanuit het Barro gelden. 3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen een verantwoording te bevatten aan de hand van de zogenoemde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder), die is vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Ingevolge artikel 5.20 Besluit omgevingsrecht moet de Ladder ook worden toegepast bij een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De Ladder verplicht overheden tot het maken van een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij het mogelijk maken van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in planologische besluiten. Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee het voorkomen van (onaanvaardbare) leegstand en onnodig “bouwen in de wei”. De Ladder is daarmee een belangrijk instrument voor een goede ruimtelijke ordening. Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat zonnevelden niet als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro jo. artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, Bro moeten worden aangemerkt (ABRvS 23 januari 2019, 201804681/1/A1). Gezien deze jurisprudentie moet worden geconcludeerd dat de realisatie van een zonneveld geen “stedelijke ontwikkeling” is als bedoeld in het Bro.
Dit betekent dat de ontwikkeling niet Ladderplichtig is. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
20
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
3.1.5 Klimaatakkoord Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale afspraken om klimaatverandering tegen te gaan. Voorbeelden hiervan zijn het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties uit 1992, het Kyoto-Protocol uit 1997 en het VN-Klimaatakkoord van Parijs uit 2016. Het VN-Klimaatakkoord van Parijs heeft tot doel de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad in 2050 door o.a. het gebruik van fossiele brandstoffen sterk te verminderen danwel te beëindigen. Hieruit voortvloeiend is in juli 2019 de Klimaatwet in werking getreden. In de Klimaatwet is vastgelegd dat in Nederland in 2030 49% minder broeikasgassen moeten worden uitgestoten ten opzichte van 1990. In 2050 dient de reductie ten opzichte van 1990 95% te bedragen. Daarnaast dient het (Rijks)vastgoed in 2050 te beschikken over een klimaatneutrale energievoorziening. De inhoudelijke maatregelen om genoemde doelstellingen te behalen, zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord. Met het Klimaatakkoord wordt voortgebouwd op de maatregelen die reeds zijn opgenomen in het eerdere Energieakkoord (d.d. 2013). Eén van de afspraken is dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een goede stap in de richting om tot meer duurzame energieopwekking te komen.
Ook het meervoudige ruimtegebruik van het planvoornemen maakt dat het uitstekend past binnen de afspraken zoals gemaakt in het Klimaatakkoord. Geconcludeerd wordt dat het plan bijdraagt aan de in het Klimaatakkoord geformuleerde doelstellingen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Limburg 2014
Het POL 2014 is vastgesteld op 12 december 2014. De hoofdambitie in het POL betreft het realiseren van een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om er te blijven. Het POL richt zich met name op de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat, waarbij kwaliteit centraal staat. Daarbij zijn er regionale verschillen tussen Noord-, Midden- en Zuid-Limburg, die vragen om een regionaal verschillende beleidsuitwerking. Het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Daarbij worden gemeenten uitgenodigd om een flink aantal vraagstukken in regionaal verband verder uit te werken.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
21
Figuur 13: Uitsnede Omgevingsvisie Limburg 2014
Vanuit het kaartbeeld 'Landbouw' gelden voor het gehele projectgebied de aanduidingen 'Buitengebied' en meer specifiek de aanduiding 'Ontwikkelingsgebied glastuinbouw'. Voor een klein deel binnen het projectgebied geldt de aanduiding 'extensiveringsgebied intensieve veehouderij'. De zone 'Buitengebied' omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Het betreft alle gronden in het landelijk gebied, die niet zijn aangewezen als landschaps- of natuurzone. Deze zone biedt de meeste ruimte voor land- en tuinbouw en vrijetijdseconomie. Binnen de zone 'Buitengebied' is de aanduiding 'Ontwikkelingsgebied glastuinbouw' opgenomen voor een verdergaande concentratie en clustering van glastuinbouw met bijbehorende voorzieningen. De aanduiding 'extensiveringsgebied intensieve veehouderij' is rondom kwetsbare natuur opgenomen en nieuwvestiging of uitbreiding van het bouwvlak van intensieve veehouderij is hier niet mogelijk. Verder geldt dat het projectgebied niet binnen de bronsgroene landschapszone, zilvergroene natuurzone, goudgroene natuurzone of het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg is gelegen.
Duurzaamheidsbeleid In paragraaf 5.5 Energie en duurzaamheid van de Omgevingsvisie Limburg is de provinciale energie-opgave nader toegelicht. Uitgaande van het energiegebruik in Limburg in 2012 betekent de energietransitie van 14% in 2020 dat de energiebehoefte duurzaam moet worden opgewekt door: Circa 1.200 windturbines (van 3 MW) óf 80 km2 zonnepanelen (een oppervlakte ter grootte van de gemeente Sittard-Geleen) óf Het jaarlijks verbranden van 400 km2 bos (18% van de oppervlakte van Limburg). Er wordt ingezet op een scala aan bronnen van hernieuwbare energie, zoals windenergie, zonne-energie, geothermie en bodemenergie. Voor zon-PV ziet de provincie een grote groeimarkt en de toepassing in de gebouwde omgeving wordt zeer passend geacht. De provincie stimuleert deze toepassing middels een zonatlas waarmee woningeigenaren tegelijkertijd ook van andere potentiële besparingen bewust worden gemaakt. Ook komen zonneparken met de in het Klimaatakkoord voorgestelde salderingsregeling dichterbij. De ontwikkeling van business-modellen en proefprojecten worden ondersteund en, afhankelijk van de uitkomsten, beziet de provincie of zij hierin een rol in moet nemen. Van belang is bij deze vorm van energieopwekking primair in te zetten op multifunctioneel ruimtegebruik.
Verder geldt dat voor de aanpak van de energietransitie regionale energievisies (opgesteld door de regionaal samenwerkende gemeenten en Provincie in samenspraak met marktpartijen) een belangrijke plaats in nemen. De RES Noord- en Midden-Limburg is in paragraaf 3.3.1 nader toegelicht. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Het beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Limburg 2014 is meer geconcretiseerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Op basis van de kaart 'Intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en zilvergroene natuurzone' wordt vastgesteld dat het projectgebied is gelegen in het landelijk gebied, specifiek 'ontwikkelingsgebied glastuinbouw' en 'extensiveringsgebied intensieve veehouderij'.
22
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Figuur 14: Uitsnede kaart 'Intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en zilvergroene natuurzone' (bron: POL 2014)
Ontwikkelingsgebied glastuinbouw Met de aanwijzing van ontwikkelingsgebieden voor glastuinbouw wordt verdergaande concentratie en clustering van glastuinbouw binnen de provincie Limburg nagestreefd. Conform het provinciaal beleid is nieuwvesting van glastuinbouw enkel toegestaan in de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw en is buiten de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw doorgroei enkel onder voorwaarden mogelijk in combinatie met sloop van bestaande kassen. Glastuinbouw kenmerkt zich door zoveel mogelijk aaneengesloten rechthoekige blokken. Dit is de voor glastuinbouw meest economische en efficiënte opzet. In het driehoekige glastuinbouwgebied Californië I betekent dit als vanzelf dat er onherroepelijk ‘overhoeken’ c.q. restpercelen ontstaan. De restpercelen worden gevormd door de overhoeken tussen de rechthoekige kassen en de erven langs de doorgaande wegen langs het glastuinbouwgebied. Deze restpercelen kunnen niet voor de glastuinbouw worden gebruikt en hebben veelal een groene invulling gekregen, bijvoorbeeld als locatie voor landschappelijke inpassing of als waterbergingsgebied. De beperkte uitbreiding van zonneveld Vinkenpeelweg op onderhavige restpercelen staat de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied Californië I niet in de weg, immers: wegens de minder gunstige ligging wordt het restperceel niet voor glastuinbouw in gebruik genomen.
Met de beperkte uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld op het restperceel worden de gronden optimaal benut en wordt tevens bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van het glastuinbouwgebied. Door ter plaatse van het zonneveld tevens een infiltratiezone voor hemelwater te realiseren, wordt ook invulling gegeven aan het principe van meervoudig ruimtegebruik. Geconcludeerd wordt dat de ligging van het projectgebied binnen het 'ontwikkelingsgebied glastuinbouw' geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling.
Extensiveringsgebied intensieve veehouderij Conform het provinciaal beleid voorziet een ruimtelijk plan niet in de vergroting van een bouwvlak van intensieve veehouderij binnen een als extensiveringsgebied intensieve veehouderij aangewezen gebied. De voorgenomen beperkte uitbreiding van zonnepark Vinkenpeelweg heeft hier geen betrekking op. De ligging van het projectgebied binnen het extensiveringsgebied intensieve veehouderij vormt geen belemmering voor
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
23
onderhavige ontwikkeling.
Overige kaders Op grond van de verordening kan op basis van de kaart 'Beschermingszones natuur en landschap' worden vastgesteld dat het projectgebied niet is gelegen in een beschermingszone natuur en/of beschermingszone landschap.
Figuur 15: Uitsnede kaart 'Beschermingszones natuur en landschap' (bron: POL 2014)
Gezien het feit dat onderhavig projectgebied niet binnen een beschermde landschapszone of natuurzone valt, is er ten plaatse van het projectgebied verder geen sprake van een specifiek beschermingsregime voor natuur en landschap.
3.2.3 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Bij de inwerking treding van de Omgevingswet (naar verwachting 1 juli 2022) dient de Provincie Limburg te beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie Limburg richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen en leefomgeving, veiligheid, cultuur, sport en erfgoed, economie, werklocateis, mobiliteit, energie, landbouw, water, natuur, landschap en bodem em ondergrond. De ontwerp-Omgevingsvisie heeft ter inzage gelegen van 7 september tot en met 18 oktober 2020. De vaststelling wordt medio 2021 verwacht.
Energie Er wordt erkend dat mensen vanuit verschillende uitgangspunten en opvattingen meewerken aan een innovatief energietransitie beleid, dat de economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen uit het buitenland, en dat tegelijkertijd de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met biodiversiteit. Er wordt gestreefd naar minder aardgasgebruik in 2050. Voor 2030 wekken de 30 landelijke RES-regio´s 35 TWh elektriciteit op het land op (door middel van zon- en windenergie). Bij het realiseren van de afspraken en nationale ambities rondom de energietransitie baseert de provincie haar handelen op draagvlak. Initiatieven
24
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
moeten haalbaar en betaalbaar zijn. De provincie Limburg stelt zich op als gelijkwaardige partner bij de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieën (RES). De provincie werkt aan de Provinciale Energiestrategie (PES), waarin keuzes worden gemaakt voor Limburgse sleutelinnovaties en betaalbare energiebesparingsmaatregelen. De Omgevingsvisie zal op dit onderdeel worden aangevuld met de gemaakte keuzes. De provincie past het principe van de ‘trias energetica’ toe in alle sectoren. Dit betekent: 1. 2. 3.
het verminderen van het energiegebruik door verspilling tegen te gaan. de energie komt zoveel mogelijk uit niet-fossiele, duurzame bronnen zoals wind, water-, en zonne-energie. Voor de energiebehoefte die niet met duurzame bronnen kan worden ingevuld kiezen we zo efficiënt en schoon mogelijke fossiele bronnen.
De trias energetica is leidend voor de inzet van instrrumenten. Ten aanzien van zonne-energie geldt: Voor de ruimtelijke inpassing van zonne-energie hanteren we de Limburgse zonneladder. Het gaat zowel om de juiste locatie als om de juiste ruimtelijke inpassing op die locatie. De zonneladder is als volgt (niet volgtijdelijk): 1. Op daken en gevels van gebouwen; 2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied; 3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur. 4. Gronden in gebruik voor landbouw; 5. Uitsluitingsgebieden (Natura 2000 gebieden en waterwingebieden).
Figuur 16: Limburgse Zonneladder
De Zonneladder gaat ervan uit dat goede landbouwgrond en kwetsbare natuur enkel als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie. Onderhavige ontwikkeling betreft de beperkte uitbreiding van een reeds vergund zonneveld op een restperceel binnen het
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
25
glastuinbouwgebied Californië I. De ontwikkeling wordt aangemerkt als Trede 4 van de Limburgse zonneladder. Hieruit volgt dat de betreffende gronden enkel mogen worden benut voor de opwek van zonne-energie na een zorgvuldige ruimtelijke afweging. In dit kader wordt gemotiveerd dat de betreffende gronden weliswaar zijn gelegen binnen een ontwikkelingsgebied voor glastuinbouw (landbouwgrond), maar wegens een ongunstige ligging niet voor de glastuinbouw worden benut. Daarnaast geldt dat ter plaatse van de naastgelegen gronden de realisatie van een zonneveld reeds is vergund (datum vergunning 14 oktober 2019 en inmiddels onherroepelijk). De beperkte uitbreiding van het zonneveld sluit daarmee aan op een bestaande ontwikkeling. De Zonneladder is verder verankerd in de (ontwerp) Omgevingsverordening Limburg. Toetsing hieraan vindt plaats in volgende paragraaf 3.2.5). Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan passend is binnen de beleidskaders van de (ontwerp) POVI. 3.2.4 Ontwerp Omgevingsverordening Limburg Op 25 mei 2021 heeft het College van Gedeputeerde Staten de ontwerp-omgevingsverordening vastgesteld. Deze ontwerp-omgevingsverordening ligt vanaf maandag 7 juni 2021 tot en met 19 juli 2021 ter inzage.
In de ontwerp-Omgevingsverordening geeft provincie aan hoe het zal toezien op een juiste toepassing van de Limburgse zonneladder en op kwalitatief goede onderbouwingen bij initiatieven voor grondgebonden zonneparken. Het gaat hier dan met name om een goede ruimtelijke afweging, de instandhouding van de landschapsstructuur en bijbehorende kenmerken, het combineren van meerdere functies, aandacht voor lokaal draagvlak en participatie en het doorlopen van zorgvuldige procedures. In de ontwerpOmgevingsverordening zijn de volgende uitsluitingsgebieden voor grondgebonden zonneparken opgenomen: het Natuurnetwerk Limburg (de voormalige goudgroen aangeduide POL-gebieden met inbegrip van de Natura2000 gebieden) en waterwingebieden en bestaande bos- en natuurgebieden gelegen in de groenblauwe mantel. Onderhavig besluitgebied is niet binnen een uitsluitingsgebied gelegen. Verder geldt dat in de Omgevingsverordening is o.a. een motiveringsplicht opgenomen om te motiveren waarom er wordt gekozen voor een bepaalde trede van de zonneladder. Zo geldt op basis van artikel 13.3 lid 3 dat een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio Midden-Limburg een zonnepark alleen toelaat als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg.
Daarbij geldt dat een omgevingsplan geen zonnepark op landbouwgrond toelaat, tenzij (lid 5): a.
een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; Door met de beoogde uitbreiding aan te sluiten op een bestaande ontwikkeling, wordt met een beperkt extra ruimtebeslag voorzien in een substantiële bijdrage in de opwekking van duurzame energie. De gronden die voor de uitbreiding worden benut, betreffen namelijk restpercelen in een glastuinbouwgebied en grenzen direct aan het vergunde zonnepark. In 4.1 is nader onderzocht en onderbouwd dat de uitbreiding van het zonnepark niet tot nadelige milieueffecten voor de omgeving leidt. Ten behoeve van een optimale inrichting van het perceel, is tevens een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden, waarmee is gestreefd naar maximaal draagvlak en participatie (zie ook 5.3). Tot slot geldt dat het planvoornemen invulling geeft aan het principe van meervoudig ruimtegebruik, door te voorzien in extra ruimte voor waterberging en een versterking van de biodiveristieit.
b.
voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; Ten behoeve van de beoogde uitbreiding van het zonnepark is een landschappelijk inpassingsplan ontwikkeld welke voortborduurd op het landschapsplan dat voor het reeds vergunde zonnepark is opgesteld. Het doel van de landschappelijke inpassing is het directe zicht op het zonnepark te ontnemen
26
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
middels de inzet van gebiedseigen beplanting. Verder geldt dat binnen het projectgebied de berging en infiltratie van hemelwater onder de panelen is voorzien. Tevens wordt binnen het projectgebied kruidenrijk grasland geplant ten behoeve van de versterkig van de biodiversiteit en wordt ten westen van het plangebied een dassenmigratieroute ontwikkeld. Middels een hekwerk van 2 meter hoog, dat rondom het zonneveld wordt gerealiseerd, wordt het zonneveld afgesloten voor de omgeving. Het hekwerk is middels een opening aan de onderzijde (ca. 25 cm) wel passeerbaar voor fauna. Vorenstaande is nader toegelicht in 2.3.2. PM beheerplan wordt toegevoegd c.
de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit; en De zonnepanelen worden zo opgesteld dat voldoende ruimte tussen de panelen is waardoor licht en regenwater de bodem kunnen bereiken. Verder geldt dat met het planvoornemen een wijziging van de bodemgebruik plaatsvindt van een monocultuur met bemesting naar kruiden- en bloemenrijkrijk grasland ter versterking van de biodiversiteit. Dit impliceert dat de bodemkwaliteit zal verbeteren. De zonnepanelen vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bodembedreiging.
d.
het omgevingsplan een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark bevat na beëindiging van de activiteit. Dit planvoornemen betreft een uitbreiding van een reeds vergund zonnepark. Het reeds vergunde zonnepark kent geen tijdstip c.q. einddatum waarop de activiteit dient te zijn beëindigd. Gezien het feit dat het reeds vergunde zonnepark geen tijdelijke, maar een permanente functie betreft, wordt bij de uitbreiding hiervan op aangesloten. De uitbreiding van het zonnepark wordt dan ook voor onbepaalde tijd vergund. Indien initiatiefnemer alsnog wenst de activiteiten op de locatie te beëindigen, zal deze zelf zorgdragen voor het in oorspronkelijke staat terugbrengen van het perceel.
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het planvoornemen passend is binnen de kaders van de Omgevingsverordening.
3.2.5 Provinciale Energie Strategie (PES) Energie en klimaat zijn belangrijke onderdelen in het collegeprogramma 'Vernieuwend Verbinden'. De Provincie wil op basis van eigen ambitie en door de plannen uit het Klimaatakkoord de energietransitie in Limburg mede vormgeven. De plannen worden beschreven in de Provinciale Energiestrategie (vastgesteld 18 december 2020). In de Provinciale Energie Strategie (PES) formuleert de Provincie Limburg haar ambitie als volgt: De Provincie Limburg werkt samen met haar inwoners, instellingen en bedrijfsleven aan een innovatieve en structuurversterkende energietransitie en passende energiemix en infrastructuur voor Limburg op weg naar 2030, met daarin oog voor leveringszekerheid, draagvlak en eigenaarschap, in een realistisch tempo met betaalbare en haalbare investeringen. In de PES werkt de Provincie deze ambitie verder uit in een vijftal perspectieven richting 2030. Perspectieven voor inwoners, instellingen en bedrijven: 1. 2. 3. 4.
Een energietransitie vanuit een toekomstbestendige infrastructuur; Een energietransitie met volop ruimte voor innovatie, techniek en vakmanschap; Een energietransitie waarin de Limburgse warmte kansen biedt; Een energietransitie die sociaal en eerlijk is door participatie en lokaal profijt;
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
27
5.
Een energietransitie waarin de Provincie zelf het goede voorbeeld geeft.
De ambities van de PES zijn doorvertaald in de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Energiestrategie (RES) Noord- en Midden-Limburg In de RES wordt door overheden, maatschappelijke organisaties, netbeheerders, en als het mogelijk is ook burgers, gewerkt aan regionaal gedragen keuzes als het gaat om energiebesparing en de duurzame opwekking van elektriciteit en de hiervoor benodigde infrastructuur. De RES wordt op regionaal niveau samengesteld. Gemeente Horst aan de Maas is deel van de RES-regio Noord- en Midden-Limburg. In de RES zijn de ambities van de regio voor de periode van 2030-2050 beschreven. Deze betreffen: Door energie te besparen en energie kleinschalig duurzaam op te wekken in 2030 minimaal 25% minder CO2 uitstoten dan in 2015; Met grootschalige duurzame zon- en windprojecten 1.200 gigawattuur (GWh) duurzame energie opwekken in 2030; 100% duurzame warmte in 2050; 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten. Met de uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld wordt bijgedragen aan de regionale doelstelling om voor 2030 1.200 gigawattuur (GWh) op te wekken. Daarnaast wordt ernaar gestreefd het doel van minimaal 50% coöperatief eigenaarschap te bewerkstelligen. In dit kader is in overleg met de lokale energie coöperatie onderzocht of er mogelijkheden zijn om via hen obligaties uit te geven voor het gehele project (zijnde het gehele zonnepark Vinkenpeelweg, inclusief onderhavige uitbreiding).
De stand van zaken is dat de betreffende energiecoöperatie heeft aangegeven dat zij op dit moment geen rol voor zichzelf zien weggelegd om te faciliteren in het in de markt zetten van obligatieleningen bij projecten waarbij zij geen (mede)eigenaar zijn. Gezien het feit dat dit voornemen betrekking heeft op een uitbreiding reeds vergund zonnepark, is hier ook al sprake van aansluitingen op het elektriciteitsnet en lopende realisatietermijnen. Hierdoor is het niet mogelijk om hele nieuwe planningsgedachten en tenderprocedures te introduceren. Van groot belang om te melden is het feit dat het gehele zonnepark voor realisatie € 1.000.000 garantiekapitaal ophaalt in de directe omgeving, waarbij inwoners van Horst aan de Maas voorrang krijgen om in te schrijven. Een speciale lokale promotiecampagne zal hiervoor in het najaar van 2021 worden uitgerold. Verder geldt dat met de inrichting van het zonnepark wordt gestreefd naar meervoudig ruimtegebruik en een versterking van de landschappelijke kwaliteiten. Zo wordt middels de inzet van gebiedseigen beplanting het directe zicht op het zonnepark te ontnemen. Daarnaast wordt een infiltratiezone voor hemelwater gerealiseerd. Verder geldt dat een ecologische meerwaarde voor flora en fauna (insecten en vogels) wordt geboden middels de aanplant van kruiden- en bloemijk grasland en de realisatie van een dassenmigratieroute.
Ook dient in ogenschouw te worden genomen dat dit planvoornemen een uitbreiding van een reeds vergund zonnepark betreft. Door aan te sluiten bij een bestaande ontwikkeling, wordt verdere aantasting van het landschap voorkomen. Gelet op vorenstaande geldt dat het planvoornemen is afgestemd op de RES en bijdraagt aan de beschreven ambities op het gebied van duurzaamheid en landschappelijke kwaliteit.
28
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
3.3.2 Structuurvisie Klavertje 4-gebied Op 11 september 2012 is door de gemeenteraden van de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venlo de structuurvisie 'Klavertje 4-gebied' vastgesteld. In deze intergemeentelijke structuurvisie hebben de drie betrokken gemeenten het ruimtelijke beleid voor dit gebied concreet vastgelegd. Samen met het Rijk en de provincie Limburg hebben de gemeenten de ambitie een duurzame regionale ruimtelijk-economische structuurversterking te realiseren, geïnspireerd door de Cradle2Cradle (C2C)-principes. Hier wordt invulling aan gegeven door een duurzaam en innovatief economisch netwerk te ontwikkelen, dat geografisch is verankerd in het Klavertje 4-gebied. Waardecreatie is het uitgangspunt, door te streven naar kwaliteit (gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde), het bieden van een economisch perspectief voor bedrijven en het behalen van een maatschappelijk rendement. Daarnaast is het streven gericht op optimale kennisontwikkeling, innovatie en het behalen van gezamenlijk (economisch) voordeel door samenwerking tussen bedrijven. Om het voorgaande een plek te geven is het Klavertje 4-gebied aangewezen als ontwikkelingsgebied voor de agrarische productiekolom, waar werklandschappen, vastgoed, gebiedsbrede voorzieningen en een hoogwaardig landschap worden ontwikkeld.
Ten aanzien van het thema 'Energie' geldt dat het streven is een zoveel mogelijk energieneutraal gebied te ontwikkelen. Speerpunten hierbij zijn: het realiseren en beheren van gebiedsbrede (nuts)voorzieningen; het realiseren van optimale energiebesparingen; voorzien in de hiervoor benodigde juridische structuren; het realiseren en coördineren van duurzame opwekcapaciteit. In het streven naar een duurzame en rendabele energievoorziening voor het gebied wordt ingezet op 'Energy Savings' en 'Energy Production & Supply'. De eerste prioriteit is het realiseren van significante energiebesparingen. De tweede prioriteit is het ontwikkelen en exploiteren van duurzame opwekcapaciteit. Ten aanzien van het duurzaam opwekken van energie geldt dat het scheppen van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor partijen die hierin wensen te investeren van wezenlijk belang is. Het balanceren van de energievraag binnen het Klavertje 4-gebied is het doel, gericht op maximale uitwisseling van energie tussen bedrijven en het vergroten van de zelfvoorzienendheid. De benodigde partners worden gevonden in de omgeving van energieproductie en -leveringsbedrijven, energie projectontwikkelaars, netwerkbeheerders en de financiële wereld. Het realiseren van kansrijke duurzame opwekcapaciteit kan een besparing van de energievraag opleveren van minimaal 15%.
De uitbreiding van het reeds vergunde zonneveld Vinkenpeelweg ter plaatse van een aantal restpercelen binnen het glastuinbouwgebied Californië I draagt bij aan de duurzame energieopwerk binnen het Klavertje 4-gebied. Het plan sluit daarmee aan bij de doelstelling een energieneutraal gebied te ontwikkelen en is passend binnen de structuurvisie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Horst aan de Maas Op 26 november 2019 is door de gemeenteraad van Horst aan de Maas de structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen binnen de gemeente, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de gemeenteraad zich voorstelt dat voorgenomen ruimtelijk beleid te verwezenlijken. Voor het gehele Klavertje 4-gebied (onderdeel van Greenport Venlo) is de intergemeentelijke structuurvisie opgesteld (zie 3.3.2). De gemeenteraad van Horst aan de Maas heeft de structuurvisie Klavertje-4-gebied vastgesteld op 11 september 2012. Het Klavertje 4-gebied valt buiten de scope van de integrale structuurvisie.
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
29
De structuurvisie Horst aan de Maas is derhalve niet van toepassing op onderhavig planvoornemen. 3.4.2 Kader voor de Opwek van Duurzame Elektriciteit De regionale afspraken van de RES zijn lokaal vertaald in KODE: Kader Opwekking Duurzame Elektriciteit. KODE is op 15 december 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. In KODE heeft de gemeente Horst aan de Maas kaders opgesteld over de manier waarop op een wenselijke manier duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. Hierbij gaat het over mogelijke toekomstige plaatsen, koppelkansen, inpassing, hinder en participatie en de voorwaarden hiervoor. De centrale opgave zoals beschreven in het KODE betreft: "In 2030 wordt 30% (of ongeveer 1.150 TJ) van de energievraag in Horst aan de Maas duurzaam lokaal opgewekt met zon- en windenergie. In 2050 is de energievoorziening van Horst aan de Maas 100% duurzaam."
Er zijn vier sporen waarlangs meer duurzame elektriciteit gaat worden opgewekt van nu tot 2030: Spoor 1: Meervoudig ruimtegebruik, zoals zon-op-dak en reststroken, en kleinschalige zonneweides tot 0,5 hectare. Deze zijn nu al mogelijk en worden ook verder gestimuleerd met voorlichting en advies. Met spoor 1 wordt ongeveer 255 TJ opgewekt; Spoor 2: Middelgrote zonneweides. De gemeente wil maximaal zes zonneweides, met een totale grootte van 75 hectare, vergunnen. De grootte van de zonneweides zijn indicatief 5-15 hectare. In verband met de exploitatieperiode van zonneweides en de potentieel tijdelijke rol van zonneweides in het landschap zal een vergunningsperiode van maximaal 25 jaar worden ingebouwd. Bij het toetsen van de plannen worden strikte landschappelijke criteria gesteld en worden eisen gesteld om te waarborgen dat de inwoners, via een energiecoöperatie, kunnen meeprofiteren van de opbrengsten. Met spoor 2 wordt ongeveer 133 TJ opgewekt; Spoor 3: Energielandschappen. De gemeente wil een gebiedsverkenning starten naar de mogelijkheden tot twee grootschalige energieprojecten in de vorm van een energielandschap (wind- en/of zonne-energie). Een onafhankelijke gebiedsverkenner gaat de mogelijkheden hiervoor verkennen.
Bij de ontwikkeling van een energielandschap wordt nadrukkelijk ingezet op een bredere gebiedsontwikkeling, waarbij ook wordt ingezet op de transitie in de landbouw, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie. Met spoor 3 wordt ongeveer 713 TJ opgewekt. Dat is 223 TJ aan windenergie (indicatief 7 windturbines) en 275 hectare zonnepanelen; Spoor 4: Innovatie, netwerken en opslag. In dit spoor wordt gefocust op de ontwikkeling van nieuwe technologieën voor energie-opwek en de opslag daarvan. Daarbij wordt nauw samengewerkt met andere overheden in RES-verband. Beleidskeuzes ten aanzien van zonne-energie betreffen: Meervoudig ruimtegebruik in de bebouwde omgeving geniet de voorkeur. Daarmee wordt bijvoorbeeld bedoeld zonnepanelen op daken of op overkappingen van parkeerplaatsen; Om aan de opgave te voldoen zetten we ook in op zonneweides; Er wordt zoals ook uit de inwonersenquête blijkt, de voorkeur gegeven aan extensieve zonneweides; Zonneweides die koppelkansen bieden met land- en tuinbouw, natuurontwikkeling, biodiversiteit, bodemgesteldheid en klimaatadaptatie genieten de voorkeur; Zonneweides tussen de 0,5 en 5 hectare worden niet toegestaan om versnippering van het landschap te voorkomen; De volgende categorieën zonneweides worden gehanteerd: 1. Klein: tot max 0,5 ha grondoppervlak; 2. Middelgroot: 5 - 15 hectare grondoppervlak; 3. Groot: 15 hectare en groter grondoppervlak.
30
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
Gevolg ontwikkeling Zoals gezegd betreft onderhavige aanvraag een uitbreiding (ca. 10,8 ha) van een bestaand zonneveld met onherroepelijke vergunningen (ca. 12,7 ha), welke verleend zijn op basis van het vigerend bestemmingsplan. Er wordt hiermee in totaal een zonnepark van ca. 23-24 ha mogelijk gemaakt. Gezien het feit dat dit voornemen betrekking heeft op een uitbreiding reeds vergund zonnepark, is hier ook al sprake van aansluitingen op het elektriciteitsnet en lopende realisatietermijnen. Hierdoor is het niet mogelijk om hele nieuwe planningsgedachten en tenderprocedures te introduceren. Van groot belang om te melden is het feit dat het gehele zonnepark voor realisatie € 1.000.000 garantiekapitaal ophaalt in de directe omgeving, waarbij inwoners van Horst aan de Maas voorrang krijgen om in te schrijven. Een speciale lokale promotiecampagne zal hiervoor in het najaar van 2021 worden uitgerold. Tevens is het belangrijk om te melden dat ook voor de uitbreiding een omgevingsdialoog is gevoerd met alle omwonenden met positieve uitkomsten, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn tegen deze realisatie. Dit wordt ook mede veroorzaakt door een goede landschappelijke inpassing nabij de enkele woningen en het in overleg met bewoners werken aan het ontwerp hiervan.
Geconstateerd wordt dat het projectgebied midden in Greenport Venlo ligt en dat er ook geen sprake is van het opgeven van goede landbouwkundige grond. De gronden waar de uitbreiding van het zonnepark is voorzien betreffen allemaal slecht verkavelde restpercelen met een slechte ontwatering. Deze beoogde uitbreiding heeft dus geen impact op de landschappelijke kwaliteit, integendeel: door de landschappelijke inpassing ontstaat een strak en georganiseerd beeld met een adequaat onderhoudsbeleid. Zoals hierboven reeds gesteld is hier sprake van een reeds bestaande elektraaansluiting waardoor dit deel van het zonneveld geen extra claim legt op de mogelijkheden die Enexis kan bieden aan andere leveranciers van duurzame energie en ook is er geen remming in tijd. Projecten met een nieuwe aansluiting kunnen vanaf 2026 pas gaan leveren (inschatting Enexis) en daar is dus hier geen sprake van. Het betreft hier dus een unieke locatie die snel gerealiseerd kan worden. De doelstellingen die met deze uitbreiding worden gehaald sluiten volledig aan bij de doelstellingen van KODE. Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan aansluit bij de ambitie van de gemeente Horst aan de Maas om in 2030 ongeveer 133 TJ zonne-energie op te wekken. Hierbij geldt dat aan de uitbreiding van het zonnepark geen vergunningsperiode van maximaal 25 jaar wordt gebonden, maar een onbepaalde tijd.