05c Toelichting
Tekst van het document
Vrouwboomweg ong. te Horst
29
2. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. De indicatieve bedrijvenlijst in de VNG-publicatie geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of gemengd gebied. De richtafstanden in de bedrijvenlijst gelden voor een rustige woonwijk. Bij een omgevingstype gemengd gebied mag de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Voor een rustige woonwijk geldt dat de geluidsbelasting (etmaalwaarde) 45 dB(A) op de gevels van nabijgelegen geluidsgevoelige objecten mag bedragen. Voor een gemengd gebied geldt dat de geluidsbelasting (etmaalwaarde) 50 dB(A) op de gevels van nabijgelegen geluidsgevoelige objecten mag bedragen.
De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die het bedrijf (of andere milieubelastende functie) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie). Woningen zijn milieugevoelige functies. Aangezien onderhavig plan voorziet in de realisatie van een woning dient getoetst te worden of in deze woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en of omliggende bedrijven niet worden gehinderd door de ontwikkeling. Toetsing Externe werking De externe werking betreft de vraag of de beoogde nieuwe functie binnen onderhavig plan niet zal leiden tot hinder voor bestaande of toekomstige hindergevoelige functies. De beoogde woning binnen het plangebied vormt geen functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Daarnaast dient volledigheidshalve opgemerkt te worden dat er geen sprake is van onaanvaardbare geluidhinder die wordt veroorzaakt door de nieuwe verkeersbewegingen van het planvoornemen op de omliggende reeds bestaande woningen. In paragraaf 5.2.2 heeft hieromtrent een toelichting plaatsgevonden. Interne werking Naast de externe werking is er ook een interne werking als het gaat om het beoogde planvoornemen.
De interne werking ziet erop toe dat medewerking aan het beoogde planvoornemen pas mogelijk is indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in de woningen gegarandeerd is, alsmede dat bedrijven in de omgeving door de nieuwe woonfunctie niet in hun activiteiten worden gefrustreerd. In de onderstaande tabel wordt de omliggende bedrijvigheid rondom het plangebied toegelicht. Hierbij is conform het vigerend bestemmingsplan gekeken naar de maximaal toelaatbare milieucategorie (worst-case scenario). De VNG-brochure kent verschillende gebiedskwalificaties. Aangezien de woning zich direct naast een bedrijventerrein bevindt is er sprake van een ‘gemengd gebied’. Derhalve kunnen de richtafstanden volgens de VNG-brochure met één afstandstap worden verlaagd. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de omliggende percelen waarop bedrijvigheid mogelijk is.
Vrouwboomweg ong. te Horst
30
Bestemming
Maximale
Richtafstand4
Afstand tot woningen5
milieucategorie Mtech Cafe, Vrouwboomweg 11-7
1
10 meter
Circa 15 meter
Light4food, Expeditiestraat 11
3.2
50 meter
Circa 95 meter
Metalproducts B.V., Expeditiestraat 13
3.2
50 meter
Circa 75 meter
Van Stratum Horst B.V., Expeditiestraat 17
3.2
50 meter
Circa 95 meter
Elektro van Berle B.V., Expeditiestraat 19
3.2
50 meter
Circa 200 meter
Omliggende bedrijvigheid en diens richtafstanden conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’
Het dichtstbijzijnde perceel met een bedrijfsbestemming is gelegen op circa 15 meter ten zuiden van het plangebied (locatie is gelegen aan de Vrouwboomweg 11-7). Ter plaatse van het bedrijf is de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – agrarisch hulpbedrijf’ opgenomen. Conform de VNG-brochure is voor een dergelijk bedrijf milieucategorie 1 en 2 mogelijk. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Omdat het plangebied zich in een gemengd gebied bevindt wordt de richtafstand 10 meter. Het plangebied en daarmee de beoogde woning zijn buiten deze richtafstand gelegen. Daarnaast is er nog een bedrijfsbestemming op circa 75 meter ten noorden van het plangebied gelegen (aan de Expeditiestraat 13). Ook ter plaatse van dit bedrijf is de aanduiding ‘bedrijf van categorie 2’ opgenomen. Conform de VNG-brochure zijn voor een dergelijk bedrijf milieucategorie 3.1 en 3.2 toegestaan, alsmede bedrijven van categorie 2 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf categorie 2’. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter. Omdat het plangebied zich in een gemengd gebied bevindt wordt de richtafstand 50 meter. Het plangebied en daarmee de beoogde woning zijn buiten deze richtafstand gelegen. Op circa 95 meter afstand ten noordoosten van het plangebied is daarnaast, aan de Expeditiestraat 11, Light4food gelegen.
Conform de VNG-brochure zijn voor een dergelijk bedrijf milieucategorie 3.1 en 3.2 toegestaan, alsmede bedrijven van categorie 2 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf categorie 2’. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter. Omdat het plangebied zich in een gemengd gebied bevindt wordt de richtafstand 50 meter. Het plangebied en daarmee de beoogde woning zijn buiten deze richtafstand gelegen. Op circa 95 meter ten noordwesten van het plangebied is verhuurbedrijf Van Stratum Horst B.V. gelegen (locatie gelegen aan de Expeditiestraat 17). Conform de VNG-brochure zijn voor een dergelijk bedrijf milieucategorie 3.1 en 3.2 toegestaan, alsmede bedrijven van categorie 2 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf categorie 2’. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter. Omdat het plangebied zich in een gemengd gebied bevindt wordt de richtafstand 50 meter. Het plangebied en daarmee de beoogde woning zijn buiten deze richtafstand gelegen. Op circa 200 meter afstand ten noordoosten van het plangebied is daarnaast Elektro van Berle gelegen (locatie gelegen aan de Expeditiestraat 19). Conform de VNG-brochure zijn voor een dergelijk bedrijf milieucategorie 3.1 en 3.2 toegestaan, alsmede bedrijven van categorie 2 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf categorie 2’. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter. Omdat het plangebied zich in een gemengd gebied
4 5
Gebaseerd op basis van de ligging binnen een gemengd gebied. Afstand is gemeten tussen de grens van het bestemmingsvlak en de dichtstbijzijnde gevel van een woning.
Vrouwboomweg ong. te Horst
31
bevindt wordt de richtafstand 50 meter. Het plangebied en daarmee de beoogde woning zijn buiten deze richtafstand gelegen. Tot slot zijn ten zuiden van het plangebied diverse agrarische percelen gelegen met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Ter plaatse van enkele van deze percelen is een agrarisch bouwvlak opgenomen. Dit zijn enkel akkerbouwbedrijven (op circa 230 meter afstand) en een veehouderij (op circa 480 meter afstand). Derhalve vormen deze percelen geen belemmering ten aanzien van de beoogde woningen binnen het plangebied. Conclusie Voor het overige vinden er in de omgeving van het plangebied geen milieubelastende activiteiten plaats waarvan de hindercontour tot het plangebied reikt. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de omliggende bedrijven niet in hun mogelijkheden beperkt worden als gevolg van de voorliggende ontwikkeling. Vanuit het aspect milieuzonering zijn er hiermee geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het woongebied. 5.2.6
Externe veiligheid
Beleid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt sinds jaar en dag plaats via het spoor, over de weg en het water. Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de hoofdwegen, binnenwateren en de hoofdspoorwegen en de bebouwde omgeving die hierlangs ligt en de veiligheid van omwonenden. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).
Vrouwboomweg ong. te Horst
32
In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit. Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants 6. Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van 1 woning. Derhalve voorziet onderhavig plan in de realisatie van kwetsbare objecten. Er dient zodoende een toetsing aan het aspect externe veiligheid plaats te vinden. Toetsing Om de mogelijke risicobronnen in kaart te brengen is gebruik gemaakt van de Atlas leefomgeving. Hieruit blijkt dat géén mogelijke risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn (zie hiertoe onderstaande afbeelding).
Figuur 5.3: Uitsnede risico’s rondom het plangebied (locatie aangegeven met een rode pijl), Bron: www.atlasleefomgeving.nl
6
Zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
Vrouwboomweg ong. te Horst
33
Risicovolle inrichtingen De woning is te kwalificeren als kwetsbare object. Volgens Atlas Leefomgeving ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 m) geen risicovolle inrichting. De dichtstbij gelegen risicovolle inrichting betreft een vulpunt aan de Handelstraat 5a te Horst, waarvoor een risicocontouren is vastgesteld. De feitelijke afstand tot de voorgenomen planlocatie is ca. 1.000 meter. De afstand tussen de risicovolle inrichting en het plangebied is zo groot dat de omvang van het (minimale) risico geen nader onderzoek behoeft. Gezien de afstand tot het plangebied zal geen significante invloed worden uitgeoefend op het groepsrisico en vormt deze risicovolle inrichting geen belemmering voor de te realiseren woning. Buisleidingen In de directe nabijheid van het plan zijn geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen gelegen. Het plan ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding. Wegen Over de A73 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het betreft hier het transport van brandbare gassen (GF3). Het invloedsgebied reikt tot 355 meter. De planlocatie ligt op circa 700 meter ten westen van de A73 waardoor de ligging van de planlocatie ten opzichte van de A73 geen belemmering vormt voor de beoogde realisatie van de woning.
Spoorlijnen Ten westen van het plangebied loopt op een afstand van ongeveer 2.300 meter de spoorlijn Venlo – Nijmegen. Over deze spoorlijn vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De afstand is echter zodanig dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn bevindt. Waterwegen Ten oosten stroomt op circa 6.3 kilometer afstand de Maas. Gezien de tussenliggende afstand vormt de ligging ten opzichte van de Maas geen belemmering. Conclusie Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour of het invloedsgebied van een risicovolle inrichting, buisleiding of transportroute. Vanuit externe veiligheid zijn er hiermee geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 5.2.7
Milieueffectrapportage
Vanaf 16 mei 2017 is de Implementatiewet ‘herziening m.e.r.-richtlijn’ in werking getreden. Daarin is een nieuwe procedure voor de m.e.r.-beoordeling opgenomen. De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen. Deze drempelwaarde bedraagt een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Vrouwboomweg ong. te Horst
34
Blijkens jurisprudentie7 dient niet iedere mogelijk gemaakte wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt als een wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I, van categorie 11.2, van onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en artikel 2, onderdeel A, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol. In het voorliggende geval is sprake van een geringe ontwikkeling, namelijk de bouw van een woning, die de grenswaarden niet overschrijd. Gezien de omvang van het project, mede afgezet tegen de oppervlakten en woningaantallen die worden genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r., is sprake van een kleinschalig project. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied. Op basis van het bovenstaande dient de voorliggende ontwikkeling niet aangemerkt te worden als (de uitbreiding van) een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in de bijlage bij het Besluit m.e.r.
Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.
5.3
Waterparagraaf
Beleid Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het besluitgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Nationaal: •
Nationaal Waterplan;
•
Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21);
•
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);
•
Waterwet.
Provinciaal: •
Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027.
Beleid waterschap Het Waterbeheerplan 2022-2027 is op 8 december 2021 vastgesteld door de Algemene besturen van Waterschap Limburg. Het plan heeft een looptijd van 2022 tot en met 2027. Met dit Waterbeheerplan zet Waterschap Limburg de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe men invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In dit plan is
7
O.a. ABRS 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1668) en Rechtbank Amsterdam 6 februari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:648).
Vrouwboomweg ong. te Horst
35
vastgelegd hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Brochure ‘Regenwater schoon naar beek en bodem’ In deze brochure van de Limburgse waterbeheerders worden de richtlijnen en de voorkeursvolgorde voor het afkoppelen van regenwater van het riool beschreven bij (vervangende) nieuwbouw. De voorkeursvolgorde gaat voor het afkoppelen uit van de trits vasthouden, bergen, afvoeren. Voor het grondoppervlak, dakoppervlak, en voor hergebruik worden richtlijnen gegeven voor het afkoppelen. Keur Waterschap Limburg Waterschap Limburg streeft ernaar op bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en binnen het besluitgebied te verwerken. Ten aanzien van onderhavig plan is de Keur van Waterschap Limburg (in werking getreden op 1 april 2019) van toepassing. Kenmerken plangebied Grondwater en waterkwaliteit Het bestemmingsplan is gelegen binnen Boringsvrije zone Venloschol.
Het is in het gebied Venloschol binnen en buiten inrichtingen beneden 5 meter boven NAP verboden een boorput te maken of te hebben, de grond te roeren, een gesloten bodemenergiesysteem te maken of te hebben, werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten, een aardwarmtesysteem te maken of te hebben. Ten behoeve van de realisatie van onderhavig initiatief zijn geen van de bovengenoemde werkzaamheden beoogd en vormt derhalve geen belemmering voor het initiatief. Infiltratie Door Aeres Milieu is een infiltratieonderzoek8 uitgevoerd. Hierna wordt een samenvatting van het onderzoek weergegeven. Het volledige rapport is toegevoegd aan de bijlage bij onderhavige toelichting. Het maaiveld ligt op ca. 23,4 tot 23,8 m +NAP. De Vrouwboomweg ligt op ca. 23,75 m +NAP. Gemiddeld is de grondwaterstand op 1,4 m-mv te verwachten met een verwachte GHG op 0,5-0,8 m-mv. Om grondwateroverlast te voorkomen wordt, net als de omliggende panden, geadviseerd om het toekomstig vloerpeil op ca. 23,9-24 m +NAP aan te leggen (tevens 20-30 cm boven kruin van de weg). Hierdoor wordt het risico op instroom vanaf het maaiveld ook ingeperkt.
De bodemopbouw van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit een matig fijn, matig siltige, matig humeuse, zandige toplaag van ca. 50-80 centimeter dikte. De humeuse toplaag wordt direct opgevolgd door een licht bruin/grijsbeige, matig fijn, zwak/matig siltige zandlaag. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn geen infiltratie belemmerende bodemlagen waargenomen. Uit de metingen in de onverzadigde zone blijkt dat de toplaag een matig tot slechte verticale snelheid vertoont met een goede horizontale doorlatendheid. Rekening houdend met een veiligheidsmarge kan voor een voorziening gerekend worden met een kh-waarde van 1 meter
8
Aeres Milieu, ‘Infiltratie onderzoek Vrouwboomweg te Horst, projectnr.: AM23047, d.d. 27 juni 2023.
Vrouwboomweg ong. te Horst
36
per dag. Gezien de beperkte infiltratie via de bodem en de verwachte hoge GHG wordt voor hemelwatercompensatie de aanleg van een bovengrondse infiltratievoorziening geadviseerd. In de toekomstige situatie wordt een woning met bijgebouw en enige terreinverharding gerealiseerd. Het toekomstig afvalwater wordt separaat verzameld en conform het bouwbesluit aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. De beperkte afvalwaterhoeveelheid door de voorgenomen woningbouw zal door het bestaand stelsel verwerkt kunnen worden. Te zijner tijd dient hiervoor bij de gemeente Horst aan de Maas een rioolaansluiting aangevraagd te worden. Het hemelwater dient op eigen perceel verwerkt te worden. Ingeschat zal in de toekomst ca. 600 m2 verharding worden gerealiseerd. Gezien de verwachte hogere grondwaterstanden wordt een bovengrondse infiltratievoorziening geadviseerd. De benodigde dynamische waterberging bedraagt ca. 60 m3. Dit kan gezien de goede infiltratiesnelheid ter plaatse in de bodem infiltreren. Wel wordt een oppervlakkige noodoverloop naar de droogvallende watergang nabij de Vrouwboomweg geadviseerd. Naast voorkomen van nieuwe gesloten verharding kunnen aanvullende maatregelen genomen worden zoals opvang en hergebruik, de aanleg van een groendak op platte daken of waterpasserende-/ halfverharding.
Het perceel heeft een oppervlakte van circa 2.760 m2 waardoor op eigen terrein voldoende ruimte is om een infiltratie en/of buffervoorziening voor een bui van T=100 te realiseren. Verwerking kan door de tuin in een komvorm aan te leggen (1.200 m2 geeft ca. 5 cm waterhoogte bij hevige buien). Deze zal gezien de goede infiltratiesnelheid binnen 24u in de bodem wegzijgen. Indien een wadi of greppel wordt gerealiseerd, is een oppervlakte van circa 125 m2 genodigd bij een diepte van 50 cm. Een derde mogelijkheid is om de bestaande sloot nabij de Vrouwboomweg te vergroten. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat water onder vrij verval kan afstromen van het pand weg naar de eigen tuin, de infiltratievoorziening of het oppervlaktewater nabij de Vrouwboomweg. Tenslotte is een en ander ook afhankelijk van de gewenste terreininvulling, eigen voorkeur en het geldend beleid. De uiteindelijke verwerkingswijze en nadere planuitwerking van de HWA- en DWA-stelsels dient in overleg met het bevoegd gezag gedetailleerd in een uiteindelijk planontwerp vastgelegd te worden conform de geldende normen. Verantwoordelijkheden van o.a. onderhoud moeten van te voren worden vastgelegd zodat o.a. de werking van de voorzieningen in stand gehouden worden.
Door de aanleg van een gescheiden stelsel, de hemelwatervoorziening van 100 mm voor het toekomstig verhard oppervlak op eigen terrein en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door de voorgenomen ontwikkeling op of nabij het plangebied. Voor de voorgenomen planontwikkeling is geen watervergunning noodzakelijk geacht. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden via onder andere het Omgevingsloket.
Vrouwboomweg ong. te Horst
37
Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen. Het meest dichtbij gelegen oppervlaktewater betreft de primaire watergang Groote Molenbeek op circa 170 meter afstand van het plangebied. Het planvoornemen heeft gelet op de afstand geen negatieve invloed op het oppervlaktewater. Afval- en hemelwater Binnen het plangebied is momenteel geen bebouwing of rioolstelsel aanwezig. Het plangebied zal worden aangesloten op de reeds in de omgeving van het plangebied gelegen rioolstelsel. Er zijn naar verwachting voldoende mogelijkheden om het hemelwater te verwerken in het plangebied. De hemelwatervoorziening zal gedimensioneerd worden op 100 mm per m² verhard. In de ontwerp-, realisatie en beheersfase zal nader worden uitgewerkt op welke wijze het hemelwater zal worden afgevoerd.
5.4
Kabels en leidingen
In (of in de directe omgeving van) het plangebied komen geen leidingen of kabels voor met een dusdanige planologisch-juridische beschermingszone dat zij de beoogde woningbouwontwikkeling belemmeren.
5.5
Ecologie
Beleid De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. De provinciale groenstructuur is vastgelegd in de POVI en de Omgevingsverordening Limburg 2014 en 2021.
Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Stappenplan soortenbescherming Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te
Vrouwboomweg ong. te Horst
38
worden of er vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.
Toetsing Gebiedsbescherming Door BRO is een stikstofberekening9 uitgevoerd. De rapportage is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hierna worden de resultaten van het onderzoek weergegeven. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone. Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 30 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Soortbescherming Het plangebied bestaat momenteel uit weiland waarin zich mogelijk flora en fauna kunnen bevinden.
Het is derhalve niet uit te sluiten dat het initiatief geen negatieve invloed heeft op de mogelijk aanwezige flora en fauna. Hierom is een quickscan flora en fauna10 uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting en de conclusie van de quickscan.
9 10
BRO, ‘AERIUS-berekening woningbouw Vrouwboomweg Horst aan de Maas’, projectnr.: P06317, d.d. 13 januari 2026 BRO, Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst. Projectnr.: P06317, d.d. 25 mei 2023
Vrouwboomweg ong. te Horst
39
Vogels Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Het plangebied bevat geen potentiële verblijfplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.
Grondgebonden zoogdieren Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. Reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten aangezien de voorgenomen plannen niet zullen leiden tot een afname van geschikt essentieel habitat van deze soorten. Houtopstanden Aangezien er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. Conclusie Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: •
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
•
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Met inachtneming van bovenstaande punten vormt het aspect ecologie geen belemmering voor het planvoornemen.
Vrouwboomweg ong. te Horst
40
5.6
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie De bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. Op de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas (2015) ligt het plangebied in twee beleidszones: • Categorie 3 (Hoge archeologische verwachting) - onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm –mv; • Categorie 4 (Gematigde archeologische verwachting) - onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm –mv; Binnen het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas (2017) gelden dezelfde dubbelbestemmingen (‘Waarde – Archeologie 3’ & ‘Waarde – Archeologie 4’) met dezelfde ondergrenzen. Gezien de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied de waarden van categorie 3 overschrijdt is ter plaatse van het plangebied door Aeres Milieu een archeologisch onderzoek11 uitgevoerd. De resultaten worden hieronder beschreven. Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is. In het plangebied is sprake van een AC-bodemprofiel. In deze boringen zijn geen sporen van deze podzolbodem (E-, B- en/of BC-horizont) waargenomen. De scherpe overgang naar de C-horizont is mogelijk het gevolg van moderne grondbewerking en/of (diep)ploegen.
Een andere mogelijkheid is dat vanwege de natte omstandigheden er helemaal geen podzolbodem tot ontwikkeling is gekomen. Dit betekent dat de top van het dekzand, en daarmee het potentieel archeologisch niveau voor de periode jagers-verzamelaars, niet meer intact is. Deze vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen, indien deze aanwezig geweest zijn, alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen. De verwachting voor deze periode wordt om deze reden bijgesteld van hoog naar laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. Als gevolg van ploegen kunnen sporen uit deze perioden onttopt zijn. Om deze reden blijft de middelhoge en hoge verwachting voor de periode neolithicum – nieuwe tijd gehandhaafd. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een scherp AC-profiel. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor neolithicum – nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Het archeologische niveau bevindt zich onder de A-horizont (circa 50 – 80 centimeter onder maaiveld).
Indien de voorgenomen graafwerkzaamheden dieper reiken dan 20 centimeter (een buffer van 30 centimeter in acht nemend), dan kunnen deze een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Om deze redenen wordt er een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas).
11
Aeres Milieu, Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Vrouwboomweg (ong.) te Horst (Gemeente Horst aan de Maas), rapportnr. AM23047, d.d. 29 november 2023.
Vrouwboomweg ong. te Horst
41
Het bevoegd gezag heeft het rapport beoordeeld en voorgesteld in plaats van een afzonderlijk proefsleuvenonderzoek, Archeologische Begeleiding uit te voeren voor het uitgraven van de aanwezige bouwkuip. Dit is geborgd in de regels bij het bestemmingsplan en de archeologische dubbelbestemming blijft hiermee behouden. Conclusie Er is een dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen is ter bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden en de aanwezige bouwkuip wordt onder begeleiding uitgegraven. Hiermee is het aspect archeologie voldoende geborgd. Cultuurhistorie Binnen of direct buiten het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen gelegen. Het plangebied ligt enkel binnen de cultuurhistorische elementen Enkeergrond en cultuurlandschap. In de huidige situatie wordt het perceel gebruikt als wei. Er de situatie van nu is er derhalve geen cultuurhistorische waarden meer aanwezig. Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.7
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt voor autoverkeer ontsloten via de Vrouwboomweg. Aan de oostzijde van het plangebied grenst de Vrouwboomweg aan de Venlose weg welke aansluiting vindt aan de N556 en de A73. De beoogde ontwikkeling van een woning heeft een bepaalde verkeersgeneratie tot gevolg, die wordt berekend op basis van de CROW-publicatie nr. 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van een worst-case scenario en dus een vrijstaande woning (koop, huis, vrijstaand) in het gebiedstype ‘buitengebied’ in de gemeente Horst aan de Maas (niet stedelijke gemeente). Conform de CROW-publicatie zal de woning een maximale verkeersgeneratie van (1 x 8,6 = 8,6) 9 motorvoertuigbewegingen per etmaal tot gevolg hebben op een gemiddelde weekdag. De aanliggende wegen kunnen deze beperkte verkeerstoename goed verwerken. Parkeren Voor de toekomstige woning geldt de op 3 juli 2019 vastgestelde ‘Nota Parkeernormen Horst aan de Maas’. Conform bijlage 1 van de nota bevindt het plangebied zich buiten het centrumgebied van Horst en kan het beste getypeerd worden als buitengebied. Er wordt daarom aangesloten bij de parkeernormen voor buiten de bebouwde kom. Indien wordt uitgegaan van een ligging buiten de bebouwde kom geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per wooneenheid.
Het definitieve ontwerp van het plangebied is momenteel nog niet bekend. In de regels wordt echter een voorwaarde opgenomen dat voldaan moet worden aan de parkeernorm op grond van de ‘Nota Parkeernormen Horst aan de Maas’ (of de op het moment van indiening van de omgevingsvergunningaanvraag van toepassing zijnde actualisatie/ opvolger). Conclusie Vanuit het aspect verkeer en parkeren zijn er geen belemmeringen voor dit planvoornemen.
5.8
Duurzaamheid
Duurzaam bouwen en wonen betekent dat woningen, gebouwen en andere bouwwerken ontwikkeld en gebruikt worden met respect voor mens en milieu. Duurzaam bouwen is meer dan alleen energiebesparing. Duurzame woningen en gebouwen zijn vaak gezonder voor bewoners en gebruikers. Ook zijn ze energiezuiniger en beter voor het milieu dan traditionele woningen. Duurzaam bouwen bespaart ook grondstoffen. Het
Vrouwboomweg ong. te Horst
42
gaat bij duurzaam bouwen niet alleen om energiebesparing in huizen en gebouwen, maar bijvoorbeeld ook om: •
Gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers;
•
Een gezond binnenmilieu bijvoorbeeld door goede ventilatie om vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen te voorkomen; prettige en leefbare huizen, gebouwen, wijken en steden;
•
Duurzaam slopen, om de materialen die vrijkomen bij de sloop opnieuw te kunnen gebruiken (hergebruik en recycling);
•
Verantwoord watergebruik;
•
Voorkomen dat grondstoffen voor bouwmaterialen uitgeput raken.
Bij de bouw van de woning die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, zullen in ieder geval de wettelijke duurzaamheidseisen worden toegepast.
5.9
Gezondheid
5.9.1
Endotoxinen
In de onderhavige situatie is sprake van de realisatie van één woning aan de Vrouwboomweg te Horst. De beoogde realisatie heeft geen invloed op de endotoxine belasting en dit vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Daarbij is gekeken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aan de hand van het ‘Endotoxinen toetsingskader 1.0’ kan een afstandscontour worden berekend rondom veehouderijen, waarbinnen sprake is van een overschrijding van de norm van de Gezondheidsraad (30 EU/m3) en dus sprake kan zijn van verhoogde gezondheidsrisico’s. In onderhavig geval kan worden gesteld dat er geen overschrijdingen plaatsvinden van de gestelde norm van Gezondheidsraad, doordat de dichtstbijzijnde varkens- of pluimveehouderij op meer dan 1,3 km meter van het plangebied is gelegen. Zodoende kan ook geconcludeerd worden dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.9.2
Geitenhouderij
In het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III, longontsteking in de nabijheid van geitenen pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014-2016’ van september 2018, wordt een correlatie bevestigd tussen het wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en een verhoogd risico op longontsteking. Om dit risico per direct te beperken voor de inwoners van Limburg is er door de provincie Limburg voor gekozen om hiervoor rechtstreeks werkende regels in de Omgevingsverordening te stellen. Uit bovengenoemd onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen. Uitkomsten worden nog verwacht. Aangezien er in een straal van 2 km rondom de planlocatie geen geitenhouderij is gelegen vormt het aspect gezondheid geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 5.9.3
Spuitzones
Bij een ruimtelijk plan dient te worden beoordeeld of sprake is van een goede ruimtelijk ordening. Eén van de aspecten waar rekening mee gehouden moet worden is de spuitzone ten behoeve van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dit in verband met de risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling
Vrouwboomweg ong. te Horst
43
aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld, dat bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen met tuinen. Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor bebouwing aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 meter is in diverse uitspraken van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2) als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een vaste richtafstand waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een kleinere afstand is mogelijk, mits dat goed onderbouwd wordt. De vaste richtafstand van 50 meter is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten (onkruidbestrijding), maar ook zij- en opwaarts (voorkomen en bestrijden schimmels en plaagdieren). Vooral het opwaarts spuiten veroorzaakt de meeste drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico’s.
Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de woningen. De 50 meter afstand is echter een indicatieve afstand. Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht. Een kortere afstand is mogelijk, mits voorzien van een deugdelijke motivering. In de nabije omgeving van het plangebied zijn meerdere agrarische percelen gelegen. In Atlas Leefomgeving is een kaart opgenomen waarin kan worden bekeken welke gewaspercelen er liggen op de agrarische gronden. Een uitsnede hiervan is in deze paragraaf opgenomen. Ten aanzien van alle percelen geldt dat ter plekke regulier geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Met betrekking tot de agrarische bestemming is sprake van een grasland, met definitieve status. Binnen de agrarische bestemming is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen dit plan derhalve uitgesloten. Daarnaast is een zone opgenomen van 50 meter vanaf de woonbestemming waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddel wordt uitgesloten en is een vaststellingsovereenkomst gesloten. Derhalve vormt het aspect ‘spuitzones’ geen belemmering vormen.
Vrouwboomweg ong. te Horst
44
Figuur 5.4 Uitsnede kaart gewaspercelen (bron: Atlasleefomgeving.nl)
5.9.4 Conclusie Uit deze paragraaf blijkt dat het aspect ‘gezondheid’ belemmering vormt voor het initiatief. Daarnaast draagt het transformeren van agrarische gronden naar een woonperceel bij aan het bereiken van een gezond leefklimaat in de directe omgeving, omdat daarmee gepaard gaande mogelijke negatieve gezondheidseffecten (bijvoorbeeld door bemesting, gebruik van bestrijdingsmiddelen en stofhinder) verdwijnen. Het toekomstige gebruik heeft geen onevenredig negatieve effecten op de kwaliteit van de leefomgeving in de directe omgeving.
Vrouwboomweg ong. te Horst
45
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan, zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. De gemeente kan hiervan afzien indien: •
Het kostenverhaal anderszins is verzekerd;
•
Het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en
•
Het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is.
De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van één woningbouwkavel, waarop een vrijstaande woning gebouwd mag worden. Dit betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1, onder a. Het kostenverhaal is reeds geregeld op basis van in het verleden gemaakte afspraken. Er wordt dan ook uitsluitend een planschadeovereenkomst afgesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer.
6.2
Handhaving
De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012 - 2015). Het beleidsplan bevat naast visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt om gegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient.
De uit deze visie voorvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie. 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij
Vrouwboomweg ong. te Horst
46
van uitgegaan dat het maatschappelijk veld, met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog Door initiatiefnemer is een omgevingsdialoog georganiseerd met de direct omwonenden van het plangebied. De eigenaren/bewoners van de omliggende woningen zijn allereerst per brief geïnformeerd over het initiatief, waarbij tevens de mogelijkheid is geboden via mail vragen te stellen. Daarnaast heeft op 28 augustus 2023 een fysiek overleg plaatsgevonden. Het verslag van dit overleg is als separate bijlage bij onderhavige toelichting toegevoegd. Naar aanleiding van een ingediende zienswijze van de bewoners van Vrouwboomweg 16 zijn er meerdere gesprekken gevoerd met de zienswijze-indiener. Naar aanleiding daarvan zijn er aanpassingen verricht, zoals de opname van een bebouwingsvrije zone en groenzone. Op die wijze is de privacy zoveel mogelijk gewaarborgd. Op 22 mei 2025 zijn de aanpassingen persoonlijk toegelicht en op basis van deze toelichting heeft zienswijze-indiener per mail van 29 juni 2025 bevestigd dat de aanpassingen voldoende zijn om het bezwaar tegen het plan in te trekken. Aangezien er sprake is van omliggende agrarische gronden is door de gemeente (ambtshalve) als aanvullende voorwaarde gesteld dat er alsnog een ‘milieuzone – spuitvrije’ in het bestemmingsplan zou moeten worden opgenomen waarbinnen het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen verboden is.
Naar aanleiding van deze gemeentelijke voorwaarde hebben in de periode mei t/m oktober 2025 diverse overleggen plaatsgevonden met alle omwonenden/grondeigenaren waarvan de gronden door genoemde ‘milieuzone – spuitvrije zone’ geraakt worden. Daarbij is toegelicht dat de opname van deze zone beperkingen oplegt aan het gebruik en dat zij, indien zij daar schade van ondervinden, een beroep kunnen doen op nadeelcompensatie als bedoelt in artikel 15.1, lid 2 van de Omgevingswet. Daarbij is tevens een update gegeven van de stand van zaken met betrekking tot het omgevingsplan. Naar aanleiding van de diverse overleggen en de beantwoording van vragen hebben uiteindelijk alle omliggende eigenaren schriftelijk per mail aangegeven dat zij akkoord gaan met de opname van deze ‘milieuzone – spuitzone’ op de plankaart. Dit akkoord is tevens vastgelegd in een afzonderlijke vaststellingsovereenkomst die door alle eigenaren is getekend. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is.
Bij het voorliggende initiatief is het bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg aan de provincie Limburg en het waterschap Limburg worden voorgelegd. Er zijn geen belangen van het Rijk in het geding, waardoor vooroverleg met de rijksoverheid niet noodzakelijk is.
Vrouwboomweg ong. te Horst
47
Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt géén inspraakprocedure gevolgd. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij voor eenieder de mogelijkheid bestaat een zienswijze op het plan in te dienen. Zienswijzenprocedure ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wro gedurende zes weken ter inzage gelegen. Eenieder heeft in deze periode de mogelijkheid zienswijzen in te dienen. Voor een weergave van de zienswijze en voor een inhoudelijke standpuntbepaling naar aanleiding van de zienswijze wordt verwezen naar de Nota zienswijzen, welke als bijlage bij het vaststellingsbesluit is gevoegd.
Vrouwboomweg ong. te Horst
48
7
Juridische toelichting
7.1
Planstukken
Het bestemmingsplan ‘Vrouwboomweg ong. te Horst’ is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regels voldoen tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
7.2
Toelichting op de verbeelding
De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Agrarisch met waarden’ zijn weergegeven. Daarnaast zijn archeologische dubbelbestemmingen overgenomen overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie, te weten ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 4’. Tot slot zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol', milieuzone – spuitzone’ en ‘overige zone – beekdal’ opgenomen. Tevens is er een ‘specifieke bouwaanduiding - bebouwingsvrije zone’ van 4 meter opgenomen en is er een ‘specifieke vorm van wonen – groenstrook’ van 2,5 meter opgenomen.
7.3
Toelichting op de regels
7.3.1
Algemeen
In dit hoofdstuk worden de bij het bestemmingsplan behorende planregels van een nadere toelichting voorzien. De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Deze zijn opgesteld op basis van de Wro, het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), alsmede de gemeentelijke notitie ‘Bestemmingsplannen van de gemeente Horst aan de Maas, uitgangspunten voor bureaus’. De planregels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en waar er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is aangesloten bij de regels voor recente woningbouwplannen in de gemeente Horst aan de Maas. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Deze hoofdstukindeling is opgebouwd conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Inleidende regels In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Bestemmingsregels In dit artikel wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld.
Vrouwboomweg ong. te Horst
49
Algemene regels In de algemene regels is een aantal artikelen opgenomen die van toepassing zijn op het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelregel, de algemene bouw-, gebruiks-, aanduidings-, wijzigings- en afwijkingsregels en de overige regels. Overgangs- en slotregels In de bepaling ‘overgangsrecht’ zijn de overgangsregels ten aanzien van bebouwing en gebruik opgenomen. De slotregel bevat de titel hoe het plan aangehaald dient te worden. 7.3.2
Artikelsgewijze toelichting planregels
Agrarisch met waarden De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik, agrarisch hobbymatig grondgebruik; grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen, een ander gebruik van gebouwen en gronden als nevenactiviteit, met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal ten hoogste 200 m² bedraagt, extensief dagrecreatief medegebruik, bescherming van aardkundige waarden, het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden met de daarbij behorende, tuinen, erven en terreinen, met dien verstande dat erfverhardingen buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan voor zover bestaand, verkeers- en parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins en groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn, bestemd voor wonen in een woning, aan huis verbonden beroepen met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
Waarde – Archeologie 3 De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Waarde – Archeologie 4 De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
Vrouwboomweg ong. te Horst
50
Separate bijlagen Bijlage 1: Bodemonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Waterparagraaf en infiltratieonderzoek Bijlage 4: Quickscan flora en fauna Bijlage 5: Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 6: Archeologisch onderzoek Bijlage 7: Verslag omgevingsdialoog
Vrouwboomweg ong. te Horst
51
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55