06A.g Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
• te participeren in het project ‘Langer thuis met technologie’ (onderdeel van ‘Samen voor de Gezondste Regio 2025). Doel van het project is inwoners (leeftijd 40 tot 60) uit te dagen om tijdig werk te maken van technologische mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven wonen. • de gemeente werkt aan een beleid voor mantelzorgwoningen met ruimere mogelijkheden waaronder pré-mantelzorgwoningen voor mensen vanaf 60 jaar. • open te staan voor nieuwe initiatieven zoals geclusterd wonen voor ouderen en woningen of complexen waar meer generaties bij elkaar wonen; mooie oplossingen tegen eenzaamheid en met (informele) zorg voor elkaar. • voor alle doelgroepen met een zorgbehoefte en (aangepaste) woonvorm de juiste woonvorm met de juiste zorg te realiseren. • andere instrumenten, zoals communicatie. Hiermee enthousiasmeren we inwoners om hun woning aan te passen en zorggeschikt te maken. Dit gaan we samen met de regiogemeenten en de Provincie Limburg doen. • concrete woon- en zorgbehoefte van zorgdoelgroepen goed in kaart te brengen. Het gaat om ouderen en mensen met een fysieke beperking, mensen met een verstandelijke beperking, mensen vanuit de GGZ en (dreigend) daklozen. Hiervoor ontwikkelt de gemeente een woonzorgvisie. Doel is het aanvullen van eventuele tekorten in woon- en opvangvoorzieningen
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 3
(lokaal en regionaal) en het slim organiseren van zorg en ondersteuning bij dit wonen. • bij plannen vooruit te zien op de relatie tussen zorg en wonen. Bijvoorbeeld: zorggeschikte woningen in de buurt van zorgvoorzieningen.
In het verlengde van het bovenstaande, en het sluitstuk van ieders behoefte aan wonen met zorg, is het bieden van voldoende professionele 24-uurszorg voor de laatste fase van het leven, als thuis de zorg echt niet meer geboden kan worden. In het Masterplan Wonen wordt geconstateerd dat mensen willen langer in hun eigen, vertrouwde huis blijven wonen; dit geldt temeer voor de grote groep dementerende ouderen die niet meer thuis kúnnen wonen, maar dan wel baat kunnen hebben bij een landelijke, prikkelarme leefomgeving die ze gewend waren. Gezonde mensen kunnen zelf hun woonomgeving kiezen; voor mensen die als gevolg van hun beperkingen substantieel minder gebruik maken van centrumfuncties zou het dan niet zo moeten zijn dat zij hun vertrouwde leefomgeving moeten verlaten en hun laatste dagen moeten genieten in een compacte leefomgeving. Het plan past binnen het Masterplan Wonen omdat het een bijdrage levert aan de realisatie van meer veilige en kwalitatief goede huisvesting voor deze specifieke zorgdoelgroep in de gemeente Horst aan de Maas (en de regio).
4.4.3
Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de maas
Het projectgebied is gelegen in het op 19 december 2017 door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan buitengebied Horst aan de Maas en heeft hierin de bestemming 'Maatschappelijk'gekregen met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', een bouwvlak, de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - gasterij' en er is één bedrijfswoning toegestaan. De locatie valt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - velden'. Op onderstaande afbeelding is de uitsnede van de vigerende verbeelding weergegeven.
Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 4
Binnen deze bestemming is 24 uurszorg niet toegestaan, evenmin als het overschrijden van de maximale vloeroppervlakte van 588 m² ten behoeve van de gasterij. Omdat binnen de regels van de vigerende bestemmingsplannen (ook de ondergeschikte wijziging van begrippen en overige algemene regels van het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020 zijn van toepassing, maar hebben geen gevolgen voor het project) de gewenste ontwikkeling niet gerealiseerd kan worden, dient de procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'afwijken van het bestemmingsplan' en de activiteit 'bouwen' te worden doorlopen, welke aanvraag vergezeld dient te gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 5
Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten 5.1
Milieueffectrapportage
Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit dat wordt genoemd in kolom 1 en onder de drempelwaarde blijft van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen.
D 11.2
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging In gevallen waarin de De De vaststelling van of uitbreiding van een activiteit betrekking structuurvisie, het plan, bedoeld in stedelijk heeft bedoeld in de artikel 3.6, eerste ontwikkelingsproject op: artikelen 2.1, 2.2 lid, met inbegrip van de 1°. een oppervlakte van en onderdelen a en b, bouw van 100 hectare of meer, 2.3 van de Wet van de Wet winkelcentra of 2°. een aaneengesloten ruimtelijke ruimtelijke parkeerterreinen. gebied en 2000 of meer ordening, ordening woningen omvat, of en het plan, dan wel bij het 3°. een bedoeld ontbreken daarvan bedrijfsvloeroppervlakte in artikel 3.1, van het plan, 2 van 200.000 m of meer. eerste bedoeld lid, van die wet. in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Uit bijlage onderdeel D, Besluit milieueffectrapportage.
Wanneer een stedelijk ontwikkelingsproject wordt getoetst aan onderdeel D en wordt gekeken in kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '100 hectare of meer'. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, is voorafgaand aan onderhavig bestemmingsplan een vormvrije m.e.r.-beoordeling verricht, welke als bijlage bij onderhavige plantoelichting is gevoegd. In het kader van voornoemde aanmeldnotitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Samengevat blijven de effecten van het planvoornemen beperkt tot de projectlocatie en de directe omgeving daarvan. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling stuit niet op bezwaren in relatie tot de aangehaald milieu- en omgevingsaspecten. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Gelet op het vorenstaande is de conclusie dan ook dat het niet noodzakelijk is om ten behoeve van het project een milieueffectrapportage op te stellen.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 6
5.2
Geluidhinder
5.2.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). Een woonzorgcomplex voor 24 uurszorg is een geluidsgevoelig object of terrein als bedoeld in de Wet geluidhinder. Het projectgebied is georiënteerd op Op den Bergen, waar een maximumsnelheid van 60 km/uur is toegestaan, maar is ook in de directe omgeving van de Helenaveenseweg en de Gelderdijk gelegen waar dezelfde maximum snelheid geldt. Het projectgebied ligt binnen de geluidszones van 250 meter van deze drie wegen. De afstand tot de Gelderdijk en Helenaveenseweg bedraagt 240 respectievelijk 220 meter.
Tussen het projectgebied en beide wegen bevinden zich opstallen en houtopstanden, waarvan een bufferende werking uitgaat. De Gelderdijk betreft een relatief rustige weg; de Helenaveenseweg is een doorgaande weg richting Toverland en Helenaveen, drukker dan de Gelderdijk, maar in geen geval te vergelijken met een provincale weg welke eenzelfde geluidszone van 250 meter heeft. De ligging ten opzichte van Op den Bergen, waarop de verkeersintensiteit beperkt is, en voornamelijk betrekking heeft op fietsers, voetgangers en gemotoriseerd bestemmingsverkeer, zorgt er evenmin voor dat de gevelwaarden op het nieuwe woonzorggebouw zullen worden overschreden; de afstand tot de weg bedraagt ruim 70 meter en de nieuwbouw bevindt zich recht achter de bestaande en voorzover relevant te behouden bebouwing, zodat deze bebouwing het geluid afkomstig van wegverkeer geheel buffert. Op 3 december 2021 is, om voorgaande stelling te onderbouwen, door Econsultancy BV een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierin is het volgende geconcludeerd: ' De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Op den Bergen, Helenaveenseweg, Gelderdijk en Bedelaarspad. In de nabijheid van het plan zijn geen relevante 30 km/uur wegen gelegen.
In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemming inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het plangebied is reeds een tekening opgesteld met de projectie van de zorgwoningen. Voor elke zijde van het pand zijn toetspunten ten behoeve van maximaal 2 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2021.1. De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen zorgwoningen bedraagt ten hoogste 31 dB als gevolg van de Op den Bergen. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 7
toelaatbare geluidsbelasting plaats. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.'
Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
5.2.2
Railverkeer
In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn gesitueerd. De spoorlijn, Venlo-Eindhoven bevindt zich op een afstand van bijna 4 km ten noorden van het plangebied.
5.3
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het projectgebied een nieuwe bodemgevoelige functies toegelaten in de vorm van een woonzorggebouw. Voordat door middel van een omgevingsvergunning deze nieuwe functie mogelijk wordt gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken. Öko-Care heeft op 5 juni 2012 een rapportage overlegd naar de bodem- en grondwaterkwaliteit binnen het projectgebied. Het vooronderzoek is hierbij verricht conform de NEN 5725 en het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. Op grond van de analyseresultaten van het grondwatermonster, wordt de hypothese 'niet-verdachte locatie' formeel verworpen. Er mag echter worden aangenomen, dat er geen sprake is van een verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. Op basis van deze aanname kan worden geconcludeerd, dat er geen belemmeringen van milieukundige aard bestaan voor de functiewijziging en het voorgenomen gebruik van de onderzoekslocatie.
Omdat voornoemd onderzoek verouderd kan zijn, heeft Econsultancy in april 2021 een historisch onderzoek uitgevoerd (NEN 5725). Hierin is het volgende geconstateerd: 'Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie wordt geadviseerd na verwijdering van de aanwezige betonverharding, zowel inpandig als op het buitenterrein) middels een verkennend bodemonderzoek te verifiëren of de bodem eenzelfde milieuhygiënische kwaliteit heeft als het overige gedeelte welke in het jaar 2012 is onderzocht middels een verkennend bodemonderzoek. Het verkennend bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is Verder kan gesteld worden dat er geen milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw (wooncomplex) op de onderzoekslocatie.
Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt,
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 8
zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.'
Na de sloopwerkzaamheden heeft Econsultancy BV op 1 december 20201 een verkennend bodemonderzoek op de locatie uitgevoerd. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Hierin is het volgende geconstateerd: 'Onderhavig onderzoek beperkt zich tot de voormalige stallen (oostelijk deel) die recentelijk gesloopt zijn en het buitenterrein, wat in een voorgaand verkennend bodemonderzoek uit 2012 niet is onderzocht. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht". Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot matig grof zand. Plaatselijk is de boven- en ondergrond zwak humeus, zwak leemhoudend en zwak gleyhoudend. Zeer plaatselijk is de boven- en ondergrond zwak betonhoudend. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Zowel in de bovengrond als in de ondergrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en benzeen. De onderzoeksresultaten komen overeen met de resultaten van een eerder uitgevoerd verkennend bodemonderzoek op de onderzoekslocatie (uitgevoerd door Öko Care adviesbureau, rapportnummer RS10488B.DOC, d.d. 5 juni 2012).
Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, grotendeels bevestigd. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.'
Voor de volledige inhoud van de onderzoeken, wordt verwezen naar de rapportages die onderdeel uitmaken van deze ruimtelijke onderbouwing.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 3 9
5.4
Luchtkwaliteit
5.4.1
Kleine en grote projecten
De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.
5.4.2
Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)
Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Het gaat hierbij om de volgende categorieën: a. inrichtingen b. infrastructuur c. kantoorlocaties d. woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige project valt met de uitbreiding van de maatschappelijke functie ten behoeve van 24-uurszorg voor 31 personen niet onder de Regeling NIBM. Via de NIBM-rekentool is een worst-case berekening gemaakt waaruit blijkt dat bij een dagelijkse aantal verkeersbewegingen van circa 90 (3 per woonzorgeenheid en waarvan verondersteld wordt dat maximaal 10% vrachtwagenbewegingen zijn) nog altijd sprake is van 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 0
NIBM-tool
Het woonzorgcentrum is echter ook een objecten dat moet voldoen aan het blootstellingscriterium. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. Volgens de kaarten van het RIVM is de actuele (d.d. 28 april 2021) concentratie PM10 in Sevenum 26 ug/m3, en de concentratie NO2 22 ug/m3. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 ug/m3. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde eveneens 40 ug/m3. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit in Sevenum goed te noemen. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
5.5
Externe veiligheid
5.5.1
Risicovolle inrichtingen (Bevi)
De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. Het gaat hierbij onder meer om inrichtingen in het kader van het Besluit risico's zware ongevallen 1999, LPG-tankstations, inrichtingen waar gevaarlijke (afval)stoffen of bestrijdingsmiddelen in emballage van meer dan 10.000 kg worden opgeslagen, inrichtingen met een koel-of vriesinstallatie met meer dan 400 kg ammoniak. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr.
Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 1
Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij het nemen van een planologische besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Indien een kwetsbaar object wordt gerealiseerd binnen de PR-contour 10-6/jr. is dat alleen acceptabel indien aan de planologische maatregel of de omgevingsvergunning zodanige voorwaarden worden verbonden dat binnen 3 jaar de PR-contour 10-6/jr. gehaald wordt. Tot die tijd geldt dan de PR-contour 10-5/jr. als grenswaarde. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsgebonden risico (GR). Het groepsgebonden risico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt.
In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen. Het woonzorgcomplex is te kwalificeren als kwetsbaar object. Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg liggen in de directe omgeving (straal van ruim 1 km) van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen. Het project ligt niet binnen het invloedsgebied voor GR dan wel een binnen een PR-contour 10-6/jr. van enige risicovolle inrichting.
5.5.2
Vervoer gevaarlijke stoffen
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. De dichtstbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de A67. De PR-contour 10-6/jr bedraagt hier 26 m; het projectgebied ligt op een afstand van ongeveer 1,8 km van deze weg. Ook over de N277 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, echter door de afstand van ruim 2,4 km is het risico voor de uitvoerbaarheid van het project te verwaarlozen.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect Externe Veiligheid geen belemmering vormt voor het uitvoeren van dit project.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 2
5.6
Milieuzonering
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.
5.6.1
Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten
De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het projectgebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
5.6.2
Invloed milieuhinder op het projectgebied
Het projectgebied ligt in de directe nabijheid (straal van circa 200 m) van de volgende functies. Uitgaande van een rustige woonwijk/buitengebied worden de navolgende aan te houden afstanden tussen de functies en het project aanbevolen: Adres inrichting
Soort activiteit
Richtafstand Feitelijk
Op den Bergen 4
akkerbouw
30 m
aangrenzend
Op den Bergen 10 (beide zijden dagrecreatie/educatiecentrum van de weg)
30 m
50 m
Op den Bergen 8, Sevenum
Kleinschalig kamperen / 2 recreatiewoningen binnen bestemming Wonen
0m
30 m
Gelderdijk 2
tuinbouw
30 m
165 m
Gelderdijk 12
akkerbouw
30 m
185 m
Helenaveenseweg 15
akkerbouw
30 m
115 m
Helenaveenseweg 23
agrarisch (paarden)
50 m
150 m
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 3
De voorgeschreven richtafstanden tussen de nieuwe functies en omliggende bedrijven/functies worden, met uitzondering van het belendende bedrijf, overal gehaald. Met betrekking tot de akkerbouwactiviteiten op nummer 4 kan gesteld worden dat deze niet extra worden belemmerd als gevolg van de uitbreiding van de zorgactiviteiten, omdat deze niet dichter bij de agrarische bedrijfsbebouwing zullen worden gesitueerd; immers, het project bevindt zich binnen de huidige bestemming Maatschappelijk, welke bestemming bepalend is voor de onderlinge afstand. Qua bebouwing zal het vigerende bouwvlak niet worden overschreden. Andersom geldt dat, indien de agrarische bedrijfsactiviteiten geen hinder veroorzaken voor de huidige zorgfunctie (gerelateerd aan de bestemming Maatschappelijk), dan geldt dit eveneens voor de toe te voegen 24-uurszorgactiviteiten.
Spuitzone Aan de oostzijde is een agrarisch perceel gesitueerd, dat wordt gebruikt voor het telen van gewassen. Akkerbouwgewassen worden beschermd door middel van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het toebrengen van deze middelen kan de spuitvloeistof ten gevolge van luchtstroming verplaatst worden naar omliggende percelen. Dit wordt 'drift' genoemd. Voor wat betreft het spuiten van gewassen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6).
Dit brengt echter niet reeds met zich dat een kortere afstand in dit geval niet redelijk zou kunnen zijn. Dit hangt mede samen met de hoogte van de gewassen (hoe hoger, des te meer sprake er kan zijn van drift), windrichting, soort bestrijdingsmiddelen en frequentie van spuiten. De heersende windrichting in de regio is zuid-west, zoals uit onderstaande gegevens van het KNMI blijkt:
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 4
Afbeelding bron Klimaatviewer KNMI
De nieuwe zorgfunctie is gepland ten westen van de aangrenzende akkerbouwgronden, zodat drift in beginsel van de zorgfunctie af gaat. Volgens het vigerende bestemmingsplan is de bestemming op de locatie Op den Bergen 6 'Maatschappelijk' (bruin-oranje). De omliggende gronden hebben de bestemming 'Wonen' (geel), 'Recreatie - dagrecreatie' (felgroen), 'Bedrijf' (paars) of 'Agrarisch met waarden' (lichtgroen). Deze bestaande situatie is onderstaand weergegeven:
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 5
Huidige functies op basis van bestemmingsplan
Binnen de gronden bedoeld voor maatschappelijke functies, wonen, en recreatie zijn naast de bebouwing ook tuinen mogelijk. Het gehele bestemmingsvlak dient volgens de uitgangspunten van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State derhalve aangewezen worden als gevoelige functie met betrekking tot de gezondheidsrisico's van gewasbeschermingsmiddelen. Deze uitleg heeft ook een plaats gekregen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas, herziening' zoals dat op 8 september 2020 is vastgesteld. Op de gronden bestemd als 'Agrarisch met waarden' is akkerbouw mogelijk. Het gebruik van de gronden voor fruitteelt en boomteelt voor zover gebruik wordt gemaakt van een op- en zijwaartse spuittechniek voor het aanbrengen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 30 m tot voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, is strijdig met de gebruiksregels van het vigerende bestemmingsplan, uitgezonderd en voor zover: bestaand gebruik waarbij de bestaande afstand als minimale afstand dient te worden aangehouden; het herplant van houtopstanden van fruitteelt en boomteelt betreft; het aanplanten van (fruit)bomen ten behoeve van fruit- of boomteelt op gronden die op de datum van vaststelling van het bestemmingplan in gebruik zijn bij een fruitteeltbedrijf en/of een boomkwekerijbedrijf; aangetoond is dat het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van
voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast. Op dit moment worden betreffende gronden niet gebruikt voor boom- of fruitteelt waardoor uitgegaan kan worden van akkerbouwgewassen en daarmee neerwaartse spuittechnieken. Als gevolg van onderhavig project zullen de bestemmingsgrenzen van de bestemming
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 6
'Maatschappelijk' niet worden overschreden. Hierdoor zal de minimaal te hanteren afstand van het huidig gebruik niet kleiner worden. Het bestemmingsplan 'buitengebied Horst aan de Maas, Herziening' geeft aan wanneer in ieder geval sprake is van een niet onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of verblijfsklimaat ten opzichte van omliggende gevoelige functies ingeval er sprake is van een boomgaard. Deze situaties volgen uit het PRI, 2015'. Deze in voornoemd bestemmingsplan opgenomen tabel houdt rekening met een aantal verschillende factoren zoals driftreducerende technieken, de plaatsing van een windhaag en de afstand tussen de gevoelige functies en de eerste bomenrij. Met de wettelijke verplichting om op de totale spuittechniek 75% driftreductie toe te passen in combinatie met de filterende werking van de bladhoudende beukenhaag (laat het blad vallen, kort voordat de nieuwe bladeren ontspruiten) is de te hanteren afstand bepaald waarbij redelijkerwijs geen gezondheidseffecten zullen optreden. Hieruit blijkt dat op 5 meter tussen de eerste bomenrij en de gevoelige functie er geen negatieve gezondheidseffecten worden voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met boomteelt tot 3 meter hoog, waarbij dus opwaarts wordt gespoten, hetgeen in casu niet het geval is, omdat de te telen gewassen zich laag bij de grond bevinden.
De windhaag in de vorm van een bladhoudende beukenhaag wordt gezien als de meest optimale manier om drift te beperken. De hoogte van de windhaag dient minimaal 1 meter hoger te zijn dan de hoogte van de gewassen op het aangrenzende perceel, hetgeen nu al het geval is. Hieruit blijkt dat in de huidige situatie de afstand tussen de gevoelige functies aan Op den Bergen 6 en gronden bestemd voor akkerbouw, kleiner is dan 50 meter. Beide bestemmingen grenzen aan elkaar. Derhalve is op 15 december 2021 een locatiespecifiek onderzoek (integraal als bijlage toegevoegd) uitgevoerd door Adromi Groep, waarin het volgende wordt geconcludeerd en geadviseerd: 'In de context van de ontwikkeling van de zorgboerderij aan Op den Bergen 6, heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen door drift vanwege aan de nieuwe woonbestemmingen grenzende agrarisch bestemde gronden. Er is gebruik gemaakt van het Efsa-model om de blootstelling aan drift van een aantal representatieve gewasbeschermingsmiddelen in beeld te brengen. Hierbij moet worden opgemerkt dat er uitsluitend een toename is van het aantal volwassenen in het projectgebied. Er is geen wijziging in het aantal personen (volwassen en kinderen) binnen de bedrijfswoning, welke ruim buiten 10 meter vanaf enig teeltperceel is gelegen. De berekende resultaten zijn dus een worst-case scenario.
Uit de berekeningen blijkt dat uit een afstand van 3 meter uit de agrarisch bestemde percelen wordt voldaan aan de maximaal acceptabele blootstellingsnormen voor individuele middelen. Enkel binnen deze afstand dienen in principe beperkingen te worden gesteld aan regulier menselijk verblijf. Vanuit een oogpunt van voorzorg ligt het voor de hand om aanvullende maatregelen te nemen in deze zone om blootstelling te minimaliseren. Deze maatregelen behoeven in principe niet te worden genomen voor het gewasperceel ten westen van het projectgebied, gelet op de grotere onderlinge afstand vanwege de tussengelegen weg. Aan de oost- en zuidzijde is op de perceelgrenzen tussen de nieuwe zorg-woonfunctie en de gewaspercelen (binnen de spuitzone van 3 meter) thans een vanggewas aanwezig (in
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 7
de vorm van een haag). Deze haag biedt in principe voldoende afscherming, mits deze hoger blijft dan 50 centimeter boven de gewashoogte. Aangezien deze haag op de perceelgrens is geplaatst, biedt deze optimale afscherming (zo dicht mogelijk op de bron). De haag dient van afdoende hoogte te blijven (cq. te worden gebracht) en eventuele uitval in de haag dient te worden opgevangen door nieuwe aanplant (geen gaten in de haag of overige factoren die de driftreductie belemmeren). In figuur 5 is weergegeven over welk deel van de perceelgrens de haag een afschermende werking dient te hebben/verkrijgen. Het op deze wijze aanleggen en in stand houden van de haag dient in principe te worden geborgd als voorwaarde bij de vergunning cq. in een (latere) planregeling.'
In de voorwaarden bij de omgevingsvergunning zal dan ook een bepaling worden opgenomen ten aanzien van de uitvoering, behoud en onderhoud van de landschappelijke inpassing waarvan de haag onderdeel uitmaakt.
Impact van zorgactiviteiten op omliggende functies: Volgens de indeling welke gehanteerd wordt in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' passen deze 24 uurszorg-activiteiten bij verpleeghuizen, hetgeen een milieucategorie 2-inrichting betreft. Bij een milieucategorie 2 hoort een richtafstand van 30 m. Binnen deze 30 m rondom de nieuwe zorgfunctie bevinden zich geen woningen van derden danwel andere gevoelige functies. Op 21 december 2021 is een onderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV naar inrichtingsgerelateerd lawaai (zie bijlage). Het berekend langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, maximale geluidsniveau en het geluidniveau ten gevolge van de indirecte hinder als gevolg van de bestaande dagbesteding en de nieuw te realiseren zorgwoningen voldoet ter plaatse van de omliggende woningen aan de richtwaarde uit de VNGpublicatie (stap 2) en het Activiteitenbesluit, zodat ervan kan worden uitgegaan dat er geen onaanvaardbare hinder ter plaatse van omliggende woningen zal worden ervaren als gevolg van de akoestische effecten van dit project.
5.7
Geurhinder
De dichtstbijzijnde intensieve veehouderijbestemming (Gelderdijk achter nummer 15) ligt op een afstand van circa 300 meter. Op 24 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder, gemeente Horst aan de Maas vastgesteld. Hiermee wordt invulling gegeven aan de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin de afdeling aangeeft dat bij ruimtelijke ontwikkelingen een beoordeling van de geurhinder moet plaatsvinden in het kader van een goed woon- en leefklimaat en alleen een toets aan de normen uit de Wet geurhinder en veehouderij niet volstaat. De beleidsregel ziet toe op de beoordeling van de cumulatieve geurbelasting uit stallen van veehouderijen. Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen waar er sprake is van een nieuw voor geurhinder gevoelig object zoals aangeduid in de Wet geurhinder en veehouderij c.q. de uitvoeringsregels van de Omgevingswet, worden als vertaling van het criterium ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ voor het aspect cumulatieve geurhinder uit stallen van
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 8
veehouderijen, onderstaande waarden gehanteerd als toetswaarden. Deze waarden zijn uitgedrukt in Europese odour units (ouE): Toetswaarde achtergrondbelasting (Ou’s cumulatief)
Buitengebied Overige woon- en Bedrijventerreinen Klavertje 4 werkgebieden gebied (voorgrondnorm 3) Plangebied Meerlo (voorgrondnorm 6 of 14)
Voldoende
< 20
< 10
Onvoldoende
> 20
> 10
Bij de beleidsregel zijn kaarten opgenomen waarop de geurhindercontouren en de achtergrondbelastingen zijn weergegeven. Uitsnedes van deze kaarten zijn onderstaand opgenomen; het plangebied is met een pijl aangeduid:
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 4 9
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 0
Kaarten behorende bij Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij
In casu is er sprake van een geurgevoelig object in de vorm van een woonzorgcomplex. In de directe omgeving van het geurgevoelige object zijn intensieve veehouderijen van derden gelegen. Op basis van de geraadpleegde kaarten behorende bij voornoemde Gebiedsvisie is vast komen te staan dat de bij deze bedrijven behorende geurcontouren niet over de locatie Op den Bergen 6 liggen en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
5.8
Geiten
Het aantal geiten is in Limburg is toegenomen van ca. 46.000 in 2016 naar 61.000 dieren in 2018. In 2018 gaat het daarbij om 44.000 melkgeiten (72%). Het aantal gespecialiseerde melkgeitenhouderijen nam toe van 22 in 2016 naar 25 in 2018. Ook Horst aan de Maas herbergt gespecialiseerde geitenhouderijen. Uit de studies Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden blijkt dat mensen die binnen 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen. De provincie Limburg heeft gelet op die gezondheidseffecten in mei 2019 een voorbereidingsbesluit genomen op basis waarvan het verboden is om het direct aan de inwerkingtreding van dat voorbereidingsbesluit voorafgaande bestaande gebruik van bouwwerken of gronden binnen het gehele grondgebied van de provincie Limburg te wijzigen in gebruik ten behoeve van het houden van geiten. Onder wijzigen wordt ook verstaan een uitbreiding van het direct aan de inwerkingtreding van dit voorbereidingsbesluit voorafgaande aanwezige aantal geiten binnen een inrichting. Dit verbod is niet van toepassing op inrichtingen
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 1
waar minder dan tien geiten zullen worden gehouden. In een straal van circa 3 km rondom het plangebied bevinden zich geen geitenhouderijen.
5.9
Endotoxinen
De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, moeten worden betrokken bij besluiten in het kader van ruimtelijke ordening en milieu. Een van de effecten op de volksgezondheid ziet op endotoxinen. De Gezondheidsraad hanteert in het rapport ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen’ (2012) een advieswaarde van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel aan endotoxinen kan worden beschermd. De rijksoverheid ontwikkelt een landelijk toetsingskader voor endotoxinen. Dit toetsingskader is momenteel nog niet beschikbaar. Daarom heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (team van provincie Noord-Brabant, de GGD en verschillende Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld.
Uit bijlage N: 'figuren overschrijdingsafstanden uit modelberekeningen' behorende bij het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodellering’ van WUR (2016) (endotoxinerapport) valt af te lezen dan in de regio Noord-Limburg op een afstand van meer dan 550 meter gemeten vanuit vleeskuikensbedrijven en op een afstand van 200 meter vanuit vleesvarkensbedrijven, geen overschrijding van de norm voor endotoxinen plaatsvindt.
Gelet op het feit dat binnen deze richtafstanden rondom het projectgebied deze intensieve veehouderijen niet aanweig zijn, zijn mogelijke endotoxinen geen belemmering voor onderhavig project.
5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.10.1 Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden. De raad van Horst aan de Maas heeft op 26 mei 2015 de 'Archeologische Maatregelenkaart Horst aan de Maas' vastgesteld. Het gemeentelijk grondgebied wordt hier opgedeeld in verschillende categorieën. Per categorie maakt het gemeentelijk archeologie beleid inzichtelijk of, en zo ja | omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 2
waar en wanneer archeologisch (voor)onderzoek nodig is bij ruimtelijke planvorming en bodemingrepen, en welke onderzoekseisen en ontheffingen daarbij gelden.
Archeologische Maatregelenkaart
Uit bovenstaande uitsnede van de maatregelenkaart blijkt dat het projectgebied is gelegen in het gebied aangeduid als categorie 3, terrein met hoge archeologische waarde.
Tabel met maatregelen per categorie
Voor categorie 3 is een maximaal verstoringsoppervlak van 500 m2 opgenomen, en een maximale verstoringsdiepte van 50 cm. Nu er als gevolg van het project een verstoring van de bodem ten belope van ten minste 1390 m2 plaats zal vinden, is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 3
Dit archeologisch onderzoek is op 4 mei 2021 uitgevoerd door Econsultancy BV. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de waargenomen dekzandafzettingen uit een relatief natte context, de aangetroffen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden en de verstoorde bodemopbouw, adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het archeologisch onderzoek is integraal als bijlage aan de planstukken toegevoegd.
In het advies (zie bijlage) aan de gemeente stelt adviseur Vestigia dat de te verwachte archeologische sporen en vondsten zich niet betrouwbaar laten vaststellen met een waarderend booronderzoek en daarom de aanbeveling wordt gedaan om hier een proefsleuvenonderzoek te verrichten ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw. Op basis van dat advies heeft Econsultancy BV op 1 februari 2022 een (door het bevoegd gezag inmiddels geakkordeerd) archeologisch programma van eisen opgesteld, waarin is vermeld hoe de verdere onderzoeksstrategie eruit ziet (zie bijlage).
5.10.2 Cultuurhistorie Cultuurhistorische waarden van een gebied worden bepaald door de aanwezigheid van historisch bouwkunst (rijks – en/of gemeentelijke monumenten), historische stedenbouw (historische ruimtelijke structuren), oude of jonge cultuurlandschappen, archeologische vindplaatsen en/of archeologische verwachtingswaarden. Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg betreft het projectgebied bouwland zonder specifieke cultuurhistorische waarde, gelegen aan een oude historische weg.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 4
Uitsnede cultuurhistorischewaardenkaart
De cultuurhistorische element die op grotere afstand van het projectgebied liggen, zullen ongewijzigd behouden blijven.
5.11 Gebiedsbescherming De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Om een mogelijk effect op stikstofgevoelige habitattypen inzichtelijk te maken kan onderzoek naar de neerslag van stikstof noodzakelijk gesteld worden. Voor de doorgang van een initiatief dient te worden aangetoond dat er geen significant negatieve effecten worden voorzien op een omliggend Natura 2000-gebied. Met de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) is besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als toestemmingsbasis mag gelden voor nieuwe activiteiten. Er dient te worden aangetoond dat met het plan geen negatieve effecten worden voorzien op de omliggende Natura 2000-gebieden. In het stikstofonderzoek zal met het programma Aerius Calculator de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk worden gemaakt. Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN); het NNN ligt op een afstand van ruim 250 m ten noordwesten van het projectgebied. Natuurlijk water is binnen het projectgebied niet aanwezig.
Doordat het project betrekking heeft op een locatie waar enerzijds een substantiële oppervlakte gesloopt wordt en anderzijds het onbebouwde deel van het perceel al gebruikt wordt voor een maatschappelijke functie, zal aantasting van het NNN zal als gevolg van het project derhalve niet plaatsvinden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Deurnsche- en Mariapeel. Het projectgebied is op
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 5
ca. 4,8 km buiten dit Natura 2000-gebied gelegen. Verstorende effecten van de nieuw te realiseren woonzorgaccommodatie op dit gebied zijn allerminst te verwachten, omdat er geen oppervlakteverlies of verontreiniging plaatsvindt, geen mechanische effecten zijn en geen sprake is van verstoring door licht en geluid. Ook een significante optische verstoring is niet voorstelbaar. Op basis van het nieuwe Aerius-rekenprogramma (oktober 2020) is de depositie op de Deurnsche- en Mariapeel berekend (Aeriusberekening is als bijlage toegevoegd); ook hieruit blijkt dat de depositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/j.
5.12 Soortenbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De gebiedsbescherming wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Wn. Met de Wn wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wn wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtliijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wn, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wn ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wn zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort.
Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders. Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd. Quickscan flora en fauna Het projectgebied is op dit moment in gebruik als accommodatie voor dagactiviteiten voor
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 6
mensen die in mindere of meerdere mate lijden aan dementie. Water is binnen het plangebied in natuurlijke vorm niet aanwezig. De bebouwing welke plaats moet maken voor de nieuwbouw van de woonzorgaccommodatie wordt/is gesloopt. Voor de sloop is een sloopmelding ingediend welke op 26 april 2021 is beoordeeld en akkoord bevonden. Vanwege het feit dat het onderhavige project deels wordt gerealiseerd op een locatie waar gesloopt is cq mag worden en deels onderdeel uitmaakt van de tuin, is er geen sprake van een plek waar beschermenswaardige fauna aanwezig zal zijn of waar fauna en veilige broedplaats kunnen hebben. Het onbebouwde deel van het perceel bestaat immers uit gazon dat in het groeiseizoen 2x per week wordt gemaaid, lage fruitbomen waarin zich geen nestgelegenheden bevinden en (lage) beukenhagen welke 2x per jaar flink moeten worden gesnoeid. Hierdoor is het niet aannemelijk dat er sprake zou kunnen zijn van een verstoring van flora en fauna. In de periode 30 april 2020 tot 30 april 2021 zijn er ook geen waarnemingen van beschermde soorten gedaan in of in de directe omgeving van het projectgebied. Als gevolg van onderhavig project zal er daarom geen verstoring plaatsvinden van beschermde dier- of plantensoorten. Ten overvloede wordt gewezen op de algemene zorgplicht welke in artikel 3.5 van de Wn is opgenomen.
Door eventuele (graaf)werkzaamheden buiten de periode van maart tot augustus te starten, is de kans op verstoring van broedende vogels het kleinst. Ook buiten deze periode mogen broedende vogels niet worden verstoord en moet gewacht worden tot het broeden voorbij is en de jongen zijn uitgevlogen.
5.13 Kabels, leidingen en straalpaden 5.13.1 Inleiding Ruimtelijk relevante leidingen en straalpaden worden op de plankaart en in de planvoorschriften geregeld. Leidingen met ongevaarlijke stoffen zoals hoofdwatertransportleidingen, afvalwatertransport-/rioolpersleidingen zijn in beginsel niet opgenomen in het bestemmingsplan, tenzij door de leidingbeheerder de noodzaak voor opname is aangetoond. Een vereiste voor opname in het bestemmingsplan is dat de opgave van de ligging van de leidingen op digitale wijze dient te geschieden. Dit in verband met het bepalen van de exacte ligging. 5.13.2 Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit per 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen. Volgens de risicokaart Limburg zijn in of in de nabijheid van het projectgebied (binnen 1 km) geen gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen gelegen die een planologische beschermingszone behoeven. De dichtstbijgelegen leiding (van de NV Gasunie) is gelegen op een afstand van 1,8 km.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 7
5.13.3 Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied Het projectgebied is niet gelegen binnen het obstakelbeheergebied, noch in een radarverstoringsgebied. Het projectgebied is evenmin gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen voor olie, gas of water en hoogspanningsleidingen. Voordat met eventuele graafwerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, zal initiatiefnemer een Klic-melding doen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de ligging van de gebruikelijke leidingen en kabels.
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 8
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1
Waterbeleid
Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Horst aan de Maas als het waterschap dient binnen het projectgebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen.
Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.
6.2
Hergebruik
In principe kan hemelwater van het dak en/of andere verharde oppervlakken worden hergebruikt voor laagwaardige toepassingen, zoals toiletspoelwater of gietwater voor de (binnen)tuin. Op een dakoppervlak van 1000 m2 kan jaarlijks 750 m3 water worden gewonnen. Het regenwater van het dak wordt via een zuiveringsinstallatie naar een opslagtank gebracht. Vanuit de tank wordt het vervolgens weer terug gebracht in het gebouw. Het kan worden
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 5 9
gebruikt als gietwater of voor spoeling van toiletten. Overwogen wordt om het hemelwater (deels) te hergebruiken.
6.3
Infiltratie, buffering en afvoer
Onderstaand is aangegeven hoe met deze aspecten wordt omgegaan. Afvoerend verhard oppervlak Binnen het projectgebied vindt per saldo een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats ten belope van ongeveer 590 m2 (1390 m2 nieuwe bebouwing - 800 m2 sloopt). De gehele nieuwbouw zal worden afgekoppeld. De erfverharding zal zodanig worden aangelegd dat hierop neerslaand hemelwater direct infiltreert in de eigen omliggende gronden en randen om deze verharding. Grondwater De bodem bestaat uit hoge zwarte enkeerdgronden. De gemiddelde hoogste grondwaterstand zit op 80 - 140 cm -mv (grondwatertrap VII). Het maaiveld ligt op een hoogte van circa 30 meter boven NAP, net als de omliggende gronden en de openbare weg. Oppervlaktewater In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich geen primaire waterloop, zoals ook uit onderstaande uitsnede van de legger van het waterschap blijkt.
Uitsnede legger Waterschap
Het project heeft redelijkerwijs, gezien de afstanden tot de waterlopen, geen nadelige effecten. HemeI- en afvalwater Binnen het projectgebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats van circa 1390 m2. Gelet op het feit dat het gaat om nieuwbouw zal deze afgekoppeld dienen te worden. De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het projectgebied
| omgevingsvergunning 24-uurszorg Op den Bergen 6 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 6 0
bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van het waterschap 0,45 0,75 m/dag. Deze gronden zijn derhalve gemiddeld geschikt voor hemelwaterinfiltratie. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening wordt uitgegaan van een neerslaggebeurtenis waarbij een bui van 100 mm geborgen moet kunnen worden. Kwantiteitsberekening Neerslag