05c.1 Toelichting bijlage
Tekst van het document
Meteriks veld 2 te Meterik
Inhoudsopgave
Bijlagen bij T oelichting
5
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
6
Bijlage 2
Ladderonderbouwing
39
Bijlage 3
Bodemonderzoek
55
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
193
Bijlage 5
Onderzoek geurhinder veehouderijen
400
Bijlage 6
Quickscan bedrijven en milieuzonering
434
Bijlage 7
Quickscan externe veiligheid
446
Bijlage 8
Advies veiligheidsregio
456
Bijlage 9
Infiltratieonderzoek
459
Bijlage 10
Quickscan flora en fauna
488
Bijlage 11
Vervolgonderzoek dassen
513
Bijlage 12
Uitwerking worst-case benadering mitigatie
520
Bijlage 13
Nader natuuronderzoek
532
Bijlage 14
Stikstofdepositieonderzoek gebruiksfase
559
Bijlage 15
Stikstofdepositieonderzoek aanlegfase
576
Bijlage 16
Archeologisch onderzoek
587
Bijlage 17
Programma van Eisen
658
Bijlage 18
Proefsleuvenonderzoek
661
Bijlage 19
Memo verkeerskundige advisering
707
Bijlage 20
Onderzoek niet gesprongen Explosieven
713
2
Bestemmingsplan "Meteriks veld 2 te Meterik" (ontwerp)
Bestemmingsplan "Meteriks veld 2 te Meterik" (ontwerp)
3
4
Bestemmingsplan "Meteriks veld 2 te Meterik" (ontwerp)
Bijlagen bij T oelichting
Bestemmingsplan "Meteriks veld 2 te Meterik" (ontwerp)
5
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan
6
Bestemmingsplan "Meteriks veld 2 te Meterik" (ontwerp)
BEELDKWALITEITSPLAN
METERIKSVELD II
Meterik
METERIKSVELD II beeldkwaliteitsplan
3462.01 juli 2022 MTD landschapsarchitecten MTD | Zuid-Willemsvaart 142 | postbus 5225 | 5201 GE ´s-Hertogenbosch T +31 (0)73 6125033 | F +31 (0)73 6136665 | E mtd@mtdls.nl | I www.mtdls.nl
plangebied
INHOUD 1 inleiding
7
2 context
9
3 stedenbouwkundig plan
13
4 beeldkwaliteit: stedenbouw & architectuur
19
5 beeldkwaliteit openbare ruimte
27
colofon
32
< locatie plangebied binnen Meterik
BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
5
SAMENVATTING PARTICIPATIEPROCES
ZICHTLIJNEN OP OPEN LANDSCHAP
GROEN UITZICHT ALS COMPENSATIE VOOR VERLIES UITZICHT OPEN LANDSCHAP
WATEROVERLAST VOORKOMEN ALGEMEEN: -géén hoogbouw/appartementen -verhouding woningtypen 30/10/60
GEEN WEGAANSLUITING DIRECT VOOR WONINGEN
VERBINDINGSROUTE TER VOORKOMING MEER VERKEER DOOR CENTRUM
-goede verdeling sociaal programma -coöperatief bouwen zit in DNA
HERKENBARE EN VEILIGE ENTREE samenvatting input participatieproces
1
INLEIDING Meteriksveld II is een woningbouwontwikkeling en dorpsuitbreiding in het dorp Meterik, Gemeente Horst aan de Maas, Limburg. Het wordt genoemd in de Structuurvisie Horst aan de Maas als ‘uitbreidingsgebied voor woningbouw W36 Schadijkerweg Oost’. Het plan bestaat uit ongeveer 100 woningen in een plangebied van ruim 5ha, net ten noorden van het dorpscentrum en het oude lint (Sint Jansstraat) van Meterik en sluit aan op de westelijk gelegen recente woonbuurt Meteriksveld I.
Meteriksveld I
Meteriksveld
Middels een participatieproces met de omwonenden en overige belanghebbenden is een integraal stedenbouwkundig ontwerp tot stand gekomen met draagvlak en bestuurlijk vastgesteld in het college in februari 2022. Voor een complete toelichting op dit vastgestelde stedenbouwkundige ontwerp wordt verwezen naar het document ‘Definitief stedenbouwkundig ontwerp woningbouwontwikkeling Meteriksveld 2’ van 24 januari 2022. De ambities en hoofddoelstellingen van het integrale stedenbouwkundige ontwerp voor deze woonbuurt zijn: - passend en vanzelfsprekend aansluitend bij de dorpse en landschappelijke structuur en karakteristieken van Meterik en de omgeving; - doorzichten vanuit de wijk en het oude lint naar het landschap ten noorden van de dorpsrand (Meterikseveld); - veilige en herkenbare aantakkingen van de nieuwe ontsluitingsstructuren op het bestaande netwerk; - aandacht en ruimte voor groen in de woonwijk, zowel om te beleven, gebruiken als versterken van de biodiversiteit; - aandacht voor een natuurlijke berging en infiltratie van regenwater en het voorkomen van overlast in natte perioden; - rekening houdend met een bestaande dassenburcht in een particulier perceel gelegen in de noord-oost hoek van het plangebied; - woningbouwprogramma aansluitend bij de woonvisie van de gemeente Horst aan de Maas (30-10-60) Leeswijzer: In dit voorliggend Beeldkwaliteitsplan worden de hoofdprincipes
en thema’s van het integrale stedenbouwkundige ontwerp nader toegelicht voor zover deze van invloed kunnen zijn op de beoogde beeldkwaliteit. Vervolgengs worden deze thema’s in hoofdstuk 4 en 5 verder uitgewerkt ten aanzien van de beeldkwaliteit aspecten zoals stedenbouwkundige principes, architectuurprincipes/ materiaalgebruik, erfafscheidingen, duurzaamheid en alle aspecten die te maken hebben met de inrichting van de openbare ruimte zoals verhardingen, straatmeubilair, beplantingen, speelvoorzieningen en waterbergingsvoorzieningen.
historisch dorpslint Meterik
Dit Beeldkwaliteitsplan heeft een compacte opzet, waarbij de genoemde aspecten met korte heldere omschrijvingen/toelichtingen en eenvoudige verbeeldingen/visualisaties en/of referenties uiteen worden gezet en daarmee als gemakkelijk toe te passen toetsingskader kan worden gebruikt door de welstand commissie ten aanzien van de toekomstige woningen en het verder uitwerken van het ontwerp voor de openbare ruimte. BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
7
situatie 1900
situatie 1950
huidige situatie
molen ‘Eendracht Maakt Macht’
2
CONTEXT ontwikkelingsgeschiedenis De ontstaansgeschiedenis van Meterik is goed te zien in de oude topografische kaarten. Op de kaart van eind 1800 is te zien dat het dorp zich ontwikkeld heeft langs een doorgaande weg van west naar oost, gelegen tussen het zuidelijk gelegen beekdal van de Kabroeksche beek en de noordelijke gelegen ‘velden’ op de hogere gronden. Een klassiek voorbeeld van de ontwikkeling van dorpen op de dekzandgronden van Brabant en Limburg. Op de kruising met de noord-zuid verbinding van Schadijk naar Sevenum is het dorpscentrum gelegen met kerk, café en dorpshuis. Vanuit het dorpslint (Sint Jansstraat) waren er tussen de woningen en boerderijen doorzichten naar het noordelijk gelegen open landschap van Meterikseveld en het zuidelijk gelegen beekdal van de Kabroeksche beek. Deze karakteristieken van dorp en landschap zijn deels nog aanwezig, al zijn door nieuwbouwontwikkelingen in de loop der tijd meer woningen aan de dorpsrand bijgekomen en zijn hier en daar de karakteristieke doorzichten verdwenen. Relatief grotere woningbouwontwikkelingen hebben plaatsgevonden aan de noord-west zijde van de dorpskern ten westen en oosten van de Schadijkerweg, zoals Meteriksveld I, dat direct aansluit op de westzijde van het plangebied Meteriksveld II.
Wat verder opvalt is de oude beltmolen (‘Eendracht Maakt Macht’), gelegen in het Meteriksveld ten noord-westen van het plangebied en het nog steeds relatief open landschap (akkers) ten noorden van het dorp.
Meteriksveld I
bos
akkers (Meterikseveld)
plangebied
dorpslint
Meterik
Horst aan de Maas
dorpskern
dorpslint
beekdal / weide
landschappelijke opbouw BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
9
uitbreidingen Horst aan de Maas nieuwe kassen
plangebied uitbreidingen laatste decennia
dorpskern historische lint
historische ontwikkeling
hoogtekaart
Bouwjaar:
<1800
1800-1850
nieuwe kassen
1850-1900
1900-1930
1930-1945
Meterik
1945-1960
1960-1975
1975-1985
1985-1995
Kabroeksebeek
1995-2005
>2005
landschapsanalyse Een beknopte inventarisatie en analyse ten aanzien van geologie, bodem, water, reliëf en ecologie biedt een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten die mede geleid hebben tot de hoofdstructuur en beoogde inrichting van het voorliggende stedenbouwkundige ontwerp.
bodemkaart
Bodem Het plangebied valt geheel binnen de bodemkwalificatie: Hoge zwarte Enkeerdgronden, lemig fijn zand. Deze bodem is prima geschikt voor de groengebieden in de openbare ruimte en tuinen van de woningen, maar is slempgevoelig en niet goed waterdoorlatend. Dit leidt in de huidige situatie al tot wateroverlast bij hevige regenval. Met de keuze van beplantingen dient rekening gehouden te worden met deze bodemeigenschappen en zullen daarmee mede bepalend zijn voor de beeldkwaliteit van het openbare groen. Water De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied ligt op ongeveer 1 meter beneden maaiveld. Bij het bepalen van vloerpeilen gebouwen en de aanleg van wegen en wadi’s/sloten zal rekening gehouden moeten worden met deze waarden, zodat wateroverlast wordt voorkomen en infiltratie en afvoer van water op de juiste wijze kan plaatsvinden.
grondwaterspiegeldiepte
Reliëf Binnen het plangebied is een hoogteverschil aanwezig van ongeveer 1 meter, waarbij de hoogste ligging aan de noordzijde ligt en de laagste ligging aan de zuidzijde van het plangebied. Bij de afwatering en berging/infiltratie binnen het plangebied zal hiermee rekening gehouden moeten worden, waarbij een natuurlijk verloop van noord naar zuid aan de orde zal zijn. Ecologie Op het moment van tot stand komen van dit document is alleen bekend dat er in de noord-oost hoek, op een particuliere kavel een dassenburcht aanwezig is. In het stedenbouwkundig plan is hiermee rekening gehouden.
problematiek nu - klimaatonderlegger BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
11
bomen
woningen
brug over wadi
straatverlichting
wandelpaden
groene parkeerplaatsen
straat
trottoir
zitbank
stedenbouwkundig plan (overzicht) MTD landschapsarchitecten februari 2022
3
STEDENBOUWKUNDIG PLAN stedenbouwkundig ontwerp De basis voor de stedenbouwkundige beeldkwaliteit principes is gelegd in het stedenbouwkundig ontwerp, dat tot stand is gekomen in een intensief participatieproces en de beleidsuitgangspunten van de gemeente Horst aan de Maas, en is vastgesteld in februari 2022 (zie document van 24 januari 2022). De opzet van het stedenbouwkundige ontwerp heeft de volgende hoofdkenmerken: Het bebouwingsprogramma is verdeeld in 3 rechthoekige bouwvelden die zich oriënteren in noord-zuid richting en daarnaast 2 ‘stroken’ langs de achterzijde van de tuinen van de bestaande woningen aan het dorpslint. Door deze opzet ontstaan er geen ‘achterkanten’ van tuinen die vanuit het openbare gebied direct zichtbaar zijn. Tegelijkertijd zijn er tussen deze bouwvelden brede, groene stroken in de openbare ruimte voorzien die zichtlijnen en verbindingen vormen vanuit het dorpslint naar het noordelijke gelegen landschap.
openbare groene ruimtes: doorzichten naar het landschap
richtbeeld groene open ruimte BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
13
afwatering parkeerplaats richting wadi’s
wadi’s
overstort
afwateringsplan
De noord-zuid georiënteerde groene ruimtes tussen deze bouwvelden vormen niet alleen zichtlijnen en verkeerskundige verbindingen vanuit de woonwijk naar het landschap, maar zijn ook de gebieden waar het groene karakter van de woonwijk wordt verwezenlijkt en de waterberging en afvoer van regenwater wordt voorzien, en waar gespeeld en gerecreëerd kan worden en waar het groen maximaal beleefd kan worden zowel vanuit de woningen als vanuit de openbare ruimte zelf.
voorbeelden natuurlijke afwatering BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
15
ontsluiting auto’s
ontsluiting voetgangers
struinpaden
entree gebied
routing
Het parkeren voor de woonwijk is verdeeld in 3 principes: éénzijdig langs de straten, op eigen terrein (bij vrijstaande woningen en tweekappers) en in elk bouwveld middels een ‘parkeerkamer’ in het binnengebied van de bouwvelden. Op deze wijze is het parkeren niet dominant aanwezig in de openbare ruimte. Er is een centrale hoofdruimte in de woonwijk, op het ‘knikpunt’ van de doorgaande ontsluitingsweg (van oost naar west). Deze ruimte heeft een meer bijzondere betekenis in gebruik en beleving, het vormt een ruimte waar buurtevenementen kunnen plaatsvinden en waar een grotere speelvoorziening een plek kan krijgen. Langs de noordrand van de woonwijk is een relatief brede groenstrook voorzien, die een geleidelijke overgang vormt van de bebouwing naar het landschap, en waar tevens een recreatief wandelpad is voorzien om het landschap te beleven en waar over de gehele lengte ook de opvang van water in plaatsvindt. Water dat eventueel ook nog afstroomt vanaf de akkers naar het zuiden (bij hevige regenval) wordt hier ook in geborgen.
parkeren BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
17
vrijstaand
tweekappers
rijwoningen
woningtypes (indicatief / voorbeelduitwerking)
4
BEELDKWALITEIT PRINCIPES STEDENBOUW & ARCHITECTUUR
Vanuit bovenstaande hoofdprincipes van het integrale stedenbouwkundig-landschappelijke ontwerp gelden de volgende specifieke stedenbouwkundige principes:
Dorps karakter (schaal, maat, korrel) De dorpse stedenbouwkundige kenmerken van Meterik worden ook toegepast in deze nieuwe woonwijk. Hierbij is het van belang de verschillende woningtypen te ‘mixen’ en gelijkmatig te verdelen in de woonwijk, zodat geen grootschalig beeld ontstaat van alleen rijtjeswoningen, tweekappers of vrijstaande woningen. De verdeling van het woningbouwprogramma (30-10-60) dient dus gelijkmatig verdeeld te worden binnen de bouwvelden, waarbij (korte) rijtjeswoningen, tweekappers en vrijstaande woningen zich afwisselen. In het kaartbeeld ’woningtypen’ is een voorbeelduitwerking gemaakt die deze mogelijke verdeling weergeeft. Er is dus enige flexibiliteit bij de uitwerkingen van de bouwvelden, met in achtneming van dit stedenbouwkundige principe.
referentie mixen van verschillende woontypen
referentie korte rijtjeswoningen BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
19
verspringende rooilijnen en verbijzondering hoekpunten
Rooilijnen De rooilijnen van de woningen van zowel de rechthoekige bouwvelden als de ‘stroken’ langs de bestaande achtertuinen, dienen te verspringen, zodat een enigszins ‘rafelige’ lijn van bebouwing ontstaat. De maat die hierbij gehanteerd dient te worden is minimaal 2 en maximaal 5 meter verspringing van de rooilijn tussen de onderlinge woningen/woonblokken. Indien er sprake is van parkeren op eigen terrein dient rekening gehouden te worden met een opstelruimte van een auto zodat hij niet op openbaar gebied komt te staan. De bedoeling van dit stedenbouwkundige principe is om daarmee aan te sluiten bij de dorpse schaal en karakteristieken van de huidige bebouwingen in Meterik.
Verbijzondering ‘hoeken’ Op de hoekpunten van de rechthoekige bouwvelden dienen de woningen een oriëntatie te krijgen naar twee zijden, middels bijvoorbeeld de positie van de entree van de woningen in de ene richting en de ‘voorgevel’ in de andere richting. Dit dient versterkt te worden in de architectonische uitwerking middels details en gevelindeling.
referentie verbijzondering ‘hoeken’
Oriëntatie gevels De overige woningen oriënteren zich parallel met de voorgevel naar de straat, dit geldt zowel voor de rijtjeswoningen, tweekappers als vrijstaande woningen. Aanbouwen en garages zijn altijd terug liggend of aan de achterzijde van de woningen.
Dakvormen en dakkapellen Daken zijn met schuine kappen en symmetrisch met een hoek tussen de 30 en 55 graden. Goothoogten zitten tussen de begane grond en eerste verdieping (3-6 meter) en de nokhoogte is maximaal drie lagen hoog (6-10 meter). De woningen hebben ‘simpele’ vormen en zijn niet rijk gedetailleerd en niet voorzien van grote contrasten in kleurgebruik en/of materiaalgebruik. Groene daken en toepassing van PV panelen zijn welkom, vooral op bijgebouwen en uitbreidingen. PV panelen dienen te worden geïntegreerd in het dakvlak, dus geen ‘losse’ opbouwen. Eventuele dakkapellen zijn ondergeschikt en worden als onderdeel van de woningmassa ontworpen. Kleur en materiaalgebruik sluiten aan bij de hoofdmassa.
referentie verspringende rooilijnen
straat
diagrammen massa, vorm & oriëntatie voorgevel
max. 3 laags spitshoogte
max. 2 laags
min. 2 laags
max. 55o
min. 30o
goothoogte
min. 1 laag
referentie dakkappellen
diagrammen daken BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
21
referentie PV panelen geïntegreerd en qua kleur passend bij dakpannen
referentie gevelindeling
referentie bakstenen
referentie integratie buiteninstallaties
Integratie buiteninstallaties Bij het toepassen van warmtepompen en dergelijke dient een in de architectuur geïntegreerde oplossing te worden voorzien. De voorkeur is om in het dak een geïntegreerde voorziening op te nemen die aansluit bij de kleurstelling van de dakbedekking (zie richtbeeld).
steen
steen
Gevelindeling Gevels hebben een ‘ordentelijke’ uitstraling: een regelmatige geometrie in raam en deurpatronen, met een voorkeur voor symmetrie. Straatgevels hebben ook een relatief gesloten beeld, glas is dus niet dominant aan de gevels. Materiaalgebruik Hoofdmateriaal van de gevels is baksteen, met kleurvariaties tussen rood en (donker)bruin. Toevoegingen aan de gebouwen buiten de hoofdvolume kunnen in een ander materiaal worden uitgevoerd. Dit geldt voor veranda’s, pergola’s, schuurtjes/bergingen en eventuele uitbouwen. Hierbij dient gekozen te worden voor een hoogwaardig materiaal dat mooi veroudert, zoals hout of staal. Bijgebouwen direct aansluitend op het hoofdgebouw kunnen hetzelfde materiaalgebruik krijgen. Kleuren van kozijnen en deuren zijn niet dominant, maar passen bij de gevelkeur. Dakpannen zijn donker van kleur (antraciet/grijs/donkerbruin). Het is niet toegestaan om op een later moment de gevelstenen te schilderen.
dakpannen
kozijnen
zonnepanelen
hout
diagrammen gevels BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
23
referenties erfafscheidingen
Erfafscheidingen Erfafscheidingen die direct grenzen aan de openbare ruimte zijn groen of mee ontworpen in de architectuur en materiaalgebruik van de woning. Maximale hoogte 1.80 meter. Groene afscheidingen zijn eenduidig qua plantsoortkeuze zoals hulst-, liguster-, esdoornhaag of klimoprasters. Dit geldt zowel voor de erfgrenzen aan de zijkant van de tuin, alsook aan de achterkanten van de tuin waar die grenzen aan de openbare parkeervoorzieningen. Met name voor de achterkant van de tuinen is het van belang dat eventuele bouwkundige onderdelen zoals schuurtjes en poorten op een hoogwaardige manier, zowel qua architectuur als materiaalgebruik, worden uitgevoerd.
BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
25
betonklinkers keiformaat roodbruin
voetpaden betontegels
keperverband
halfsteensverband
parkeren
struinpad
conform gemeente
halfverharding
verhardingsplan
5
BEELDKWALITEIT OPENBARE RUIMTE richtbeeld betonklinkers keiformaat rood bruin (conform Meteriksveld I)
In het stedenbouwkundig ontwerp is de basis gelegd voor de principes van de openbare ruimte, zoals de wegen en padenstructuur, de waterstructuur de beplantingsstructuur en het gebruik van de openbare ruimte voor spelen, ontmoeten en ontspannen. Het groene karakter van de woonwijk is een belangrijk uitgangspunt. Niet alleen groen vanuit beleving maar ook met een betekenis en waarde voor natuur (biodiversiteit) en klimaatadaptatie. Bij de uitwerking van de openbare ruimte gelden vanuit deze principes en doelstellingen de volgende voorwaarden:
richtbeeld voetpaden betontegels
Verhardingen De verhardingen binnen de woonwijk hebben een eenduidig karakter en sluiten aan bij reeds bestaande verhardingen in de omgeving, zodat de woonwijk onderdeel wordt van een groter geheel. Onderscheiden worden: Verharding rijwegen: klinkers rood-bruin in keiformaat. Trottoirs/voetpaden: betontegel 30x15 cm of 20x20 cm grijs Parkeerplaatsen: betonklinkers en indeling conform principe detail gemeente Horst aan de Maas (zie referentiebeeld) Recreatieve wandelpaden langs het landschap: gestabiliseerde halfverharding, kleur geel-bruin.
richtbeeld parkeren (conform Meteriksveld I)
richtbeeld struinpad halfverharding BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
27
bloemrijk grasland
houtwal
laanbomen
losse bomen en struiken
beplantingsplan
Groen/beplanting De keuze van de beplanting is enerzijds gericht op het toepassen van soorten die inheems zijn en waarden toevoegen aan de biodiversiteit. Anderzijds dient het sortiment afgestemd te zijn op de aanwezige grondsoort en klimaat. Dit geldt zowel voor (laan)bomen, heesters/houtwallen als de onderbeplantingen en grasvelden/weides. De langgerekte noord-zuid georiënteerde groene ruimtes bestaan uit wadi’s met losgeplaatste (klimaat-)bomen en heesters langs de wadi’s en in het gras. Het is hierbij van belang de zichtlijnen vanuit de woonwijk naar het landschap te borgen. Bij het plaatsen van bomen, heesters en struwelen dient dus met een doorzicht van zuid naar noord rekening gehouden te worden. De grasvlakken worden extensief beheerd (bloemenweides) met op sommige plekken intensiever gemaaide delen voor speelplekken/trapveldjes. Hierbij gelden soorten als berk, els, wilg, eik, esdoorn, vuilboom, hazelaar en linde. Ook het toepassen van notenbomen zoals walnoot, hazelaar en tamme kastanje is op sommige plekken mogelijk, dat ook gebruikt kan worden als ‘pluk’ vruchten voor de wijkbewoners. Juist dit soort beplantingen zijn goed mogelijk, gezien de ‘rijkere’ grondsoort (enkeerdgrond). Langs de doorgaande oost-west verbinding door de woonwijk wordt een laanbeplanting aangebracht van lindebomen. (Tilia cordata).
Het doel van deze laan is een herkenbare ‘ruggengraat’ te verkrijgen die de verschillende bouwvelden met elkaar verbindt. De parkeerkoffers worden voorzien van bomen tussen de parkeerplaatsen, soort: boomhazelaar en honingboom. Het doel van deze bomen is het verkrijgen van een menselijke schaal in deze openbare ruimtes en het bieden van enige schaduw op de geparkeerde auto’s. Aan de noord-oost zijde van de wijk dient een ‘gesloten’ houtwal aangeplant te worden, waardoor een dichte overgang ontstaat naar de aanwezige dassenburcht. Deze houtwal kent dezelfde soorten als in de wadi zones. Wadi’s De groene openbare ruimtes zijn rijk voorzien van wadi’s voor de berging en infiltratie van regenwater. Deze wadi’s hebben een natuurlijke uitstraling, dus niet strakgetrokken maar met een landschappelijke vormgeving. De taluds van de wadi’s dienen gemaaid te kunnen worden en hebben een helling van minimaal 1:3. De wadi’s worden ingezaaid met een bloemenmengsel (gericht op een iets rijkere grondsoort) en dienen extensief gemaaid/onderhouden te worden (1 à 2 x per jaar maaien en afvoeren). De wadi’s zijn onderling gescheiden door dammetjes, waarover ook de dwarsverbindingen voor voetgangers gelegen zijn.
In de dammetjes kunnen overstorten worden opgenomen, indien bij zware regenval de berging niet voldoende mocht zijn en er een afvoer richting het lager gelegen zuidelijk deel van de woonwijk nodig mocht zijn.
BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
29
referentie picknickbank
referentie omheinde speelplek
^ profiel F 1:200 referentie natuurlijk spelen
referentie verlichting (conform standaard gemeente Horst aan de Maas)
Openbare verlichting De hele woonwijk wordt verlicht met één type verlichting: een paaltop armatuur met een hoogte van 4,5 meter, vergelijkbaar met de verlichting in Meteriksveld I. Speelvoorzieningen en meubilair De speelvoorzieningen en meubilair hebben een robuuste, natuurlijke uitstraling en/of natuurlijke materialen, zoals hout (gecombineerd met verzinkt staal waar nodig), boomstammen en stapstenen/ keien deze voorzieningen kunnen random verdeeld worden in en langs de wadi’s. Op de centrale ruimte in de woonwijk komt een speelplek met voorzieningen voor de kleine jeugd. Hier kunnen meer specifieke speelobjecten worden toegepast zoals een glijbaantje, klautertoestellen en dergelijke, maar ook in een natuurlijke ‘look’ en uitstraling. De omheining is van hout gecombineerd met een haag en maximaal 1 meter hoog. Verwacht wordt dat met nog te verrichten archeologisch onderzoek sporen van bewoningen uit het verre verleden zullen worden gevonden. Voorgesteld wordt om resultaten hiervan als inspiratie te gebruiken voor de in te richten speel- en verblijfsruimten. Zitmeubilair is voorzien aan de noordzijde van de woonwijk met uitzicht naar het landschap en kan ook op enkele plekken in de centrale groene ruimtes worden toegepast. Ook deze elementen hebben een robuuste, natuurlijke uitstraling van hout (zie richtbeeld).
* *
*
* *
picknickbanken
* *
omheinde speelplek
*
*
natuurlijk spelen
straat armatuur BEELDKWALITEITSPLAN METERIKSVELD II
31
opdrachtgever: Gemeente Horst aan de Maas
planteam: Ruud Dubbeld
landschapsarchitect / MTD Landschapsarchitecten
Tom Hunter stedenbouwkundige Lisan van der Wielen
landschapsontwerper
Bijlage 2 Ladderonderbouwing
Bestemmingsplan "Meteriks veld 2 te Meterik" (ontwerp)
39
Advies
advies
Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
project Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2 datum 27 juni 2022 opdrachtgever gemeente Horst aan de Maas projectnummer P05083 opgesteld door DBo, JvdL i.a.a. SSh
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Horst aan de Maas heeft het voornemen om op de locatie Meteriks Veld 2 te Meterik maximaal 110 woningen te realiseren. Op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden onderzocht of het plan voorziet in een behoefte en of er sprake is van duurzaam ruimtegebruik.
1.2 Toepassing Ladder voor Duurzame Verstedelijking Het functioneel gebruik van de gronden ten behoeve van de functie wonen wordt door het vigerend bestemmingsplan niet toegestaan. De planlocatie is gedeeltelijk gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' (vastgesteld 19 december 2017). Het plangebied is daarin bestemd tot 'Agrarisch met waarden’. Het overige gedeelte van het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan ‘Peelkernen’ (vastgesteld 10 november 2009). Het plangebied is daarin bestemd tot ‘Wonen’ (zonder bouwvlak). Beide bestemmingsplannen staan de beoogde inrichting van het plangebied als woongebied niet toe. Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. In art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: ‘ladder’). De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst.
Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
De realisatie van de woningen geldt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling: 1. Het plangebied heeft in het bestemmingsplan de bestemmingen: ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Wonen’ (zonder bouwvlak). Op basis hiervan is wonen op de locatie, zoals beoogd door het initiatief, niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om maximaal 110 woningen te bouwen kan onder deze definitie worden geschaard. 3. Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging gaat van maximaal 110 woningen, kan het initiatief gekwalificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Bij het opstellen van de bestemmingsregeling is het uitgangspunt dat niet méér dan 110 woningen mogelijk worden gemaakt. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
1
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
1.3 Planinitiatief
1.4 Opzet onderzoek
De planlocatie is gelegen ter hoogte van Meteriks Veld en Sint Jansstraat (figuur 1) en het perceel staat kadastraal bekend als Horst, sectie M, nummer 2605 en sectie O, nummers 354, 355 en 356 (figuur 2).
Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de toevoeging van maximaal 110 woningen te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt:
Uit het Definitief stedenbouwkundig ontwerp (d.d. 24 januari 2022) blijkt dat het plangebied ruimte biedt voor circa 100 woningen, met een marge van 10% betekent dat maximaal 110 woningen. Enkele belangrijke uitgangspunten: Er wordt een verhouding in segmenten beoogd van 30% sociale huur, 10% vrije sector huur en 60% koop in diverse prijscategorieën. Qua woningtypen gaat het ontwerp uit van 16 vrijstaande woningen, 42 tweekappers en 41 rijwoningen (figuur 3). Er is in het ontwerp veel aandacht voor groen, spelen en zichtlijnen op het open landschap.
Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied?
Figuur 1: Ligging plangebied
Figuur 2: Afbakening plangebied
maandag 27 juni 2022
Voor het antwoord onderzoeken we zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen.
Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is onder andere gekeken naar: Omgevingsvisie Limburg (2021); Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 (2020); Limburgse Woonmonitor 2021; Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 (2020); Woningbehoefte Noord-Limburg 2015-2025 (2016); Structuurvisie Horst aan de Maas (opnieuw vastgesteld in 2019); Masterplan 2021-2025, Horst aan de Maas (2021); Woningbehoefteonderzoek door Stec Groep (2020); Ontwerp Omgevingsvisie, Horst aan de Maas (2021).
Figuur 3: Suggestie woningtypen (groen = vrijstaand, oranje = tweekapers, rood = rijwoningen) 2
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
2 Toetsing aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking Bij de toetsing van het initiatief aan de ladder zijn de volgende aspecten van belang: Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling: wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte te bevatten binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling: bij de beoordeling van de behoefte dient het bestaande aanbod en vraag betrokken te worden. Bovendien dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben, dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De ligging van de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied: op basis van met name de bestemming wordt beoordeeld of de ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Als de woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.
maandag 27 juni 2022
2.1 Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om de gemeente Horst aan de Maas als primaire verzorgingsgebied en de woonregio’s Venlo en Venray als secundaire verzorgingsgebied. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in bijlage 1 van deze notitie. Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente: Provinciaal, regionaal en gemeentelijk wordt benadrukt dat doorstroming van belang is om een toekomstbestendige woningmarkt te creëren met voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Het initiatief Meteriks Veld 2 creeert mogelijkheden voor doorstroming en het maken van wooncarrière door een gevarieerd woningbouwprogramma te realiseren, zowel qua segmenten (sociaal, midden, duur) als woningtypen (vrijstaand, tweekappers, rijwoningen).
Regionaal en gemeentelijk uit zich dit in beleid waarbij aandacht besteed wordt aan de leefbaarheid van kleine kernen en daar de doorstroming op gang te laten komen. Specifiek moet in die kernen gebouwd worden naar behoefte. Het toevoegen van woningen kan bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid, maar
vooral om de doorstroming te bevorderen. Het initiatief in Meterik draagt bij aan deze ambities. Het streven van de gemeente is om 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop in diverse prijscategorieën te realiseren. Op basis van behoefteonderzoek (woonenquête) en prognoses is de inschatting dat voor Meteriks Veld 2 het aandeel markthuurwoningen kan worden verlaagd van de in het Masterplan Wonen opgenomen 30% naar 10%. De verdeling voor Meteriks Veld 2 is dan 30/10/60: 30% sociaal, 10% markthuur en 60% koop. Daarnaast geldt dat woningbouw zoveel plaats vindt binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Hiervan is sprake bij het initiatief. Meteriks Veld fase 2 betreft op dit moment nog agrarische grond, maar de locatie sluit aan op bestaand woongebied (zie paragraaf 2.3 voor een uitgebreide toelichting).
Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van maximaal 110 woningen voorziet nadrukkelijk in een kwantitatieve behoefte: De regio Noord-Limburg vindt het van belang dat de plancapaciteit in lijn is met de huishoudensprognose, zodat er kan worden gebouwd naar reële behoefte. Het aantal huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas neemt tot 2031 toe met ruim 1.400, een stijging van circa 7,7%. De aanzienlijke behoefte in de gemeente Horst aan de Maas wordt onderschreven in het gemeentelijke Masterplan Wonen. Daarin wordt alleen al tot 2025 ingezet op de bouw van circa 1.000 extra woningen. Het aantal huishoudens neemt relatief meer toe dan het inwonertal, wat betekent dat de gemiddelde omvang van huishoudens de komende jaren afneemt. Dit sluit aan bij de landelijke trends van individualisering en vergrijzing (toename van een- en tweepersoonshuishoudens).
3
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
De huishoudensontwikkeling geeft een reëel beeld van de woningbehoefte. Wanneer de actuele woningbehoefte (rekening houdend met opgeleverde woningen in 2021) wordt afgezet tegen de bestaande harde plancapaciteit blijkt dat er in de gemeente Horst aan de Maas onvoldoende harde plancapaciteit is om in de behoefte te voorzien. Rekening houdend met bestaande harde woningbouwplannen (eigen gegevens gemeente Horst aan de Maas) is er nog ruimte voor ruim 900 woningen op gemeenteniveau, waarvan 67 woningen in de kern Meterik en 324 woningen in de kern Horst dienen te landen. Met de realisatie van 110 woningen in Meterik overschrijdt het initiatief de lokale behoefte. Gezien de nabijheid van Meterik tot Horst is het echter logisch dat Meterik als overloopgebied functioneert en een deel van de woningbehoefte van Horst opvangt. Oftewel: er is voldoende planologische ruimte om de 110 woningen toe te voegen. Het beeld in de woonregio’s Venlo en Venray is vergelijkbaar. Afgezet tegen de harde plancapaciteit bestaat nog ruimte voor circa 2.350 extra woningen.
Kwalitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling Meteriks Veld 2, waarbij verschillende woningtypen worden gerealiseerd in de verhouding 30/10/60, voorziet in een kwalitatieve behoefte: Door de demografische ontwikkeling is in heel NoordLimburg nadrukkelijk behoefte aan woningen die geschikt zijn voor ouderen. Daarbij kan gedacht worden aan grondgebonden levensloopbestendige woningen (seniorenwoningen), maar ook aan gestapelde levensloopbestendige woningen (appartementen met lift). Op de korte termijn is echter nog altijd sprake van behoefte aan reguliere grondgebonden woningen, zoals rijwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen. Te
maandag 27 juni 2022
meer omdat dit de gewenste doorstroom op de woningmarkt bevordert. Deze vraag komt met name van jonge huishoudens en gezinnen, die naar verwachting tot 2030 blijven toenemen. Bovendien is ook een deel van de groeiende groep ouderen nog vitaal en wil graag in een reguliere grondgebonden woning blijven wonen. Met de realisatie van grondgebonden woningen in diverse prijsklassen voorziet het initiatief in deze behoefte. Ook de woningbehoefte onder starters is groot. Starters hebben vaak beperkte financiële middelen. De behoefte onder starters varieert van huur- en koopwoningen in het goedkope tot middeldure segment. Een andere manier om de woningmarkt voor starters toegankelijker te maken is om de doorstroom te bevorderen. Dit betekent het toevoegen van woningen voor ouderen of gezinnen, zodat deze kunnen doorstromen en plek vrijmaken voor starters. Het initiatief draagt hier aan bij door vrijstaande woningen, tweekappers en rijwoningen te realiseren. De positie van ‘middeninkomens’ op de woningmarkt staat landelijk onder druk, zo ook in Horst aan de Maas. Deze groep is nu veelal aangewezen op de vrije huursector. Om de positie van middeninkomens te verbeteren zijn veel meer betaalbare woningen nodig, zowel huur als koop.
Aan deze behoefte kan invulling worden gegeven door de toevoeging van huur en koopwoningen in het middeldure segment, hier voorziet het initiatief Meteriks Veld 2 in door een deel van de huur- en koopwoningen in dit segment te realiseren. De richtlijn bij nieuwbouwontwikkelingen in Horst aan de Maas is 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koopwoningen. Op basis van behoefteonderzoek (woonenquête) en prognoses is de inschatting dat voor Meteriks Veld 2 het aandeel markthuurwoningen kan worden verlaagd van de in het Masterplan Wonen opgenomen 30% naar 10%. De verdeling is dan 30/10/60. Specifiek
is in de kern Meterik een (lichte) vraag naar alle woningtypen aangezien vrijwel alle doelgroepen een lichte groei laten zien. Daardoor ontstaat vraag naar nultredenwoningen (ouderen), maar ook reguliere grondgebonden (koop)woningen.
2.2 Geen onaanvaardbare leegstandseffecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van maximaal 110 woningen te Meteriks Veld 2 onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden in de gemeente Horst aan de Maas. De woningbehoefte in de kern Meterik én kern Horst is groot genoeg waardoor ook na realisatie van Meteriks Veld 2 behoefte blijft bestaan aan woningen. Dit geldt met name voor Horst, de behoefte in Meterik wordt ingevuld met dit initiatief. Een gezonde woningmarkt kent bovendien een leegstand van circa 2%. Deze frictieleegstand is van belang om de dynamiek binnen de woningmarkt op te kunnen vangen. De gemeente Horst aan de Maas had in 2021 een woningleegstand van 2%.
2.3 Gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het plangebied ligt grotendeels binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' (vastgesteld op 19 december 2017) en de gronden zijn bestemd
4
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
als 'Agrarisch met waarden’. De zuidwesthoek van het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Peelkernen’ (vastgesteld op 10 november 2009). Hier geldt de bestemming ‘Wonen’ (zonder bouwvlak). Dit betekent dat het merendeel van het plangebied geen stedelijke functie heeft. Het plangebied sluit met de noordwestzijde aan op een bestaande woonwijk en in het zuiden op vrijstaande woningen aan de Sint Jansstraat. Het gebied vormt als het ware een overgang tussen het dorp en het landelijk gebied. Het plan is omringd door de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Meterik zijn geen andere locaties beschikbaar waar ruimte is voor de maximaal 110 nieuwe woningen, die gerealiseerd worden om te voorzien in de eigen woningbehoefte van Meterik en Horst. Het plangebied tussen de Meteriks Veld en Sint Jansstraat biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen aan de woningbehoefte in Meterik, omdat er fysiek ruimte is en deze locatie al grotendeels omringd wordt door andere woningen en daarmee aansluit aan het stedelijk gebied. Andere locaties waar woningbouw fysiek mogelijk zou zijn, bevinden zich ook buiten het bestaand stedelijk gebied.
Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de kern Meterik, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Hoewel de planlocatie officieel niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt, wordt de locatie deels omringd door bestaande stedelijke functies wat de keuze voor deze locatie toch geschikt maakt. Dit sluit aan bij het beleid van de gemeente Horst aan de Maas om zoveel mogelijk aansluitend op bestaande dorpen te bouwen.
maandag 27 juni 2022
5
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
Bijlage 1: Onderbouwing woningbouwbehoefte B1.1 Afbakening verzorgingsgebied Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/migratiestromen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats.
één subregio vanwege de sterke regionale samenhang. In totaal vindt circa 72% van de verhuisbewegingen plaats binnen de woonregio Venray en circa 9% van de verhuisbewegingen is afkomstig uit de woonregio Venlo. Het primaire en secundaire verzorgingsgebied samen zijn goed voor circa 81% van alle verhuisbewegingen binnen en naar de gemeente Horst aan de Maas. Daarnaast zijn er nog verhuisbewegingen uit diverse andere gemeenten in Nederland. Dit aandeel is echter maximaal 1% (Eindhoven). De overige verhuisbewegingen zijn in het vervolg van deze analyse daarom buiten beschouwing gelaten.
B1.2 Kaderstellend beleid Tabel 1: Verhuisbewegingen Horst aan de Maas (CBS 2020) Verhuisbewegingen
Relatief
In deze paragraaf is het kaderstellend beleid van provincie, regio en gemeente in beeld gebracht. Op basis van dat beleid wordt voorliggend initiatief afgewogen.
Gemeente Horst a/d Maas
67%
Vanuit woonregio Venray (excl. Horst a/d Maas)
5%
Rijk
Vanuit woonregio Venlo (Venlo, Peel & Maas, Beesel)
9%
Totaal
81%
De woningmarktregio is ontstaan in de Woningwet 2015. De negentien woningmarktregio’s (Woningwet) vormen de kernwerkgebieden van woningcorporaties. Elke corporatie heeft één woningmarktregio als kernwerkgebied. De woningmarktregio’s zijn tot stand gekomen aan de hand van door gemeenten gezamenlijk ingediende voorstellen. De gemeenten in de provincie Limburg vormen samen één woningmarktregio: Limburg.
In de gemeente Horst aan de (a/d) Maas betreft 67% van de verhuisbewegingen bewegingen binnen de eigen gemeente (tabel 1). Daarmee wordt de gemeente Horst a/d Maas gezien als het primaire verzorgingsgebied. In de kwantitatieve en kwalitatieve analyse wordt daarom primair gekeken naar de eigen gemeente. De gehele woonregio Venray (Horst a/d Maas, Venray) en de woonregio Venlo (Venlo, Peel en Maas, Beesel) vormen het secundaire verzorgingsgebied. Beide woonregio’s behoren tot de regio Noord-Limburg en worden doorgaans gezien als
maandag 27 juni 2022
Provincie Limburg De Omgevingsvisie Limburg (2021) stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten. De provinciale ambitie ten aanzien van wonen is een voortreffelijk woon- en leefomgeving waar mensen zich prettig voelen, met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk
op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelfgekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. De hoofdlijnen binnen het thema ‘wonen en leefomgeving’ zijn: Een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Woningbouwontwikkelingen worden bekeken vanuit een brede maatschappelijke context. Verduurzaming en levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen wordt gestimuleerd. Het op orde brengen van de kwaliteit van bebouwd gebied heeft voorrang. Dat betekent dat eerst leegstaand vastgoed hergebruikt en herbestemd wordt en dat wonen in principe alleen toegestaan is in daarvoor bestemde woongebieden. Hierop kunnen (tijdelijke) uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. De Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 (2020) geeft richting aan de activiteiten waar de provincie zich op wil richten. Doorstroming op de woningmarkt staat hierbij centraal en om dit voor elkaar te krijgen is actie nodig: versnellen, versterken en doorzetten. Het doel van de agenda is om een bijdrage te leveren aan een gezonde woningmarkt.
Hieronder wordt een woningmarkt verstaan die met haar aanbod voldoende inspeelt op onderstaande aspecten: De huidige en toekomstige woonbehoeften. Er wordt gebouwd naar gelang de behoefte, daar waar tekorten zich voordoen. Mogelijkheid tot doorstroming en wooncarrière maken. Toegankelijk en betaalbaar. Voor iedereen dient een passende woning te zijn, ook wat betreft leefstijl.
6
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
Geen overschot. Er mag geen sprake zijn van overschot welke leidt tot leegstand (met uitzondering van de benodigde frictieleegstand van 2%). Flexibiliteit en nieuwe, tijdelijke bouwconcepten. Eigen keuze is van belang. Een woning past bij de leefstijl van een bewoner die tot op zekere hoogte ook kan bepalen hoe, in welke samenstelling en waar hij of zij wil wonen; De woonomgeving is minstens zo belangrijk, evenals de mogelijkheden die bewoners hebben om hier invloed op uit te oefenen.
Regio Noord-Limburg In de Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Daarover staat aangegeven: Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff /Etil wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Gekeken dient te worden naar koppelkansen, denk hierbij aan het oplossen van leegstand, herstructurering ‘rotte plekken’, invulling cultuurhistorisch waardevolle panden etc.;
maandag 27 juni 2022
Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte. Denk hierbij aan een mix van sociale- en middenhuur, levensloopbestendige woningen en andersoortige toekomstbestendige woonconcepten; De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na, met woonconcepten die een bijdrage leveren aan ‘het zorgen voor elkaar’; Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.
Aanvullend wordt het volgende benoemd: Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. Ook dient aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.
Gemeente Horst aan de Maas De Structuurvisie Horst aan de Maas 2013 (opnieuw vastgesteld in 2019) bevat de hoofdlijnen van de voorgenomenontwikkeling van dat gebied, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. Ten aanzien van wonen en woonomgeving wordt gerefereerd aan het gemeentelijk beleid: De dorpen Grubbenvorst, Horst en Sevenum getypeerd zijn als ‘centrumdorp’. Deze dorpen hebben een bovenlokaal voorzieningenniveau. In deze dorpen wordt gebouwd voor de eigen woningbehoefte. De overige 13 dorpen zijn getypeerd als ‘woondorp’, waar de woningsamenstelling zich zo levensloopbestendig mogelijk moet kunnen ontwikkelen. Locaties voor woningbouw liggen deels binnen de begrenzingen van de plattelandskernen, maar deels ook buiten de contouren rondom de plattelandskern, omdat binnen de contour de ruimte ontbreekt. Het bouwen binnen de contouren is het uitgangspunt, maar ziet de gemeente niet als vereiste, daar waar de ruimte binnen de contouren ontbreekt. Bouwen buiten de contouren acht de gemeente daarom mogelijk, mits kwaliteit verbeterende maatregelen worden getroffen. De gemeente geeft de hoogste prioriteit aan locaties die al gemeentelijk eigendom zijn. In 2021 is het nieuwe Masterplan Wonen 2021-2025 vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas.
Daarin is aangegeven dat de woningmarkt onder druk staat, dat de vraag naar woningen vele malen groter is dan het aanbod (zowel in de huur- als de koopsector) en dat de betaalbaarheid onder druk staat. De gemeente Horst aan de Maas zet daarom in op nieuwbouw van circa 1.000 woningen in de periode 2021-2025.
7
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
De gemeente wil bouwen naar behoefte. Dit betekent concreet dat de nieuwbouwopgave bestaat uit een gevarieerde opbouw, namelijk 30% sociale huur, 30% vrijesectorhuur en 40% koop in diverse prijscategorieën. Specifieke aandacht is er voor (de woonwensen van) senioren en starters op de woningmarkt. Daarom wordt er onder andere ingezet op nultredenwoningen.
De gemeente vindt het van belang om de woningmarkt in balans te krijgen. Dat betekent voldoende aanbod, passend bij de woonwensen. Daarbij is het van belang om rekening te houden met veranderende woonwensen. Nieuwbouw is niet alleen van belang om in de acute behoefte te voorzien, maar ook om de doorstroom op de woningmarkt te bevorderen.
Nieuwbouwplannen worden getoetst aan de hand van een afwegingskader, op basis van onder meer de volgende kaders. Het plan voorziet – kwalitatief en kwantitatief – in de behoefte van inwoners. Dit betekent concreet dat de woningen aansluiten bij de opgave zoals omschreven in dit Masterplan én bij de lokale wensen en behoeften van inwoners (zie ook ‘maatwerk per kern’). De Dorpsplannen Wonen zijn nog niet definitief vastgesteld. Een programma met 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop (en dan vooral betaalbare woningen en nultredenwoningen zoals appartementen) waarbij maatwerk mogelijk is bij kleine locaties of een aangetoonde andere behoefte aan sociale huur. Nieuwe woningen voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Nieuwe woningen en woonwijken worden klimaat adaptief gebouwd zodat geen nieuwe knelpunten wateroverlast en hittestress ontstaan.
maandag 27 juni 2022
Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk, uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig. Ontwikkelen in het buitengebied heeft niet onze voorkeur; woningbouw op industrieterreinen is niet toegestaan. Kwalitatief goede, tijdelijke woonconcepten worden omarmd. Deze zetten we – indien geschikt – in om snel voor extra aanbod te zorgen. In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving.
Het Ontwerp Omgevingsvisie (2021) biedt een vooruitblik op de leefomgeving tot het jaar 2040. Het is een langetermijnvisie op hoofdlijnen voor de ontwikkeling van de leefomgeving. Het streven is: Ten aanzien van woningbouw wordt gestreefd naar een verdeling van 30% sociale huur, 30% vrije huur en 40% koop waarbij in elk dorpsplan ruimte is voor maatwerk. De nadruk ligt op betaalbaarheid en op het toevoegen van woningen voor senioren en starters. Met het toevoegen van minimaal 1.000 woningen moet de woningmarkt in Horst aan de Maas weer in balans komen. Tevens is aandacht voor transformeren van bestaande woningen naar levensloopbestendige en duurzame woningen. De woningbouw vindt plaats op inbreidings- en herontwikkelingslocaties, in bestaande plannen en binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Op strategisch niveau zijn de Prestatieafspraken 2022 gemaakt over onderwerpen waar Wonen Limburg, Woonwenz, de huurdersvereniging Noord-Limburg en de gemeente Horst aan de Maas gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn. In de Prestatieafspraken 2022 ligt de focus o.a. op de volgende afspraken:
Om weer balans te krijgen op de woningmarkt is de ambitie van Gemeente Horst aan de Maas om tot en met 2025 1.000 woningen te vergunnen, waarvan 30% voor de sociale huur. Beide woningcorporaties vervullen een belangrijke en actieve rol in de bouwopgave van deze sociale huurwoningen. Het borgen van leefbaarheid is maatwerk en vraagt om een gedegen samenwerking. Partijen vinden het van groot belang om de investeringen in het sociaal domein op peil te houden. Betaalbaarheid en bereikbaarheid voor de doelgroepen/verkoop van woningen.
Conclusie beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente: Provinciaal, regionaal en gemeentelijk wordt benadrukt dat doorstroming van belang is om een toekomstbestendige woningmarkt te creëren met voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Het initiatief Meteriks Veld 2 creeert mogelijkheden voor doorstroming en het maken van wooncarrière door een gevarieerd woningbouwprogramma te realiseren, zowel qua segmenten (sociaal, midden, duur) als woningtypen (vrijstaand, tweekappers, rijwoningen). Regionaal en gemeentelijk uit zich dit in beleid waarbij aandacht besteed wordt aan de leefbaarheid van kleine kernen en daar de doorstroming op gang te laten komen. Specifiek moet in die kernen gebouwd worden naar behoefte. Het toevoegen van woningen kan bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Het initiatief in Meterik draagt bij aan deze ambities.
8
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2
Het streven van de gemeente is om 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop in diverse prijscategorieën te realiseren. Op basis van behoefteonderzoek (woonenquête) en prognoses is de inschatting dat voor Meteriks Veld 2 het aandeel markthuurwoningen kan worden verlaagd van de in het Masterplan Wonen opgenomen 30% naar 10%. De verdeling voor Meteriks Veld 2 is dan 30/10/60: 30% sociaal, 10% markthuur en 60% koop. Daarnaast geldt dat woningbouw zoveel plaats vindt binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Hiervan is sprake bij het initiatief. Meteriks Veld fase 2 betreft op dit moment nog agrarische grond, maar de locatie sluit aan op bestaand woongebied (zie paragraaf 2.3 voor een uitgebreide toelichting).
B1.3 Kwantitatieve behoefte In deze paragraaf is de kwantitatieve behoefte in het primaire en secundaire verzorgingsgebied in beeld gebracht. Dit is gedaan op basis van recente bevolkings- en huishoudensprognosecijfers van Etil1 en het rapport Woningbehoefte per kern Horst aan de Maas (Stec, 2020). De kwantitatieve behoefte is bepaald door de vraag af te zetten tegen de bestaande plancapaciteit in het verzorgingsgebied. Op basis daarvan wordt duidelijk of er nog ruimte is voor de ontwikkeling van extra woningen. Bevolkings- en huishoudensprognose Het inwonertal in de gemeente Horst aan de Maas bedraagt bijna 42.500 inwoners. Volgens de actuele prognoses van de Etil neemt het inwonertal de komende jaren toe tot ruim 43.800 in 2031. Dit is een toename van circa 3,1%.
1
Tabel 2: Bevolkingsprognose
Woningbehoefte
Inwoners
2021
2031
Verschil
Horst a/d Maas
42.487
43.810
+3,1%
Woonregio’s
245.298
250.276
+2%
De woonregio’s Venlo en Venray tellen samen ruim 245.000. Hier neemt het inwonertal de komende jaren toe met circa 2% tot ruim 250.000 inwoners in 2031. Onderstaande tabel toont dat het aantal huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas en beide woonregio’s relatief meer toeneemt dan het inwonertal. Tabel 3: Huishoudensprognose Huishoudens
2021
2031
Verschil
Horst a/d Maas
18.211
19.621
+7,7%
Woonregio’s
110.094
116.440
+5,8%
De gemeente Horst aan de Maas telt ruim 18.200 huishoudens. Dit aantal neemt de komende jaren met circa 7,7% toe tot ruim 19.600 huishoudens in 2031. In diezelfde periode neemt het aantal huishoudens in de woonregio’s Venlo en Venray met circa 5,8% toe tot bijna 116.500. Naar verwachting ligt het kantelpunt in de gemeente bij 2038: vanaf dan neemt het aantal huishoudens in Horst aan de Maas naar verwachting af. Een relatief sterke groei van het aantal huishoudens ten opzichte van het inwonertal duidt erop dat de gemiddelde omvang van huishoudens de komende jaren afneemt. Dit is in lijn met diverse landelijke trends en ontwikkelingen, zoals een toenemende individualisering en vergrijzing binnen de samenleving. Dit resulteert in een toename van een- en tweepersoons huishoudens.
De Noord-Limburgse gemeenten vinden het van belang dat de plancapaciteit in lijn is met de huishoudensprognose. Op die manier wordt er gebouwd naar reële behoefte. De actuele huishoudensprognose geeft een duidelijke indicatie van een woningbehoefte. De huidige prognoses resulteren in de volgende woningbehoeftecijfers. Conform de huishoudensprognose (Etil) is er in de gemeente Horst aan de Maas tot 2031 behoefte aan ruim 1.400 woningen. In de woonregio’s Venlo en Venray is zelfs sprake van een behoefte aan ruim 6.300 woningen. De woningbehoefte in de gemeente Horst aan de Maas wordt tevens onderschreven door het onderzoek van Stec (2020), waarin voor de periode 2020-2030 een woningbehoefte van 1.385 woningen wordt genoemd voor de gemeente en 75 woningen voor de kern Meterik. Ook het gemeentelijke Masterplan Wonen onderschrijft de behoefte aan woningen. Daarin wordt alleen al tot 2025 ingezet op circa 1.000 extra woningen.
Tabel 4: Woningbehoefte Woningbehoefte
2021
2031
Verschil
Horst aan de Maas
18.211
19.621
1.410
Woonregio’s
110.094
116.440
6.346
Restbehoefte Op basis van een gemeentelijk woningbouwoverzicht blijkt dat er in 2021 in de gemeente Horst aan de Maas 106 woningen zijn opgeleverd, waarvan geen woningen in de kern Meterik. Om een beeld te krijgen van de actuele woningbehoefte, dienen de opgeleverde woningen in mindering te worden gebracht op de woningbehoefte in tabel 4. Dit resulteert
Dataportaal wonen en demografie Provincie Limburg.
maandag 27 juni 2022
9
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Meteriks Veld 2