CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04f Zienswijzenrapport geanonimiseerd

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het Paraplubestemmingsplan Parapluplan internationale werknemers Horst aan de Maas 2021.16.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 6: Recente ontwikkelingen aangaande het beleid Reclamant stelt dat in het plan geen rekening is gehouden met de meest recente ontwikkelingen in het beleid ten aanzien van (huisvesting van) arbeidsmigranten. Daarbij doelt reclamant op bijvoorbeeld de (nog definitief vast te stellen) omgevingswet en het rapport van het Aanjaagteam o.l.v. Emile Roemer t.b.v. de regering. Reactie gemeente: Het paraplubestemmingsplan ziet op de ruimtelijke vertaling van het beleid. Nieuwe inzichten en uitgangspunten zullen op een later moment een plek krijgen in een bestemmingsplan cq. omgevingsplan.

Pag. 27 van 49

Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 7: Omgevingswet Reclamant vraagt waarom nu al niet geanticipeerd is op de nieuwe Omgevingswet. Reactie gemeente: Het beleid short en long stay arbeidsmigranten 2019 voorziet in verbeteringen vanuit ruimtelijk oogpunt en de aansluiting bij integratie en participatie en maatschappelijk draagvlak. Echter blijkt in de praktijk dat diverse aspecten nog nadere aandacht vragen zoals de tijdelijkheid in relatie tot de voortgang van de robotisering, het voorkomen van clustering en de omvang van voorzieningen. Om nu rechtszekerheid te kunnen bieden ten aanzien van het actuele instrument is dit beleid door vertaald in het parapluplan en hierbij niet gewacht op de invoering van de Omgevingswet. Het parapluplan zal na invoering van de Omgevingswet op gaan in het Omgevingsplan. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 8: Herziening paraplubestemmingsplan. Reclamant vraagt of het voorliggende paraplubestemmingsplan, gezien de recente ontwikkelingen, op korte termijn zal worden herzien. Reactie gemeente: Het paraplubestemmingsplan ziet op de ruimtelijke vertaling van het beleid. Nieuwe inzichten en uitgangspunten zullen op een later moment, indien ruimtelijk relevant, een plek krijgen in een bestemmingsplan cq. omgevingsplan.

De aansluiting bij integratie en participatie en maatschappelijk draagvlak vloeit voort uit het beleid. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 9: Beperking locaties grootschalige huisvesting Reclamant vraagt hoe lang, waar en welke eisen stellen wij aan deze huisvesting. Alsmede in welke organisatievorm organiseert men dit (markt of overheid). Reactie gemeente: In het vastgestelde beleid is opgenomen dat wij uit gaan van twee grootschalige locaties met maximaal 400 te huisvesten internationale werknemers. Er is bewust voor gekozen hier geen regels voor op te nemen in het huidige ontwerp-paraplubestemmingsplan. Dit omdat deze locaties een aparte afweging behoeven op basis van het vastgestelde beleid. Conclusie: De zienswijze is ongegrond.

Pag. 28 van 49

Samenvatting thema 10: vanuit de overheid geïnitieerde huisvesting Reclamant stelt dat als gemeente zélf de regie wil kunnen nemen, met besparing van handhavingskosten, de mogelijkheid om flexibeler te reageren op nieuwe ontwikkelingen (wetgeving, maatregelen, actuele verbeteringsvoorstellen zoals bijvoorbeeld aanbevolen door het Aanjaagteam, toe- of afname van toestroom arbeidsmigranten, enzovoorts) en de mogelijkheid om zo vroeg mogelijk adequaat te registreren, het realiseren van integratie (onder andere door taalonderwijs), het realiseren van optimale huisvesting (die voldoet aan de aanbevelingen van het aanjaagteam) lijkt het realiseren van duurzame huisvesting door de gemeente zélf of door de gemeente in een samenwerkingsverband met verschillende maatschappelijke groeperingen (waaronder uiteraard werkgevers- en werknemersorganisaties en – voor de uitvoering – bijvoorbeeld woningcorporaties) een optimale oplossing te bieden. Reactie gemeente: Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de opmerking onder het kopje ‘Algemeen’. Aanvullend hierop kunnen wij wel vermelden dat op dit punt nog geen bestuurlijk standpunt is ingenomen. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 11: (tijdelijke) stop voor het verlenen van vergunningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

Reclamant vraagt waar deze tijdelijke stop op ziet en of de doorgang van vergunningverlening voor huisvesting bij agrarische bedrijven wel doorgang kan vinden. Reactie gemeente: De tijdelijke stop ziet op de aanhoudingsplicht die ontstaan is na het ter visie leggen van het ontwerpparapluplan (artikel 3.3 lid 1 Wabo). Deze aanhoudingsplicht geldt: 1. alleen voor aanvragen voor de activiteiten “Bouwen” en “Aanleggen”, die 2. op grond van de geldende wet- en regelgeving niet geweigerd kunnen worden (dus passen binnen bestemmingsplan, voldoen aan bouwbesluit, bouwverordening en redelijke eisen van welstand in geval van “Bouwen” en passen binnen bestemmingsplan en passen binnen de regels die gesteld zijn krachtens artikel 4.1, lid 3 of artikel 4.3, lid 3 Wro in geval van “Aanleggen”), en 3. als er kort gezegd de dag vóór de aanvraag voor de a- of b-activiteit is ontvangen een voorbereidingsbesluit in werking is getreden of een bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd. De aanhoudingsplicht vervalt kort gezegd als het voorbereidingsbesluit op grond van de Wro is vervallen of als de termijn voor het vaststellen van een bestemmingsplan is verstreken, dan wel als een bestemmingsplan in werking is getreden of in beroep is vernietigd. Wat betekent dit? 1.

De aanhoudingsplicht beperkt zich tot vergunningaanvragen voor “Bouwen” en “Aanleggen” die kort gezegd passen binnen het geldende bestemmingsplan (en niet anderszins geweigerd kunnen worden). 2. Voor aanvragen voor de activiteit “Handelen in strijd met regels RO” geldt de aanhoudingsplicht niet. Wel dient bij de beoordeling van dergelijke aanvragen rekening gehouden te worden met de inhoud van een

Pag. 29 van 49

eventueel ontwerp-bestemmingsplan dat ter inzage is gelegd. Dit kan tot een weigering leiden als de aanvraag niet binnen het ontwerp-bestemmingsplan past. Gezien bovenstaande zijn er vergunningsaanvragen waarvoor de ‘tijdelijke’ stop niet van toepassing is en deze derhalve in behandeling zijn genomen, vergund, dan wel geweigerd. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 12: Voorwaarden huisvesting Reclamant vraagt op welke bepalingen in de toelichting de ‘diverse voorwaarden’ zien, waaronder men een vergunning kan ontvangen voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Reactie gemeente: Het gaat hierbij om de voorwaarden zoals genoemd in hoofdstuk 2 bestemmingsregels van de regels behorende bij het bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 13: Handhaving Reclamant pleit voor het optimaliseren van handhaving en de daarmee samenhangende handhavingscapaciteit. Reactie gemeente: Handhaving ziet toe op de naleving van wet- en regelgeving. Gezien de beschikbare capaciteit wordt er geprioriteerd binnen de zaken met betrekking tot huisvesting arbeidsmigranten. We hebben op dit moment een overzicht van locaties waar handhaving noodzakelijk is en acteren hier actief op. Conclusie: De zienswijze is ongegrond.

Samenvatting thema 14: Aanbevelingen aanjaagteam Reclamant pleit voor het opnemen van de aanbevelingen van het Aanjaagteam in het bestemmingsplan. Reactie gemeente: Het beleid short en long stay arbeidsmigranten 2019 voorziet in verbeteringen vanuit ruimtelijk oogpunt en de aansluiting bij integratie en participatie van de arbeidsmigranten en maatschappelijk draagvlak onder onze inwoners. In de praktijk blijkt echter dat diverse aspecten nog nadere aandacht vragen. In het beleid 2019 zijn niet de actuele ontwikkelingen meegenomen, zoals het rapport van het aanjaagteam de adviescommissie Roemer van 2020. Het parapluplan omvat dan dus ook niet deze aanbevelingen. We voorzien in de toekomst, onder andere op basis van de aanbevelingen van de commissie Roemer als ook het rapport van Decisio en Compaenen, een actualisatie van ons beleid huisvesting arbeidsmigranten. Zodra de kabinetsreactie er is bereiden we deze actualisatie voor zodat de Raad het beleid kan actualiseren. In de actualisatie wordt

Pag. 30 van 49

geanticipeerd op de huidige ontwikkelingen Om nu toch rechtszekerheid te kunnen bieden ten aanzien van het actuele instrument is het dit beleid 2019 door vertaald in het parapluplan. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 15: Verblijfsduur arbeidsmigrant Reclamant vraagt of het mogelijk is dat een arbeidsmigrant de volle periode van 10 jaar kan verblijven in één en dezelfde “tijdelijke” huisvesting? Reactie gemeente: Indien een internationale werknemer zijn hoofdverblijf niet meer elders heeft, is er geen sprake meer van een internationale werknemer maar is er sprake van een immigrant. Om bovenstaande vraag concreet te beantwoorden is: nee, dit is niet mogelijk. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 16: Privacy In het kader van de aanbevelingen van het Aanjaagteam wordt met name de nadruk gelegd op de privacy (mede in verband met infectiegevaar). Reclamant vraagt of het niet zaak is in de omschrijving van dit begrip ook het aspect “privacy” mee te nemen, waarmee benadrukt wordt dat gewerkt wordt met een slaapkamer per persoon. Reactie gemeente: Het beleid short en long stay arbeidsmigranten 2019 voorziet in verbeteringen vanuit ruimtelijk oogpunt en de aansluiting bij integratie en participatie van de arbeidsmigranten en maatschappelijk draagvlak onder onze inwoners.

In de praktijk blijkt echter dat diverse aspecten nog nadere aandacht vragen. In het beleid 2019 zijn niet de actuele ontwikkelingen meegenomen, zoals het rapport van het aanjaagteam de adviescommissie Roemer van 2020. Het parapluplan omvat dan dus ook niet deze aanbevelingen. We voorzien in de toekomst, onder andere op basis van de aanbevelingen van de commissie Roemer als ook het rapport van Decisio en Compaenen, een actualisatie van ons beleid huisvesting arbeidsmigranten. Zodra de kabinetsreactie er is bereiden we deze actualisatie voor zodat de Raad het beleid kan actualiseren. In de actualisatie wordt geanticipeerd op de huidige ontwikkelingen Om nu toch rechtszekerheid te kunnen bieden ten aanzien van het actuele instrument is het dit beleid 2019 door vertaald in het parapluplan. Samenvatting thema 17: Middelen om te huisvesten Reclamant vraagt of uit het feit dat kampeermiddelen gedefinieerd worden afgeleid mag worden dat de gemeente de intentie heeft toe te staan dat arbeidsmigranten onder gebracht worden in dit soort middelen. Reactie gemeente: Huisvesting is enkel toegestaan in gebouwen/units niet zijnde units die niet voldoen aan het SNF-keurmerk, kampeermiddelen of stacaravans.

Pag. 31 van 49

Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 18: Omgevingsdialoog/omgevingsgesprek Reclamant vraagt wat de reden van is dat hier gesproken wordt over ‘omgevingsdialoog’ en wordt er in voorliggend plan niet gesproken over ‘omgevingsgesprek’. Reclamant vraagt of ze tevens mogen concluderen dat het slechts informeren van de buurt ontoereikend is. Reactie gemeente: De term omgevingsdialoog vloeit voort uit de Omgevingswet. Couleur locale spreken we van een omgevingsgesprek maar heeft deze gelijke betekenis. Als gemeente Horst aan de Maas hebben wij Richtlijnen voor een effectief omgevingsgesprek waarbij het eenzijdig informeren van een omgeving niet gekwalificeerd wordt als een goed gevoerd omgevingsgesprek. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 19: Tijdelijkheid omgevingsvergunning Reclamant vraagt om de opgenomen 10 jaar in het kader van de vergunningsduur in te korten naar 5 jaar. Reactie gemeente: Vijf jaar is te kort om een slag te maken met robotisering voor een bedrijf waardoor ze wellicht minder arbeidsmigranten nodig hebben. En ook een zodanige korte exploitatietermijn dat het nog moeilijk is kwaliteitseisen te realiseren. Bij tien jaar verwachten we hier wel mogelijkheden bij. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 20: Werkgelegenheidsgebied Reclamant vraagt waar zich deze gebieden bevinden.

Reactie gemeente: Deze zijn aangeduid middels een ‘ster’ op de bijbehorende kaart zoals genoemd in de begripsomschrijving. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 21: Huisvesting arbeidsmigranten in woningen binnen kernen Reclamant stelt dat het opnemen van artikel 3 dat voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten de ruimte geboden wordt in de woonkernen van Horst aan de Maas arbeidsmigranten óók in het kader van short stay te huisvesten.

Pag. 32 van 49

Reactie gemeente: Het huidige bestemmingsplan biedt mogelijkheden om tot maximaal 10 personen in woningen in de kern te huisvesten. Met het voorliggend paraplubestemmingsplan brengen wij dit terug naar maximaal 4 personen, met aanvullende voorwaarden. Eén van deze voorwaarde is dat men zich dient in te schrijven in het BRP. We hebben hiermee beoogd short stay in de kernen minder aantrekkelijk te maken. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 22: Aantal te huisvesten personen voor woningen in de kern Reclamant stelt het aantal personen moet afhangen van de omvang en grootte van de woning. Reactie gemeente: Het huidige bestemmingsplan biedt mogelijkheden om tot maximaal 10 personen in woningen in de kern te huisvesten, los van de typologie. Met het ontwerp-paraplubestemmingsplan brengen wij dit terug naar maximaal 4 personen (met aanvullende voorwaarden). Wij hebben hiermee een verbeterslag beoogd. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 23: Goed woon- en leefklimaat Reclamant vraagt of onder ‘leefklimaat’ in dit geval ook het leefklimaat van de omwonenden hierin is meegenomen. Reactie gemeente: Wij hebben aandacht voor een aantal relevante thema’s uit de Nederlandse samenleving, zoals gezondheid, normen en waarden, zwerfafval/overlast, participatie en integratie.

Aan het taalonderwijs willen we ondertekening van een participatieverklaring koppelen. Overigens is er wel al een aanzet vanuit het college hiertoe door de gesprekken die al met werkgevers plaatsvinden, over hoe zij kunnen bijdragen aan het organiseren en mogelijk maken van taalonderwijs. Echter is bovenstaande voor het bestemmingsplan niet relevant. Als extra toevoeging op het vastgestelde beleid stellen wij dat naast het borgen van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies, dient hiermee ook de inachtneming van de leefbaarheid voor de mensen in de (directe) omgeving, de dorpen of buurtschappen waar een concreet initiatief op afstraalt en de arbeidsmigranten zelf, in acht moet worden genomen. Concreet betekent dit dat het College kan besluiten om niet te vergunnen op basis van onder andere zaken als verkeer, gezondheid, veiligheid en cumulatie. Hierbij bepalen zowel de aard van een geplande ontwikkeling alsook de omgeving waar die ontwikkeling gepland is wat er nodig is om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening. Per concreet initiatief (bijvoorbeeld hoeveel arbeidsmigranten gaan er verblijven) wordt in balans met de omgeving (bijvoorbeeld de ligging ten opzichte van een van de kernen) bepaalt waar de gemeente Horst aan de Maas op let om te kunnen spreken van de juiste plek cq goede ruimtelijke ordening.

Pag. 33 van 49

Als we toetsen op leefbaarheid dan bekijken we naar de draagkracht die de omgeving heeft in relatie tot de aanwezige huisvestingsvoorzieningen. Dit kan ervoor zorgen dat bijvoorbeeld gezondheidszorg minder snel beschikbaar is én van mindere kwaliteit is. Dat is onwenselijk voor iedereen, dus zowel de inwoners van de gemeente Horst aan de Maas als de arbeidsmigranten. Het College beoordeelt dus of een concreet initiatief om arbeidsmigranten te huisvesten in alle redelijkheid op de juiste plek terechtkomt. Het is aan de initiatiefnemer om te motiveren dat dit zo is. Als de leefbaarheid in een bepaalde omgeving of kern onder te veel druk dreigt te komen, bijvoorbeeld omdat door het initiatief de capaciteitsgrenzen van bepaalde voorzieningen kunnen worden overschreden en dit een negatieve cumulatie van effecten geeft, werkt de gemeente niet mee aan het initiatief. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 24: Huisvesting arbeidsmigranten in woningen in het Buitengebied. Reclamant stelt dat uit de praktijk vaak omwonende pas geconfronteerd worden als arbeidsmigranten al hun intrek hebben gevonden en vervolgens juridisch geen mogelijkheden meer hebben om hier tegen te kunnen ageren. Reclamant vraagt hoe de gemeente dit voorkomt in de toekomst.

Reactie gemeente: In tegenstelling tot het paraplubestemmingsplan uit 2013 is het huisvesten van internationale werknemers in woningen in het buitengebied niet meer rechtstreeks mogelijk maar dient men hiervoor vergunning aan te vragen. Deze zal gepubliceerd worden waardoor omwonenden sneller op de hoogte zijn van de ontwikkelingen. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 25: Collegebevoegdheid Reclamant maakt bezwaar tegen de collegebevoegdheid om middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in de geldende woonbestemming voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Reclamant stelt dat de beslissingsbevoegdheid bij de Raad dient te worden belegd. Reactie gemeente: Conform de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht is het College van B&W bevoegd gezag ten aanzien van binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. Het is juridisch niet mogelijk om deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid te beleggen bij de Raad. Conclusie: De zienswijze is ongegrond.

Pag. 34 van 49

Samenvatting thema 26: Aantal te huisvesten personen in woningen in het buitengebied Reclamant stelt dat het uitgangspunt van maximaal 10 en het aantal slaapkamers ook samen moet hangen met de aard en omvang van de woning. Daarnaast stelt reclamant dat er ook maximaal 1 persoon op een 1 persoons slaapkamer mag verblijven (2 personen op een 2 persoons slaapkamer). Reactie gemeente: Het aantal personen dat ter plaatste mag verblijven in zowel de woning als per slaapvertrek hangt zeker samen met o.a. de omvang van de woning en de grootte van het slaapvertrek, er moet voldaan worden aan de SNFnorm. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 27: Omgevingsdialoog bij nieuwvestiging en uitbreiding Reclamant stelt dat niet enkel bij nieuwvestiging maar oók als er sprake is van verbouw/uitbreiding die leidt tot het uitbreiden van het aantal te huisvesten arbeidsmigranten een adequate omgevingsdialoog plaats moet vinden. Reactie gemeente: Als gemeente Horst aan de Maas hebben wij Richtlijnen voor een effectief omgevingsgesprek die op alle aanvragen van toepassing zal worden verklaard. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 28: Recreatieve voorzieningen Reclamant stelt dat er sprake is van een ontbrekende bepaling: Ter plaatse van de huisvesting dienen zowel inpandig als uitpandig recreatieve voorzieningen aanwezig te zijn.

Reactie gemeente: De recreatieve voorzieningen zijn van toepassing op de huisvesting bij agrarische bedrijven en vrijkomende agrarische gebouwen. Dit is opgenomen in artikel 5.1 lid g onder 4. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 29: Nieuw te bouwen bouwwerk In de juridische toelichting op het paraplubestemmingsplan wordt – onder planstukken (4.1.) – gemeld dat het oprichten van nieuw te bouwen gebouwen ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten in ieder geval niet is toegestaan. Op basis van de planregels is dit wél mogelijk. Reactie gemeente: Deze omissie in de toelichting is nu bij de vaststelling hersteld.

Pag. 35 van 49

Conclusie: De zienswijze is gegrond. Samenvatting thema 30: Bedrijfseconomische noodzaak Reclamant maakt bezwaar tegen de mogelijkheden om 80 personen te huisvesten en de daarmee samenhangende bedrijfseconomische noodzaak. Reactie gemeente: De bepaling omtrent het maximaal aantal te huisvesten personen bij een agrarisch bedrijf die aangetoond diende te worden op basis van bedrijfseconomische noodzaak met een maximum van 80 personen is komen te vervallen. Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte. Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of het initiatief past binnen afzet en omzet van het betreffende bedrijf. Het is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek). Conclusie: De zienswijze is ongegrond.

Samenvatting thema 31: Huisvesting arbeidsmigranten in vrijkomende agrarische bebouwing Reclamant vraagt of bij het opnemen van artikel 6 geen sprake is van strijdigheid met de Ruimte voor Ruimteregeling – waaraan de gemeente Horst aan de Maas zich geconformeerd heeft – en die er onder andere op gericht is de verrommeling in het buitengebied terug te dringen. Reactie gemeente: De Ruimte voor Ruimteregeling ziet op de sloop van bijvoorbeeld stallen. Deze sloop wordt betaald uit de verkoop van bouwkavels. Het is niet toegestaan om in deze stallen te huisvesten, deze stallen hoeven dan ook niet in stand gehouden te worden ten behoeve van de huisvesting van internationale werknemers. De huisvesting zal plaatsvinden in de (voormalige) bedrijfswoning. Zie artikel 6.1 onder c. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 32: Anti-dubbeltellingregel Reclamant vraagt om een verduidelijking omtrent deze bepaling. Reactie gemeente: In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat de plicht om een anti-dubbeltelbepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Een anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat als een bestemmingsplan regelt dat op een perceel bijvoorbeeld maximaal 20 % mag worden bebouwd, het opengebleven terrein opnieuw mee telt bij een ander gebouw. Dit betreft dus het toestaan van een gebouw, waarvoor een soortgelijke eis geldt.

Pag. 36 van 49

Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 33: Algemene Bouwregels Reclamant vraagt om een verduidelijking omtrent deze bepaling. Reactie gemeente: Dit artikel verwijst naar de onderliggende geldende bestemmingen met regels (bijvoorbeeld inzake nok- en goothoogte) alsmede het Bouwbesluit, de Bouwverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening en het Keurmerk Stichting Normering Flexwonen. Conclusie: De zienswijze is ongegrond.

Pag. 37 van 49

Reclamant 9 Samenvatting thema 1: SNF en AKF Reclamant pleit voor het opnemen van het AKF-keurmerk (naast het aanwezige SNF-keurmerk) in de planregels. Reactie gemeente: Vanuit de regionale bouwsteen hebben enkele gemeenten samen, waaronder Horst aan de Maas, beleid vastgesteld voor de huisvesting van arbeidsmigranten die hier tijdelijk verblijven (short-stay). De regionale bouwsteen heeft betrekking op onderdelen van het beleid die voor alle gemeenten van toepassing zijn. De overige zaken worden aangepast in het lokale beleid waarin tevens de regionale bouwsteen wordt verwerkt. Nieuwe huisvestingsinitiatieven dienen derhalve minimaal te voldoen aan de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF). Dit vloeit voort uit de regionale bouwsteen. De SNF-norm kent de onderdelen ruimte en privacy, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening en overige eisen en brandveiligheid. Het betreffen landelijk geaccepteerde normen en door te verwijzen naar deze SNF-norm hoeven geen specifieke eisen in het beleid opgenomen te worden. Initiatieven kunnen zich onderscheiden door extra kwaliteit van de huisvesting (privacy, recreatieve voorzieningen), fysieke randvoorwaarden van de locatie en aandacht voor de ontwikkeling van de arbeidsmigrant (bijvoorbeeld informatievoorziening en mogelijkheden van scholing).

Omdat wij het daarnaast als gemeente belangrijk vinden dat alle ‘basisbehoeften’ ten aanzien van wonen onder één dak aanwezig zijn is er derhalve gekozen om enkel het SNF-keurmerk te handteren en niet het AKF- keurmerk. Het AKF- keurmerk voorziet niet in alle ‘basisbehoeften’ onder één dak. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 2: Tijdelijke omgevingsvergunning Reclamant vraagt om de termijn van 10 jaar te heroverwegen. Reactie gemeente: Uitgangspunt is dat in alle gevallen deze huisvesting op een oneigenlijke plaats tijdelijk zal zijn. Aangezien de verwachting is dat binnen 5 tot 10 jaar in grote mate gebruik zal worden gemaakt van robotisering, wordt verwacht dat vele voorzieningen die nu gecreëerd worden dan overbodig zijn. Om te voorkomen dat er in het buitengebied en op bedrijventerreinen woonvoorzieningen leeg komen te staan dan wel oneigenlijk gebruikt worden, worden alleen maar tijdelijke vergunningen voor maximaal 10 jaar verleend. Wij gaan bij tijdelijke vergunningen nog steeds uit van kwalitatieve en duurzame woonvoorzieningen. In de praktijk blijkt dat dit zeker mogelijk is, ook al is sprake van een tijdelijke instandhouding. Mochten de technologische, economische of demografische ontwikkelingen geheel anders verlopen dan nu voorzien, zal er over ca.

8 jaar na vaststelling van het beleid een heroverweging van het uitgangspunt van de tijdelijke vergunningen kunnen plaatsvinden en nieuw beleid worden geformuleerd. Een deel van de arbeidsmigranten zal ook op de toekomstige arbeidsmarkt inzetbaar zijn, waarbij zij naar verwachting ook inzetbaar zullen zijn op hoger geschoolde arbeid. Zij kunnen hier een werkcarrière en hun toekomst opbouwen en zullen gebruik moeten kunnen maken van de reguliere huisvestingsmogelijkheden. Dit vraagt wel om flankerend beleid in het kader van voldoende reguliere huisvesting.

Pag. 38 van 49

In aanvulling op bovenstaande is er in de aanloop naar het beleid in 2019 gebruik gemaakt diverse onderzoeken zoals de quickscan van Etil en het economisch adviesbureau Buck Consultants International (BCI). Deze voorspelt dat de robotisering in Nederland versneld doorgevoerd zal worden. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Thema 3 en 4: Vrijkomende Agrarische gebouwen en hoofdgebouw Reclamant is van mening dat de huidige omschrijving te summier is gezien het feit dat er overige gebouwen op het perceel aanwezig kunnen zijn die in aanmerking komen voor huisvesting. Reactie gemeente: Er is juist beoogd de huisvesting enkel in de voormalige bedrijfswoning te laten plaatsvinden en niet in bijvoorbeeld voormalige stallen. Vrijkomende agrarische bebouwing mag worden ingezet voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten mits deze bebouwing niet wordt uitgebreid en indien deze bebouwing gelegen is nabij werkgelegenheidsgebieden. Er moet sprake zijn van integrale kwaliteitsverbetering. Gebouwen die niet worden ingezet voor de tijdelijke huisvesting, zullen bijvoorbeeld gesaneerd moeten worden dan wel de locatie moet landschappelijk worden ingepast. Conclusie: De zienswijze is ongegrond.

Thema 5: Hoofdvestiging in relatie tot nevenvestiging Reclamanten merken op dat het in voorkomende gevallen lastig kan zijn om te bepalen wanneer nu sprake is van een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Reclamanten stellen zich de vraag waarom in beginsel uitsluitend ter plaatse van de hoofdvestiging huisvesting is toegestaan en slechts bij uitzondering op de nevenvestiging. Reactie gemeente: Wat is beoogd is het tegen gaan van het op afstand realiseren van huisvesting zonder toeziend oog van de agrariër. Om die reden is in beginsel hoofdvestiging van toepassing en alleen onderbouwd kan het mogelijk zijn dat ook bij een nevenvestiging sprake kan zijn van huisvesting. Initiatiefnemers dienen te onderbouwen dat een locatie in functioneel opzicht een hoofdvestiging betreft. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Thema 6: Realisatie buiten het bouwblok In de planregels van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is een Vrijstellingsmogelijkheid ten aanzien van bebouwing buiten het bouwblok niet opgenomen. Reclamanten verzoeken u dit alsnog te doen conform beleid Arbeidsmigranten.

Pag. 39 van 49

Reactie gemeente: Het mogelijk maken om huisvesting buiten het bouwblok te realiseren is niet als afwijkingsmogelijkheid meegenomen in de planvorming. De situering van de huisvestingsmogelijkheid is maatwerk. Indien het passender is om deze buiten het bouwblok op te richten kan dit middels de tijdelijke ontheffing op basis van voorliggend plan in combinatie met de toets aan het beleid. Hiervoor hoeft geen aparte afwijkingsmogelijkheid te worden opgenomen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Thema 7: Goed woon- en leefklimaat Bepaald is dat een goed woon- en leefklimaat verzekerd dient te zijn ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies. In dit kader is onduidelijk wat wordt verstaan onder omliggende functies en waaraan dus moet worden getoetst in een aanvraag. Reclamanten verzoeken u om hierover duidelijkheid te verschaffen. Reactie gemeente: Het gaat hierbij om het volgende. De huisvestingslocatie wordt omgeven door andere percelen. Deze omliggende percelen hebben op grond van het bestemmingsplan een bepaalde bestemming. Het goede woonen leefklimaat behorende bij deze bestemmingen moet verzekerd zijn. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Thema 8: Grootschalige huisvesting Reclamant stelt dat het verbod op grootschalige huisvesting overbodig is.

Reactie gemeente: Bedoeld is grootschalige huisvesting conform het beleid 2019 waarin 2 locaties van maximaal 400 arbeidsmigranten zijn voorzien. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Thema 9: Voortzetting gebruik huisvesting na bedrijfsbeëindiging Reclamant stelt voor om verleende vergunningen op te nemen dat deze onder voorwaarden kan worden voortgezet als de huisvesting in bestaande vrijkomende agrarische bebouwing plaats vindt. Reactie gemeente: In het beleid 2019 zijn niet de actuele ontwikkelingen meegenomen, zoals het rapport van het aanjaagteam de adviescommissieRoemer van 2020. Het parapluplan omvat dan dus ook niet deze aanbevelingen. We voorzien in de toekomst, onder andere op basis van de aanbevelingen van de commissie Roemer als ook het rapport van Decisio en Compaenen, een actualisatie van ons beleid huisvesting arbeidsmigranten. Zodra de kabinetsreactie er is bereiden we deze actualisatie voor zodat de Raad het beleid kan actualiseren. In de actualisatie wordt

Pag. 40 van 49

geanticipeerd op de huidige ontwikkelingen Om nu toch rechtszekerheid te kunnen bieden ten aanzien van het actuele instrument is het dit beleid 2019 door vertaald in het parapluplan. Of uw voorstel tot de mogelijkheden behoort zal in bovenstaande actualisatie worden onderzocht. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Reclamant 10 Thema 1: Huidige omgevingsvergunning Heeft vergunning voor het huisvesten van 13 arbeidsmigranten. Reclamant verzoekt om een bevestiging dat er middels voorliggend plan geen wijziging ontstaat ten opzichte van de vergunde situatie. Reactie gemeente: De gemeente heeft in 2016 een omgevingsvergunning afgegeven omtrent bovenstaande. De omgevingsvergunning blijft rechtsgeldig en biedt hiermee voldoende rechtszekerheid. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Thema 2: Initiatief huisvesten arbeidsmigranten op bedrijfslocatie Reclamant geeft aan dat er een locatiebezoek heeft plaatsgevonden waar reclamant zijn toekomstplannen in beeld heeft gebracht. Doordat voorliggend plan niet voorziet in het mogelijk maken van de toekomstplannen van reclamant verzoekt reclamant de voorwaarden die hierop betrekking hebben te herzien. Reactie gemeente: In 2014 heeft reclamant een brief ontvangen van de gemeente om in principe medewerking te verlenen aan het verzoek om op basis van de destijds geldende wet en regelgeving arbeidsmigranten te huisvesten. Er kon medewerking worden verleend indien men kon aantonen dat er voldaan werd aan de hierbij behorende voorwaarden (op grond van de wijzigingsvoorwaarden in het moederplan).

Ook zijn er in dit principebesluit de aanvullende voorwaarden gesteld om een groenplan op te stellen (als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure), er is sprake van een afdracht op basis van het GKM van € 35,- per m2 én diende de illegale bouwwerken binnen twee jaar te worden verwijderd na dagtekening principebesluit en uiterlijk één jaar na het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan. In deze brief wijzen wij tevens op de status van het vooroverleg en geven wij duidelijk aan dat indien de wet- en regelgeving wijzigt het principestandpunt vervalt. Er is destijds niet geanticipeerd door reclamant op bovenstaande en is 6 jaar na datum de wet- en regelgeving ten aanzien van de huisvesting van arbeidsmigranten gewijzigd. Er is geen formeel principeverzoek of omgevingsvergunning aanvraag ingediend, dan wel een bestemmingsplanprocedure opgestart. In oktober 2020 is aangegeven enkel medewerking te kunnen verlenen binnen de huidige kaders van het bestemmingsplan en het vastgestelde beleid 2019. Nadien is er geen aanvraag of verzoek meer ingekomen. Wij zien dan ook geen reden om tegemoet te komen aan het verzoek van reclamant.

Pag. 41 van 49

Reclamant 11 Samenvatting thema 1: Tijdelijke vergunning De behoefte aan huisvesting van internationale werknemers blijft structureel bij reclamant. Daarbij is het de vraag wat er dan na 10 jaar met gebouwen ten behoeve van de huisvesting zou moeten gebeuren? En hoe ondernemers na 10 jaar moeten voorzien in hun behoefte om Internationale werknemers te huisvesten? De gestelde verwachting in het beleid komt daarmee niet overeen de te verwachte situatie volgens de ondernemers zelf. Reclamanten verzoeken om het tijdelijkheidsvereiste in artikel 5.1 sub a en 6.1 sub b te schrappen. Reactie gemeente: Uitgangspunt is dat in alle gevallen deze huisvesting op een oneigenlijke plaats tijdelijk zal zijn. Aangezien de verwachting is dat binnen 5 tot 10 jaar in grote mate gebruik zal worden gemaakt van robotisering, wordt verwacht dat vele voorzieningen die nu gecreëerd worden dan overbodig zijn. Om te voorkomen dat er in het buitengebied en op bedrijventerreinen woonvoorzieningen leeg komen te staan dan wel oneigenlijk gebruikt worden, worden alleen maar tijdelijke vergunningen voor maximaal 10 jaar verleend. Wij gaan bij tijdelijke vergunningen nog steeds uit van kwalitatieve en duurzame woonvoorzieningen. In de praktijk blijkt dat dit zeker mogelijk is, ook al is sprake van een tijdelijke instandhouding.

Mochten de technologische, economische of demografische ontwikkelingen geheel anders verlopen dan nu voorzien, zal er over ca. 8 jaar na vaststelling van het beleid een heroverweging van het uitgangspunt van de tijdelijke vergunningen kunnen plaatsvinden en nieuw beleid worden geformuleerd. Een deel van de arbeidsmigranten zal ook op de toekomstige arbeidsmarkt inzetbaar zijn, waarbij zij naar verwachting ook inzetbaar zullen zijn op hoger geschoolde arbeid. Zij kunnen hier een werkcarrière en hun toekomst opbouwen en zullen gebruik moeten kunnen maken van de reguliere huisvestingsmogelijkheden. Dit vraagt wel om flankerend beleid in het kader van voldoende reguliere huisvesting. In aanvulling op bovenstaande is er in de aanloop naar het beleid in 2019 gebruik gemaakt diverse onderzoeken zoals de quickscan van Etil en het economisch adviesbureau Buck Consultants International (BCI). Deze voorspelt dat de robotisering in Nederland versneld doorgevoerd zal worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 2: Bedrijfseconomische noodzaak Reclamant vraagt om de bepaling aangaande de bedrijfseconomische noodzaak te verduidelijken dan wel dit te vervangen voor bedrijfsbehoefte.

Reactie gemeente: De bepaling omtrent het maximaal aantal te huisvesten personen bij een agrarisch bedrijf die aangetoond diende te worden op basis van bedrijfseconomische noodzaak met een maximum van 80 personen is komen te vervallen. Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte. Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of het initiatief past binnen afzet en omzet van het

Pag. 42 van 49

betreffende bedrijf. Het is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek). Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 3: Hoofdvestiging in relatie tot nevenvestiging Reclamanten merken op dat het in voorkomende gevallen lastig kan zijn om te bepalen wanneer nu sprake is van een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Reclamanten vragen zich af hoe dit onderscheid gemaakt gaat worden. Hierbij kan niet zonder meer worden uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Reclamanten stellen zich de vraag waarom in beginsel uitsluitend ter plaatse van de hoofdvestiging huisvesting is toegestaan en slechts bij uitzondering op de nevenvestiging. Reactie gemeente: Wat is beoogd is het tegen gaan van het op afstand realiseren van huisvesting zonder toeziend oog van de agrariër. Om die reden is in beginsel hoofdvestiging van toepassing en alleen onderbouwd kan het mogelijk zijn dat ook bij een nevenvestiging sprake kan zijn van huisvesting. Initiatiefnemers dienen te onderbouwen dat een locatie in functioneel opzicht een hoofdvestiging betreft. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 4: Woonunits Reclamant stelt dat woonunits/chalets eveneens moeten voldoen aan diverse keurmerken, waardoor ook in dit kader sprake is van kwalitatief goede huisvesting.

Reclamanten verzoeken u dan ook om artikel 5.1 sub c hierop aan te passen, zodat huisvesting van internationale werknemers in woonunits/chalets mogelijk blijft. Reactie gemeente: Er moet sprake zijn van kwalitatief goede huisvesting middels het SNF-keurmerk. De mogelijkheid blijft om kwalitatief goede chalets, woonunits te plaatsen om deze in te zetten voor de huisvesting van arbeidsmigranten zoals reclamant stelt. Derhalve is artikel 5.1 lid c hierop aangepast. Conclusie De zienswijze is gegrond. Samenvatting thema 5: Omliggende functies Bepaald is dat een goed woon- en leefklimaat verzekerd dient te zijn ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies. In dit kader is onduidelijk wat wordt verstaan onder omliggende functies en waaraan dus moet worden getoetst in een aanvraag. Reclamanten verzoeken om hierover duidelijkheid te verschaffen.

Pag. 43 van 49

Reactie gemeente: Het gaat hierbij om het volgende. De huisvestingslocatie wordt omgeven door andere percelen. Deze omliggende percelen hebben op grond van het bestemmingsplan een bepaalde bestemming. Het goede woonen leefklimaat behorende bij deze bestemmingen moet verzekerd zijn. Samenvatting thema 6: Definitie agrarisch bedrijfsgebouw In artikel 5 van de planregels wordt gesproken over bedrijfsgebouwen. Hiervoor is echter geen definitie opgenomen in de planregels. Reclamanten verzoeken dit alsnog te doen ter voorkoming van onnodige discussies. Reactie gemeente: De onderstaande definitie zal worden opgenomen in de begripsbepalingen in het bestemmingsplan. Bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Deze definitiebepaling vloeit voort uit het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Conclusie De zienswijze is gegrond. Samenvatting thema 7: Definitie bestaande vrijkomende agrarische gebouwen Allereerst dient zich de vraag aan waarom enkel vrijkomende agrarische gebouwen nabij werkgelegenheidsgebieden ingezet kunnen worden voor de huisvesting van Internationale werknemers. Dit dient naar de mening van reclamanten ook op andere vrijkomende agrarische locaties mogelijk te zijn. Voorts wordt in artikel 6.1 sub c als voorwaarde gesteld dat huisvesting uitsluitend is toegestaan binnen de bestaande (voormalige) bedrijfswoning.

Allereerst verdient het opmerking dat een hoofdgebouw (zoals vermeld in artikel 1.8 voornoemd) niet per definitie een bedrijfswoning hoeft te zijn (zie ook de definitie van hoofdgebouw in artikel 1.19). Reclamanten verzoeken dan ook om artikel 6.1 sub c hierop aan te passen. Tenslotte is het de vraag of het gewenst is om enkel huisvesting van arbeidsmigranten in hoofdgebouwen toe te staan. Reactie gemeente: Er is juist beoogd de huisvesting enkel in de voormalige bedrijfswoning te laten plaatsvinden en niet in bijvoorbeeld voormalige stallen. Vrijkomende agrarische bebouwing mag worden ingezet voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten mits deze bebouwing niet wordt uitgebreid en indien deze bebouwing gelegen is nabij werkgelegenheidsgebieden. Er moet sprake zijn van integrale kwaliteitsverbetering. Gebouwen die niet worden ingezet voor de tijdelijke huisvesting, zullen bijvoorbeeld gesaneerd moeten worden dan wel de locatie moet landschappelijk worden ingepast. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 44 van 49

Samenvatting thema 8: Adequate omgevingsdialoog Reclamanten verzoeken een praktische en goed begrijpende omschrijving op te nemen aangaande de te voeren omgevingsdialoog. Reclamant geeft tevens aan dat enkel het informeren van belanghebbende afdoende is en deze niet meegenomen hoeven te worden in de planvorming. Reactie gemeente: Een omgevingsdialoog/omgevingsgesprek dient te worden gevoerd bij een vergunningaanvraag of bestemmingsplanwijziging tussen aanvrager en omgeving over het voorgenomen plan. Het doel is om samen te kijken naar de plannen elkaar mee te nemen en de beweegredenen te motiveren. Een omgevingsgesprek is goed gevoerd als beide partijen gelijkwaardig aan elkaar een inbreng hebben kunnen leveren aan het plan. Het gemeentelijk beleid ‘Richtlijnen Omgevingsgesprek’ is hiervoor het uitgangspunt. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 9: Vrijstellingsmogelijkheid In de planregels van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is een Vrijstellingsmogelijkheid ten aanzien van bebouwing buiten het bouwblok niet opgenomen. Reclamanten verzoeken u dit alsnog te doen conform beleid Arbeidsmigranten. Reactie gemeente: Het mogelijk maken om huisvesting buiten het bouwblok te realiseren is niet als afwijkingsmogelijkheid meegenomen in de planvorming. De situering van de huisvestingsmogelijkheid is maatwerk.

Indien het passender is om deze buiten het bouwblok op te richten kan dit middels de tijdelijke ontheffing op basis van voorliggend plan in combinatie met de toets aan het beleid. Hiervoor hoeft geen aparte afwijkingsmogelijkheid te worden opgenomen. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Samenvatting thema 10: Algemene gebruiksregels Reclamant vraagt wanneer er sprake is van grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten en wanneer er dus sprake Is van een overtreding van artikel 9 sub c. Reactie gemeente: Indien er sprake is van grootschalige huisvestingslocaties zoals omschreven in het beleid 2019. Op basis van het beleid mogen maximaal twee grootschalige woongebouwen nieuw worden gebouwd op of nabij werkgelegenheidsgebieden met een maximum van 400 personen per locatie. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 45 van 49

Samenvatting thema 11: Overgangsrecht Reclamanten constateren dat ingevolge het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan de mogelijkheden sterk zijn aangescherpt om huisvesting van Internationale werknemers te realiseren. Dit maakt dat huidige vergunde rechten in het gedrang komen op het moment dat er wijzigingen aan deze vergunningen benodigd zijn. Ook dit leidt tot stilstand en niet tot vergroting van de geboden kwaliteit in huisvesting binnen de gemeente Horst aan de Maas. Reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan hierop aan te passen. Reactie gemeente: Het voormalige beleid voldeed niet meer aan de behoefte uit de praktijk, derhalve is er nieuw beleid opgesteld. Het nieuwe beleid ziet toe op nieuw te vergunnen situaties. Daarnaast zullen legale gebruikssituaties en/of vergunde situaties die aangepast dan wel uitgebreid worden moeten voldoen aan de nieuwe regelgeving om een kwaliteitsslag te kunnen maken. Conclusie De zienswijze is ongegrond.

Pag. 46 van 49

III

CONCLUSIE

Op grond van de hoofdstukken I en II wordt voorgesteld de zienswijzen deels ongegrond te verklaren en deels gegrond te verklaren en het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

A.

Wijzigingen n.a.v. ingebrachte zienswijzen

De ingediende zienswijzen hebben op de volgende punten consequenties gehad voor het bestemmingsplan. Wijzigingen in de toelichting van het bestemmingsplan In de juridische toelichting op het paraplubestemmingsplan wordt – onder planstukken (4.1.) – gemeld dat het oprichten van nieuw te bouwen gebouwen ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten in ieder geval niet is toegestaan. Op basis van de planregels is dit wél mogelijk. Dit is per abuis opgenomen in de toelichting. Deze omissie in de toelichting is nu bij het vast te stellen bestemmingsplan hersteld. Wijzigingen in de regels A. Middels het huidige beleid is beoogd geen nieuwe huisvesting op recreatieterreinen toe te staan maar kan het bestaand gebruik doorgang vinden. Het overgangsrecht regelt dat gebruik dat reeds bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan en hiermee strijdig is, onder voorwaarden mag worden voortgezet voor de duur van het nieuwe bestemmingsplan. Het overgangsrecht geldt in beginsel alleen voor de duur van het nieuwe bestemmingsplan. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan een tweede keer van het overgangsrecht gebruik gemaakt worden. In beginsel geldt het overgangsrecht dus voor een periode van maximaal 10 jaar.

Derhalve is er voor gekozen dit positief te bestemmen middels een extra toevoeging in de regels van het bestemmingsplan voor recreatieterreinen én permanente huisvesting(artikel 7). B. Het ontwerp bestemmingsplan sloot huisvesting in woonunits/chalets uit. Dit zag op units die niet voorzien waren van alle ‘basisbehoeften’ zoals slapen, wonen, koken en douchen onder één dak. Er moet sprake zijn van kwalitatief goede huisvesting middels het SNF-keurmerk. De mogelijkheid blijft om kwalitatief goede chalets, woonunits te plaatsen om deze in te zetten voor de huisvesting van arbeidsmigranten zoals reclamant stelt. Derhalve is artikel 5.1 lid c hierop aangepast. C. Het ontwerp bestemmingsplan voorziet niet in een definitiebepaling omtrent ‘bedrijfsgebouw’. Om duidelijkheid te scheppen is onderstaande definitie opgenomen in de begripsbepalingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Deze definitiebepaling vloeit voort uit het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Wijzigingen op de verbeelding N.v.t.

Pag. 47 van 49

B.

Ambtshalve wijzigingen

Ambtshalve worden de volgende wijzigingen voorgesteld. Wijzigingen in de toelichting van het bestemmingsplan A. Het ontwerp paraplubestemmingsplan had betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. Het beleidskader Arbeidsmigranten 2019 geeft aan dat alleen maar tijdelijke vergunningen voor maximaal 10 jaar wordt verleend voor kwalitatieve en duurzame woonvoorzieningen voor arbeidsmigranten. Er kan voor maximaal twee nieuw te bouwen grootschalige woonvoorzieningen tijdelijk medewerking worden verleend indien deze gelegen zijn op of nabij werkgelegenheidsgebieden. De beoogde locatie binnen Californië 2 wordt als één van deze grootschalige woonvoorzieningen aangewezen. In het bestemmingsplan is middels een functieaanduiding een zoekgebied aangewezen voor de huisvesting van maximaal 300 arbeidsmigranten. Het voorliggende paraplubestemmingsplan zou deze regel overrulen. Derhalve is dit gebied in het vast te stellen bestemmingsplan buiten beschouwing gelaten. B. De regio heeft op 7 februari 2019 een regionale bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten (short stay) vastgesteld. Eén van de doelen van de bouwsteen is om kaders te bieden voor de grote behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten die hier tijdelijk verblijven. De vraag naar arbeidsmigranten, en daarmee de behoefte aan adequate huisvesting voor deze doelgroep, neemt toe.

De verzoeken die bij de gemeenten binnenkomen om planologische medewerking te verlenen aan huisvestingsinitiatieven zijn de afgelopen periode flink toegenomen. Daarnaast is een trend zichtbaar dat de huisvesting steeds grootschaliger wordt. Door deze wijze van huisvesten kan goed uitvoering gegeven worden aan een goed beheer en toezicht van de locatie om eventuele overlast voor de omgeving te beperken. Het huidige huisvestingsbeleid geeft geen adequaat antwoord op deze gewijzigde omstandigheden. Op regionaal niveau is daarom gekeken welke aanpassingen van het beleid nodig zijn om zo goed mogelijk in te spelen op (toekomstige) ontwikkelingen.

De uitgangspunten van de bouwsteen zijn als volgt: • Locatiecriteria voor huisvestingsinitiatieven; • Aansluiten bij landelijke normen voor huisvesting van de Stichting Normering Flexwonen (SNF); • Combinatie met andere opgaven; • Omgevingsdialoog; • Huisvesting op eigen agrarisch bedrijf; • Registratie; • Toezicht en handhaving. Deze toelichting is in het ontwerp bestemmingsplan niet meegenomen in de toelichting behorend bij het bestemmingsplan, ook al is de vertaalslag in het lokaal beleid hiervoor al gemaakt. Voor de volledigheid is dit alsnog toegevoegd. C. In 4.3.1. van het ontwerp bestemmingsplan staat dat in de bestaande situatie het niet is toegestaan om in reguliere woningen te huisvesten. Dit is niet juist en derhalve is deze zin geschrapt.

Pag. 48 van 49

D. Naar aanleiding van de uitkomsten van diverse themacolleges en raadsbijeenkomsten ten tijde van de ontwerpfase zijn is er onderstaande toevoegingen gedaan op het vastgestelde beleid die vertaald is in de toelichting. Namelijk de volgende: Ook bepalen de aard van een geplande ontwikkeling en de omgeving waar die ontwikkeling gaat gebeuren wat nodig is om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening. Er is een interactie tussen deze twee, zodat de aspecten die bepalend zijn voor de invulling van de goede ruimtelijke ordening steeds anders en dus maatwerk zijn. Deze interactie is er ook als het gaat om dezelfde activiteit, zoals in het licht van dit beleid om de huisvesting van arbeidsmigranten. De nuances van het concrete initiatief (bijvoorbeeld hoeveel migranten gaan er verblijven) en die van de omgeving (bijvoorbeeld de ligging ten opzichte van een van de kernen) bepalen waar de gemeente Horst aan de Maas op let om te kunnen spreken van de juiste plek in alle opzichten, of in formele taal van een goede ruimtelijke ordening. Er is hier dan ook sprake van maatwerk. Maatwerk betekent tenslotte een specifieke weging van de specifieke aspecten, belangen en omstandigheden van zowel initiatief als omgeving.

Het komt er dan op aan om alles op een goede en inzichtelijke manier af te wegen om zo tot het oordeel te komen of er sprake is van in alle redelijkheid de juiste plek. In alle objectiviteit de ideale plek bestaat immers niet. Veel van de hiervoor genoemde mogelijke specifieke aspecten vallen onder de noemer leefbaarheid. Het gaat dan om de leefbaarheid voor de mensen in de (directe) omgeving, de dorpen of buurtschappen waar een concreet initiatief op afstraalt en de arbeidsmigranten zelf, die moet voldoende goed zijn en blijven. Leefbaarheid bevat bijvoorbeeld ook het geheel van voorzieningen die een goed leven mogelijk maken, zoals gezondheidszorg. Meer mensen betekent een grotere vraag, wat zorgt voor druk op het voorzieningenniveau omdat daar een capaciteitsgrens aan zit. Het gaat dus om de draagkracht die de omgeving heeft in relatie tot de aanwezige huisvestingsvoorzieningen. Dit kan ervoor zorgen dat bijvoorbeeld gezondheidszorg minder snel beschikbaar is én van mindere kwaliteit is. Dat is onwenselijk voor iedereen, dus zowel de inwoners van de gemeente Horst aan de Maas als de arbeidsmigranten. Gemeente Horst aan de Maas beoordeelt dus of een concreet initiatief om arbeidsmigranten te huisvesten in alle redelijkheid op de juiste plek terechtkomt. Het is aan de initiatiefnemer om te motiveren dat dit zo is.

Als de leefbaarheid in een bepaalde omgeving of kern onder te veel druk dreigt te komen, bijvoorbeeld omdat door het initiatief de capaciteitsgrenzen van bepaalde voorzieningen kunnen worden overschreden en dit een negatieve cumulatie van effecten geeft, werkt de gemeente niet mee aan het initiatief. Wijzigingen in de regels A. Naar aanleiding van de uitkomsten van diverse themacolleges en raadsbijeenkomsten ten tijde van de ontwerpfase zijn is er onderstaande toevoegingen gedaan op het vastgestelde beleid die vertaald is in de regels. De bepaling omtrent het maximaal aantal te huisvesten personen bij een agrarisch bedrijf die aangetoond diende te worden op basis van bedrijfseconomische noodzaak met een maximum van 80 personen is komen te vervallen. Omdat het niet wenselijk is om te huisvesten op basis van de piekbehoefte is er voor gekozen om te huisvesten op basis van seizoensbehoefte: het gemiddeld aantal internationale werknemers die het bedrijf nodig acht ten aanzien van zijn bedrijfsvoering, jaarrond en niet zijnde de piekbehoefte. Deze seizoensbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in de aanvraag en vergezeld van een accountantsverklaring waarin wordt getoetst of het initiatief past binnen afzet en omzet van het betreffende bedrijf. Er is tevens mogelijk om in het laagseizoen huisvesting in te zetten voor derden of andere sectoren (bijvoorbeeld de logistiek).

Pag. 49 van 49

Derhalve is er in de begripsbepaling het begrip Seizoensbehoefte toegevoegd (zie 1.33). B. Dit is doorvertaald in de volgende regel ‘het maximaal aantal te huisvesten personen dient te worden aangetoond op basis van seizoensbehoefte die men aan toont middels een accountantsverklaring’ ter vervanging van de regel omtrent bedrijfseconomische noodzaak en maximaal 80 personen (zie 5.1 onder e). C. Met de regels in dit plan vervallen de bestaande regels omtrent huisvesting van arbeidsmigranten in de geldende ruimtelijke plannen voorzover van toepassing op het plangebied van dit plan met uitzondering van het bestemmingsplan Californië 2 met planidentificatienummer NL.IMRO.1507.HMCALIFORNIE2-BPV1 om de reden zoals eerder benoemd. D. In de regels onder artikel 3.1 onder a is opgenomen dat er per woning maximaal 2 voertuigen zijn toegestaan. In theorie zijn 2 fietsen ook voertuigen. Deze regel is opgenomen inzake de parkeerdruk. Derhalve is ‘voertuigen’ vervangen voor ‘auto’s’. E.

Gezien bovenstaande ten aanzien van het woon- en leefklimaat in relatie tot de leefbaarheid is in aanvulling op deze bepalingen het volgende toegevoegd: een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies dient verzekerd te zijn/blijven met hiermee ook de inachtneming van de leefbaarheid voor de mensen in de (directe) omgeving, de dorpen of buurtschappen waar een concreet initiatief op afstraalt en de arbeidsmigranten zelf; F. ‘In geval van nieuwvestiging van huisvesting of hergebruik van een bestaande woning voor huisvesting van arbeidsmigranten dient ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats te vinden is geschrapt.’ Dit is dubbel opgenomen. G. In alle bepalingen en de bijbehorende staat als voorwaarde dat er sprake moet zijn van ‘1 en/of 2 persoons slaapkamers’. Dit is niet conform het beleid. Er moet sprake zijn van ‘1 en 2 persoons kamers’. Dit is derhalve aangepast. Wijzigingen op de verbeelding N.v.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9939754/1