CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06c.1 Toelichting

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Aan de Kabroeksebeek.29.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Geitenhouderij

In het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III, longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 20142016’ van september 2018, wordt een correlatie bevestigd tussen het wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en een verhoogd risico op longontsteking. Om dit risico per direct te beperken voor de inwoners van Limburg is er door de provincie Limburg voor gekozen om hiervoor rechtstreeks werkende regels in de Omgevingsverordening te stellen. Uit bovengenoemd onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen. Uitkomsten worden nog verwacht. Aangezien de planlocatie op meer dan 2 km van een geitenhouderij is gelegen vormt het aspect gezondheid geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

74

5.9.3

Spuitzones

Voor wat betreft het spuiten van gewassen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). Dit brengt echter niet reeds met zich dat een kortere afstand in dit geval niet redelijk zou kunnen zijn. Dit hangt mede samen met de hoogte van de gewassen (hoe hoger, des te meer sprake er kan zijn van drift), windrichting, soort bestrijdingsmiddelen en frequentie van spuiten.

Binnen een afstand van 50 meter zijn geen gronden rondom het plangebied gelegen, waarop bomen of andere gewassen in de openlucht worden geteeld, die bespoten moeten worden.

Niet gesprongen explosieven In de Tweede Wereldoorlog hebben op diverse plaatsen in Limburg, waaronder in de gemeente Horst aan de Maas, oorlogshandelingen plaatsgevonden waarbij gebruik is gemaakt van explosieven. Hierdoor zijn er mogelijk onontplofte explosieven in de bodem achtergebleven. Indien tijdens grondwerkzaamheden in het plangebied op een niet ontploft explosief wordt gestuit, kan dit ongecontroleerd tot ontploffing komen. Op basis van de Arbowetgeving en de Openbare Orde en Veiligheid dienen alle risico’s voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden in kaart te worden gebracht, waarbij de risico’s zoveel mogelijk moeten worden ingeperkt. Vooronderzoek explosievenonderzoek Door BeoBom is een explosievenonderzoek17 uitgevoerd. Hierna zal een samenvatting en de conclusie van het onderzoek worden weergegeven. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn diverse feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Verdacht gebied afwerpmunitie, 1000 Ib (Brits) De omgeving van het projectgebied is getroffen door een bombardement met 1000 Ib afwerpmunitie. Voor het huidige projectgebied zijn geen bruikbare sonderingen beschikbaar. Uit diverse boorprofielen uit de omgeving blijkt dat de bodem vooral bestaat uit zand.

Een exacte verticale afbakening kan hier echter niet bepaald worden. Er dienen dus eerst sondeergegevens beschikbaar te komen, alvorens er kan worden overgaan tot een verticale afbakening van dit verdachte gebied.

17

BeoBOM, ‘Vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten’, documentnr.: BB23-149-VO-01, d.d. 9 juni 2023.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

75

Verdacht gebied geschutmunitie, minimaal 3,7 cm, maximaal 15 cm, verschoten (diverse nationaliteiten) Als het gevolg van langdurige artilleriebeschietingen op en op de omgeving van het projectgebied in de periode mid-oktober 1944 – 23 november 1944 kunnen binnen het projectgebied Ontplofbare Oorlogsresten worden aangetroffen in de vorm van verschoten geschutmunitie met een maximaal kaliber van 15 cm. Binnen dit verdachte gebied kunnen deze Ontplofbare Oorlogsresten worden aangetroffen tot maximaal 1,75m-MV (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 22,05m+NAP. Advies: Voorafgaande aan het uitvoeren van de geplande werkzaamheden in verdacht gebied, adviseert BeoBOM het volgende: 

(Verdacht gebied geschutmunitie 2 inch t/m 15 cm) Afbreken van de kas tot aan de naoorlogs geroerde laag, waarna een opsporingsproces conform het CS-OOO dient plaats te vinden;

(verdacht gebied afwerpmunitie 1000 Ib) vanwege het ontbreken van geschikte sonderingen, kan de verticale afbakening niet worden bepaald. Er dienen dus eerst sondeergegevens beschikbaar te komen, alvorens er kan worden overgaan tot een verticale afbakening van dit verdachte gebied.

Ten slotte adviseert BeoBOM ten zeerste om voorliggend rapport te overleggen aan de gemeente(n) waarbinnen het projectgebied is gelegen en waarop het vooronderzoek betrekking heeft. Vervolgonderzoek explosievenonderzoek Naar aanleiding van het vooronderzoek is door Euroradar een vervolgonderzoek naar ontplofbare oorlogsresten18 uitgevoerd. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar de bijlage. Hieronder wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. Het opsporingsgebied is onderzocht op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het gebied heeft een totaaloppervlak van 27.515 m² waarvan 17.815 m² non-realtime is ingemeten. Dit verschil in oppervlakte komt doordat de grenzen van het aangeleverde projectgebied te ruim waren. Hierin waren onder andere de weg, een woonhuis en bosschages meegenomen. 17.815 m2 betreft het hele opsporingsgebied zoals het ter plaatse is aangewezen door de gemeente Horst aan de Maas. Er zijn geen (restanten van) ontplofbare oorlogsresten aangetroffen. Met de door ons gebruikte zoekmethodiek is het gebied vrijgegeven om toekomstige werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren. Het gehele opsporingsgebied is vrijgegeven tot een diepte van 4,50m -mv, zoals is weergegeven in de vrijgavetekening. Advies Het Proces-Verbaal van Oplevering heeft enkel zijn betrekking op het onderzoeksgebied zoals weergegeven in de bijgevoegde overzichtstekening.

Hierin staat weergegeven welke gebieden

18

Euroradar, ‘De Afhang Noord’, kenmerk: EU24-042-PVO-01, d.d. 29 juli 2024.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

76

zijn vrijgegeven op de aanwezigheid van mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Indien er bodemroerende werkzaamheden plaats gaan vinden in gebieden welke nog verdacht zijn op het mogelijk aantreffen van ontplofbare oorlogsresten dient er eerst een onderzoek plaatst te vinden door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf. Conclusie Het aspect ‘niet gesprongen explosieven’ vormt geen belemmering voor het initiatief.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

77

6

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan, zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. De gemeente kan hiervan afzien indien:  het kostenverhaal anderszins is verzekerd;  het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en  het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. Het voorliggende initiatief maakt de realisatie van maximaal 46 woningen en een openbaar kindcentrum mogelijk en biedt hiermee mogelijkheden voor een bouwplan in de zin van artikel 6.12 van de Wro. De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. Het kostenverhaal is derhalve geregeld middels de gronduitgifte. Er is een exploitatieplan opgesteld voor onderhavige woningbouwontwikkeling.

Handhaving De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012 - 2015). Het beleidsplan bevat naast visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt om gegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

78

De uit deze visie voorvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie. 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat het maatschappelijk veld, met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Voor het openbaar kindcentrum is er een participatietraject geweest voor de oude locatie (schoolstraat) in het najaar van 2022. Hieruit bleek dat om verschillende redenen de plannen op die plek geen doorgang konden vinden. Sinds januari 2023 proberen we een nieuwe locatie voor het openbaar kindcentrum te vinden. In het voorjaar van 2023 bleek dat de school goed past in het project Aan de Kabroeksebeek. Op 24 mei was de 1e participatieavond met omwonenden Aan de Kabroeksebeek. Op 11 juli was de 2e participatieavond ‘Aan de Kabroeksebeek’. Voor de verdere planuitwerking wordt gewerkt met een klankbordgroep. Een oproep hiertoe is inmiddels gedaan. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. Bij het voorliggende initiatief zal het bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg aan de provincie Limburg en het waterschap Limburg worden voorgelegd. Provincie: Voor de provincie geeft de beoordeling van het plan aanleiding tot het maken van opmerkingen.

opmerkingen betreffen de volgende aspecten: Er is door Econsultancy de Quickscan Wet natuurbescherming Almeweg 14 Horst uitgevoerd (datum 30 maart 2023). Hieruit blijkt dat er nader/aanvullend ecologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De conclusie van dit onderzoek is akkoord. De resultaten van het nader/aanvul-

Aan de Kabroeksebeek te Horst

79

lend onderzoek zijn vereist om een uitspraak te kunnen doen over het wel of niet kunnen verkrijgen van een ontheffing. Wnb-overtredingen zijn nu op voorhand nog niet uit te sluiten en de ingreep is niet afdoende te mitigeren zonder te weten wat er zit. Verder is het plan niet regionaal afgestemd. Het plan staat opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor Limburg (PCM) maar dient te worden bijgewerkt. Waterschap: Het waterschap is goed betrokken bij het plan. Er lopen verschillende contacten met de projectleider van de gemeente. Voor dit plan zou ik wel willen adviseren om norm voor verwerking van hemelwater van 100mm per m2 in 24 uur op te nemen in de toelichting van het plan. Daarnaast zien wij onze waterlopen in het plan graag primair bestemd als water. Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt géén inspraakprocedure gevolgd. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij voor eenieder de mogelijkheid bestaat een zienswijze op het plan in te dienen. Zienswijzenprocedure ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan is overeenkomstig het bepaalde in de Wro gedurende 6 weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor een ieder om een zienswijze op het plan in te dienen.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

80

7

Juridische toelichting Planstukken

Het bestemmingsplan ‘Aan de Kabroeksebeek’ is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regels voldoen tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Toelichting op de verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De bestemmingen ‘Bos’, ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Wonen’ zijn weergegeven. Daarnaast zijn archeologische dubbelbestemming opgenomen conform het vigerend archeologisch beleid, te weten: ‘Waarde - Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ en ‘Waterstaat – Waterlopen’. Het bouwvlak van de bestemmingen Wonen en Maatschappelijk is gelijk aan de bestemmingsgrens.

Toelichting op de regels 7.3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de bij het bestemmingsplan behorende planregels van een nadere toelichting voorzien. De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Deze zijn opgesteld op basis van de Wro, het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), alsmede de gemeentelijke notitie ‘Bestemmingsplannen van de gemeente Horst aan de Maas, uitgangspunten voor bureaus’. De planregels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en waar er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is aangesloten bij de regels voor recente woningbouwplannen in de gemeente Horst aan de Maas. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Deze hoofdstukindeling is opgebouwd conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Inleidende regels In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

81

Bestemmingsregels In dit artikel wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Algemene regels In de algemene regels is een aantal artikelen opgenomen die van toepassing zijn op het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelregel, de algemene bouw-, gebruiks-, aanduidings-, wijzigings- en afwijkingsregels en de overige regels. Overgangs- en slotregels In de bepaling ‘overgangsrecht’ zijn de overgangsregels ten aanzien van bebouwing en gebruik opgenomen. De slotregel bevat de titel hoe het plan aangehaald dient te worden. 7.3.2

Artikelsgewijze toelichting planregels

Hiernavolgend worden de planregels artikelsgewijs van een nadere toelichting voorzien. Hoofdstuk

regel Inleidende regels 1. Begrippen

toelichting De in de planregels gebezigde begrippen worden hierin omschreven.

2. Wijze van meten

Een omschrijving van de wijze waarop het meten dient plaats te vinden.

Bestemmingsregels

3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Bos Groen Maatschappelijk Verkeer Water Wonen Wonen - 1

De bestemmingen ‘Bos’, ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Verkeer’, ‘Water’, ‘Wonen’ en ‘Wonen – 1’ zijn opgebouwd conform de richtlijnen uit de SVBP 2012 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarin een vaste opzet voor de bestemmingsregels is vastgelegd. De opzet voor het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid

Aan de Kabroeksebeek te Horst

82

10. Waarde – Archeologie 2

Artikel 10 bevat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’.

11. Waarde – Archeologie 3

Artikel 11 bevat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’.

12. Waterstaat – Waterbergingsgebied 13. Waterstaat – Waterlopen

Artikel 12 bevat de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’. Artikel 13 bevat de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’.

Algemene regels

14. Anti-dubbeltelregel 15. Algemene bouwregels 16. Algemene gebruiksregels 17. Algemene afwijkingsregels 18. Algemene wijzigingsregels 19. Overige regels

In de anti-dubbeltelregel is vastgelegd dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. In de algemene bouwregels zijn de regels omtrent ondergronds bouwen en bestaande afstanden en andere maten opgenomen. In de algemene gebruiksregels zijn de algemene regels omtrent het gebruik van de gronden opgenomen In de algemene afwijkingsregels zijn algemene regels opgenomen voor geringe afwijkingen. In de algemene wijzigingsregels zijn de algemene regels omtrent het verschuiven van bestemmingsgrenzen opgenomen. In de overige regels zijn regels omtrent parkeren opgenomen.

Overgangs- en slotregels

20. Overgangsrecht 21. Slotregel

Artikel 20 bevat de overgangsbepalingen met betrekking tot bebouwing respectievelijk het gebruik van gronden en bouwwerken. De slotregel in artikel 21 geeft de titel van de planregels aan.

Aan de Kabroeksebeek te Horst

83

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Definitief ontwerp buitenruimte Bijlage 2: Ladderonderbouwing Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Nader bodemonderzoek Bijlage 5: Bodemonderzoek Almeweg 14 Bijlage 6: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai Bijlage 7: Akoestisch onderzoek industrielawaai openbaar kindcentrum Bijlage 8: Watertoets Bijlage 9: Infiltratieonderzoek Almeweg 14 Bijlage 10: Quickscan flora en fauna Bijlage 11: Vervolgonderzoek flora en fauna deel 1 Bijlage 12: Vervolgonderzoek flora en fauna deel 2 Bijlage 13: Stikstofdepositieberekening Bijlage 14: Archeologisch onderzoek Bijlage 15: Adviesbrief Archeologie Bijlage 16: Vooronderzoek explosieven Bijlage 17: Proces-verbaal oplevering OOO

Aan de Kabroeksebeek te Horst

84

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Aan de Kabroeksebeek te Horst

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14433585/5