CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05e Regels TAM-omgevingsplan

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen12.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

|1

HORSTERDIJK 112, STOKTERWEG 10 LOTTUM EN HORSTERWEG 23 BROEKHUIZEN Gemeente Horst aan de Maas

Planstatus: Datum: Plan identificatie: Auteur(s):

vaststelling 2026-05-18 NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1 Ordito b.v.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|2

1 Algemene bepalingen

4

Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen.

4 5 6

2 Functies en activiteiten

7

Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod Artikel 5 Agrarisch met waarden Artikel 6 Wonen Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 Artikel 9 Waarde - Archeologie 6

7 8 13 18 24 30

3 Algemene regels

36

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Artikel 11 Algemene bouwactiviteitenregels Artikel 12 Algemene gebruiksactiviteiten Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Artikel 14 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Artikel 15 Overige regels

36 37 38 39 41 43

4 Overgangsregels

44

Artikel 16 Overgangsrecht bouwwerken Artikel 17 Overgangsrecht gebruik

44 45

Bijlagen Bijlage 1 Overzicht agrarische nevenactiviteiten Bijlage 2 Landschappelijke inpassingsplan

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|3

PREAMBULE Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de ontwikkeling op de locatie Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen en is als nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22I) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22I van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord ‘Artikel’, na de spatie en direct voor het artikel nummer ‘22I’ gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct na voor het nummer van de bijlage ‘22I’ gelezen worden.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|4

1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1.1 Begripsbepalingen Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk; 1.2 Plan het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22I Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen met identificatienummer NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1 van de Gemeente Horst aan de Maas. 1.3 Gewasbeschermingsmiddelen Gewasbeschermingsmiddel als bedoel in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2008 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|5

Artikel 2 Toepassingsbereik 2.1 Verhouding ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2.2 Verhouding met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat) De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 2.3 Geometrische afbakening reikwijdte TAM-omgevingsplan De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1 zoals vastgelegd op

www.ruimtelijkeplannen.nl

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|6

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen. De meet- en rekenbepalingen, in aanvulling op a bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, en de volgende meet- en rekenbepalingen en zijn overeenkomstige toepassing op het meten van waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in artikelen 3.1 t/m 3.7. 3.1 Dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.6 Afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 3.7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|7

2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toebedeelde functies en activiteiten.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|8

Artikel 5 Agrarisch met waarden 5.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Agrarisch met waarden. 5.2 Functieomschrijving Een als Agrarisch met waarden aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g.

h.

agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik; grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen; agrarisch hobbymatig grondgebruik; wonen in bedrijfswoning; extensief dagrecreatief medegebruik; bescherming van aardkundige waarden; het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 13 ; ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch-nevenactiviteit’: tevens de nevenactiviteiten zoals die per adres zijn aangegeven in de bij de regels behorende bijlage 1 (overzicht agrarische nevenactiviteiten) met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal 200 m² bedraagt, dan wel het bestaande vloeroppervlak, dan wel voor zover in Bijlage 1 Overzicht agrarische nevenactiviteiten een maximaal oppervlakte is gegeven, maximaal dit oppervlak;

met de daarbij behorende regels: i.

tuinen, erven en terreinen, met dien verstande dat erfverhardingen buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan voor zover bestaand; j. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; k. verkeers- en parkeervoorzieningen; l. voorzieningen van openbaar nut; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezink bassins; n. groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen. 5.3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 5.3.1 Algemeen a. b. c.

d.

op de gronden als bedoeld in artikel 5 lid 1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de functie worden gebouwd; de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; in afwijking van het voorgaande mogen buiten een bouwvlak de volgende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: 1. erf- en terreinafscheidingen; 2. recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering; 3. hoogzitten; voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bouwvlak toegestaan, dan wel het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; 2. indien en voorzover ter plaatse van de aanduiding , 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan; 3. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|9 5.3.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: Bedrijfsgebouwen Min.

Max.

Goothoogte Bouwhoogte

n.v.t. n.v.t.

7m 14 m

Afstand kassen tot de woning van derden 25 m

n.v.t.

5.3.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: Bedrijfswoning Min. Max. Goothoogte n.v.t. 7m Bouwhoogte n.v.t. 11 m Afstand tot perceelgrens 3m n.v.t. Inhoud n.v.t. 1.000 m³ 5.3.4 Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij Min. Max. bedrijfswoningen Goothoogte n.v.t. 3,5 m Bouwhoogte n.v.t. 6m Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning 0m n.v.t. carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van 1 m n.v.t. de bedrijfswoning Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van 3 m n.v.t. de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied 1 m n.v.t. in het geval van een hoeksituatie Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken n.v.t. 150 m²

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|10

5.3.5 Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Min. Goothoogte n.v.t. Bouwhoogte Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning

Max. 3,5 m 6m n.v.t.

n.v.t. 0m carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van 1 m n.v.t. de bedrijfswoning Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van 3 m n.v.t. de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand tot de zijdelingse perceelgrens 2,5 m n.v.t. Afstand tot de bedrijfswoning n.v.t. 40 m Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken n.v.t. 150 m²

5.3.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde In aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: De maatvoering voor bouwwerk, geen gebouw zijnde Bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouw zijnde Min. Max. Omheiningen ten behoeve van paardenbakken n.v.t. 1,3 m Lichtmasten ten behoeve van paardenbakken, met dien verstande dat er maximaal 4 n.v.t. 6 m lichtmasten per paardenbak zijn toegestaan Erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak n.v.t. 1 m 5.4 Maatwerkvoorschriften a.

b.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; 2. de aard, de hoogte en de situering van erf- en terreinafscheidingen 3. een en ander op basis van een landschappelijke inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en met inachtneming van de regels zoals deze gesteld zijn in het Gemeentelijk KwaliteitsMenu. De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: 1. voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 13 ; dan wel; 3. in verband met maatwerk ten aanzien van het agrarisch bouwvlak en de verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|11 5.5 Toegestaan met vergunning 5.5.1 Toegestaan met vergunning hogere erfafscheiding buiten het bouwvlak Het oprichten van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak met een bouwhoogte van meer dan 1 meter is met vergunning toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m; de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met de agrarische functie; de erf- en terreinafscheidingen mogen niet dusdanig gesloten zijn dat kleine dieren zoals de das er niet doorheen kunnen; bij het realiseren van de erf- of terreinafscheidingen mag geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden of natuurwaarden optreden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 13 Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden.

5.6 Specifieke functieregels 5.6.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d. e. f.

het gebruik van gronden voor buitenopslag het gebruik van gronden voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone'; het gebruik van gronden en opstallen voor horeca I, horeca II en kleinschalige horeca; het gebruik van de gronden voor inpandige statische opslag in kassen; het gebruik van de gronden voor verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden voor het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|12 5.6.2 Strijdig gebruik van ammoniakemissie Onder gebruik in strijd met deze functie wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, het gebruik van kassen en/of het telen van gewassen indien dit leidt tot een toename van de ammoniakemissie ten opzichte van de feitelijke situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit: 1. een verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de wet is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, ten tijde van de vaststelling van dit omgevingsplan, met dien verstande dat in geval van een rekenkundige toename van de ammoniakemissie ten gevolge van aanpassingen in de regeling ammoniak en veehouderij en deze wordt aangemerkt als de feitelijk en legaal aanwezige ammoniakemissie, dan wel; 2.

indien een vergunning of melding als bedoeld onder 1 ontbreekt: de bestaande activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door de bestaande activiteit werd veroorzaakt; een toename van de ammoniakemissie voor het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, het gebruik van kassen en/of het telen van gewassen ten opzichte van de feitelijke situatie is wel toegestaan indien het project of de handeling, waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet een stikstofpositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied, die afzonderlijk en - ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer - in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, in de periode waarvoor het programma als bedoeld in artikel 1.13 Wet natuurbescherming geldt, een waarde overschrijdt die is vastgesteld bij de algemene Maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2.9, vijfde lid, onder a, onder 1 van de Wet natuurbescherming.

5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zie artikel 14.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|13

Artikel 6 Wonen 6.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen. 6.2 Functieomschrijving Een als Wonen aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. b. c.

wonen in een woning, door één huishouden; aan huis verbonden beroepen, onder de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 6 lid 4 ter plaatse van de aanduiding 'karakteristieke bebouwing', de instandhouding en/of herstel van de karakteristieke waarde van het object, zoals wordt bepaald door de situering, de gevelindeling, de goot- en nokhoogte, de nokinrichting en het materiaalgebruik;

met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h.

tuinen, erven en terreinen; paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen; paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.

6.3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels: 6.3.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a.

b. c.

d.

op de gronden als bedoeld in artikel 6 lid 1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve aan de functie worden gebouwd; hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot hoofdgebouw te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan één per bouwvlak, dan wel niet meer dan de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven

6.3.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels: Hoofdgebouwen Goothoogte Bouwhoogte Afstand tot perceelsgrens Inhoud

Min. Max. n.v.t. 7 m n.v.t. 11 m 2,5 n.v.t. m n.v.t. 1.000 m³

Uitzondering ter plaatse van de aanduiding karakteristieke bebouwing, geldt de bestaande maatvoering van het aanwezige hoofdgebouw (goothoogte, bouwhoogte, inhoud) als minimum/maximum maat en dient de bestaande situering aangehouden te worden.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|14 6.3.3 Aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports Goothoogte Bouwhoogte Afstand carports achter de voorgevel van het hoofdgebouw

Min.

Max.

n.v.t. n.v.t. 0 m carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd 1m

3,5 m 6m n.v.t.

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw Afstand overige bijbehorende 3m bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw in het geval dat het hoofdgebouw meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand overige bijbehorende 1m bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een 1 m hoeksituatie Totale gezamenlijke oppervlakte van alle n.v.t. bijbehorende bouwwerken

Bebouwingspercentage van het terrein dat n.v.t. hoort bij het hoofdgebouw Ter plaatse van de aanduiding n.v.t. 'karakteristieke bebouwing' zijn aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet toegestaan

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

150 m² per wooneenheid met de uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oppervlakte', waarvoor geldt dat de maximale oppervlakte per wooneenheid niet meer mag bedragen dan is aangegeven 50% n.v.t.

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|15 Vrijstaande bijbehorende bouwwerken Goothoogte Bouwhoogte Afstand carports achter de voorgevel van het hoofdgebouw

Min. Max. n.v.t. 3,5 m n.v.t. 6m 0 m carports n.v.t. mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd Afstand overige bijbehorende bouwwerken 1 m n.v.t. achter de voorgevel van het hoofdgebouw Afstand overige bijbehorende bouwwerken 3 m n.v.t. achter de voorgevel van het hoofdgebouw in het geval dat het hoofdgebouw meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand tot zijdelingse perceelgrens 2,5 m n.v.t. Afstand tot hoofdgebouw n.v.t. 40 m Totale gezamenlijke oppervlakte van alle n.v.t. 150 m² per wooneenheid, met bijbehorende bouwwerken uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oppervlakte', waarvoor geldt dat de maximale oppervlakte per wooneenheid niet mer mag bedragen dan is aangeven. Bebouwingspercentage van het terrein dat n.v.t. 50% hoort bij het hoofdgebouw Ter plaatse van de aanduiding n.v.t. 75 m² 'karakteristieke bebouwing' totale gezamenlijke oppervlakte van alle vrijstaande bijbehorende bouwwerken 6.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde In aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde: erf- en terreinafscheidingen

Min. Max. n.v.t. voor de voorgevelrooilijn: 1 m achter de voorgevelrooilijn: 2 m

antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn

n.v.t. 12 m

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|16 6.4 Beoordelingsregels gebruiksactiviteiten 6.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.

permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; bewoning als afhankelijke woonruimte; kamerbewoning; seksinrichtingen.

6.4.2 Vergunningplicht aan huis gebonden bedrijf Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de functie Wonen een aan huis gebonden bedrijf te exploiteren. 6.4.2.1 Beoordelingsregels aan huis gebonden bedrijf De omgevingsvergunning voor een aan huis gebonden bedrijf wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. b.

c.

d.

e. f. g. h.

i. j.

er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu, de maximaal toelaatbare categorie is 2; door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen niet zodanig veranderen, dat de woning inclusief bijgebouwen het karakter van een (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk verliest; reclame-uitingen zijn niet toegestaan behoudens beperkte naamsaanduidingen aan of bij de bedrijfswoning; de oppervlakte van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt mag 30% van het totale vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2.

Het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd; degene die het aan huis gebonden bedrijf uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat in de (bedrijfs)woning; de activiteit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; buitenopslag ten behoeve van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan. Stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen met een maximale lengte van 5 meter is toegestaan, tenzij dit leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving; er mag geen sprake zijn van een seksinrichting; detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|17 6.4.2.2 Aanvraagvereisten aan huis gebonden bedrijf In aanvulling op paragraaf 22.5.2 levert aanvrager de volgende gegevens en bescheiden aan bij een aanvraag om een vergunningplichtige gebruiksactiviteit in deze paragraaf: a.

het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd.

6.4.3 Aan huis gebonden beroep Het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep is alleen toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.

b.

c. d. e.

de totale oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer dan 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedragen tot een maximale oppervlakte van 100 m²; degene die het aan huis gebonden beroep uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; de activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten.

6.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het in gebruik nemen van gronden en bouwwerken conform de functie 'Wonen' is uitsluitend toegestaan mits de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan), uiterlijk binnen 18 maanden na onherroepelijk worden van de voor de ruimtelijke ontwikkeling verleende omgevingsvergunningen(en) is aangelegd en na realisatie duurzaam in stand wordt gehouden.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|18

Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 7.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde Archeologie 2. 7.2 Functieomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 7.3 Bouwactiviteiten 7.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 2. 7.3.2 Uitzonderingen In afwijking van 7.3.1 geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a.

b. c. d.

de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 100 m²; of een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 30 cm. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen.

7.3.3 Toepassingscriteria 1.

2.

Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in Waarde - Archeologie 2 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|19 7.3.4 Aanvraagvereisten 1.

2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in Waarde Archeologie 2 worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|20 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. b. c.

het afgraven van gronden; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j. het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m. winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 7.4.2 Uitzonderingen 1.

2.

In afwijking van 7.4.1 geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 100 m 2; of b. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 30 cm ten opzichte van het maaiveld.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|21 7.4.3 Toepassingscriteria a.

b.

Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in Waarde - Archeologie 2 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: 1. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 3. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

7.4.4 Aanvraagvereisten 1.

2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in Waarde - Archeologie 2 worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en ii. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f.

als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|22 7.5 Sloopactiviteit 7.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 2. 7.5.2 Uitzonderingen 1. 2.

In afwijking van 7.5.1 geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘ Waarde Archeologie 2 als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 100 m 2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 30 cm ten opzichte van het maaiveld.

7.5.3 Toepassingscriteria 1.

2.

Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in Waarde - Archeologie 2 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

7.5.4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in Waarde - Archeologie 2 aanvullend op het bepaalde in 7.5.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waaruit de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate blijkt; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|23 7.6 Voorschriften aan vergunning 1.

2.

Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten, als bedoeld in artikel 7 lid 3 artikel 7 lid 4 en artikel 7 lid 5 in een gebied met ‘ Waarde - Archeologie 2’ in het belang van de archeologische monumentenzorg, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; i.

het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. De voorschriften als bedoeld in het derde lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|24

Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 8.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde Archeologie 3. 8.2 Functieomschrijving De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 8.3 Bouwactiviteiten 8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 3. 8.3.2 Uitzonderingen In afwijking van 8.3.1 geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a.

b. c. d.

de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 500 m²; of een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen.

8.3.3 Toepassingscriteria 1.

2.

Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in Waarde - Archeologie 3 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|25 8.3.4 Aanvraagvereisten 1.

2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in Waarde Archeologie 3 worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|26 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. b. c.

het afgraven van gronden; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j. het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m. winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 8.4.2 Uitzonderingen 1.

2.

In afwijking van 8.4.1 geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 500 m 2; of b. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|27 8.4.3 Toepassingscriteria a.

b.

Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in Waarde - Archeologie 3 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: 1. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 3. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

8.4.4 Aanvraagvereisten 1.

2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in Waarde - Archeologie 3 worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en ii. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f.

als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|28 8.5 Sloopactiviteit 8.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 3. 8.5.2 Uitzonderingen 1. 2.

In afwijking van 8.5.1 geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘ Waarde Archeologie 3' als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 500 m 2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld.

8.5.3 Toepassingscriteria 1.

2.

Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in Waarde - Archeologie 3 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

8.5.4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in Waarde - Archeologie 3 worden aanvullend op het bepaalde in 8.5.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waaruit de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate blijkt; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|29 8.6 Voorschriften aan vergunning 1.

2.

Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten, als bedoeld in artikel 8 lid 3, artikel 8 lid 4 en artikel 8 lid 5 in een gebied met ‘Waarde - Archeologie 3’ in het belang van de archeologische monumentenzorg, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; i.

het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. De voorschriften als bedoeld in het derde lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|30

Artikel 9 Waarde - Archeologie 6 9.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde Archeologie 6. 9.2 Functieomschrijving De voor Waarde - Archeologie 6 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 9.3 Bouwactiviteiten 9.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 6. 9.3.2 Uitzonderingen In afwijking van 9.3.1 geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a.

b. c. d.

de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 10.000 m²; of een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen.

9.3.3 Toepassingscriteria 1.

2.

Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in Waarde - Archeologie 6 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|31 9.3.4 Aanvraagvereisten 1.

2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in Waarde Archeologie 6 worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

9.4 Omgevingsvergunnining voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 9.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie 6 aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. b. c.

d. e.

f. g. h. i.

het afgraven van gronden; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap;

NL.IMRO.1507.LTSTOKTERWEG10-BPV1

Horsterdijk 112, Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen

|32 j. k. l.

het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m. winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 9.4.2 Uitzonderingen 1.

2.

In afwijking van 9.3.1 geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10.000 m 2; of b. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078333/1