06c.1 Toelichting
Tekst van het document
Aan de Kabroeksebeek te Horst Gemeente Horst aan de Maas Vastgesteld
colofon
projectnaam Aan de Kabroeksebeek te Horst datum 9 augustus 2024 projectnummer P06489 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1507.BPHOKABROEKSEBEEKBPV1 Ontwerp 23 november 2023 Vaststelling 1 september 2024 BRO projectleider IMo projectteam JEn bron kaft BRO review HVl
Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
Aanleiding en doel bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
2
Beschrijving van het plangebied Ruimtelijke structuur Functionele structuur
3
Beleid
8 8
10 10
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5
10 11 12 12 14
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Wet milieubeheer
Provinciaal beleid
14
3.2.1 3.2.2 3.2.3
14 17 19
3.3.1
Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Omgevingsverordening Limburg 2021 Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024
Gemeentelijk beleid 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7
Structuurvisie ‘Horst aan de Maas’ Nota kostenverhaal en financiële bijdrage Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021 – 2025 Welstandsnota Nota Parkeernormen Horst aan de Maas Gemeentelijk groenbeleid Integraal huisvestingsplan Onderwijs Horst aan de Maas 2020-2035
20 20
22 22 23 24 26 27 27 28
Conclusie
29
Planbeschrijving
30
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten
5
8
(Europees) en Rijksbeleid
Regionaal beleid
4
3 4 5 7
30 30
Sectorale aspecten
32
Inleiding Milieuaspecten
32 32
5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8
32 36 39 40 42 45 48 50
Bodem Geluid Luchtkwaliteit Geurhinder Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Toets ladder voor duurzame verstedelijking Milieueffectrapportage
Aan de Kabroeksebeek te Horst
1
Waterparagraaf Kabels en leidingen Ecologie Archeologie en cultuurhistorie
56 60 60 67
5.6.1 5.6.2
67 68
Archeologie Cultuurhistorie
Verkeer en parkeren Duurzaamheid Gezondheid
69 73 74
5.9.1 5.9.2 5.9.3
74 74 75
Endotoxinen Geitenhouderij Spuitzones
Niet gesprongen explosieven
6
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Handhaving Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7
Juridische toelichting
75
78 78 78 79
81
Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
81 81 81
7.3.1 7.3.2
81 82
Algemeen Artikelsgewijze toelichting planregels
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Definitief ontwerp buitenruimte Bijlage 2: Ladderonderbouwing Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Nader bodemonderzoek Bijlage 5: Bodemonderzoek Almeweg 14 Bijlage 6: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai Bijlage 7: Akoestisch onderzoek industrielawaai openbaar kindcentrum Bijlage 8: Watertoets Bijlage 9: Infiltratieonderzoek Almeweg 14 Bijlage 10: Quickscan flora en fauna Bijlage 11: Vervolgonderzoek flora en fauna deel 1 Bijlage 12: Vervolgonderzoek flora en fauna deel 2 Bijlage 13: Stikstofdepositieberekening Bijlage 14: Archeologisch onderzoek Bijlage 15: Adviesbrief Archeologie Bijlage 16: Vooronderzoek explosieven Bijlage 17: Proces-verbaal oplevering OOO
Aan de Kabroeksebeek te Horst
2
TOELICHTING
1
Inleiding Aanleiding en doel bestemmingsplan
De gemeente Horst aan de Maas is voornemens om een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken aan de Kabroeksebeek en Almeweg te Horst. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan de realisatie van een openbaar kindcentrum met de functies onderwijs, kinderopvang, buitenschoolse opvang en wijkgebouw met bijbehorende buitenspeel- en sportvoorzieningen voor het onderwijs. Het plangebied is gelegen aan de westzijde van Horst. Het beoogde plan omvat de realisatie van verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, openbaar groen, een openbaar kindcentrum en 46 woningen.
Figuur 1.1: Uitsnede topografische kaart met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)
Het plangebied is gelegen binnen het uitbreidingsgebied ‘De Afhang’. In dit gebied zijn gefaseerd ruim 500 woningen gerealiseerd. Onderhavig initiatief was nog niet voornemens ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan De Afhang. Gebleken is echter dat er een grote behoefte bestaat voor nieuwe woningen en nieuwbouw van het openbaar kindcentrum. Het huidige gebouw is gedateerd, aan vervanging toe en biedt onvoldoende ruimte. De beoogde woningen binnen het bestemmingsplan ‘De Afhang’ voldoet nog niet aan de behoefte. Derhalve zijn er extra woningen beoogd. Het glastuinbouwbedrijf wordt voor onderhavig initiatief geamoveerd. Op grond van het vigerend bestemmingsplan is de realisatie van maximaal 46 woningen en een openbaar kindcentrum niet toegestaan. Daarnaast valt het plangebied onder de werking van bestemmingsplan ‘1 e herziening bestemmingsplan De Afhang, vastgesteld op 22 november 2016 en bestemmingsplan ‘2 e herziening
Aan de Kabroeksebeek te Horst
3
bestemmingsplan De Afhang, vastgesteld op 16 april 2019. Deze bestemmingsplannen wijzigen echter voor onderhavig plangebied niets aan de regels. Deze bestemmingsplannen staan eveneens de beoogde inrichting van het plangebied niet toe. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk (conform artikel 3.1 Wro). In het voorliggende bestemmingsplan wordt zodoende de nieuwe bestemming voor de gronden wettelijk geregeld. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en onderhavige toelichting. In het bestemmingsplan van De Afhang is het plangebied van de Kabroeksebeek consoliderend opgenomen (agrarische bestemming met bouwvlak). De mogelijkheid doet zich nu voor om dit plangebied te ontwikkelen, terwijl er daar eerder geen mogelijkheden in werden gezien voor de uitbreiding van de Afhang. Daarom wordt dit plan separaat ontwikkeld en valt het plangebied niet binnen het exploitatieplan de Afhang. Almeweg 14 Ter plaatse van de Almeweg 14 is een bedrijfswoning gelegen. Door onderhavig bestemmingsplan zal er echter geen bedrijfsruimte meer aanwezig zijn. Tussen de eigenaar van de Almeweg 14 en de gemeente is derhalve de afspraak gemaakt de woning als reguliere woning te bestemmen. Deze woning wordt derhalve in dit bestemmingsplan meegenomen. Aan de verdere feitelijke situatie ter plaatse wijzigt niets.
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern van Horst. De locatie is gelegen in het bebouwd gebied van de gemeente Horst aan de Maas. Onderhavig plangebied omvat (deels) de percelen, kadastraal bekend als Horst, sectie N, nrs. 1677 2176, 2664, 2665, 2666, 2667, 2669, 2670, 2671, 2672, 2673, 2716 en 2755.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
4
Figuur 1.2: Uitsnede kadastrale ondergrond met aanduiding plangebied rood omlijnd
Vigerende bestemmingsplannen Bestemmingsplan ‘De Afhang’ Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan ‘De Afhang’, onherroepelijk sinds 19 oktober 2011. Het plangebied heeft binnen dit bestemmingsplan de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Groen’, en ‘Bos’. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Waterstaat Waterbergingsgebied’ en ‘Waterstaat – Waterlopen’ op een deel van het plangebied gelegen. Tot slot ligt op de agrarische bestemming de functieaanduiding ‘glastuinbouw’.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
5
Figuur 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘de Afhang’ met ligging plangebied (rood omlijnd)
Bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan De Afhang’ en ‘2e herziening bestemmingsplan De Afhang’ Verder valt het plangebied onder de werking van bestemmingsplan ‘1 e herziening bestemmingsplan De Afhang’, vastgesteld op 22 november 2016 en bestemmingsplan ‘2e herziening bestemmingsplan De Afhang’, vastgesteld op 16 april 2019. Het bestemmingsplan wijzigt echter geen bestemmingen of regels die van invloed zijn op het plangebied. De vigerende bestemmingsplannen laten het initiatief niet rechtstreeks toe en er zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied mogelijk kunnen worden gemaakt. Derhalve is het besluit genomen om het voorliggende nieuwe bestemmingsplan op te stellen.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
6
Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In het volgende hoofdstuk vindt een beschrijving van het plangebied plaats. In hoofdstuk 3 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie en wordt tevens ingegaan op het wettelijke onderzoekskader. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de gewenste ruimtelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling. Hoofdstuk 5 bevat een verantwoording van de diverse sectorale aspecten. In hoofdstuk 6 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. In hoofdstuk 7 is tot slot de wijze van bestemmen opgenomen.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
7
2
Beschrijving van het plangebied Ruimtelijke structuur
In de huidige situatie is in het noordelijk gedeelte van het plangebied glastuinbouw gelegen en de Kabroeksebeek. Ten zuiden van de glastuinbouw is een bosje gelegen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Almeweg en aan enkele woonpercelen. Aan de oostzijde van het plangebied zijn enkele bedrijfspercelen gelegen en grenst het plangebied aan de Westsingel. Aan de zuidzijde wordt een woonwijk ontwikkeld waarvoor het bestemmingsplan Afhang fase D in oktober 2023 is vastgesteld.
Figuur 2.1: Luchtfoto met ligging plangebied (rood omlijnd)
Functionele structuur Het plangebied is gelegen ten westen van het centrum van Horst. De ontwikkeling valt binnen het bestemmingsplan De Afhang, de ontwikkeling van het plangebied staat echter los van de woningbouwontwikkeling op De Afhang. Het plangebied was consoliderend opgenomen als bestemming agrarisch tussen de woningen. Dit was daarom geen onderdeel van het exploitatieplan en ontwikkelplan van de Afhang. Nu doet de mogelijkheid zich voor om dit gebied te ontwikkelen en is hier een opzichzelfstaand bestemmingsplan voor opgesteld. Het plangebied valt binnen het uitbreidingsgebied De Afhang. Dit betreft een woonwijk die deels nog in aanbouw is. In De Afhang worden ruim 500 woningen gerealiseerd. Uitgangspunt in het plan is de hoogwaardige en duurzame ruimtelijke kwaliteit van zowel de bebouwing als de openbare ruimte.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
8
De huidige school en kinderopvang zijn aansluitend aan de westkant van het centrum van Horst gesitueerd. De kinderen die opgroeien op De Afhang en omliggende wijken maken gebruik van deze voorzieningen. Door het verplaatsen van deze voorzieningen naar het plangebied aan de Kabroeksebeek, sluit het onderwijsconcept beter aan op de omgeving en kunnen de daarbij behorende voorzieningen beter worden gerealiseerd dan op de huidige locatie. Op het perceel Almeweg 14 ligt een bedrijfswoning. Deze bedrijfswoning is verbonden aan de kassen die ten behoeve van de beoogde ontwikkeling worden gesloopt.
Figuur 2.2: Aanzicht plangebied vanuit de Almeweg (Google Streetview)
Aan de Kabroeksebeek te Horst
9
3
Beleid
In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (respectievelijk § 3.2, § 3.3, § 3.4 en § 3.5). Bij het rijksbeleid wordt onder andere ingegaan op de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor het provinciaal beleid wordt onder andere gebruik gemaakt van Provinciale Omgevingsvisie 2021 (POVI), een overkoepelend beleidsstuk. In het kader van het regionaal beleid wordt onder andere ingegaan op de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. In het kader van het gemeentelijk beleid wordt ingegaan op diverse relevante gemeentelijke beleidsstukken, waaronder de Structuurvisie Horst aan de Maas.
(Europees) en Rijksbeleid 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
10
De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaat-bestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16.
waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agro-productie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (in-ter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalig dat geen nationale belangen in het geding zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam, de uitoefening van defensietaken,
Aan de Kabroeksebeek te Horst
11
veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Afweging Op dit bestemmingsplan werken geen van de genoemde rijksbelangen rechtstreeks door. In het plangebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het plan is dan ook in lijn met het Barro. 3.1.3
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)
De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Horst aan de Maas. Afweging Aangezien onderhavig bestemmingsplan geen windturbines of andere bouwwerken hoger dan 114 meter toestaat, vormt de ligging binnen het radarverstoringsgebied geen belemmering. 3.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: ‘De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit de jurisprudentie1 komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’ (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
1
o.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319)
Aan de Kabroeksebeek te Horst
12
Afweging Voor woningen geldt een dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er 12 of meer woningen worden gerealiseerd. Voor overige functies geldt dat er sprake is van een toename van circa 500 m2 aan bebouwd oppervlak. Het openbare kindcentrum is momenteel gevestigd aan de Schoolstraat 8, in het centrum van Horst. Het openbare kindcentrum wordt verplaatst. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een ladderonderbouwing voor een openbaar kindcentrum is derhalve niet noodzakelijk. Het bestemmingsplan maakt daarnaast de bouw van 46 woningen mogelijk. Er is derhalve sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Door BRO is een ladderonderbouwing 2 opgesteld. De volledige ladderonderbouwing is als separate bijlage toegevoegd aan de toelichting. Een samenvatting van deze ladder is te vinden in paragraaf 5.2.7 Almeweg 14 De bedrijfswoning aan de Almeweg 14 wordt middels onderhavig bestemmingsplan omgezet naar een reguliere woning. Aangezien het in de huidige situatie reeds een woning betreft, zorgt de bestemmingswijziging niet voor een toevoeging van de woning. Er is derhalve geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is daarom niet meegenomen in de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:
Provinciaal, regionaal en gemeentelijk wordt benadrukt dat doorstroming van belang is om een toekomstbestendige woningmarkt te creëren met voldoende woningen van de juiste kwaliteit, waarvan de woningen beschikbaar en betaalbaar zijn. Het initiatief zet in op een programma met verschillende prijssegmenten en levensfasebestendige woningen.
Tevens voldoet het initiatief aan de instructieregel voor de planvoorraad wonen in de omgevingsverordening Limburg 2014.
Het initiatief draagt bij aan de provinciale ambitie van voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Bovendien past de ontwikkeling binnen de huidige maatschappelijke context, waarin sprake is van een significante woningbehoefte, onder meer voor de doelgroepen starters, ouderen, evenals het levensloopbestendig maken van woningen. De beoogde appartementen voldoen aan levensloopbestendig en betaalbaar wonen.
Regionaal en gemeentelijk wordt aandacht besteed aan de leefbaarheid van kleine kernen en daar de doorstroming op gang te laten komen. Specifiek moet in de kernen gebouwd worden naar behoefte. Voor de kern Horst geldt dat de kern bouwt naar eigen woningbehoefte aangezien zij getypeerd wordt als ‘centrumdorp’. Doorstroming op de woningmarkt staat centraal en om dit voor elkaar te krijgen is actie nodig: versnellen, versterken en doorzetten. De toevoeging van 46 woningen draagt nadrukkelijk bij aan dit doel.
Er geldt dat woningbouw plaats dient te vinden binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Hiervan is sprake bij het initiatief Aan de Kabroeksebeek.
2
BRO, ‘Laddertoets Wonen Aan de Kabroeksebeek, projectnr.: P06489, d.d. 20 april 2023.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
13
Nieuwbouw van openbaar kindcentrum de Weisterbeek is opgenomen in het gemeentelijke Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2035. In het bijbehorende Uitvoeringsprogramma 2020-2035 is onder andere nieuwbouw van deze school voorzien.
3.1.5
Wet milieubeheer
In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b.
van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten, maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: ‘op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben’. Afweging De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plicht van dit bestemmingsplan, is opgenomen in paragraaf 5.2.7.
Provinciaal beleid 3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. De Provinciale omgevingsvisie Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en vervangt het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
14
Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt verder behandeld onder paragraaf 3.2.3. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.
Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Wonen en leefomgeving’. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn.
De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Ge-
Aan de Kabroeksebeek te Horst
15
talsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Het verplaatsen van het openbare kindcentrum/voorzieningen naar dit gebied past bij de daily urban system ambitie uit de POVI, dat het een gebiedsontwikkeling is in een maatschappelijke context omdat het aanbieden van onderwijs en opvang wordt gecombineerd met een wijkfunctie. Zie hiervoor p.21 en p.36/37 van de POVI. Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf.
Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Onderwijs en arbeidsmarkt De provincie Limburg hecht belang aan de volgende ontwikkelingen belang aan:
Het investeren in, behouden en aantrekken van talent is een belangrijke opgave voor Limburg. De inwoners van Limburg moeten goed en breed worden opgeleid en zichzelf blijven ontwikkelen. De snel veranderende werkomgeving vraagt dat medewerkers op alle niveaus met hun competenties blijven meebewegen. Daarvoor is het nodig dat de regionale arbeidsmarkt en de kennis- en onderwijsinfrastructuur goed op elkaar aansluiten en dat zij zichzelf, inspelend op de transities, blijven vernieuwen.
De Provincie vindt een goede onderwijs- en kennisinfrastructuur die op alle niveaus aansluit op de regionale behoeften en potenties van groot belang en legt daartoe verbindingen met Limburgse ondernemers en kennisinstellingen. Wij versterken waar mogelijk de bereikbaarheid van onderwijslocaties (op een zo duurzaam mogelijke manier) en de wendbaarheid en inzetbaarheid van de Limburgse beroepsbevolking.
In de uitvoering van ons beleid richten we ons richten op het versterken van het vakmanschap in sectoren die voor de Limburgse economie relevant zijn. We werken aan een ecosysteem waarin ondernemers, overheden en kennisinstellingen samen streven naar een
Aan de Kabroeksebeek te Horst
16
goede fysieke infrastructuur, het delen van data en kennis, het vormen van sterke netwerken en het voeren van een gezamenlijke marketingstrategie, gericht op één sterk merk en de juiste doelgroepen. Afweging De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in regionale en gemeentelijke programma’s en instrumenten (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 3.3 en 3.4). Onderhavig plan voorziet in de realisatie van maximaal 46 woningen in Horst. De beoogde woningbouw is afgestemd op de actuele behoefte en draagt bij aan de provinciale ambitie van voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Bovendien past de ontwikkeling binnen de huidige maatschappelijke context, waarin sprake is van een significante woningbehoefte, onder meer voor de doelgroepen starters, ouderen, evenals het levensloopbestendig maken van woningen. Het beoogde gevarieerde programma met tevens aandacht voor levensloopbestendigheid geeft hier invulling aan.
Het initiatief voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 3.1.4.) en is in lijn met de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024’ en het gemeentelijk ‘Masterplan Wonen Horst aan de Maas’. De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de ‘Provinciale omgevingsvisie’. Het verplaatsen van het openbare kindcentrum/voorzieningen naar dit gebied past bij de daily urban system ambitie uit de POVI, dat het een gebiedsontwikkeling is in een maatschappelijke context omdat het aanbieden van onderwijs en opvang wordt gecombineerd met een wijkfunctie. De ambitie van het openbaar kindcentrum past bij deze locatie en de nabijheid van de voorzieningen voor het voedingsgebied van die voorzieningen, er wordt een onderwijsfunctie inclusief bewegingsonderwijs, kinderopvang, buitenschoolse opvang en een wijkfunctie gerealiseerd. Daarnaast maakt het bestemmingsplan de realisatie van een openbaar kindcentrum mogelijk. Het huidige openbare kindcentrum bevindt zich momenteel aan de Schoolstraat 8 te Horst. Er is derhalve sprake van een verplaatsing van het openbare kindcentrum. Er wordt geen openbaar kindcentrum toegevoegd. Hemelsbreed wordt het openbare kindcentrum heropgericht circa 400 meter ten noordwesten van de huidige locatie.
Daarnaast vindt door de sloop van de glastuinbouw en de realisatie van de twee wooncomplexen en het openbare kindcentrum een kwaliteitsimpuls plaats voor het omliggende woongebied. Het planvoornemen ter plaatse van de Almeweg 14 voorziet niet in een plan dat de omgevingsvisie van de provincie raakt. Het plan staat de kaders van de visie niet in de weg en op grond van de omgevingsvisie zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen. 3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2021
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
17
Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2024 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Wonen Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘Landelijke kernen’ en meer specifiek binnen de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Conform artikel 12.1 van de omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c.
over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. In dit bestemmingsplan is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit de paragraaf ‘Provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI)’ past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. Ook is de ontwikkeling in lijn met de Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024 welke wordt behandeld onder paragraaf 3.4. Bovendien wordt met de bouw van de woningen spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. Vanuit de Omgevingsverordening Limburg bestaan kortom geen belemmeringen voor het beoogde planvoornemen. Tot slot wordt het plan opgenomen op de Plancapaciteitsmonitor Limburg.
Milieubeschermingsgebieden Het plangebied is volgens de kaarten bij de Omgevingsverordening gelegen binnen de milieubeschermingszone ‘Boringsvrije zone Venloschol’. Het is in de boringsvrije zone Venloschol verboden om beneden 5 meter boven NAP een boorput of een gesloten bodemenergiesysteem te maken of hebben of de grond te roeren. Daarnaast is het verboden om beneden 5 meter boven NAP werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden
Aan de Kabroeksebeek te Horst
18
verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Het plangebied ligt op een hoogte van circa 26 meter boven NAP. Aangezien geen grondboringen van een dergelijke diepte voorzien zijn die onder de 5 meter NAP komen, vormt de ligging in de Venloschol geen belemmering. Motivatie klimaatadaptatie Op grond van artikel 3.5 van de Omgevingsverordening Limburg is een motivatie van de klimaat adaptieve maatregelen vereist. In het artikel is beschreven hoe in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en welke maatregelen en voorzieningen worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt (wateroverlast, droogte en hittestress). Wateroverlast, droogte en hittestress Om wateroverlast in het plangebied zo veel als mogelijk te voorkomen wordt het plangebied groen ingericht. De Kabroeksebeek wordt heringericht met deels natuurlijke flauwe oevers. Hierdoor heeft de beek meer “bufferend” vermogen. Daarnaast worden er wadi’s aangelegd die het hemelwater opvangen. Tot slot bestaat er de mogelijkheid om waterdoorlatende tegels te leggen ter plaatse van de parkeerplaatsen. De groene inrichting zal attractief, biodivers, klimaatadapatief en gedifferentieerd zijn.
De extra beplanting zorgt voor extra schaduw binnen het plangebied tegen hittestress. Ook is beoogd de woningen te voorzien van goede isolatie. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden ingezameld en binnen de planlocatie worden verwerkt. Water wordt daardoor bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. Dit komt ten goede aan de bestrijding van droogte van het plangebied en draagt bij aan de retentie van het grondwaterpeil. Daarnaast wordt de norm voor de verwerking van hemelwater van 100mm per m 2 in 24 uur gehanteerd als uitgangspunt voor de uitwerking van de watervoorzieningen. Afweging Voor het overige is het plangebied niet gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Onderhavig plan is dan ook in overeenstemming met de uitgangspunten uit de ‘Omgevingsverordening Limburg 2021’. Aangezien er ter plaatse van de Almeweg 14 geen woning wordt toegevoegd en aan de feitelijke situatie niets wijzigt, vormt het initiatief voor de Omgevingsverordening Limburg 2021 geen belemmeringen. 3.2.3
Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM)
Het Limburgs Kwaliteitsmenu is gebaseerd op het idee dat bebouwingsontwikkelingen in het buitengebied leiden tot verlies van omgevingskwaliteit en dat dit verlies op een kwalitatieve manier wordt gecompenseerd. De doelstelling is dan ook het combineren van ruimtelijke ontwikke-
Aan de Kabroeksebeek te Horst
19
lingen in het buitengebied met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in Limburg. Op 12 januari 2010 hebben Gedeputeerde Staten de beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu vastgesteld. De verantwoordelijkheid en de uitvoering van het Kwaliteitsmenu wordt in handen van de gemeenten gelegd. Het kwaliteitsmenu is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen buiten de, rond de plattelandskernen getrokken, contour die middels een bestemmingsplanwijziging mogelijk worden gemaakt. Het kenmerkende voor de bedoelde ontwikkelingen is dat het functies zijn die met bebouwing gepaard gaan en extra ruimtebeslag leggen op het buitengebied. Afweging De gemeente Horst aan de Maas heeft het LKM 'doorvertaald' naar eigen beleid door in de Structuurvisie Horst aan de Maas een gemeentelijk kwaliteitsmenu op te nemen. Voor een nadere afweging hieromtrent zie paragraaf 3.4.1.
Regionaal beleid 3.3.1
Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024
In de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024’ geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Er wordt dus ruimte geboden voor plannen die aansluiten bij de (toekomstige) vraag naar woningen. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen. Deze regionale uitgangspunten omvatten de navolgende punten:
toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen;
gekeken dient te worden naar koppelkansen;
toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot;
het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte;
de regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na;
zoeken naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheid doelen.
Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd:
Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.
Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
20
Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.
Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.
Theoretische tekorten en overschotten woningvoorraad | Bron: WoON2015, WoON2018, Progneff (2018), bewerking Stec Groep (2019)
Analyse bestaande woningvoorraad Het grootste deel van de woningvoorraad voor de toekomst staat er al. Dat maakt dat nieuwbouw slechts een klein deel vormt van de totale woningvoorraad. Inzicht in de kwaliteit van deze woningvoorraad is essentieel om een match met de toekomstige woningvraag te bewerkstelligen. Aan adviesbureau Stec Groep is gevraagd om hierin inzicht te verschaffen. De analyses van Stec Groep geven inzicht in de potentiële kwetsbaarheid van de bestaande woningvoorraad. In de ‘Regionale Structuurvisie Noord-Limburg (2016)’ gaat het vooral om de kwantiteit, terwijl in de nieuwe Regionale Woonvisie de nadruk meer ligt op de kwaliteit. Er wordt vaak gesproken over een woningtekort en vooral landelijk gaat het hierbij om de aantallen. Uiteraard is dat van belang, maar de te verwachten ontwikkeling van huishoudens (in aantal én in type) geeft aan dat wel degelijk rekening gehouden dient te worden met de kwaliteit van de woningvoorraad. In het rapport van Stec Groep wordt een verbinding gemaakt met de demografische ontwikkeling van de regio Noord-Limburg. De woningvoorraad wordt op basis van verschillende indicatoren (voor zowel de woning als de woonomgeving) beoordeeld. Dit vormt een bouwsteen voor beleid rondom de aanpak van de huidige woningvoorraad.
Belangrijkste conclusies uit de analyses zijn: De komende 10-20 jaar groeit het aantal huishoudens netto met bijna 5.000, deze groei zit op regioniveau in de 65+ doelgroep. Hierdoor ontstaat een groeiende behoefte aan levensloopbestendige woningen.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
21
Er ontstaan overschotten in de niet-levensloopbestendige grondgebonden huur-, goedkope koop- en ruime, dure koopsegment.
Op het niveau van individuele gemeenten kunnen er afwijkingen ten opzichte van deze regionale conclusies bestaan. In de onderstaande afbeelding is een totaaloverzicht voor de regio zichtbaar waar een theoretisch tekort en waar een theoretisch overschot in de woningvoorraad ontstaat. Links van de 0 staat het type woning waarvan een overschot is te verwachten en rechts van de 0 staat het type woning waaraan een tekort is. Opgemerkt dient te worden dat de onderstaande theoretische overschotten en tekorten ontstaan wanneer alle doelgroepen hun verhuiswensen kunnen realiseren. In de praktijk is de woningmarkt een aanbodmarkt en zijn doelgroepen niet altijd in staat hun verhuiswens te realiseren, doordat zij hier financieel niet toe in staat zijn of omdat de gewenste woning niet beschikbaar is in de bestaande voorraad. Wel geeft onderstaande afbeelding een goede indicatie van de segmenten waar de grootste risico’s ontstaan op leegstand en achteruitgang. Afweging Regionaal wordt aandacht besteed aan de leefbaarheid van kleine kernen om daar de doorstroming op gang te laten komen. Specifiek moet in de kernen gebouwd worden naar behoefte. Het door Stec opgestelde rapport ‘Opgaven en aanpak bestaande woningvoorraad in beeld, Basis voor woonbeleid’ uit 2019 geeft een inzicht in de bestaande regionale woningvoorraad en geeft een richting voor een transformatieopgave.
Voor de kern Horst geldt dat de kern bouwt naar eigen woningbehoefte aangezien zij getypeerd wordt als ‘centrumdorp’. Doorstroming op de woningmarkt staat centraal en om dit voor elkaar te krijgen is actie nodig: versnellen, versterken en doorzetten. De toevoeging van 46 woningen draagt nadrukkelijk bij aan dit doel. De realisatie van de nieuwbouw is hiermee in overeenstemming met de woonvisie van de gemeenten binnen de regio Noord-Limburg. Vanuit het regionaal beleid bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Gemeentelijk beleid 3.4.1
Structuurvisie ‘Horst aan de Maas’
Op 9 april 2013 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De doelstelling die de gemeente heeft met de voorliggende structuurvisie is drieledig: De structuurvisie vormt een integraal beeld van de ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft voor de langere termijn. De gemeente verschaft hiermee inzicht hoe zij nieuwe initiatieven afweegt en welke randvoorwaarden hier eventueel bij gelden. De structuurvisie biedt kansen optimaal gebruik te maken van mogelijkheden voor het plegen van bovenplans kostenverhaal, zoals die zijn opgenomen in de Wro en de Grex-wet. In deze integrale op uitvoering gerichte structuurvisie heeft de gemeente haar ruimtelijk beleid gebundeld. De gemeente streeft ernaar om de omgevingskwaliteiten te behouden en te ontwikkelen conform nationaal en provinciaal beleid. Voor de drie beleidsmatige speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas (agribusiness, toerisme & recreatie en leefbaarheid) is het landschap (de
Aan de Kabroeksebeek te Horst
22
omgevingskwaliteit) een belangrijke factor. Het vormt namelijk de productieruimte voor de agrarische sector, het verblijfsgebied voor toeristen en recreanten en de woonomgeving voor de inwoners. Om de speerpunten tot een succes te maken, is het van belang dat de aantrekkelijkheid van het landschap (de omgevingskwaliteit) gewaarborgd blijft en zoveel mogelijk versterkt wordt. Bestaande plannen die in het gemeentelijk beleid een belangrijke plaats innemen/krijgen zijn: de ontwikkeling van ecologische verbindings- en bufferzones, landschapspark De Peelbergen en natuurontwikkeling in het kader van de Maascorridor. Daarnaast is en wordt ingespeeld op de dynamiek in de land- en tuinbouw, onder meer in het kader van de reconstructie. Dit wordt gedaan door in te zetten op een nieuw te ontwikkelen eigen kwaliteit, in relatie tot de ruimtelijke eisen van de sector. Dit speelt met name in de landbouwontwikkelings- en glastuinbouwgebieden rondom Horst, Meterik, Hegelsom, Melderslo en Grubbenvorst. Ook zet de gemeente in op de verfraaiing van het boerenlandschap en het vergroten van de beleving van het landschap, het realiseren van particulier groen en het beschermen van beschermingswaardige houtopstanden. In de structuurvisie zijn 19 projecten ter verbetering van omgevingskwaliteit benoemd. Geen van deze projecten is gepland in of in de directe omgeving van het plangebied. 3.4.2
Nota kostenverhaal en financiële bijdrage
De Nota Kostenverhaal en financiële bijdragen is vastgesteld op 11 juli 2023. Deze treedt officieel in werking ten tijde van de Omgevingswet. De integrale herziening van de nota ‘Kostenverhaal en financiële bijdragen’ is geschreven vanuit de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. Tot 1 januari 2024 geldt nog de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarom is in bijlage IV een compact schema over het kostenverhaal onder de Wro opgenomen. De wettelijke grondslag voor deze nota met de daarin opgenomen bijdragen wordt tot de invoering van de Ow op 1 januari 2024 gevormd door de Wro. De groeiopgave van Horst aan de Maas gebeurt deels samen met ontwikkelende partijen. De gemeente moet daarvoor ook inspanningen leveren. Denk daarbij aan kosten voor de ambtelijke inzet en de eventuele aanpassingen in het openbaar gebied voor een specifiek bouwplan. Bij initiatieven van marktpartijen faciliteert de gemeente dus de bouwplannen (in Omgevingswet ook wel aangewezen activiteiten genoemd). Voor deze inzet zijn gemeenten verplicht om kosten te verhalen op initiatiefnemers. Daarnaast biedt de wet mogelijkheden om initiatiefnemers een financiële bijdrage te vragen voor de benodigde investeringen in de openbare ruimte en het landschap die samenhangen met de groei van de gemeente en behoud van de kwaliteit van het buitengebied.
De bovengenoemde investeringen worden niet volledig verhaald op de initiatiefnemers cq. ontwikkelende partijen. Alle partijen, die hier profijt van hebben, dragen bij aan de financiering van deze investeringen. Het grootste deel van de investeringen is toe te rekenen aan de huidige inwoners en gebruikers. De gemeente Horst aan de Maas ‘betaalt’ dus het grootste deel van deze investeringen. Het andere deel, dat kan worden toegerekend aan de toekomstige inwoners en gebruikers, ‘betaalt’ de grondeigenaar of ontwikkelaar, die de woningen en gebouwen
Aan de Kabroeksebeek te Horst
23
realiseert. Het is namelijk redelijk dat ook bouwplannen voor toekomstige ontwikkelingen bijdragen aan deze investeringen. Het uitgangspunt is dat gemeente Horst aan de Maas met initiatiefnemers een anterieure overeenkomst sluit en hierin onder andere de afspraken over kostenverhaal en financiële bijdragen vastlegt. De gemeente maakt hierbij gebruik van contractsvrijheid. Het kan voorkomen dat de gemeente met de initiatiefnemer geen anterieure overeenkomst kan sluiten en dat de gemeente de planologische maatregel om het bouwplan mogelijk te maken toch in procedure wil brengen. In dat geval borgt zij het kostenverhaal en de financiële bijdragen door middel van de publiekrechtelijke kostenverhaalsregels. Evaluatie structuurvisie Bij de vaststelling van de structuurvisie is besloten om deze na een jaar te evalueren. Deze evaluatie heeft plaatsgevonden in de periode augustus 2014 – juli 2015 en heeft op onderdelen geleid tot een aanpassing van de structuurvisie. De module 'Projectmatige woningbouw' is daarbij gewijzigd in de module 'woningbouw in exploitatiegebieden' De module ‘projectmatige woningbouw’ is enkel van toepassing in exploitatiegebieden. De exploitatiegebieden zijn opgenomen in het woningbouwprogramma ‘Woningbouw Horst aan de Maas 2014-2024’. Het woningbouwprogramma is gebaseerd op bevolkingsonderzoek en voorziet in de woningbehoefte tot 2024.
Naast uitbreidingsplannen zijn ook de herontwikkelingslocaties opgenomen in het woningbouwprogramma. In de structuurvisie is een overzicht opgenomen van de exploitatiegebieden. Wanneer een nieuw woningbouwprogramma vastgesteld wordt, zal ook deze lijst aangepast worden. Afweging Het plangebied is gelegen binnen een gebied waarvoor een meedenkende grondhouding (ja, mits) geldt volgens de structuurvisie. Aan de voorwaarden in de Nota Kostenverhaal worden voldaan. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke structuurvisie. 3.4.3
Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021 – 2025
Het Masterplan Wonen (lokale woonvisie) 2021-2025, dat in april 2021 door de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld, is een uitwerking van de regionale structuurvisie Wonen NoordLimburg. De hoofdopgaves voor Horst aan de Maas die gebaseerd zijn op het regionale beleid, betreft vooral een nieuwbouwopgave met als hoofddoelen: 1. Tot en met 2025 1.000 woningen vergunnen; 2. Bouwen naar behoeften. De genoemde beleidsopgaven resulteren in de volgende speerpunten in het Masterplan Wonen (2021-2025):
Kaders als basis voor mogelijkheden; Door verwachtingen en eisen aan de voorkant helder te hebben, weten ontwikkelaars, corporaties en inwoners waar ze aan toe zijn. Dit zorgt voor enthousiasme, een gedeelde visie en een snellere doorloop.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
24
Zicht op de (veranderende) vraag en voortgang; We kennen de woonvragen en -behoeften van onze inwoners: nu, morgen en volgend jaar – op zowel gemeenteniveau als in de individuele kernen. We weten op elk moment in het jaar of we nog op koers liggen.
Maatwerk per kern; Elke kern heeft zijn eigen karakter. Die eigenheid moet doorklinken in de woningopgave en de invulling ervan.
Samenwerken met ontwikkelaars op basis van vertrouwen; Partijen die onze gemeente goed kennen, zich vereenzelvigen met onze ambitie en hier ook aantoonbaar naar handelen, hebben een streepje voor. Zij krijgen de ruimte en het vertrouwen om samen met ons Horst aan de Maas aantrekkelijker te maken.
Minder regels, snelle doorloop van processen; Zorgvuldigheid en snelheid/voortgang kunnen prima naast elkaar bestaan. We verminderen de regeldruk waar mogelijk, organiseren parallelle processen en houden initiatiefnemers aangehaakt.
Participatie & communicatie; Inwoners voelen zich gehoord, betrokken bij de ambitie en zijn trots. Dat dragen ze ook uit.
Volgens de bevolkingsprognoses van Etil groeit het aantal huishoudens in Horst aan de Maas nog tot 2030 met 1.375. Het woningbouwprogramma is daarop afgestemd. De bestaande plancapaciteit wordt tegen het licht gehouden voor wat betreft de kwalitatieve invulling. Er dient met name aandacht te zijn voor (huur)woningen voor jongeren en levensloopbestendige woningen voor ouderen. Voor ruimtelijke plannen dienen volgende uitgangspunten daarbij in acht te worden genomen:
Het plan voorziet, kwalitatief en kwantitatief, in de behoefte van inwoners. Dit betekent concreet dat: -
de type woningen en bijbehorende aantallen aansluiten bij de opgave zoals omschreven in dit Masterplan én bij de lokale wensen en behoeften van inwoners (zie ook ‘maatwerk per kern’).
-
ontwikkelaars/corporaties met inwoners en samen met de gemeentegesprekken hebben gevoerd en de lokale woonwensen als uitgangspunt hebben genomen.
Een programma met 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop waarbij maatwerk mogelijk is bij kleine locaties of een aangetoonde andere behoefte aan sociale huur.
Nieuwe woningen voldoen aan de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG).
Nieuwe woningen en woonwijken worden klimaat adaptief gebouwd zodat geen nieuwe knelpunten wateroverlast en hittestress ontstaan.
Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk, uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig. Ontwikkelen in het buitengebied heeft niet onze voorkeur; woningbouw op industrieterreinen is niet toegestaan.
Kwalitatief goede, tijdelijke woonconcepten worden omarmd. Deze wordt, indien geschikt, ingezet om snel voor extra aanbod te zorgen.
In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving.
Elk initiatief wordt getoetst op basis van gemeentelijk beleid (onder andere Structuurvisie Horst aan de Maas), bestemmingsplannen, stedenbouwkundige visies, het bouwbesluit en financiële haalbaarheid.
Aan de Kabroeksebeek te Horst
25
Nieuwbouwplannen worden getoetst op basis van bovenstaand afwegingskader. Plannen die passen bij de ambitie, die voorzien in een behoefte en voldoen aan kwaliteitseisen, kunnen rekenen op medewerking van de gemeente. Anders dan voorheen is dit afwegingskader geen ‘toets achter de schermen’, maar een vrij beschikbaar en inspirerend document, dat gemeente, corporaties en ontwikkelaars motiveert om al in de eerste, prille fase van conceptontwikkeling de juiste keuzes te maken. De woningbouwambitie is gebaseerd op de woningmarkt anno nu (vraag en aanbod), gecombineerd met prognoses (CBS, Stec) en signalen uit de markt. Afweging Voor de kern Horst geldt dat de kern bouwt naar eigen woningbehoefte aangezien zij getypeerd wordt als ‘centrumdorp’. Doorstroming op de woningmarkt staat centraal en om dit voor elkaar te krijgen is actie nodig: versnellen, versterken en doorzetten. De toevoeging van 46 woningen draagt nadrukkelijk bij aan dit doel. De beoogde woningen zijn verdeeld in de gevarieerde opbouw, namelijk 30% sociale huur, 30% vrije sector huur 40% koopwoningen. Gezien de beoogde woningbouwsegmenten en het aantal woningen voldoet onderhavig plan aan het gemeentelijk woningbouwkader, zoals opgenomen in het Masterplan Wonen Horst aan de Maas. Hierdoor is sprake van een kwalitatieve verbetering ten opzichte van de oude situatie.
Vanuit het Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021-2025 zijn geen belemmeringen voor het planvoornemen. Het planvoornemen draagt juist bij aan de gestelde opgave om 1.000 woningen te vergunnen tot en met 2025. 3.4.4
Welstandsnota
De gemeente Horst aan de Maas heeft op 20 november 2012 de ‘Welstandsnota gemeente Horst aan de Maas’ vastgesteld. Deze nota is opgesteld om een welstandstoets te kunnen uitvoeren bij aanvragen om omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. De vereenvoudigde welstandsnota bevat de basisvoorwaarden waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst zullen worden. De gemeente onderscheid twee niveaus van welstand: ‘normaal’ en streng’. Voor reguliere woongebieden geldt het niveau ‘normaal’ en aangezien binnen het plangebied sprake zal zijn van een regulier woongebied, zal hiervoor het welstandsniveau ‘normaal’ gaan gelden. Bij het normaal niveau van welstand wordt getoetst op aspecten die te maken hebben met de situering van het bouwwerk, de hoofdvormen van het bouwwerk, de schaal en geleding van het gebouw, het materiaalgebruik en de gebruikte kleurstelling. Ook de gevelaanzichten worden beoordeeld. De toets is vooral gericht op het gebouw als geheel en het welstandstoezicht is in deze gebieden beperkt tot het handhaven van basiskwaliteiten. Voor het ontwerp van de gebouwen kan aansluiting worden gezocht bij de gebouwen van De Afhang, waarbij het kassencomplex uitnodigt voor het gebruik van moderne vormen en stijlelementen die het verleden kunnen verankeren in de toekomst.