CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05c Nota ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen13.370 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pag. 31 van 43

b. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 8.4.3 Toepassingscriteria a. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in Waarde - Archeologie 3 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: 1. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of 3. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. b. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. 8.4.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in Waarde - Archeologie 3 worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en ii. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b.

een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een

Pag. 32 van 43

vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

8.5 Sloopactiviteit 8.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 3. 8.5.2 Uitzonderingen 1. In afwijking van 8.5.1 geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde Archeologie 3’ als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 500 m2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 8.5.3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in Waarde - Archeologie 3 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2.

Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. 8.5.4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in Waarde - Archeologie 3 worden aanvullend op het bepaalde in 8.5.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waaruit de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens

Pag. 33 van 43

het bevoegd gezag, in voldoende mate blijkt; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit. 8..6 Voorschriften aan vergunning 1. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten, als bedoeld in artikel 7 lid 3, artikel 7 lid 4 en artikel 7 lid 5 in een gebied met ‘Waarde – Archeologie 3’ in het belang van de archeologische monumentenzorg, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; g.

het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; i. het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. 2. De voorschriften als bedoeld in het derde lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen.

Vervangen Artikel 8 Waarde archeologie 4 8.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4. 8.2 Functieomschrijving

Pag. 34 van 43

De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 8.3 Bouwactiviteiten Op en in de gronden als bedoeld in artikel 8 lid 1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit omgevingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 8.4 Beoordelingsregels bouwactiviteiten In afwijking van artikel 8 lid 3 kan een omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels, specifiek het oprichten van bouwwerken ten behoeven van de op deze gronden liggende andere functie(s), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Kan toch worden verleend als: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermde bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.5 Omgevingsvergunnining voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Zie artikel 15. Vervangen door Artikel 9 Waarde archeologie 6 9.1 Functieomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Artikel 9.2 Bouwen Artikel 9.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in ‘Waarde – Archeologie 6’.

Pag. 35 van 43

Artikel 9.2.2 Uitzonderingen In afwijking van artikel 9.2.1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a. de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 10.000 m²; of c. een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. Artikel 9.2.3 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2.

Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. Artikel 9.2.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e.

als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.

Pag. 36 van 43

2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. Artikel 9.3 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Artikel 9.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h.

het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j. het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m. winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. Artikel 9.3.2. Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 9.3.1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als:

Pag. 37 van 43

a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10.000 m 2; of b. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. Artikel 9.3.3 Beoordelingsregels 1. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. Artikel 9.3.4. Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en ii.

de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

Pag. 38 van 43

a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. Artikel 9.4. Slopen Artikel 9.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in ‘Waarde – Archeologie 6’. Artikel 9.4.2 Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 9.4.1(vergunningplicht) geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde - Archeologie 6’ als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10.000 m2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. Artikel 9.4.3 Beoordelingsregels 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a.

er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ.

Verwijderen 11.3 Aan huis verbonden beroep In woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a.

de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer bedragen 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 100 m²;

b.

degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de gebruik(st)er door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend;

Pag. 39 van 43

c.

het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu er geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving;

d.

de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoeften in de directe omgeving worden opgevangen.

Motivatie Regels zijn al opgenomen binnen bestemming Wonen, bepaling is overbodig en kan verwijderd worden.

Verwijderen

Artikel 13 Algemene beoordelingsregels 13.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, afwijken van: a. het bepaalde in deze regels en toestaan dat bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit en oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; b. het bepaalde in deze regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, en ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; c. het bepaalde in deze regels over de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m. 13.2 Voorwaarden afwijkingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel artikel 13 lid 1 kan slechts worden verleend, indien: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

13.3 Bed & breakfast In (bedrijfs)woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een bed & breakfast toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; b. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; c. het vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast niet meer dan 100 m² bedraagt.

Pag. 40 van 43

Geen meerwaarde voor onderhavige ontwikkeling, formulering voldoet niet aan omgevingswet 13.3 is dubbel opgenomen (staat ook in artikel 11.4)

Aanpassen

Artikel 14 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 14.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijken van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde functies of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of late uitvoeren: Werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamhed Ter plaatse van de functie / aanduiding a b c d e f g h Agrarisch met waarden (voor zover gelegen buiten bouwvlakken) a Waarde - Archeologie 3 a b c d e f g h Waarde - Archeologie 4 a b c d e f g h Overige zone - heideontginning c f Overige zone g * de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk) De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d.

het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 14.2 Uitzondering vergunningsplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14 lid 1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden:

Pag. 41 van 43

a. in de situaties genoemd in de tabel in artikel 14 lid 1 bij de volgende cijfers: 1. op een kleinere diepte dan 30 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 100 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s); c. op de gronden gelegen binnen bouwvlakken; d. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 14.3 Afwegingskader Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14 lid 1 alleen indien door de in artikel 14 lid 1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 14.4 Procedure a.

De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14 lid 1 op of in gronden met de hierna genoemde functies legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad: 1. Waarde - Archeologie 3; 2. Waarde - Archeologie 4; b. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14 lid 1 verleent, wordt schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap en wordt de Keur van het waterschap in acht genomen: 1. Overige zone – beekdal.

Motivatie In verband met de nieuwe regels voor archeologie dienen de bepalingen ten aanzien van archeologie verwijderd te worden uit dit artikel. Deze zijn opgenomen in de artikelen Waarde - Archeologie 2, WaardeArcheologie 3 en Waarde – Archeologie 6. (artikel 7 t/m 9)

Pag. 42 van 43

Verwijderen Artikel 16 sub b 4 Overgangsregels Artikel 16 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingstreding van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdsstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Motivatie Niet conform omgevingswet, verwijderen.

Bijlagen bij regels Toevoegen bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan De voorwaardelijke verplichting zoals opgenomen in artikel 6 verwijst naar bijlage 2 van de regels. Deze bijlage ontbrak in het ontwerp. Deze dient te worden toegevoegd, in de bijlage is het landschappelijk inpassingsplan voor de locaties Horsterweg 23 Broekhuizen en Stokterweg 10 Lottum opgenomen.

Pag. 43 van 43

Verbeelding Locatie Horsterweg 23 Aanpassingen Ter plaatse van bouwvlak ==> toevoegen specifieke bouwaanduiding ‘karakteristieke bebouwing’ Dubbelbestemmingen Waarde – archeologie 3 en Waarde – archeologie 4 Toevoegen/wijzigen in Dubbelbestemmingen Waarde-archeologie 2, Waarde – archeologie 3 en Waarde – archeologie 6, overeenkomst begrenzingen beleidskaart Archeologie (programma Erfgoed)

Locatie Horsterdijk 112 Aanpassen Dubbelbestemming Waarde – archeologie Waarde archeologie 4 wordt Waarde archeologie 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078331/1