05d Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Omgevingsvergunning - Ruimtelijke onderbouwing -
De Diepeling, Tienray Gemeente Horst aan de Maas
OMGEVINGSVERGUNNING - Ruimtelijke onderbouwing -
De Diepeling, Tienray Gemeente Horst aan de Maas
IDN-nummer:
NL.IMRO.1507.TRDEDIEPELING-OVV1
Status:
ontwerp
Datum:
8 december 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging besluitgebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
5 6 7 9
Hoofdstuk 2 Gebiedsbeschrijving
11
2.1 2.2
11 12
Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie
Hoofdstuk 3 Beoogde ontwikkeling
15
3.1 3.2 3.3
15 20 21
Uitbreiding ontgrondingslocatie Ontwikkeling natuurwaarden Ontwikkeling extensieve recreatieve functies
Hoofdstuk 4 Beleidskader
23
4.1 4.2 4.3 4.4
23 27 30 32
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten
35
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
35 35 36 37 39 40 41 42 44 46
Inleiding M.e.r.-beoordeling Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Ecologie Water Archeologie en cultuurhistorie
Hoofdstuk 6 Haalbaarheid
49
6.1 6.2
49 49
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Procedure
51
7.1 7.2
51 51
De te volgen procedure Ontwerp
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
3
Ruimtelijke onderbouwing
4
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op de grens tussen de gemeenten Venray en Horst aan de Maas is de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' gelegen. Al sinds de jaren '70 van de vorige eeuw wordt de ontgrondingslocatie door Teunesen Zand en Grint b.v. (Teunesen) geëxploiteerd ten behoeve van de winning van een specifiek soort zand en grind. De provincie Limburg heeft, als bevoegd gezag voor ontgrondingsvergunningen, de ontgrondingslocatie tevens aangewezen als regionale winningslocatie voor beton– en metselzand. Met de winning van zand en grind vanaf De Diepeling wordt dan ook in een specifieke regionale behoefte voorzien. De huidige ontgrondingslocatie 'De Diepeling' beslaat een oppervlak van ca. 100 ha. Teunesen beschikt hier over een ontgrondingsvergunning die een looptijd heeft tot en met maart 2023. In het kader van de verlening van de ontgrondingsvergunning is tussen de firma Teunesen, gemeente Horst a/d Maas, gemeente Venray en provincie Limburg een herinrichtingsplan overeengekomen waarin de eindtoestand c.q. herinrichting van het gebied na beëindiging van de ontgrondingsactiviteiten is vastgelegd. Gedurende de tijd is een visie voor het grotere omliggende gebied 'De Maasgaard' ontwikkeld.
Uit de 'Integrale visie De Maasgaard' (2013) blijkt dat de gemeenten Horst a/d Maas en Venray samen met de provincie Limburg en het Waterschap Limburg zoeken naar mogelijkheden om de natuur- en landschapswaarden op te waarderen met daarbij specifieke aandacht voor het creëren van mogelijkheden voor recreatie. In deze visie is ontgrondingslocatie 'De Diepeling' aangewezen als sterlocatie. Hetgeen betekent dat deze locatie kansen c.q. mogelijkheden biedt voor de beoogde versterking van de landschaps- en natuurwaarden in combinatie met mogelijkheden voor (extensieve) recreatie. Inmiddels is de afloop van de ontgrondingsactiviteiten binnen de huidige vergunning voor De Diepeling in zicht. De komende jaren wordt gewerkt aan de verdere herinrichting van de locatie op basis van het goedgekeurde herinrichtingsplan. Zo zijn al struinpaden rondom de plas aangelegd en is al sprake van een gevarieerd natuurgebied. De herinrichting van de ontgrondingslocatie op basis van het herinrichtingsplan is aanleiding geweest om te kijken naar mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling van het gebied in een groter geheel. Hiermee kan enerzijds beter invulling gegeven aan de ambities uit de 'Integrale visie De Maasgaard' en anderzijds kan er beter ingespeeld worden op nieuwe thema's, die in het huidige plan toen nog minder van belang waren.
Tevens geldt dat Teunesen de wens heeft om de exploitatie van De Diepeling richting het zuidoosten, buiten het aangewezen natuurnetwerk, uit te breiden. Hiermee kan de bedrijfsvoering van Teunesen voor een beperkte tijd (na maart 2023) op de uitbreidingslocatie De Diepeling gecontinueerd worden, waarmee in een specifieke behoefte aan zand en grind kan blijven worden voorzien. Samengevat geldt dat Teunesen door middel van een doorontwikkeling en uitbreiding ten zuid-oosten van de bestaande ontgrondingslocatie 'De Diepeling' kansen ziet om de kwaliteit in het gebied 'De Maasgaard' verder te vergroten en nieuwe kansen te benutten. De doorontwikkeling en uitbreiding van De Diepeling is primair gericht op natuurontwikkeling, maar biedt ook economische kansen en extensieve recreatieve mogelijkheden. Onlosmakelijk onderdeel van de doorontwikkeling van de natuurontwikkeling en kwaliteit van het gebied is de uitbreiding van de ontgrondingslocatie ten zuid-oosten van de bestaande locatie met ca. 3,0 ha. De uitbreiding van de ontgrondingslocatie is echter op basis van het geldend bestemmingsplan planologisch-juridisch gezien niet direct toegestaan. Om de doorontwikkeling en uitbreiding van de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' aan de zuid-oostzijde planologisch-juridisch gezien mogelijk te maken, dient van het vigerend bestemmingsplan te worden afgeweken.
Dit document voorziet in de vereiste ruimtelijke onderbouwing voor de aanvraag omgevingsvergunning om van het geldend bestemmingsplan af te wijken. Middels het verlenen van de
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
5
omgevingsvergunning wordt de uitbreiding van de reeds vergunde en geëxploiteerde ontgrondingslocatie 'De Diepeling' aan de zuid-oostzijde planologisch-juridisch mogelijk gemaakt, om hier uiteindelijk de gronden te kunnen benutten voor natuurontwikkeling en extensief recreatief medegebruik.
1.2
Ligging besluitgebied
Het besluitgebied is gelegen ten westen van de kern Tienray, in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas. Direct ten noord-westen van het besluitgebied is de reeds vergunde en geëxploiteerde zand- en grindwinningslocatie 'De Diepeling' gelegen.
Globale aanduiding ligging besluitgebied t.o.v. kern Tienray en huidige ontgrondingslocatie
Het besluitgebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als gemeente Meerlo, sectie C, nummers 1529, 1530 en 2237 (ged). Binnen dit besluitgebied is het daadwerkelijk beoogde ontgrondingsgebied gelegen ten zuid-oosten van het bestaande ontgrondingsgebied. Het ontgrondingsgebied beslaat een oppervlak van ca. 3,0 ha. Het besluitgebied wordt begrensd door de omliggende bospercelen met bosschages, uitgezonderd ter hoogte van perceel 2237 waar het besluitgebied, aan de zuidzijde, grenst aan de Groote Molenbeek.
6
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Begrenzing besluitgebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het besluitgebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied Horst aan de Maas' (vastgesteld 19 december 2017) en 'Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020' (vastgesteld 8 september 2020).
Uitsnede bestemmingsplannen 'Buitengebied Horst aan de Maas' met besluitgebied bij rode contour
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
7
Op basis van het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' (vastgesteld 19 december 2017) zijn de gronden binnen het besluitgebied als volgt bestemd: Agrarisch met waarden De als 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig gondgebruik met de daarbij behorende tuinen, erven, terreinen, verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen en natuur- en landschapselementen. Binnen deze bestemming is het gebruik van de gronden ten behoeve van delfstoffenwinning niet toegestaan. Archeologische dubbelbestemmingen Binnen het besluitgebied zijn diverse archeologische dubbelbestemmingen opgenomen ten behoeve van de bescherming en instandhouding van eventuele archeologische waarden. Afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde, zijn binnen het besluitgebied de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 6' opgenomen. Bij bodemingrepen, zoals delfstoffenwining, is bij een bepaald oppervlak en diepte archeologisch onderzoek verplicht; Dubbelbestemming landschapszone Binnen het besluitgebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Zone bronsgroene landschapszone' opgenomen.
Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud en bescherming van de bestaande natuurgebieden en het behoud en bescherming van de landschappelijke waarden; Gebiedsaanduiding Overige zone - Beekdal De gebiedsaanduiding 'Overige zone - Beekdal' geldt voor het gehele besluitgebied. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden die voor het Beekdal gelden; Gebiedsaanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol De gebiedsaanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' is voor het gehele besluitgebied opgenomen. Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water; Gebiedsaanduiding Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied De gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' geldt voor het gehele besluitgebied. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden tevens bestemd als extensiveringsgebied. Verder geldt dat in de algemene regels van het bestemmingsplan (artikel 50) is opgenomen dat een omgevingsvergunningplicht geldt voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a.
het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. De aanvraag van de omgevingsvergunning met betrekking tot handelen in strijd met de regels RO zal tevens
8
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
betrekking hebben op de noodzakelijke werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden. Dit kan betrekking hebben op de leden a, c en/of g. De herziening van het bestemmingsplan (herziening 2020) heeft ter plaatse van het besluitgebied niet tot wijzigingen geleid ten aanzien van voorgaande (dubbel)bestemmingen en gebiedsaanduidingen en de daarbij behorende regeling. De beoogde doorontwikkeling van 'De Diepeling', waarbij tevens een uitbreiding van de ontgrondingslocatie aan de zuid-oostzijde plaatsvindt, is planologisch-juridisch gezien niet mogelijk binnen de geldende bestemmingen. Om deze reden dient van het geldende bestemmingsplan te worden afgeweken. Dit document voorziet in de vereiste ruimtelijke onderbouwing voor de aanvraag omgevingsvergunning om van het geldend bestemmingsplan af te wijken door middel van een procedure conform de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) en meer specifiek artikel 2.12 lid 1a onder 3 (ook wel de 'uitgebreide procedure')
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een gebiedsbeschrijving en in hoofdstuk 3 een beschrijving van de ontwikkeling gegeven. Daarna worden de beleidskaders van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente uiteengezet (hoofdstuk 4). Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan de verschillende sectorale aspecten, zoals Wet geluidhinder, luchtkwaliteit, flora en fauna en cultuurhistorie en archeologie. Tenslotte wordt er nader ingegaan op de haalbaarheid van de ontwikkeling (hoofdstuk 6). Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de doorlopen procedure beschreven.
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
9
10
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsbeschrijving
Ruimtelijke en functionele context
Het besluitgebied ligt in het beekdal ten westen van de kern Tienray, in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas. Het besluitgebied is aan de zuid-oostzijde van de bestaande ontgrondingslocatie 'De Diepeling' gelegen. Op deze locatie wordt zand en grind gewonnen. Door voortgaande ontgrondingswerkzaamheden op de locatie is er de afgelopen jaren een gevarieerd natuurgebied met plas ontstaan, dat ruimte biedt aan populaties van tal van soorten zoals de das, waterspitsmuis, ijsvogel, gekraagde roodstaart, glassnijder en kleine watersalamander. De soorten hebben zich daar kunnen vestigen door de aanleg van oevers met ondiepe zones, bosschages en rietkragen. De biodiversiteit is hierdoor in het gebied aanzienlijk toegenomen. Rondom de plas zijn struinpaden ontstaan, zodat recreanten van bijvoorbeeld de nabijgelegen campings Valkenberg en Op den Boender een rondje om de plas kunnen lopen.
Impressie natuurwaarden De Diepeling (bron: Maasgaard Info)
Het door de jaren heen ontstane natuurgebied met de waterpartij heeft geleid tot een flinke toename van het gerealiseerde areaal natuur in de omgeving. Daarnaast zijn in opdracht van het Waterschap Limburg de Lollebeek en Groote Molenbeek in het kader van beekdalherstel inmiddels heringericht. De herinrichting had tot doel om te komen tot een beekdalbrede, zo natuurlijk mogelijk functionerende en ecologisch gezonde beek. Dit in verband met de verdroging van het beekdal die in het verleden had plaatsgevonden. Ook dit heeft geleidt tot uitbreiding van het areaal natuur.
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
11
Aanzicht besluitgebied vanaf zuid-oostzijde (Groote Molenbeek)
Ontgrondingslocatie 'De Diepeling' wordt in de noord-westzijde begrensd door de weg Roland met daaraan gelegen een aantal (agrarische) bedrijven en woningen. De noord-oostzijde van de ontgrondingslocatie wordt begrensd door de spoorlijn Venray - Venlo. Aan de westelijke zijde van de ontgrondingslocatie bevinden zich twee campings (camping Valkenberg en camping Op den Boender). Ook bevinden zich hier een aantal (agrarische) bedrijven. Ten zuidwesten van de ontgrondingslocatie loopt de Lollebeek, die vervolgens uitstroomt in de Groote Molenbeek. Zodoende bevindt zich enkel nog ten zuid-oosten van de ontgrondingslocatie, ter plaatse van het besluitgebied, nog ruimte om de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' uit te breiden. De uitbreiding van de ontgrondingslocatie aan de zuid-oostzijde wordt hierbij beperkt door de bestaande bosschages en de loop van de Groote Molenbeek.
Ligging 'De Diepeling' in omgeving met situering besluitgebied (rode contour)
2.2
Huidige situatie
Het besluitgebied wordt gevormd door agrarische gronden aan de zuid-oostzijde van de bestaande ontgrondingslocatie 'De Diepeling'. De gronden binnen het besluitgebied zijn bestemd voor agrarische doeleinden en zijn op basis van de Provinciale omgevingsvisie (POVI) aangewezen als grondblauwe mantel. Het besluitgebied wordt hoofdzakelijk begrenst door de bestaande bosschages met aan de zuid-oostzijde de Groote Molenbeek.
12
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Bovenaanzicht besluitgebied (rode contour) met aanduiding Reijnbroeckerweg
Het besluitgebied, waarbinnen het ontgrondingsgebied is gelegen, wordt door de Reijnbroeckerweg verdeeld in twee helften. De Reijnbroeckerweg betreft de toegangsweg tot de verwerkingsinstallatie van de ontgrondingslocatie. Via deze weg wordt het gewonnen grind en zand vanaf 'De Diepeling' vervoerd. De Reijnbroeckerweg sluit aan op de oostelijk gelegen Spoorstraat (richting Tienray) en de westelijk gelegen Tienrayseweg (richting A73). Hierbij geldt dat het overgrote deel van de verkeer (90%) via de Tienrayseweg richting de A73 afwikkelt, conform de bestaande vergunning.
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
13
Aanzicht besluitgebied ten zuid-westen van Reijnbroeckerweg
Aanzicht besluitgebied ten noord-oosten van Reijnbroeckerweg
14
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Hoofdstuk 3
Beoogde ontwikkeling
Het planvoornemen voorziet erin om door middel van een doorontwikkeling en uitbreiding van de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' de kwaliteit in het gebied De Maasgaard verder te vergroten en nieuwe kansen te benutten. Door een uitbreiding van de ontgrondingslocatie aan de zuid-oostzijde, ontstaan namelijk kansen voor de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en extensieve recreatieve functies. Hiermee wordt een impuls gegeven aan ecologische, recreatieve en economische thema's binnen het gebied. In onderstaande paragrafen worden de diverse onderdelen van het planvoornemen separaat toegelicht, zijnde: 1) de uitbreiding van de ontgrondingslocatie, 2) de ontwikkeling van natuurwaarden en 3) de ontwikkeling van de (extensieve) recreatieve functies.
3.1
Uitbreiding ontgrondingslocatie
Het planvoornemen voorziet erin om de vergunde en geëxploiteerde ontgrondingslocatie, als onderdeel van de doorontwikkeling van 'De Diepeling', aan de zuid-oostzijde uit te breiden. Op onderstaande figuren is de begrenzing van de de beoogde uitbreiding waarbinnnen de ontgronding plaatsvindt aangeduid. Tevens is hierbij de fasering van de ontgronding aangegeven. De fasering bestaat uit 2 fases, zijnde: Fase 1 De ontgronding zal starten in het gebied ten oosten van de Reijnbroeckerweg (deelgebied 1). Hiervoor geldt een uitvoeringsperiode van maximaal 2 jaar. Gedurende deze periode is het toegestaan om de toplaag van het gebied ten westen van de Reijnbroeckerweg (deelgebied 2) af te graven ten behoeve van de eindafwerking van het oostelijk gelegen deelgebied. Verdere ontgronding van deelgebied 2 mag pas starten nadat de werkzaamheden tot herinrichting van deelgebied 1 volledig zijn uitgevoerd. Fase 2 Fase 2 heeft betrekking op de ontgronding van deelgebied 2 en start direct na de oplevering van de herinrichting van deelgebied 1. De uitvoeringsperiode voor zowel de ontgronding als de herinrichting van deelgebied 2 bedraagt de resterende tijd van de totale uitvoeringsperiode van 5 jaar. De uitbreiding zal dus gefaseerd worden ontgrond voor een periode van ca. 4 jaar. Dit is exclusief de herinrichting.
Na deze periode wordt het gebied heringericht, waarbij de ontwikkeling van natuurwaarden en extensieve recreatieve functies centraal staan (zie ook 3.1.3). Dit zal ongeveer een jaar in beslag nemen aansluitend op de periode van 4 jaar.
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
15
Schematische weergave begrenzing beoogde uitbreiding in twee fases (blauw omlijnd)
Fasering ontgronding
16
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
3.1.1 De ontgronding De winning van zand en grind bestaat als het ware uit twee opeenvolgende onderdelen, namelijk de droge winning en de diepe (natte) winning. De droge winning betreft het afgraven van de dekgrond (niet meer dan 0,3 meter) met grondverzetmachines, dumpers en/of vrachtwagens. Per dag wordt gemiddeld circa 1.200 m3 afgegraven. Met een bulldozer of dragline wordt de bovenlaag afgeschoven of een kraan laadt de afgegraven bovengrond in dumpers en de dumpers transporteren de dekgrond naar tijdelijke depots rond de uitbreiding van 'De Diepeling'. Deze grond wordt later weer gebruikt voor de herinrichting van 'De Diepeling' ten behoeve van de doorontwikkeling als natuur.
Principeprofiel ontgronding
Nadat de droge winning heeft plaatsgevonden, wordt met de diepere (natte) winning gestart. De maximale diepte van de ontgronding bedraagt ongeveer 20 meter. Deze diepte is aangevraagd in het kader van de ontgrondingsvergunning. Voor de diepere (natte) winning wordt een elektrische zuiger ingezet. Deze zuiger perst het toutvenant (zand-water-grindmengsel) naar een depot bij de verwerkingsinstallatie. Dit gebeurt geheel elektrisch. Bij de verwerkingsinstallatie wordt vervolgens het toutvenant gescheiden door wassing en zeven en tot verschillende fracties verwerkt en gesorteerd. Het gesorteerde zand en grind wordt in depots opgeslagen. Onderstaand figuur geeft de huidige ligging van de verwerkingsinstallatie (rode cirkel) en zuiger (witte cirkel) bij de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' weer. Hierbij geldt dat de zuiger zich in het gebied verplaatst, afhankelijk van waar de winning van zand en grind plaatsvindt. Voor de winning van het zand en grind ter plaatse van de beoogde uitbreiding blijft de verwerkingsinstallatie met de depots op de dezelfde
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
17
locatie gesitueerd.
Ligging verwerkingsinstallatie (rode cirkel) en zuiger (witte cirkel) bij huidige ontgrondingslocatie De Diepeling 3.1.2 De bedrijfsvoering Bij de verdere doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' wenst Teunesen in te zetten op een meer 'selectieve winning'. Dit betekent dat alleen de meest hoogwaardige bouwgrondstoffen gewonnen en afgevoerd zullen worden. De bedrijfsvoering ter plaatse van de uitbreiding is verder gelijk aan de bedrijfsvoering ter plaatse van de vergunde en geëxploiteerde ontgrondingslocatie. De zuiger uit de bestaande ontgrondingsplas wordt verplaatst naar de te ontginnen percelen (ontgrondingsgebied tevens besluitgebied). Ook de werking van de verwerkingsinstallatie, de aan- en afvoerroute voor vrachtwagens, de bedrijfstijden en het aantal vrachtwagens blijven onveranderd. Het aantal vrachtverkeersbewegingen blijft gehandhaafd op 140 bewegingen (ten gevolge van 70 vrachtwagens) per dag, waarvan 90% vanaf de Reijnbroekerweg over de Tienrayse weg richting A73 rijdt en circa 10 % over de Spoorstraat richting Tienray rijdt, voor bevoorrading van lokale bedrijven. Deze verkeersafwikkeling is als zodanig vergund in de Wm-vergunning voor 'De Diepeling-Noord' d.d. 19 november 2009. 3.1.3 De herinrichting Na de ontgrondingsperiode wordt het besluitgebied natuurlijk ingericht met mogelijkheden voor extensieve recreatieve functies in het gebied.
Teunesen voelt zich in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) ook verantwoordelijk om een gebied achter te laten dat voorziet in een duurzame en hoogwaardige, ecologische en landschappelijke eindsituatie. Hiertoe is een herinrichtingsplan voor de eindsituatie opgesteld. Het herinrichtingsplan is in onderstaand figuur schematisch weergegeven (zie ook Bijlage 1).
18
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Schematische weergave herinrichting besluitgebied na beëindiging ontgrondingsactiviteiten (zie Bijlage 1)
Nadat de ontgronding ter plaatse van het besluitgebied is voltooid worden deze weer aangevuld, zodat in de eindsituatie geen openwater over blijft. Ter hoogte van het maaiveld vindt natuurontwikkeling plaats in de vorm van vochtig schraalgrasland (hooiland) in combinatie met afwateringsgreppels (ondiepe geultjes) dan wel kruiden- en faunarijke akker. Het beheer hiervan zal extensief zijn. Dit houdt in dat de percelen jaarlijks gemaaid worden waarbij het maaisel als 'bemesting' wordt achter gelaten. De initiatiefnemer heeft in een beheerverklaring met de gemeente Horst aan de Maas verklaard hiervoor zorg te dragen (zie Bijlage 20). Tevens worden ook de oorspronkelijke steilranden herstelt en aangelegd. Hiermee wordt een gradient gevormd van natte natuur naar droge biotopen. Voor beekbegeleidende natte gronden is ruimte in de zone die grenst aan de Groote Molenbeek. In de delen hogerop ontstaan kansen voor hooilanden en schaallanden. In combinatie met de aanwezige bospercelen ontstaat zo een aantrekkelijk, kleinschalig, afwisselend landschap met ecologische protentie. Alle gronden die onderdeel uitmaken van het ontgrondingsgebied blijven in eigendom van Teunesen. Zij zorgt zelf na inrichting van de eindsituatie voor het toekomstig beheer en onderhoud van het gebied 'De Diepeling'.
Daarvoor heeft Teunesen bewust gekozen om op die manier snel en verantwoord in te kunnen spelen op ontwikkelingen die seizoensafhankelijk zijn en op eventuele opmerkingen die er vanuit de omgeving gemaakt worden. Ook in de toekomst wenst Teunesen het beheer en onderhoud van het gebied in eigen hand te houden.
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
19
3.2
Ontwikkeling natuurwaarden
3.2.1 Schakelfunctietussen De Diepeling en het beekdal De ontwikkeling van natuurwaarden is het primaire doel van de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling'. Wanneer ter plaatse van de uitbreiding de ontgrondingsactiviteiten zijn beëindigd en het gebied kan worden heringericht om te komen tot de eindsituatie, is het mogelijk het nu nog solitair gelegen gebied 'De Diepeling' op natuurlijke wijze te verbinden met het beekdal van de Groote Molenbeek en Lollebeek. De agrarische percelen worden uit het gebied gehaald ten favoure van natuurontwikkeling. Na uitvoering en inrichting van het eindplan worden de betreffende percelen (her)bestemd naar de bestemming 'Natuur'. Dit zal naar verwachting in het (nieuwe) gebiedsdekkende omgevingsplan zijn, gedurende de transitieperiode tot 2030. De uitbreiding van 'De Diepeling' vervult zodoende een schakelfunctie en draagt met de herinrichting bij aan de vorming van een aaneengesloten, robuuste natuur- en landschapszone. Op deze manier maakt het gebied nadrukkelijker onderdeel uit van de groen-blauwe structuren van het Maasgaardgebied. Door de sanering van de huidige intensieve landbouw neemt ook de gevoeligheid van het besluitgebied af voor invloeden van buitenaf (landbouw, verkeer).
Het besluitgebied verbindt dus 'De Diepeling' en het beekdal van de Groote Molenbeek en Lollebeek (noord-zuid) én versterkt de structuren van de Maasgaard (oost-west).
Ligging besluitgebied tussen De Diepeling en beken Groote Molenbeek en Lollebeek 3.2.2 Versterking biodiversiteit Het besluitgebied kent na de herinrichting een sterk verbeterde biodiversiteit. Dit ontstaat door meer variatie in gradiënten in het besluitgebied aan te brengen. Het besluitgebied biedt ruimte voor half natte en droge biotopen met bijbehorende natuurlijke vegetatie, maar ook ruimte voor de ontwikkeling van heide. Tevens kunnen beheertypes als broekbossen en zeggenmoeras worden gerealiseerd. Staatsbosbeheer heeft aangegeven dat de beoogde ontwikkeling voor ‘De Diepeling’ perspectieven geeft voor hogere natuurwaarden, waardoor per saldo de natuurwaarden in de omgeving na inrichting toenemen.
20
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
3.3
Ontwikkeling extensieve recreatieve functies
In de Integrale visie 'De Maasgaard' is de ambitie beschreven om het besluitgebied (als onderdeel van 'De Diepeling') te vormen tot een recreatief verbindingsgebied tussen de Peel en het Maasdal. Hierbij geldt dat de beoogde natuurdoelen in het gebied niet verenigbaar zijn met intensief (mede)recreatief gebruik. De mogelijkheden voor recreatie zijn dan ook beperkt tot extensieve recreatie. Op lokaal niveau zijn er diverse mogelijkheden om hier binnen passende aard en grootte op in te spelen. Het gebied 'De Diepeling' zal vooral te beleven zijn vanaf de randen, middels uitzichtpunten en wandelroutes door/rondom het gebied c.q. de ontgrondingsplas. Een aantal wandelroutes zijn al aanwezig. Verder zal na afronding van de ontgrondingswerkzaamheden een fietsroute door het gebied gaan lopen. De wandel- en fietsroutes zullen aansluiten op de fiets- en wandelpaden die reeds rondom de Groote Molenbeek en Lollebeek aanwezig zijn. Vanuit recreatief oogpunt is reeds een fysieke wandelverbinding tussen het dorp Tienray en het huidige ontgrondingsgebied van 'De Diepeling' aangelegd (onder het spoor door), om de toegankelijkheid van het gebied te vergroten en om daarmee de gewenste synergievoordelen te bewerkstellingen. Vanwege het belang dat zij hierin ziet, heeft Teunesen hier aan haar financiële bijdrage geleverd.
Door de fysieke wandelverbinding is een aantrekkelijk en op korte afstand gelegen uitloopgebied voor Tienray en omgeving ontstaan, waardoor de totale belevingswaarde van 'De Diepeling' toeneemt. Hetzelfde geldt voor de natuurlijke verbinding die ontstaat richting de Groote Molenbeek. Verder wordt nabij het besluitgebied een recreatieve ontvangstlocatie ingericht. Mensen kunnen hier hun auto parkeren en vandaar uit het gebied in trekken. Verder biedt de ontvangstlocatie de mogelijkheid aan fietsers om hier te rusten.
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
21
22
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven.
De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden. Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave'. De rol van het Rijk ten aanzien van delfstoffenwining is, beperkt tot, het scheppen van de voorwaarden waaronder de winning van delfstoffen, betrouwbaar, betaalbaar, ecologisch haalbaar en veilig kan plaatsvinden. Het gaat om die delfstoffen, die passen binnen de circulaire economie. De winning van delfstoffen is in de NOVI aangewezen als zijnde van nationaal belang.
Gevolg planvoornemen Door de uitbreiding van de bestaande ontgrondingslocatie is er geen nieuwe locatie noodzakelijk en kan gebruik worden gemaakt van de reeds bestaande voorzieningen. Met de uitbreiding van de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' wordt bijgedragen aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De uitbreiding en doorontwikkeling van 'De Diepeling' draagt namelijk bij aan een goede balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarden (in dit geval in het beekdal) van bodem, water en lucht. Ook de biodiversiteit wordt door de doorontwikkeling en realisatie van diverse biotopen verhoogd. Tot slot geldt dat de landschappelijke kwaliteiten van het beekdal en de Maasgaard door de doorontwikkeling
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
23
van 'De Diepeling' worden versterkt en beschermd. Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen, door de combinatie van functies, passend is binnen de ambities van de NOVI. 4.1.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Hierin zijn in totaal 13 onderwerpen van nationaal belang opgenomen. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen en/of vergunningverlening rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.
Gevolg planvoornemen De beoogde (door)ontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' vindt plaats in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen, namelijk het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voormalig EHS). In die zin dat het besluitgebied zelf geen onderdeel uitmakt van het NNN, maar de omliggende bosschages wel als zodanig zijn aangewezen. Ook de winning van zand en grind is een nationaal belang. Dit om ook in de toekomst te kunnen (blijven) voorzien in grondstoffen, welke noodzakelijk zijn voor de bouw en infrastructurele werken. Met de uitbreiding van de ontgrondingslocatie is een groot openbaar belang dient, namelijk de levering van een specifiek soort zand en grind waarmee wordt bijgedragen aan de regionale bouwopgave. Daarnaast kan gesteld worden dat er geen reële alternatieven voor de uitbreiding van de ontgrondingslocatie zijn: uitbreiding van de ontgrondingslocatie is enkel (beperkt) aan de zuid-oostzijde, grenzend aan het NNN ter plaatse van agrarische percelen, mogelijk. Uitbreiding van de huidige ontgrondingslocatie heeft de voorkeur boven het realiseren van een nieuwe ontgrondingslocatie. Door aan te sluiten op een bestaande ontgrondingslocatie, wordt namelijk voldaan aan het criterium van zuinig ruimtegebruik en wordt er zo doelmatig mogelijk met de aanwezige grondstoffen omgegaan in een bepaald gebied.
Tot slot geldt dat na beëindiging van de ontgrondingsactiviteiten het gebied wordt doorontwikkeld en heringericht met het oog op versterking van natuurlijke, landschappelijke en recreatieve waarden. De agrarische percelen worden uit het gebied gehaald ten favoure van natuurontwikkeling, waardoor er een meer robuust, aaneengesloten natuurnetwerk wordt gerealiseerd dat tevens bijdraagt aan versterking van de biodiversiteit. De natuurdoeltypen in de toekomst zijn daarbij, ecologisch gezien, meer waardevol dan de natuurdoeltypen die nu in het gebied voorkomen. Staatsbosbeheer deelt deze visie ook. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling op basis van bovenstaande uitgangspunten en voorwaarden plaats kan vinden grenzend aan het NNN (voormalig EHS). Op de langere termijn draagt de ontgronding tevens bij aan de versterking ervan.
24
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Begrenzing Natuur Netwerk Nederland ter hoogte van het besluitgebied Daarnaast is vanuit de Rarro het besluitgebied aangewezen als een radarverstoringsgebied met een maximale hoogte van 114 meter ten opzichte van NAP. Het besluitgebied ligt op ongeveer 22 meter + NAP. Dit betekent dat een bouwhoogte van ongeveer 90 meter + NAP is toegestaan. Met de ontgronding en beoogde natuurontwikkeling wordt niet voorzien in een dergelijk (bouw)hoogte. Er is daarmee dan ook geen sprake van een strijdigheid. Er gelden dan ook geen belemmeringen vanuit het Barro en Rarro. 4.1.3 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren (Ladder-onderbouwing). Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor de aanvraag omgevingsvergunning die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'.
Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Dit planvoornemen ziet toe op de uitbreiding van een ontgronding als onderdeel van de doorontwikkeling van 'De Diepeling'. De doorontwikkeling van 'De Diepeling' heeft op de langere termijn tot doel om natuur, landschap en (extensieve) recreatieve functies in het gebied te versterken. De uitbreiding van de ontgrondingslocatie is hier onlosmakelijk onderdeel van. Gezien het feit dat het planvoornemen voorziet in natuurontwikkeling, wordt het planvoornemen niet als stedelijke ontwikkeling aangemerkt.
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
25
Volledigheidshalve is alsnog de behoefte aan de uitbreiding van de ontgrondingslocatie als onderdeel van de doorontwikkeling van 'De Diepeling' onderbouwd.
Beschrijving behoefte uitbreiding aan de zuid-oostzijde Zoals reeds besproken in paragraaf 4.1.1 wordt vanaf de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' een specifiek soort zand en grind gewonnen. Het zand en grind is witter dan het zand en grind dat op overige locaties gewonnen wordt en dient als grondstof voor sierbeton en –metselwerk. Met het specifieke soort zand en grind dat vanuit 'De Diepeling' gewonnen wordt, wordt dan ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het op gang houden van de bouwopgave in de regio Venlo – Eindhoven – Nijmegen. Tevens is sprake van zuinig ruimtegebruik omdat het de uitbreiding betreft van de bestaande ontgrondingslocatie waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande voorzieningen. Hierdoor is het niet noodzakelijk om een nieuwe locatie te zoeken en in gebruik te nemen. Teunesen wenst graag vanuit 'De Diepeling' in te blijven spelen op de specifieke vraag naar zand en grind vanuit de markt. De huidige ontgrondingslocatie 'De Diepeling' verkeert echter inmiddels in een afrondende fase. Door uitbreiding van de ontgrondingslocatie kan voor een beperkt, aanvullend tijdsbestek (ca. 5 jaar), voorzien worden in de regionale behoefte aan bouwstoffen. Uitbreiding van de ontgrondingslocatie kan uitsluitend aan de zuid-oostzijde plaatsvinden.
De overige zijden van de ontgrondingslocatie worden namelijk begrensd door auto-, spoor- en waterwegen, (agrarische) bedrijven, campings en bospercelen. Verder geldt dat uitbreiding van de huidige ontgrondingslocatie de voorkeur heeft boven het realiseren van een nieuwe ontgrondingslocatie. Door aan te sluiten op een bestaande ontgrondingslocatie, wordt namelijk voldaan aan het criterium van zuinig ruimtegebruik en zo wordt er zo doelmatig mogelijk met de aanwezige grondstoffen omgegaan in een bepaald gebied. Tot slot: naast het gegeven dat met de continuering van ontgrondingslocatie 'De Diepeling' de regionale markt voor zand en grind voor de komende jaren bediend kan worden, zorgen de plannen voor de uitbreiding ook voor het behoud van de werkgelegenheid op deze locatie. Op de locatie zelf zijn zeven personen dagelijks werkzaam. Daarnaast is er sprake van een ca. drievoudige hoeveelheid indirecte werkgelegenheid. Door uitvoering te geven aan de plannen voor de uitbreiding, zal de werkgelegenheid ter plekke minimaal behouden worden.
Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Volledigheidshalve is wel de behoefte aan de uitbreiding van de ontgrondingslocatie als onderdeel van de doorontwikkeling van 'De Diepeling' nader gemotiveerd. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er sprake is van een specifieke, regionale behoefte aan de uitbreiding van de ontgrondingslocatie 'De Diepeling'. Hierbij geldt dat uitbreiding van de locatie enkel aan de zuid-oostzijde mogelijk is. Met de uitbreiding wordt er zo doelmatig mogelijk met de aanwezige grondstoffen in het gebied omgegaan en wordt invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
26
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provinciale omgevingsvisie (POVI) De nieuwe Omgevingswet treedt op 1 januari 2023 in werking. De provincie moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie heeft in dat kader het POL2014 vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (hierna: POVl). Deze is vastgesteld op 1 oktober 2021. De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook het aspect gezondheid en een gezonde leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie meegenomen. De zoneringen op grond van het POL2014 zijn in de POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse principes'. In de POVI is onderhavig besluitgebied ter plaatse van de beoogde ontgronding aangeduid als 'groenblauwe mantel', in samenhang met het beekdal van de Groote Molenbeek. De aangrenzende bosschages (buiten het besluitgebied) zijn onderdeel van de aanduiding 'natuurnetwerk.'
Uitsnede POVI (Limburgse principes)
Groenblauwe mantel De Groenblauwe mantel betrof voorheen Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone op basis van het POL2014. Deze gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar goede combinatiemogelijkheden zijn voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. In de Groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. Er zijn mogelijkheden voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer die bijdragen aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
27
de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. In de groenblauwe mantel zijn alleen initiatieven voor vrijetijdseconomie mogelijk die daar functioneel aan gebonden zijn, zoals een kampeerterrein, een dagstrand, agrotoerisme of een visvijver voor de sportvisserij. Voor de groenblauwe mantel is het beleid ook gericht op het faciliteren en ondersteunen van de verbindingsen bufferfunctie voor aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. Gemeenten hebben de motiveringsplicht om in de toelichting op ontwikkelingen in de groenblauwe mantel aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden wordt omgegaan. Bij nieuwe ontwikkelingen zal rekening gehouden moeten worden met de aanwezige omgevingskwaliteiten, maar ook met regionale afspraken ten aanzien van de ontwikkeling van onder meer wonen, bedrijventerreinen, detailhandel en vrijetijdseconomie.
Natuurnetwerk Limburg Het Natuurnetwerk Limburg was voorheen Goudgroene natuurzone. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en plantensoorten. Daarnaast is het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving belangrijk. De Natura 2000-gebieden (circa 17.000 hectaren) vormen een selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de natuurwaarden: het zo spoedig mogelijk en verantwoord bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitatten, waarop de aanwijzing als Natura2000-gebied is gebaseerd. De Natuurbeheerplannen van de 23 Natura 2000-gebieden in Limburg beschrijven wat daarvoor nodig is. Vanuit Europa geldt een strenge wet- en regelgeving die gericht is op beheer en bescherming van de natuurwaarden. Er wordt onder andere via het Aanvalsplan Stikstof gewerkt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van de Natura 2000-gebieden.
Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk.
Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen bestaat om door middel van een doorontwikkeling en uitbreiding van de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' de natuurlijke, landschappelijke en (extensieve) recreatieve kwaliteiten in het gebied verder te vergroten en nieuwe kansen te benutten. De uitbreiding van de ontgrondingslocatie is hier onlosmakelijk mee verbonden. Na beëindiging van de ontgrondingsactiviteiten worden hier namelijk aanvullende natuur- en landschapswaarden en extensieve recreatieve functies ontwikkeld. Het natuurrijke gebied 'De Diepeling' wordt hierdoor middels natuurontwikkeling verbonden met de beekdalen van de Groote Molenbeek en Lollebeek. Het resultaat is een aangesloten, robuust natuurnetwerk. Bij de natuurontwikkeling wordt ruimte geboden aan diverse biotopen. Hiermee krijgt de biodiversiteit binnen het gebied een impuls en leidt tot verhoging van de landschappelijke, ecologisch en recreatieve kwaliteiten. De aanwezige ecologische laagwaardige agrarische percelen zullen hierdoor ter plaatse van het besluitgebied verdwijnen en vervangen worden door natuur. Tot slot geldt dat binnen en rondom het gebied, passend bij de aard en omvang van het natuurgebied, mogelijkheden voor extensieve recreatie worden geboden. Het gebied krijgt hierdoor een extra
28
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
belevingswaarde voor de omgeving. Tevens is een natuurontwikkelingsplan (Kragten, rapportnr. TEU006-Rap-FF, d.d. 22 juli 2022) opgegesteld. Dit natuurontwikkelingsplan is als Bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. In dit natuurontwikkelingsplan wordt geconcludeerd dat de toekomstie inrichting in de vorm van natuur juist een versterking vormt van de landschappelijke kernkwaliteiten ter plaatse van het besluitgebied. Van een negatief effect en dus een aanvullende compensatie in het kader van de omgevingsverordening is derhalve geen sprake. Na beëindiging van de ontgronding wordt het besluitgebied zodanig ingericht dat een groter en robuuster aangesloten natuurgebied ontstaat ter plaatse van wat nu agrarische percelen zijn. Hiermee sluit het planvoornemen aan op de visie Maasgaard (zie paragraaf 4.3.1) en draagt het juist bij aan de lokale natuurontwikkeling. Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' sterk bijdraagt aan de ambitities voor de ontwikkeling van natuur en (extensieve) recreatie binnen de 'Groenblauwe mantel' en aansluit bij het aangrenzende 'Natuurnetwerk'. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Algemeen Bij bij de POVI hoort thans nog de Omgevingsverordening Limburg.
Een nieuwe omgevingsverordening in het kader van de Omgevingswet is door Provinciale Staten op 17 december 2021 vastgesteld maar treedt niet eerder in werking dan de Omgevingswet op 1 januari 2023. Hierdoor is de 'huidige' omgevingsverordening thans nog van kracht. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. De Omgevingsverordening Limburg is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening.
Goudgroene natuurzone (natuurnetwerk), zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone (groenblauwe mantel) Op hoofdlijnen geldt dat in de Omgevingsverordening is vastgesteld dat bij een ruimtelijk plan (ontwikkeling) dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Goudgroene natuurzone (natuurnetwerk), de Zilvergroene natuurzone en/of de Bronsgroene landschapszone (groenblauwe mantel) ingegaan moet worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de aanwezige (natuur)waarden op gebiedsniveau, zodat per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt van bedoelde waarden. Tevens dient aangegeven te worden hoe de eventuele negatieve effecten worden gecompenseerd. In paragraaf 4.1.1 is reeds beschreven dat de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling', wegens de voorziening in een specifiek soort zand en grind en de bijdrage in de regionale bouwopgave, een groot openbaar belang dient en dat er geen reële alternatieven voor de uitbreiding van de locatie zijn. Daarnaast is beschreven dat de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' leidt tot versterking van de natuurlijke, landschappelijke en (extensieve) recreatieve waarden. De ecologisch laagwaardige agrarische percelen die nu binnen het besluitgebied aanwezig zijn worden vervangen door diverse hoogwaardige biotopen.
De biodiversiteit binnen het gebied wordt verhoogd en middels natuurontwikkeling wordt het natuurrijke gebied 'De Diepeling', via het besluitgebied, verbonden met de beekdalen van de Groote Molenbeek en Lollebeek. Er ontstaat een aaneengesloten, robuust natuurgebied. Tot slot geldt dat binnen en rondom het gebied, passend bij de aard en omvang van het natuurgebied, mogelijkheden voor extensieve recreatie worden geboden. Het
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
29
gebied krijgt hierdoor extra belevingswaarde. Zodoende wordt geconcludeerd dat de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' niet leidt tot kwaliteitsverlies van de beschermde natuur- en landschapszones, maar juist tot versterking ervan.
Boringsvrije zone Venloschol Het besluitgebied is gelegen in de boringsvrije zone Venloschol. Het is in het gebied Venloschol binnen en buiten inrichtingen beneden 5 meter boven NAP verboden om o.a. de grond te roeren. De verboden van de artikel 4.4.1 en 4.4.2 gelden niet voor zover gedeputeerde staten voor de daar verboden handelingen algemene regels krachtens artikel 4.1.2 hebben vastgesteld en gehandeld wordt in overeenstemming met die regels. In dit kader is door Teunesen, aan de provincie Limburg, een ontheffing gevraagd van het verbod ex artikel 4.4.2 lid 1 in de Venloseschol, om ontgrondingswerkzaamheden uit te voeren dieper dan 5 meter boven NAP. Op basis van de door de provincie Limburg gemaakte overwegingen is besloten om deze ontheffing van het verbod ex artikel 4.4.2 lid 1, onder voorwaarden te verlenen, om ontgrondingswerkzaamheden uit te mogen voeren dieper dan 5 meter boven NAP in de boringsvrije zone Venloschol. Het besluit van de provincie Limburg is als Bijlage 3 toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing.
Gevolg planvoornemen Met de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' wordt middels versterking van aanwezige natuurlijke, landschappelijke en recreatieve waarden bijgedragen aan de doelstellingen binnen de Goudgroene, Zilvergroene en Bronsgroene natuur- en landschapszones (natuurnetwerk en groenblauwe mantel). Daarnaast is door de provincie Limburg ontheffing verleent om ontgrondingswerkzaamheden uit te mogen voeren dieper dan 5 meter boven NAP in de boringsvrije zone Venloschol. Geconcludeerd wordt dat vanuit het POL en de Omgevingsverordening Limburg geen belemmeringen zijn voor de doorontwikkeling.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Integrale visie De Maasgaard Algemeen 'De Maasgaard'is het gebied gelegen tussen de A67, de Maas en de grens met Noord-Brabant en kenmerkt zich vooral door het uitgestrekte platteland met veel dorpskernen, veel agrarische activiteit en op zich zelfstaande natuurgebieden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray, het Waterschap Peel en Maasvallei en de Provincie Limburg hebben de handen ineengeslagen om de kwaliteit van het buitengebied in de Maasgaard te verhogen. De ambitie is om een natuurlijke kwaliteit en landschappelijke belevingskwaliteit te bereiken voor de eigen inwoners van Maasgaard en bezoekers van buiten het gebied. De overheden willen daarbij zuinig omgaan met de ruimte in het landelijk gebied. Het gaat de partijen om het gezamenlijk ontwikkelen en versterken van een goed functionerende, robuuste en krachtige groen-blauwe structuur van natuur en water. Denk daarbij aan bossen, heide, veengebieden, beekdalen en de Maasvallei. Een krachtige structuur van betekenis in ecologisch en hydrologisch opzicht, maar vooral ook een sterke drager voor het recreatief perspectief en de leefbaarheid binnen beide gemeenten. Zo kunnen economische ontwikkelingen in de vorm van toerisme en recreatie aansluiting vinden bij de groen-blauwe structuur en daar een meerwaarde in vinden.
In de Integrale visie 'De Maasgaard' zijn de groen-blauwe structuur en het recreatieve netwerk geoptimaliseerd en krachtig gebundeld tot één robuuste structuur dat de ecologische, hydrologische en recreatieve belevingswaarde van het gebied vergroot, verwaard en beter benut.
30
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Sterlocatie 'De Diepeling' In de Integrale gebiedsvisie 'De Maasgaard' is beschreven dat 'De Diepeling' het kruispunt is van de watergangen de Groote Molenbeek en de Lollebeek. Nadat de zand- en grindwinningsactiviteiten in 'De Diepeling' zijn beëindigd, zal de hier aanwezige plas als natuur worden heringericht. Partijen in het gebied zien kansen om aan de herinrichting ook passende recreatieve ontwikkelingen te koppelen. Passend betekent hier 1) passend in de kwaliteiten van het gebied, 2) passend in het gebruik en 3) passend als aanvulling op het bestaande recreatieve product in beide gemeenten. Via de Groote Molenbeek wordt het gebied 'De Diepeling' gekoppeld aan het Kasteelpark ter Horst. Vanaf de A73 kan 'De Diepeling' uiteindelijk ook een fraai landmark vormen om mensen te verleiden de Maasgaard in te trekken. Daarmee is 'De Diepeling' een toekomstige toeristische sterlocatie.
Uitsnede kaart Integrale visie 'De Maasgaard 'met besluitgebied bij sterlocatie binnen rode cirkel
Gevolg planvoornemen In de integrale visie 'De Maasgaard' is de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' aangewezen als sterlocatie. Dit betekent dat deze locatie kansen/mogelijkheden biedt voor versterking van de landschaps- en natuurwaarden met mogelijkheden voor (extensieve) recreatie. Hierbij geldt dat 'De Diepeling' is gelegen op een strategisch kruispunt en een belangrijke, natuurlijke schakel kan vormen tussen een aantal natuur- en recreatiegebieden in de omgeving. Ten aanzien van de ontwikkeling van de recreatieve functie is het uitgangspunt dat de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' complementair moet zijn aan de bestaande recreatieve functies en geen concurrerende werking mag hebben ten opzichte van de Kasteelse Bossen of de Witte Vennen. Intensieve recreatieve functies zijn rondom 'De Diepeling' niet gewenst. Met name wordt gedacht aan aanhaking op het uitgebreid netwerk van fiets- en wandelpaden. Mensen kunnen er parkeren en het gebied intrekken. Verder biedt de ontvangstlocatie de mogelijkheid voor fietsers om uit te rusten Ten aanzien van de ontwikkeling van de natuurlijke functie is het uitgangspunt dat met de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' verder wordt ingezet op de realisatie van hoogwaardige natuur, waarbij
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
31
wordt gestreefd naar een robuuste natuurzone met een overgangsgebied richting het beekdal van de Groote Molenbeek. In dit kader geldt dat de doorontwikkeling van 'De Diepeling' onlosmakelijk is verbonden met de uitbreiding van ontgrondingsactiviteiten richting het zuid-oosten. Het zuid-oostelijk gelegen gebied wordt namelijk ten behoeve van de grondstofwinning afgegraven c.q. ontgrond, waarna de hoogwaardige grondstoffen die hier zijn gewonnen worden afgevoerd. Vervolgens worden niet vermarktbare gronden zoals ophoog- en fijnzanden ingezet om het gebied aan te vullen en te komen tot de ontwikkeling van hoogwaardige natuur. Geconcludeerd wordt dat uitbreiding van de ontgrondingslocatie 'De Diepeling' aan de zuid-oostzijde, als onderdeel van de doorontwikkeling van de natuurlijke en recreatieve functies in het gebied, passend is binnen de Integrale visie 'De Maasgaard'.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Horst aan de Maas De Structuurvisie Horst aan de Maas is op 9 april 2013 vastgesteld en betreft een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. De structuurvisie geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die de gemeente op haar grondgebied voor ogen staat voor de langere termijn. De structuurvisie bestaat uit een beleidskader en een uitvoeringsparagraaf waarin het Limburgs KwaliteitsMenu (LKM) wordt geïmplementeerd in een Gemeentelijk KwaliteitsMenu (GKM). Op respectievelijk 10 september 2019 en 26 november 2019 is de structuurvisie herzien: Herziening Structuurvisie Horst aan de Maas 2019: Het toevoegen van een woning in de kern. Herziening Structuurvisie Horst aan de Maas, opnemen van het beleid Teeltondersteunende Voorzieningen, zoals door de raad vastgesteld op 3 juli 2019. Omgevingskwaliteit De gemeente Horst aan de Maas streeft ernaar om de omgevingskwaliteiten te behouden en te ontwikkelen conform nationaal en provinciaal beleid. Voor de drie beleidsmatige speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas (agribusiness, toerisme & recreatie en leefbaarheid) is het landschap (de omgevingskwaliteit) een belangrijke factor.
Het vormt namelijk de productieruimte voor de agrarische sector, het verblijfsgebied voor toeristen en recreanten en de woonomgeving voor de inwoners. Om de speerpunten tot een succes te maken, is het van belang dat de aantrekkelijkheid van het landschap (de omgevingskwaliteit) gewaarborgd blijft en zoveel mogelijk versterkt wordt.
32
omgevingsvergunning De Diepeling, Tienray
Uitsnede kaart 'Omgevingskwaliteit' met besluitgebied bij rode contour
Het besluitgebied is op het kaartbeeld voor 'Omgevingskwaliteit' gelegen binnen de aanduidingen 'Provinciale Ontwikkelingszone Groen' en 'Versterken beken'. De wijze waarop de doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' bijdraagt aan de versterking van provinciale natuur- en landschapszones en de beken is reeds beschreven in Hoofdstuk 3 en de paragrafen 4.2.1 en 4.2.2.
Gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM) De gemeente Horst aan de Maas staat open voor nieuwe ontwikkelingen in de dorpen en het buitengebied. De gemeente kiest voor een benadering waar ontwikkelingen binnen flexibele kaders worden toegestaan indien de kwaliteiten van de dorpen en het buitengebied er ook mee vooruit gaan. Deze benadering sluit aan bij de systematiek van het (voormalige) ‘Limburgse kwaliteitsmenu’. Het GKM is van toepassing indien het geldende bestemmingsplan niet direct voorziet in de betreffende ontwikkeling en deze middels bijvoorbeeld een bestemmingsplanherziening of omgevingsvergunning (handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening) mogelijk gemaakt moet worden. Dit is in de situatie van de beoogde doorontwikkeling en uitbreiding van 'De Diepeling' het geval. De locatie van het beoogde planvoornemen is vervolgens bepalend voor de planologische toelaatbaarheid en de manier waarop kwaliteitsverbeterende maatregelen ingezet kunnen worden. Onderhavig besluitgebied is gelegen in het 'Zandgrondenlandschap-Beekdalen'. Echter de ontgronding met natuurontwikkeling (eindsituatie) is niet in te delen in een module. Het betreft hier de ontgronding van het gebied gevolgd door natuurontwikkeling hetgeen leidt tot kwaliteitsverbetering van de omgeving. Het gemeentelijk kwaliteitsmenu is derhalve niet aan de orde.