CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05c Nota ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen13.370 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-Omgevingsplan Stokterweg 10, Horsterdijk 112 en Horsterweg 23

- overzicht ambtshalve wijzigingen -

Team Omgeving

Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst

Postbus 6005 / 5960 AA Horst

T 077 – 477 97 77

F 077 – 477 97 50

Pag. 2 van 43

INLEIDING Het TAM Omgevingsplan Stokterweg 10, Horsterdijk 112 en Horsterweg 23 betreft een wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas voor deze drie locaties. De varkenshouderijactiviteiten op deze locaties worden beëindigd. De percelen Stokterweg 10 en Horsterweg 23 krijgen een woonfunctie. Op de locatie Stokterweg 10 wordt de mogelijkheid geboden een tweede vrijstaande woning te realiseren. Ook op het perceel Horsterweg 23 wordt een woning toegevoegd, maar dan door middel van splitsing van de bestaande woning. Op het perceel Horsterdijk 112 Lottum blijft het agrarisch bouwvlak gehandhaafd echter zonder de mogelijkheid voor het vestigen van een intensieve veehouderij. Het ontwerpwijzigingsplan heeft op grond van het bepaalde in artikel 16.30 Omgevingswet en artikel 10.3c Omgevingsbesluit gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen met ingang van 19 december 2025. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 29 januari 2026. Tijdens de inzage periode zijn geen zienswijzen ingediend.

Ambtshalve wijzigingen Bij de vaststelling van het TAM-omgevingsplan is het noodzakelijk om enkele wijzigingen in het plan door te voeren. De vaststelling dient gebaseerd te zijn op een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering van de belangenafweging die heeft plaatsgevonden. Dit wordt hersteld in de toelichting, de regels en de verbeelding. Ten aanzien van het gemeentelijk beleid is in de toelichting van het ontwerp TAM-omgevingsplan niet ingegaan om de Omgevingsvisie (vastgesteld december 2025) en het programma Erfgoed. In samenhang met het programma Erfgoed dienen de regels ten aanzien van Archeologie aangepast te worden overeenkomstig de nieuwe standaarden. De formulering van de planregels dient ook op verschillende punten aangepast te worden om beter aan te sluiten op de Omgevingswet. Het gaat daarbij in het bijzonder om de ‘afwijkingsbevoegdheden’ die zijn overgenomen uit het bestemmingplan Buitengebied Horst aan de Maas (onderdeel van het tijdelijk deel van Omgevingsplan). Aanpassingen zijn ondergeschikt van aard en leiden niet tot een wezenlijk ander plan. Het is daarom mogelijk deze aanpassingen bij de vaststelling door te voeren, zonder daarvoor een nieuwe procedure te doorlopen. In het onderstaande is meer specifiek aangegeven welke aanpassingen in het plan worden doorgevoerd.

Pag. 3 van 43

I

OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN IN HET PLAN

A. Ambtshalve wijzigingen

Toelichting Inhoudsopgave Bijlagen Het opgenomen overzicht van de bijlagen is niet volledig. Dit wordt aangepast 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.2.1 Stokterweg 10 / 1.2.3 Horsterweg 23/23b De beschrijving van het plangebied is niet volledig. Naast agrarisch bouwvlak waarop deze wijziging primair ziet, zijn ook enkele aangrenzende percelen opgenomen in het plangebied. Dit in verband met het opnemen van het spuitverbod op deze gronden. Tekst wordt hierop aangepast

2.2.1 Planbeschrijving Stokterweg 10 Volgens de overeenkomst wordt alleen de sloop van de bedrijfsbebouwing op de locaties Stokterweg 10 en Horsterweg 23/23b ingezet als compensatie voor de nieuwbouw van één woning. Het agrarisch bouwvlak op deze locatie komt ook te vervallen. Daarnaast wordt niet ingegaan op de spuitzone die wordt opgenomen. Beschrijving wordt gecorrigeerd Afbeelding 10, klopt niet met werkelijk plangebied deze wordt vervangen door onderstaande afbeelding.

2.2.3 Planbeschrijving Horsterweg 23/23b

Pag. 4 van 43

Afbeelding 12, klopt niet met werkelijk plangebied deze wordt vervangen door bovenstaande afbeelding. In de beschrijving wordt ook ingegaan op de spuitvrije zone die wordt opgenomen.

3.2.1 Ladder duurzame verstedelijking Toevoegen Conclusie Op de percelen Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen wordt elk één woning toegevoegd. Gelet op de beperkte omvang (minder dan 11 woningen) is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Voor de locatie Horsterdijk 112 worden de gebruiksmogelijkheden beperkt in die zin dat intensieve veehouderij wordt uitgesloten. Grondgebonden agrarische bedrijvigheid, niet zijnde grondgebonden veehouderijen, blijft toegestaan op deze locatie. Ook dit betreft geen stedelijke ontwikkeling; een bestaande agrarische gebruiksmogelijkheid mag worden voorgezet. Een ‘laddertoets’ hoeft voor de in het plan opgenomen wijziging niet doorlopen te worden. 3.5.1 Structuurvisie Vervangen door

3.5.1 Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 Op 16 december 2025 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de omgevingsvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De gemeente heeft de ambitie om in 2040 een groene, gezonde woongemeente te zijn met een duurzame, schone en innovatieve economie en agrarische sector, een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Gezondheid, veiligheid, groen, economie en wonen zijn belangrijk voor de toekomst van de gemeente. Aan de hand van 8 thema’s wil de gemeente de ambitie tot een succes maken, deze worden hieronder kort toegelicht. 1. De leefomgeving is gezond en veilig

Pag. 5 van 43

De gemeente wil inzetten op een gezond en veilig gemeente, waar iedereen kan wonen, werken, ondernemen, sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige en veilige omgeving. 2. Woningen en voorzieningen naar behoefte De gemeente wil voldoende woningen bouwen en bestaande woningen aanpassen om op de demografische veranderingen aan te sluiten. 3. De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving De gemeente wil inzetten op werk en groei voor ondernemers. Hierbij is het van belang om bedrijventerreinnen te realiseren die circulair, groen en duurzaam zijn. De gemeente focust zich voornamelijk op lokale mkb bedrijven en agribusiness keten. Echter blijft vrijetijdseconomie en de zorg belangrijke sectoren in de lokale economie en wil de gemeente deze sectoren ruimte geven in dorpen en het buitengebied. Zo wil de gemeente flexibele bedrijventerreinen inrichten, waar groei en ontwikkeling centraal staat. Daarnaast wordt er gezorgd voor ‘schuifruimte’. Op deze wijze kunnen bedrijven bij groei verhuizen. Als laatst is er aandacht voor revitalisering van bedrijventerreinen, waar de gemeente zich richt op de indeling van een vrijgekomen locatie om ruimte te creëren voor startende en groeiende lokale bedrijven. Slim en dubbel ruimtegebruik wordt hierbij gestimuleerd. 4.

Toekomstbestendige agrarische sector De gemeente wil zich inzetten op toekomstgerichte, duurzame en innovatieve landbouwgebieden. Hier is een goede balans nodig tussen landbouw, natuur, water, bodem en een gezonde leefomgeving. Ze willen hun goede balans van hun agrarische sector vasthouden en verder versterken. Daarnaast is het van belang om een diverse agrarische sector te creëren voor een sterkere en minder kwetsbare economie. 5. Een sterk toeristisch-recreatief profiel voor rust- en plezierzoekers De gemeente wil goed ingericht zijn voor recreatie en toerisme. De gemeente wil dit behalen door zich in te zetten op een mooie, rustige omgeving waar genoeg recreatiemogelijkheden zijn. De ontwikkelingen richten zich op het aantrekken van meer bezoekers, maar houdt rekening met de capaciteit van de wegen, natuur en dorpen. 6. Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed De gemeente wil zich inzetten op het behouden en versterken van de eigenheid en kwaliteit van dorpen en linten. Daarnaast worden cultuurhistorische gebouwen, gebieden en landschappen behouden. Erfgoed moet beleefbaar en toegankelijk gemaakt worden voor iedereen. De gemeente kijkt naar de omgeving waarin het erfgoed ligt, waarbij kennis en maatwerk is hier van groot belang is. Als laatst is het van belang om herken bare en aantrekkelijke landschappen te realiseren. 7.

Horst aan de Maas is groen en duurzaam De gemeente Horst aan de Maas wil in 2040 zoveel als mogelijk klimaatneutraal, klimaatbestendig en natuurinclusief zijn. Dit doen ze door zelf duurzame energie op te wekken en willen een slim energiesysteem dat opwekking, gebruik, opslag en omslag met elkaar verbindt. Het reizen moet hierbij ook groener worden. De natuurgebieden zijn met elkaar verbonden en kwetsbare natuur wordt extra goed beschermd door middel van natuurbuffers. Het bodem -en watersysteem moet hierbij goed gebalanceerd zijn. 8. Onze mobiliteit is op orde De gemeente streeft naar goed en veilig bereikbare gebieden. Er zijn minder verkeersslachtoffers en men sen voelen zich veiliger in het verkeer. Zowel in als buiten de dorpen zoeken ze steeds een goede balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, voor alle vormen van vervoer. Daarnaast richten ze zich op duurzamere mobiliteit, sterkere vervoersknoop Horst-Sevenum en een betere bereikbaarheid van bedrijventerreinen.

Pag. 6 van 43

Doorwerking plangebied In figuur 1 staat de visiekaart van de gemeente Horst aan de Maas afgebeeld. Op grond van deze visiekaart is het plangebied voor alle 3 locaties (Stokterweg 10, Horsterweg 112 en Horsterweg 23b) gelegen binnen het Maasgebied binnendijks. De locatie Stokterweg 10 is gelegen in de kernrandzone. Ter plaatse van de locatie Stokterweg 10 en Horsterweg 23b wordt de ruimtelijke structuur versterkt doordat er per saldo meer bebouwing wordt gesloopt dan teruggebouwd. Hierdoor ontstaat meer openheid tussen de aanwezige bedrijven. Met het realiseren van de nieuwe woningen op de plek van de varkensstallen wordt vanuit de architectuur kwaliteit toegevoegd. Gezien de aanwezige inpassing ter plaatse en het saneren van de bedrijfsgebouwen voor de varkenshouderijactiviteiten wordt invulling gegeven aan kwaliteitsverbetering. De invulling van de landschappelijke inpassing versterkt dit beeld. Structuurrijk landschap ontstaat opnieuw door het verdwijnen van bebouwing waardoor een bijdrage wordt geleverd aan het afwisselen van open, kleinschalige en besloten gebieden en hernieuwd zicht over oude akkercomplexen. Door het slopen van bebouwing en inrichting van de locatie wordt het landschap herkenbaar en wordt de identiteit versterkt. Door de sloop en de beëindiging van de veehouderijactiviteiten neemt de emissies zoals ammoniak, geur en fijnstof af.

De gemeente vindt een gezond leefklimaat belangrijk. De nieuwe woningen worden als levensloopbestendige woning naar behoefte gebouwd. De woningen zijn zorggeschikt en duurzaam waardoor de toekomstige bewoners daar kunnen blijven wonen ook als ze zorg behoeven. De gemeente wil voldoende woningen bouwen en bestaande woningen aanpassen om op de demografische veranderingen aan te sluiten. Het initiatief is daarmee passend binnen de omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.

Pag. 7 van 43

Motivatie Bij de vaststelling dient te worden uitgaan van het geldende beleid op dat moment, in de toelichting dient daarom verwezen te worden naar de Omgevingsvisie.

Pag. 8 van 43

3.5.3 Omgevingsplan toetsing Aanhef ‘De locatie is gelegen binnen het Omgevingsplan Buitengebied Horst aan de Maas. Welke onderdeel zijn van het tijdelijk omgevingsplan.’ Vervangen door: De locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas. Welke onderdeel is van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Horst aan de Maas. 3.5.4 Stokterweg 10 Onder h ‘In onderhavig planvoornemen wordt naast de reeds bestaande bedrijfswoning een 2 e woonbestemming mogelijk gemaakt ter compensatie van de te slopen stallen op alle 3 de locaties’ Vervangen door: ‘In onderhavig planvoornemen wordt naast de reeds bestaande woning een 2e woonbestemming mogelijk gemaakt ter compensatie van de te slopen stallen op de locaties Stokterweg 10 Lottum en Horsterweg 23 Broekhuizen. Onder l ‘Na de wijziging van de bestemming wordt voldaan aan de regels van Artikel 21 met uitzondering van de hoeveelheid bijgebouwen. Hier wordt middels het Beleid Groter Bouwen gebruikt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid.’

Vervangen door: Bij een woning in het buitengebied is maximaal 150 vierkante meter aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Bij de omzetting van de functie ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ dient de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in beginsel teruggebracht te worden tot deze maat. Bij de woningen aan de Stokterweg 10 wordt respectievelijk 280 en 220 vierkante meter aan bijbehorende bouwwerken mogelijk gemaakt. Deze afwijkende oppervlakte aan bij gebouwen bij de woningen maakt deel uit van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de bedrijfsbeëindiging van de varkenshouderijen op de drie betrokken locaties. Deze afspraken zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

Verwijderen

Pag. 9 van 43

Motivatie Grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de woningen aan de Stokterweg 10 maakt uit van de afspraken die zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst, hiervoor is in deze casus geen tegenprestatie geëist. Sloop van bedrijfsbebouwing maakt deel uit van de tegenprestatie voor het realiseren van de extra woning aan de Stokterweg 10.

Pag. 10 van 43

3.5.6 Horsterweg 23/23b Onder h ‘In onderhavig planvoornemen wordt de reeds bestaande bedrijfswoning gesplitst in 3 woningen, zie onderstaand;’ Vervangen door: ‘In onderhavig planvoornemen wordt de reeds bestaande bedrijfswoning gesplitst in 2 woningen, zie onderstaand;’ Onder i, sub 1 ‘Het aantal woningen na splitsing bedraagt 3’ Vervangen door: ‘Het aantal woningen na splitsing bedraagt 2’ Onder i, sub 7 ‘per wooneenheid wordt maximaal 150 m2 aan bijgebouwen toegestaan’ Vervangen door: ‘per wooneenheid wordt maximaal 75 m2 aan bijgebouwen toegestaan’

Onder l ‘na de wijziging van de bestemming wordt voldaan aan de regels van artikel 21’ Vervangen door: Gelet op de voorwaarden genoemd onder i sub 3 en 7, kan in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties niet worden teruggevallen op de standaardregels voor woningen in het buitengebied. Het behoud van de karakteristieke kenmerken van het pand zoals bepaald door situering, maatvoering en materiaalgebruik dient daarom te worden vastgelegd in de functieomschrijving. In de bouwregels wordt vastgelegd dat de bestaande goot- en nokhoogte geldt als minimum en maximummaat, de woninginhoud niet mag worden vergroot en de situering niet mag worden gewijzigd. Verder zijn uitsluitend vrijstaande bijbehorende bouwwerken toegestaan met een maximum van 75 m2 per woning.

Motivatie aanpassing 3.5.6 Aanpassingen zijn noodzakelijk in het kader van zorgvuldigheid en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast wordt het plan ook in overeenstemming gebracht met de afspraak zoals vastgelegd in de anterieure overeenkomst voor de locatie Horsterweg 23 Broekhuizen.

Pag. 11 van 43

-

Het bestaande woonhuis wordt gesplitst in twee (2) wooneenheden, zonder dat uitbreiding van de bouwmassa plaatsvindt en waarbij de karakteristieke uitstraling van de bestaande bebouwing niet wordt aangetast. Tevens dient conform artikel 3.8.5 lid i sub 7 van het Bestemmingsplan (wijzigingsbevoegdheid) de maximale oppervlakte aan bijgebouwen per wooneenheid in totaal maximaal 75 m² te bedragen.

Artikel 4.9 Cultuurhistorie en archeologie 4.9.1 Cultuurhistorie Gemeenten moeten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het omgevingsplan. In artikel 5.130 lid 2 van het Bkl zijn hiervoor instructieregels opgenomen. Deze regels gaan over: •

Ontsiering beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten

•

Verplaatsen van beschermde monumenten

•

Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand

•

Aantasting van de omgeving van een beschermd monument

•

Aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen

•

Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.

Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling op beide locaties. Vervangen door: 4.9 Cultuurhistorie en archeologie In 2025 is het Programma Erfgoed vastgesteld voor de gemeente Horst aan de Maas. Het programma geeft uitwerking aan en organiseert de uitvoering van de ambities in de omgevingsvisie en de zorgplicht voor erfgoed zoals vastgelegd in de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat erfgoed een van de dragers van de omgevingskwaliteit en identiteit van Horst aan de Maas is. Met het programma beoogt de gemeente een zorgvuldige omgang met de fysieke resten van het verleden van Horst aan de Maas en werken we aan het beleefbaar en toegankelijk maken van dit erfgoed. Het doel is daarbij niet om een stolp over de waarden in onze omgeving te leggen, maar om zorg te dragen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij wordt de koppeling gelegd met andere gemeentelijke ambities, zoals die op het vlak van toerisme, economie, milieu en natuur. Door nieuwe functies, bijvoorbeeld bij herbestemming van gebouwen, mogelijk te maken kan tegelijk geïnvesteerd worden in behoud en beleving van het erfgoed zelf. Daarbij is het behoud van het ensemble waar het erfgoed deel van uitmaakt net zo belangrijk als het erfgoed zelf.

Pag. 12 van 43

Het Programma Erfgoed sluit aan bij de begripsbepaling van erfgoed uit de Omgevingswet: archeologische monumenten (archeologie – te verwachten en bekende waarden in het bodemarchief), cultuurlandschappen (cultuurlandschap – de structuur en elementen in het bovengrondse landelijk gebied), en monumenten en stadsen dorpsgezichten (hierna te noemen gebouwd erfgoed, waaronder zowel bouwkunst als stedenbouwkundige ensembles). Afweging bij initiatieven: De gemeente beschikt over beleidskaarten per erfgoedthema, deze vormen de basis voor het afwegingskader in de omgang met erfgoed in geval van initiatieven. Het beleid wordt hierna per erfgoedthema samengevat. Archeologie: De waarden en verwachtingen zijn vertaald naar beleidscategorieën waaraan vrijstellingsgrenzen zijn gekoppeld. Indien de oppervlakte van het plangebied en de diepte van voorgenomen ingrepen de vrijstellingsgrenzen overschrijden is onderzoek noodzakelijk. In de kaart zijn bovendien aanduidingen opgenomen: in het onderzoek dient rekening gehouden te worden met de betreffende aanduiding. Cultuurlandschap: De gemeente hanteert op basis van de waardering en onderliggende kenmerken drie beleidszones. • In gebieden met een zeer hoge waarde heeft het cultuurlandschap een zeer hoge prioriteit ten opzichte van andere belangen.

Aan een initiatief kan alleen worden meegewerkt als de cultuurhistorische waarden op de betreffende locatie niet onevenredig worden aangetast en bij voorkeur nog verder versterkt. • In gebieden met een hoge waarde heeft het erfgoedbelang een hoge prioriteit ten opzichte van andere belangen, waarbij ontwikkelingen de cultuurhistorische betekenis versterken. Een beperkte aantasting van cultuurhistorische waarden op ondergeschikte aspecten is toelaatbaar mits een compensatie van gelijkwaardige aard kan worden gevonden Is een impact van een ontwikkeling groot, dan is de mogelijkheid tot compensatie elders niet mogelijk. • In gebieden met een positieve en basiswaarde geldt dat het cultuurhistorisch belang als één van de deelbelangen in de afweging meedoet. Hierbij letten we op kansen in het ontwerp om de kwaliteit van het landschap te verbeteren via herstel van landschapselementen of kenmerken. De afweging richt zich in alle gevallen zowel op gebiedskenmerken als op het behoud van aanwezige en/of herstel van herkenbare of verdwenen cultuurhistorische landschapselementen. Initiatiefnemers dienen op beide aspecten te verantwoorden hoe zij hiermee in hun plan omgaan. Historisch stedenbouwkundige ensembles: Dit betreft de gebieden waar het gebouwde erfgoed relatief gaaf bewaard gebleven is en er sprake is van een duidelijke ruimtelijke samenhang.

De gemeente hanteert hier twee beleidszones: • In ensembles met een zeer hoge cultuurhistorische waarde krijgt het erfgoedbelang een zeer hoge prioriteit bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij getoetst wordt aan de kernwaarden van het ensemble. • In ensembles met een hoge cultuurhistorische waarde krijgt het erfgoedbelang een hoge prioriteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt getoetst aan de hoofdlijn van kernwaarden in het gebied. De gemeente beschikt tot slot over een register van gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden. Erfgoedverordening

Pag. 13 van 43

Vanwege de implementatie van de Omgevingswet is de Erfgoedverordening in 2023 geactualiseerd. Deze verordening bevat een vangnetbepaling archeologie. De verordening bevat daarnaast met name bepalingen ten aanzien van de aanwijzing en bescherming van gemeentelijk erfgoed. Vanuit het erfgoedthema archeologie is ter plaatse van de drie locaties sprake van archeologische waarden. Deze worden hierna nader toegelicht. Vanuit de erfgoedthema’s cultuurlandschap en historisch stedenbouwkundige ensembles is er ter plaatse van beide locaties geen sprake van hogere waarden en complexe ingrepen. Deze aspecten vormen geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling op beide locaties. 4.9.1 Stokterweg 10 Toevoegen op grond van de programma Erfgoed en de nieuwe archeologische beleidskaart worden de regels ten aanzien van archeologie aangepast. Perceel valt binnen het gebied met beleidscategorie 3, hier geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen vanaf 500 m2/ 40 cm onder maaiveld. 4.9.2 Horsterdijk 112 Op grond van het programma Erfgoed en de nieuwe archeologische beleidskaart worden de regels ten aanzien van archeologie aangepast. Perceel valt binnen het gebied met beleidscategorie 5, hier geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen vanaf 10.000 m2 en/of MER-plichtige projecten/ 40cm onder maaiveld. Ten opzichte van het oude archeologiebeleid is voor deze locatie sprake van een versoepeling.

4.9.3 Horsterweg 23/23b Op grond van het programma Erfgoed en de nieuwe archeologische beleidskaart worden de regels ten aanzien van archeologie aangepast. Binnen dit deel van het plangebied zijn verschillende aanduidingen relevant:

 Beleidscategorie waarde 2 (hoofdzakelijk nr. 21a maar deze maakt ook deel uit van het plangebied), hier geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen vanaf 100m2 /30 cm onder maaiveld  Beleidscategorie waarde 3, hier geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen vanaf 500 m2/ 40 cm onder maaiveld.  Beleidscategorie waarde 5 (regel waarde 6) hier geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen vanaf 10.000 m2 en/of MER-plichtige projecten/ 40cm onder maaiveld.

Pag. 14 van 43

Regels Artikel 1 Begripsbepalingen Verwijderd Artikel 1.3 Driftgevoelige functie Motivatie Begrip komt niet voor in de regels van het plan.

Artikel 5 Agrarisch met waarden 5.2 Functieomschrijving Deze is onvolledig: Toevoegen

-

Grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen

-

Wonen in bedrijfswoning

-

Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch-nevenactiviteit’: tevens de nevenactiviteiten zoals die per adres zijn aangegeven in de bij de regels behorende bijlage 1 (overzicht agrarische nevenactiviteiten) met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal 200 m2 bedraagt, dan wel het bestaande vloeroppervlak, dan wel voor zover in Bijlage 1 Overzicht agrarische nevenactiviteiten een maximaal oppervlakte is gegeven, maximaal dit oppervlak.

Opmaak aanpassen

-

Opsomming, op juiste wijze doorletteren (na e komt f)

-

Overbodige zaken (dubbel: ‘sub p’) verwijderen)

Motivatie Regel ten aanzien van grondgebonden agrarische bedrijven, dient toegevoegd te worden. In verband met het opnemen van spuitzones, maakt ook het bouwvlak Horsterweg 21a deel uit van het plangebied. Op dit perceel is op grond van het bestemmingsplan Buitengebied (onderdeel Omgevingsplan Horst aan de Maas) wel een bedrijfswoning toegestaan. Deze functie ontbreekt nu in het ontwerpplan. Ook zijn op dit perceel (nr 21a) nevenactiviteiten toegestaan. Hiervoor is op de verbeelding bij het ontwerp wel een aanduiding opgenomen, echter in functieomschrijving ontbreekt hiervoor de omschrijving deze dient te worden toegevoegd.

Pag. 15 van 43

5.3.1. Algemeen toevoegen Passage

d. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bouwvlak toegestaan, dan wel het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal, 2. indien en voorzover ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan; 3. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; Verwijderen 5.5 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 5.5.1 Hoogte erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak In afwijking van artikel 5 lid 3 kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als: a.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m;

b.

de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met de agrarische functie;

c.

de erf- en terreinafscheidingen mogen niet dusdanig gesloten zijn dat kleine dieren zoals de das er niet doorheen kunnen;

d.

bij het realiseren van de erf- of terreinafscheidingen mag geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden of natuurwaarden optreden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 12.

Vervangen door Vervangen door: 5.5. Toegestaan met vergunning 5.5.1 Toegestaan met vergunning hogere erfafscheiding buiten bouwvlak Het oprichten van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak met een bouwhoogte van meer dan 1 meter is met vergunning toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 meter; b. de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met de agrarische functie; c. de erf- en terreinafscheidingen mogen niet dusdanig gesloten zijn dat kleine dieren zoals de das er niet doorheen kunnen;

Pag. 16 van 43

d. bij het realiseren van de erf- of terreinafscheiding mag geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden of natuurwaarden optreden , zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 12.1 Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden.

Verwijderen 5.5.2 Bouwwerken ten behoeve van schuilgelegenheden dan wel kleinschalige opslag In afwijking van artikel 5 lid 3 kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met het bouwen van bouwwerken, specifiek schuilgelegenheden danwel kleinschalige opslag toch worden verleend als: a.

er niet meer dan één schuilgelegenheid dan wel bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag per bouwperceel is toegestaan

b.

een bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag uitsluitend is toegestaan grenzend aan een functievlak dan wel bouwvlak waarbinnen een (bedrijfs)woning is gesitueerd;

c.

de oppervlakte niet meer bedraagt dan 18 m²;

d.

de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m;

e.

er een kapconstructie mogelijk is, evenals een platte afdekking;

f.

het bouwwerk dient te worden omsloten met tenminste drie wanden;

g.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige aantasting van aanwezige landschapswaarden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 12 ;

h.

er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden.

Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet, geen noodzaak voor onderhavige ontwikkeling

Verwijderen 5.5.3 Bouwwerken ten behoeve van paardenbakken buiten het bouwvlak In afwijking van artikel 5 lid 3 kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met het bouwen van bouwwerken, specifiek bestaande paardenbakken, dan wel middels omgevingsvergunning als bedoeld in 5.7.1 toegestane paardenbakken buiten bouwvlak, toch worden verleend als:

Pag. 17 van 43

a.

de bouwhoogte van de omheining van paardenbakken maximaal 1,3 m bedraagt;

b.

het aantal lichtmasten ten behoeve van paardenbakken maximaal vier per paardenbak bedraagt, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedraag

Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet, geen noodzaak voor onderhavige ontwikkeling

Verwijderen 5.7 Beoordelingsregels gebruiksactiviteiten 5.7.1 Paardenbakken In afwijking van artikel 5 lid 2 kan een omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels, specifiek het realiseren van paardenbakken buiten het bouwvlak bij een (bedrijfs)woning, kan toch worden verleend als: a.

het bouwperceel een omvang van ten minste 2.500m² heeft;

b.

per woning ten hoogste één paardenbak is toegestaan;

c.

de oppervlakte van een paardenbak niet meer bedraagt dan 1.200 m²;

d.

de afstand van de paardenbak tot het bouwperceel ten hoogste 50 m bedraagt;

e.

de afstand tussen een paardenbak en een (bedrijfs)woning van derden ten minste 50 m bedraagt, tenzij deze afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt en door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden;

f.

door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie.

Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet, geen noodzaak voor onderhavige ontwikkeling

Pag. 18 van 43

Artikel 6 Wonen Aanpassen/toevoegen 6.2. Functieomschrijving a. wonen in een woning, door één huishouden b. aan huis verbonden beroepen, onder de voorwaarden zoals opgenomen in lid 5.4. c. ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristieke bebouwing’, de instandhouding en/of herstel van de karakteristieke waarde van het object, zoals wordt bepaald door de situering, de gevelindeling, de goot- en nokhoogte, de nokrichting en het materiaalgebruik. Motivatie Regels dienen aangevuld te worden in relatie tot de woningsplitsing op de locatie Horsterweg 23 Broekhuizen (toevoeging sub c).

6.3.2 Hoofdgebouwen Toevoegen regel tabel. Hoofdgebouwen

Min. Max.

Goothoogte Bouwhoogte

n.v.t. 7 m n.v.t. 11 m

Afstand tot perceelsgrens

2,5 n.v.t. m n.v.t. 1.000 m³

Inhoud Uitzondering ter plaatse van de aanduiding karakteristieke bebouwing, geldt de bestaande maatvoering van het aanwezige hoofdgebouw (goothoogte, bouwhoogte, inhoud) als minimum/maximum maat en dient de bestaande situering aangehouden te houden.

Motivatie Afspraken zoals opgenomen in de gesloten overeenkomst (welk ook voorvloeien uit de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied) dat als toetsingskader is gehanteerd, dienen op correcte wijze in het plan opgenomen te worden.

6.3.3. Aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken Toevoegen in tabel: Uitzondering:

•

ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristieke bebouwing’ zijn aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet toegestaan.

Pag. 19 van 43

•

Ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristieke bebouwing’ is maximaal 75 m2 aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken per wooneenheid toegestaan.

Afspraken zoals opgenomen in de gesloten overeenkomst (welk ook voortvloeien uit de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied dat als toetsingskader is gehanteerd), dienen op correcte wijze in het plan opgenomen te worden.

6.4 Beoordelingsregels bouwactiviteiten Verwijderen 6.4.1 Verhogen goot- en bouwhoogte hoofdgebouwen In afwijking van artikel 6 lid 2 kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met het bouwen van bouwwerken, specifiek een grotere goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen, toch worden verleend als: a. de hoogte mag met maximaal 20% worden verhoogd; b. de cultuurhistorische en architectonische waarde moeten behouden blijven; c. de landschappelijke en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Verwijderen niet omgevingswetproof, geen noodzaak voor onderhavige ontwikkeling.

Verwijderen 6.5.2 Paardenbakken In afwijking van artikel 6 lid 2 kan een omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels, specifiek het realiseren van paardenbakken buiten het bouwvlak bij een woning, kan toch worden verleend als: a. het bouwperceel een omvang van tenminste 2.500 m² heeft; b. per woning ten hoogste één paardenbak is toegestaan; c. de oppervlakte van een paardenbak niet meer bedraagt dan 1.200 m²; d. de afstand van de paardenbak tot het bouwperceel ten hoogste 50 m bedraagt; e. de afstand tussen een paardenbak en een woning van derden of andere geurgevoelige objecten van derden ten minste 50 m bedraagt, tenzij deze afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt en door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden; f. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie. Verwijderen, formulering onjuist gelet op omgevingswet.

Pag. 20 van 43

Vervangen

6.5.3 Aan huis gebonden bedrijf/kleine economie Het uitoefenen van een aan huis gebonden bedrijf/kleine economie is alleen toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu, de maximaal toelaatbare categorie is 2; b. door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen niet zodanig veranderen, dat de woning inclusief bijgebouwen het karakter van een (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk verliest; reclame-uitingen zijn niet toegestaan behoudens beperkte naamsaanduidingen aan of bij de bedrijfswoning; c. de oppervlakte van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt mag 30% van het totale vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2. Het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd; d. degene die het aan huis gebonden bedrijf uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; e. er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat in de (bedrijfs)woning; f.

de activiteit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; h. buitenopslag ten behoeve van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan. Stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen met een maximale lengte van 5 meter is toegestaan, tenzij dit leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving; i. er mag geen sprake zijn van een seksinrichting; j. detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten.

Door: 6.5.2. Vergunningplicht aan huis gebonden bedrijf Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de functie Wonen een aan huis gebonden bedrijf te exploiteren. 6.5.2.1 beoordelingsregels aan huis gebonden bedrijf. De omgevingsvergunning voor aan huis gebonden bedrijf wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

a. er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu, de maximaal toelaatbare categorie is 2; b. door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen niet zodanig veranderen, dat de woning inclusief bijgebouwen het karakter van een

Pag. 21 van 43

(bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk verliest; reclame-uitingen zijn niet toegestaan behoudens beperkte naamsaanduidingen aan of bij de bedrijfswoning; c. de oppervlakte van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt mag 30% van het totale vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2; d. degene die het aan huis gebonden bedrijf uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; e. er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat in de (bedrijfs)woning; f.

de activiteit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing;

g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; h. buitenopslag ten behoeve van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan. Stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen met een maximale lengte van 5 meter is toegestaan, tenzij dit leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving; i.

er mag geen sprake zijn van een seksinrichting;

j.

detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.

6.5.2.3. Aanvraagvereisten aan huis gebonden bedrijf In aanvulling op paragraaf 22.5.2 levert aanvrager de volgende gegevens en bescheiden aan bij een aanvraag om een vergunningplichtige gebruiksactiviteit in deze paragraaf: a. het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd.

Motivatie Formulering is aangepast aan het gemeentelijk beleid en de eisen die vanuit de omgevingswet aan de formulering van een omgevingsplanactiviteit worden gesteld.

Aanpassen 6.5.4 aan huis gebonden beroep Het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep is alleen toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de totale oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer dan 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedragen tot een

Pag. 22 van 43

maximale oppervlakte van 100 m2. Het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd; VERWIJDEREN b. degene die het aan huis gebonden beroep uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; c. de activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; d. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; e. detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten.

Motivatie Formulering is aangepast aan het gemeentelijk beleid. Activiteiten zijn toegestaan als aan voorwaarden wordt voldaan, hiervoor geldt geen vergunningplicht.

Toevoegen Nieuw artikel Artikel 7 Waarde archeologie - 2 Artikel 7.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde archeologie - 2 Artikel 7.2 Functieomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Artikel 7.3 Bouwactiviteiten Artikel 7.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in ‘Waarde – Archeologie 2’. Artikel 7.3.2 Uitzonderingen In afwijking van artikel 7.3.1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a. de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 100 m²; of c. een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 30 cm.

Pag. 23 van 43

d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. Artikel 7.3.3.Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 2’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. Artikel 7.3.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 2’ worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: i.

een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. Artikel 7.4 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Artikel 7.4.1 Vergunningplicht

Pag. 24 van 43

Het is verboden op of in de voor ‘Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j. het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m. winnen van grondstoffen; n.

het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. Artikel 7.4.2. Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 7.4.1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 100 m2; of b. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 30 cm ten opzichte van het maaiveld. Artikel 7.4.3. Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in ‘Waarde – Archeologie 2’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat:

Pag. 25 van 43

a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. Artikel 7.4.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in ‘Waarde – Archeologie 2’ worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en ii. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d.

een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c.

een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

Pag. 26 van 43

Artikel 7.5 Sloopactiviteit Artikel 7.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in ‘Waarde – Archeologie 2’. Artikel 7.5.2 Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 7.5.1 (vergunningplicht) geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde - Archeologie 2’ als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 100 m2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 30 cm ten opzichte van het maaiveld. Artikel 7.5.3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 2’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2.

Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ Artikel 7.5.4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 2’ worden aanvullend op het bepaalde in artikel 7.5.1 (vergunningsplicht) de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waaruit de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate blijkt; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit. Artikel 7.6 Voorschriften aan vergunning 1. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten, als bedoeld in artikel 7 lid 3 , artikel 7 lid 4 en artikel 7 lid 5 (bouwen, werken en werkzaamheden, slopen) in een gebied met ‘Waarde – Archeologie 2’ in het belang van de archeologische monumentenzorg, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden;

Pag. 27 van 43

b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; i. het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. 2. De voorschriften als bedoeld in het derde lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen.

Motivatie In verband met gewijzigde archeologische beleidskaart dient een extra artikel in het plan opgenomen te worden.

Vervangen Artikel 7 Waarde archeologie 3 Artikel 7 Waarde – Archeologie 3 7.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 3. 7.2 Functieomschrijving De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 7.3 Bouwactiviteiten Op en in de gronden als bedoeld in artikel 7 lid 1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakten met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid;

Pag. 28 van 43

c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 74 Beoordelingsregel bouwactiviteiten In afwijking van artikel 7 lid 3 kan een omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels, specifiek het oprichten van bouwwerken ten behoeven van de op deze gronden liggende andere functie(s), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Kan toch worden verleend als: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermde bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen , of; c. de verplichting om de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Zie artikel 15. Door: Artikel 8 Waarde archeologie 3 8.2 Functieomschrijving De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 8.3 Bouwactiviteiten 8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in Waarde - Archeologie 3. 8.3.2 Uitzonderingen In afwijking van 8.3.1 geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a. de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 500 m²; of c. een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper

Pag. 29 van 43

reiken dan een diepte van 40 cm. d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. 8.3.3 Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in Waarde - Archeologie 3 wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. 8.3.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in Waarde Archeologie 3 worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i.een bureauonderzoek ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b.

een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden

Pag. 30 van 43

in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j.het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k.

het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m. winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 8.4.2 Uitzonderingen 1. In afwijking van 8.4.1 geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 500 m2; of

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078331/1